CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-003885 Bijlage 3a- BP Danielsweg toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2022-003885 Vaststellen bestemmingsplan Danielsweg (Tichelrijt III)17.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Danielsweg Dongen

DATUM IMRO IDN

23-3-2022 NL.IMRO.0766.BP2021000072-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Danielsweg ing. J.C.C.M van Jole

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Dongen 076600.20190283

AUTEUR STATUS

ing. H.A.Q. Maas vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Juridische context

8

1.4

Leeswijzer

10

Planvoornemen

11

2.1

Plangebied en omgeving

11

2.2

Toekomstige situatie

14

Beleidskader

18

3.1

Inleiding

18

3.2

Rijksbeleid

18

3.3

Provinciaal beleid

20

3.4

Gemeentelijk beleid

24

Milieu- en omgevingsaspecten

28

4.1

Inleiding

28

4.2

Verkeer en parkeren

28

4.3

Bedrijven en milieuzonering

30

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

31

4.5

Geluid

36

4.6

Externe veiligheid

37

4.7

Luchtkwaliteit

41

4.8

Funnel, IHCS en ILS

42

4.9

Kabels en leidingen

44

4.10

Bodem

44

4.11

Water

47

4.12

Ecologie

53

4.13

Duurzaamheid

57

4.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

58

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

59

Wettelijke eisen

59

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

5.1

3/65

5.2

Opzet van de bestemmingsregeling

59

5.3

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

60

5.4

Toelichting op de algemene regels

62

5.5

Toelichting op de overgangs- en slotregels

62

Uitvoerbaarheid

64

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

64

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

Hoofdstuk 6

4/65

Toelichting

5/65

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De bedrijventerreinen Tichelrijt I en II te Dongen - weergegeven in figuur 1.1 - zijn te karakteriseren als lokale bedrijventerreinen met bovenlokale betekenis. Op de terreinen zijn zowel aan de kern en directe omgeving gebonden bedrijven gevestigd als bedrijven met een bovenlokale oriëntatie. Deze bovenlokale oriëntatie is aanzienlijk. Het totale bedrijventerrein Tichelrijt is nagenoeg volledig uitgegeven. Er zijn slechts nog enkele percelen op het bedrijventerreinen beschikbaar aan de weg De Nestel. De ruimtelijke hoofdstructuur van het bedrijventerrein Tichelrijt wordt bepaald door de ligging tussen de Vierbundersweg en het Wilhelminakanaal en door het riviertje de Donge dat ter hoogte van het bedrijventerrein in oostwestelijke richting loopt.

Figuur 1.1 Bedrijventerreinen Tichelrijt I en II (Bron: Gemeente Dongen, 2019) Uitbreiding van het bedrijventerrein is al sinds jaren voorzien aan de oostzijde (Tichelrijt III) en ten zuiden van de vierbundersweg (Tichelrijt Zuid) zoals is vastgelegd in de structuurvisie Dongen 2020. Bedrijventerreinen in de gemeente Dongen, waaronder bedrijventerrein Tichelrijt, zijn vanuit provinciaal oogpunt aangewezen als lokale bedrijventerreinen. Uitbreiding ervan mag enkel voor lokale bedrijvigheid en vraag gestuurd. Om lokale behoefte te kunnen accommoderen wil de gemeente aan de oostzijde van Tichelrijt II, ter plaatse van de uitbreidingszone Tichelrijt III, een strook van ongeveer 2 hectare langs de Danielsweg bestemmen tot bedrijventerrein. De gronden waar in de toekomst de uitbreiding Tichelrijt III is voorzien, zijn nog gedeeltelijk agrarisch in gebruik. Aan de oostzijde van het bestaande bedrijventerrein, op het adres Danielsweg 1, zijn een woonhuis en

6/65

bijbehorende opstallen aanwezig. De agrarische bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en het perceel DGN01 - L - 147 is aangekocht door de gemeente Dongen. De gemeente wenst een gedeelte van dit perceel te bestemmen tot 'Bedrijventerrein' ten behoeve van de vraaggerichte uitbreiding van het bedrijventerrein Tichelrijt. Voor het plangebied geldt de beheersverordening 'Tichelrijt' (onherroepelijk vastgesteld op 13 oktober 2016) en heeft hierin de bestemming 'Agrarisch'. Tevens is de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' van toepassing. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe bedrijfsbestemming waarmee bedrijfsvoering tot en met bedrijfscategorie 3.1 of 3.2 mogelijk wordt gemaakt. Door middel van een nieuw bestemmingsplan kan de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van het bedrijventerrein Tichelrijt, ten zuiden van de kern Dongen. Het plangebied grenst aan de Vierbundersweg in het zuiden, de Danielsweg in het westen, een groenzone, de inrit van Danielsweg 5 en het riviertje de Donge in het noorden en de agrarische gronden in het oosten van het plangebied. De ligging van het plangebied is weergegeven in de figuren 1.2 en 1.3.

