2022-021826 Bijl5- Hoge Ham 49 - 53 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient een toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden en is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied/perceel als gevolg van de Hoge Ham, de Monseigneur Poelsstraat, de Minister Aalberselaan, de Bolkensteeg en de Gasthuisstraat. De uitgangspunten, berekeningen en resultaten zijn vastgelegd in voorliggend memo. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
PLANBESCHRIJVING Het plangebied is gelegen direct ten noordoosten van de Hoge Ham te Dongen, achter de vestiging van Hubo Aarts. De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van 8 appartementen en 2 seniorenwoningen. In figuur 1 is een overzicht gegeven van de nieuwe situatie (verbeelding bestemmingsplan). Naast de woningen maakt nieuwe opslagruimte voor Hubo Aarts onderdeel uit van het plan.
Figuur 1:
overzicht nieuwe situatie (verbeelding bestemmingsplan)
TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg.
2/7
In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft
-
een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.
Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor de nieuwe woningen binnen het plangebied geldt dat dit binnen de wettelijke zones ligt van met name de Monseigneur Poelsstraat/Gasthuisstraat en dat er sprake is van een binnenstedelijke situatie. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB en de de maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB.
30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of
3/7
doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.
UITVOERING BEREKENINGEN Uitgangspunten verkeersgegevens De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motorvoertuigen per uur is uitgegaan van de gemiddelde weekdagintensiteiten in motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) op de wegen. De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: ● ● ●
lichte voertuigen (voornamelijk personenauto's); middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto's en bussen); zware voertuigen (zware vrachtauto's);
De gehanteerde verkeersgegevens van de omliggende wegen ontleend aan ontvangen telgegevens van de gemeente Dongen uit 2022. De planhorizon van het ruimtelijk plan dat de realisatie van de ontwikkeling planologisch mogelijk zal maken, ligt maximaal 10 jaar na vaststelling van het plan. Op basis van een autonome verkeersgroei van 1,0 % per jaar zijn de telgegevens doorgerekend naar 2032. De verkeersintensiteit zoals toegepast is opgenomen in tabel 2 samen met de rijsnelheid en wegdektype. Tabel 2: gehanteerde verkeersintensiteiten wegvak
intensiteit 2022 [mvt/etmaal]
intensiteit (2032) mvt/etmaal
rijsnelheid
wegdek
Mgr. Poelsstraat
7.914
8.750
50 km/uur
standaard asfalt
Gasthuisstraat
10.576
11.685
50 km/uur
standaard asfalt
Hoge Ham
5.022
5.550
30 km/uur
klinkers
Bolkensteeg
4.592
5.075
30 km/uur
klinkers
Min. Aalberselaan
3.022
3.340
30 km/uur
klinkers
Rekenmodel Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). De overdrachtsmodellen zijn opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie V2022.3 rev 1 van dgmr-software. In bijlage 2 is een overzicht gegeven van de ingevoerde wegen. Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving van de plangebieden. De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is worst-case (stedelijke omgeving) uitgegaan van een 100% reflecterende bodem (Bf = 0,0)
4/7
Ter plaatse van de gevels van de nieuw te realiseren woningen is een aantal toetspunten ingevoerd met waarneemhoogten ho = +1,5/4,5m als maatgevende beoordelingshoogte (begane grond en verdieping. Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren.
BEREKENINGSRESULTATEN EN BEOORDELING In de figuren 2 t/m 3 zijn de berekeningsresultaten gegeven van achtereenvolgens de Mgr. Poelsstraat/Gasthuisstraat (50 km) en de 30 km-wegen, inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Uit figuur 2 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB op de nieuwe woningen vanwege de gezoneerde Mgr. Poelsstraat/Gasthuisstraat niet wordt overschreden. De hoogst berekende waarde bedraagt Lden = 48 dB. De realisatie van het plan is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder; een hogere waarde procedure is niet nodig. Uit figuur 3 blijkt dat de geluidbelasting vanwege 30 km-wegen bedraagt niet meer dan Lden = 48 dB en voldoet aan de richtwaarde.
