CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

20211021 Aandachtspunten D66 Begroting 2022

Besluitvormende raadsvergadering 11 november 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-015164 Voorstel tot vaststelling van de programmabegroting 2022-20252.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aandachtspunten Begroting Fractie: Naam: Datum:

D66 12 oktober 2021

Voorstel tot Portefeuillehouder: Behandelend ambtenaar: Plaatsten op Notubox:

Programmabegroting 2022-2025 René Jansen Joost van Boekel ja

Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: 1. D66 vindt het belangrijk dat in 2022 het aantal controles op het gebied van milieu en afval fors wordt geïntensiveerd. Graag ontvangen wij een voorstel van het college om dit mogelijk te maken, bijvoorbeeld door uitbreiding van takenpakket OMWB in Dongen. De dekking kan worden gevonden in een verlaging van het bedrag dat in 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Antwoord: Belangrijk is om de vraag nader te duiden. We gaan ervan uit dat de indieners meer milieucontroles uitgevoerd willen hebben bij bedrijven. Controle op zwerfafval en/of verkeerd aanbieden afval is een taak van de gemeente (BOA’s) en niet de OMWB. Daarnaast is het goed om eerst meer inzage te geven in de cijfers. Achtergrondinformatie Op dit moment voldoet de gemeente Dongen aan de Midden- en West-Brabantnorm (MWB-norm) en brengen wij voor het onderdeel toezicht en handhaving (controles) meer in dan de verplichte deelnemersbijdrage voor de OMWB. Dit is vooral op het onderdeel handhaving. De MWB-norm is een voor alle OMWB-deelnemers gelijkluidende kwaliteits- en uitvoeringsniveau gedefinieerd voor het uitvoeren van de wettelijke basistaken (gebaseerd op het bedrijvenbestand), resulterend in een professioneel aanvaardbaar minimum ambitie- en kwaliteitsniveau.

Hieronder ziet u een overzicht van de inbreng van de afgelopen jaren voor het onderdeel toezicht en handhaving. Let wel dit is een beperkt onderdeel van de totale inbreng bij de OMWB (zoals vergunningverlening-, klachten-, asbest-, milieuadvies-, collectieve taken etc.). In 2021 bedraagt de totale inbreng afgerond €335.000,- en in de begroting 2022 is dat een bedrag van € 342.000.

MWB-norm Ingebracht MWB-norm Ingebracht 2020 2020 2021 2021 Toezicht grijs (basis) Hercontroles grijs (basis) Repressieve handhaving TOTAAL

€ 55.627

€ 55.627

€ 57.118

€ 57.118

€ 15.909

€ 15.909

€ 16.335

€ 16.335

€ 12.906 € 84.442

€ 17.000 € 88.536

€ 13.252 € 86.705

€ 20.000 € 93.453

Vraag nummer: Pagina 1 van 5

Door middel van bovenstaande inzet worden voornamelijk de zwaarste categorie bedrijven met enige regelmaat bezocht. Daarbij moet gedacht worden aan risicovolle bedrijven, vergunningsplichtige bedrijven, afvalbedrijven, agrarische bedrijven en een groot aantal branchegerichte bedrijven (Metalelektro, Rubber & kunststof en Transport & distributie). Uiteraard kunnen niet alle bedrijven jaarlijks bezocht worden. Dit varieert van 1 keer per jaar (bijv. risicovolle bedrijven) tot bijvoorbeeld 1 keer per 5 jaar (bijv. agrarische bedrijven). We noemen dit programmatische toezicht. Naast de wettelijke basistaken brengen we jaarlijks afgerond €15.000,- in voor toezicht op de niet-basistaak bedrijven (lichtere categorieën bedrijven). Dit zijn bijvoorbeeld de vuurwerkverkoop bedrijven die jaarlijks bezocht worden en enkele autogarage-bedrijven. Het budget is in principe niet toereikend om adequaat en structureel toezicht te houden bij alle lichtere categorieën bedrijven. Denk dan bijvoorbeeld aan winkels, kantoorpanden, akkerbouwbedrijven etc. Overweging Bij uitbreiding in het takenpakket van de OMWB, dus voor het uitvoeren van meer controles bij de basistaak bedrijven en niet-basistaak bedrijven moet het totale OMWB-budget verhoogd worden. Hiermee kan de intensiteit van de controles worden verhoogd en kunnen er meer bedrijven gecontroleerd worden.

