2021-031 Bijlage1- Begeleidende brief Uitvoeringsprogramma OMWB
Tekst van het document
Werkprogramma Werkprogramma
DONGEN
OMWB WERKPROGRAMMA 2021 Gemeente Dongen November 2020
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .................................................................................................................. 3
2.
Uitwerking thema’s en activiteiten 2021 ....................................................................... 4 2.1
Omgevingswet ................................................................................................... 4
2.2
Overdracht bodem taken ..................................................................................... 5
2.3
Transitie veehouderij .......................................................................................... 5
2.4
Branches in toezicht 2021 ................................................................................... 7
2.5
Energie ............................................................................................................ 12
2.6
Externe veiligheid .............................................................................................. 13
3.
Werkprogramma 2021 .............................................................................................. 14 3.1
Programma 1 .................................................................................................... 14
3.2
Programma 2 .................................................................................................... 14
3.3
Programma 3 .................................................................................................... 16
4. Totaaloverzicht werkprogramma 2021............................................................................... 16
2
1.
Inleiding
Voor u ligt het werkprogramma (WP) 2021 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voor uw gemeente. De afgelopen periode hebben wij samen met de ambtelijke vertegenwoordiger(s) van uw gemeente gewerkt aan het opstellen van een werkprogramma voor 2021. In de basis bestaat het WP 2021 uit dezelfde producten en diensten als het WP 2020. We willen eind van dit jaar een digitale PDC beschikbaar stellen waar u op detail exact kan inzien welke producten er onder welk taakveld vallen. In hoofdstuk twee worden de thema’s en activiteiten beschreven die specifiek zijn voor het WP 2021. In hoofdstuk drie vindt u de met u afgestemde budgetten voor uw gemeente van het WP 2021 verdeeld over programma 1,2 en 3.
3
2.
Uitwerking thema’s en activiteiten 2021
2.1
Omgevingswet
De Omgevingswet (Ow) komt eraan. Alle regelgeving ruimtelijke ordening, bouwen en milieu wordt gebundeld in deze nieuwe wet. Instrumenten en werkwijzen veranderen. Integratie van beleid en uitvoering worden in toenemende mate belangrijk. Deze opgave heeft een grote impact op alle overheden en ook op het VTH-takenpakket van de OMWB. Het Rijk heeft aangegeven dat de Ow beleidsneutraal zal verlopen. Dit betekent echter niet dat er binnen het VTH-pakket mogelijk verschuivingen plaats kunnen vinden. Een mogelijk verschuiving kan van invloed zijn op het werkprogramma voor de komend jaren. Het zal naar verwachting een aantal jaren duren voordat er een uitgebalanceerd werkprogramma kan worden opgesteld voor zowel de VTH-taken en de verzoektaken. De OMWB zit echter niet stil. De komende maanden zal de OMWB zich op een projectmatige manier richten op de impact van de Ow op het producten en dienstenpalet van de OMWB. 2.1.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Gemeenten hebben nog één jaar de tijd om zich voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. Elke gemeente heeft een Omgevingswet-programma opgesteld en is bezig met de implementatie. De aanpak van de voorbereiding is een vrije keuze, wel maken de volgende (roadmap VNG-) onderwerpen altijd deel uit van het implementatieprogramma: • Ambitie, strategie en beleid • Omgevingsvisie en programma • Omgevingsplan • Initiatievendienstverlening en behandelproces • Monitoring, toezicht en handhaving 2.1.2
Wat betekent dit voor het WP 2021?
Implementatie van de Omgevingswet door gemeenten kan niet zonder input van en afstemming met ketenpartners. De OMWB stelt voor om volgend jaar per gemeente € 10.000 op te nemen in het werkprogramma. Met dit budget kunnen essentiële zaken met de gemeenten worden afgestemd. Aanvullende taken kan de OMWB alleen met aanvullend budget initiëren. In onderstaande tabel staan de verschillende onderwerpen, (potentiele) werkzaamheden en budgetten vermeld. Het vermelde budget is hierbij uitsluitend gebaseerd op de vetgedrukte werkzaamheden. Component Ambitie, strategie en beleid
Omgevingsvisie en programma
Omgevingsplan
Werkzaamheden • Advies over voorstellen ambities op gebied van milieu • Verzamelen van beleidstukken die gebruikt kunnen worden (opnieuw vaststellen) • Vertalen van beleid • Afstemmen bodemtaken • Advies over omgevingsvisie • Advies over het opstellen van een programma (incl. financiële) impact • Opstellen van nulmeting voor milieuthema’s • Opstellen themakaarten • Verzorgen van data t.b.v. nulmeting • Uitwerken van omgevingsprogramma voor milieu en duurzaamheid • Advies over Omgevingsplan • Bespreken van de bruidsschat om aan te geven waar gemeenten keuzes kan maken. • Aanpassen van bruidsschat / tijdelijk omgevingsplan (niet urgente zaken).
Budget in € 0
1.500
500
4
Initiatieven dienstverlening en behandelproces
• • • • •
Monitoring, toezicht en handhaving
• • • •
2.2
Overdracht bodem taken
2.2.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
De urgente zaken worden via collectief programma uitgewerkt Inregelen proces vergunningenverlening Inregelen omgevingstafel Afstemmen mandaat Opstellen van toepasbare regels Inregelen samenwerkingsruimte in DSO Inregelen toezicht en handhavingsproces Afstemmen mandaat 10 dossier omzetten naar MBA’s (lopende dossiers) Advies over monitoring
2.000
6.000
Samenhangend met het uitstel van invoering van de Omgevingswet wordt ook de overgang van het bevoegd gezag, voor bodem en ondergrond voor een groot deel van provincie naar gemeenten, uitgesteld. Naast de zogenoemde B5 gemeenten worden dan alle Brabantse gemeenten bevoegd gezag voor bodem en ondergrond. 2.1.2
Wat betekent dit voor het WP 2021?
