CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-000489 Bijlage 2- Nota van bevindingen Dongen Is de aansluiting te maken

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2022-000489 Onderzoek Rekenkamercommissie 'Is aansluiting te maken'6.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA VAN BEVINDINGEN DONGEN

Is de aansluiting te maken?

Bijlage bij de bestuurlijke nota over een herleidbare koppeling tussen gemeentelijke beleidsambities, financiën en uitvoering

Door de rekenkamercommissie vastgesteld op 3 september 2021

INHOUDSOPGAVE DEEL1

OPZET 1.1 Inleiding 1.2 Waarom juist nu een onderzoek naar de aansluiting? 1.3 Doel van het onderzoek 1.4 Analysekader: sturen en bijsturen 1.5 Aanpak

DEEL 2

CASUS ARBEIDSPARTICIPATIE 2.1 Landelijk beleidskader

DEEL 3

2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3

W-vragen ex ante Wat willen wij bereiken? Wat gaan wij daarvoor doen? Wat mag het kosten?

2.3 2.2.1 2.3.2 2.3.3

W-vragen ex post Wat hebben we bereikt? Wat hebben we gedaan? Wat heeft het gekost?

CASUS GEMEENTELIJK AFVALBELEID 3.1 Landelijk beleidskader 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3

W-vragen ex ante Wat willen wij bereiken? Wat gaan wij daarvoor doen? Wat mag het kosten?

3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3

W-vragen ex post Wat hebben we bereikt? Wat hebben we gedaan? Wat heeft het gekost?

DEEL 1

OPZET

1.1 Inleiding Op gemeentelijk niveau is sprake van een duaal stelsel. Dit duaal stelsel is erop gericht om de taken ‘kaders stellen en toezicht houden’ strikt gescheiden te houden van de taken ‘besturen en beheersen’ (inclusief verantwoording afleggen).

Gemeenteraad en college van B&W hebben ieder hun eigen rol in het cyclisch proces.

1.2 Waarom juist nu een onderzoek naar de aansluiting? Nu de gemeenten mede als gevolg van de forse tekorten in het sociaal domein en de COVID-19-crisis, steeds scherper aan de wind zullen moeten gaan varen, wil de rekenkamercommissie met een praktisch ingestoken onderzoek een bijdrage leveren aan de verdere versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad.

1.3 Doel van het onderzoek De rekenkamercommissie heeft besloten om te onderzoeken in hoeverre voor raadsleden de aansluiting tussen enerzijds beleidsnota’s en anderzijds begrotingen en jaarrekeningen goed te maken is en wil eventueel suggesties ter verbetering aanreiken. Dit doen we aan de hand van twee concrete cases. De doelstelling van het onderzoek is tweeledig: - Het inzichtelijk maken van de mate waarin de aansluiting te maken is tussen enerzijds kaderstellende beleidsnota’s en anderzijds P&C-documenten (programmabegroting en jaarstukken). - Het doen van aanbevelingen ter verbetering van beleidsnota’s en P&Cdocumenten, mede met het oog op de onderlinge aansluiting. In dit onderzoek wil de rekenkamercommissie uitdrukkelijk kijken naar de aansluiting tussen beleidsnota’s en P&C-documenten, waardoor het accent van het onderzoek veeleer ligt op het kunnen beoordelen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. 1.4 Analysekader: sturen en bijsturen Voor raadsleden is de programmabegroting een belangrijk middel om sturing te geven en middelen ter beschikking te stellen (budgetrecht van de raad).

Onder de programmabegroting ligt inhoudelijk een complex aan eerdere raadsbesluiten (zoals kaderstellende beleidsnota’s); en de (financiële) voorbereiding van de programmabegroting heeft al eerder plaatsgevonden in de vorm van een kaderof perspectiefnota, waarmee de raad richting heeft gegeven aan de voorbereiding van de programmabegroting. Voor de raadsleden zijn de jaarstukken een belangrijk moment om terug te blikken, te herijken en – waar nodig – bij te sturen. Idealiter worden binnen de P&C-cyclus de prestaties om de gewenste doelen te bereiken gepland, gemonitord en verantwoord. Hierdoor kunnen de P&C-documenten en de stukken uit de beleidscyclus goed op elkaar aansluiten, waarbij de maatschappelijke doelen en effecten vanuit de beleidsnota’s jaarlijks worden uitgewerkt en verantwoord in de jaarstukken. 1.5

Aanpak

Zes W-vragen De zes ‘wat’-vragen vormen in de voorliggende nota van bevindingen de kapstok voor de presentatie van de bevindingen van de rekenkamercommissie.

We maken onderscheid tussen de 3-Wat vragen die vooruitblikkend worden gesteld (ex ante) en die de gemeenteraad in staat stellen de kaderstellend taak te vervullen; en de 3-Wat vragen die terugblikkend worden gesteld (ex post) en de gemeenteraad in stellen om de controlerend taak te kunnen vervullen. Rollen

Ex ante

Ex post

(Beleidsnota en begroting)

(Jaarstukken en evaluaties)

Kaders stellen:

Wat willen wij bereiken?

Planvorming

Wat mag het kosten?

Besturen en beheersen:

Wat gaan wij daarvoor doen?

Uitvoering Verantwoording afleggen:

Wat hebben wij bereikt?

Uitvoering

Wat hebben wij gedaan?

Toezicht houden:

Wat heeft het gekost?