Figuur 1.2 Ligging plangebied ten opzichte van de kern Dongen (Bron: Google Maps)

7/65

Figuur 1.3 Aanduiding plangebied (Bron: Google Maps)

1.3

Juridische context

Ter plaatse van het plangebied vigeert de beheersverordening 'Tichelrijt' (vastgesteld door de gemeenteraad op 13 oktober 2016). De plankaart is weergegeven in figuur 1.4. Voor het verordeningsgebied golden diverse bestemmingsplannen variërend in leeftijd. Met de beheersverordening zijn de bestemmingsplannen samengevoegd tot één actuele juridisch-planologische regeling. In het verordeningsgebied zijn naast het feitelijke bestaande toegestane gebruik ook onbenutte juridisch-planologische gebruiks- en bouwmogelijkheden uit de geldende bestemmingsplannen betrokken en opnieuw vastgelegd. De beheersverordening werkt met zogenaamde 'besluitvlakken' en 'besluitsubvlakken' waarmee is aangegeven welke regels per locatie gelden. Het plangebied ligt binnen de besluitvlakken 'Agrarisch' en 'Groen'. De in de besluitvlakken 'Agrarisch' en 'Groen' gelegen gronden (en bestaande bouwwerken) mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. Bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

In aanvulling hierop is het ter plaatse van het besluitvlak 'Agrarisch' toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor: de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven; de uitoefening van nevenactiviteiten, ondergeschikt aan het agrarische bedrijf; de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in een bedrijfswoning, mits de vloeroppervlakte daarvan ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning bedraagt, met een maximum van 40 m²; aan de functie ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve

8/65

voorzieningen; bij deze functie behorende voorzieningen, zoals: groenelementen; (natuurvriendelijke) oevers; water, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding in het plangebied, zoals waterinfiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins; laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen. Daarnaast is het in aanvulling op het geldende besluitvlak 'Groen' toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor bij deze functie behorende voorzieningen zoals: voet- en fietspaden; water, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding in het plangebied, zoals waterinfiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens. Tevens is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' van toepassing. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe bedrijfsbestemming waarmee nieuwe bebouwing en bijbehorende bedrijfsvoeringen mogelijk worden gemaakt. Door middel van een nieuw bestemmingsplan dit juridisch-planologisch worden geregeld.

Figuur 1.4 Beheersverordening 'Tichelrijt' met aanduiding plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen)

9/65

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het plangebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Dongen. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieuen omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de procedure.

10/65

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Plangebied en omgeving

Het perceel aan de Danielsweg betreft een gedeelte van het kadastrale perceel DGN01 - L - 147 en heeft een omvang van 1,9 hectare. In de huidige situatie is het perceel in gebruik als agrarische grond met daarop een loods (1.200 m²) en een woonhuis met een bijbehorend schuurtje. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en het perceel is sinds 2 januari 2013 in eigendom van de gemeente Dongen. Het plangebied grenst aan de Vierbundersweg in het zuiden, de Danielsweg in het westen, een groenzone, de inrit van Danielsweg 5 en het riviertje de Donge in het noorden en de agrarische gronden in het oosten van het plangebied. Het riviertje de Donge is een laaglandrivier die ontstaat door grond- en regenwater. Het betreft hier de bovenloop van de Donge die even verderop aan de andere kant van het bedrijventerrein kruist met het Wilhelminakanaal en verder afstroomt in de richting van de Amer. Foto's van de huidige situatie van het plangebied zijn weergegeven in de figuren 2.1 t/m 2.4.

Figuur 2.1 Foto plangebied gezien vanaf Vierbundersweg (Bron: Google Maps)

11/65

Figuur 2.2 Foto plangebied gezien vanaf zuidzijde Danielsweg (Bron: Google Maps)

Figuur 2.3 Foto plangebied gezien vanaf noordzijde plangebied (Bron: Econsultancy)

12/65

Figuur 2.4 Foto achterzijde loods met houtopslag (Bron: Econsultancy) Op de overige gronden van de uitbreidingszone Tichelrijt III wordt een zonnepark van zo'n 40.000 panelen gerealiseerd. De locatie van dit zonnepark is weergegeven in figuur 2.5. Hier zal voldoende energie worden geproduceerd om ruim 3.000 huishoudens jaarlijks van groene stroom te voorzien. Inwoners kunnen mee investeren en daarmee eigenaar worden van wat straks Burgerzonnepark Tichelrijt Dongen gaat heten. Wie meedoet ontvangt twintig jaar een eerlijk rendement én neemt zijn verantwoordelijkheid voor het milieu. De duurzaam opgewekte stroom zorgt immers voor een lagere CO2-uitstoot. Daarmee worden de gevolgen van klimaatverandering verkleind en wordt de luchtkwaliteit verbeterd. Zo kan iedereen in Dongen een steentje bijdragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Ten behoeve van deze ontwikkeling is op 5 juli 2018 het bestemmingsplan 'Zonnepark Tichelrijt' vastgesteld.

13/65

Figuur 2.5 Aanduiding locatie Zonnepark Tichelrijt (Bron: Gemeente Dongen, 2019)

2.2

Toekomstige situatie

De beoogde herbestemming is bedoeld om ontwikkeling van lokale Dongense bedrijvigheid te kunnen faciliteren en te kunnen voorzien in de actuele uitbreidings- of verplaatsingsvraag van bedrijven. Dongense bedrijvigheid moet in principe in Dongen kunnen blijven. Een bedrijvenstrook aan de Danielsweg kan vanwege de goede ligging grenzend aan Tichelrijt II en zichtlocatie aan de Vierbundersweg voorzien in de actuele vraag voorzien en aan de ambitie van de gemeente voldoen. Het plangebied aan de Danielsweg krijgt een inrichting met bedrijvigheid uit maximaal milieucategorie 3.2, rekening houdend met milieuzonering richting de (potentiële) woongebieden in de omgeving. Het is daarnaast van belang de juiste stedenbouwkundige kaders te stellen voor deze locatie. Bedrijfspercelen in deze strook presenteren zich met bedrijfsbebouwing aan en georiënteerd op de Danielsweg-Vierbundersweg. Daarbij wordt tussen bebouwing en de weg ruim afstand gehouden voor een kwalitatieve inrichting met groen en water. De ontsluiting van de bedrijfspercelen vindt plaats vanaf de Danielsweg. Het plangebied is daardoor bereikbaar via de bestaande bedrijfswegen op Tichelrijt II welke aansluiten op rotondes op de Vierbundersweg. Er is dus geen sprake van een aparte aansluiting van de Danielsweg op de Vierbundersweg, waardoor de doorstroming op deze provinciale weg gewaarborgd blijft.

