2021-194 Bijlage 1- visie land en tuinbouw zlto
Tekst van het document
Visie land – en tuinbouw gemeente Dongen – Loon op Zand - 2021
INLEIDING Voor u ligt de agrarische visie van ZLTO Dongen-Loon op Zand. Wij hebben deze visie samen met leden opgesteld met het oog op de omgevingsvisie van beide gemeenten. ZLTO Dongen-Loon op Zand is een organisatie van en voor ondernemers in de groene ruimte. Ze maakt zich sterk voor een duurzaam perspectief voor haar leden in combinatie met een mooi, aantrekkelijk, schoon en vitaal buitengebied in de gemeenten Dongen en Loon op Zand. ZLTO-leden zijn boeren en tuinders, maar ook andere groene ondernemers. Deze ondernemers hebben ruimte nodig om een meerwaarde te kunnen geven aan de producten en diensten die zij leveren. Een economisch sterk en onderscheidend bedrijf draagt bij aan het vitaal en leefbaar houden van het buitengebied van onze gemeente. Immers, op het boerenerf komen vrijwel alle maatschappelijke en gemeentelijke beleidsthema`s samen. Van voedselproductie en het kweken van mooi groen, van milieu tot gezondheid, van landschap, natuur en water tot klimaat en energie, van plattelandseconomie en recreatie tot dagbesteding in de boerderijzorg en huisvesting van arbeidsmigranten. In deze visie geven we aan welke plek onze sector heeft in de gemeenten Dongen en Loon op Zand. Op basis hiervan gaan wij graag met politiek en lokale organisaties het gesprek aan welke plek zij zien voor onze sector in de gemeente.
Ruimte om te ondernemen staat soms op gespannen voet met allerlei ontwikkelingen die ook om ruimte vragen in het buitengebied, maar alleen door dialoog en samenwerking kunnen we met elkaar het buitengebied aantrekkelijk houden voor de ondernemers, bewoners en recreanten. Wij staan open voor deze dialoog en spreken u graag!
“Boeren stofferen het landschap”
2
INHOUDSOPGAVE Inleiding............................................................................................................................................................ 2 1. De Land- en tuinbouw in Dongen en Loon op Zand ....................................................................................... 4 2. Boeren en tuinders hebben een oplossing ...................................................................................................... 7 3. Ruimte om te ondernemen ............................................................................................................................ 10 Wensen vanuit de sector en wat kunnen de gemeenten hierin betekenen? ................................................. 12 4. Ontwikkelingen en verwachtingen op thema’s .............................................................................................. 13 4.1 Arbeid, personeel en huisvesting ............................................................................................................ 13 Wensen vanuit de sector en wat kunnen de gemeenten hierin betekenen? ................................................. 13 4.2 Water, landschap en bodem ....................................................................................................................
13 Wensen vanuit de sector en wat kunnen de gemeenten hierin betekenen? ................................................. 16 4.3 Energie en infrastructuur ......................................................................................................................... 16 Wensen vanuit de sector en wat kunnen de gemeenten hierin betekenen?................................................. 19 5. De schop in de grond .................................................................................................................................... 20
3
1. DE LAND- EN TUINBOUW IN DONGEN EN LOON OP ZAND Het buitengebied van de gemeente Dongen kenmerkt zich als een van oudsher open, agrarisch gebied met divers landgebruik en een brede diversiteit aan agrarische bedrijven. Het gebied bevindt zich op de grens van zand en klei. Een ruilverkaveling in Dongen en De Moer heeft ervoor gezorgd dat kavelgrootte en kavelvorm geschikt zijn gemaakt voor de grondgebonden landbouw, waarbij akkerbouw en melkveehouderij de grootste sectoren zijn. De gemeente Dongen heeft ook een stevig cluster aan glastuinbouwbedrijven. De gemeente Loon op Zand heeft zich sterk toegelegd op recreatie, wat zich weerspiegelt in verhoudingsgewijs groot aantal verbrede agrarische bedrijven met een nevenfunctie en veel bedrijven met een vorm van paardenhouderij. Het agrarisch gebied in deze gemeente is een groot groen gebied tussen het stedelijke Tilburg enerzijds en de natuurgebieden Huize ter Heide en de Loonse- en Drunense Duinen anderzijds. Onder de noemer van Landschapspark Pauwels werken verschillende partijen waaronder onze afdeling, samen om het buitengebied tussen Tilburg, Udenhout, Loon op Zand, Kaatsheuvel en De Moer mooier en beleefbaarder te maken. De volgende tabel laat de ontwikkeling zien van het aantal land- en tuinbouwbedrijven in de gemeente Dongen en Loon op Zand vanaf 2000.
Het aantal bedrijven is in beide gemeenten in twintig jaar ongeveer gehalveerd. Het aantal geregistreerde agrarische bedrijven in Loon op Zand in 2020 is momenteel 69 en in Dongen 81 (zie tabel 1). De verwachting is dat de komende jaren de daling van het aantal bedrijven zich door zal zetten. Dit maakt de noodzaak om tot een visie voor de sector te komen des te groter.
