2022-006030 RV Voorl. jaarstukken 2021 Kaderbr 2023 Ontw.begr. 2023 OMWB
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Datum
26 april 2022
Zaaknummer
2022-006030
Portefeuillehouder
I.C.H. Jansen
Behandelend ambtenaar
Leen Augustijn
Besluitvormende raadsvergadering
2 juni 2022
Onderwerp
Raadsvoorstel Kaderbrief OMWB 2023, Ontwerpbegroting OMWB 2023 en Voorlopige jaarstukken OMWB 2021
VOORSTEL 1. Kennis te nemen van de Voorlopige jaarstukken OMWB 2021; 2. Kennis te nemen van de Kaderbrief OMWB 2023; 3. Kennis te nemen van de Ontwerpbegroting 2023 OMWB; 4. De in dit voorstel geformuleerde opmerkingen middels de bijgaande conceptbrief als zienswijze bij de OMWB in te dienen. INLEIDING Van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), zijn de Voorlopige jaarstukken 2021, Kaderbrief 2023 en de Ontwerpbegroting 2023 ontvangen. Als deelnemer aan de gemeenschappelijke regeling OMWB, heeft de gemeenteraad van de gemeente Dongen m.b.t. de ontwerpbegroting een controlerende taak. Indien gewenst kunnen hiertegen zienswijzen worden ingediend. Om deze reden worden de belangrijkste punten in de ontwerpbegroting in het navolgende kort genoemd en toegelicht. M.b.t. de voorlopige jaarstukken en de kaderbrief kunnen geen zienswijzen worden ingediend. ARGUMENTEN 1. De Kaderbrief 2023 1.1 In de Kaderbrief 2023 (hierna: de kaderbrief) zijn op hooflijnen de kaders aangegeven, die de basis vormen voor de Ontwerpbegroting 2023 van de OMWB. De beleidsmatige inhoud van de kaderbrief is helder en geeft een goed beeld van de te verwachten ontwikkelingen. De kaderbrief geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. 2. De Ontwerpbegroting 2023. 2.1 De inhoud van de ontwerpbegroting 2023 (hierna: de ontwerpbegroting) sluit goed aan op de inhoud van de kaderbrief.
De ontwerpbegroting is sluitend, goed leesbaar en voldoet aan de eisen van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv). De in de ontwerpbegroting opgenomen meerjarenbegroting 2024 – 2026 is beknopt, maar ziet er op basis van de opgenomen cijfers solide uit.
1
2.2 De kwantificeerbare risico’s zijn afgenomen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de dienst en worden de te verwachten risico’s benoemd. Ten opzichte van 2022 zijn de volgende veranderingen t.a.v. de identificeerbare risico’s opgenomen: - Transitie mens en systeem Ten gevolge van veranderende eisen aan de werknemers (denk aan de Omgevingswet) en de invoering van een nieuw automatiseringssysteem, is t.o.v. 2022 het gewogen risico verhoogd van € 250.000 naar € 350.000,- Problematiek arbeidsmarkt Omdat de formatie nog niet op het juiste peil is wordt naar verwachting in 2023 meer gebruik gemaakt van inhuur, trainees en net afgestudeerden. De twee laatste groepen moeten worden opgeleid en zijn daardoor de eerste twee jaar niet volledig declarabel. Om deze reden is t.o.v. 2022 het gewogen risico verhoogd van € 350.000,- naar € 525.000,- Covid 19 Tijdens de Covid pandemie heeft de OMWB reeds dat productieverlies kan worden beperkt of voorkomen, door werkzaamheden anders aan te pakken of anders in te vullen. Om deze reden is t.o.v. 2022 het gewogen risico verlaagd van € 500.000,- naar € 250.000,- Kosteneffectiviteit In 2021 is in het meerjarige programma een besparing van € 500.000 gerealiseerd als gevolg van de ICT-transitie.
Hierdoor is het totale risico verlaagd zodat het gewogen risico is verlaagd van € 255.000 naar € 180.000,- Harmonisatie verlofrechten In de cao Gemeenten/SGO 2021-2022 is de hervorming van verlofrechten vastgelegd, geldend met ingang van 1 januari 2023. De impact van deze hervorming is in deze begroting in het tarief verwerkt en vormt derhalve geen risico meer. In de ontwerpbegroting bedraagt het totale gewogen risico € 1.905.000,- waardoor de weerstandsratio op 1,01 uitkomt. Deze kan hierdoor als “voldoende” kan worden gekwalificeerd. 2.3 Er zijn twee nog niet kwantificeerbare risico’s. Een nog niet gekwantificeerd risico is dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten verschuift. Het Rijk geeft aan dat dit budgettair neutraal kan omdat het hiervoor beschikbare budget naar de gemeenten gaat. Op dit moment blijkt de provincie echter een aanzienlijk deel van het werkelijk benodigde budget zelf te betalen. Dit gaat zij na de verschuiving niet voor gemeenten doen. In de 1e bestuursrapportage zal hierop worden teruggekomen.