Aan de oostzijde van het plangebied dient een relatie en doorkijk richting het achterliggende landschap te worden gecreëerd, waardoor een visuele verbinding met het duurzame zonnepark ontstaat. Aan de noordzijde bieden de (recreatieve) fietsverbinding, het Wilhelminakanaal en het riviertje de Donge ingrediënten voor een groene en functionele inpassing waarbij een samenhang tussen de nieuwe bedrijvigheid en deze recreatieve

14/65

zone ontstaat. De ontsluiting en oriëntatie van bebouwing en bouwblokken van de bedrijven binnen het plangebied is nader te bepalen. Tussen de bebouwing/bouwblokken in het plangebied worden groenstroken aangelegd die zorgen voor differentiatie in het straatbeeld aan de doorgaande route en doorzichten naar het achterliggend gebied. Benodigde waterberging voor het toevoegen van verharding in de strook Tichelrijt III wordt op perceelsniveau ingericht. Daarbij kan open water worden benut om aan de voorzijde van de bedrijfspercelen voor een kwalitatief hoogwaardige inpassing en uitstraling te zorgen. Op het perceel in het zuidwesten van het plangebied vraagt de hoeksituatie om een verbijzondering in de inrichting van het perceel. Een ontwerptekening met de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt weergegeven in figuur 2.6.

Figuur

2.6

Stedenbouwkundige randvoorwaarden Tichelrijt III Bij het realiseren van deze uitbreiding van het industrieterrein moeten de verbindingswegen tussen de Slof en de Danielsweg en de Danielsweg zelf aangepast worden. Beide straten zijn te smal en constructief niet berekend op de te verwachte verkeersbelasting. De Danielsweg is nog een landbouwweg en in zijn geheel ongeschikt voor deze nieuwe doeleinden. Wat betreft landschappelijke inpassing van het gebied is beeldkwaliteit en uitstraling naar het aangrenzende (open) landschap, het Wilhelminakanaal en naar de Vierbundersweg van groot belang. Er wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: de regionale werkafspraken, op basis van een investering van 1% van de kavelopbrengsten;

15/65

zwaartepunt landschappelijke inpassing aan zijde Vierbundersweg, met oog voor de zichtlocatie; passende visuele afscherming ten opzichte van perceel Danielsweg 7; qua uitstraling aansluiten bij bestaande beeld bedrijventerrein Tichelrijt en het zonnepark; waar mogelijk koppeling zoeken met nieuw wegprofiel van de Danielsweg. Het landschappelijk inpassingsplan is weergegeven in figuur 2.7. Om het bedrijventerrein Tichelrijt een groene uitstraling te geven zullen verschillende beplantingselementen toegepast worden. Daar waar mogelijk wordt aangesloten op de groene inpassing van het zonnepark. De groen in te passen delen bestaan uit bloemrijkgrasland, struweel en inheemse bomen. Naast een groene uitstraling hebben de groenstroken ook een ecologische functie. Zo bieden de bomen en het struweel een schuilplaats en broedgelegenheid aan vogels en kleine zoogdieren. Door de Danielsweg te verbreden worden de nieuwe bedrijfskavels goed ontsloten op het huidige bedrijventerrein. Bij de ontwikkeling worden fietsstroken toegevoegd, waardoor het bedrijventerrein ook voor fietsers goed bereikbaar wordt. Ten behoeve van de verbetering van de weg is hier meer ruimte nodig. Hiervoor worden de sloten aan de oostzijde parallel verplaatst naar de zuidzijde van de weg.

Figuur 2.7 Landschappelijk inpassingsplan Om te zorgen dat er geen negatieve effecten zijn op waterhuishoudkundige situatie, wordt de sloot 1 op 1 verplaatst. Op een enkele plek is dit niet haalbaar, daarvoor worden natuurlijkvriendelijke oevers aangelegd ter bevordering van de biodiversiteit. De totale gedempte watergangen hebben een oppervlakte van 579 m2. Door middel van een wadi te realiseren (501 m2) en aan de oostzijde sloten te verbreden (539 m2) wordt er totaal 1.040 m2 aan water gecompenseerd. De route naar de recreatieve zone van het zonnepark is als een voorstel ingetekend.

16/65

17/65

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Het relevante regionale beleid is opgenomen in paragraaf 3.4. Tot slot wordt in paragraaf 3.5 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo’n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en

18/65

ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Inwoners moeten een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR.

Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen, is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.

Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt verstaan 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Toetsing Het bestemmingsplan voorziet in nieuw planologisch ruimtebeslag van 1,9 hectare. Vanaf 500 m2 is er in principe sprake van stedelijke ontwikkeling. Binnen de regio Hart van Brabant zijn op 10 maart 2016 door de gedeputeerde en de portefeuillehouders RO en EZ uitgangspunten bepaald voor de uitgifte van bedrijventerreinen. Het vertrekpunt daarbij is dat een omslag wordt gemaakt van aanbodgericht naar

19/65

vraaggericht ontwikkelen. Dat betekent dat pas ontwikkeld gaat worden bij een concrete vraag van een bepaald bedrijf. Dat doen we pas op het moment dat we samen met de initiatiefnemer hebben vastgesteld dat accommodatie op het bestaand bedrijventerrein niet kan. In de regionale gesprekken is een antwoord geformuleerd op de vraag: als een gemeente geen oplossing kan vinden in het bestaand aanbod mag dan deze gemeente ruimte creëren voor lokaal gebonden bedrijven. Het gaat dan primair om reeds ter plaatse gevestigde bedrijven, of bedrijven die aantoonbaar een belang hebben bij vestiging in de betreffende gemeente. Doet zich een concrete vraag voor, dan mag de gemeente ten behoeve van die vraag uitbreiden. Het totale bedrijventerrein Tichelrijt is nagenoeg volledig uitgegeven. Er zijn slechts nog enkele percelen op het bedrijventerreinen beschikbaar aan de weg De Nestel. Vanwege de toenemende vraag wenst de gemeente het terrein aan de Danielsweg te herontwikkelen tot een nieuwe bedrijfsstrook ten behoeve van de vraaggerichte uitbreiding van het bedrijventerrein Tichelrijt. De ontwikkellocatie is reeds opgenomen in het overzicht van locaties voor de vraaggerichte ontwikkeling Hart van Brabant per gemeente. Daarnaast heeft regionale afstemming plaatsgevonden. Het overzicht is opgenomen als bijlage 1 van voorliggend bestemmingsplan.

3.2.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Vraaggerichte ontwikkeling van bedrijventerreinen en bedrijfslocaties staat hierbij hoog in het vaandel. Toetsing De ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid dient in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied' of in het 'zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling'.

Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) nieuwbestemmings- en transformatieopgaven in of nabij het bebouwde gebied. Hier liggen namelijk de kansen

20/65

om enerzijds in te spelen op de forse woningbouwopgave (circa 120.000 woningen bouwen in de komende tien jaar) en om door middel van nieuwe bedrijvigheid nieuwe werkgelegenheid te creëren. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid en speelt in op de vier hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Vraaggerichte ontwikkeling van bedrijfslocaties is in lijn met de ambitie die de provincie voor ogen heeft. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de komende jaren treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Nood-Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen.

Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. De volgende artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen 'stedelijk gebied' en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e.

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse

21/65

van 'Verstedelijking afweegbaar' voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3.

hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied; b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare.

22/65

Toetsing Het 'stedelijk gebied' zoals gehanteerd door de provincie bestaat uit het 'stedelijk concentratiegebied' en de 'kernen in landelijk gebied'. Naast het 'stedelijk gebied' bestaat een gebied met de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar', welke zich vaak aan de randen van verstedelijkte gebieden bevinden. Het plangebied aan de Danielsweg te Dongen ligt binnen het gebied 'Verstedelijking afweegbaar' zoals gehanteerd binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (figuur 3.1). Binnen deze gebieden kan gemotiveerd en onder voorwaarden worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere voorzieningen om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen. Binnen gebied met de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' liggen verschillende mogelijkheden voor uitbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik.

Figuur 3.1 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: Provincie Noord-Brabant) De beoogde ontwikkeling kan daarnaast ook gezien worden als duurzame stedelijke ontwikkeling. Het perceel wat in gebruik was en bestemd is voor agrarische activiteiten wordt herontwikkeld tot een bedrijfsgebied waarbij nieuwe, duurzame en gasloze bebouwing wordt gerealiseerd. De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het afweegbaar stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Verder zullen maatregelen getroffen worden ten behoeve van de benodigde watercompensatie. Daarnaast wordt er voldoende groen aangelegd als infiltratiemogelijkheid voor regenwater. Dit groen levert tevens een bijdrage aan het tegengaan van hittestress. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad, dorp en het landelijk gebied behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap.

23/65

De beoogde ontwikkeling is hiermee passend binnen de uitgangspunten van de provinciale Interim omgevingsverordening. 3.3.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Dongen 2020 De Structuurvisie bevat het integrale ruimtelijke beleid op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2020. De ambitie die in de visie is vastgelegd is het met open vizier en met zoveel mogelijk inwoners van Dongen nadenken over het creëren, het in stand houden en het versterken van een aantrekkelijke en functionele woon-, werk- en leefomgeving. Centraal staat dat iedereen zoveel mogelijk kan deelnemen aan het wonen, werken en leven in de gemeente en dat de eigenheid van Dongen wordt gewaarborgd. Aan die ambitie zijn drie belangrijke hoofdopgaven gekoppeld. Het gaat om: goed wonen, werken en leven voor iedereen; (cultuur)historisch Dongen; versterken groenblauwe raamwerk. Voor verschillende thema's zijn visies geformuleerd. Relevant voor dit bestemmingsplan zijn de thema's 'Structuurbepalend water', 'Goede economie en voldoende voorzieningen' en 'Verkeer en vervoer'. Op deze thema's wordt hierna ingegaan. Structuurbepalend water Water en waterlopen zijn en blijven beeld- en structuurbepalend voor Dongen. De kansen die er liggen voor de zichtbaarheid en de beleefbaarheid van de Donge binnen de kern Dongen moeten daarbij worden benut.