180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 1995
2000
2005 Bedrijven LoZ
2010
2015
Bedrijven Dongen
Tabel 1: Aantal landbouwbedrijven, arealen en sectoren – bron CBS
4
2020
2025
Weliswaar is het aantal agrarische bedrijven stevig gedaald, de toegevoegde waarde van de bedrijven, uitgedrukt in Standaard Opbrengst (SO) is redelijk stabiel gebleven, doordat de bedrijven groter zijn geworden. Een SO is gebaseerd op de gestandaardiseerde opbrengst van een gewas of diersoort. De berekening van de gestandaardiseerde opbrengsten wordt voor Nederland uitgevoerd door het LEI. Bij die berekening wordt uitgegaan van de gemiddelde opbrengsten over vijf jaren, zodat de invloed van kortdurende hoge of lage opbrengsten en prijzen wordt beperkt. De sector is nog steeds van economisch belang voor beide gemeenten. 50.000.000 45.000.000 40.000.000 35.000.000 30.000.000 25.000.000 20.000.000 15.000.000 10.000.000 5.000.000 0 2009
2010
2011
Loon op Zand
2012
2013
Dongen
2014
2016
Poly. (Loon op Zand)
TABEL 2: STANDAARD OPBRENGST (IN EURO’S)
5
2015
2017
2018
2019
Poly. (Dongen)
2020
De halvering van het aantal agrarische bedrijven in beide gemeenten is niet gepaard gegaan met een vergelijkbare daling van het grondgebruik. In tabel 3 is te zien dat voor beide gemeenten het areaal cultuurgrond wat gebruikt wordt door de agrarische sector met zo’n 20 procent is afgenomen. De stijging van het areaal niet-cultuurgrond wat door de agrarische sector wordt gebruikt komt op conto van natuurpercelen die door agrarische ondernemers in Loon op Zand worden beheerd.
Label Grondgebruik LoZ, totaal Cultuurgrond LoZ Niet-cultuurgrond LoZ Grondgebruik Dongen, totaal Cultuurgrond Dongen Niet-cultuurgrond Dongen
Unit are are are are are are
2000 197.170 189.851 7.319 225.718 215.351 10.367
2010 177.781 168.102 9.679 206.606 193.286 13.320
2020 214.265 144.849 69.416 186.066 179.333 6.733
Type Oppervlakte Oppervlakte Oppervlakte Oppervlakte Oppervlakte Oppervlakte
TABEL 3: GRONDGEBRUIK DOOR AGRARISCHE SECTOR (BRON CBS)
“Wij verdienen onze plek in het buitengebied, doordat we integraal werken aan het verlagen van onze emissies, het verbeteren van het dierwelzijn en een (h)eerlijk stukje vlees maken”
6
2. BOEREN EN TUINDERS HEBBEN EEN OPLOSSING Meer dan ooit wordt er een beroep gedaan op boeren en tuinders. De wetgeving en regulering is toegenomen, evenals de vraag naar gezond voedsel, schoon water, CO2-neutrale productie en de kritische maatschappelijke houding ten opzichte van herkomst en productie. De enorme druk op de land- en tuinbouw is voelbaar en de vraagstukken rondom klimaatverandering, (stikstof)uitstoot en duurzaam produceren worden steeds groter en complexer voor individuele ondernemers. Ook voor onze boeren en tuinders zijn deze complexiteit en voortdurend veranderende kaders een lastige basis om de juiste keuzes te blijven maken voor hun bedrijven. Tegenstrijdigheden van eisen, wetten en kaders zijn aan de orde van de dag en maken het moeilijk om daarin een route te vinden als ondernemer. Dit vraagt om een vernieuwende manier van boeren die, ingegeven door maatschappelijke relevantie en veranderende omstandigheden, juist ook vaak zorgt voor innovatie en duurzame ontwikkelingen. Niet alleen duurzaam uit oogpunt van milieu, maar ook voor een toekomstbestendige en economisch volhoudbare agrarische onderneming. Er ontstaan op onze primaire productiebedrijven steeds vaker combinaties met vernieuwende bedrijfsactiviteiten zoals zorg, recreatie of educatie. Met name vaker naar buiten gericht op onze omgeving, biodiversiteit, op klanten of bewustzijn.
En we zoeken continu naar kennis en samenwerkingen voor een gezonde bedrijfsvoering met vernieuwende technieken. Agrarisch ondernemers zijn zich terdege bewust van de maatschappelijke discussies rondom voedselproductie en kringloop wensen. We zien wat er gebeurt in de maatschappij, weten wat er leeft en zoeken naar meer verbinding. Daarop vragen we dezelfde maatschappij om ook verbinding met ons te zoeken, onze producten te waarderen en onze rol in de aantrekkelijkheid van hun leefomgeving en landschap te zien. Alle ontwikkelingen samen zullen resulteren in een nog grotere diversiteit van bedrijven binnen de agrarische sector, en dat vraagt steeds vaker om maatwerk in plaats van een generieke aanpak. Daarbij duurt de terugverdientijd van investeringen op onze bedrijven eerder een generatie, dan enkele jaren. Voortdurend veranderende wet- en regelgeving en gestelde generieke kaders, dragen niet bij aan een solide basis voor het nemen van toekomstbestendige, individuele investeringen. Het vraagt wel om een flinke dosis flexibiliteit en wederkerigheid, zeker op lokaal niveau, vanuit de politiek, het beleid en bewoners, zoals dit ook geschetst wordt in de omgevingswet.
We vragen de gemeente Dongen en Loon op Zand om de land- en tuinbouwbedrijven goede ontwikkelingsmogelijkheden te geven, zuinig om te springen met ruimtelijke claims in het buitengebied en de sterke landbouwstructuur te behouden. Een nog betere verbinding tussen boer en burger mee te faciliteren en in gesprek te blijven over onze gezamenlijke rol in de lokale samenleving en onze bijdrage aan belangrijke thema’s waarbij we het produceren van voedsel en planten koppelen aan klimaatadaptatie, een vitaal buitengebied en duurzame energieopwekking. Hoe we dit voor ons zien hebben we in de volgende twee hoofdstukken uitgewerkt.
7
Wij hebben de gemeenschap veel te bieden, want boeren hebben een oplossing voor veel maatschappelijke vraagstukken, zoals onderstaand figuur kernachtig weergeeft.