Let wel; bij budgetverhoging voor toezicht moeten de budgetten voor hercontroles, handhaving en vergunningverlening ook evenredig verhoogd worden. Intensiveren van toezicht levert over het algemeen meer hercontroles en juridische opvolging (handhaving) op. Daarnaast worden er meer afwijkingen van de vergunning/ melding geconstateerd, wat vervolgens resulteert in meer aanvragen/meldingen die door de OMWB moeten worden afgehandeld. Voor 2022 wordt er met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (extra bodemtaken) en label C-verplichting kantoren al om een verhoging van het OMWB-budget gevraagd, aangezien we deze taken bij hen gaan onderbrengen. Dit is overigens deels afgedekt door extra geld uit het gemeentefonds wat hiervoor gelabeld wordt. Extra ambitie op het onderdeel toezicht zal opgevangen moeten worden uit een verlaging van het bedrag dat in 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Gezien het incidentele karakter van deze dekking, veronderstellen wij dat het in het voorstel gaat om eveneens een incidentele intensivering van de controles. Tevens kan het incidentele budget ingezet worden om de intensiteit van de controles bij basistaak bedrijven te verhogen. Daarbij is het ook een overweging om het extra budget in te zetten voor thema-, project of branchegerichte controles, zoals controles op afvalwater, energiebesparing, horeca en geluid bij evenementen.

Gedacht kan worden om de totale OMWB-bijdrage voor 2022 en opvolgende jaren met 10% (ca. € 35.000) te verhogen, waarmee het bedrag evenredig verdeeld moet worden over de taken toezicht, hercontrole, handhaving en vergunningverlening. Met een bedrag van € 35.000 wordt het totale toezicht en handhavingsbudget fors aangevuld (ongeveer met een derde deel) en kan het aantal controles fors worden geïntensiveerd. De dekking door verlaging van de bijdrage aan de algemene reserve zorgt voor een verslechtering van de solvabiliteit met 0,03 procentpunt. Hierbij wordt opgemerkt dat het heeft bij programmatisch toezicht (grootste deel van de milieucontroles) weinig toegevoegde waarde heeft om het budget incidenteel (eenmalig) te verhogen. Normaal toezicht bij bedrijven gebeurt programmatisch: 1 keer per 1/ 2/ 5/ 10 jaar (afhankelijk van zwaarte milieucategorie) controleer je een bedrijf. Zo worden alle bedrijven in Dongen eens in de zoveel tijd een keer gecontroleerd. Onze voorkeur/advies zou dan ook zijn om het budget niet incidenteel te verhogen. Incidentele inzet van een budget voor toezicht is vooral interessant bij achterstanden of specifieke Vraag nummer: Pagina 2 van 5

onderwerpen/problemen die je wil laten controleren (projectmatige- of branche/themagerichte controles). 2. In RIB 24 van 2 juli 2018 onderhoud speeltoestellen werd na inspectie duidelijk dat veel speeltoestellen tussen 2018 en 2024 aan het einde van hun levensduur waren en dat er flinke investeringen nodig waren ter vervanging. In 2022 zouden er bijvoorbeeld 99 speeltoestellen moeten worden vervangen met een vervangingswaarde van € 233.010,-. In de begroting van 2022 wordt vermeld dat budget voor onderhoud/vervanging van speeltoestellen incidenteel stijgt in 2022, maar dit geld wordt alleen gebruikt voor een nieuwe inventarisatie. Op basis van de oude inventarisatie is al duidelijk dat er in 2022 veel geld ter vervanging nodig is, als we het aantal speeltoestellen in Dongen het komende jaar niet verder willen laten afnemen. Graag doorrekenen wat het effect is van € 200.000,- extra budget voor vervanging en onderhoud van speeltoestellen op de programmabegroting 2022-2025, waarbij de dekking kan worden gevonden in een verlaging van het bedrag dat wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Antwoord: In 2018 is in kaart gebracht hoeveel en welke toestellen we bezitten en welke toestellen er in de jaren erna vervangen moeten worden. Op dit moment bezitten we ruim 400 speeltoestellen.