Hieraan kan invulling worden gegeven door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling grenzend aan de Donge, dit cultuurhistorische waardevolle water als strategische randvoorwaarde in het stedenbouwkundig ontwerp mee te nemen. Tevens door de openbaarheid van de Donge te vergroten door het creëren van wandel- en fietsmogelijkheden langs de beek en door ter plaatse van kruispunten met wegen de Donge beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Bij de stedenbouwkundige uitwerking van een eventuele toekomstige oostelijke uitbreiding van het bedrijventerrein Tichelrijt wordt de beleefbaarheid actief versterkt. Op het bestaande bedrijventerrein zijn de inspanningen niet actief, maar worden de mogelijkheden die zich voordoen benut. Goede economie en voldoende voorzieningen Zuinig ruimtegebruik bestaand bedrijventerrein Op de bestaande bedrijventerreinen ligt het accent op beheer en onderhoud. Bij een aantal private kavels kan door middel van revitalisering nog een kwaliteitsslag worden gemaakt. Door de relatief beperkte uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen binnen de gemeente grenzen van Dongen wordt op de bestaande bedrijventerreinen gezocht naar mogelijkheden voor zuinig ruimtegebruik. Dit kan worden bewerkstelligd door intensivering van het ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het toestaan van grotere bouwhoogtes en een groter

24/65

bebouwingspercentage op de bedrijfspercelen en / of door bijvoorbeeld efficiënt oplossen van parkeren. Uitbreiding bedrijventerreinen Tichelrijt III en Tichelrijt Zuid Uitbreiding van Tichelrijt kan plaatsvinden in de zone tussen de Vierbundersweg en het Wilhelminakanaal (Tichelrijt III) en ten zuiden van de Vierbundersweg (Tichelrijt Zuid). Bij de uitbreiding van Tichelrijt Zuid zijn beeldkwaliteit en uitstraling naar het aangrenzende open landschap en naar de hoofdontsluiting (Vierbundersweg) van groot belang. Dit geldt ook voor Tichelrijt III aan de hoofdontsluiting maar daarnaast ook richting het Wilhelminakanaal, een aansprekend waterfront zorgt voor een kwaliteitsimpuls (eventueel in relatie tot een nieuwe haven). Daar kan ook de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Donge op deze uitbreiding aan bijdragen. Het plangebied aan de Danielsweg is op de structuurvisiekaart (figuur 3.2) onderdeel van de aanduiding 'uitbreiding bedrijventerrein Tichelrijt III en Tichelrijt Zuid'. Duurzame uitbreiding van het bedrijventerrein Tichelrijt is hier dus beoogd, met aandacht voor uitstraling richting Vierbundersweg, zichtbaarheid en beleving van de Donge en relatie met het Wilhelminakanaal.

Figuur 3.2 Uitsnede structuurvisiekaart gemeente Dongen (Bron: Gemeente Dongen) 3.4.2 Welstandsnota Gemeente Dongen (2008) De bebouwde omgeving bestaat uit verschillende woon- en werkgebieden zoals: historische dorpscentra, individuele woningen en kleinschalige woningbouwprojecten van voor de tweede wereldoorlog, naoorlogse woonwijken en bedrijventerreinen. Voor de gebiedsgerichte criteria is Dongen onderverdeeld in de deelgebieden (figuur 3.3): • Historische lintbebouwing; • Dorpswonen; • Woongebieden; • Bedrijventerreinen. Het plangebied bevindt zich net buiten het deelgebied 'Bedrijventerreinen'. Met de uitbreiding van het

25/65

bedrijventerrein zal het plangebied ook tot dit deelgebied gaan behoren. In deze paragraaf wordt hier verder op ingegaan.

Figuur 3.3 Deelgebieden Dongen (Bron: Gemeente Dongen) Bedrijventerreinen Dit deelgebied bestaat uit de bedrijventerreinen: Tichelrijt, Kanaalstraat en De Wildert. Tichelrijt en Kanaalstraat liggen beide in de kern Dongen langs het Wilhelminakanaal. Bedrijventerrein De Wildert ligt aan de Eindsestraat in het buitengebied. De kernen ‘s Gravenmoer en Klein-Dongen-Vaart hebben geen bedrijventerreinen. Het grootste bedrijventerrein binnen de gemeente Dongen is Tichelrijt. Dit terrein ligt ten zuiden van het Wilhelminakanaal en wordt ontsloten door de Steenstraat – Vierbundersweg. Op het bedrijventerrein staat een verscheidenheid aan bedrijven en bebouwing. De aard en omvang van de gebouwen is wisselend. De bedrijfsgebouwen bestaan uit een eenvoudig volume of uit samengestelde volumes: showrooms, kantoor of

26/65

opslagruimten, loodsen, etc. De gebouwen zijn veelal één of twee bouwlagen hoog en meestal uitgevoerd met een plat dak. De afstand van bebouwing tot de openbare weg varieert; er is geen gemeenschappelijke rooilijn. De terreinen zijn veelal verhard, met een indeling bepaald door het productieproces. 3.4.3 Conclusie Het plangebied grenst aan Tichelrijt II en wordt na realisatie daar functioneel en in beeld onderdeel van. De beoogde ontwikkeling speelt in op de principes uit de Structuurvisie Dongen 2020, met name op het gebied van een goede economie en voldoende voorzieningen. Daarnaast is de beoogde ontwikkeling in lijn met hetgeen gesteld wordt in de Welstandsnota van de gemeente. Het bebouwingsbeeld sluit aan op het bestaande bebouwingsbeeld van Tichelrijt II wat wordt gekenmerkt door in aard en omvang wisselende bebouwing. Eenvoudige of samengestelde volumes: showrooms, kantoor of opslagruimten, loodsen, etc. wissel elkaar af. De gebouwen zijn veelal één of twee bouwlagen hoog en meestal uitgevoerd met een plat dak. Ook materialisering is gevarieerd. Het bedrijventerrein presenteert zich aan de Vierbundersweg. Daar wordt ook in de deze bedrijvenstrook extra aandacht gevraagd voor beeldkwaliteit in positionering in de rooilijn, oriëntatie op de Vierbundersweg en in verbijzondering van bebouwing in massa, vorm en materialisering.