5/7
Figuur 2:
6/7
berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Mgr. Poelsstraat/Gasthuisstraat (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
Figuur 3:
7/7
berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de 30 km-wegen (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
Naam 1 2 3 4 5
Omschr. Hoge Ham 30 km Bolkensteeg 30 km Minister Aalberselaan 30 km Mgr. Poelsstraat Gasthuisstraat
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
X-1 123726,54 123799,90 123899,81 123913,59 123747,06
Y-1 404782,23 404711,14 404825,49 404582,21 404469,88
X-n 123913,27 123969,95 124129,60 124184,70 123913,37
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
Y-n 404587,60 404907,91 404616,22 404611,18 404582,31
H-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
H-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
M-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
M-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Min.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
Max.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Min.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Max.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Vormpunten 8 11 11 24 11
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
Lengte 273,41 260,21 312,17 380,45 203,61
Lengte3D 273,41 260,21 312,17 380,45 203,61
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75 0,75
Helling 0 0 0 0 0
Wegdek W9a W9a W9a W0 W0
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
Wegdek Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Referentiewegdek
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
V(MR(D)) ------
V(MR(A)) ------
V(MR(N)) ------
V(MR(P4)) ------
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
V(LV(D)) 30 30 30 50 50
V(LV(A)) 30 30 30 50 50
V(LV(N)) 30 30 30 50 50
V(LV(P4)) ------
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
V(MV(D)) 30 30 30 50 50
V(MV(A)) 30 30 30 50 50
V(MV(N)) 30 30 30 50 50
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 30 30 30 50 50
V(ZV(A)) 30 30 30 50 50
V(ZV(N)) 30 30 30 50 50
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
V(ZV(P4)) ------
30 km/uur True True True False False
Totaal aantal 5550,00 5075,00 3340,00 8750,00 11685,00
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
%Int(D) 6,75 6,83 6,99 6,62 6,62
%Int(A) 3,50 3,33 3,18 3,58 3,60
%Int(N) 0,63 0,60 0,43 0,78 0,78
%Int(P4) ------
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
%MR(D) ------
%MR(A) ------
%MR(N) ------
%MR(P4) ------
%LV(D) 97,80 97,80 98,20 96,80 97,60
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
%LV(A) 97,80 97,80 98,20 96,80 97,60
%LV(N) 97,80 97,80 98,20 96,80 97,60
%LV(P4) ------
%MV(D) 1,70 0,90 1,30 2,40 1,60
%MV(A) 1,70 0,90 1,30 2,40 1,60
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
%MV(N) 1,70 0,90 1,30 2,40 1,60
%MV(P4) ------
%ZV(D) 0,50 1,30 0,50 0,80 0,80
%ZV(A) 0,50 1,30 0,50 0,80 0,80
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
%ZV(N) 0,50 1,30 0,50 0,80 0,80
%ZV(P4) ------
MR(D) ------
MR(A) ------
MR(N) ------
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
MR(P4) ------
LV(D) 366,38 339,00 229,26 560,71 754,98
LV(A) 189,98 165,28 104,30 303,23 410,56
LV(N) 34,20 29,78 14,10 66,07 88,96
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
LV(P4) ------
MV(D) 6,37 3,12 3,04 13,90 12,38
MV(A) 3,30 1,52 1,38 7,52 6,73
MV(N) 0,59 0,27 0,19 1,64 1,46
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
MV(P4) ------
ZV(D) 1,87 4,51 1,17 4,63 6,19
ZV(A) 0,97 2,20 0,53 2,51 3,37
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
ZV(N) 0,17 0,40 0,07 0,55 0,73
ZV(P4) ------
Cpl False False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
LE (D) Totaal 106,51 106,38 104,31 110,25 111,43
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
LE (A) Totaal 103,66 103,26 100,89 107,58 108,78
LE (N) Totaal 96,21 95,82 92,20 100,96 102,14
4-10-2022 13:04:41
Dongen, Hoge Ham 49-53 Model: Groep:
Bijlage 2: invoergegevens wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep 30 km-wegen 30 km-wegen 30 km-wegen Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat Mgr. Poelstraat/Gasthuisstraat
LE (P4) Totaal ------
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
4-10-2022 13:04:41
Bijlage 4
71/451
Bureauonderzoek archeologie
BUREAUONDERZOEK HOGE HAM 49-53 IN DONGEN GEMEENTE DONGEN
Bureauonderzoek Hoge Ham 49-53 in Dongen Gemeente Deurne Opdrachtgever
Rho Adviseurs Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer
18820.002
Versienummer1
1
Datum
30 augustus 2022
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
De heer drs. A.J. Wullink
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. R. Elsma
Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode
18820.002
Toponiem
Hoge Ham 49-53
Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte
Gemeente
Dongen
Plaats
Dongen
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Dongen, sectie B, percelen 1971 (deels), 1972 en 2303
Omvang plangebied
Circa 1230 m2
Kaartblad
52C (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 123945 / Y: 4046950
Bevoegde overheid
Gemeente Dongen De heer J. Schellekens Hoge Ham 62 5104 JJ Dongen
Onderzoeksmelding ARCHIS3
5278588100
Archeoregio NOaA
4: Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, drs. A.J. Wullink
T: 14 0162 E: john.schellekens@dongen.nl
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs een bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hoge Ham 49-53 te Dongen in de gemeente Dongen. De initiatiefnemer heeft het voornemen om in het plangebied appartementen te realiseren. Hiervoor moet een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend. Het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke onderbouwing. Uit het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting heeft voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze resten houden verband met het bewoningslint langs de Hoge Ham en de veenwinning in de Late Middeleeuwen. Archeologische resten worden voornamelijk verwacht in de vorm van grondsporen, direct onder een antropogeen eerddek, vanaf een diepte van 70 tot 110 cm -mv. Eventuele resten worden mogelijk bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden. Omdat het plangebied grotendeels is bebouwd en onderzoek in de omgeving een vrij consistent beeld van de ondergrond geeft (namelijk een eerddek op een C-horizont in dekzand) adviseert Econsultancy om in het plangebied direct een inventariserend veldonderzoek, karterende/waarderende fase uit te voeren en het verkennende booronderzoek over te slaan.
Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht, kan dit onderzoek het best worden uitgevoerd als een proefsleuven onderzoek (IVO-P). Dit onderzoek moet worden uitgevoerd op basis van een door de gemeente Dongen goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), nadat de bovengrondse delen van de bebouwing zijn gesloopt. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Dongen), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Dongen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Noord-Brabant of de gemeente Dongen.
Rapport 18820.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Historische ontwikkeling ................................................................................................... 5 Archeologische waarden en onderzoeken ....................................................................... 6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel .......................................................... 8
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 9
BRONNENOVERZICHT ..................................................................................................................... 10
Rapport 18820.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10.
Ligging van het plangebied Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Het plangebied op de geomorfologische kaart Het plangebied op de paleogeografische kaart Het plangebied op de geomorfologische kaart Maaiveldhoogte in het plangebied Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historisch kaartmateriaal Archeologische waarden en onderzoeken
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Voorlopig plantontwerp Vondstmeldingen Onderzoeksmeldingen
Rapport 18820.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hoge Ham 49-53 te Dongen in de gemeente Dongen. De initiatiefnemer heeft het voornemen om in het plangebied appartementen te realiseren. Hiervoor moet een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend. Het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke onderbouwing. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL SIKB 4000 Archeologie2, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 3).
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de gemeente Dongen. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in augustus 2022 door A.J. Wullink (senior KNA-prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. R. Elsma.
2 BRL SIKB 4000 Archeologie; versie 4.1, 2018.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 1 van 11
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40023, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Dongen. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05). opstellen van een standaardrapport (LS06).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Dongen;
3 SIKB, 2018
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 2 van 11
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Dongen, in het gebied dat wordt omsloten door de Hoge Ham, de Jan Willemenstraat, de Minister Aalberselaan en de Monseigneur Poelsstraat. Het plangebied beslaat het achtererf van de Hubo aan de Hoge Ham 49-53 en ligt in de kadastrale gemeente Dongen, sectie B, en beslaat percelen 1972, 2303 en het noordelijke deel van perceel 1971. De oppervlakte van het plangebied is circa 1230 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuren 1 en 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie In het plangebied zijn een aantal schuren aanwezig die als opslag dienen. Deze schuren beslaan het grootste deel van het plangebied. De rest van het plangebied is in gebruik als parkeerplaats. De parkeerplaats en ook de vloeren van de schuur zijn met klinkers of tegels verhard. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven.
Vigerend beleid Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Dongen uit 2010 (figuur 4) heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting en is archeologisch onderzoek nodig bij ingrepen dieper dan 50 cm -mv en groter dan 100 m2.4 De beleidsregels zijn overgenomen in het bestemmingsplan Centrum uit 2013, waar het plangebied in een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 1’ heeft, waarop de bovengenoemde vrijstellingsgrenzen van toepassing zijn.5 Milieuhygiënische situatie Om te bepalen of de milieuhygiënische situatie in het plangebied een risico vormt voor de uitvoering van archeologisch veldonderzoek is het omgevingsloket van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Uit de omgevingsrapportage blijkt dat er in het plangebied geen milieuhygiënische onderzoeken zijn uitgevoerd 2.4
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen om de bestaande bebouwing in het plangebied te slopen en daarvoor in de plaats appartementen en twee geschakelde woningen te realiseren. De appartementen komen in het zuidwesten van het plangebied, de woningen in het oosten. In het noordwesten van het plangebied komen parkeerplaatsen. In bijlage 2 is het voorlopig ontwerp opgenomen. In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. De oppervlakte van de nieuwbouw wordt circa 110 m2 per woning en 210 m2 voor het appartementencomplex, dus circa 320 m2 in totaal. Er wordt uitgegaan van een fundering op staal met ontgravingsdieptes tot 100 cm -mv.