Onderstaande punten zijn zaken waar de OMWB voor 2021 op gaat insteken voor het budget van advies bodem. Hiervoor wordt per gemeente € 2.500 aan budget gevraagd bovenop de overige adviestaken die qua impact vergelijkbaar zullen zijn met 2020. • • • • • •
Ondersteuning gemeenten bij screening lijsten over te dragen verontreinigde locaties van provincie. Afspraken met gemeenten over overdrachten van dossiers Afspraken met gemeenten over digitalisering dossiers en BIS (denk aan AVG) Advies gemeenten actualiseren Nota’s bodembeheer Vertaling producten Samen de diepte in en Bodembeheer van de Toekomst naar concrete al te regelen zaken in omgevingsplannen (wat moet/wat kan/welke wensen) Implementatie en uitwerking regels bodem van Bodembeheer van de Toekomst in omgevingsplannen. Mogelijk start pilot met programma Bodembeheer van de Toekomst in 2021.
2.3
Transitie veehouderij
2.3.1
Brabantse aanpak
Door wijziging van landelijke regelgeving en provinciaal beleid komen de komende jaren veel extra zaken op de Brabantse veehouders af. Veehouders maken een keuze over hun toekomst en voor vervolgstappen krijgt de veehouder altijd met de lokale overheden te maken. Voor de jaren 2021 2024 heeft dit ook aanzienlijke gevolgen voor gemeenten, provincie en omgevingsdiensten, zowel wat betreft capaciteitsinzet als kosten. De verwachting is dat in met name de agrarische gemeenten in onze regio een groot aantal bedrijven vergunningen of meldingen, met daarbij vaak M.E.R.-aanmeldingsnotities, zal indienen. Om een beeld te krijgen van de omvang van de extra taken en hoe deze te kunnen uitvoeren, is in 2019 een Brabant brede ambtelijke en bestuurlijke taskforce gevormd. Eind 2019 hebben zij het rapport ‘Meer dan de som der delen’ opgeleverd. Hierin staat hoeveel extra personele inzet nodig is om de piek aan werkzaamheden op te vangen, maar ook een pakket van 8 maatregelen welke de omgevingsdiensten gaan doorvoeren op gebied van efficiëntie, risico-gerichte aanpak en keuzes in werkzaamheden. 5
Op 7 mei 2020 heeft de provincie een nieuw coalitieakkoord gepresenteerd: Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant 2020 – 2023. Een belangrijke wijziging in het akkoord is de nieuwe, latere datum van 1 januari 2024 voor het gemiddeld voldoen aan de emissie-eisen van de Interim Omgevingsverordening (IOV) terwijl er voor het indienen van een aanvraag om vergunning voor een nieuwe stalaanpassing geen deadline is genoemd. De Taskforce heeft nu de eerste (mogelijke) consequenties hiervan in beeld gebracht. 2.3.2
Impact op vergunningverlening in 2021
Verwacht wordt dat de eerder verwachte piek aan aanvragen en meldingen van 2020 gaat verschuiven naar 2022/2023. Voor 2021 wordt een normaal jaar verwacht voor wat betreft het aantal aanvragen en meldingen. Weliswaar zal een deel van de ondernemers hun aanvraag (of melding) doorschuiven naar 2023, maar we zien daarnaast een aantal ontwikkelingen die dit qua aantallen aanvragen en meldingen compenseren: • Er komen al ondernemers met een aanvraag waarin volledig voldaan wordt aan de eisen uit de IOV. Zij zijn al langere tijd bezig met bedrijfsontwikkeling, willen verder en wachten dus niet langer af. • Er worden meer intrekkingen verwacht door o.a. de Warme Sanering Varkenshouderij en maatregelen om de stikstofproblematiek aan te pakken (Brabantse aanpak stikstof en landelijke beëindigingsmaatregel stikstof). • De eerder gemelde stoppers uit het Actieplan ammoniak en veehouderij blijken niet allemaal daadwerkelijk te stoppen of in een aantal gevallen bedrijfsmatig door te gaan met een andere bedrijfsvoering dan veehouderij. Dit leidt tot extra aanvragen en meldingen. • Eén van de maatregelen uit het pakket van de Taskforce betrof het niet uitvoeren van het implementeren van BBT-maatregelen in de vergunningen van IPPC-veehouderijen. Dit betreft een Europese verplichting die voor veehouderijen voor 21 februari 2021 moet zijn uitgevoerd.
Door het uitblijven van de piek aan werkzaamheden in 2020 en 2021 ontstaat er ruimte alsnog aan deze verplichting te voldoen, bij voorkeur via een projectmatige aanpak. • Half september 2020 heeft de provincie haar beleidsregel natuurbescherming gewijzigd. Hiermee is het mogelijk geworden om stikstofdepositie rechten extern te salderen en te verleasen. De verwachting is dat dit met name bij veehouderijen een rol gaat spelen: intrekkingsverzoeken van vergunningen of verzoeken om deze tijdelijk buiten gebruik te stellen. Voor andere bedrijven biedt dit juist mogelijkheden om uit te breiden, waardoor er meer vergunningaanvragen zullen komen. Begin 2020 heeft de provincie Noord-Brabant toegezegd om de extra kosten voor gemeentelijke vergunningverlening die voortvloeien uit het provinciale beleid voor de transitie naar een duurzame veehouderij, onder voorwaarden, te vergoeden aan gemeenten à € 400 per procedure. Deze toezegging blijft overeind, ook na het nieuwe coalitieakkoord. In het najaar van 2020 zal de provincie dit verder afstemmen met de gemeenten. De komende periode willen wij graag met alle individuele gemeenten in beeld brengen welke bedrijven welke acties gaan ondernemen en hoe de gemeenten zich voorbereiden op de gevolgen van deze acties [wijzigingen bestemmingsplan e.d.] en wat hun verwachtingen zijn m.b.t. de gevolgen voor de uitvoering van de VTH-taken. 2.3.3
Impact op Toezicht in 2021
