2021-02088 Bijlage 1- UPD BMI+OAI Gemeente Dongen d.d. 4 april 2022
Tekst van het document
Uitgangspuntendocument (UPD) Brandbeveiligingsinstallaties Gemeentehuis Dongen
Gemeente Dongen 4 april 2022
Uitgangspuntendocument brandbeveiligingsinstallaties Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie Gemeentehuis Dongen
Gemeente Dongen Hoge Ham 62 5104 JJ Dongen Vertegenwoordigd door: Dhr. L. Augustijn Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. Vestiging Zwolle Postbus 40147 8004 DC Zwolle info@nieman.nl www.nieman.nl Uitgevoerd door:
De heer ing. R.P. Wiepkema
Wij gaan vertrouwelijk met uw gegevens om, geheel volgens de richtlijnen voor Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Lees onze privacyverklaring.
Referentie:
20210632 / 24251
Versie:
1.1
Status:
Definitief
Datum:
4 april 2022
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 2 / 24
Inhoudsopgave 1.
Algemeen
4
1.1.
Inleiding
4
1.2.
Doel en gebruik van het UPD
4
1.3.
Toelichting UPD
5
1.4.
Documentenbeheer
5
1.5.
Geldigheid document
5
Projectgegevens
6
2.1.
Betrokken partijen
6
2.2.
Herkomst eisen
6
2.3.
Gehanteerde projectinformatie
7
2.4.
Regelgeving en voorschriften
8
Huisvestingskenmerken
9
3.1.
Algemeen
9
3.2.
Omgeving
9
3.3.
Gebruiksfuncties
10
3.4.
Gebouwindeling
10
Specificatie brandbeveiligingsinstallaties
11
4.1.
Brandbeveiligingsconcept
11
4.2.
Kwaliteitsborging
12
4.3.
Organisatorische voorwaarden
12
4.4.
Brandmeldinstallatie
13
4.5.
Ontruimingsalarminstallatie
20
5.
Goedkeur
24
Bijlage 1 -
Detectiezones
25
2.
3.
4.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 3 / 24
1.
Algemeen
1.4
Inleiding
Voor het gemeentehuis van Dongen heeft de gemeente Dongen aan Nieman Raadgevende Ingenieurs opdracht verleend voor advisering brandveiligheid en het opstellen van een Uitgangspuntendocument (UPD) met specificaties van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. In dit UPD zijn de eisen en wensen van de genoemde installaties beschreven. In het gemeentehuis is een brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie (BMI+OAI) aanwezig die functioneert. Echter beschikken deze installaties niet over een Programma van Eisen (PvE) waarin de eisen voor de aanleg, voor goed beheer en goed onderhoud herleidbaar zijn. Elke (geëiste) installatie dient voorzien te zijn van een PvE of zoals tegenwoordig ook wel gebruikelijk is een UPD. In eerste instantie is het UPD opgesteld voor de huidige situatie. Tijdens het onderzoek naar de brand- en vluchtveiligheid van met name de centrale hal is naar voren gekomen dat er de brandmeldinstallatie uitgebreid dient te worden voor een belangrijke bijdrage in een gelijkwaardigheidsoplossing.
1.5
Doel en gebruik van het UPD
Het UPD is opgesteld met het doel om helder aan te geven in welke context de brandbeveiligingsinstallaties (BMI+OAI) gezien moeten worden. Deze installaties moeten als een samenhangend geheel beschouwd worden met de bouwkundige brandveiligheid en de organisatorische maatregelen, tezamen de BIO-maatregelen genoemd. De eigenaar en de gebruiker(s) van het gebouw zijn verantwoordelijk voor de brandbeveiliging. Door invulling te geven aan de BIO-maatregelen, te beheren en te onderhouden. Het UPD is noodzakelijk voor het vastleggen van de uitgangspunten bestaande uit eisen, wensen, keuzes en afspraken tussen de betrokken partijen. Dit document wordt gebruikt als: •
Programma van Eisen (PvE) voor het realiseren van (gecertificeerde) brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties. Er hoeft geen apart PvE opgesteld te worden door de installateur.
•
basisontwerp en toetskader voor een inspectie-instelling om te komen tot een inspectiecertificaat (hier niet door wettelijk voorgeschreven).