Actualiseren

Twee beleidsvelden Op basis van een vooronderzoek heeft de rekenkamercommissie besloten twee beleidsvelden te selecteren: A. Arbeidsparticipatie/re-integratie. B. Gemeentelijk afvalbeleid. Voor beide onderwerpen geldt dat er sprake is van een wettelijke taak voor de gemeente. In tegenstelling tot niet-wettelijke taken, heeft de gemeente niet de keuze om geen activiteiten te ondernemen. Beide onderwerpen kennen een mate van beleidsruimte, die lokaal kan worden ingevuld.

rbeids arti i atie

e rotin en

aak eld

al er a elin aak eld

aarstukken en

Afbakening van het onderzoek Het onderzoek is vanuit twee invalshoeken opgebouwd: 1. P&C-documenten (programmabegroting, jaarstukken). 2. eleidsnota’s voor twee geselecteerde beleidsonderwerpen (cases). De rekenkamercommissie onderzoekt beleidsnota’s, programmabegrotingen en jaarstukken vanuit de vraag: bieden deze documenten op zichzelf de informatie, op basis waarvan de raad tot een verantwoord oordeel kan komen? In de bestuurlijke nota wordt hierop nader ingegaan. De rekenkamercommissie heeft kennisgenomen van andere informatiebronnen voor de raad zoals, Burap, raadsinformatiebrieven, raadsbijeenkomsten en monitorinstrumenten. Deze zijn niet in de nota van bevindingen opgenomen, omdat dit afleidt van de centrale vraag van dit onderzoek: in hoeverre is voor raadsleden de aansluiting tussen enerzijds beleidsnota’s en anderzijds begrotingen en jaarrekeningen goed te maken? Twee gezichtspunten Ieder beleidsterrein kan op twee manieren bekeken. Ten eerste kan men vanaf de basis (‘Perspectief vanuit beleidsnota’s’) het beleidsterrein bekijken. De basis wordt gevormd door de kader- en beleidsnota’s die het te voeren beleid motiveren, uiteenzetten en uitwerken in uit oerin s ro ra a’s Ten tweede kan men met een meer globale, minder gedetailleerde blik (‘Perspectief vanuit programmabegroting en jaarstukken’) naar de beleidsterreinen kijken.

Hierbij wordt zowel naar de voornemens (programmabegroting) als naar de resultaten (jaarrekening) van het beleid gekeken. Hoewel de twee gezichtspunten qua detaillering van elkaar verschillen, dienen zij uiteindelijk op elkaar aan te sluiten. Met andere woorden, de kaderstellende en controlerende rollen van de raad maken het noodzakelijk dat de raad makkelijk kan overschakelen van het ene perspectief naar het andere. ‘Perspectief vanuit beleidsnota’s’ Per beleidsveld (arbeidsparticipatie en afvalbeleid) onderzoeken we: • Hoe zijn de doelen en effecten voor het beleidsveld verwoord in de beleidsnota’s en uit oerin s ro ra a’s? Voor de blik van onderop nemen we een ruimere onderzoeksperiode: 20142021. Deze periode is bewust ruim gekozen omdat beleid veelal een meerjarig karakter heeft. In veel gevallen overschrijdt de looptijd van een beleidsnota de termijn van een raadsperiode. We beginnen bij 2014 mede in verband met de decentralisatie per 1 januari 2015 van de Participatiewet. ‘Perspectief vanuit programmabegroting en jaarstukken’ Per beleidsveld (arbeidsparticipatie en afvalbeleid) onderzoeken we: • Hoe is het beleidsveld verwerkt in programmabegroting en jaarstukken voor de jaren 2019-2021? We letten daarbij op de verschillende onderdelen van de begroting en jaarstukken.

De programmabegroting bestaat uit: (a) beleidsbegroting met de bestuurlijke progra a’s, (b) paragrafen zoals verbonden partijen en lokale heffingen; en (c) financiële begroting. De jaarstukken bestaan uit: (a) verslag bestuurlijke ro ra a’s, (b) paragrafen en (c) jaarrekening. Verbetermogelijkheden Zoals uit de tabel in de inleiding (1.1) blijkt, gaat de rekenkamercommissie in dit onderzoek uit van de bekende Plan-Do-Check- Act cyclus (PDCA). In het onderzoek wordt de aansluiting gezocht binnen de doorlooptijd van een PDCAcyclus voor een beleidsveld. De rekenkamercommissie analyseert niet alleen, maar zoekt daarbij ook naar verbetermogelijkheden, gebruik makend van PDCA-cyclus en stelt daartoe bijvoorbeeld de volgende vragen: Plan: • Is er een heldere vertaling van landelijke doelen in lokale doelen? • Is er een concrete motivering van het gevraagde budget? Do: • Worden voorgenomen activiteiten beschreven in relatie tot doelen en budget? Check: • Wordt actief gebruik gemaakt van beleidsindicatoren? • Is er een uitleg van afwijkende uitkomsten van beleidsindicatoren ten opzichte van de gestelde doelen? • Wat gaat goed, in het licht van de gestelde doelen en de gerealiseerde uitkomsten? Act: • Wat kan beter en wat is nodig om de mate van realisatie van de gestelde doelen (effectiviteit) te verbeteren?

DEEL 2 2.1

CASUS ARBEIDSPARTICIPATIE

Landelijk beleidskader

Participatiewet Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De Participatiewet heeft als doel zoveel mogelijk mensen naar werk toe te leiden. Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet geeft gemeenten meer verantwoordelijkheden en mogelijkheden om mensen met een arbeidsbeperking of mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen en te houden. Taakveld 6.5 BBV Arbeidsparticipatie is taakveld 6.5 in het landelijke Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV, besluit 2003).

Tot dit taakveld behoren alle op arbeid gerichte participatie- en re-integratievoorzieningen: • Re-integratie-instrumenten, waaronder Work First, proefplaatsing, participatieplaatsen, vrijwilligerswerk/ sociale activering, detacheringsbanen, scholing, duale trajecten; • Erkenning van Verworven Competenties (EVC), ondersteuning bij starten van een eigen bedrijf, bepaalde vormen van tijdelijke loonkostensubsidie (voor zover ingezet als re-integratie-instrument); • Stimuleringsmaatregelen, waaronder Inkomensvrijlating, stimuleringspremies, vrijlating onkostenvergoeding vrijwilligerswerk, onkostenvergoedingen, No-riskpolis; • Voorzieningen, waaronder Jobcoach, begeleiding Werkvoorzieningen zoals: werkplekaanpassingen, vervoersvoorzieningen, doventolk, brailleregels, aangepaste rolstoel etc.; • Loonwaardebepaling; • Inburgering (WI) cursus Nederlands; • Voorzieningen ter voorbereiding van een zelfstandig bestaan als startend ondernemer en ter begeleiding van startende ondernemers uit het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Regeling beleidsindicatoren gemeenten In de Regeling beleidsindicatoren gemeenten1 staan de verplichte beleidsindicatoren, die gemeenten vanaf 2017 moeten hanteren. Voor arbeidsparticipatie (taakveld 6.5) zijn deze beleidsindicatoren: • Netto arbeidsparticipatie: aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 t/m 64 jaar.

