2022-008687 Oplegger Bestuursrapportage Jeugd HvB Q4 2021
Tekst van het document
Oplegger Bestuursrapportage Jeugdhulp Q4 2021
Inleiding Elk kind heeft het recht om gezond, prettig en veilig op te groeien. Om te dromen, talenten te ontwikkelen en het beste in zichzelf naar boven te halen. Maar dat is niet voor elk kind vanzelfsprekend. Daarom krijgen kinderen in de regio Hart van Brabant ondersteuning waar ze dat nodig hebben. Hier werken de elf gemeenten dan ook hard aan, zowel lokaal als regionaal. Na afloop van ieder kwartaal bekijken we hoe de jeugdhulp in Hart van Brabant ervoor staat, in de vorm van een bestuursrapportage. In deze bestuursrapportage Hart van Brabant Jeugd zijn cijfermatige gegevens opgenomen op het gebied van jeugdhulp. Daar de rapportage met name een cijfermatige weergave is van de jeugdhulp in de regio, duiden we in deze oplegger de belangrijkste ontwikkelingen en achtergronden.
Wat valt op? Aantal cliënten Aantal cliënten in 2021 In vergelijking met 2020 is het aantal cliënten in onze regio gestegen. Deze stijging volgt de landelijke trend. Met name de stijging bij de gemeente Oisterwijk valt op. Deze stijging wordt echter verklaard door de gemeentelijke herindeling die in 2021 heeft plaatsgevonden. Verder zijn de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau per 1 januari 2022 onderdeel geworden van de GR. Vorig jaar heeft er een zogenaamd ‘ingroeipad’ plaatsgevonden, waardoor we een stijging zien van het aantal cliënten. Dit zorgt voor een vervuiling van de cijfers. Wanneer we de cijfers nader bekijken zien we met name een lichte stijging in het aantal cliënten die zijn verwezen vanuit het medisch domein. Bij het onderdeel ‘trend verwijzers’ hieronder, wordt hier nader op ingegaan. Aantal cliënten op 1 januari 2022 Net als in andere jaren, is het aantal jongeren in zorg in januari lager dan in het kwartaal daarvoor. Dit komt doordat een bovengemiddeld deel van de toewijzingen een einddatum heeft van 31 december van een bepaald jaar. Dat is van oudsher zo ontstaan. Daarnaast is er per 1 januari 2022 een nieuw woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel bepaalt, welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp van een jeugdige. Hierdoor zien we dit jaar een groter verschil ten opzichte van andere jaren.
Trend verwijzers Verwijzingen medisch domein We zien een stijging van het aantal verwijzingen via het medisch domein; deze stijging past in een jarenlange trend. We zien dat de verwijzingen vanuit het medisch domein sneller stijgen dan de verwijzingen via de gemeentelijke verwijsroute. Dit komt door een combinatie van factoren. Zo zien we in een aantal gemeenten een wachtlijst bij de toegang, waardoor mensen sneller bij de huisarts terecht kunnen. Ook sommige scholen weten de route via de huisarts beter te vinden. Bovendien ervaren sommige gezinnen de route via de huisarts als gemakkelijker omdat daar niet altijd een integrale vraaganalyse plaatsvindt, zoals dat bij de gemeentelijke toegang gebeurt.
1
Oplegger Bestuursrapportage Jeugdhulp Q4 2021
Omdat dit veel beslag legt op de toch al drukke huisartsen, en we de huisartsen graag ondersteunen bij de lastige taak die ze hebben op het gebied van verwijzen, wordt in veel gemeenten al met een Praktijkondersteuner bij de Huisarts gericht op jeugd (POH Jeugd) gewerkt. Verder zien we net als in andere jaren een stijging van het aantal jeugdigen dat wordt verwezen via de medisch specialist. Dit betreffen voornamelijk verwijzingen naar ADHD+. Deze stijging is echter verklaarbaar door de afwijking van het administratief systeem van ziekenhuizen; deze worden achteraf gecorrigeerd. Er is dus sprake van een tijdelijke administratieve stijging, geen daadwerkelijke stijging. Zorgvormen Wanneer we kijken naar de zorgvormen, dan zien we een daling van arrangementen A en B; en een stijging van arrangementen C, D en E (en in mindere mate arrangement G; arrangement F stijgt tot het derde kwartaal, daarna stabilisatie). Hierin volgen we de landelijke trend van meer complexere problematiek. Mogelijk zien we met de stabilisatie van arrangement F in het derde kwartaal een effect van de controle opvallende looptijden (op- en afschalen arrangementen 2019, 2020).
Hoewel de controles over een andere periode gaan en dus geen direct verband hebben met de cijfers in de Bestuursrapportage, is er in 2021 wel sprake van een lerend effect bij aanbieders en hebben zij verbeteringen in hun administratie- en declaratieproces doorgevoerd. Hierdoor wordt er tussentijds beter op- en afgeschaald, wat zich in de cijfers mogelijk vertaalt in iets minder dure arrangementen. Tenslotte zien we op bij de ernstige dyslexie (EED) een duidelijk corona effect optreden: tijdens de sluitingen van scholen vond hier minder screening op plaats en zien we een duidelijke daling in de cijfers. In het schooljaar 2021/2022 waren de scholen bijna het hele jaar weer open en zien we de cijfers weer stijgen.
2