2022-02 Art. 33 Schriftelijke vragen D66 UKöse- Gronduitgifte Noorderlaan
Tekst van het document
Sc hriftelijke vra gen ex. a rt. 33 R vO Naam:
Ulas Köse
Datum: 22-4-2022 Zaaknummer:
2022-007214
Onderwerp:
Gronduitgifte Noorderlaan
Portefeuillehouder:
Cors Zijlmans
Behandeland ambtenaar: Connie Gorissen Mondeling / schriftelijk beantwoorden Vraag / vragen De fractie van D66 Dongen heeft in juni 2021 technische vragen gesteld met betrekking tot gronduitgifte en de mededingingsruimte die in dat verband aanwezig moet zijn bij die gronduitgifte (bijlage 1). Uit de beantwoording van het college bleek dat het college op dat moment van mening was dat de gemeente bij de uitgifte van gronden aan de Noorderlaan en de Waspikseweg de contractsvrijheid had om zelf te bepalen met welke partij er een contract over de gronduitgifte kon worden aangegaan, zonder dat andere gegadigden de mogelijkheid hoefden te krijgen om naar dit contract mee te kunnen meedingen. Inmiddels heeft de Hoge Raad op 26 november 2021 in het Didam-arrest (ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaalt dat overheden de verkoop van onroerend goed – dus ook grond – niet langer via een-op-eentransacties met een marktpartij mogen afwikkelen. Andere gegadigden moeten volgens deze uitspraak dus wel degelijk de mogelijkheid kunnen krijgen om mee te dingen. D66 Dongen is van mening dat de gronduitgifte door de gemeente Dongen onder de reikwijdte van het Didam – arrest valt. Bovendien erkent de fractie de gezonde concurrentie die voortkomt uit het bieden van gelijke kansen om mee te dingen naar de beschikbare rechten (mededingingsruimte).
Dit is voordelig voor de onderhandelingspositie van Dongen en daarmee het kunnen realiseren van betaalbare woningbouw.
Pagina 1 van 2
•
Vraag 1: deelt het college de visie van de fractie van D66 Dongen dat (onder verwijzing naar Didam – arrest) met betrekking tot de gronduitgifte aan de Noorderlaan mededingingsruimte moet worden gecreëerd? Zo nee, waarom niet?
Transacties (gronduitgifte) die in strijd met de mededingingsruimte tot stand komen zijn in strijd met artikel 3:14 BW kunnen leiden tot een schadevergoedingsverplichting voor de gemeente Dongen. Om tot zo een schadevergoedingsvordering te komen moet een derde aangegeven hebben ook belangstelling te hebben voor de gronduitgifte.
•
Vraag 2: is er de afgelopen vijf jaren grond uitgegeven waarbij het college op zijn minst genomen enig vermoeden had kunnen hebben dat er meer partijen belangstelling hebben dan de partij waar de grondtransactie mee tot stand is gekomen? Zo ja, welke grondtransacties betreft dit?
Pagina 2 van 2