Naast de effecten op vergunningverlening heeft de transitie naar een zorgvuldige veehouderij ook zijn effecten op het houden van toezicht. Het alom wisselend beleid, nieuwe coalitie, aanpassingen in de rekenmodule Aerius, stikstofcrisis etc. drukt in zijn geheel op het uitvoeren van toezicht. Dit gezien toezicht ook constant zich aan dient te passen aan de nieuwe omstandigheden, nieuw beleid, nieuwe data en termijnstellingen in een sector die al ver onder druk staat. Stoppers In het eerste kwartaal van 2020 heeft de OMWB het overgrote deel van de stoppers gecontroleerd of zij ook daadwerkelijk zijn gestopt. De resultaten hiervan zijn met alle gemeenten gedeeld in individuele gesprekken, waarbij de resultaten via de power-BI tool zijn getoond. De OMWB heeft een advies gegeven over de mogelijke opvolging van het project op bedrijfsniveau. Dit advies kan betekenen dat er overgegaan kan worden tot ambtshalve intrekking, in die gevallen waar dit direct mogelijk is. Een anders advies kan ook zijn dat er nog twee opvolgende jaren een constatering nodig is, om zo drie opeenvolgende jaren aan constateringen te hebben dat een vergunning (of OBM) niet meer wordt gebruikt, waarop overgegaan kan worden tot intrekking. 6
Deze controles kunnen verkorte flitscontroles zijn. Een korte check of er dieren aanwezig zijn, bewijsmateriaal in de vorm van foto’s en verklaring ondernemer en daarop vastleggen in een rapportage. Het conceptadvies wordt verwerkt in het toezichtprogramma 2021. ITv Het project Intensivering Toezicht en veehouderij loopt in het eerste kwartaal 2021 ten einde. Vanwege COVID-19 heeft betreffend project in 2020 vertraging opgelopen. De vrijgekomen data uit betreffend project wordt door de omgevingsdiensten gebruikt om te komen tot een risicoprioriteringsmodel, per individuele inrichting op basis van risico’s voor de leefomgeving. Hiervoor is een web-based portal in ontwikkeling welke de diensten kunnen gebruiken in het beter kunnen categoriseren van risico’s door data uit verschillende bronnen te combineren (zaaksystemen, ITv-data (beleidsvraagstukken en naleving), web-BvB, KIWA, SKAL etc.). Met het einde van ITv loopt ook het project ten einde en daarmee zijn organisatiestructuur. De drie Brabantse omgevingsdiensten zijn bezig om de werkwijze van ITv te verwerken in het reguliere toezicht om deze effectieve manier van werken te behouden. Hiervoor worden afspraken gemaakt hoe de verschillende tools voort te zetten, de benodigde licenties te behouden, de portal in de lucht te houden en ook het datawarehouse en data-analisten.
De ervaringen van drie jaar werken conform ITv worden hierin meegenomen. Zo zal worden beoordeeld hoe de datakwaliteit beter te borgen is en hoe het werk te vergemakkelijken in de uitvoering om zo een efficiencyslag door te voeren. In beginsel leidt het werken conform ITv tot een verhoging in het kengetal vanwege het verplicht vullen van meerdere tools door de toezichthouder voor de dataontsluiting (naast vulling zaaksysteem ook vullen ITv-app en een digitale checklist). Dit betekent extra handelingen door de toezichthouder waar tijd voor nodig is. Op termijn zal dit echter resulteren in een meer effectieve inzet van de toezichthouder gezien de opgeleverde data gebruikt kan worden voor de risicoprioritering. De toezichthouder kan dan ingezet worden daar waar de grootste dreigingen voor de leefomgeving gelden. Beleidsregel natuurbescherming Half september 2020 heeft de provincie haar beleidsregel natuurbescherming gewijzigd waarmee het mogelijk is geworden om stikstofdepositie rechten extern te salderen en te verleasen. Omdat veel natuurtoestemmingen zijn opgenomen in de omgevingsvergunning via een VVGB zullen gemeenten toezicht moeten uitvoeren op het geheel of gedeeltelijk stoppen van bedrijven na intrekken van de vergunning en vooral ook het tijdelijk geheel of gedeeltelijk stopzetten van bedrijfsactiviteiten als gevolg van leaseconstructies.
De OMWB adviseert voor 2021 voor het ad hoc budget hierin ruimte te reserveren.
2.4
Branches in toezicht 2021
2.4.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Met de brancheaanpak en ketenaanpak wordt invulling gegeven aan het GUK en tegelijkertijd ook aan de in het GUK geformuleerde uitgangspunten van informatie gestuurd en risicogericht werken. Door een goede analyse van risico’s en effecten van uitgevoerd werk kunnen de juiste inhoudelijke keuzes gemaakt worden voor de inzet van middelen en het te kiezen instrumentarium voor het vervolg. Deze aanpak zorgt er tevens voor dat we meer maatwerk kunnen leveren en de beleidscyclus gesloten kan worden. Hierbij nemen we de aandachtspunten die we hebben meegekregen uit de evaluatie over 2019 mee. Brancheaanpak In het GUK is een risicomatrix opgenomen waarin voor alle branches is bepaald of het een hoge, middel of lage risicobranche betreft. Een verdere verdieping van de risico’s vindt plaats in een brancheplan. Om overall informatie gestuurd en risicogericht te kunnen werken is het noodzakelijk dat voor elke branche een brancheplan wordt opgesteld. Voor het opstellen van een brancheplan wordt een methodiek ontwikkeld in een cyclus met de stappen weten, kiezen, uitvoeren en evalueren (PDCA). Aan de voorkant wordt nagedacht over de problematiek binnen de branche, de verschillende doelgroepen en de te bereiken doelen. Een goede analyse en het gebruik van data kan tot nieuwe inzichten leiden waardoor instrumenten doelmatiger kunnen worden ingezet.
