2022-019596 Bijl1- Notitie Gemeenschappelijke Regelingen
Tekst van het document
Bijlage 1: Notitie Gemeenschappelijke Regelingen Inleiding Het is voor gemeenten mogelijk om samenwerkingsverbanden te sluiten met één of meer andere gemeenten en/of overheidslichamen (Provincie, waterschappen, e.d.). Het wettelijk kader daarvoor is te vinden in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De gemeente Dongen neemt deel aan 7 gemeenschappelijke regelingen. Dit zijn enkel samenwerkingen met andere gemeenten: 1. Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant; 2. Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden en West-Brabant; 3. Gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant (Tilburg en omliggende gemeenten); 4. Gemeenschappelijke regeling Hart voor Brabant (GGD); 5. Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulance Voorziening (RAV); 6. Gemeenschappelijke Regeling Diamantgroep; 7. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant. Verplichte versus vrijwillige regelingen In de basis zijn er twee redenen voor een gemeente om aan een gemeenschappelijke regeling deel te nemen. In het geval van een vrijwillige deelname besluiten gemeenten om een gemeentelijke taak gezamenlijk uit te voeren. Argumenten om samen te werken zijn vaak te vinden in de specifieke kennis en vaardigheden die vereist zijn om de taak uit te voeren en in de (hoge) uitvoeringskosten die zelfstandig uitvoeren met zich meebrengt.
In geval van verplichte samenwerking wordt de samenwerking opgelegd door de Rijksoverheid. In die gevallen stelt de Rijksoverheid voorwaarden aan de uitvoering van taken én bepaalt het Rijk dat de Rijksmiddelen die gemeenten ontvangen rechtstreeks naar een samenwerkingsverband worden uitgekeerd of worden middelen die voorheen aan gemeenten werden uitgekeerd, rechtstreeks aan de gemeenschappelijke regeling uitgekeerd. College- versus raadsregelingen Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn er twee soorten regelingen mogelijk: een gemeenschappelijke regeling gesloten door colleges en een gemeenschappelijke regeling gesloten door gemeenteraden. Dongen kent enkel collegeregelingen. Een collegeregeling houdt in dat het college de gemeenschappelijke regeling sluit en daarmee ook zorgt voor vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (eventueel ook dagelijks bestuur) en verantwoording aflegt richting de gemeenteraad. Een raadsregeling is een regeling waarin de gemeenteraad de regeling sluit en waarin daarmee een raadslid zitting neemt in het algemeen bestuur (eventueel dagelijks bestuur) en verantwoording aflegt naar de gemeenteraad. Iedere gemeente die deelneemt aan een gemeenschappelijke regeling heeft dus automatisch zitting in het algemeen bestuur. Het DB van een gemeenschappelijke regeling wordt gekozen op basis van stemming in het algemeen bestuur.
Het aantal gemeenschappelijke regelingen dat door raden wordt aangegaan is in Nederland (zeer) beperkt. De regelingen die door raden worden aangegaan hebben in de regel betrekking op bestuurlijke samenwerking. De gemeente Dongen neemt voornamelijk deel aan regelingen waar op uitvoeringsvlak wordt samengewerkt. De gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant, op het onderdeel Jeugd, vormt daarop een uitzondering. De Rijksoverheid verplicht op dat onderdeel bestuurlijke samenwerking. Oók de veiligheidsregio en de Omgevingsdienst West-Brabant zijn (in zekere zin) verplicht. Taken en bevoegdheden van de gemeenteraad (verplichtingen voor de gemeenschappelijke regeling) Aangaan of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling Een college kan pas een gemeenschappelijke regeling aangaan nadat de gemeenteraad via die gemeente daarvoor toestemming heeft verleend. Daaruit volgt logischerwijs dat een college pas kan instemmen met een wijziging van de gemeenschappelijke regeling, als de gemeenteraad toestemming heeft verleend voor het tekenen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Voor het aangaan van een raadsregeling geldt dat de gemeenteraad zelf besluit tot het aangaan en wijzigen van een gemeenschappelijke regeling.
Planning en control Sturing door gemeenten vindt plaats via p&c instrumenten: 1. Kadernota Ieder gemeenschappelijke regeling is verplicht om uiterlijk 1 april een kadernota toe te sturen. De kadernota is een voorloper van de begroting voor het jaar opvolgend. In de kadernota schetst het algemeen bestuur de beleidsontwikkelingen op het werkterrein van de gemeenschappelijke regeling en wordt grofmazig de financiële ontwikkeling weer gegeven. De kadernota wordt op basis van de Wet ter kennisname toegestuurd. De gemeenteraad ontvangt de kadernota als ingekomen stuk. Uitzondering vormt de gemeenschappelijke regeling Hart voor Brabant (GGD). De gemeenschappelijke regeling gaat op dit punt verder dan de Wettekst. De GGD biedt gemeenten de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Dit betekent dat de kadernota met een raadsvoorstel wordt voorgelegd aan de gemeenteraad 2. Begroting en begrotingswijzigingen De Provincie houdt, net als bij gemeenten, toezicht op de financiële huishouding van een gemeenschappelijke regeling. De Wet schrijft voor dat een gemeenschappelijke regeling uiterlijk 15 september de vastgestelde begroting over het opvolgende jaar toestuurt naar de Provincie. Het vaststellen van de begroting is een bevoegdheid van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
Maar ten aanzien van de begroting van een gemeenschappelijke regeling hebben de raden van de deelnemende gemeenten de bevoegdheid om een zienswijze in te dienen bij de begroting. Dat betekent dat de begroting van iedere gemeenschappelijke regeling met een raadsvoorstel aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. In praktische zin stelt het algemeen bestuur een concept-begroting vast. Deze conceptbegroting wordt voor zienswijzen toegestuurd aan alle raden van deelnemende gemeenten. De raden krijgen op basis van de Wet tenminste 12 weken om een zienswijze in te dienen. Na deze 12 weken, maar dus vóór 15 september behandelt het algemeen bestuur de zienswijzen en neemt besluiten om zienswijzen al dan niet door te vertalen in de definitieve begroting. Na besluitvorming over de zienswijzen, wordt de begroting vastgesteld en toegestuurd aan de Provincie. Het algemeen bestuur laat de gemeenten weten welke zienswijzen er zijn ingediend en hoe de definitieve begroting is vastgesteld. Voor begrotingswijzigingen gelden dezelfde stappen: een gewijzigde begroting kan pas door het algemeen bestuur worden vastgesteld nadat de raden van deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze kenbaar te maken. Ook in dit geval geldt daarvoor een termijn van 12 weken. 3. Jaarstukken Na een begrotingsjaar wordt het jaar financieel afgesloten met een jaarverslag en jaarstukken.
Deze jaarstukken moeten uiterlijk 15 juli worden toegestuurd aan de Provincie als toezichthoudend orgaan. Vaststelling van de jaarstukken is een bevoegdheid van het algemeen bestuur. De Wet stelt het algemeen bestuur verplicht om de jaarstukken ter kennisname toe te sturen aan de raden van de deelnemende gemeenten.