2022-010159 Bijlage 2- Financieel-technische uitgangspunten begroting 2023
Tekst van het document
Financiële uitgangspunten De financiële uitgangspunten voor de Begroting 2023 zijn: 1. De Algemene Uitkering wordt geraamd op basis van de meicirculaire 2022. 2. Voor de meerjarenraming wordt uitgegaan van een indexering op baten en lasten. Ten opzichte van de begroting 2022 wordt een indexering toegepast gelijk aan de ontwikkeling bruto binnenlands product in de meicirculaire 2022, met uitzondering van: 2.1. De subsidies stijgen met het landelijk inflatiepercentage (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC)) conform meicirculaire 2022; 2.2. Voor loon- en salarisontwikkeling wordt aangesloten bij de meest actuele inzichten per 1 juli 2022; 2.3. Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen volgen we de besluitvorming in het algemeen bestuur van de betreffende regeling; 2.4. Voor opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd; 2.5. Voor de berekening van de OZB-opbrengst 2023 wordt de opbrengst uit 2022 verhoogd met het landelijk inflatiepercentage conform meicirculaire 2022; 2.6. De opbrengsten marktgelden, pachtgelden, leges en overige belastingen worden geïndexeerd met het landelijk inflatiepercentage conform meicirculaire 2022, tenzij reparatie nodig is om kosten en opbrengsten beter met elkaar in balans te brengen. 3. De rekenrente wordt voorlopig vastgesteld op 0,75%. 4.
Het bedrag voor onvoorziene uitgaven voor de begroting 2023 en volgende jaren is € 80.000 per jaar. Het college behoudt de ruimte om gemotiveerd af te wijken van de genoemde uitgangspunten als de doorrekeningen, in de aanloop naar de begrotingsbehandeling, hier aanleiding toe geven.