Bewoners uit de stad maken recreatief graag gebruik van het gebied om er te wandelen of om te fietsen en een aantal verbrede agrarische ondernemers speelt hier op in met een terras, boerderijwinkel of een vorm van dagrecreatie. Daarnaast kan het agrarisch gebied gezien worden als een groot inzijggebied voor hemelwater. Per saldo is de agrarische sector netto een ontvanger van regenwater. Met steeds meer het accent op duurzaam bodembeheer liggen er kansen om primaire voedselproductie te koppelen aan het vastleggen van koolstof in de bodem: Carbon Farming. Agrarische ondernemers kunnen daarmee een bijdrage leveren aan het oplossen van het klimaatprobleem, zoals ook al veel agrarische ondernemers een bijdrage leveren in duurzame energieopwekking door de daken vol te leggen met zonnepanelen. Meerdere ondernemers doen aan duurzaam randenbeheer en aan agrarisch natuurbeheer, of beheren natuurgrond van één van de natuurterrein beherende organisaties. Onze bedrijven dragen niet alleen zorg voor een vitaal en beleefbaar buitengebied, een aantal biedt bedrijven biedt letterlijk zorg aan, bijvoorbeeld door jongeren met een beperking tot de arbeidsmarkt werk te bieden op het varkensbedrijf, of door kinderopvang aan te bieden op het pluimveebedrijf. Met recht durven wij daarom te stellen dat boeren en tuinders een oplossing hebben voor maatschappelijke vraagstukken.
Agrarische ondernemers kunnen maatschappelijke diensten koppelen aan het produceren van lekker en gezond voedsel en groen. Het primaire bedrijf is daarbij de basis. Wanneer dit wegvalt komen deze diensten ook onder druk te staan, wanneer nog meer agrarische ondernemers versneld gaan stoppen komt de vitaliteit van het buitengebied onder druk te staan. Onze ondernemers dragen zorgen ook voor sociale cohesie in het buitengebied. Zij helpen elkaar en anderen wanneer nodig, door materiaal ter beschikking te stellen, of bieden de helpende hand bij allerlei activiteiten, al zijn het bijvoorbeeld maar de schuren waar carnavalswagens gebouwd worden. Met het verdwijnen van deze bedrijven en het leeg komen te staan van gebouwen nemen de risico’s op verloedering en ondermijning juist toe.
8
Een florerende agrarische sector daarentegen vertaalt zich in een groen en afwisselend buitengebied waar het goed vertoeven is. Daarom zijn het behoud van de landbouwstructuur, goede ontwikkelingsmogelijkheden en ruimte om te ondernemen in steeds sneller veranderende omstandigheden zo cruciaal voor onze sector én voor de bewoners van onze beide gemeenten. Alleen dan kunnen we blijven werken aan klimaat en energietransitie, gezondheid en milieu, biodiversiteit, zorg en recreatie en toerisme.
9
3. RUIMTE OM TE ONDERNEMEN Sinds 1950 is er in Nederland een schaalvergroting gaande binnen de landbouw. Maar tegelijkertijd nam het aantal bedrijven sindsdien af met 80%, en de hoeveelheid cultuurgrond met 20%. Recentere cijfers laten zien dat de landbouw ondanks deze afnames toch haar economische omvang weet te behouden, door een steeds hogere productie te bewerkstelligen. Met daarin de keuze voor meer kilo’s of juist meer waarde van kilo’s. Of door te verbreden naar andere, zogeheten multifunctionele, activiteiten dan voedselproductie, zoals zorg, energieproductie, landschap, educatie en recreatie. In Nederland boert ongeveer 20% van de Nederlandse agrariërs multifunctioneel. Multifunctionele landbouw biedt zeker in de stedelijke omgeving van Tilburg en een toeristisch aantrekkelijk gebied als hier kansen. Niettemin: Boeren en tuinders zijn primair voedselproducenten en dat zal niet wezenlijk veranderen. De omstandigheden in Nederland zijn gunstig voor de productie van voedsel, maar ook voor sierteelt en groenbeleving. Met de productie van gezond, veilig, smaakvol voedsel tegen een eerlijke prijs, leveren boeren en tuinders een bijdrage aan de maatschappelijke opdracht voedselzekerheid en de gezondheid van mens en dier. Daarmee leveren zij ook een belangrijke bijdrage aan de economie. Onze agrarische ondernemers maken individuele keuzes.
Dat hangt af van de plaats en grondsoort waar ze boeren en wat voor type ondernemer het is. De één zal kiezen voor schaalvergroting om in te spelen op marktontwikkelingen of een beter dierwelzijn, of juist extensiveren en produceren voor een speciale markt. De ander kiest voor verbreding door agrotoerisme, zorg, huisverkoop, levering van energie of nieuwe bedrijfsvormen. Maar hun gemeenschappelijke drijfveer is het zoeken naar een verdienmodel door het bieden van producten en diensten aan de maatschappij, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden in hun omgeving.
“Ontwikkelingsruimte voor een nieuw duurzaam concept, dat biedt mijn bedrijf toekomstperspectief”
10
We hebben hier een vitaal buitengebied, maar voor het behoud van deze vitaliteit is ruimte om te ondernemen nodig, met name voor de (jonge) ondernemers die die hun (familie)landbouwbedrijf voort willen zetten. Maar ook mogen ontwikkelingen op locaties die zullen gaan vervallen als agrarisch, doordat bedrijven stoppen, worden gesloopt of verkocht aan burgers, niet ten koste gaan van de landbouw- en tuinbouwstructuur. We willen er samen naar streven dat de agrarische sector in onze afdeling voldoende ontwikkelingsruimte blijft houden, om zich te kunnen blijven vormen naar de kansen, bedreigingen en uitdagingen van de nabije en verre toekomst. Ruimte om te ondernemen betekent ook voldoende grond beschikbaar houden voor de agrarische bedrijven. De maatschappelijke wens voor verdere verduurzaming en extensivering van de sector betekent dat de grondbehoefte voor de sector toeneemt. Om deze reden is terughoudendheid gevraagd bij het inplannen van allerlei (grootschalige) ontwikkelingen in het agrarisch gebied, zoals bijvoorbeeld zonnevelden. Datzelfde geldt voor grootschalige woningbouw. Onze leden hebben ook belang bij het op peil houden van het voorzieningenniveau in de kleine kernen, en daarmee met het op peil houden van het lokale woningaanbod voor de lokale woonbehoefte. Tegen kleinschalige woningbouw in en tegen de kernen hebben wij geen bezwaar.