4 Koopmanschap, Haar & Sophie, 2010. 5 ‘Bestemmingsplan Centrum; regels’, 2013.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 3 van 11
2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Landschappelijke ontwikkeling en geologie De landschappelijke ontwikkeling van het gebied zal worden beschreven aan de hand van enkele standaardwerken.6 Het plangebied ligt in het Brabantse zandgebied. Dit landschap is voornamelijk gevormd tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 – 10.000 jaar geleden). Tijdens de koude fases van dit glaciaal vindt er, onder periglaciale condities, op grote schaal erosie plaats door wind en (sneeuw)smeltwater. Er ontstaan brede rivierdalen die het smeltwater in noordelijke richting afvoeren. De Donge, het riviertje waaraan Dongen haar naam dankt, ligt in een dergelijk pleistoceen dal. Doordat er behalve erosie ook tektonische opheffing plaats vindt, komen/blijven de middenpleistocene Rijn-afzettingen van de Formatie van Sterksel (dicht) aan het maaiveld te liggen. Tijdens de koude fases van het laatste deel van het Weichselien, het Laat-Glaciaal (13.000 – 10.000 jaar geleden), is op de afzettingen van de Formatie van Sterksel een dun pakket eolisch zand afgezet. Dit zand, dat dekzand wordt genoemd, wordt binnen de Formatie van Boxtel tot het Laagpakket van Wierden gerekend. In het eerste deel van de huidige warme periode, het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) raakt het pleistocene landschap begroeid, komt er, met uitzondering van de beekdalen, een einde aan de sedimentatie en kan bodemvorming plaats vinden.
In de laaggelegen beekdalen ontstaan voornamelijk beek- en gooreerdgronden, terwijl in de hogere zandgronden podzolbodems ontstaan. In de loop van het Holoceen vernat het klimaat en in combinatie met een stijgende grondwaterspiegel vindt op grote schaal veenvorming plaats; eerst in de rivierdalen, later ook in de zandgebieden daaromheen. In figuur 5 is te zien dat het pleistocene dal van de Donge in de loop van het Neolithicum of het begin van de Bronstijd (figuren 5C - E) overveend raakt. Dit veen wordt tot de Formatie van Nieuwkoop gerekend. Door de vernatting van het gebied, al ruim voordat er daadwerkelijk veenvorming plaats vindt, wordt het gebied minder geschikt voor bewoning.7 In de Late Middeleeuwen wordt het veengebied ontgonnen, verdwijnt het veen grotendeels en komen de pleistocene zanden weer aan het maaiveld te liggen. Geomorfologie en maaiveldhoogte Op de Geomorfologische kaart van Nederland (figuur 6) wordt het plangebied door de ligging in de bebouwde kom niet afgedekt. Ten noorden en oosten van de bebouwde kom komen terrasafzettingswelvingen en dekzandwelvingen voor. Verder naar het noorden ligt een terrasafzettingsvlakte. Door de ligging in de bebouwde kom is de dekking door het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3; figuur 7) ook niet optimaal.
Uit het AHN blijk dat het maaiveld rond 4 m NAP ligt, maar het model biedt geen inzichten in de oorspronkelijke landvormen.
6 Mulder, e.a., 2003; Jongmans, e.a., 2013; Stouthamer, Cohen & Hoek, 2015. 7 Ball, e.a., 2016.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 4 van 11
Bodem en grondwater Ook op de bodemkaart van Nederland (figuur 8) wordt het plangebied niet afgedekt, maar direct ten noorden van de bebouwing zijn hoge zwarte enkeerdgronden gevormd. Dit zijn bodems met een dikke (> 50 cm) antropogene eerdlaag, die vanaf de Late Middeleeuwen door plaggenbemesting zijn ontstaan. De oorspronkelijke bodem is hier waarschijnlijk een veldpodzolbodem geweest. Dit zijn bodems die gevormd zijn in mineralogisch arme zandgronden met relatief hoge grondwaterstanden en kenmerken zich door het voorkomen van een humusinspoelingslaag (Bh-horizont). Verder naar het noorden komen ook laarpodzolgronden voor. Dit zijn veldpodzolgronden met een, vanaf de Late Middeleeuwen ontstaan, matig dik (30 – 50 cm) antropogeen eerddek. Zowel de hoge enkeerdgronden als de laarpodzolbodems zijn kenmerkend voor oude landbouwgronden. De grondwatertrap is volgens het BRO grondwaterspiegelmodel niet bepaald voor het plangebied.8 De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. 2.6
Historische ontwikkeling
Het dekzandlandschap dat in de laatste ijstijd is ontstaan, ligt in het eerste deel van het Holoceen nog aan het oppervlak en werd in het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum bewoond door jagers-verzamelaars en daarna door landbouwers. In de loop van het Holoceen ontstond door het stijgen van de zeespiegel een veenmoeras, waardoor bewoning onmogelijk werd. Onderzoek in West-Brabant heeft aangetoond dat voor de vorming van het veenmoeras bewoning ook al onmogelijk werd door te hoge grondwaterstanden.9 Het moment waarop het dekzandlandschap onbewoonbaar wordt, is afhankelijk van de topografie van het dekzand: hoe hoger het dekzand ligt, hoe langer het bewoonbaar blijft. De omgeving van het plangebied is, zoals in paragraaf 2.5 al bleek, waarschijnlijk in de loop van het Neolithicum overveend. Pas in de Late Middeleeuwen wordt het veengebied ontgonnen. Door de landsheer worden concessies voor de ontginning van het veengebied uitgegeven. Volgens de Turfdatabank van de provincie Antwerpen, is het gebied ten oosten van de Hoge Ham in 1330 uitgegeven ter ontginning. De concessie heet de Twaalf Hoeven en is uitgegeven voor zowel turfwinning als ontginning ten behoeve van landbouw.