Het gaat uiteindelijk om de voor die (doelgroep binnen de) branche ideale mix van in te zetten instrumenten. Dit kan veel breder zijn dan de integrale controle, daarbij kun je denken aan een themacontrole, een zelfcontrole of self-assessment, administratief toezicht of een informatiebijeenkomst voor 7
de branche. Bij de uitvoering van de VTH-werkzaamheden wordt deze data op een uniforme wijze geregistreerd, waarna de resultaten geanalyseerd kunnen worden. Bij een deel van de groep Risicorelevante Bedrijven wordt dit al toegepast door de uitvoering van het zogenaamde “Interventietoezicht”. Bij deze bedrijven wordt voorts gestuurd op een omslag van regelgericht naar risicogericht toezicht waarbij eigen verantwoordelijkheid, bewustwording bijbrengen en toetsen op de borging van de naleving centraal staan. Uiteindelijk is de kern dat op basis van verkregen data en inzichten (outcome) een vervolgaanpak verder ingevuld kan worden. In 2019 en 2020 is een aantal branches middels een brancheaanpak benaderd. Een aantal van deze branches zullen in 2021 niet meer branchegericht worden benaderd. Wel zal op basis van de resultaten een voorstel worden gedaan voor het toezichtprogramma voor 2021. In overleg met de klankbordgroep risicomatrix zijn voor volgend jaar de volgende branches geselecteerd: Doorlopende branches Risicorelevante bedrijven Afval(beheer)bedrijven ITv 2.0* Vuurwerk Nieuwe branches Transport- en distributiebedrijven Metaal-electrobedrijven Rubber- en kunststofbedrijven *
Voor gemeenten die nog niet aan ITV hebben deelgenomen
Risicorelevante bedrijven (RRB) Naast de circa 75 bedrijven boven de BRZO-drempel, zitten er in onze regio zo’n 125 bedrijven net onder die drempel. Van deze 125 bedrijven valt ongeveer 90 onder het bevoegde gezag van de gemeente. Om grip te houden op deze groep van risicorelevante bedrijven, heeft de OMWB een meerjarenaanpak risicorelevante bedrijven vastgesteld (aanpak risicorelevante bedrijven 20192020). Er is landelijke aandacht voor RRB. De zes Brzo-omgevingsdiensten werken samen aan een uniforme uitvoering van de VTH-taken bij de Brzo- en RIE4 bedrijven in Nederland. Naast de Brzo en RIE4 bedrijven is er tevens aandacht voor RRB; dit komt tot uiting in het project risicorelevante bedrijven zoals opgezet door Brzoplus.nl. De Staatssecretaris heeft daarnaast in een brief aangegeven dat voor RRB veiligheidswinst te behalen is door het veiligheidsbewustzijn bij de betreffende bedrijven te vergroten. Sinds 2020 wordt gewerkt met speerpunten, de gegevens zijn verwerkt in digitale checklists. Deze gegevens zijn geanalyseerd zodat inzicht is gekregen in onder meer het naleefgedrag van bepaalde onderwerpen, waardoor (beter) informatie gestuurd toezicht kan plaatsvinden. De gegevens kunnen over alle bedrijven, per gemeente of op bedrijfsniveau worden uitgelezen. Dit betreft een nieuwe manier van werken, inmiddels is deze systematiek geëvalueerd en verbeterd.
De analyse is met de opdrachtgevers gedeeld. Voor 2021 worden nieuwe specifieke speerpunten uitgewerkt voor Brzo, RIE4 en RRB (gemeentelijke en provinciaal). Daarbij wordt teruggekeken naar de onderwerpen die uit de recente analyse naar voren zijn gekomen. De speerpunten voor RRB zijn: • Bodem, specifiek onderhoud & inspectie rioleringen; • Naleefgedrag m.b.t. de specifieke RRB risico’s waardoor een bedrijf risico relevant is (voorbeeld: bedrijf heeft een ammoniakkoel- en vriesinstallatie met een inhoud > 1.500 kg). Het doel hiervan is Brabant breed inzichtelijk brengen van het naleefgedrag van deze specifieke risico’s. Bovengenoemde speerpunten komen als onderdeel van de integrale controle aan bod. Daarnaast worden bij ongeveer 50% van de bedrijven onaangekondigde bezoeken uitgevoerd en vinden herinspecties plaats in het geval er overtredingen zijn geconstateerd. Indien van toepassing worden ongewoon voorvallen op de reguliere manier in behandeling genomen. In 2020 is het traject van interventietoezicht verder vormgegeven. Voor deze categorie van bedrijven zijn de gegevens vastgelegd in digitale checklists. Een analyse moet nog worden uitgevoerd. Risico relevante bedrijven zijn geselecteerd op basis van vooraf vastgestelde en Brabant brede criteria. Deze criteria is op basis van categorie-indeling en daarmee generiek bepaald.
Het naleefgedrag, de cultuur van het bedrijf en omgevingsfactoren zijn bijvoorbeeld niet meegenomen in deze 8
benadering. Bedrijven met een goed naleefgedrag worden in aanvang hetzelfde behandeld als bedrijven met een slecht naleefgedrag. In 2021 wordt de methodiek geëvalueerd en verder uitgewerkt met als doel om op bedrijfsniveau te bepalen in welke mate toezicht nodig is. Brancheplan Afvalbedrijven In 2018 en 2019 nagenoeg alle gemeentelijke afvalbedrijven, verspreid over de hele regio gecontroleerd. Dit heeft de OMWB veel inzicht gegeven in de actuele thema’s, de ‘state of the art’ van de branche. Daarnaast is bij deze controles allerlei data vastgelegd, hierbij valt te denken aan keuringsdata van tanks, vloeren en overige voorzieningen. Met deze data kunnen we de bedrijven de komende jaren risicogericht en data gestuurd (administratief) informeren en controleren. In 2021 pakken de we branche op informatie- en risico gestuurde wijze aan met een mix van interventies zoals het actief informeren, het uitvoeren van digitaal toezicht en fysiek toezicht en door flitscontroles. Naast deze aspecten op de bekende inrichtingen zien we voor 2021 nog twee extra thema’s namelijk inzicht krijgen in de “onbekende” afvalbedrijven en de actieve communicatie over wijzigingen op het gebeid van melden van afvalstoffen. Per 1 juli 2020 zijn namelijk de wijzigingen van de EUKaderrichtlijn afvalstoffen, die in de Implementatiewet wijziging EU-Kaderrichtlijn afvalstoffen zijn opgenomen, van kracht.
Dit heeft gevolgen voor het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) en AMICE en dus ook voor de bedrijven in de afvalbranche. Door hierover actief te communiceren verwachten we een stijging in het naleefgedrag. Als richtlijn adviseren wij hetzelfde budget als 2020 aan te houden waarbij we echter een deel van dit budget zullen inzetten op deze twee extra thema’s. Het aanwijzen van de individuele te controleren bedrijven volgt later dit jaar, waarbij het reguliere kental van de MWB-norm wordt gehanteerd. De individueel te controleren bedrijven zullen worden geselecteerd aan de hand van hun naleefgedrag, de risicoprioritering en branche specifieke actualiteiten. ITv & Agrarisch opvolging ITv 1.0 veehouderij IPPC De data voortkomend uit deze manier van werken levert dusdanig bruikbare informatie op welke te gebruiken is voor risicogericht werken, dat de Brabantse omgevingsdiensten graag vasthouden aan deze manier van werken (dus ook vullen ITV app, digitale checklist, controle asbest, energie en vrijkomende agrarische gebouwen). Deze informatie kan in 2021 verwerkt gaan worden in een meerjaren brancheaanpak voor de agrarische sector IPPC/geen IPPC zoals opgenomen in het GUK. Het idee is dat deze manier van werken op termijn juist een efficiencyslag mogelijk maakt.