• Lopende re-integratievoorzieningen = aantal per 10.000 inwoners van 15 t/m 64 jaar. 1 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016, nr.

2016-0000177572, tot vaststelling van de beleidsindicatoren die door gemeenten in de ro ra a’s en programmaverantwoording worden opgenomen.

2.2

W-vragen ex ante

2.2.1 Wat willen we bereiken? Beleidsnota De raad van Dongen heeft in december 2013 de beleidsnota "Het Sociale Domein in Dongen" vastgesteld voor de periode 2015-2017. Deze beleidsnota geeft aan dat er - door de korting op de budgetten - weinig geld overblijft voor de ondersteuning (participatie) en re-integratieactiviteiten; en dat er ‘sli e keu es’ gemaakt moeten worden. In de beleidsnota zijn onder meer de volgende keuzes gemaakt: • Inzetten op loonwaarde maximalisatie bij mensen met een loonwaarde tussen de 20 en 80% (o.a. door inzet loonkostensubsidie), • De groep inactieven (loonwaarde lager dan 20%) ondersteunen we door middel van algemeen toegankelijke voorzieningen (denk aan: informatievoorziening, welzijnsactiviteiten, begeleiding naar vrijwilligerswerk, reguliere dagbesteding), • De uitvoering van de ‘oude’ SW-klanten houden we bij de Diamantgroep, • De arbeidsmarktsamenwerking in de regio wordt vooralsnog niet te zwaar ingericht, er worden geen nieuwe instituties gebouwd, maar we zoeken elkaar vooral op waar dat meerwaarde creëert. • We werken regionaal samen waar dat een meerwaarde heeft (o.a. voor de regionale werkgeversdienstverlening, de Diamant-groep en afstemming beleid). Er is een nieuwe visie sociaal domein van de gemeente Dongen (juni 2019) vastgesteld met als ondertitel: Bouwen op de kracht van de samenleving.

Hierin is aangegeven dat de uitgangspunten van de eerdere beleidsnota voor de periode 2015-2017 nog steeds actueel zijn. Programmabegrotingen De Beleidsbegroting 2020 brengt de Participatiewet onder bij: Dongen Zorgt (Armoede) en Dongen Onderneemt (Werknemerschap). De Beleidsbegroting 2021 geeft bij Dongen Zorgt geen toelichting meer op de Participatiewet, wat in de programmabegroting 2020 wel het geval was. Dongen Zorgt is in de programmabegroting 2021 vooral gericht op onderwijs, gezondheid, Wmo, jeugdhulp en armoede. De beleidsbegroting 2021 groepeert onder Dongen Onderneemt, thema Werknemerschap drie BBV-Taakvelden: • 6.3 Inkomensregelingen • 6.4 Begeleide participatie • 6.5 Arbeidsparticipatie In de Beleidsbegroting 2021 zijn de doelen/beoogde effecten voor het overkoepelende Thema Werknemerschap: • Meer Dongenaren participeren naar vermogen in de samenleving. • We leiden meer Dongenaren (uitkeringsgerechtigden, statushouders en jongeren) met arbeidsmogelijkheden toe naar werk.

De doelen worden voor het betreffende begrotingsjaar niet uitgewerkt per BBVtaakveld. Beleidsindicatoren De Beleidsbegroting 2021 noemt onder Dongen Onderneemt, thema Werknemerschap meerdere beleidsindicatoren, die betrekking hebben op arbeidsparticipatie: • Percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking (netto participatiegraad). • Aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot 64 jaar. • Aantal personen dat werkzaam is, ondersteund met loonkostensubsidie. • Aantal personen op een beschutte werkplek. Deze beleidsindicatoren zijn in de beleidsbegroting niet voorzien van taakstellende aantallen. De Programmabegroting 2021 noemt in Bijlage 1 (Beleidsindicatoren, waaronder BBV) beleidsindicatoren en voorziet deze meerjarig van aantallen: Aantal re-integratievoorzieningen per 10.000 Inwoners in de leeftijd 15-64 jaar Netto arbeidsparticipatie: percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking Banen: aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar Loonkostensubsidie: aantal personen dat werkzaam is, ondersteund met loonkostensubsidie Beschutte werkplek: aantal fte met een beschutte werkplek

2016

2017

2018

2019

361,0

378,8

478,4

448,3

68,0

69,5

69,8

71,8

568,4

572,6

580,8

598,7

7

6

27

25

0

2

2,6

4,4

Deze beleidsindicatoren (in bijlage 1) zijn ontleend deels aan de landelijke Regeling beleidsindicatoren gemeenten en deels aan de beleidsnota en programmabegroting. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De beleidsnota "Het Sociale Domein in Dongen" biedt een uitwerking van de landelijke Participatiewet. • De programmabegroting geeft in algemene zin antwoord op de vraag ‘Wat willen we bereiken?’ door centrale beleidsdoelen kort samen te vatten. De W-vraag ‘Wat willen we bereiken?’ is voor arbeidsparticipatie niet SMART beantwoord voor het betreffende begrotingsjaar. • De beleidsbegroting benoemt meerdere beleidsindicatoren, die betrekking hebben op arbeidsparticipatie. Deze ‘beleidsindi atoren’ zijn in de beleidsbegroting niet voorzien van taakstellende aantallen, terwijl in Bijlage 1 van dezelfde programmabegroting de benodigde gegevens wel voorhanden zijn.