2
Ook zal onder de Omgevingswet het begrip “milieu inrichting” vervallen. Hiervoor in de plaats komt het nieuwe begrip “milieubelastende activiteit” (MBA). Dit kan veroorzaken bedrijven die nu geen milieu inrichting zijn, na het in werking treden van de omgevingswet een milieubelastende activiteit hebben, waardoor ze meldings- of vergunningsplichtig zijn. Het gevolg hiervan is een verandering voor de bijdrage van de deelnemers. Het omzetten van bestaande inrichtingen naar MBA ’s van naar verwachting tussen de twee en acht uur per inrichting kosten. Deze kosten zullen vermoedelijk aan de deelnemers worden doorberekend. 3. De Voorlopige jaarstukken 2021. 3.1 In de Voorlopige jaarstukken 2021 (hierna: de voorlopige jaarstukken) is inzichtelijk gemaakt, wat de resultaten van 2021 zijn. In de voorlopige jaarstukken is door de OMWB duidelijk weergegeven, wat de resultaten van 2021 op zowel beleidsmatig als financieel gebied zijn. Hieruit blijkt dat 2021 wordt afgesloten met een voorlopig positief resultaat van € 164.000,-. Voorlopig, omdat de account de jaarstukken nog moet controleren. Het Algemeen bestuur van de OMWB zal na vaststelling beslissen wat hiermee wordt gedaan. Het positieve resultaat van 2021 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt, doordat het aantal declarabele uren hoger is uitgevallen dan was begroot.
Dat dit hoger uitviel kwam door werkzaamheden anders aan te pakken of anders in te vullen. Bij de kosten waren de inhuurkosten van personeel is € 125.000 hoger dan begroot. Deze overschrijding is ontstaan bij de bedrijfsvoering en is het gevolg, van dataontwikkeling en het niet kunnen invullen van vacatures vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Daartegenover stonden door COVID 19 lagere opleidingskosten, mobiliteitskosten en facilitaire kosten. In 2019 was het resultaat € 699.000,- positief en in 2020 € 482.000,- positief, waardoor de OMWB laat zien de P&C cyclus steeds beter te beheersen. 3.2 Het werkprogramma van de gemeente Dongen is nagenoeg geheel uitgevoerd. De OMWB heeft het werkprogramma voor 2021 vrijwel volledig uitgevoerd. De afwijking hiervan bedraagt in financiële zin ongeveer 1,6% (€ 6.371,- (excl. BTW)). Dit bedrag is van de OMWB terugontvangen. De afwijking van het werkprogramma is gezien de krapte op de arbeidsmarkt en COVID-19 een goed resultaat. Dit goede uitvoeringresultaat hebben zij kunnen behalen door snel te anticiperen op COVID-19. Dit door het onder andere anders uitvoeren van de werkzaamheden (zoals toezicht op afstand).
3
KANTTEKENINGEN Het realiseren van een deel van de kostenbesparing is slechts met de medewerking van de deelnemers mogelijk. De OMWB wil de digitale communicatie met de deelnemers verbeteren. Dit vereist het afstemmen van de aanwezige digitale systemen van de OMWB met die van de deelnemers. Omdat niet alle deelnemers met dezelfde systemen werken, zullen mogelijk aanpassingen aan deze systemen noodzakelijk zijn, waarvan de kosten door de betreffende deelnemers moeten worden gedragen. De vraag is of de deelnemers deze kosten willen betalen. Ook bij het digitaliseren van de gemeentelijke archieven, zullen de kosten hiervoor of eventuele conversiekosten (indien mogelijk), door de betreffende gemeenten moeten worden betaald. Er is nog geen zicht op de hoogte van deze kosten. De deelnemersbijdrage voor de gemeente Dongen is niet juist. Uit bijlage 1 blijkt dat de deelnemersbijdrage voor de gemeente Dongen voor 2023 € 407.650,bedraagt. Bij de berekening hiervan lijkt een fout te zijn gemaakt. Hierop wordt bij het onderdeel “Financiën” teruggekomen.
FINANCIËN - Door de herijking van de zogenaamde MWB-norm in 2022 wordt voor de bepaling van de deelnemersbijdrage van 2023, voor het eerst een gewogen gemiddelde van de afgelopen drie jaar gewerkt. Omdat in deze periode in Dongen bij vergunningverlening een uitschieter naar boven in de kosten zichtbaar is, valt op dit punt de bijdrage voor 2023 € 10.882,- hoger uit dan de bijdrage voor 2022. De vraag dient daarom aan de OMWB te worden gesteld of met dergelijke uitschieters rekening kan worden gehouden. - Door de voornoemde herijking van de MWB-norm is bij de onderdelen repressief, bezwaar & beroep en klachten ook een stijging (€ 7.151,-) van de bijdrage zichtbaar ten opzichte van de bijdrage voor 2022. - In de deelnemersbijdrage voor 2023 is de incidentele bijdrage voor werkzaamheden t.g.v. de Omgevingswet voor 2022 (€ 10.000,-) opnieuw opgenomen. Als deze in 2022 wordt besteed dan dient deze niet in de deelnemersbijdrage te worden opgenomen. - In de deelnemersbijdrage voor 2023 is de incidentele bijdrage voor het toezicht op niet-basistaak bedrijven voor 2022 (€ 35.000,-) opnieuw opgenomen. De gemeenteraad moet hierover nog een beslissing nemen dus het opnemen hiervan is prematuur. Deze opmerkingenzijn in de bijgaande brief als zienswijze aan de OMWB over de begroting 2023 verwoord.
4
VERVOLG Nadat conform het voornoemde advies is besloten zal de brief met een zienswijze worden verzonden. Hierna zal het algemeen bestuur van de OMWB een besluit nemen inzake de ontwerpbegroting. BIJLAGEN - Aanbiedingsbrieven; - Kaderbrief OMWB 2023; - Ontwerpbegroting OMWB 2023 - Voorlopige jaarstukken OMWB 2021; - Concept brief met daarin een zienswijze.
5