•
leidraad voor goed beheer en onderhoud van de brandbeveiligingsinstallaties. De specifieke voorschriften voor beheer en onderhoud worden beschreven in de betreffende normen.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 4 / 24
1.6
Toelichting UPD
Een uitgangspuntendocument (UPD) brandbeveiliging bevat onder andere de beschrijving van de situatie, de brandveiligheidsrisico’s, de gemaakte keuzes daarin en specificatie(s) brandbeveiliging. Een specificatie brandbeveiliging is de installatietechnische invulling van een brandbeveiligingsmaatregel. Het eerste hoofdstuk geeft de aanleiding en de context aan waarin het document tot stand gekomen is. Vervolgens gaat het volgende hoofdstuk in op de aangeleverde project gerelateerde informatie. Tevens is aangegeven welke (wettelijke) voorschriften gehanteerd zijn om de uitgangspunten voor het project te bepalen. Het derde hoofdstuk wordt het onderhavige project uitgewerkt en worden de kaders gesteld voor de verdere uitgangspunten voor de brandbeveiliging. De specificaties van de brandbeveiligingsinstallaties worden in hoofdstuk vier behandeld. Het laatste hoofdstuk betreft de goedkeur door de eisende partijen.
1.7
Documentenbeheer
Om wijzigingen in dit uitgangspuntendocument (UPD) navolgbaar te maken, zijn in de onderstaande tabel de verschillende versies van dit uitgangspuntendocument benoemd, waarbij de reden en datum voor de wijziging zijn aangegeven. Voor een versie die in concept binnen de betrokken partijen ter beoordeling liggen, worden gewijzigde versie met een cijfer achter de punt aangegeven. Tabel 1.1: Overzicht versies Versie
Wijziging
Datum
0.0
-
30-06-2021
1.0
Bewakingsomvang Gedeeltelijk + ruimte bewaking raadszaal n.a.v. brandbeveiligingsconcept
25-11-2021
Archief valt onder Archiefwet; ruimtebewaking, geen doormelding 1.1
1.8
Diverse (tekstuele) wijzigingen/verduidelijkingen, archief wel doormelding
24-03-2022
Geldigheid document
Zolang het gebouw, de installaties en/of het gebruik niet wijzigen, kan het document gehanteerd worden. Bij wijzigingen zullen deze getoetst moeten worden of de beschreven uitgangspunten nog passend zijn of er aanpassingen noodzakelijk zijn. De eigenaar en gebruiker zijn verantwoordelijk voor het op niveau houden van het brandbeveiligingsniveau en dienen tijdig met de opsteller van het UPD in contact te treden om te beoordelen of en zo ja welke consequenties een wijziging kan hebben op de brandveiligheid.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 5 / 24
2.
Projectgegevens
2.4
Betrokken partijen
De betrokken partijen die een rol hebben bij het opstellen van dit uitgangspuntendocument zijn: Tabel 2.1: Betrokken partijen Partij
Naam
Betrokkenheid
Opdrachtgever
Gemeente Dongen
Eisende partij
Eigenaar
Gemeente Dongen
Eisende partij
Gebruiker
Gemeente Dongen
Geen betrokkenheid bij de uitgangspunten
Bevoegd gezag
Gemeente Dongen
Eisende partij
Brandweer
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Adviseur bevoegd gezag
Adviseur
Nieman Raadgevende Ingenieurs
Adviseur brandbeveiliging / Opsteller UPD
2.5
Herkomst eisen
De eisen die gesteld zijn voor de totstandkoming van de brandbeveiligingsinstallaties komen voort uit de aangeleverde informatie van de eisen partijen zoals benoemd in voorgaande tabel. De opdrachtgever heeft ons projectinformatie aangeleverd welke benoemd staat in paragraaf 2.3. Deze informatie is beoordeeld aan hand van de geldende wet- en regelgeving en publicaties. De belangrijkste voorschriften worden omschreven in de tabellen van paragraaf 2.4.
