CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-010566 Bijl2- Was-wordt RvO 2017 - 2023 v012023

Besluitvormende raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2022-010566 Reglement van Orde 20237.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2017 Tegen de achtergrond van de gemeenteraadsverkiezingen 2022 wordt voorgesteld de Reglement van orde voor vergaderingen en overige werkzaamheden van de raad 2017 te actualiseren. Dit is gedaan conform het gewijzigde model Reglement van Orde van de VNG en enkele wijzigingen door de griffie naar aanleiding van onduidelijkheden of gewijzigde manier van werken. Het grootste deel van de voorgestelde aanpassingen zijn wetstechnische, taalkundige of redactionele verbeteringen die er vooral toe strekken de bepalingen duidelijker en waar mogelijk korter te maken. Daarnaast worden er enkele inhoudelijke aanpassingen voorgesteld die ertoe strekken het reglement verder aan te laten sluiten op behoeften in de praktijk. De wijzigingen worden hieronder aangegeven. Leeswijzer Wijzigingen conform model RvO VNG In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Wijzigingen door de griffie In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1.

Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder:  amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;  griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;  initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;  motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;  subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;  voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.

Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder:  amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit;  griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;  initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;  motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;  subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;  voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.  wet: Gemeentewet  opinieweergave: een beknopte weergave van de behandeling van een onderwerp dat tijdens een opiniërende raadsvergadering als bespreekpunt voor de besluitvormde raadsvergadering wordt geagendeerd.  raadsinformatiesysteem: een digitaal systeem waarin alle vergaderingen en bijbehorende vergaderstukken van de gemeenteraad worden opgeslagen, in de gemeente Dongen Notubiz.

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Pagina 1 van 15

Bestaande tekst Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad. 5. Het presidium stelt de vergadercyclus en planning van de gemeenteraad vast. 6. Het presidium bereid de voorlopige agenda's voor raadsvergaderingen voor. 7. Het presidium vergadert zo vaak als de voorzitter het nodig acht, of als tenminste twee fracties, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.

Een nieuw artikel wordt toegevoegd Bestaande tekst n.v.t.

Nieuwe tekst Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad, en stel stelt de vergadercyclus en planning van de gemeenteraad vast. 5. Het presidium vergadert zo vaak als de voorzitter het nodig acht, of als tenminste twee fracties, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 6. Het presidium neemt besluiten met meerderheid van aanwezige leden. 7. De vergaderingen van het presidium vinden in beslotenheid plaats. De agenda en vastgestelde besluitenlijst wordt openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem.

Nieuwe tekst Artikel 3. De Voorzitter 1. De voorzitter is belast met het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen van de raad, het doen naleven van het reglement van orde en wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. Wanneer de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder dan wel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de waarnemend voorzitter.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3. De griffier kan op uitnodiging van de raad en/ of de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Nieuwe tekst Artikel 4. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de raad en/ of de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt

Nieuwe tekst Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt

2.

3.

4.

5.

de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5. Benoeming wethouders Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

2.

3.

4.

5.

de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Nieuwe tekst Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt in een openbare bijeenkomst of benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Nieuwe tekst

Artikel 6. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Een nieuw artikel wordt toegevoegd Bestaande tekst n.v.t.

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken. 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden.

Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Nieuwe tekst Artikel 8. Vergadermodel 1. Het vergadermodel bestaat uit raadsinformatieavonden, gespreksavonden, opiniërende raadsvergaderingen en besluitvormende raadsvergaderingen. 2. De agendacommissie besluit op welke wijze als bedoeld in lid 1 een raadsbesluit wordt voorbereid.

Nieuwe tekst Artikel 9. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een opiniërende raadsvergadering de raadsleden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een digitale oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, is artikel 11, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een

raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 3. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op de gemeentelijke website gepubliceerd. Als na het verzenden van de oproep nieuwe stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Op verzoek kunnen vergaderstukken schriftelijk worden verstrekt. 4.

Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de gemeentelijke informatiekrant, via de gemeentelijke website en gemeentelijke sociale media.

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van

Nieuwe tekst VERVALLEN

Nieuwe tekst Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep op het raadsinformatiesysteem gepubliceerd. Als na het verzenden van de oproep nieuwe stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en deze verleent de raadsleden op verzoek inzage.

Nieuwe tekst Artikel 11. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de gemeentelijke website, de gemeentelijke informatiekrant, via het raadsinformatiesysteem en de sociale media van de gemeenteraad.

Nieuwe tekst Artikel 12. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van

presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Spreekrecht 1. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Tijdens de besluitvormende vergadering kan alleen worden ingesproken over onderwerpen vermeld op ‘de lijst ingekomen stukken en mededelingen’, uitgezonderd de opinieweergaven en de actiepuntenlijst van de gemeenteraad. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn.