Door op grote schaal data te verzamelen, waarbij constant aan een verbeterslag op de kwaliteit wordt gewerkt, wordt ingezet op een verbeterde prioritering. De gemeente als bevoegd gezag krijgt beter inzicht in de risico’s binnen de eigen gemeenten. Verder kan er een benchmark met buurgemeenten plaatsvinden. Het project Intensivering Toezicht en veehouderij loopt in het eerste kwartaal 2021 ten einde. Met het in ontwikkeling zijnde risicoprioriteringsmodel, op basis van risico’s voor de leefomgeving een meerjaren brancheaanpak wordt opgesteld waarbij ingezet wordt op informatie gericht toezicht en het inzetten van de meest efficiënte en effectieve interventies. Vooruitlopend op deze evaluatie en brancheaanpak zal de selectie aan agrarische inrichtingen voor 2021 deels al risicogericht plaatsvinden op basis van data uit het ITv project. Ook voor de gemeenten die eerder niet aan het ITv project hebben deelgenomen zal de OMWB een eerste selectie van bedrijven maken overeenkomst de ITv gemeenten, waarbij onder andere rekening wordt houden met de grootste uitstoot aan ammoniak afgezet tegen de omgeving zoals natura-2000 gebieden. Metalelektro, Rubber & kunststof en Transport & distributie Op basis van de risicomatrix in het GUK zijn bovenstaande branches geselecteerd voor het toezichtsprogramma van 2021. Het gaat hierbij om de gemeentelijke basistaakbedrijven.
Voor deze branches willen we een stap vooruitzetten als het gaat om informatie gestuurd en risicogericht werken door zowel in de selectie van de inrichtingen én de instrumenteninzet onze keuzes te baseren op de aanwezige risico’s. Dit betekent dat we een breder en verdiepend inzicht willen opbouwen over deze drie branches om zo tot een effectieve en efficiënte uitvoering van ons toezicht te komen. Daarnaast willen we voor deze drie branches een voorschot nemen op de komst van de Omgevingswet door ons te richten op de Milieu Belastende Activiteiten (MBA’s). Om deze ambitie mogelijk te maken borgen we de systematiek van de brancheaanpak in vier stappen: ‘weten’, ‘kiezen’, ‘uitvoeren’ en ‘evalueren’. In de zomer van 2020 is de start gemaakt met het uitvoeren van de stap ‘weten’ waarna we in het najaar onze instrumenteninzet ‘kiezen’ met 9
behulp van het interventiekompas (voorheen T11). Tijdens deze sessies zullen de opgebouwde inzichten op basis van data-analyse over o.a. het historische naleefgedrag, de ‘self-assessment’ door de branche zelf, experts en vertegenwoordigers uit de branches leiden tot een gerichte en afgewogen instrumenteninzet gegeven het daarvoor gealloceerde budget. De uitwerkingen van de vier stappen worden beschreven in de betreffende brancheplannen en geven op die manier richting voor de uitvoering van ons toezicht. Vuurwerk De Omgevingsdiensten zijn landelijk belast met toezicht op de (legale) verkoop- en opslag punten van consumentenvuurwerk. Deze activiteit valt onder het basistakenpakket echter bij de OMWB is deze activiteit destijds met de ontwikkeling van de MWB-norm niet zodanig aangemerkt. Met de Omgevingswet en de evaluatie van de MWB-norm zal dit herzien worden. In de huidige situatie ervaart de OMWB dat het budget voor het toezicht op deze activiteiten jaarlijks bij diverse gemeenten wordt verdrongen door de inzet op diverse locatie prioriteiten. Dit is geen gewenste situatie. De opslag en verkoop van consumentenvuurwerk is een activiteit is waar grote gevolgen kunnen ontstaan, wanneer de voorschriften niet worden nageleefd.
De OMWB stelt voor 2021 dan ook voor om de budgetten bedoelt voor het toezicht op de vuurwerk verkoop- en opslag punten definitief te reserveren in het werk- en toezichtprogramma 2021 zodat verdringen later in het jaar wordt voorkomen. In de vuurwerkbranche speelt de laatste jaren veel, waaronder verbod op knalvuurwerk en mogelijk een algeheel verbod voor bepaalde gemeenten. De OMWB controleert jaarlijks een deel van deze locaties en hierbij maken we sinds enkele jaren gebruik van digitale checklists. Door het digitaal uitlezen van deze checklists kunnen we betere doelgroep en naleefanalyses maken en daar onze interventies op afstemmen. De risicobepaling gebruiken we als input voor het aandachtsgebied voor het volgend jaar. Zo worden verkooppunten waar we meerdere jaren achtereenvolgens geen overtredingen constateren ‘beloond’ met minder intensieve controles. Dit doen we doormiddel van een administratieve voorcontrole in plaats van een fysieke voorcontrole. Zo werken we nu al enkele jaren en we krijgen van ondernemers terug dat zij dit als positief ervaren. Ondanks een goede naleving van de voorschriften, blijft het zo dat we bij enkele verkooppunten toch een fysieke voorcontrole adviseren. We stellen dan ook voor om voor 2021 vervolg te geven aan de ingezette toezichtstrategie.