Andere concessies die zijn uitgegeven zijn de Vijf Hoeven ten noordwesten van de Twaalf hoeven (1375), de Tien Hoeven (1313), de Twintig Hoeven (voor 1285) en de Hoven (1400) ten zuidoosten van de Twaalf Hoeven. Dongen is ontstaan op een donk langs de Donge. De oudste vermelding dateert uit 1288, maar de bewoning gaat waarschijnlijk terug tot de periode 900 – 1100. Tegelijkertijd ontstond er waarschijnlijk een bewoningslint op een langgerekte dekzandrug parallel aan de Donge. De Hoge Ham maakt deel uit van dit bewoningslint.10 Op de kadastrale minuut uit de periode 1811 – 1832 (figuur 9A) is het bebouwingslint langs de Hoge Ham te zien. Het plangebied ligt pal achter de strook met bebouwing. De percelen 504, 505, 511 en 512 waarbinnen het plangebied valt zijn in gebruik als ‘hof’; (moes)tuin.
8 NGR/Wageningen Environmental Research, 2021. 9 Ball, e.a., 2016. 10 Provincie Noord-Brabant, 2016.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 5 van 11
Rond 1880 (figuur 9B) is er niet heel veel veranderd. Het plangebied wordt gebruikt als tuin en boomgaard. Langs de oostgrens loopt een pad. In de loop van de 20e eeuw (figuren 9C-F) raakt het gebied ten noorden van de Hoge Ham steeds meer bebouwd. In het plangebied zelf is sinds de jaren 1960 bebouwing aanwezig. Bouwhistorische gegevens Volgens het BAG11 dateren de schuren in het plangebied in eerste aanleg uit 1930; of dit klopt is op basis van het historisch kaartmateriaal te betwijfelen. Om informatie te krijgen over de bebouwing, is het regionaal archief in Tilburg geraadpleegd. De meeste vergunningen voor Hoge Ham 49 – 53 betreffen de bebouwing direct aan de weg. Er is één vergunning aanwezig die betrekking heeft op de bebouwing in het plangebed. Het gaat om een uitbreiding van de bestaande bebouwing. De schuren in het plangebied zijn dus gefaseerd gebouwd. Uit de tekeningen blijkt verder dat de aanbouw op poeren is gefundeerd. De verstoring door de bouwwerkzaamheden is waarschijnlijk minimaal. Tweede Wereldoorlog Volgens de indicatieve kaart militair erfgoed worden er in de omgeving van Dongen geen resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht.12 2.7
Archeologische waarden en onderzoeken
In de directe omgeving van het plangebied, rond de Hoge Ham, zijn een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd en een drietal vondstmeldingen gedaan. Het dichtstbijzijnde archeologische monument (AMK-terrein) betreft de historische dorpskern van Dongen en valt buiten het onderzoeksgebied (zie figuur 10). Archeologische onderzoeksmeldingen zijn meldingen van onderzoeken die vanaf de jaren 1990 zijn uitgevoerd op basis van artikel 46 van de Monumentenwet uit 1989. Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor ons onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en definitieve opgravingen. Bureauonderzoeken worden buiten beschouwing gelaten. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Een overzicht van de onderzoeksmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 3. Vondstmeldingen zijn meldingen van vondsten die bij toeval zijn gedaan of bij archeologisch onderzoek dat niet op basis van de Monumentenwet is uitgevoerd. Het gaat hierbij veelal om onderzoeken die voor de jaren 1990 zijn uitgevoerd. Bij elke vondstmelding hoort één vondstlocatie. Een overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 4.