Wensen, eisen
Wet- en regelgeving
eigenaar
(zie §2.4)
(zie §2.3)
UPD Brandbeveiligingsinstallatie(s)
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 6 / 24
2.6
Gehanteerde projectinformatie
De opdrachtgever heeft aangegeven aan de minimale vereisten uit de wet- en regelgeving te willen voldoen en heeft geen aanvullende wensen/eisen in relatie tot de omvang van de installaties. Gezien de impact van de huidige installaties is gekozen om voor volledige vervanging te gaan van de installaties. Voor de vaststelling van de uitgangspunten zijn de aangeleverde project specifieke tekeningen en documenten gebruikt. Deze staan benoemd in tabellen 2.2 en 2.3. Tevens is een risicoanalyse op locatie uitgevoerd. Het gebouw is bezocht om een beeld te verkrijgen van de situatie en (bijna) elke ruimte is beoordeeld op brandveiligheidsrisico’s. Tabel 2.2 Gebruikte documenten Nummer
Omschrijving
Datum
20210632.001/25204
Brandbeveiligingsconcept
25-11-2021
20210632
Quick scan brandveiligheid
30-06-2021
B-5104JJ62-RvOH
Rapport van Onderhoud Brandmeldinstallatie
13-01-2021
Tabel 2.3 Gebruikte tekeningen Nummer
Omschrijving
Datum
6569-07.01
Brandmeldinstallatie Kelder
06-01-2009
6569-07.02
Brandmeldinstallatie Begane grond
20-03-2002
6569-07.03
Brandmeldinstallatie 1e verdieping
06-01-2009
6569-07.04
Brandmeldinstallatie 2 verdieping
06-01-2009
6569-07.05
Brandmeldinstallatie 3 verdieping
06-01-2009
e
20210632 / 24251 | 4 april 2022
e
Blad 7 / 24
2.7
Regelgeving en voorschriften
In dit document worden verschillende voorschriften voor dit project benoemd. Voor de leesbaarheid is de verkorte benaming aangehouden. In tabel 2.4 is aangegeven welk document met welke versie bedoeld wordt en aangewezen werd door het Bouwbesluit en Regeling Bouwbesluit ten tijde van het rechtens verkregen niveau (aanleg van de installaties) en het opstellen van dit document. Tabel 2.4 Wettelijke voorschriften Benaming
Voorschrift
Datum
Bouwbesluit of BB
Bouwbesluit 2012
01-02-2022
Regeling Bouwbesluit
Regeling Bouwbesluit 2012
10-02-2022
Archiefbesluit
Archiefbesluit 1995 (01-01-2020) art. 13 en Archiefregeling art. 30
01-01-2014
NEN 2535
NEN 2535:2017
December 2017
NEN 2654-1
NEN 2654-1+C1:2018
Augustus 2018
NEN 2575-1
NEN 2575-1:2012
September 2012
NEN 2575-3
NEN 2575-3:2012 + A2:2018
Januari 2018
NEN 2654-2
NEN 2654-2:2018
Maart 2018
Brandmeldinstallatie
Ontruimingsalarminstallatie
Tabel 2.5 Privaatrechtelijke voorschriften De eigenaar heeft de volgende privaatrechtelijke regelingen aangewezen: Benaming
Regeling
Datum
CCV-Certificatieschema
15-03-2022
Brandmeldinstallatie Installeren brandmeldinstallatie
Installeren Brandmeldinstallaties v6.0 Leveren brandmeldinstallatie
CCV-Certificatieschema
01-11-2019
Leveren Brandmeldinstallaties v5.0+ A1 Onderhouden
CCV-Certificatieschema
brandmeldinstallatie
Onderhoud Brandmeldinstallaties v6.0
01-01-2022
Ontruimingsalarminstallatie Installeren
CCV-Certificatieschema
ontruimingsalarminstallatie
Installeren Ontruimingsalarminstallaties v6.0
Leveren
CCV-Certificatieschema
ontruimingsalarminstallatie
Leveren Ontruimingsalarminstallaties v4.0+ A1
Onderhouden
CCV-Certificatieschema
ontruimingsalarminstallatie
Onderhoud Ontruimingsalarminstallaties v5.0
20210632 / 24251 | 4 april 2022
15-03-2022 01-11-2019 01-01-2022
Blad 8 / 24
3. 3.4
Huisvestingskenmerken Algemeen
Het gemeentehuis bestaat uit verschillende bouwdelen. Het oudste deel dateert uit 1857 en medio 2001 is de laatste grote verbouwing geweest. In de kelder zijn technische ruimten, douches en een archief aanwezig. Op de begane grond is de receptie centrale hal (atrium), de raadszaal en verschillende spreekkamers en kantoren gesitueerd. Op de 1e, 2e en 3e verdieping zijn hoofdzakelijk kantoren aanwezig. Een technische ruimte is op de 3e verdieping gesitueerd.
Afbeelding. Centrale hal
3.5
Omgeving
Het gebouw is gelegen aan de Hoge Ham 62 in Dongen. In de onderstaande afbeelding is een overzicht gegeven waar het gebouw is gesitueerd in relatie tot zijn omgeving.
Afbeelding. Situatie (bron: Google Maps)
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 9 / 24
3.6
Gebruiksfuncties
In het gebouw zijn de onderstaande gebruiksfuncties aanwezig. Alleen de gebruiksfuncties die bepalend kunnen zijn voor de omvang van de brandmeldinstallatie zijn aangegeven.