27/65

Hoofdstuk 4

4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Verkeer en parkeren

4.2.1 Normstelling en beleid Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 ('Toekomstbestendig parkeren'). De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen uit het Parapluplan Parkeren van de gemeente Dongen (Parkeernormen Dongen, 2020). Conform dit beleid wordt de bovenkant van de bandbreedte aangehouden. Voor het te hanteren kencijfer / parkeernorm wordt een ligging in de rest bebouwde kom aangehouden, de gemeente heeft een matig stedelijk karakter op basis van de adressendichtheid. 4.2.2 Toetsing Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het plangebied wordt ontsloten op de Danielsweg. In zuidelijke richting loopt deze dood bij de watergang tussen de Danielsweg en de Vierbundersweg. In westelijke richting wordt ontsloten op De Slof.

Via deze wegen kan eenvoudig over het bestaande bedrijventerrein de gebiedsontsluitingswegen Steenstraat en Vierbundersweg worden bereikt. De Steenstraat en de Vierbundersweg zijn onderdeel van de provinciale weg N632 die in oostelijke richting naar Tilburg ontsluit. In westelijke richting sluit deze aan op de Duiventorenbaan. Vanaf de Duiventorenbaan wordt in zuidelijke richting naar Rijen ontsloten. In noordelijke richting wordt via de Westerlaan naar de overige wijken van Dongen ontsloten en is via de N629 een verbinding met de A27 aanwezig. Met de ontwikkeling van de nieuwe N629 komt er een rechtstreekse en snellere verbinding vanaf de Steenstraat richting de A27 in westelijke richting.

28/65

Langzaam verkeer Het plangebied is goed ontsloten en bereikbaar voor langzaamverkeer. De Kanaaldijk Zuid is een erftoegangsweg voor gemotoriseerd en langzaam verkeer die de fietsersbrug over het Wilhelminakanaal de verbinding vormt voor langzaamverkeer met de kern Dongen. Via het bestaande bedrijventerrein aan de zuidzijde door middel van een parallelweg/vrijliggend fietspad ten zuiden van de rijbaan van de Steenstraat/Vierbundersweg is de het plangebied bereikbaar voor langzaamverkeer uit oostelijke en westelijke richting. Dit fietspad zorgt voor een verbinding tussen het woongebied en het bedrijventerrein en vervult een regionale fietsverbinding met de gemeenten Oosterhout en Tilburg. Het upgraden naar een snelfietsroute wordt op dit moment onderzocht. Parkeren De parkeerbehoefte dient te worden berekend met de gemeentelijke parkeernormen uit het Parapluplan Parkeren (Parkeernormen Dongen, 2020). Voor de ontwikkeling van de bedrijfsfunctie wordt aangesloten bij de gegeven parkeernormen in de categorie 'bedrijf arbeidsintensief', daarvoor geldt een maximale parkeernorm van 2,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo). Voor een kantoor zonder baliefunctie geldt een maximale parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Bij de exacte uitwerking van het plan dienen deze normen in acht genomen te worden.

Het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein moet voldoen aan de genoemde parkeernormen. Verkeersgeneratie en -afwikkeling Het perceel heeft in de huidige situatie een agrarische bestemming, waarmee het niet meer dan enkele landbouwvoertuigen per etmaal zal genereren. Voor de toekomstige situatie worden de kencijfers van het CROW gehanteerd. Voor de bedrijfsfunctie is aangesloten bij 'bedrijf arbeidsintensief' en geldt per 100 m2 bvo een verkeersgeneratie van 10,9 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). Voor het kantoor zonder baliefunctie geldt per 100 m2 bvo een verkeersgeneratie van 8,1 mvt/etmaal. Bij de exacte uitwerking van het plan dienen deze kencijfers in acht genomen te worden. De berekende verkeerstoename zal in zijn geheel in westelijke richting afwikkelen over de Slof. Via deze weg kan over het bestaande bedrijventerrein de gebiedsontsluitingswegen Steenstraat en Vierbundersweg worden bereikt. Naar verwachting zal de verkeerstoename ten behoeve van het nieuwe bedrijventerrein merkbaar zijn, maar bieden de ontsluitingswegen, rotonde en overige kruispunten voldoende capaciteit om de verkeerstoename naar behoren af te kunnen wikkelen.

De Slof en overige ontsluitingswegen op het bedrijventerrein hebben een breed profiel en de wegen wikkelen enkel bestemmingsverkeer van en naar de gevestigde bedrijven af, waardoor de verkeersintensiteit op de wegen relatief laag is en er geen knelpunten in de afwikkeling zullen ontstaan. Daar komt bij dat met de regionale fietsverbinding langs de Kanaaldijk Zuid het fietsverkeer naar Dongen en de omliggende regio grotendeels wordt gescheiden van het gemotoriseerde verkeer, waardoor verkeersveiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers gewaarborgd blijft.