De fysieke voor- en verkoopcontroles bij de adressen waar we overtredingen constateren en de minder intensieve administratieve voorcontroles en fysieke verkoopcontroles bij de verkooppunten waar we geen overtredingen constateren. Het advies per gemeente zal in het eerste concept toezichtprogramma 2021 worden verwerkt. Ketenaanpak Voor de ketenaanpak OMWB is voor 2021 een werkplan opgesteld. Dit plan wordt u separaat toegestuurd. Hieronder een korte samenvatting van het werkplan. Binnen de ketenaanpak OMWB worden 3 sporen onderscheiden, namelijk: 1. Ketenanalyses Binnen de ketenanalyses wordt gestart met een tactische analyse van de hele keten die samen met de ketenpartners wordt uitgevoerd. Binnen de tactische analyse worden risicoindicatoren benoemd. Op basis van die risico-indicatoren wordt een Top X van bedrijven of fenomenen samengesteld. Voor deze bedrijven of fenomenen geven aanleiding voor het uitvoeren van operationele analyses of projecten. 2. Ketenprojecten Ketenprojecten is een beproefd instrument bij de uitvoering van de asbestketen binnen de OMWB. Dit maakt daarom een belangrijk onderdeel uit van onze ketenaanpak. 3. Keteninstrumenten Belangrijke instrumenten binnen de ketenaanpak zijn het diepgaand administratief toezicht (DAT) en het basis administratief toezicht (BAT). Deze kunnen worden ingezet n.a.v.
signalen uit VTH, klachten of projecten maar ook als onderdeel van de operationele analyse. Data en ketenpartners Centrale activiteiten binnen de ketenaanpak zijn het samen met de ketenpartners delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie. Dit zorgt voor het gericht kunnen opwerpen van barrières met als doel om malafide bedrijven dan wel bedrijven met een slecht naleefgedrag een halt toe te roepen. Denk hierbij aan het inzetten van handhavingsinstrumenten, het verstrekken van informatie en of het aanpassen van beleid om de sleutelfiguren die actief zijn in een keten 10
aan te pakken. Het delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie zorgt ook voor het gericht kunnen opwerpen van barrières om fenomenen aan te pakken. Een fenomeen is bijvoorbeeld de constatering dat bepaalde type bedrijven de gelegenheid hebben om te kiezen voor illegaliteit of ondermijning. Het negatieve effect daarvan werkt door in een keten. Dat willen we oplossen. Programma 2021 Vanuit de landelijke en regionale prioriteiten komen voor 2021 vier (koepel)onderwerpen naar voren waarvoor ketenanalyses en -projecten worden voorgesteld. Tezamen met de inzet van keteninstrumenten is de ketenaanpak in 2021 gericht op: 1. Asbestketen (ketenprojecten) 2. Bodemketen (ketenanalyses en ketenprojecten) 3. Afvalstromen a. Kunstgrasvelden (ketenproject) b. E-waste (ketenanalyse) c. Co-vergisting (ketenanalyse) 4. Integrale benadering van 4 ketens: asbest – sloop - puin breken - toepassen secundaire grondstoffen en het beheer daarvan (ketenanalyse) 5. Inzet van keteninstrumenten: diepgaand administratief toezicht en basis administratief toezicht. De resultaten van ketenanalyses zijn een essentiële stap voor een gerichte en concrete vervolgaanpak. Daarom stellen wij voor om bovengenoemde onderwerpen te agenderen voor de komende 3 jaar.
Besluit mobiel breken Bouw- en Sloopafval Het Besluit mobiel breken Bouw- en Sloopafval stelt regels voor het mogen breken van BSA op de slooplocatie met een mobiel puinbreker. Van 2018 tot en met 2020 is onder het taakveld Ketengericht milieutoezicht het project Besluit mobiel breken Bouw- en Sloopafval uitgevoerd. Het project is opgeleverd en de uitvoering van het preventieve reguliere toezicht gaat vanaf 2021 over van het taakveld NIG - ketengericht milieutoezicht naar het taakveld NIG – Mobiel breken. Deze werkzaamheden betreffen basistaakwerkzaamheden. Over de periode 2018, 2019 en 2020 heeft de monitoring op aantal meldingen en toezicht plaatsgevonden. Het budgetadvies voor 2021 is daarop afgestemd. In de uitvoering worden alle meldingen beoordeeld. Ook wordt er voor iedere locatie een voorcontrole uitgevoerd op de slooplocatie om te zien of het BSA overeenkomt met wat er op de locatie gesloopt wordt. Tijdens het breekproces zelf wordt er risicogericht een controle uitgevoerd waarbij met name wordt gekeken naar het bedrijf wat breekt en de locatie waar wordt gebroken. Nadat het werk klaar is zal na verloop van tijd een (administratieve) nacontrole plaatsvinden om te zien of het granulaat is toegepast of afgevoerd. Het naleefgedrag binnen de branche is gemiddeld zo’n 52%. Een groot deel betreft administratieve overtredingen en de afzetting van het terrein.
In 2021 zal hiervoor een doelgroep- en naleefanalyse voor worden uitgevoerd om na te gaan wat hiervan de reden is en daarvoor passen interventies in te zetten? Het zijn relatief weinig bedrijven die puin breken. Mogelijk kan het presenteren van de cijfers en wijze van administreren en afzetten van een terrein aan de branche zorgen voor een sterk verbeterde naleving. 2.4.2
Wat betekent dit voor het WP 2021?
Ook voor de NIG-taken en ketenaanpak wordt voorgesteld om het geïndexeerde budget van 2020 op te nemen voor het programma van 2021.
11
2.5
Energie
2.5.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Evenals in 2020 is energietoezicht als apart taakveld in het werkprogramma opgenomen. Gespecialiseerde energietoezichthouders voeren controles uit bij bedrijven die door de OMWB zijn geselecteerd. Dit zijn hoofdzakelijk type A- en B-bedrijven. Programmering en prioritering gebeurt op basis van de ingediende gegevens informatieplicht, het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader en kennis van het besparingspotentieel per branche. De efficiëntie wordt vergroot door het inzetten van een mix van administratief toezicht en toezicht ter plaatse. Gemeenten die budget inbrengen voor energietoezicht kunnen tevens gebruik maken van ondersteuning door het Rijk via het programma Versterkte Uitvoering Energiebesparingplicht en Informatieplicht. Hiervoor heeft de OMWB namens alle gemeenten een plan van aanpak bij het Rijk ingediend. De totale waarde hiervan bedraagt in 2021 € 375.000. De aanpak bouwt voort op de inzet in 2020. In dit programma wordt ingezet op administratief toezicht op de informatieplicht, Het beoordelen van de kwaliteit van de meldingen informatieplicht en het uitvoeren van (her)controles bij eenvoudige en complexe bedrijven.