2.2.2 Wat gaan we daarvoor doen?

Programmabegrotingen Voor de uitvoering van de Participatiewet wordt in sterke mate ingezet op samenwerking met lokale werkgevers. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende passage uit de Beleidsbegroting 2020: “We verbinden economie en Participatiewet nauwer met elkaar. Dit doen we door de inzet van onze accountmanager die een samenwerking opzet met Dongen Werkt en het regionale WSP (Werkgeverservicepunt) Werkhart. De accountmanager neemt in gesprekken met werkgevers kansen en mogelijkheden voor de inzet van uitkeringsgerechtigden mee. Daarnaast komt in het economisch accountplan aandacht voor initiatieven om te bevorderen dat ondernemers en (potentiële) werknemers met elkaar in contact komen.” In de Beleidsbegroting 2020 wordt ook onder het programma Dongen Onderneemt (Ondernemerschap) de relatie tussen economie en werkgelegenheid benadrukt, alsmede het belang van samenwerking met werkgevers “bij onze uitvoering van de Participatiewet en bij de nieuwe Wet Inburgering. Dongense ondernemers zijn ook in crisistijd bereid gebleken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarktkansen te bieden.” Daarnaast wordt gemeld dat de gemeente vanuit de Participatiewet inwoners kan ondersteunen bij de inzet van (arbeids-)trajecten. Daarbij is vooral sprake van korte interventies.

Door de toenemende werkloosheid als gevolg van de coronacrisis wordt er vooral geïnvesteerd in personen met (op dit moment nog) een korte afstand tot de arbeidsmarkt. “Dit heeft een dempend effect op niet alleen uitkeringslasten de komende jaren, maar ook zorg-budgetten, schuldhulpverlening en armoederegelingen. Investeren in de regionale samenwerking op diverse dossiers past bij de ingezette landelijke lijn en levert ons zowel inhoudelijk als financieel voordeel op.” In Dongen Onderneemt (Werknemerschap) wordt eveneens toegelicht dat door corona meer uitkeringsgerechtigden zich zullen melden met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt: “waardoor via minimale inzet besparingen worden gerealiseerd op onze uitkeringslasten. (…) Dit heeft invloed op het aantal in te zetten trajecten. Daarom investeren wij meer dan voorheen in trajecten die wij via het Regionale WSP (Werkgeversservicepunt) Werkhart kunnen afnemen. Deze trajecten zijn toegespitst op regionale werkgevers en kanssectoren in onze regio.

Op deze manier maken we optimaal gebruik van alle (corona) subsidies op Europees, landelijk en provinciaal niveau, waaronder de eerdergenoemde steunmaatregelen.” In de Beleidsbegroting 2021 is sprake van een accountplan dat in samenwerking met Dongense ondernemers wordt opgesteld: “Het accountplan omvat een uitwerking van het Dongense economische profiel, een plan van aanpak en een economische uitvoeringsagenda (…) en het opstellen van concrete doelstellingen voor het accountmanagement. Dit accountplan wordt verbonden met de regionale economische agenda en met onder andere het sociaal domein (specifiek de Participatiewet) en zal in de zomer van 2021 zijn opgesteld.” Paragraaf verbonden partijen

Een deel van de werkzaamheden in het kader van de Participatiewet voert Dongen uit via de sociale werkvoorziening, de gemeenschappelijke regeling Diamant-groep, om participatiekansen te bieden aan mensen met een beperking en afstand tot de arbeidsmarkt. De taak van de Diamantgroep is beschreven in de paragraaf Verbonden partijen (van de programmabegroting). Deze paragraaf geeft een korte toelichting op doelstelling en taken van de Diamantgroep. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ wordt in de programmabegroting beantwoord met een beschrijving van de taken van accountmanagers en inschatting van marktontwikkelingen. De beleidsbegrotingen beschrijven vooral hoe de gemeente de uitvoering vormgeeft en daarbij de samenwerking met het lokale bedrijfsleven zoekt (met accountmanagers en accountplannen). • De relevante beleidsindicatoren (zie 2.2.1 in deze nota van bevindingen) zouden een concrete verdieping kunnen geven aan de beschrijving van de activiteiten. Deze concretisering is echter niet aangebracht. • De verplichte paragraaf Verbonden partijen (programmabegroting) geeft algemene informatie over de taak van de Diamantgroep.

2.2.3 Wat mag het kosten? De Beleidsbegrotingen 2020 en 2021 tonen bij Arbeidsparticipatie, aangeduid als Taakveld 6.5, de verwachte lasten en baten in totalen. Arbeidsparticipatie (Taakveld 6.5)

Baten Lasten in Dongen Onderneemt

2020 Begroting

2021 Begroting

0

0

364

502

Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat mag het kosten?’ wordt beantwoord voor Taakveld 6.5. De beleidsbegrotingen tonen voor het Taakveld 6.5 totalen, zonder motivering van de hoogte van het gevraagde budget voor arbeidsparticipatie, voor het betreffende begrotingsjaar. • De beleidsbegrotingen geven geen inzicht in de kosten van de onderdelen van het Taakveld 6.5 (BBV).

2.3

W-vragen ex post

2.3.1 Wat hebben we bereikt? Jaarverslagen Het Jaarverslag 2019 geeft onder Werknemerschap antwoord op de W-vraag ‘wat hebben we bereikt?’: • Doorgeleiding naar de arbeidsmarkt: in 2019 hebben we bijna 40 personen duurzaam naar werk geleid. • Invulling taakstelling beschut werk (zonder aantallen) • Invulling werkgeversdienstverlening (zonder aantallen) • Voorbereiding implementatie Wet inburgering (zonder aantallen) Het Jaarverslag 2020 vermeldt de volgende resultaten: • In 2020 hebben we 13 personen duurzaam naar werk begeleid (9 in loondienst en 4 als zelfstandige). Daarnaast zijn 7 personen uitgestroomd naar een opleiding. • In 2020 hebben we 5 fte Beschut Werk gerealiseerd. De landelijke taakstelling was 6 fte. • Met de inzet van onze werkgeversdienstverlener hebben we de relatie met werkgevers verstevigd en hebben we de matching tussen werkgevers en potentiële werknemers bevorderd. Hierdoor hebben meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kans op een baan. Dit citaat is opgenomen om te tonen, dat resultaten worden getoond, deels in kwantitatieve zin en deels kwalitatief als beschrijving. Veelal is niet duidelijk hoe de resultaten zich verhouden tot de gestelde doelen en welke activiteiten zijn ondernomen om de resultaten te bereiken. Beleidsindicatoren Bijlage 2 van de jaarstukken 2020 – geeft een overzicht van de beleidsindicatoren voor alle BBV-taakvelden.