In 2022 zijn 99 toestellen technisch afgeschreven met een vervangingswaarde van € 233.010 (prijspeil 2018). Als deze speeltoestellen vervangen worden, is circa 23 % van het areaal toestellen vernieuwd. Het is de bedoeling om in 2022 het overzicht te actualiseren en de technische staat, de noodzakelijke vervangingen en de financiële consequenties opnieuw in beeld te brengen. Daarbij wordt tevens gekeken naar de spreiding van speeltuinen over de gemeente. Het is zinvol die actualisatie af te wachten en daarna te besluiten over toekenning van extra middelen. In de ‘Visie op de openbare ruimte’ staat het volgende opgenomen: “Iedere wijk heeft een kwalitatief goede speelvoorziening die aansluit bij de behoefte van de doelgroep. Dit kan ook een natuurspeelplek zijn. Minder speelplekken, maar van een hogere kwaliteit. Verder is er ook aandacht voor de speelwaarde voor inwoners met een beperking.” Het voorstel heeft geen effect op het begrotingssaldo. Het budget voor vervanging en onderhoud van speeltoestellen wordt verhoogd met € 200.000. De storting in de algemene reserve ten behoeve van de solvabiliteit daalt met € 200.000 naar € 800.000. De verlaging van de toevoeging aan de algemene reserve zorgt ervoor dat de solvabiliteit minder verbetert. Ten opzichte van de Programmabegroting 2022-2025 verslechtert de solvabiliteit met 0,2 procentpunt. 3.

Het aantal kinderen in Jeugdhulp, waarbij (complexe) echtscheidingssituaties of zelfs vechtscheidingen aan de orde zijn, neemt toe. D66 vindt het belangrijk dat bij echtscheidingen al in een vroeg stadium hulp wordt geboden om complexere situaties op langere termijn te voorkomen. Wij zijn dan ook van mening dat er in 2022 in het sociaal domein meer middelen en aandacht nodig is voor relatie- en scheidingsproblematiek, bijvoorbeeld door het inkopen van extra plustaken op dit gebied bij de GGD (denk aan KIES) of de inzet van meer uren maatschappelijk werk. Graag ontvangen wij een voorstel van het college voor extra inzet plus het benodigde budget, waarbij de dekking kan worden gevonden in een verlaging van het bedrag dat in 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Antwoord: Momenteel zijn wij bezig met de inkoop van de algemene voorzieningen (het voorliggend veld). Daaronder valt ook de inzet van maatschappelijk werk. Vraag nummer: Pagina 3 van 5

Zoals bekend vragen wij met deze inkoop aan de aanbieders om de ondersteuning meer in samenhang te bieden. De aanbieders stellen gezamenlijk een werk/jaarplan op. Hier maakt ook de inzet in het kader van echtscheidingsproblematiek deel van uit. Wij vragen de aanbieders om op basis van gesignaleerde trends en ontwikkelingen het jaarplan vorm te geven. De partijen zien immers het beste wat de knelpunten in de samenleving zijn. Zij stemmen hun aanbod daarop af. Verder verwachten wij dat doordat partijen in het voorliggend veld meer en beter samenwerken de signalerende functie versterkt wordt; partijen kijken breder en kennen elkaars aanbod beter. Een opkomende problematische situatie kan daardoor in een vroeger stadium worden opgepakt. De budgetten die van toepassing zijn op de totaalopdracht voor 2022 liggen vast. De komende jaren (vanaf 2023) is er ruimte om binnen een bandbreedte de budgetten onderbouwd aan te passen indien ontwikkelingen in de samenleving daarom vragen. Daarnaast starten we begin november met de najaarsgesprekken met de GGD. We hebben nu dan ook nog geen zicht op het totaal aan plustaken voor 2022. In 2021 is voor ruim € 37.000 aan plustaken ingekocht bij de GGD. Wel zien we dat we meer budget nodig hebben voor Stevig Ouderschap. We zien dat deze interventie veel wordt ingezet en dat meer ouders dan verwacht hiervoor in aanmerking komen.

Dit zijn trajecten van zo’n €3000 per stuk. Het college deelt de mening van D66 dat in veel gevallen kindproblematiek direct te herleiden is naar echtscheidingen. Gezien bovenstaande is het op korte termijn echter lastig via het voorliggend veld of de GGD tot extra inzet te komen. Wel is relatie- en scheidingsproblematiek ook in regionaal verband met de jeugdzorg een speerpunt. Voor een overzicht wat er in regionaal verband gebeurt, zie de volgende link: Als je uit elkaar gaat. Daarnaast loopt er een samenwerking met de rechtbank, waarbij samen het kind en de ouders een plan van aanpak wordt gemaakt. Zie meer informatie in het document Traject van rechtbank naar hulp bij scheidingen.

