20210706-06 TV VPD DKunst ANTW- Onderwijshuisvesting stijgende kosten / Bij kadernota
Tekst van het document
Technische Vragen Fractie:
Volkspartij Dongen
Naam:
Denise Kunst
Datum:
2 juli 2021
Voorstel tot
kadernota
Portefeuillehouder:
Eline van Boxtel
Behandelend ambtenaar:
Sylvia vd Westen en Vivianne Buteijn
Plaatsen op Notubox:
Ja
Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: 1. Graag ontvangen we een duidelijk overzicht van de redenen van gestegen
kosten voor zowel de J.J. Anspach school als IKC ’s Gravenmoer. Wat zijn de oorzaken en bijbehorende deelbedragen die samen voor de kostenstijging zorgen? Verwijzen naar de presentatie zoals gegeven tijdens de raadsinformatie-avond is voor ons geen beantwoording van de vraag. Dat de bedragen voor de ontwikkeling van deze IKC’s hoger liggen dan de bedragen die in de begroting zijn opgenomen komt door: - het toevoegen van oppervlakten voor kinderopvang - actualiseren van benodigde gebouwomvang naar actuele leerlingenprognoses (voor IKC ’s Gravenmoer circa 16 leerlingen meer dan in 2017 geprognotiseerd, voor IKC Anspach circa 50 leerlingen meer dan geprognotiseerd in 2016. De prognoses van 2016 waren de basis voor het door de raad vastgestelde Plan Van Aanpak Onderwijshuisvesting Dongen). - toevoegen van niet-onderwijsfuncties, zoals de gymzaal in ’s Gravenmoer. NB dit is een nog te besluiten optie, die bij de kredietaanvraag voor IKC ’s Gravenmoer behandeld wordt
- Gestegen bouwkosten (oa agv landelijke ontwikkeling in de bouw, schaarste van grondstoffen, hogere personeelskosten in bouw en schaarste
van personeel). De deelbedragen per thema zijn als volgt:
2. Wat is het benodigde investeringskrediet voor de J.J. Anspachschool als
enkel uitgegaan wordt van de primaire onderwijstaak? Hiermee bedoelen we het bouwen van een schoolgebouw volgens de normbedragen en vierkante meters waar de school wettelijk gezien recht op heeft. Dus zonder kindpartner(s) en/of tijdens de raadsinformatieavond zogenoemde klusklas. Uitsluitend voor het onderwijsgedeelte is een investering nodig van €5.044.009 volgens de basiskwaliteit die door de raad in maart 2019 is vastgesteld (Frisse scholen Klasse B voor energie, licht, lucht, geluid en temperatuur, BENG) inclusief btw. 3. Wat is het benodigde investeringskrediet voor IKC ’s Gravenmoer als enkel
uitgegaan wordt van de primaire onderwijstaak plus huisvesting kinderopvangorganisatie voor opvang van 0-12 of 4-12 jarigen? Hiermee bedoelen we het bouwen van een schoolgebouw volgens de normbedragen en vierkante meters waar de school wettelijk gezien recht op heeft plus de huisvesting van kinderopvangorganisatie. Dus zonder nieuwbouw van de gymzaal. Voor het onderwijsgedeelte van de twee basisscholen + de ruimte voor kinderopvang is een investering nodig van €4.069.290 volgens de basiskwaliteit die door de raad in maart 2019 is vastgesteld (Frisse Scholen B + BENG), inclusief btw. 4. Wat is het verschil in benodigd investeringskrediet tussen het renoveren van
gymzaal ’t Wiel en nieuwbouw van deze gymzaal? Voor nieuwbouw van ’t Wiel is een investering van € 1.216.829 geraamd. Voor de renovatie van ’t Wiel (gericht op vergelijkbare levensduurverlenging en verduurzaming) is een investering van € 847.000 geraamd. Alle
bedragen inclusief btw. Het verschil is derhalve: € 369.829. 5. Is bij IKC ’s Gravenmoer het gepresenteerde verhoogde benodigde krediet
ook huisvesting van Vroeg- en Voorschoolse Educatie (peuterspeelzaalwerk) en/of kinderopvang van 0-4 jaar meegenomen? Zo ja, welk deel van het gepresenteerde investeringskrediet is hiervoor nodig? Zo nee, waarom niet? In IKC ’s Gravenmoer zijn 138 m2 bvo voor kinderopvang opgenomen. In die oppervlakte wordt één groepsruimte voor peuteropvang/kinderdagopvang (gemengd) voor 0-4 jarigen gerealiseerd, voorzien van slaapkamertjes en een paar kleine bijhorende ruimten. In het beoogde IKC ’s Gravenmoer wordt conform wet-en regelgeving 16 uur VVE per week aangeboden, verdeeld over vier dagdelen. De investering die nodig is voor het realiseren van deze ruimten voor VVE, peuteropvang en kinderopvang zijn geraamd op €418.140. NB: De BSO groep die ook in het gebouw komt, maakt gebruik van het gezamenlijk leerplein / atelier van de twee scholen (onderwijsmeters, medegebruik). 6. Wat is het effect (in bedragen) op de benodigde investeringkredieten
wanneer de J.J. Anspachschool en/of IKC ’s Gravenmoer niet voor een levensduur van 50 jaar, maar voor een levensduur van 25 jaar gebouwd zouden worden? We doelen hierbij niet op een kortere afschrijvingstermijn, maar een andere kwaliteit bouw zonder daarbij in te boeten op functionaliteit en onderwijskwaliteit. Graag een overzicht voor beide schoolgebouwen. Gezien beleid en eerdere besluiten aangaande nieuwbouw van de scholen voor een periode van 50 jaar (voor beide IKC’s zijn ook renovatievarianten onderzocht in het verleden), zijn er geen ramingen opgesteld die uitgaan van bouwen voor een periode van 25 jaar. Navraag – nav deze technische vraag – bij externe deskundigen, leert dat bij het bouwen voor een periode van 25 jaar (ipv 50 jaar) slechts een beperkte kostenbesparing te realiseren is. Voor een gebouw van 25 jaar moet in de meeste onderdelen volledig geinvesteerd worden; dezelfde installaties zijn nodig als voor een gebouw van 50 jaar. En ook op zaken als dakbedekking en afwerking valt niet te besparen, die hebben vaak geen levensduur van langer dan 25 jaar (ook niet bij regulier bouwen voor 40-50 jaar). Het gebouw moet daarnaast aan dezelfde eisen voldoen (BENG, Frisse scholen B). Directiekosten nemen in principe niet af.
Een besparingsmogelijkheid ligt in een zeer gestandaardiseerd ontwerp (lagere ontwerpkosten), evt icm systeembouw, met veel prefab onderdelen en herhaling. Daarbij is een belangrijk nadeel dat de school weinig ruimte heeft om de eigen onderwijsvisie te vertalen in het gebouw en de aansluiting van gebouw op locatie ook minder mogelijk is. Qua functionaliteit en onderwijskwaliteit wordt daarmee dus wel ingeleverd. De extern deskundige geeft aan dat dit een besparing tussen de 5 en 20%
kan opleveren (tov bouwen voor 50 jaar), afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt. Bij een dergelijke (beperkte) besparing zullen de jaarlijkse afschrijvingslasten hoger uitvallen dan het geval is bij bouwen voor 50 jaar. 7. Uit de media en tijdens de informatiebijeenkomst op de J.J. Anspachschool
begrepen we dat de school vanaf schooljaar 2021-2022 zijn klassen verdeeld over twee locaties, waarbij de tweede locatie aan de Bolkensteeg is. Die locatie is ook in beeld als vervangende locatie tijdens sloop en nieuwbouw. a) Waarom verhuist de school niet in zijn geheel naar de locatie Bolkensteeg? Conform de Verordening Onderwijshuisvesting van de gemeente Dongen kan dit pas aan de orde zijn na toekenning van het investeringskrediet voor de nieuwbouw van IKC Anspach. Tot die tijd heeft de school alleen recht op de ruimte-uitbreiding waar zij op basis van haar leerlingenaantal behoefte aan heeft. b) Wat zijn de kosten voor aanpassingen aan locatie Bolkensteeg voor huisvesting van een deel van de leerlingen? De kosten bedragen circa €10.000, plus kosten voor (aanvragen en overschrijven) nutsaansluitingen. c) Door wie moeten die kosten betaald worden? Voor de situatie die nu voorligt (3 bovenbouwgroepen JJ Anspach in hoofdgebouw Bolkensteeg), liggen die kosten bij Stichting PCPO MiddenBrabant. d) Wat zijn de kosten voor aanpassingen aan de locatie Bolkensteeg voor huisvesting van alle leerlingen tijdens sloop en nieuwbouw? De kosten bedragen circa €62.000, plus kosten voor (aanvragen en overschrijven) nutsaansluitingen (pm), data-aansluitingen, AV middelen.
e) Is het mogelijk de locatie Bolkensteeg ook (tijdelijk) in te zetten als vervangende locatie tijdens sloop en nieuwbouw van andere (beoogde) IKC’s? Dat is in principe mogelijk en dat is ook steeds de insteek geweest. Door zo efficient mogelijk gebruik te maken van vrijkomende schoollocaties, kunnen de kosten voor tijdelijke huisvesting zo veel mogelijk beperkt worden (het plaatsen van nood-units is dan bijvoorbeeld niet nodig).