Hieronder volgen de indicatoren die betrekking hebben op Taakveld 6.5. Arbeidsparticipatie.

2017

2018

2019

2020

Netto participatiegraaf Beschutte werkplek Personen met een lopend reintegratietraject

69,5%

69,8%

71,8%

68,4%

2 fte Nb

2,6 fte 178

4,7 fte 197

3,9 fte 249

Deze beleidsindicatoren zijn in de jaarstukken niet voorzien van een uitleg of analyse. Monitor Sociaal Domein Sinds 2017 bestaat een Monitor Sociaal Domein. Het accent ligt hierin op Jeugdwet, Inkomen, Wmo en Participatiewet. De monitor geeft een dashboard, waarmee de voornaamste ontwikkelingen op deze beleidsvelden gevolgd kunnen worden.

Op 2 november 2020 heeft B&W de Raadsinformatiebrief Dashboard Sociaal Domein aan de raad gestuurd. Hierin staat onder meer dat het Dongense Dashboard in de belangstelling van andere gemeenten staat. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De gemeente Dongen lijkt de informatie voorhanden te hebben om de W-vraag ‘Wat hebben we bereikt? SMART en kernachtig te kunnen beantwoorden. Echter in de jaarstukken wordt de W-vraag ‘Wat hebben we bereikt? (naar de effectiviteit van beleid) voor Taakveld 6.5 gedeeltelijk beantwoord. • Het jaarverslag geeft niet expliciet aan in hoeverre de gestelde beleidsdoelen van de kaderstellende beleidsnota "Het Sociale Domein in Dongen" zijn gerealiseerd; en wat dit zou betekenen voor budget en activiteiten. Het jaarverslag geeft ook niet aan in hoeverre de onderdelen van Taakveld 6.5 zijn gerealiseerd. • In bijlage 2 van de jaarstukken staat een meerjarig overzicht van beleidsindicatoren, met uitkomsten. Dit meerjarig overzicht zou een goed hulpmiddel kunnen zijn voor de beoordeling van de effectiviteit van het gevoerde beleid bij arbeidsparticipatie. De bestuurlijke duiding ontbreekt (nog).

2.3.2 Wat hebben we gedaan? Jaarstukken Het Jaarverslag 2019 geeft onder Werknemerschap antwoord op de W-vraag ‘wat hebben we daarvoor edaan?’, onderverdeeld naar: • Doorgeleiding naar de arbeidsmarkt • Invulling taakstelling beschut werk • Invulling werkgeversdienstverlening • Voorbereiding implementatie Wet inburgering Per onderdeel worden uitgevoerde activiteiten beschreven. Het Jaarverslag 2020 beschrijft onder Werknemerschap de uitgevoerde activiteiten aan de hand van de volgende indeling: • Begeleiding naar werk • Beschut Werk • Relatie met werkgevers Zoals eerder aangegeven, groepeert het Jaarverslag 2020 onder Werknemerschap drie BBV-Taakvelden: • 6.3 Inkomensregelingen • 6.4 Begeleide participatie • 6.5 Arbeidsparticipatie Hieronder is de informatie uit het Jaarverslag 2020 over de uitgevoerde activiteiten voor Begeleiding naar werk binnen het thema Werknemerschap letterlijk opgenomen, om te laten zien dat te veel beschrijving contraproductief kan werken. In onderstaande citaat lopen de drie taakvelden 6.3, 6.4 en 6.5 door elkaar heen. Bovendien wordt niet duidelijk gemaakt wat de gemeentelijke inzet (in fte) was op de onderscheiden taakvelden. Doelstellingen, resultaten en activiteiten worden niet scherp gescheiden, maar lopen door elkaar heen. Als gevolg daarvan is het zicht op de activiteiten niet helder.

• Begeleiding naar werk “Om uitstroom uit de uitkering te realiseren, is vooral ingezet op individuele coaching door onze regievoerders en inzet van werkgeversdienstverlening. Vanwege bezuinigingen was ons aanbod van reintegratietrajecten in 2020 beperkt. We hebben zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de regio Hart van Brabant en het Werkgeversservicepunt ons boden. Het uitkeringsbestand over 2020 is tegen de verwachting in redelijk stabiel gebleven. Dit is te verklaren door het succes van de steunmaatregelen vanuit het kabinet en door de inzet van Dongen Werkt. Vanwege corona zijn meer uitkeringsgerechtigden bij de gemeente terechtgekomen, dit was veelal in de Tozoregeling. Het aantal personen in de bijstand is ten opzichte van de cijfers voor de crisis amper gestegen. De invloed van de RIVM-richtlijnen op de doorgeleiding naar de arbeidsmarkt is groot: het heeft invloed gehad op het contact met klanten, op de wijze van begeleiding en op de mogelijkheden van werkgevers om uitkeringsgerechtigden een kans te geven. Desondanks zijn mensen aan een baan geholpen. Dit is te danken aan de inzet van een digitaal Poorttraject waarin we deelnemers snel hebben weten te activeren en door onze werkgeversdienstverleners die binnen de RIVM-richtlijnen alles in het werk hebben gesteld om matches te realiseren.

Mensen uit het doelgroepregister hebben we bemiddeld naar een baan als zij aangaven dit te willen. Hetzelfde geldt voor nietuitkeringsgerechtigden (NUGers).” Paragraaf Verbonden partijen De verplichte paragraaf Verbonden partijen (jaarstukken 2019 en 2020) geeft een korte toelichting op de taak van de Diamantgroep. Er wordt geen beeld gegeven van de activiteiten die de Diamantgroep voor Dongen heeft verricht, met het oog op arbeidsparticipatie. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat hebben we edaan?’ wordt voor Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie onduidelijk beantwoord. De activiteiten voor Taakveld 6.5 worden tegelijk met andere taakvelden beschreven en hierdoor niet SMART beantwoord.