Om het Rijksprogramma te coördineren en om de verdere doorontwikkeling van het taakveld mogelijk te maken zal er evenals in 2020 30% van het gemeentelijk budget (met een maximum van € 6.500 per gemeente) worden ingezet voor algemene werkzaamheden die aan specifieke gemeenten of bedrijven te relateren zijn. In 2021 gaan we het effect van onze toezichtinspanning rapporteren in termen van gerealiseerde CO2-reductie. Hiermee wordt inzichtelijk welke bijdrage het energietoezicht levert aan de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Een aantal gemeenten neemt sinds 2020 deel aan het project om gemeenten te stimuleren in 2020 en 2021 energiecontroles uit te laten voeren bij kantoren. Zij hebben hiervoor subsidie ontvangen. Dit wordt in 2021 voortgezet. Het budget voor deze controles is onderdeel van het budget voor P1 energie. Per deelnemende gemeente zijn hierover afspraken gemaakt. Met het budget in P1 – Energie worden na aftrek van het budget voor algemene werkzaamheden in 2021 de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Afronding energiecontroles 2020; Energie(her)controles bij kantoren voor gemeenten die van de Provinciale subsidie gebruik maken; Uitvoeren energiecontroles bij geselecteerde inrichtingen (voor zover deze niet in het Rijksprogramma zijn opgenomen). Tevens heeft een aantal gemeenten budget opgenomen in P2 – Advies energie en duurzaamheid.
Met dit budget worden extra werkzaamheden uitgevoerd die gerelateerd zijn aan energietoezicht. Dit betreft voornamelijk de werkzaamheden in het kader van de diverse Green Deals waarbij de OMWB betrokken is zoals het uitvoeren van controles en hercontroles bij achterblijvers van de Green Deals bedrijventerreinen en de kennisdeling bij de Green Deals Zorg. Daarnaast kunnen de gemeenten hier budget opnemen voor advisering in het kader van de energietransitie. 2.5.2
Wat betekent dit voor het WP 2021?
Het taakveld energie heeft betrekking op zowel basistaakbedrijven en niet-basistaakbedrijven. Alle gemeenten hebben ons in 2019 gemandateerd om ook het energietoezicht bij niet-basistaakbedrijven uit te voeren. Het budget voor het energietoezicht wordt evenals in 2020 ondergebracht in Programma 1.
12
2.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid (EV) betreft het beheersen van risico’s die het gevolg zijn van de productie, de opslag, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Hoe hiermee moet worden omgegaan is vastgelegd in wet- en regelgeving en een gemeente kan op dit thema beleid hebben vastgesteld. In 2021 worden hier de volgende producten voor geleverd: • advisering VTH • advisering RO • advisering bij EV in de Omgevingsvisie / beleidsvisie EV • advies vervoer gevaarlijke stoffen • advisering externe veiligheid overig: kennisoverdracht, samenwerking, advisering België • voorbereiding op de komst van het REV (register externe veiligheid) en het stopzetten van het RRGS (binnen het traject kwaliteitsverbetering RRGS) • voorbereiding op de Omgevingswet (o.a. bepalen aandachtsgebieden, advisering omgevingsplan) Binnen deze adviesproducten kunnen meerdere aspecten aan de orde komen, bijvoorbeeld de beoordeling van een QRA, advisering met betrekking tot de verantwoording van het groepsrisico (VGR), actualiseren van de standaard verantwoording groepsrisico (SVGR), bepalen aandachtsgebieden i.h.k.v. de Omgevingswet. Onder overige advisering valt onder andere advisering BRZO België (Helsinki), kennisoverdracht over consequenties voor EV i.h.k.v.
energietransitie, kennisoverdracht EV bij gemeenten in relatie tot de maatschappelijke opgaven waarmee de gemeenten worden geconfronteerd (verdichting, burgerparticipatie), borging EV-taakuitvoering bij gemeenten en OD, advisering bestuur gemeenten basisnet/spoor en deelname aan landelijke PGS-teams. 2.6.1 Inhoudelijke ontwikkelingen Momenteel wordt een groot deel van deze werkzaamheden door de OMWB uitgevoerd met middelen vanuit het programma IOV (Impuls Omgevingsveiligheid). Na 2020 wordt het IOV-programma beëindigd. De middelen voor ‘lokaal EV-beleid, IOV-deelprogramma 4’ zullen dan aan de hand van een EV-verdeelsleutel in het gemeentefonds worden gestort. Voor meer informatie zie Meerjarenprogramma versterking omgevingsveiligheid 2021-2024 en gemeentelijke verdeelsleutel externe veiligheid, Cebeon, 26 mei 2020. Ook na 2020 zullen de gemeenten, naast de wettelijke taakuitvoering externe veiligheid, zich voor moeten bereiden op de Modernisering van het Omgevingsveiligheidsbeleid, zoals dit opgenomen is in de Omgevingswet. Gemeenten en de Provincie zullen de aandachtsgebieden van risicovolle activiteiten in beeld moeten brengen en voorschriftengebieden opnemen in de omgevingsplannen. In 2019 en 2020 heeft de OMWB de activiteiten waarvoor aandachtsgebieden gaan gelden geïnventariseerd.
Na inventarisatie zal duidelijk zijn voor welke activiteiten standaardafstanden gelden en voor welke activiteiten er berekeningen plaats moeten vinden om de aandachtsgebieden te kunnen bepalen. Geadviseerd wordt in 2021 na te denken over de ambities t.a.v. omgevingsveiligheid in de omgevingsvisie en hoe de voorschriftengebieden op te nemen in het omgevingsplan. 2.6.2. Wat betekent dit voor het WP2021? Het voorstel voor WP2021 voor advisering externe veiligheid is gebaseerd op het bedrag dat in 2019 en voorgaande jaren is besteed t.b.v. de gemeente binnen het Regionaal werkprogramma IOV OMWB (RWP IOV OWMB) gefinancierd vanuit IOV deelprogramma 4 ‘Lokaal EV-beleid’ en het bedrag dat is besteed in 2019 binnen werkprogramma 2. De middelen die tot en met 2020 aan EV besteed zijn en afkomstig waren van het programma Impuls Omgevingsveiligheid deelprogramma 4 Lokaal EV-beleid en werden uitgekeerd aan de Omgevingsdienst worden vanaf 2021 in het gemeentefonds gestort.
13
3.