Tabel 3.1: Gebruiksfuncties Oppervlak1 (m2)
Omschrijving
Bouwlaag
Gebruiksfunctie
Kelder
-1
Overige gebruiksfunctie
Begane grond
0
Bijeenkomst- en kantoorfunctie
2.400
1e verdieping
1
Kantoorfunctie
1.550
2 verdieping
2
Kantoorfunctie
900
3 verdieping
3
Kantoorfunctie
410
e e
400
(1 de aangegeven oppervlakte bij benadering)
3.7
Gebouwindeling
De indeling van het gebouw is aangegeven op de genoemde tekeningen onder hoofdstuk 1.2. De uitgangspunten in dit document betreft het gehele gebouw. Extra aandachtspunt In het gemeentehuis zijn situaties aanwezig waarbij sprake is van samenvallende vluchtwegen. Op de 3e verdieping lijkt ook sprake te zijn van een dergelijke situatie. Hier is een mogelijkheid tot vluchten via het trappenhuis aan het begin van deze verdieping, maar heeft ook een alternatieve vluchtroute: in het dak van de 2e verdieping een vluchtluik (dakluik) gemaakt. Deze wordt open gestuurd bij een brandmelding.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 10 / 24
4.
Specificatie brandbeveiligingsinstallaties
4.4
Brandbeveiligingsconcept
Uitgangspunt voor de in het gebouw aanwezige brandbeveiligingsinstallaties zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 (BB) en de documenten genoemd in §2.3. Die voorschriften vormen de basis voor de in dit UPD omschreven installaties. Op basis van het Bouwbesluit zijn de primaire doelstellingen voor de brandveiligheid: •
het voorkomen van slachtoffers (gewonden en doden) en
•
het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel
Om aan de primaire doelstelling te kunnen voldoen zijn vaak één of meerdere brandbeveiligingsinstallaties noodzakelijk, waarbij per systeem de afgeleide doelstelling uit de primaire doelstelling wordt vastgesteld. Op basis van het voorgaande dient het gebouw voorzien te worden van de in de tabel 4.1 aangegeven brandbeveiligingsinstallaties.
Tabel 4.1: Wettelijk vereiste installaties Op basis van de omvang van de gebruiksfuncties (zie tabel 3.1), de gebouwindeling en het voorgenoemde zijn de volgende brandbeveiligingsinstallaties vereist: Omschrijving
Installaties
Omvang
Eis
Gemeentehuis
BMI
Niet automatische bewaking
BB art. 6.20
Ruimte bewaking i.r.t. ontvluchten
BB art. 6.20, lid 5
Ruimte bewaking Archief
Archiefbesluit, Archiefregeling
Gedeeltelijke bewaking*
BB art. 1.3, brandbeveiligingsconcept
Ruimte bewaking raadszaal*
BB art. 1.3, brandbeveiligingsconcept
OAI
Volledig, type B
BB art. 6.23, NEN 2575
SPR
Partieel
BB art. 1.3, brandbeveiligingsconcept
OAI : Ontruimingsalarminstallatie
SPR: Sprinklerinstallatie
BB : Bouwbesluit 2012 BMI : Brandmeldinstallatie
*Dit wordt beschreven in het brandbeveiligingsconcept (zie §2.3). De uitgangspunten en afgeleide doelstellingen voor de hierboven genoemde brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties worden in de volgende paragrafen verder uitgewerkt. De uitgangspunten van de sprinklerinstallatie maakt vooralsnog geen onderdeel uit van dit UPD. De koppelingen worden wel aangeduid.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 11 / 24
4.5
Kwaliteitsborging
Gedurende de levensduur van het pand wordt er op verschillende manieren invulling gegeven aan de borging van kwaliteit van de brandbeveiliging(sinstallaties). Exploitatiefase •
Beheer en onderhoud door erkende partijen van de brandbeveiligingsinstallaties (zie tabel 2.5)
•
Inspecties door inspectie-instelling
•
Adequaat beheer en onderhoud van de BIO-maatregelen
4.6
Organisatorische voorwaarden •
De eigenaar/gebruiker heeft de verantwoordelijkheid invulling te geven aan de zorgplicht zoals het Bouwbesluit voorschrijft in artikel 1.16. Zie tekstkader hieronder.
•
Er dient een beheerder (opgeleid persoon) voor de sprinkler-, brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties aangesteld te worden;
•
Het BHV-/ontruimingsplan moet afgestemd zijn op de toepassing en werking van de brandbeveiligingsinstallaties;
•
Wijzigingen in indeling van het gebouw(delen)/ruimten en/of wijziging in gebruik van ruimten moeten afgestemd worden met deskundige personen en eventueel dit Uitgangspuntendocument actualiseren. Dit geldt tevens voor installaties die raakvlak hebben met de brand- en vluchtveiligheid.
Artikel 1.16. Zorgplicht 1.
Een bij of krachtens de wet aanwezige installatie als bedoeld in hoofdstuk 6 van dit besluit: a.
functioneert overeenkomstig de op die installatie van toepassing zijnde voorschriften;
b.
wordt adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd, en
c.
wordt zodanig gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
2.
Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of door een scheidingsconstructie waarvoor op grond van dit besluit een eis met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang geldt, wordt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang op adequate wijze gecontroleerd.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 12 / 24
4.7
Brandmeldinstallatie
4.7.1
Doelstelling
Op basis van de toelichting in de Integrale nota van toelichting van Bouwbesluit 2012 op artikel 6.20 is de doelstelling van een brandmeldinstallatie “een brand in een dusdanig tijdig stadium te ontdekken, lokaliseren en signaleren, dat de interne organisatie kan worden gewaarschuwd en automatisch alle noodzakelijke brandveiligheidsvoorzieningen worden geactiveerd, zodat personen zich in veiligheid kunnen brengen of in veiligheid kunnen worden gebracht.” Doelstellingen voor de brandmeldinstallatie in dit gebouw zijn met name: •
persoonlijke bescherming
•
sturen brandbeveiligingsinstallaties (zie § 4.4.6 onderdeel 8.6)
4.7.2
Voorschriften
De brandmeldinstallatie aan te leggen conform de NEN 2535 (zie §2.4) en de daarin genoemde voorschriften.
4.7.3
Certificering
Op basis van bijlage I van Bouwbesluit 2012 hoeft de brandmeldinstallatie niet te beschikken over een inspectiecertificaat, zoals is bedoeld in artikel 6.20 lid 6 van het Bouwbesluit. Op basis van de Archiefregeling dient de brandmeldinstallatie van het betreffende archief brandmeldingen rechtstreeks naar de meldkamer van de brandweer (RAC) te melden. Daardoor dient de brandmeldinstallatie te beschikken over een inspectiecertificaat op basis van de aansluitvoorwaarden meldkamer. De certificering heeft betrekking op (minimaal) het deel van de brandmeldinstallatie in het archief. Indien men kiest om de gehele brandmeldinstallatie rechtstreeks door te laten melden naar meldkamer van de brandweer dan geldt certificering voor de gehele installatie. Het inspectiecertificaat dient te worden afgegeven door een onafhankelijke inspectie-instelling (NEN-ENISO/IEC 17020:2012 type A geaccrediteerd) overeenkomstig de van kracht zijnde versie van het door het CCV te Utrecht uitgegeven inspectieschema “Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAIRBI) op basis van afgeleide doelstellingen”.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 13 / 24
4.7.4
Branddetectiebedrijf
Exploitatiefase Uitbreiding en/of aanpassingen aan de brandmeldinstallatie dienen door of onder verantwoording van een erkend branddetectiebedrijf aangelegd, geleverd en in bedrijf gesteld en/of aangepast te worden. Certificering op basis van certificatieschema “Leveren Brandmeldinstallaties” en “Installeren Brandmeldinstallaties”, zoals uitgegeven door het CCV te Utrecht. Bij oplevering dient een certificaat brandmeldinstallatie verstrekt te worden.
4.7.5
Onderhoud, beheer en controle brandmeldinstallatie
Op basis van Bouwbesluit 2012 artikel 6.20 lid 7 en 8 dient de brandmeldinstallatie onderhouden, beheerd en gecontroleerd te worden op basis van NEN 2654-1. Het onderhoudsbedrijf dient gecertificeerd te zijn op basis van het certificatieschema “Onderhoud Brandmeldinstallaties”, zoals uitgegeven door het CCV te Utrecht. Na onderhoud dient er een onderhoudscertificaat verstrekt te worden door het onderhoudsbedrijf.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 14 / 24
4.7.6
Ontwerpgegevens
De ontwerpgegevens van de brandmeldinstallatie worden in onderstaande tabel weergegeven, gebaseerd op het model PvE deel A.2 en A.4.2 volgens NEN 2535. In de linker kolom wordt verwezen naar de betreffende paragraaf van NEN 2535. § NEN 2535 10.2
Omschrijving
Eis
Omvang van de brandmeldinstallatie
Geëist door: Bevoegde autoriteit
Eigenaar
Gebruiker
Verzekeraar