Datzelfde geldt voor kleinschalige wooninitiatieven in het buitengebied, bijvoorbeeld op het boerenerf, maar dat is wel afhankelijk van de locatie. Daar waar de agrarische structuur in het gedrang is en blijvende agrarische bedrijven mogelijk in hun ontwikkeling belemmerd worden is er geen ruimte voor kleinschalige wooninitiatieven. Voor alle bedrijfstypen geldt dat ‘ontwikkelruimte’ van vitaal belang is voor perspectief op zowel de korte als de langere termijn. Agrarische bedrijven moeten zich kunnen ontwikkelen, met hun tijd meegaan en ondernemerschap kunnen uitvoeren. Bedrijven die ontwikkelen moeten voldoen aan de nu geldende eisen, die goed zijn voor de dieren, het milieu en de omwonenden. Maar bedrijven die ontwikkelen moeten de extra kosten kunnen terugverdienen door meer dieren of hogere opbrengsten. Dus geef bedrijven kansen, dit is voor iedereen goed, of die ontwikkelruimte nu letterlijk nodig is in de vorm van een groter bouwblok, nieuwvestiging, of voor het toevoegen of wijzigen van bedrijfsactiviteiten. Sommige boeren stoppen hun bedrijf, terwijl anderen juist verder willen ontwikkelen. Grondfuncties en behoeften uit de markt veranderen en de behoefte aan goede landbouwgrond blijft onverminderd groot. Het zijn ontwikkelingen die veel kansen bieden, mits beleidsmatig goed onderkend en geadresseerd.
En denkend vanuit kaders in plaats van nauwe vastlegging van regels. De wetgeving gebruiken waar hij voor nodig is; richting geven en mogelijkheden bieden, met gelijke spelregels. ZLTO vindt het belangrijk om de diversiteit van de agrarische structuur te behouden. Traditioneel, biologisch, recreatief; alle diverse vormen hebben hun eigen waarde. En diversiteit vraagt om flexibiliteit, ook vanuit de gemeente. Baken beleid niet af in harde kaders, maar kies voor maatwerk, ga in gesprek met elkaar en bekijk samen wat de mogelijkheden zijn.
“Economisch en duurzaam gezonde agrarische bedrijven zijn hard nodig voor het buitengebied. Voor onderhoud en aankleding van het landschap, maar ook voor gezond voedsel”
11
WENSEN VANUIT DE SECTOR EN W AT KUNNEN DE GEMEENTEN HIERIN BETEKENEN?
Een goede landschappelijke inpassing bedrijven is wenselijk, maar moet wel proportioneel blijven tot de ontwikkeling. Duidelijke, bij voorkeur provinciale, kaders hebben daarbij de voorkeur, zodat een gelijk speelveld ontstaat. Kies voor maatwerk in de zoektocht naar passende mogelijkheden voor (solitaire) glastuinbouwlocaties bij doorontwikkeling of omschakeling van bedrijfsactiviteiten, zodat deze ondernemers toekomstperspectief kunnen blijven houden. Het nieuwe provinciale beleid gaat hier mogelijkheden voor bieden. Wij vragen u deze mogelijkheden over te nemen. Stimuleer ondernemerschap en zorg voor een vergelijkbare concurrentiepositie voor de bedrijven met collega’s elders. Biedt bedrijven ruimte om te ondernemen, maar ook ruimte aan koplopers om te experimenteren. Ga daarbij niet uit van harde afgebakende kaders. Faciliteer plannen die ruimte vragen vanwege dierwelzijn, brandveiligheid of verduurzaming van de bedrijfsvoering. Blijf in gesprek als overheid met ondernemers, en schep duidelijke verwachtingen over de haalbaarheid van plannen. Denk daarbij liever in kansen dan in belemmeringen. Leg ondernemers geen eisen op die verder gaan dan wettelijke of provinciale regelgeving. Zoek mogelijkheden voor ontwikkelruimte bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB), die de blijvende agrarische bedrijven niet belemmert.
Zorg voor een duidelijke, vlotte en betaalbare vergunningverlening. Integrale aanpak met het waterschap van vergunningprocedures voor ruimtelijke ontwikkeling. Welke koppelkansen bieden onze wederzijdse uitdagingen als gemeente en agrarische sector, of kunnen zorgen voor een betere verbinding tussen boer en burger?
“Duurzaam ondernemen met
toekomstperspectief”
12
4. ONTWIKKELINGEN EN VERWACHTINGEN OP THEMA’S 4.1 ARBEID, PERSONEEL EN HUISVESTING De zorg om het beschikbaar hebben van voldoende en gekwalificeerd personeel neemt toe in de tuinbouw, fruitteelt, boomteelt, akkerbouw en veehouderij. Het invullen van voldoende en geschikte tijdelijke arbeidskrachten is de grootste uitdaging voor onze bedrijven. Tijdelijke arbeidspieken als gevolg van seizoensmatige teelten worden ingevuld door lokale arbeidskrachten zoals scholieren, huisvrouwen- en mannen, en door arbeidsmigranten. Er is daarnaast een tekort aan hooggeschoold personeel op het vlak van management, teelt en techniek. De sector investeert veel in werving, promotie en robotisering om minder afhankelijk te zijn van personeel en om kosten te besparen. Echter, de ontwikkeling van deze technieken vraagt veel tijd en financiële middelen, en de werving levert nog niet overal het gewenste resultaat. Voor de tijdelijke arbeidsmigranten is huisvesting nodig, waar ondernemers zelf zorg voor dragen. Het is in ieders belang dat de huisvesting kwalitatief in orde is. LTO Nederland heeft daarom het gecertificeerde keurmerk Agrarisch Keurmerk Flexwonen voor de huisvesting van seizoenarbeiders ontwikkeld. Binnen de gemeente zal daarnaast voldoende aanbod van betaalbare en passende huisvesting moeten zijn.