2.3.3 Wat heeft het gekost? De Jaarverslagen 2019 en 2020 tonen totalen voor het overkoepelende thema Werknemerschap. Het hieronder vallende taakveld 6.5 wordt in het jaarverslag niet als zodanig genoemd. In het Jaarverslag 2020 staat voor het overkoepelende Thema Werknemerschap een ‘ inan iële’ toelichting, verdeeld naar Baten en Lasten. Het is - door het verhalende karakter van de teksten - lastig te bepalen wat binnen het Thema Werknemerschap specifiek betrekking heeft op Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie. De toelichting noemt geen bedragen, waardoor het meer een beschouwing is dan een heldere analyse van financiële meevallers en tegenvallers. Pas in een bijlage staan de baten en lasten voor het taakveld 6.5. Bijlage 3 van de jaarstukken 2019 en 2020 - met een overzicht van alle BBV-taakvelden – geeft de totalen voor Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie.

Arbeidsparticipatie (Taakveld 6.5)

Baten Lasten in Dongen Onderneemt

2019 Jaarverslag

2020 Jaarverslag

2

0

782

451

Bevindingen van de rekenkamercommissie: • Het jaarverslag gaat niet herleidbaar in op Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie, omdat het is opgegaan in het overkoepelend thema Werknemerschap. • De W-vraag ‘Wat heeft het ekost?’ wordt voor Taakveld 6.5 pas beantwoord in bijlage 3 van de jaarstukken. In deze bijlage worden de totalen voor het taakveld 6.5 gegeven. • Een heldere indeling (bijvoorbeeld in BBV-taakvelden) zou de informatiewaarde van het Thema Werknemerschap kunnen verbeteren.

DEEL 3 3.1

CASUS GEMEENTELIJK AFVALBELEID

landelijk beleidskader

Wet milieubeheer Volgens de Wet milieubeheer hebben gemeenten een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval dat vrijkomt binnen hun grondgebied. Bij deze landelijke ambitie moet afval meer als grondstof worden beschouwd. LAP De minister van IenW stelt op grond van artikel 10.3 van de Wet milieubeheer een maal per zes jaar een afvalbeheerplan (LAP) vast. In het LAP worden de doelstellingen en uitgangspunten van het afvalstoffenbeleid beschreven. Het afvalbeheerplan is een uitwerking van de EU-kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra Gemeenten dienen zich te houden aan het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP), waarin als ambitie is opgenomen om 65% van het huishoudelijk afval te recyclen. VANG De ambitie van Ministerie van IenW en VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) is opgenomen in VANG: • Van 250 kilo naar 100 kilo restafval per inwoner in 2020 en • 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2020. Het VANG-relatiebeheer is in 2020 ingestoken op het gerichter en intensiever ondersteunen van gemeenten. Uitgangspunt is dat gemeenten vanuit het landelijke VANG-programma intensiever dan in voorgaande jaren en situatiespecifiek worden begeleid bij het zetten van stappen.

Tot het Taakveld 7.3 Afval (BBV) behoren de inzameling en verwerking van bedrijfs- en huishoudelijk afval: • Afvalscheiding en recycling; • Vuilophaal en afvoer; • Vuilstort en verwerking; • Baten afvalstoffenheffing en reinigingsrechten; • Kosten van de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing; • Kosten handhaving van op de juiste manier aanbieden van afval. Regeling beleidsindicatoren gemeenten In de Regeling beleidsindicatoren gemeenten2 staan de verplichte beleidsindicatoren, die gemeenten vanaf 2017 moeten hanteren. Voor afval (taakveld 7.3) is deze beleidsindicator: Omvang huishoudelijk restafval = kg./inwoner per jaar.

2 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016, nr.

2016-0000177572, tot vaststelling van de beleidsindicatoren die door gemeenten in de ro ra a’s en programmaverantwoording worden opgenomen.

3.2

W-vragen ex ante

3.2.1 Wat willen we bereiken? Beleidsnota De gemeenteraad heeft het Grondstoffenbeleidskader vastgesteld, dat in 2020 operationeel wordt. De hoofddoelen in dit gemeentelijk grondstoffenbeleidskader richten zich specifiek op een circulaire economie in 2050. Restafval is de voornaamste prestatie-indicator: • Maximaal 100 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2021; • Maximaal 30 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2025. Het beleidskader geeft hiervoor onder meer de volgende ‘ ertrek unten’: • De inwoner 'als gebruiker' wordt als vertrekpunt genomen in het uitvoeringsplan (het inzamelsysteem moet de gebruikers dienen en niet andersom); • We stimuleren ook lokale ondernemers hun afvalscheiding te verbeteren; • We streven naar een groter bewustzijn over de noodzaak tot afvalscheiding, bijvoorbeeld door het stimuleren van educatie hierover op onze scholen. Programmabegroting In de programmabegroting 2020 en 2021 staan de doelen/beoogde effecten en beleidsindicatoren in twee bestuurlijke ro ra a’s: Duurzaamheid en Afval. In het Bestuurlijk programma Dongen Leeft, Duurzaamheid (programmabegroting 2020) staan als doelen: • Minder huishoudelijk afval door hergebruik van producten en inzamelen van grondstoffen om verspilling en onnodige CO2 uitstoot tegen te gaan. • Restafval terug te brengen naar maximaal 100 kg per inwoner per jaar is.

In 2025 streven wij ernaar om het restafval naar 30 kg per inwoner per jaar terug te brengen. In het Bestuurlijk programma Dongen Dient, Thema Afval (programmabegroting 2021) staan als beoogde effecten: • 40% minder aanbod van restafval en een hoger aanbod grondstoffen, zowel aan huis, bij centrale verzamellocaties en op de milieustraat. • Bewoners worden gestimuleerd om hun afval beter te scheiden. Het thema Afval wordt in de programmabegroting ook aangeduid als Taakveld 7.3. Beleidsindicatoren De Beleidsbegroting 2021 vermeldt beleidsindicatoren, die vooral betrekking hebben op restafval en niet zijn gekwantificeerd. Zo noemt de beleidsbegroting bij Duurzaamheid als beleidsindicator: • Aantal kg huishoudelijk restafval per inwoner (inclusief milieustraat). De Beleidsbegroting 2021-2024 noemt bij Afval als beleidsindicatoren: • Hoeveelheid ingenomen huishoudelijk afval en grondstoffen; bij de milieustraat, verzamellocaties in de wijk en huis-aan-huisinzameling. • Het aantal kg huishoudelijk restafval per inwoner en per huishouden.