29/65

4.2.3 Conclusie Het plangebied heeft een goede ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer en fietsers. Per openbaar vervoer is het slecht bereikbaar en voetgangers worden dan ook nauwelijks verwacht. De parkeerbehoefte dient bij verdere uitwerking van het plan te worden berekend aan de hand van de geldende parkeernormen, waarbij het parkeeraanbod op eigen terrein toereikend moet zijn. De toekomstige verkeersgeneratie wordt berekend met CROW kencijfers en mag niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

4.3.1 Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. 4.3.2 Toetsing en conclusie In de beoogde situatie wordt een bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Hiermee wordt een milieuhinderlijke functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. Daarnaast moet getoetst worden of de omliggende agrarische bedrijven geen geuroverlast veroorzaken bij het bedrijventerrein.

In het gebied zijn voornamelijk bedrijven, een ontsluitingsweg en agrarische bestemmingen gevestigd, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'gemengd gebied'. Milieuhinderlijke functie Ten zuiden van het plangebied bevinden zich aan de Vierbundersweg 40 en 42 (bedrijfs)woningen. Omdat er sprake is van een gemengd gebied, is de richtafstand 50 meter voor een bedrijventerrein met bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 3.2. Voor de woning aan de Vierbundersweg 42 wordt hier aan voldaan. De woning aan de Vierbundersweg 40 bevindt zich op circa 45 meter van het plangebied. Binnen het plangebied zullen de eerste 5 meters vanaf de woning niet bestemd worden voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2, maar voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.1. Zo kan er worden voldaan aan de richtafstand. Ten noorden van het plangebied bevindt zich tevens een woning aan de Danielsweg 7. De afstand van woninggevel tot het bestemmingsvlak bedraagt circa 30 meter. Voor deze woning zullen zoneringen aangebracht worden in het plangebied. Tot 50 meter vanaf de woninggevel zal het plangebied bestemd worden voor bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 3.1. Deze categorie heeft een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Hiermee wordt aan de richtafstanden voldaan.

30/65

Tenslotte hebben de gronden aan het adres Danielsweg 5 conform de geldende beheersverordening het besluitvlak 'Gemengd'. Ook ligt er een bouwvlak op het perceel. Het betreft geen milieugevoelige bestemming. Daarom kan gesteld worden dat hier in het kader van milieuzonering geen rekening mee gehouden hoeft te worden. Geurgevoelige functie Aan de Vierbundersweg 40 is tevens een agrarisch bedrijf mogelijk. Er dient vanuit de Wet geurhinder en veehouderij een minimale afstand van 50 meter aangehouden te worden. Het bouwvlak zal op een afstand van ten minste 50 meter van Vierbundersweg 40 komen te liggen. Hiermee wordt voldaan aan de afstand. Met de zoneringen wordt geborgd dat er wordt voldaan aan de richtafstanden. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat er geen bedrijven belemmerd worden in hun bedrijfsvoering. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

4.4.1 Archeologie Normstelling en beleid Nota Cultureel Erfgoed Dongen (2016-2018) De Nota Cultureel Erfgoed Dongen is vastgelegd op 10 maart 2016. De nota bundelt het huidige en nieuwe beleid omtrent cultureel erfgoed in één erfgoednota. Hierbij is de basis gelegd voor een brede, integrale basis voor behoud en versterking van cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Dongen. De gemeente Dongen maakt in de nota haar beleid en ambities op het gebied omtrent cultureel erfgoed kenbaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van onder andere het provinciaal beleid, dat is vertaald naar gemeentelijk beleid, de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Archeologische beleidsadvieskaart. Erfgoedverordening gemeente Dongen 2016 De erfgoedverordening is op 13 oktober 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Centrale beleidsregel daarin is dat het verboden is om in een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. Op het verbod zijn verstoringen uitgezonderd in een gebied: met een lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50.000 m2; met een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2; waarvoor in het bestemmingsplan reeds bepalingen zijn opgenomen voor archeologische monumentenzorg.

Het verbod geldt evenmin indien een rapport is overgelegd waaruit blijkt dat aanwezige archeologische waarden in voldoende mate kunnen worden veiliggesteld of dat deze niet onevenredig worden geschaad dan wel dat in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. Toetsing De gemeenteraad heeft op 10 februari 2011 de archeologische beleidskaart vastgesteld (figuur 4.1). Deze kaart moet gelezen worden in relatie tot de vastgestelde Erfgoedverordening. Voor gebieden met op de AMK en IKAW

31/65

een middelhoge of hoge verwachtingswaarde is het uitgangspunt dat onderzoek wordt uitgevoerd als ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd of gepland die de eventuele archeologische waarden kunnen aantasten. Omdat het aspect archeologie ook is geregeld in de geldende beheersverordening 'Tichelrijt' (zie paragraaf 1.3) is de regeling daarin leidend. In de beheersverordening heeft het plangebied een archeologische dubbelbestemming. Op de verbeelding van de beheersverordening is deze dubbelbestemming aangegeven met kruizen.