Het is wenselijk om verschillende typen huisvesting mogelijk te blijven maken, afhankelijk van de behoefte van de betreffende seizoensarbeider, onderneming en locatie. We denken hierbij aan diverse vormen van huisvesting op de bedrijfslocatie, bewoning van agrarische bedrijfswoningen en woningen in de dorpskernen. Waar nodig vragen we de gemeente hierover met ons in gesprek te blijven, met regelmaat te evalueren en te blijven faciliteren in haar beleid.
WENSEN VANUIT DE SECTOR EN W AT KUNNEN DE GEMEENTEN HIERIN BETEKENEN?
Inzet van de gemeente voor beschikbaarheid van gemotiveerd en gekwalificeerd personeel. Blijf als gemeente bijdragen aan en faciliteren in voldoende, betaalbare en verschillende typen huisvestingsmogelijkheden van arbeidsmigranten, afhankelijk van de behoefte van de arbeider, mogelijkheden op de locatie en uitwisseling van personeel onderling. Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) is een erkend keurmerk, wat de gemeente erkent en accepteert.
4.2 WATER, LANDSCHAP EN BODEM Met de klimaatverandering neemt de kans op extremen in neerslag toe, zowel te veel als te weinig. Dat heeft directe gevolgen voor de landen tuinbouw. Het beleid en de werkwijze vanuit de gemeente kan daarbij ook invloed hebben op het productievermogen van agrarische gronden. Watertekort Allereerst is het goed om te duiden dat het agrarisch gebied één groot inzijggebied is voor regenwater. Nergens wordt zoveel water opgevangen om in de bodem te laten infiltreren als in het agrarisch gebied. Agrarische ondernemers zijn er steeds meer van bewust dat zij zelf een bijdrage kunnen leveren aan duurzaam waterbeheer, door bijvoorbeeld in de winter het peil van de sloten hoog te houden en in de zomer water zo lang mogelijk vast te houden in de sloten.
13
Hier ligt evengoed een taak voor de gemeente. Weliswaar is het waterschap de beheerder van het grond- en oppervlaktewater, maar minder dan 10% is daadwerkelijk in onderhoud bij het waterschap. Vooral de kleinere watergangen (de zogenoemde B- en C-watergangen) en greppels zijn in onderhoud bij de naastliggende grondgebruiker. Vaak is dat de gemeente, bijvoorbeeld als wegbeheerder of als beheerder van sportvelden en openbaar groen. Juist deze kleinere watergangen lenen zich uitstekend om regenwater vast te houden in het gebied, zodat het kan worden toegevoegd aan het grondwater en verdroging beperkt. Dat kan via maatregelen als de aanleg van stuwtjes, schotten, verhoogde duikers etc. Vaak geeft het waterschap hiervoor een financiële ondersteuning. De keuze van de maatregelen komt het meest tot zijn recht als die qua soort en locatie wordt afgestemd met de naastliggende agrariërs. Wateroverlast Aan de andere kant moeten de watergangen in staat zijn om op momenten van extreme neerslag, deze goed en snel te verwerken. Onderlopen van landbouwgronden geeft niet alleen directe economische schade aan gewassen, maar zorgt ook voor het dichtslaan van de bodem en alle nadelige gevolgen daarvan. In perioden van hevige neerslag hebben riool overstorten de functie om het gemeentelijk rioolstelsel in de bebouwde kom te ontlasten.
Het overtollige water wordt veelal geloosd in het agrarisch gebied, aan de rand van de bebouwde kom. Zeker wanneer de ontvangende sloten een beperkte capaciteit hebben, heeft dat overstroming tot gevolg van aangrenzende landbouwgronden. Vaak heeft dat water een slechte kwaliteit, waardoor vervuilende stoffen achterblijven op landbouwgrond of zich hechten aan de gewassen. In het kader van voedselveiligheid en (bij grasland) diergezondheid is dat ongewenst en kan tot enorme financiële schades leiden. Onze oproep is daarom om het rioolstelsel zodanig te dimensioneren dat overstorten zo min mogelijk gebruikt hoeven worden of uitkomen op landbouwgrond. Daarnaast moet in overleg met het waterschap het ontvangende slotenstelsel voldoende capaciteit hebben. Wij vragen aandacht voor de waterhuishouding omdat afvoer van overtollige waterafvoer bij extreme neerslag een bedreiging blijft vormen voor de kwaliteit van landbouwgrond. Vanwege de noodzaak tot zuinig ruimtegebruik is het bewust parkeren van water in het agrarisch gebied bij overvloedige regenval minder gewenst. Dit kan niet alleen leiden tot opbrengstderving, maar ook tot het verslempen van gronden, wat een langduriger negatief effect heeft voor de bodem en het opbrengend vermogen van de grond. Landschapsontwikkeling en biodiversiteit Natuur en landbouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Agrariërs zijn juist daarom in staat om natuur en groen te ontwikkelen en beheren. Het is van belang dat agrariërs de kans krijgen om groen in stand te houden en te ontwikkelen, tegen een passende vergoeding. Bijvoorbeeld bij het meer grondgebonden maken van veehouderijbedrijven. Agrariërs kunnen natuurontwikkeling en –beheer prima uitvoeren, vaak zelfs voor gunstigere tarieven dan terreinbeherende organisaties. Gemeenten zijn aan zet om deze ruimte te creëren bij de ontwikkeling en het beheer van lokaal landschap.