De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Een nieuw artikel wordt toegevoegd Bestaande tekst n.v.t.

presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Nieuwe tekst Artikel 13. Spreekrecht 1. In een raadsvergadering kunnen aanwezige burgers, met inachtneming van lid 3 het woord voeren bij het agendapunt spreekrecht. 2. Een spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Gezamenlijk krijgen de sprekers maximaal 30 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 3. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. De voorzitter geeft het woord aan sprekers op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de spreker.

Nieuwe tekst Artikel 14. Spreken tijdens raadsvergadering en handhaving vergaderorde 1. Raadsleden richten zich tot de voorzitter. 2. Indien een raadslid zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, dan wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter

hem over het aanhangige onderwerp het woord in de vergadering ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Nieuwe tekst Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Nieuwe tekst Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de wet kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Nieuwe tekst Artikel 17. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Nieuwe tekst Artikel 18. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 17. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 18. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5.

Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 19. Volgorde stemming over amendementen en moties

Artikel 19. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Nieuwe tekst Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, die niet ingevolge artikel 28 van de wet aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing.

Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Nieuwe tekst Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties

1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 20. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken

Nieuwe tekst Artikel 22. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 5. Wanneer bij de eerste instemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede schriftelijk stemming overgegaan. 6. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 7. Indien bij de tussenstemming of bij de derde

stemming de stemmen staken beslist terstond het lot. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 21. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor digitale verslagen, opinieweergaven en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Het digitale verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Het digitale verslag wordt twee werkdagen na afloop van de vergadering gepubliceerd. 4.

Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 6. Alle verslagen, opinieweergaven en besluitenlijsten, worden ze op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 22. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van het presidium de wijze

Nieuwe tekst Artikel 23. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor opinieweergaven en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. De besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 4.

Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk, na vaststelling, de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Alle opinieweergaven en besluitenlijsten worden op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

Nieuwe tekst Artikel 24. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden via het raadsinformatiesysteem. 2. De raad stelt op voorstel van het presidium

van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 23. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 24. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Nieuwe tekst Artikel 25. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Nieuwe tekst Artikel 26. Verslag besloten vergadering 1. De raad besluit tot het wel of niet opnemen van een besloten vergadering. 2. Bij opname van de besloten vergadering is de opname het verslag van de vergadering. 3. Indien de raad besluit om de besloten vergadering niet op te nemen, wordt een schriftelijk verslag van de raadsvergadering gemaakt. 4. Opnames, conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem. 5. Deze opnames, verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de opnames het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 6. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 25. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Nieuwe tekst Artikel 27. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 26. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de

Nieuwe tekst Artikel 28. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de

pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 28. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 29. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 30. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter .

pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

Nieuwe tekst Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens, of in diens naam gegeven aanwijzingen.

Nieuwe tekst Artikel 30. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Nieuwe tekst Artikel 31. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Nieuwe tekst Artikel 32. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in, via de griffier, bij de voorzitter.

2. Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 31. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 32. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. Voor het houden van een interpellatiedebat volstaat de toestemming van tenminste twee voltallige fracties, blijkens de presentielijst van de vergadering. 5. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord.

De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 33. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge

2. Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3. Het college wordt voor de inhoudelijke behandeling in gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.

Nieuwe tekst Artikel 33. Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Nieuwe tekst Artikel 34. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. Voor het houden van een interpellatiedebat volstaat de toestemming van tenminste twee voltallige fracties, blijkens de presentielijst van de vergadering.

Nieuwe tekst Artikel 35. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge

2.

3.

4.

5.

6.

beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

2.

3.

4.

5.

6.

beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Vragen die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. Raadsleden kunnen bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 34. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier . 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 15 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Nieuwe tekst Artikel 36. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier . 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 15 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 35. Vragenhalfuur 1. Voorafgaand aan iedere besluitvormende raadsvergadering, om 20.00 uur, is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen wil stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en ten minste 48 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin

Nieuwe tekst Artikel 37. Vragenhalfuur 1. Bij aanvang van iedere besluitvormende raadsvergadering is een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en de vraag ten minste 48 uur voor aanvang van het

4.

5.

6.

7.

8.

aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

vragenhalfuur bij de voorzitter. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Het vragenhalfuur duurt maximaal 30 minuten; aangemelde vragen die tijdens het vragenhalfuur niet kunnen worden beantwoord, worden zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord.

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 36. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Nieuwe tekst Artikel 38. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 37. Intrekken oude reglement Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2009 wordt ingetrokken.

Nieuwe tekst Artikel 39. Intrekken oude reglement Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2017 wordt ingetrokken.

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 38. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 17 maart 2017. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2017

Nieuwe tekst Artikel 40. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 01 maart 2023. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12117060/4