Figuur 4.1 Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Dongen (Bron: Gemeente Dongen) Gezien de voorgenomen ontwikkeling waarbij de bodemingreep een oppervlakte heeft van meer dan 100 m2 en de bodemingreep dieper zal zijn dan 50 cm, is archeologisch onderzoek nodig. In het kader hiervan heeft Econsultancy een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van

32/65

archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 2. Hierna is volstaan met een beknopte samenvatting. Onderzoeksresultaten Op basis van het bureauonderzoek worden in het plangebied dekzanden, met daarin een podzolbodem, op terrasafzettingen verwacht. Vanaf de Brons- of IJzertijd is het plangebied door veen overdekt geweest. Het gebied is in de Late Middeleeuwen ontgonnen en heeft sindsdien een agrarisch gebruik gehad. Voor zover bekend is het plangebied nooit bebouwd geweest. In de jaren 1980 is het gebied herkaveld, waarbij mogelijk ook is gediepploegd. Op grond van de landschappelijke situering heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum en een lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Resten uit de periode IJzertijd – Vroege Middeleeuwen worden niet verwacht. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat in het plangebied terrasafzettingen met daarop een dunne laag dekzand aanwezig zijn. In de dekzanden heeft zich een beekeerdgrond gevormd. Dit betekent dat het gebied te maken heeft gehad met periodieke hoge grondwaterstanden en daardoor minder geschikt is geweest voor bewoning.

Verder is het bodemprofiel plaatselijk sterk verstoord door de aanwezigheid van gronddepots en bebouwing. Op grond hiervan wordt de archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Bronstijd van middelhoog naar laag bijgesteld. Geconcludeerd wordt dat toekomstige bodemverstorende werkzaamheden waarschijnlijk geen archeologische waarden bedreigen. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Monumentenhuis Brabant heeft via een formele beoordelingsrapportage (bijlage 3) ingestemd met bovenstaand selectieadvies om het plangebied qua archeologie vrij te geven voor ontwikkeling. Monumentenhuis Brabant adviseert in het gemeentelijk selectiebesluit op te nemen, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is op basis van deze eindconclusies voor het onderzochte gebied komen te vervallen. Daar waar op de verbeelding de bestemming 'Verkeer' geldt, blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van kracht. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de toekomstige ontwikkeling.

4.4.2 Cultuurhistorie Toetsingskader Nota Cultureel Erfgoed Dongen (2016-2018) De Nota Cultureel Erfgoed Dongen is vastgesteld op 10 maart 2016. De nota bundelt het huidige en nieuwe beleid omtrent cultureel erfgoed in één erfgoednota. Hierbij is de basis gelegd voor een brede, integrale basis voor behoud en versterking van cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Dongen. De gemeente Dongen maakt in de nota haar beleid en ambities op het gebied omtrent cultureel erfgoed kenbaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van onder ander het provinciaal beleid, dat is vertaald naar gemeentelijk

33/65

beleid, de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Archeologische beleidsadvieskaart. Cultuurhistorische waardenkaart (CHW) De 'Cultuurhistorische waardenkaart' (vastgesteld 26 september 2006) van de provincie Noord-Brabant vormt het kader voor het inhoudelijke cultuurhistorische beleid met behulp waarvan dat beleid getoetst en ontwikkeld kan worden. Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn meerdere aanduidingen opgenomen (historische bouwkunst, historische stedenbouw, historische geografie (lijnen en vlakken), historische groenstructuren, historische zichtrelaties, archeologische monumenten en indicatieve archeologische waarden). De Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie is in de gemeente vertaald naar de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Dongen (vastgesteld op 15 januari 2014). Toetsing In figuur 4.2 is het plangebied weergegeven in de uitsnede van de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Dongen. In de directe omgeving zijn het Wilhelminakanaal en de Donge, de regionale waterkeringen en enkele straten zijn aangeduid als lijnvormige elementen. Het bosperceel in de oksel van het gebied Tichelrijt III is een historisch groen- vlakelement. Rijksmonumenten ontbreken.

34/65

Figuur 4.2 Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Dongen met aanduiding plangebied (Bron: Gemeente Dongen, 2014) In het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met het versterken van de zichtbaarheid en beleving van de historische lijnelementen van de Donge en het Wilhelminakanaal. Op deze wijze worden omliggende cultuurhistorische waarden in voldoende mate gerespecteerd en versterkt. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het aspect cultuurhistorie.

35/65

4.5

Geluid

4.5.1 Normstelling en beleid (algemeen) De Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit vormen het wettelijk kader voor de beoordeling van geluid voor wegen, windturbines en bedrijven. In de Wet geluidhinder zijn normen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai (industrieterreinen) opgenomen. In het Activiteitenbesluit zijn normen voor individuele inrichtingen en windturbines opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente nog beleid ten aanzien van evenementen. 4.5.2 Wegverkeerslawaai Normstelling en beleid Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.

Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. Toetsing De ontwikkeling maakt geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai kan daardoor achterwege worden gelaten.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel het uitstralingseffect van de verkeerstoename beoordeeld. Op basis van de berekende verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling en de verdeling

36/65

daarvan over het wegennet en gegevens uit het verkeersmodel (gegevens 2030 met huidige ligging N629) is bepaald dat voor de relevante wegen geen sprake zal zijn van een verkeertoename van meer dan 25% ten opzichte van de autonome situatie. Bij een toename van >25% is er namelijk pas een significant effect op de geluidsbelasting. Zodoende zal als gevolg van de ontwikkeling ook geen sprake zijn van een significante geluidtoename langs deze wegen. Het aspect wegverkeerslawaai staat de ontwikkeling niet in de weg. 4.5.3 Industrielawaai Het plangebied ligt buiten gezoneerd industrieterrein en er staat geen windturbine in de buurt. De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit zullen niet worden overschreden. Industrielawaai vormt geen belemmering voor het plan. 4.5.4 Conclusie Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11421797/1