•

Het gebruik van minicontainers voor restafval aan huis en het gebruik van ondergrondse containers voor restafval. • Het aantal bezoekers op de milieustraat. Opvallend is dat deze ‘indi atoren’ niet van taakstellende getallen/aantallen zijn voorzien. De Beleidsbegroting 2021 geeft in Bijlage 1 (Beleidsindicatoren, waaronder BBV) het volgende overzicht van uitkomsten van beleidsindicatoren, met uitkomsten: Ingenomen afval: Hoeveelheid ingenomen huishoudelijk afval en grondstoffen op verzamellocaties (Kg per inwoner)

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

2016

2017

2018

2019

Restafval

141

138

138

138

GFT

128

131

121

119

Papier

60

57

53

51

Opmerkelijk is dat deze informatie (in bijlage 1 van de programmabegroting) niet is benut in de beleidsbegroting om bestuurlijke duiding te geven aan doelen, activiteiten en budget. Immers, de waarde voor restafval ligt al jaren stabiel boven het gestelde beleidsdoel: 100 kg. restafval per inwoner. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • Het kaderstellende Grondstoffenbeleidskader en het Uitvoeringsplan Grondstoffen Dongen 2020-2021 geven uitwerking aan landelijke beleidsdoelen, waarbij reductie van restafval het centrale doel is. • De programmabegroting geeft een algemeen antwoord op de vraag ‘Wat willen we bereiken?’ door een globale samenvatting te geven van beleidsdoelen voor de reductie van restafval. • De programmabegroting benoemt in de beleidsbegroting meerdere beleidsindicatoren, die betrekking hebben op het gemeentelijke afvalbeleid. Deze beleidsindicatoren zijn niet gekwantificeerd, waardoor zij niet aansluiten bij de beleidsnota. • De beleidsindicatoren zijn in de beleidsbegroting niet voorzien van een kwantitatieve taakstelling/doelstelling, terwijl de hiervoor benodigde gegevens in bijlage 1 van dezelfde programmabegroting staan.

3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? Voor de afvalinzameling heeft de gemeente Dongen de Tilburgse dienst BAT ingeschakeld, op basis van een contract. De taak van deze dienst blijkt niet uit de beleidsbegrotingen. De Beleidsbegroting 2021 vermeldt bij Duurzaamheid: “Bewoners worden gestimuleerd om hun afval beter te scheiden. Dat doen wij door middel van voorlichting, maar ook door het nemen van maatregelen om scheiden te stimuleren. Grondstoffen worden vaker opgehaald. De ophaalfrequentie voor PMD wordt verdubbeld naar wekelijks ophalen en GFT wordt ook bij hoogbouw ingezameld. Op de milieustraat wordt de toegang meer gereguleerd: er wordt een andere manier van controle ingevoerd om bedrijfsafval en afval uit andere gemeenten te weren.” De Beleidsbegroting 2021 vermeldt bij Afval: “Doelmatig en efficiënt inzamelen van huishoudelijk restafval en grondstoffen huisaan-huis en via de milieustraat. In 2020 is het Uitvoeringsplan Grondstoffen vastgesteld. Restafval wordt in 2021 13 keer per jaar huis-aan-huis opgehaald en gebruikers van ondergrondse containers krijgen 39 keer per jaar toegang tot de containers. Grondstoffen worden vaker opgehaald. De ophaalfrequentie voor PMD wordt verdubbeld naar wekelijks ophalen en GFT wordt ook bij hoogbouw ingezameld. De doelstelling voor 2021 is maximaal 100 kg huishoudelijk restafval per inwoner.

Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ wordt voor Taakveld 7.3 weinig concreet beantwoord, waardoor deze niet controleerbaar is. • De programmabegroting geeft een verhalende beschouwing van de voorgenomen activiteiten, die vooral betrekking hebben op het inzamelen van afval. • De programmabegroting geeft geen informatie over de taak van de Tilburgse dienst BAT, die voor Dongen het afvalbeleid uitvoert. De verklaring hiervoor zal zijn dat BAT een contractpartij is en geen verbonden partij (gemeenschappelijke regeling).

3.2.3 Wat mag het kosten? In het bestuurlijk programma Dongen Dient wordt het Afval aangeduid als Taakveld 7.3. Afval Taakveld 7.3

2019 Begroting

2020 Begroting

2021 Begroting

Baten

3.085

3.593

3.745

Lasten

2.594

2.822

3.124

De Financiële begroting 2021 toont totalen. De beleidsbegrotingen 2020 en 2021 geven geen motivering voor de specifieke hoogte van het gevraagde budget. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat mag het kosten?’ wordt beantwoord voor Taakveld 7.3, echter op basis van totalen, zonder motivering van de hoogte van het gevraagde budget aan de hand van specifieke doelen en activiteiten in het betreffende begrotingsjaar. • De programmabegrotingen geven geen inzicht in de onderdelen van Taakveld 7.3 Afval (BBV).

3.3

W-vragen ex post

3.3.1 Wat hebben we bereikt? Jaarstukken Het doel was, volgens de jaarstukken 2020: minder aanbod van restafval doordat bewoners gestimuleerd worden om beter hun afval te scheiden. Deze verwoording van het beleidsdoel is minder scherp dan in de beleidsnota en de programmabegroting. De beleidsnota geeft als doel: • Maximaal 100 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2021;

Bij de vraag ‘Wat hebben we bereikt’ staat in de jaarstukken 2020 bij het Bestuurlijk programma Dongen Dient, Afval, dat tegelijk Taakveld 7.3 is: • We hebben de toegenomen stromen afval en extra bezoekers op de milieustraat adequaat verwerkt. • We zijn gestart met wekelijkse inzameling van PMD (Plastic, Metaal, Drinkpakken). • We zijn gestart met de voorbereiding van de uitvoering Uitvoeringsplan Grondstoffen. • We zijn gestart met het project ‘Ges heiden afvalinzameling op s hool’ De effectiviteit van het gevoerde afvalbeleid wordt niet besproken in de jaarstukken 2020. Dit is opmerkelijk, want de doelstelling met betrekking tot het restafval is tot dusverre niet gehaald. Deze waarneming wordt hieronder toegelicht. Beleidsindicatoren De Jaarrekeningen 2019 en 2020 presenteren in bijlage 2 met BBVBeleidsindicatoren de volgende resultaten: Duurzaamheid: omvang huishoudelijk restafval