14
Maatschappelijke diensten in het buitengebied genereren daarnaast welzijn voor de bewoners en bezoekers. Ze maken het buitengebied aantrekkelijker voor toerisme en recreatie, en zorgen voor meer economische activiteit. Echter komt nu slechts een klein deel van deze inkomsten terecht bij de bewoners van het buitengebied. Wij willen graag met de gemeente op zoek naar mogelijkheden om de ondernemers in het gebied economisch meer te laten delen in de bijdrage die het buitengebied heeft op en in de regio. Een vernieuwde vorm van landschapsinvulling die zorgt voor meer biodiversiteit is agroforestry. Hierbij gaat het om de aanleg van een combinatie van houtachtigen en landbouwgewassen- of dieren, of een voedselbos, maar altijd met (behoud van) de bestemming landbouw. Mogelijk biedt deze ontwikkeling ook interessante kansen voor een geaccepteerde landschappelijke inpassing binnen onze gemeenten, in combinatie met een verdienmodel voor agrariërs. Als agrarische sector zoeken we graag samen naar slimme oplossingen voor meer biodiversiteit en minder Co2 in de gemeente. Denk daarbij ook aan de keuze voor groen in de kernen en het buitengebied, door geschikte beplanting met inheemse soorten te kiezen en oog te hebben voor mogelijke effecten door de soort, plaats of het onderhoud. Ook de frequentie, tijdstip en locatie van bijvoorbeeld het maaibeleid spelen daarin een rol.
Het samen inrichten van groen biedt daarnaast ruimte voor recreatie, met behoud van de landbouw en haar plek en waarde in het gebied. Denk daarbij aan wandelpaden door het agrarisch landschap of het inrichten van (speel)ruimte om meer te bewegen en recreëren. De land- en tuinbouw in Dongen en Loon op Zand functioneert op deze manier, samen met de aanwezige natuur, als groene omgeving voor de bewoners van de kleine kernen, Dongen, Kaatsheuvel en Tilburg.
15
Archeologie Het is vaak verplicht om standaard archeologisch onderzoek te doen voorafgaand aan werkzaamheden in de bodem onder een bepaalde diepte. Veel gronden zijn aangemerkt als archeologisch waardevol, terwijl er bij onderzoek niet of nauwelijks iets gevonden wordt. Daarbij moet in ogenschouw genomen worden dat in veel gronden al eerder “geroerd” is (door middel van teelten, werkzaamheden, ruilverkaveling e.d.) en er geen archeologische resten meer aanwezig zijn op bewerkingsniveau van de gronden. Vanuit de omgevingswet kan de regeldruk hiervoor aanzienlijk verminderd worden als enkel archeologisch onderzoek verplicht wordt gesteld bij werkzaamheden in de gebieden die van provinciaal belang zijn, of waar de trefkans reëel genoeg is voor archeologische vondsten. Daarnaast brengt archeologisch onderzoek voor de aanleg van peil gestuurde drainage of sub irrigatie substantiële kosten met zich mee en heeft een langere doorlooptijd, wat niet evenwichtig is met gewenste resultaat of in het belang van klimaatverandering.
WENSEN VANUIT DE SECTOR EN W AT KUNNEN DE GEMEENTEN HIERIN BETEKENEN?
Inrichting van het lokaal watersysteem op de toenemende weersextremen, waarbij we maximaal gebruik blijven maken van de toegenomen neerslag op jaarbasis. Voldoende en duurzame beschikbaarheid van oppervlakte- en grondwater in het zomerse groeiseizoen, om gewassen en dieren in hun levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Het beperken of tegengaan van (regen)wateroverlast tijdens neerslagrijke periodes vanuit de bebouwde kom, en tevens voldoende water vast te houden in de nabije omgeving voor tijden van droogte. Waterretentie kan daarmee ook in combinatie met natuurcompensatie of als ecologische verbinding worden gerealiseerd. Agrariërs kunnen bijdragen aan biodiversiteit, natuurbeheer of groene recreatie in de gemeente. Het STILA biedt agrariërs hiertoe een mogelijkheid, mits beide gemeenten hierin blijven participeren. Archeologisch onderzoek enkel verplicht stellen bij werkzaamheden in gebieden die van provinciaal belang zijn of waar de trefkans reëel is Afstemming van het maaibeleid over frequentie, tijdstip en locatie.
4.3 ENERGIE EN INFRASTRUCTUUR Op dit moment produceert 1 op de 3 boeren en tuinders al duurzame energie, waarvan het overgrote deel via zonnepanelen op het dak. Agrariërs vervullen ook steeds meer de rol van energieleverancier, zowel individueel als collectief, waarbij de opwek en opbrengst lokaal blijft. Energie wordt integraal onderdeel van hun bedrijf, wat steeds meer energieneutraal is, met toepassingen van zon, wind, biomassa, aardwarmte, besparing en benutten van restwarmte. De agrarische sector is in Nederland op deze manier al voor meer dan 80% zelfvoorzienend op het energiegebied. We streven ernaar om als agrarische sector zoveel mogelijk energieneutraal te zijn, door middel van een landschappelijk geaccepteerde inpassing, lokale samenwerking, betrokkenheid en opbrengst. De sector heeft afgelopen decennia al een aanzienlijk deel in energiebesparing gerealiseerd; in de glastuinbouw tot wel 50%. Liever een duurzame, lokale en verantwoorde oplossing voor de lange termijn, dan een snelle maatregel voor de korte termijn. Deze uitdaging biedt kansen en mogelijkheden om lokaal en/of op bedrijfsniveau energie te produceren of op te slaan. Als sector zijn we tevens betrokken bij het ontwikkelen van nieuwe technieken, zoals het herwaarderen van restwarmte (melk), aqua- en geothermie en waterstof, en zijn we aan de slag met een lokale energiecoöperatie.