Werkprogramma 2021
3.1
Programma 1
In Programma 1 zijn de taken en activiteiten opgenomen die deel uitmaken van de basistaken van de OMWB. De financiële basis voor programma 1 is de MWB-norm. In het hiernavolgende overzicht van P1 is de MWB-norm en het voorstel voor het op te nemen budget voor 2021 opgenomen. De geraamde benodigde bedragen per taakveld zijn in de loop van het jaar bepaald, gebaseerd op de realisatie van de afgelopen jaren en uw ambities.
Taakveld Vergunningverlening (basis) Toezicht grijs (basis) Hercontroles grijs (basis) Repressieve handhaving Bezwaar en Beroep Klachten en bedrijfsmeldingen NIG Asbest Asbest repressief Bodem BBK Bodem WBB GBES Ketengericht milieutoezicht Mobiel breken Energie Totaal Programma 1
3.2
MWB Norm 2021
Inbreng 2020 geïndexeerd
€ 36.850 € 57.118 € 16.335 € 13.252 € 1.018 € 26.003 € 44.390 € 31.225
€ 5.590
€ 65.785 € 57.118 € 16.336 € 17.456 € 3.594 € 30.804 € 43.660 € 25.670 € 2.567 € 7.575 €0 € 2.259 € 5.589
€0 € 194.965
€ 4.785 € 239.537
€ 7.575
Inbreng 2021 € 60.000 € 57.118 € 16.335 € 20.000 € 2.000 € 29.000 € 49.565 € 31.225 € 2.500 € 8.000 €0 € 2.250 € 5.590 €0 € 4.785 € 238.803
Programma 2
In onderstaande tabel vindt u de opbouw van de verschillende taakvelden van programma 2. De basis voor programma 2 is uw geïndexeerde inbreng (3%) van 2020 en de realisatie van de afgelopen jaren en uw ambities. Als gevolg van COVID-19 is de realisatie van deze budgetten in veel gevallen niet gehaald. Zo zijn veel adviezen en metingen in het kader van evenementen niet uitgevoerd. Omdat op dit moment niet te voorzien is wat de consequenties van COVID 19 zijn op de vraag naar advies en onderzoek in 2021 is voorgesteld om voor 2021 vooralsnog uit te gaan van de budgetten van 2020. De OMWB realiseert zich dat deze budgetten als gevolg van COVID 19, niet in alle gevallen gerealiseerd zullen worden. Zoals bekend is voor de P2 (verzoektaken) al eerder afgesproken dat alleen het werk dat ook daadwerkelijk is uitgevoerd wordt gefactureerd.
14
Taakveld Vergunningverlening (niet basis) Vergunningverlening bodem en grondwater Vergunningverlening bouw en totaalsloop Vergunningverlening water Toezicht (niet basis) Toezicht grijs (niet basis) Hercontrole (niet-basis) Toezicht bouw en totaalsloop Toezicht water NIG-taken (niet basis) Asbest Advies Advies beleid leefomgeving Advies ruimtelijke ordening Advies bodem Advies water(kwaliteit) Advies geluid en trillingen Sanering verkeerslawaai Advies luchtkwaliteit en geur Advies licht en elektromagnetische straling Advies externe veiligheid Advies asbest Advies energie en duurzaamheid Advies gezondheid Ondersteuning opdrachtgever Ondersteuning opdrachtgever informatieverstrekking en gegevensbeheer Informatieverstrekking Bodeminformatie verstrekken aan derden Gegevensbeheer Beheer IB niet-basis Beheer RRGS BIS Invoer bodemrapporten Overige (NSL monitoring) Totaal P2
Inbreng 2020 geïndexeerd
Inbreng 2021
€ 5.134 €0 €0
€ 8.000 €0 € 2.500
€ 11.642 € 3.286 €0 € 2.054
€ 11.500 € 3.500 €0 €0
€0
€0
€ 10.000 € 2.054 € 1.540 €0 € 7.701
€ 10.000 € 2.500 € 2.000 €0 € 8.500 0
€0 €0 €0 € 1.027 €0 €0 € 791
€ 2.000 €0 € 4.000 €0 €0 €0
€ 1.284
€ 1.250
€ 3.080 € 3.080 € 10.053 € 3.609 € 508 € 802 € 3.080 € 2.054 € 59.913
€ 2.000 € 2.000 € 6.500 € 0* € 500 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 64.250
* Conform het voorstel Beheer IB 2.0 (Ambtelijk Overleg 8 oktober 2020) is het volledige beheer IB ondergebracht in P3. Er is nadrukkelijk aangegeven dat het opnemen van budget niet inhoudt, dat de gemeente op de besteding van dat budget zal worden afgerekend. De afrekening zal plaatsvinden op basis van de werkelijke afname van producten en diensten.
15
3.3
Programma 3
Het budget voor de uitvoering van het collectieve taken (programma 3) bestaat voor 2021 uit drie onderdelen, die op verschillende wijzen door de deelnemers worden gefinancierd, te weten: a. “traditionele” collectieve taken op basis van een bij de oprichting van de OMWB in 2013 afgesproken verdeelsleutel; b. een voor alle deelnemers (met uitzondering van de provincie) gelijke bijdrage voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van het project Samen Sterk in Brabant (SSiB); Deze bijdrage is n.a.v. het DB-besluit inzake Continuering Samen Sterk in Brabant d.d. 6 november 2019 bijgesteld. c. een bijdrage voor het beheer van het Inrichtingenbestand op basis van het aantal inrichtingen. Het inhoudelijke programma inclusief financiële verdeling over de diverse onderwerpen wordt in december 2020 vastgesteld. In het collectieve taken programma worden ook de activiteiten rondom de thema’s Omgevingswet en bodem uit de OMWB kadernota 2021 opgenomen.
Collectieve taken Vast gedeelte SSIB IB beheer Totaal
Inbreng 2020
Inbreng 2021
€ 18.415 € 7.725 € 2.363 € 28.503
€ 18.909 € 10.000 € 3.431* € 32.340
* Conform het voorstel Beheer IB 2.0 (Ambtelijk Overleg 8 oktober 2020) is het volledige beheer IB ondergebracht in P3.
4. Totaaloverzicht werkprogramma 2021 Totaaloverzicht Programma 1 Programma 2 Programma 3 Totaal
Inbreng 2020
Inbreng 2021
€ 233.285 € 58.349 € 28.503 € 320.137
€ 238.803 € 64.250 € 32.340 € 335.393
16