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

Kg/ Inwoner

2016

2017

2018

2019

2020

Fijn restafval

141

138

139

138

-

Grof restafval

35

31

34

32

-

Fijn en grof restafval

176

169

173

170

185

Overige afvalstromen

445

476

440

528

489

Totaal

621

645

613

698

674

Scheidingspercentage

71,9

74

72

76

73

De uitkomsten van de beleidsindicatoren zijn in de jaarstukken niet voorzien van een analyse of bestuurlijke duiding. Zo wordt niet aangegeven wat deze cijfers zeggen over de haalbaarheid van de doelstelling van maximum 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner in 2021. Hetzelfde geldt voor het scheidingspercentage: ligt de gemeente op koers? En welke verklaringen zijn hiervoor? En wat is nodig aan activiteiten en budget om het doel te halen?

Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat hebben we bereikt? wordt beantwoord voor het onderdeel reductie restafval. Deze beantwoording is onduidelijk, omdat een analyse van de effectiviteit van het afvalbeleid ontbreekt. • In bijlage 2 van de jaarstukken staat een meerjarig overzicht van beleidsindicatoren. Dit meerjarig overzicht zou een goed hulpmiddel kunnen zijn voor de beoordeling van de effectiviteit van het gevoerde afvalbeleid.

3.3.2 Wat hebben we gedaan? Voor de afvalinzameling heeft de gemeente Dongen de Tilburgse dienst BAT ingeschakeld, op basis van een contract. De activiteiten van de Tilburgse dienst BAT ten behoeve van Dongen blijken niet uit de jaarstukken. Het Jaarverslag 2020 vermeldt dat, tegen de verwachting in, de stromen afval zijn toegenomen, maar dat deze stromen afval, en ook de extra bezoekers op de milieustraat adequaat zijn verwerkt. De wachttijden van de milieustraat waren wel een zorgpunt. Door met vrijwilligers te werken die het verkeer konden begeleiden en aanpassingen op de milieustraat zijn er echter verbeteringen ontstaan. Ook is geadviseerd om met ruimere openingstijden te werken zodat er een betere spreiding van bezoekers plaats kon vinden, dit is inmiddels geïmplementeerd. Er is begonnen met de wekelijkse inzameling van PMD (Plastic, Metaal, Drinkpakken) -afval. Het lopende contract met de BAT is daarom uitgebreid. Er is ook gestart met de voorbereiding van de uitvoering Uitvoeringsplan Grondstoffen. Daarvoor zijn diverse aanbestedingstrajecten doorlopen. De nieuwe inzamelroutes zijn voorbereid zodat deze 1-1-2021 operationeel waren. Er is ook gestart met het project ‘Ges heiden afvalinzameling op s hool’ Eén school is actief van start gegaan met het gescheiden inzamelen van afval per klas.

Door de diverse schoolsluitingen dit schooljaar als gevolg van corona is er nog geen zicht op de effectiviteit van deze activiteit. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat hebben we edaan?’ wordt op verhalende wijze beantwoord voor Taakveld 7.3. De verstrekte informatie is vooral kwalitatief van aard en niet kwantitatief. • In de jaarstukken worden uitgevoerde activiteiten beschreven, maar wordt geen duidelijke verantwoording afgelegd van de bijdrage van deze activiteiten aan de realisatie van de gestelde beleidsdoelen voor het afvalbeleid.

3.3.3 Wat heeft het gekost? Het thema afvalbeleid valt in de jaarstukken onder het programma/de pijler ‘Don en Dient’ en wordt daarbij ook aangeduid als Taakveld 7.3. Afval Taakveld 7.3

2019 Jaar rekening

2020 Jaar rekening

Baten

3.164

3.480

Lasten

2.581

2.929

Als financiële toelichting staat in het Jaarverslag 2019: “Het thema 540 is kostendekkend, omdat de baten en lasten worden gesaldeerd en uit de voorziening gedekt. Er wordt een financiële toelichting gegeven op het vonnis inzake Attero en de inzet van het materieel van BAT.” Deze toelichting geeft geen inzicht in de ontwikkeling van de lasten en baten respectievelijk de oorzaken van de meevallers en tegenvallers. In het Jaarverslag 2020 staat een uitgebreidere toelichting, verdeeld naar Baten en Lasten. Er wordt een overzicht gegeven van de financiële meevallers en tegenvallers. Bij de lasten staat bijvoorbeeld als toelichting: “In 2020 zijn de verwervingskosten gestegen op gesorteerd en ongesorteerd afval waardoor er in totaal ongeveer 8% meer afval ingezameld op de milieustraat. Diverse inzamelaars hebben hun tarieven aangepast vanwege de coronacrisis. Opbrengsten zijn weggevallen en verwerkingstarieven verhoogd. Daarnaast is het ook een enkele keer voorgevallen dat een vracht is afgekeurd. Als gevolg van het wekelijks PMD inzamelen zijn er meer PMD-inzamelzakken aangeschaft. Door de coronacrisis zijn meer mensen thuis gaan werken en hebben meer huisvuil aangeleverd waardoor de verwerkingskosten zijn gestegen. Diverse kleine afwijkingen onder € 10.000, per saldo.

De bovenstaande informatie is fragmentarisch en geeft geen inzicht in de meerkosten per deeltaak, omdat de begrote kosten niet zijn gegeven. Bevindingen van de rekenkamercommissie: • De W-vraag ‘Wat heeft het ekost’ wordt beantwoord voor Taakveld 7.3. aan de hand van totalen. • Er is wel een uitleg van financiële meevallers en tegenvallers, maar omdat kosten van deeltaken niet gegeven zijn, is het lastig deze in perspectief te plaatsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10998592/2