16
Netwerkbeschikbaarheid is daarbij steeds bepalender voor energieopslag en directe benutting van opgewekte energie op locatie of lokaal. Door de vele energie-initiatieven en de grote opgave uit de Regionale Energie Klimaat Strategie (REKS) plannen lopen de elektriciteitsnetten in rap tempo vol. Netwerkbeschikbaarheid is cruciaal voor het slagen van kansen en mogelijkheden voor de energietransitie, zowel lokaal als regionaal. Daarnaast gaat energieopslag een deel van dit knelpunt wellicht ondervangen. Als agrarische sector denken we graag mee in oplossingen voor de opslag van energie, of het beperken van de druk op het elektriciteitsnetwerk. Zonnedaken De ontwikkeling van zonnedaken is, ook financieel, het meest voor de hand liggend voor agrariërs. Een goed geïsoleerd integraal (zonne)dak, is in de sector steeds meer gemeengoed. Er zijn nog wel obstakels voor de aanleg van nieuwe daken, zoals het op korte termijn vervallen van de salderingsregeling, aanpassing van de postcoderegeling en de SDE++ regeling die lagere vergoedingen gaat uitkeren. Deze ontwikkelingen werken schaalvergroting, zoals grotere dakoppervlakten en/of zonnevelden, in de hand. Andere bepalende factor is de netwerkbeschikbaarheid en de steeds hoger wordende aansluitkosten. Verwijdering van asbest kan juist versneld worden door toepassing van zonnedaken, maar is door de hoge kosten nog vaak een drempel.
Een gemiddeld zonnedak van 1000 m2 levert ongeveer een stroomhoeveelheid op die gelijk is aan het verbruik van 45 huishoudens.
“Door het voer voor mijn geiten lokaal te telen en door zonnepanelen op het dak en innovaties in mijn stal is de CO2 foodprint van mijn bedrijf enorm teruggebracht”
Kleine windmolens / boerderijmolen In windrijke gebieden kunnen kleine windmolens (met ashoogte tot 30 meter) bij agrarische bedrijven interessant zijn. Juist in combinatie met een zonnestroominstallatie op het dak biedt het de mogelijkheid, vooral bij melkveehouderijbedrijven, om energieneutraal te produceren. Daarnaast ontlast deze combinatie het elektriciteitsnetwerk omdat geen netverzwaring nodig is en de bedrijven zelfvoorzienend zijn. Afhankelijk van type en windbeschikbaarheid is de productie 35.000 tot 100.000 kWh/jaar, wat overeenkomt met het verbruik van 10 tot 35 huishoudens. Ontwikkeling zonnevelden Voor de ontwikkeling van zonnevelden is in de REKS een afwegingskader geschreven waarin het belang van behoud van de agrarische structuur is meegenomen. Wij vinden dit een zeer goed uitgangspunt. Claims op landbouwgrond door grootschalige zonnevelden maken het voor omliggende blijvende agrarische ondernemers lastiger om hun bedrijf verder te extensiveren. Het inzetten van de zonneladder heeft daarom de voorkeur, waarbij in eerste instantie de keuze valt op de aanleg van zonnepanelen op daken. De realisatie van zonnevelden vormt voor de land- en tuinbouw minder problemen bij dijken, taluds of ongebruikte overhoeken
17
op gemeentegrond of op ongeschikte percelen voor primaire productie. We zijn als sector graag betrokken bij de lokale invulling van de REKS-opgave voor zonne-energie, ook na 2023. Monovergisting Klimaatbeleid en de uitdaging om zonder gebruik van fossiel gas te produceren, is een stimulans voor de inzet van (mono)vergisting. In het kader van klimaatbeleid (methaanmaatregelen), mestbewerking en de vraag naar groene stroom en/of groen gas is vergisting van dierlijke mest een interessante optie. Vooral voor rundveehouderijbedrijven kan een monovergister op bedrijfsniveau meerdere doelen dienen, waaronder klimaat, energie, hergebruik mineralen en de omschakeling naar kringlooplandbouw. Mestverwerking in combinatie met biomassavergisting is echter niet op alle landbouwlocaties wenselijk. Warmte Kracht Koppeling (WKK) Bijna al onze glastuinbouwbedrijven hebben de beschikking over een Warmte Kracht Koppeling (WKK). WKK is het gecombineerd opwekken van zowel nuttige warmte als elektriciteit bij een gelijktijdige warmte- en elektriciteitsvraag. Deze wijze van opwekking is heel efficiënt omdat er weinig nuttige warmte verloren gaat. Een WKK produceert onmiddellijk naar gelang de vraag, onafhankelijk van het aanbod van zon- en windenergie: Wanneer zon of wind plotseling wegvalt, kunnen onze glastuinbouwbedrijven direct op vol vermogen stroom gaan leveren.
Dit zal zeer van belang zijn om de leveringszekerheid van de stroomvoorziening te kunnen blijven garanderen.
“De sector kenmerkt zicht door innovaties, kennis en creativiteit. We hebben onze boeren en tuinders nodig”
Ondergrondse infrastructuur Naast bovengrondse infrastructuur vraagt ook ondergrondse infra onze aandacht. In onze gemeenten gaat het daarbij om de aanwezigheid van hoogspanningsleidingen, buisleidingstraten en voldoende capaciteit van digitale infrastructuur. Een goed werkend glasvezelnetwerk is daarbij van groot belang voor de continuïteit en bereikbaarheid van bedrijven in het buitengebied. Ook bij onderhoud, vervanging of aanlegwerkzaamheden worden omwonende agrariërs graag tijdig op de hoogte gebracht. Mogelijk past de eventuele hinder die deze werkzaamheden met zich meebrengen niet gunstig in combinatie met bijvoorbeeld oogst- of gewaswerkzaamheden.