Bij een vondstlocatie horen vondsten, grondsporen en/of complexen. Vondsten zijn mobiele archeologische resten (bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, bouwkeramiek, bewerkt vuursteen). Grondsporen zijn duidelijk begrensbare verschijnselen in de bodem, van antropogene oorsprong (bijvoorbeeld paalkuilen of muurresten) of natuurlijke oorsprong (bijvoorbeeld een boomval). Een complex is een verzameling van sporen en vondsten in een zelfde gebied, uit de zelfde periode en met de zelfde oorsprong. Bijvoorbeeld: aardewerk, huttenleem en paalsporen vormen samen het complextype ‘bewoning’ Archeologische monumenten zijn terreinen waar op basis van historische gegevens of vondsten archeologische resten worden vermoed of aanwezig zijn, maar die nog niet zijn onderzocht. 11 Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), 2014. 12 Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME), zonder datum.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 6 van 11
Vondstmeldingen In de omgeving van het plangebied zijn drie vondstmeldingen gedaan (zie bijlage 3). Zo’n 325 m ten zuidwesten van het plangebied is in 2005 tijdens graafwerkzaamheden een afvalkuil met een grote hoeveelheid voornamelijk roodbakkend aardewerk aangetroffen, dat gedateerd kan worden in de periode 1475 – 1550 (zaakid. 3196499100). Zo’n 500 m ten noorden van het plangebied zijn ook twee vondstmeldingen gedaan (zaakid’s 3054537100 en 3212510100). Het betreft voornamelijk vondsten van aardewerk uit periode 1500 – 1800, die door een particulier op de akkers rondom zijn huis zijn gedaan. Daarnaast zijn ook pijpekoppen, huttenleem, runderkiezen en een spinklosje gevonden. Onderzoeksmeldingen De onderzoekmeldingen in de omgeving van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 4. Het gebied direct ten noordwesten van het plangebied is in 2013 onderzocht door middel van een bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek (zaakid. 2403929100) en daarna, in 2014, een proefsleuvenonderzoek (zaakid. 2430367100). Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat onder een dun modern ophoogdek een antropogeen eerddek uit de Nieuwe tijd aanwezig is, dat direct op het pleistocene dekzand ligt (AC-profiel). Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn diverse grondsporen aangetroffen uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
Het gaat om een waterput uit de 19e eeuw, ontginnings- en bewoningssporen uit de Nieuwe tijd in de vorm van greppels, spitsporen, paalkuilen en funderingen en sporen van veenwinning uit de Late Middeleeuwen en de Vroege Nieuwe tijd, in de vorm van kuilen en karrensporen. Het in de sporen aangetroffen vondstmateriaal betreft aardewerk uit de periode 1500 – 1900. Het sporenvlak ligt op een diepte van 70 tot 90 cm -mv. Zo’n 100 ten zuidoosten van het plangebied, aan de Hoge Ham 83, is in 2015 door Econsultancy een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (2472900100). Tijdens dit onderzoek is een deel van een erf uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd aangetroffen. Resten zijn aangetroffen in de vorm van grondsporen (paalkuilen, greppels/sloten, cultuurlagen en een karrensporen) en vondsten (keramiek). Direct ten zuidoosten van de Hoge Ham 83 is in 2019 een verkennend booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 4703738100). Volgens dit onderzoek is de bodem tot 1,15 à 1,4 m -mv recent verstoord, waardoor er in de onderliggende C-horizont geen archeologische resten meer te verwachten zouden zijn. Dit is een twijfelachtig conclusie, aangezien het sporenvlak op het naastgelegen terrein op circa 1 m -mv ligt en grondsporen prima onder de geroerde toplaag aanwezig zouden kunnen zijn. Zo’n 175 m ten noordoosten van het plangebied is in 2019 een booronderzoek (zaakid. 4679974100) uitgevoerd.