Volledige bewaking Gedeeltelijke bewaking Ruimte bewaking (i.r.t. ontvluchten) Ruimte bewaking (toelichten) Objectbewaking (toelichten) Niet automatische bewaking Toelichting: Omvang minimaal conform paragraaf 4.1 van dit UPD. Gedeeltelijke bewaking Om invulling te geven aan het brandbeveiligingsconcept dient automatische bewaking op basis van gedeeltelijke bewaking toegepast te worden in het gemeentehuis. Ruimte bewaking (i.r.t. ontvluchten) Daar waar sprake is van samenvallende vluchtwegen dient automatische bewaking op basis van ruimtebewaking toegepast te worden in de enkele vluchtweg en daaraan grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico. Ruimte bewaking De raadzaal dient voorzien te worden van automatische bewaking (conform brandbeveiligingsconcept). De archiefruimte valt onder gedeeltelijke bewaking en is ook aangewezen vanuit de Archiefregeling als ruimtebewaking. Objectbewaking Een beweegbaar constructieonderdeel (bv. deur/scherm; in deze “het object”) in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de WBDBO of WRD geldt en vastgezet wordt in een geopende stand moet worden voorzien van objectbewaking. Deze moet uitgevoerd zijn zoals omschreven in NEN 2535 bijlage C.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 15 / 24
4.2
Brandgrootte:
Ruimte(n):
Nummer brandgrootte:
1. Polyurethaan matten
Overige ruimten
1 of 2
2. Beukenhouten blokjes
(Spoel)Keuken
7
5. PVC draad BS 6266 7. Brandspiritus 8. Andere overeengekomen brandgrootte (toelichten) Toelichting brandgrootte: Primair dient gekozen te worden voor brandgrootte 1 of 2 met uitzondering van situaties met specifieke risico’s. Uitsluitend in situaties met die specifieke risico’s mag (gedeeltelijk) worden afgeweken van brandgrootte 1 of 2 om te kunnen blijven voldoen aan de prestatie-eisen (volgens 4.3 en/of 4.4). Melderinstellingen dienen in het logboek vastgelegd te worden. Toelichting proefbranden: Als het standaard ruimten betreft en niet wordt afgeweken van de standaard projectering hoeft geen proefbrand te worden uitgevoerd.
4.3
Prestatie-eis voor ongewenste en onechte brandmeldingen Kantoorfunctie:
Risicoklasse Extern: n.v.t.
Intern: B
Bijeenkomstfunctie: Risicoklasse Extern: n.v.t.
Intern: D
Overige functie
Intern: A
Risicoklasse Extern: A
Toelichting: -
10.11.3
Bijzondere omgevingsinvloeden voor
Ruimte:
Omstandigheden:
het voorkomen van ongewenste en onechte meldingen. Toelichting: Melderinstellingen in logboek vastleggen.
6.3 en
Handbrandmelders
Standaard uitvoering Speciale uitvoering (toelichten)
10.11.1 Montagehoogte handbrandmelders
Standaard hoogte Afwijkende hoogte (toelichten)
Toelichting:
4.4
Prestatie-eis voor systeembeschikbaarheid is 99,7% Toelichting bijzondere situaties:
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 16 / 24
10.3
Indeling detectiezones
(B)
1
Kelder Archief
2
Begane grond – Kantoor + trapkelder
3
Trappenhuis Noordoost
4
Kelder Bestuur
5
Kelder Bestuur Oost
6
Trappenhuis Noordwest
7
Begane grond – Atrium + balies
8
Begane grond – Raadzaal
9
Begane grond – Bestuur
10
1e verdieping - Kantoor
11
1e verdieping - Bestuur
12
2e verdieping - Kantoor
13
3e verdieping – Kantoor
14
Lift (Noordoost)
15
Lift (Noordwest)
16
Sprinkler balies
17
Sprinkler raadzaal
Toelichting: De benamingen dienen afgestemd te worden met de BHV-organisatie.
8.6
Sturingen automatische brandbeveiligingsinstallaties
(B)
Installatie:
Actie
Ontruimingsalarminstallatie
Activeren, zie §4.8
Deurvastzetinrichting
Zie toelichting
Luchtbehandelingsinstallatie
Uitschakelen
Flitslicht brandweeringang
Activeren
Toegangscontrole
Zie toelichting
Lift(en)
Zie toelichting
Vluchtluik
Zie toelichting
Deur naast tourniquet
Ontgrendelen
Voeding A/V-apparatuur atrium/raadzaal
Uitschakelen
Algemeen
Zone
AM
HM
Ext
Toelichting: Ext = Sprinklerinstallatie Deurvastzetinrichting Een beweegbaar constructieonderdeel (bv. deur/scherm) in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de WBDBO of WRD geldt en vastgezet wordt in een geopende stand dienen bij brandalarm geactiveerd te worden, zodat deze sluiten. Een deurvastzetinrichting kan uitgevoerd zijn als: kleefmagneten, vrijloopdrangers e.d.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 17 / 24
Toegangscontrole Minimaal de vluchtdeuren dienen bij brandmelding automatisch ontgrendeld te worden. Lift(en) Bij een brandalarm moet(en) de lift(en) naar de hoofdstopplaats begane grond worden gestuurd en met openstaande deuren worden vergrendeld. Vluchtluik (dakluik) Bij een brandmelding dient het luik in het dak van de 2e verdieping ontgrendeld te worden zodat personen op de 3e verdieping die kunnen gebruiken bij ontvluchting.
10.7
Plaats brandweeringang
niet van toepassing hoofdentree
(B) Flitslicht brandweeringang(en)
ja, kleur: Rood nee
Aansturing ontsluiting brandweeringang
niet van toepassing sleuteldepot, type sleutelbuis anders, ontgrendeling deur naast tourniquet
Toelichting: Brandweerpane(e)len vereist
ja, omdat er een doormelding is vereist ja, op basis van een risicoanalyse nee Toelichting: -
Locatie brandweerpaneel
niet van toepassing receptie
6.5
Uitvoering brandweerpane(e)len
niet van toepassing tekstpaneel of alfanumeriek paneel
(B)
tekstpaneel of alfanumeriek paneel met tekening geografisch paneel Toelichting:Brandweerpane(e)len ter goedkeuring aan de
ja
bevoegde autoriteit (brandweer) voorleggen
nee niet van toepassing
Toelichting:
10.8
Nevenpaneel
niet van toepassing ja, locatie:
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 18 / 24
Toelichting: Categorie van doormelding van het brandalarm
8.4 (B)
RAC, Type 1 PAC, Type 1
Toelichting: Het archief moet rechtstreeks doormelden naar de meldkamer van de brandweer (RAC, Type 1). De eigenaar/gebruiker wenst doormelding van de gehele installatie naar PAC. Er geldt gescheiden doormelding (hand- en automatisch).
8.2
Doormelding van storingen naar 24 uur bezet
intern, locatie
ontvangststation voor storingsmeldingen
extern PAC
Toelichting:
6.2.2
Aanvullende opties in de BMC
Verificatie van meldingen Vertraging van de uitgangssignalen naar C Vertraging van de uitgangssignalen naar G Vertraging van de uitgangssignalen naar E (aparte toestemming van de brandweer vereist)
Toelichting: C = Ontruimingsalarminstallatie
10.6.2
G = Brandbeveiligingsinstallaties (8.6)
Signalering interne organisatie
E = Meldkamer brandweer (RAC)
Brandmeldcentrale Bedienings- en signaleringspaneel Akoestische signaalgevers Stil ontruimingsalarm (NEN 2575) Luid ontruimingsalarm (NEN 2575)
Toelichting: Locatie Brandmeldcentrale: receptie De uitgangspunten voor de ontruimingsalarminstallatie zijn opgenomen in hoofdstuk 4.5.
Aanvullende opmerkingen: -
geen
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 19 / 24
4.5 Ontruimingsalarminstallatie
4.5.1
Doelstelling:
Op basis van de toelichting in de Integrale nota van toelichting van Bouwbesluit 2012 op artikel 6.23 is de doelstelling van een ontruimingsalarminstallatie “de in het bouwwerk aanwezige personen na het ontdekken van een brand snel te alarmeren zodat een snelle en ordelijke ontruiming van de aanwezige personen kan plaatsvinden.“ De NEN 2575 vult dit als volgt aan: “Een ontruimingsalarminstallatie heeft tot doel om in geval van brand of andere noodsituaties een snelle en ordelijke, personele ontruiming van een gebouw en/of buitenruimte te bewerkstelligen.”
4.5.2
Voorschriften
Op basis van artikel 6.23 van Bouwbesluit 2012 dient een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 voorzien te worden van een ontruimingsalarminstallatie. De ontruimingsalarminstallatie aan te leggen conform de betreffende delen van de NEN 2575 (zie §2.4).
4.5.3
Certificering
Op basis van artikel 6.23 lid 4 van Bouwbesluit 2012 hoeft de ontruimingsalarminstallatie niet te beschikken over een inspectiecertificaat.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 20 / 24
4.5.4
Ontruimingsalarmbedrijf
Exploitatiefase Uitbreiding en/of aanpassingen aan de ontruimingsalarminstallatie dienen door of onder verantwoording van een erkend ontruimingsalarmbedrijf aangelegd, geleverd en in bedrijf gesteld en/of aangepast te worden.
4.5.5
Onderhoud, beheer en controle ontruimingsalarminstallatie
Op basis van het Bouwbesluit 2012 artikel 6.23 lid 3 en 5 dient de ontruimingsalarminstallatie onderhouden, beheerd en gecontroleerd te worden op basis van NEN 2654-2. Het onderhoudsbedrijf dient gecertificeerd te zijn op basis van het certificatieschema “Onderhoud Ontruimingsalarminstallaties”, zoals uitgegeven door het CCV te Utrecht. Na onderhoud dient het onderhoudscertificaat aangeleverd te worden.
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 21 / 24
4.5.6
Ontwerpgegevens luid alarm installatie
De ontwerpgegevens van de luid alarm ontruimingsalarminstallatie worden in onderstaande tabel weergegeven, gebaseerd op het A.3 model PvE volgens NEN 2575. In de linker kolom wordt verwezen naar de betreffende paragraaf van NEN 2575. § NEN 2575
Omschrijving
Eis
1-6
Type ontruimingssignaal en wijze
Luid alarm:
6.4.1
van activering
BP
HM
AM
Ext
slow whoop toonsignaal en gesproken bericht (A-installaties) slow whoop toonsignaal (B-installatie)
Toelichting: BP = Bedieningspaneel
HM = Handbrandmelder
AM = Automatische brandmelder
Ext Sprinklermelding
6.4.1
Vertraging in de activering door
Ja,
automatische brandmelders
Nee
minuten
OPMERKING De vertraging behoort in de brandmeldcentrale te worden uitgevoerd
9.3
Doormelding van storing
Intern, locatie Extern
Zie brandmeldinstallatie
PAC
Toelichting: 14.2
Omvang van het ontruimingsgebied
gehele gebouw Ruimten die van het ontruimingsgebied worden uitgesloten: receptie (i.v.m. afstemming BHV-organisatie) kruipruimten opslagruimten < 4 m2 liftkooien en liftschachten vluchttrappenhuis
Toelichting: -
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 22 / 24
6.2.2
De taal of talen waarin een bericht
Nederlands
3:6.2.3
moet worden uitgezonden
Engels Duits N.V.T.
Toelichting: 11.2
Kleur optische signaalgever
Rode behuizing
Toelichting: in het atrium kunnen activiteiten plaatsvinden met een hoog omgevingsgeluidsniveau. Optische signaalgevers dienen aanwezigen te alarmeren. 15.4
Bijzondere omgevingsinvloeden
15.5
alsmede akoestische
8.1
eigenschappen van ruimten die
Ruimte
Omstandigheden
van invloed kunnen zijn op de standaardruimten Toelichting: 4.4
Prestatie-eis voor systeembeschikbaarheid: geen structurele afwijking verondersteld.
14.3
Alarmeringszones
Afzonderlijke alarmeringszones
Aangestuurd door detectiezone(s)
1
Kelder
Alle
2
Begane grond
Alle
3
1 verdieping
Alle
4
2 verdieping
Alle
5
3e verdieping
Alle
e e
Bij atria: Alle ruimten die aan de atria grenzen Toelichting: 15.2.2
Locatie en aantal
15.2.3
bedieningspanelen
Hoofdbedieningspaneel Receptie begane grond Nevenbedieningspaneel
Toelichting: 10.2.2
Uitvoering bedieningspaneel
Tekstpaneel Geografisch paneel
Toelichting: Aanvullende eisen/opmerkingen: 20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 23 / 24
5.
Goedkeur
Gegevens
Handtekening
Bevoegd gezag
Naam
: Gemeente Dongen
Adres
: Hoge Ham 62
PC & Plaats
: 5104 JJ Dongen
Contactpersoon
:
Telefoon
:
Brandweer
Naam
: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
(adviseur bevoegd gezag)
Postbus
: 3208
PC & Plaats
: 5003 DE Tilburg
Contactpersoon
:
Telefoon
: 088 225 01 00
Brandweer
Naam
: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Goedkeur onderdelen (B)
Postbus
: 3208
PC & Plaats
: 5003 DE Tilburg
Contactpersoon
:
Telefoon
: 088 225 01 00
Naam
: Gemeente Dongen
Adres
: Hoge Ham 62
PC & Plaats
: 5104 JJ Dongen
Contactpersoon
: Mevr. drs. M. Starmans-Gelijns
Naam
: Nieman Raadgevende Ingenieurs
Adres
: Dr. Van Lookeren Campagneweg 16, Zwolle
Telefoon
: 038 467 00 30
Eigenaar
Opsteller UPD
Adres
: Atoomweg 400, Utrecht
Specificatie
BMI+OAI
: Dhr. ing. R.P. Wiepkema
Verificatie
BMI+OAI
:
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 24 / 24
Bijlage 1 - Detectiezones
3 1
14
5
2
15
4
Behorende bij UPD BMI+OAI 20210632 / 24251 v1.1
3
14 9
2 15
7
6
8
Behorende bij UPD BMI+OAI 20210632 / 24251 v1.1
3 14
11
15 10
9
7
6
Behorende bij UPD BMI+OAI 20210632 / 24251 v1.1
3
14
15
12
7
4
Behorende bij UPD BMI+OAI 20210632 / 24251 v1.1
3 14 13
7
Dakluik t.b.v. ontvluchting 3e VD
Behorende bij UPD BMI+OAI 20210632 / 24251 v1.1
20210632 / 24251 | 4 april 2022
Blad 26 / 2