4. De verduurzamingsmaatregelen aan het gemeentehuis zijn in de discussie over de schuldenquote uitgesteld. Echter kan het gezien de terugverdientijd toch interessant zijn om in deze maatregelen te investeren. Graag ontvangen wij een overzicht van de duurzaamheidsmaatregelen die getroffen moeten worden, de verwachte kosten en de verwachte terugverdientijd. Indien de investeringen op korte termijn (bv. 5 jaar) terug te verdienen zijn, ontvangen wij graag een doorrekening van het effect van het nemen van deze maatregelen op de begroting. De dekking kan worden gevonden in een verlaging van het bedrag dat in 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Antwoord: Het gaat om de volgende duurzaamheidsmaatregelen die aanvankelijk voorzien waren binnen de totale investering in het gemeentehuis: • Vervangen ongeïsoleerde aluminium kozijnen met HR glas door geïsoleerde aluminiumkozijnen met HR++ glas. Meerkosten ca. €50.000 excl btw . • Isoleren gevels en dakbeschot inclusief bouwkundige aanpassingen instanties en kozijnen, adviezen, tekeningen en PVE en bestek (de overhead kosten voor het project). Kosten ca. € 470.000 excl btw. • Zonnepanelen op het zadeldak van het bestuursgebouw. Kosten ca. € 100.000 ecxl btw. • Duurzaamheidsmaatregelen om van het gas af te gaan bedragen ca. € 565.000.

Deze kosten komen bovenop de kosten die in het investeringsplan opgenomen zijn om de installaties één-op-één te vervangen. Vraag nummer: Pagina 4 van 5

Verwachte terugverdientijd kan pas worden bepaald na een concrete opgave / offerte. Die is op dit moment niet beschikbaar en tevens sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de energieprijzen. In algemene zin geldt dat de terugverdientijd voor isolerende maatregelen op ca. 20 jaar ligt. De totale kosten van deze duurzaamheidsmaatregelen bedragen € 1,185 miljoen. Het effect hiervan op de schuldquote is 1,8 procentpunt. De kapitaallasten hiervan bedragen € 68.000 per jaar (bij een afschrijvingstermijn van 20 jaar). De duurzaamheidsmaatregelen leiden ook tot een jaarlijkse besparing op de energiekosten. Dit leidt enkel tot een verbetering van de solvabiliteit indien deze besparingen taakstellend worden ingeboekt en hiermee leiden tot een positief begrotingssaldo. De dekking heeft betrekking op het jaar 2022. Het is echter niet haalbaar de werkzaamheden in 2022 uit te voeren. Dit vergt een aanbesteding en tevens moeten de plannen worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Daarnaast zit de bouwwereld (met name voor duurzaamheidsmaatregelen) overvol met opdrachten. De kapitaallasten zijn bovendien structureel van aard; de besparing op de energiekosten is naar verwachting lager dan de jaarlijkse kapitaallasten. 5. In de gespreksnota water- en rioleringsplan wordt gesproken over het invoeren van een klimaatsubsidie.

Hierbij wordt een bedrag van € 75.000,- en kosten voor de administratie en uitkering benoemd. Graag ontvangen wij een doorrekening van de totale kosten die gemoeid zijn met het invoeren van een klimaatsubsidie en de effecten daarvan op de begroting 2022. De dekking kan worden gevonden in een verlaging van het bedrag dat in 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Antwoord: In de gespreksnota is geopperd op termijn (wanneer het financiële perspectief het toelaat) een klimaatfonds in te voeren voor uitvoeren van klimaatmaatregelen (niet zijnde REKS maatregelen, maar gemeentelijke maatregelen in woonstraten of pleinen). Uit dit klimaatfonds kan eventueel ook een klimaatsubsidie voor particulieren bekostigd worden. Binnen een dergelijke subsidie is het gebruikelijk te werken met een subsidieplafond dat per subsidieperiode wordt vastgesteld. Dit om te voorkomen dat een openeinde regeling ontstaat en wegens succes meer uitgegeven wordt dan is voorzien. Gezien de omvang van Dongen is een bedrag van ca. € 50.000 als startbudget voldoende. De eenmalige kosten om een subsidieregeling in te richten, bedragen €15.000 inclusief acties en promotie en de administratieve kosten bedragen per jaar ca. €10.000. In de uitwerking van de subsidie is het van belang aandacht te hebben voor de uitvoerbaarheid van de regeling.

Wanneer de financiering uitsluitend uit de rioolheffing betaald wordt, bedragen de kosten per aansluiting: €75.000,- /11.456 aansluitingen = 6,55 per aansluiting. Dekking door een verlaging van het bedrag dat in 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve is ook mogelijk, mits te subsidieperiode (inclusief uitbetaling) niet verder loopt dan tot eind 2022.

Vraag nummer: Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10681944/2