Uit dit onderzoek is gebleken dat onder een moderne ophooglaag een eerddek uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd ligt. In het dekzand, dat rond 110 cm -mv begint, is in drie boringen een restant van een podzolbodem aangetroffen. Er een proefsleuvenonderzoek geadviseerd en dit onderzoek is ook in Archis aangemeld (zaakid. 4717881100) maar er is niet bekend of dit onderzoek is uitgevoerd. Eerste bevindingen of een rapport ontbreken. In 2005 is een groot gebied ten noordwesten van het plangebied onderzocht door middel van een bureau- en booronderzoek (plangebied De Beljaart, zaakid. 2094363100). Ook hier zijn overwegend ACprofielen waargenomen. Ook is aan het maaiveld aardewerk uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangetroffen. Een proefsleuvenonderzoek in 2009 binnen een deel van dit plangebied (zaakid. 2263467100) heeft bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, in de vorm van grondsporen (paalkuilen, greppels/sloten en kuilen) en vondsten (keramiek, metaal, dierlijk bot en hout). De overige onderzoeken in de omgeving betreffen booronderzoeken die niet tot vervolg hebben geleid.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 7 van 11
2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Het plangebied ligt waarschijnlijk op een dekzandrug langs de Donge. In het eerste deel van het Holoceen is in dit pleistocene zand een podzolbodem of een beek-/gooreerdgrond ontstaan. In het Neolithicum is het gebied overveend geraakt. Het veengebied is in de Late Middeleeuwen, vanaf de 14e eeuw, ontgonnen, waarna door plaggenbemesting een hoge enkeerdgrond is ontstaan. Onderzoek in de omgeving wijst uit dat het oorspronkelijke podzolprofiel bij de ontginning vaak is verdwenen en het eerddek direct op de C-horizont ligt. Het plangebied ligt ten noorden van de Hoge Ham, een bewoningslint dat in de Late Middeleeuwen is ontstaan. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat bewoningssporen en sporen van landgebruik niet alleen direct langs de Hoge Ham zijn te verwachten, maar ook in de zone direct hierachter, waarin het plangebied ligt. Op grond van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting voor bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze resten worden direct onder een antropogeen eerddek verwacht, voornamelijk in de vorm van grondsporen als paalkuilen, waterputten, sloten/greppels en afvalkuilen. Het sporenvlak, de top van het dekzand, direct onder het eerddek, ligt waarschijnlijk tussen 70 en 110 cm -mv. Mogelijk is op het eerddek ook nog een modern ophoogpakket aanwezig.
Vondsten en indicatoren worden in het eerddek of in de sporen verwacht in de vorm van aardewerk, houtskool, bot, metaal, natuursteen en huttenleem. Alhoewel het plangebied bebouwd is, is het sporenvlak waarschijnlijk beperkt verstoord; de bebouwing is gefundeerd op poeren en de locatie is waarschijnlijk niet grootschalig ontgraven. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen A is laag. Het gebied was toen te nat voor bewoning en/of overveend. Archeologische resten van jagers-verzamelaars uit de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum kunnen wel worden verwacht, voornamelijk in de vorm van een vondstlaag met strooiing van vuursteen en houtskool. Omdat deze vondstlaag met de top van de oorspronkelijke podzolbodem waarschijnlijk is verdwenen bij de ontginning van het gebied, is de verwachting laag voor deze periode. Tabel 1 Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Archeologische periode
Verwachting en complextype
Te verwachten resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Laat-Paleolithicum - Mesolithicum
Laag; bewoningssporen
-
In de top van het dekzand, onder het eerddek, indien er restanten van een podzolbodem aanwezig zijn.
Neolithicum – Late Middeleeuwen A
Laag
-
-
Late Middeleeuwen Nieuwe tijd
Middelhoog; bewoningssporen, sporen van landgebruik
Akkerlagen, cultuurlagen; sloten/greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, verbrand leem, bouwkeramiek.
Vanaf het maaiveld, in of onder een eerddek
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 8 van 11
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Uit het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting heeft voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze resten houden verband met het bewoningslint langs de Hoge Ham en de veenwinning in de Late Middeleeuwen. Archeologische resten worden voornamelijk verwacht in de vorm van grondsporen, direct onder een antropogeen eerddek, vanaf een diepte van 70 tot 110 cm -mv. Eventuele resten worden mogelijk bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden. Omdat het plangebied grotendeels is bebouwd en onderzoek in de omgeving een vrij consistent beeld van de ondergrond geeft (namelijk een eerddek op een C-horizont in dekzand) adviseert Econsultancy om in het plangebied direct een inventariserend veldonderzoek, karterende/waarderende fase uit te voeren en het verkennende booronderzoek over te slaan. Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht, kan dit onderzoek het best worden uitgevoerd als een proefsleuven onderzoek (IVO-P). Dit onderzoek moet worden uitgevoerd op basis van een door de gemeente Dongen goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), nadat de bovengrondse delen van de bebouwing zijn gesloopt. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven.
Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Dongen), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Dongen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Noord-Brabant of de gemeente Dongen.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 9 van 11
BRONNENOVERZICHT Archis 3, Archeologische Monumenten (AMK), 2014: . Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Beschikbaar op: https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie%2Din%2DNederland# (Geraadpleegd: 18 november 2021). Ball, E.A.G., e.a., 2016: Westelijk Noord- Brabant in het Malta-tijdperk Synthetiserend onderzoek naar de bewonings geschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. DANS Data Station Archaeology. Beschikbaar op: https://archaeology.datastations.nl/dataset.xhtml?persistentId=doi:10.17026/dans-2zv-e83q (Geraadpleegd: 25 augustus 2022). ‘Bestemmingsplan Centrum; regels’, 2013: . Beschikbaar op: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0766.BP2013000015-VG01/r_NL.IMRO.0766.BP2013000015VG01_index.html. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, versie 1.1. (Deltares-rapport 2008-U-R0881/A). Beschikbaar op: https://sikb.nl/doc/archeo/leidraden/Leidraad%20ASB%20versie%205_2%20geactualiseerd%20september%202008.pdf. BRL SIKB 4000 Archeologie; versie 4.1, 2018: SIKB. Beschikbaar op: https://sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-sikb-4000 (Geraadpleegd: 11 november 2021). Habraken, J., 2014: ‘Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem. Eisen en kaders voor onderzoek en beoordeling van rapporten.’ Hoogendijk, T., 2015: Archeologische begeleiding langs de Dorpsstraat te Dongen. 343).
VUhbs archeologie, Amsterdam. Beschikbaar op: https://doi.org/10.17026/dans-xvs-v3f7. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME), zonder datum: . Beschikbaar op: http://ikme.nl/ikmekaart.html (Geraadpleegd: 18 november 2021). Jongmans, A., e.a., 2013: Landschappen van Nederland. Wageningen Academic Publishers. Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), 2014: ‘BAG WFS’. Beschikbaar op: https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc6491aa-4d44-a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK), 2013: ‘Kadastrale Kaart v4 WFS’. Beschikbaar op: https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8f25a-4d01-9245-5cf058314ebf. Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT), 2021: ‘TOP25raster’. Beschikbaar op: https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, 2021: ‘Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK RGB 25cm en 7,5cm WMTS’. Beschikbaar op: https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. ‘Kadastrale minuut’, 1811: . Beschikbaar op: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce-mediabank/detail/a76007ca-94d7-11e5-a537-67b8f7bdb77b (Geraadpleegd: 13 januari 2022). ‘Kadastrale minuut, oorspronkelijk aanwijzende tafel’, 1811: .
Beschikbaar op: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce-mediabank/detail/a76007ca-94d7-11e5-a537-67b8f7bdb77b. Koopmanschap, H.J.L.C., L.J. van der Haar & G.J.A. Sophie, 2010: Archeologische Beleidsadvieskaart gemeente Dongen. (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2009/153). Heereveen.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 10 van 11
Monumenten Inventarisatie Project, 2011: Nationaal Georegister. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search?uuid=a12fbec2-a454-40d4-ab0d5505f31d9bea#/metadata/b18a0c7c-1120-414a-b023-68629c8a1da5 (Geraadpleegd: 16 november 2021). Mulder, E.F. de, e.a., 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhof, Groningen/Houten. NGR/Wageningen Environmental Research, 2018: ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc5741ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research, 2021: BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid). Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/757a7c50-540d-4105-9135-73f09f700743. ‘Onze Lieve Vrouweklooster, Dongen, 1405-1710’, 2014: Heemkunde Dongen, 11 juli. Beschikbaar op: https://heemkundeDongen.nl/onze-lieve-vrouweklooster-Dongen/ (Geraadpleegd: 12 januari 2022). PDOK/Rijkswaterstaat, 2018: Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989d9e92ac2f493 (Geraadpleegd: 12 november 2021).
Provincie Noord-Brabant, 2016: Cultuurhistorische Waardenkaart https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8.
(CHW).
Beschikbaar
op:
Stouthamer, E., K. Cohen & W. Hoek, 2015: De vorming van het land. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten, zonder datum: Topotijdreis. Beschikbaar op: https://www.topotijdreis.nl (Geraadpleegd: 15 november 2021).
RAPPORT 18820.002 versie 1
Pagina 11 van 11
Figuur 1. Ligging van het plangebied Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT), 2021.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK), 2013; Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), 2014.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, 2021.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 4. Het plangebied op de geomorfologische kaart
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 5. Het plangebied op de paleogeografische kaart
RAPPORT 18820.002 versie 1
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 6. Het plangebied op de geomorfologische kaart
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 7. Maaiveldhoogte in het plangebied
PDOK/Rijkswaterstaat, 2018.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart
NGR/Wageningen Environmental Research, 2018.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 9. Het plangebied op historisch kaartmateriaal
‘Kadastrale minuut’, 1811; ‘Kadastrale minuut, oorspronkelijk aanwijzende tafel’, 1811; Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten, zonder datum.
RAPPORT 18820.002 versie 1
Figuur 10. Archeologische waarden en onderzoeken
Archis 3, Archeologische Monumenten (AMK), 2014.
RAPPORT 18820.002 versie 1