2022-003885 Bijlage 3b- BP Danielsweg bijlagen toelichting
Tekst van het document
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 2 van 12
Aan de Danielsweg 1 bevindt zich vanaf 1995 een bloemenkwekerij. Deze is niet meer aanwezig op de onderzoekslocatie. Een bloemenkwekerij is niet verdacht voor het voorkomen van parameters zoals DDT en andere organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB), welke grootschalig toegepast werden wij fruitboomgaarden in de jaren 50 tot 73. Voor zover bij de opdrachtgever en de omgevingsdienst Noord-Brabant bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de bestemming van de onderzoekslocatie te wijzigen en om een zonnepark op het terrein te ontwikkelen. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Noord-Brabant blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Er heeft op en nabij de onderzoekslocatie geen leerlooierij gezeten die voor hogere concentraties chroom in de bodem kunnen hebben gezorgd. De parameter Chroom is in dit onderzoek niet meegenomen. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordwest zijde bevindt zich de Daniëlsweg en een bedrijventerrein; aan de zuidwestzijde bevindt zich de Vierbundersweg en weiland; aan de zuidoostzijde bevinden zich een bossage en weiland; aan de noordoostzijde bevindt zich de Daniëlsweg 5, een woning en een bedrijventerrein.
Aan de Daniëlsweg 8 het oosten van de onderzoekslocatie is in 2000 door Oranjewoud een verkennend bodemonderzoek (d.d. 25-01-2000) uitgevoerd.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 3 van 12
Aan de Daniëlsweg 1-5 is in 2012 door Oranjewoud een verkennend bodemonderzoek (d.d. 29-102012) uitgevoerd. Op de omliggende percelen ten oosten van de onderzoekslocatie aan de Slof zijn in 2000 verschillende verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd door Oranjewoud. Aan de Vierbundersweg zijn enkele partijkeuringen uitgevoerd door Antea Group Oosterhout (rapport 415632.00, d.d. 5 april 2017). Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone 1 met kwaliteitsklasse AW2000 van het gebied waarvoor de regio Brabant gezamenlijk een “Rapport Bodemkwaliteitskaart regio Brabant” (projectnr. 233441, revisie 02, d.d. oktober 2011) heeft opgesteld. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone 5 met kwaliteitsklasse AW2000. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een beekeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig, fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 4,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 4 van 12
4
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
A
noordoostelijke terreindeel
4.000 m
B
zuidwestelijk terreindeel
C
midden terreindeel, reeks onderzochte onderzoekslocatie (2019)
(*A) (*B)
2
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
-
ONV-GR (*A) (*B)
8.000 m2
zware metalen, PAK en minerale olie (erf/bebouwing)
VED-HE (*B)
6.900 m2
-
ONV-GR
Het milieuhygiënische onderzoek naar de bovengrond is een aanvulling op het in 2019 uitgevoerde bodemonderzoek. De totale oppervlakte hiervan is 10.900 m2. Het onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond en het grondwater wordt voor de gehele locatie als 1 geheel onderzocht. De totale oppervlakte hiervan is 1,9 ha
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: ONV-GR : Grootschalig onverdacht VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2 5.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is gefaseerd uitgevoerd op 1 augustus 2019 en 7 mei 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heren J.H.L. Vermorken en R.J.H. Denessen. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 53 boringen geplaatst, verspreid over 3 deellocaties; 43 boringen tot 0,5 m -mv, 5 boringen tot maximaal 2,0 m -mv en 5 boringen tot maximaal 3,0 m mv. Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 5 van 12
5.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, en matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk grindig. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707 ("Bodem Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond") zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. 5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Op het noordelijke deel, zuidelijke deel, en centraal op de onderzoekslocatie zijn 5 peilbuizen (filterstelling 1,75-2,75, 1,80-2,80, 1,50-2,50, 1,50-2,50 en 2,00-3,00 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden zijn ingeschat. 5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 9 augustus 2019 en 14 mei 2020 uitgevoerd door de heren R.J.H. Denessen en T.N.A. Willems. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel II geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel II.
Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
01
noordzijde van deellocatie C
1,75 - 2,75
1,22
02
centraal op deellocatie C
1,80 - 2,80
1,18
587
9
6,9
476
11
6,9
03
Zuidzijde van deellocatie C
1,50 - 2,50
0,98
477
28
7,0
A04
centraal op deellocatie A
1,50 - 2,50
1,01
423
6
6,6
B18
centraal op deellocatie B
2,00 - 3,00
1,65
363
87
6,0
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 6 van 12
6
LABORATORIUMONDERZOEK
6.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Tabel III.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM01
02 (0,80 - 1,00) 03 (0,50 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,50) 06 (1,50 - 2,00) 07 (0,60 - 1,00) 07 (1,50 - 2,00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MM02
01 (1,10 - 1,40) 01 (1,60 - 1,80) 02 (1,50 - 2,00) 04 (0,70 - 1,10) 04 (1,10 - 1,70) 05 (0,80 - 1,00) 05 (1,00 - 1,50) 05 (1,70 - 2,00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MM03
02 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,30) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM04
17 (0,00-0,30) 18 (0,00-0,30) 19 (0,00-0,50) 20 (0,00-0,50) 21 (0,00-0,30) 22 (0,00-0,30) 23 (0,00-0,50) 24 (0,00-0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM05
A01 (0,00 - 0,50) A02 (0,00 - 0,50) A03 (0,00 - 0,50) A04 (0,00 - 0,50) A05 (0,00 - 0,50) A06 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM06
B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM07
B05 (0,08 - 0,50) B07 (0,08 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,08 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM08
B12 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) B21 (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM09
B16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B19 (0,00 - 0,50) B20 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM10
A04 (0,50 - 1,00) A04 (1,00 - 1,50) A04 (1,50 - 2,00) B07 (0,50 - 1,00) B07 (1,00 - 1,50) B07 (1,50 - 2,00) B18 (0,50 - 1,00) B18 (1,00 - 1,50) B18 (1,50 - 2,00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 7 van 12
6.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuuren landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 8 van 12
6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM01
02 (0,80 - 1,00) 03 (0,50 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,50) 06 (1,50 - 2,00) 07 (0,60 - 1,00) 07 (1,50 - 2,00)
-
-
-
MM02
01 (1,10 - 1,40) 01 (1,60 - 1,80) 02 (1,50 - 2,00) 04 (0,70 - 1,10) 04 (1,10 - 1,70) 05 (0,80 - 1,00) 05 (1,00 - 1,50) 05 (1,70 - 2,00)
-
-
-
MM03
02 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,30) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50)
-
-
-
MM04
17 (0,00-0,30) 18 (0,00-0,30) 19 (0,00-0,50) 20 (0,00-0,50) 21 (0,00-0,30) 22 (0,00-0,30) 23 (0,00-0,50) 24 (0,00-0,50)
cadmium
-
-
MM05
A01 (0,00 - 0,50) A02 (0,00 - 0,50) A03 (0,00 - 0,50) A04 (0,00 - 0,50) A05 (0,00 - 0,50) A06 (0,00 - 0,50)
-
-
MM06
B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) minerale olie B04 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50)
-
-
MM07
B05 (0,08 - 0,50) B07 (0,08 - 0,50) lood B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,08 - 0,50)
-
-
MM08
B12 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) B21 (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50)
-
-
MM09
B16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B19 (0,00 - 0,50) B20 (0,00 - 0,50)
-
-
MM10
A04 (0,50 - 1,00) A04 (1,00 - 1,50) A04 (1,50 - 2,00) B07 (0,50 - 1,00) B07 (1,00 - 1,50) B07 (1,50 - 2,00) B18 (0,50 - 1,00) B18 (1,00 - 1,50) B18 (1,50 - 2,00)
-
-
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 9 van 12
Tabel V geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel V.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
01
noordzijde van deellocatie C
barium cadmium koper nikkel
-
-
02
centraal op deellocatie C
barium nikkel
-
-
03
zuidzijde van deellocatie C
barium nikkel
-
-
A04
centraal op deellocatie A
barium koper
nikkel
-
B18
centraal op deellocatie B
barium koper nikkel
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 10 van 12
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Rho adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Danielsweg te Dongen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, en matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak grindig. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707 ("Bodem Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond") zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: Noordwestelijk terreindeel Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond.
In de ondergrond zijn eveneens geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met barium en koper. Deze metaalverontreinigingen zijn, mede gelet op het ontbreken van een verontreinigingsbron voor metalen ter plaatse alsmede in de directe omgeving van de onderzoekslocatie, hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag. Gelet op het regionale karakter van de lichte, en matige metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond kan de onderzoekslocatie als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Deellocatie B: Zuidwestelijk terreindeel Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie “verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig” (VED-HE). De bovengrond is licht verontreinigd met lood en minerale olie. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 11 van 12
Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper, en nikkel. Deze metaalverontreinigingen zijn, mede gelet op het ontbreken van een verontreinigingsbron voor metalen ter plaatse alsmede in de directe omgeving van de onderzoekslocatie, hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd, wordt bevestigd. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Deellocatie C: Centrale terreindeel Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium, koper, en nikkel.
Deze metaalverontreinigingen zijn, mede gelet op het ontbreken van een verontreinigingsbron voor metalen ter plaatse alsmede in de directe omgeving van de onderzoekslocatie, hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "grootschalig onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreiniging met cadmium in de bovengrond, verworpen. Gelet op het regionale karakter van de metaalverontreinigingen in het grondwater, kan het grondwater op de onderzoekslocatie als “onverdacht” ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 29 november 2019) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 25 september 2020.
Rapport 9522.002 versie D3
Pagina 12 van 12
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht