20210614-01 Financiële TV PvdA- Jaarrekening 2020, 1e Berap 2021, Kadernota 2022
Tekst van het document
Technische Vragen Fractie:
PvdA
Naam:
Rick Dusée
Datum:
7 juni 2021
Voorstel tot
1ste cyclus financiën 2021: jaarrekening, Berap1, Kadernota
Portefeuillehouder:
R. Jansen
Behandelend ambtenaar:
Joost van Boekel
Plaatsten op Notubox:
Ja
Oplegnotitie Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: 1. In de verschillende documenten wordt gesproken over overheveling van van het Rijk ontvangen Coronasteun uit 2020 naar 2021. In de verschillende documenten worden verschillende bedragen genoemd. Graag ontvangen we een overzicht hoe de verschillende bedragen uit de verschillende documenten zich tot elkaar verhouden. De bijlage een overzicht waarin het verloop van de Coronansteun, verkregen via de septembercirculaire 2020 (raadsinformatiebrief 69) wordt weergegeven.
Accountantsverslag Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: 1. Het Saldo baten en lasten en de Mutaties reserves uit het accountantsverslag en het jaarverslag komen niet met elkaar overeen. Hoe is dit verschil te verklaren? Na verzending van het jaarverslag 2020 naar de raad bemerkten we een verschil in presentatie van het resultaat tussen onze eigen jaarrekening en het accountantsrapport. Het verschil betreft de technische verwerking van het resultaat over het vorige boekjaar (resultaat 2019: € 863.000 negatief). In de naar de raad verzonden versie van de jaarrekening loopt dit negatieve resultaat via de baten van thema 630. Deze verwerking beïnvloedt daarmee het saldo van baten en lasten negatief. De accountant, en wij met hem, zijn van mening dat het resultaat over het vorig boekjaar enkel een reservemutatie is. Het totale jaarrekeningresultaat (€ 2.309.000) verandert hierdoor niet, enkel de opbouw van het resultaat. Het saldo van baten en lasten wordt positiever (+ € 863.000) en het saldo van mutaties Vraag nummer:
Pagina 1 van 4
Accountantsverslag reserves wordt negatiever (- € 863.000). 2. Op pagina 8 wordt melding gemaakt van een last van 601K voor de ‘Algemene dekking Lagere overhead directe personeelslasten’. Deze last is niet 1 op 1 te herleiden naar het jaarverslag. Is het mogelijk om dit bedrag of de combinatie om te komen tot het bedrag van 601K in het jaarverslag te duiden? Verwezen wordt naar pagina 54 van het jaarverslag, daarin wordt in thema 640 de totale last verklaard. Het verschil van 1 betreft vermoedelijk een afronding door de accountant.
Jaarrekening 2020 Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: 1. Op pagina 21 van verslag mist onder Thema 110 Omgeving de toelichting bij de mutatie reserve van het bedrag van -4K. Zoals op pagina 5 (de leeswijzer) staat beschreven, worden verschillen kleiner dan €10.000 niet toegelicht. 2. Op pagina 49 staat onder Thema 530 Beheer en onderhoud een optelling van de lasten. Dit komt uit op een nadeel van 290K. Als de afzonderlijke bedragen uit deze optelling worden opgeteld komen we tot een bedrag van 314K negatief. Hoe is dit verschil te verklaren? Het bedrag bij diverse kleine afwijkingen van -€ 12.000 had positief weergegeven moeten worden. 3. Op pagina 50 staat onder Thema 540 Afval een optelling van de baten. Dit komt uit op een nadeel van 178K. Als de afzonderlijke bedragen uit deze optelling worden opgeteld komen we tot een bedrag van 176K negatief. Hoe is dit verschil te verklaren? Dit betreft een afrondingsverschil 4. Op pagina 59 en 60 staat in de tabel een staatje met incidentele en structurele risico’s. Daarbij worden ook overige risico’s benoemd. Daarbij is niet aangegeven of het bestaande of nieuwe risico’s betreft. Is aan te geven of deze risico’s ‘bestaand’, ‘nieuw’ of ‘bestaand+nieuw’ zijn? De regel ‘overige risico’s’ is een optelling van alle risico’s buiten de top-5. Dit betreffen zowel bestaande als nieuwe risico’s.
In bijlage 4 (pagina 130-131) staat een totaaloverzicht van alle risico’s.
Berap 2021-1 Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: Geen vragen
Vraag nummer:
Pagina 2 van 4
Kadernota 2022 Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: 1. Op pagina 24 wordt als financieel uitgangspunt uitgegaan van een voorlopige rekenrente van 1,0%. Wanneer wordt de definitieve rekenrente voor 2022 bepaald? Is er te verwachten dat er dit jaar nog leningen worden overgesloten en daarmee lagere rentes kunnen worden gerealiseerd en daardoor de rekenrente onder 1,0% zal uitkomen? Zoals in de financiële commissie reeds toelicht is het berekenen van de renteomslag een van de laatste acties in het proces van de begroting. Er zijn op dit moment geen plannen om leningen over te sluiten. 2. Op pagina 32 wordt vermeld dat het raadzaam is om ten opzichte van de normering van 130% enige marge in te bouwen. Wat wordt verstaan onder ‘enige marge’ in % of EUR? De omvang van de marge is een politieke afweging. Het is technisch gezien mogelijk om exact op 130% te sturen. Het kan echter betekenen dat bij grote tegenvallers direct harde keuzes noodzakelijk zijn om binnen de 130% te blijven. Dat kan politiek onwenselijk zijn. Om die reden wordt geadviseerd een (politieke) marge in te bouwen. 3. De scenarioberekeningen voor de schuldquote eindigen respectievelijk in jaar 2025, 2033 en 2039. Is het mogelijk om voor alle scenarioberekeningen de verwachtte schuldquote te tonen voor het jaar 2039? Voor alle scenario’s geldt (uiteraard) dat hoe verder de horizon, hoe groter de onzekerheden.
De exacte ontwikkeling van de schuldquote zal afhangen van de keuzes die komende gemeentebesturen maken. In ieder scenario is verondersteld dat vanaf het moment dat een maximum wordt bereikt (in 2025, 2033 of 2039) het dan zittende college haar uitgaven, inkomsten en investeringen zo zal afstemmen dat de schuldquote vanaf dat moment constant blijft (of in ieder geval grote schommelingen uitblijven). Scenario A-1: In dit scenario wordt al in 2025 het structurele niveau bereikt. Op basis van de aannames in dit scenario blijft de schuldquote vanaf dat moment constant op 130%. Scenario A-2: In dit scenario wordt al in 2025 het structurele niveau bereikt. Op basis van de aannames in dit scenario blijft de schuldquote vanaf dat moment constant op 130%. Scenario B: In dit scenario wordt in 2033 een schuldquote van 114% bereikt. Vervolgens is aangegeven dat vanaf dat moment een hoger investeringsniveau gekozen kan worden, zodanig dat vanaf dat moment de schuldquote constant blijft. Indien de draaiknoppen worden aangehouden (investeringsplafond 5,5 miljoen en uitgavenverlaging 1 miljoen), dan is de schuldquote 102% in 2039. Scenario C: In dit scenario wordt in 2039 een schuldquote van 90%. Vervolgens is aangegeven dat vanaf dat moment een hoger investeringsniveau gekozen kan worden, zodanig dat vanaf dat moment de schuldquote constant blijft.
Vraag nummer:
Pagina 3 van 4
Bijlage (bedragen x €1.000)
2020 Budget € 87
2020 uitgave 0
Voorschot zorgcontinuïteit
€ 61
61
Vergoeding inkomstenderving eigen bijdrage WMO Toezicht en handhaving
€ 32
32
€ 64
Extra kosten verkiezingen Compensatie coördinatie noodopvang kinderen van ouders met een cruciaal beroep Participatie/WSW Buurt- en dorpshuizen
€
20
0
20
20
Vrijwilligersorganisatie Jeugd
€
11
0
11
11
Vergoeding inkomstenderving precario, markt- en evenementenleges Lokale culturele voorzieningen*
€
6
0
6
€ 151
60
91
91
Totaal
€ 652
304
348
217
Opschorten opschalingskorting
Vraag nummer:
2020 Restant 87
Overheveling
0
64
64
€ 31
0
31
31
€
38
0
38
€ 151
151
Niet uitgeven coronasteun
Pagina 4 van 4
131