18
Infrastructuur en sluipverkeer Verkeersveiligheid en bereikbaarheid van agrarische bedrijven en percelen zijn van groot belang. Zeker omdat de hoeveelheid verkeer en het recreatief gebruik van het buitengebied de komende jaren verder zal toenemen is het belangrijk goed te kijken naar wegen waar zowel landbouwverkeer en recreatief verkeer voorkomen: Onderhoud van doorgaande en tussenwegen en bermen is een aandachtspunt, zodat ook landbouwmachines veilig over de openbare weg kunnen blijven rijden. Om het buitengebied aantrekkelijk en veilig te houden voor recreatie en het bezoeken van de aanwezige multifunctionele agrarische bedrijven, is het aan te bevelen om ook de aanleg van meer geschikte fiets- en wandelpaden mee te nemen. Dat versterkt de cultuurhistorische waarden van het gebied en het vergroot de aantrekkingskracht van het landschap voor toerisme en recreatie.
WENSEN VANUIT DE SECTOR EN W AT KUNNEN DE GEMEENTEN HIERIN BETEKENEN?
19
Voor de invulling en uitvoering van de energietransitie in de REKS, willen we als agrarische sector vroegtijdig betrokken zijn bij planvorming, planologische borging en realisatie. We kunnen voor deze lokale energieopgave een interessante bijdrage leveren, vanuit individuele bedrijven of via participatie. Biedt ruimte aan innovaties rondom technieken en toepassingen van nieuwe duurzame energieinitiatieven, via o.a. vergunningen, aangepaste bouwblokken en VAB’s. Denk bij de stimulering van duurzame energie niet alleen aan zon of wind, maar ook nieuwe energiebronnen, zoals het herwaarderen van restwarmte, aqua- of geothermie. We adviseren om als gemeente de regie in eigen hand te houden als het gaat over de invulling van de energieopgave, ook voor na 2030. De agrarische sector gaat graag in gesprek over de ontwikkeling van nieuwe technieken op het gebied van energievoorziening- en opslag. Stimuleer Enexis om haar netwerk te verzwaren. Bereikbaarheid en verkeersveiligheid zijn erg belangrijk voor boeren- en tuinders. Verbetering van de wegen(structuur) in combinatie met het inrichten van recreatie (fiets/wandelpaden) zorgen voor een aantrekkelijk buitengebied.
5. DE SCHOP IN DE GROND Hierboven hebben wij geschetst dat wij als sector van grote toegevoegde waarde zijn voor beide gemeenten. Niet alleen economisch, maar zeker ook doordat we maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaat, energie, zorg, recreatie en biodiversiteit kunnen koppelen aan agrarisch ondernemerschap. Daarmee houden we het buitengebied vitaal en aantrekkelijk voor alle gebruikers van de groene ruimte. Hoe gemeenten daar in de randvoorwaardelijke zin aan kunnen bijdragen staat hierboven beschreven. ZLTO Dongen-Loon op Zand wil graag, samen met andere partijen zelf ook een steentje bijdragen aan het nog aantrekkelijker maken van het buitengebied: ten behoeve van onze leden én bewoners, recreanten of andere gebruikers van het buitengebied. Dat betekent dat wij samen met onze leden aan de slag willen gaan op een aantal gebieden: 1. Duurzaam watergebruik: Graag willen wij industrieel spoelwater (mits van voldoende waterkwaliteit) een zinvol hergebruik geven door het in te laten op de hogere agrarische gronden. Met onze leden en andere organisaties zoals Waterschap en terreinbeheerders gaan we bekijken hoe we vervolgens dit water zo kunnen vasthouden dat natuur en landbouw het kunnen benutten. Dit idee is inmiddels ingebracht binnen de REKS en bij het Waterschap en heeft groot draagvlak bij onze achterban. 2.
Carbon Farming: Carbon Farming, ofwel koolstofboeren, heeft als doel om zoveel mogelijk CO2 uit de lucht te halen en in de bodem als koolstof vast te leggen door middel van natuurlijke en biologische processen. Onze leden zijn er zich van bewust dat duurzaam bodemgebruik niet alleen goed is voor een duurzaam voedselproduct, maar ook een bijdrage kan leveren aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en waterconservering. De kosten van de aangepaste vorm van bodemgebruik kunnen onze ondernemers echter niet door vertalen in de prijs van het product. Om deze reden willen we de samenwerking zoeken met grote bedrijven in onze omgeving die lokaal willen investeren in Carbon Farming, om op die manier klimaatpositief te worden. 3. Leer van onze boeren: Wij hebben gemerkt dat in de Corona periode het lokale agrarische product gretig aftrek heeft gevonden. De aanloop in de boerderijwinkels steeg ten tijde van de Coronabeperkingen merkbaar. Deze bezoekers waarderen het agrarische product, maar nog steeds bespeuren wij bij veel mensen onwetendheid over hoe wij ons voedsel produceren en zorgen voor mooi groen in de steden, in huis en in de tuinen.
Dat ons buitengebied in toenemende mate recreatief gebruikt wordt is een kans om ons verhaal aan de bezoekers in het buitengebied over te brengen: niet met een praatje, omdat wij druk bezig zijn op het land en met de zorg voor onze dieren, maar beeldend. Eigentijdse informatieborden met QR codes vertellen het verhaal van de ondernemer en zijn gezin, over het bedrijf, de gewassen in het veld en de dieren op het bedrijf en vormen zo een eigen agrarische route door het buitengebied van onze gemeenten. Hier hoeft het overigens niet bij te blijven. We zien dit als een mooie start om verder actief zaken op te pakken met andere partijen om samen het buitengebied aantrekkelijk te houden met een duurzame rol daarin voor onze leden. Voor ideeën op dat vlak staan wij open, onze mailbox is 24/7 bereikbaar: zltodongen-loonopzand@zlto.nl
20