CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 5- Magneetveldonderzoeken Geredigeerd2

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV10.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

9. Magneetveldonderzoeken hoogspanningsverbinding, tijdelijke verbindingen en opstijgpunten o.b.v. handreiking RIVM

Inhoudsopgave 1. Brief RIVM beoordeling DNV-rapporten Zuid West 380 kV Oost

2

2. M  agneetveldonderzoek nieuwe hoogspanningsverbinding o.b.v. handreiking RIVM

4

3. M  agneetveldonderzoek tijdelijke 380 kV-verbindingen o.b.v. handreiking RIVM

35

4. Magneetveldonderzoek opstijgpunten o.b.v. handreiking RIVM

173

3

> Retouradres Postbus 1 3720 BA Bilthoven

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Prog. Bureau Verkenning en Planuitwerking Postbus 2232 3500 GE Utrecht

A. van Leeuwenhoeklaan 9 3721 MA Bilthoven Postbus 1 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl KvK Utrecht 30276683 T 030 274 91 11 info@rivm.nl Ons kenmerk DMG-2021-0060 Behandeld door

Datum Betreft

20 september 2021 Beoordeling DNV-rapporten Zuid West 380kV Oost

Geachte heer Fieman, Hierbij stuur ik u de beoordeling van drie DNV-rapporten verband houdende met de nog te realiseren hoogspanningsverbinding Zuid West 380kV Oost tussen Rilland en Tilburg. Deze rapporten beschrijven de berekening van de specifieke magneetveldzone voor deze verbinding. De beoordeling heeft plaatsgevonden volgens versie 4.1 (26 oktober 2015) van de Handreiking van het RIVM. Van de drie rapporten zijn van u op 7 september 2021 de volgende bestanden ontvangen: A. 002.678.00 0679102 H1.3 Berekening van de specifieke magneetveldzones RLL-TLB 380.pdf; B. 002.678.00 0679105 H1.5 Berekening specifieke magneetveldzone tijdelijke 380kV lijnen.pdf; en C. 002.678.00 0679109 H1.7 Berekening 0,4 micro tesla contouren opstijgpunten.pdf. De beoordeling is door het RIVM uitgevoerd ten laste van project 'Magneetvelden Hoogspanningslijnen Rijks inpassingsplannen' (M/470002/21/BB). DNV heeft in deze rapporten als beschrijving van de beleidsachtergronden en uitgangspunten niet bijlage 2 van de RIVM Handreiking overgenomen maar een eigen beleidsbeschrijving ‘ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN – UITGANSPUNTEN’ opgenomen, die niet door het RIVM is beoordeeld is. Voor het overige verklaar ik dat de rapporten A. en B. in overeenstemming zijn met RIVM Handreiking, versie 4.1, 26 oktober 2015. Rapport C. betreft het berekenen van de ‘magneetveldzone’ bij opstijgpunten.

Omdat die niet onder het huidige voorzorg beleid vallen, ontbreekt daarvoor een formeel rekenvoorschrift, zoals de Handreiking

Versie: 1

Status: Definitief

Pagina 1 van 2

ZUID-WEST 380 KV OOST

H1.5 Tijdelijke 380 kV-lijnen: Specifieke magneetveldzone TenneT TSO B.V

Rapport nr.: 21-0850, Rev. 3 Datum: 2021-09-03

Projectnaam:

ZUID-WEST 380 kV Oost

Energy Systems

Rapport titel:

H1.5 Tijdelijke 380 kV-lijnen: Specifieke

DNV Netherlands B.V.

magneetveldzone

Utrechtseweg 310-B50

Klant:

TenneT TSO B.V,

6812 AR Arnhem

Contactpersoon klant: Marien Vierbergen Datum uitgave:

2021-09-03

Project nr.:

10124719

Tel: 026 356 9111

Organisatie unit:

TDT

Handelsregister Arnhem 09006404

Meridian doc.nr..:

002.678.00.0679105

Rapport nr.:

21-0850, Rev. 3

Geschreven door:

Beoordeeld door:

Goedgekeurd door:

G. Krüger Engineer

R. Meyer Senior Consultant

Hayo Meijs Senior Consultant

Copyright © DNV 2021. All rights reserved. Unless otherwise agreed in writing: (i) This publication or parts thereof may not be copied, reproduced or transmitted in any form, or by any means, whether digitally or otherwise; (ii) The content of this publication shall be kept confidential by the customer; (iii) No third party may rely on its contents; and (iv) DNV undertakes no duty of care toward any third party. Reference to part of this publication which may lead to misinterpretation is prohibited.

DNV Distributie: ☐ Open

Trefwoorden:

☐ Intern ☒ Commercieel vertrouwelijk ☐ Vertrouwelijk ☐ Geheim *Specificatie distributie: -Rev.

Datum

Reden van uitgave

Auteur

Beoordeeld

Goedgekeurd

0

2021-05-31

Eerste uitgave

G. Krüger

R. Meyer

H. Meijs, P. Schutte

1

2021-06-04

Tweede uitgave

G.Krüger

R.Meyer

H. Meijs, P. Schutte

2

2021-08-19

Commentaar RFA verwerkt

G.Krüger

R.Meyer

H. Meijs, P. Schutte

3

2021-09-03

Vierde uitgave

G.Krüger

R.Meyer

H. Meijs, P. Schutte

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00.0679105

Page i

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 1

2 2.1 2.2

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN - UITGANGSPUNTEN ........................................................................... 4 Indicatieve en specifieke zone 4 Zoneberekening 5

3

RESULTATEN .................................................................................................................................................. 7

4

CONCLUSIE ................................................................................................................................................... 11

Appendix A Appendix B

Uitgangspunten Specifieke magneetveldzone

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00.0679105

Page ii

1

INLEIDING

Landelijk netbeheerder TenneT werkt aan een tracé voor een nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Borssele en Tilburg. De verbinding is opgesplitst in twee delen: Zuid-West 380 kV West (van Borssele naar Rilland) en Zuid-West 380 kV Oost (van Rilland naar Tilburg). Binnen het project Zuid-West 380kV Oost wordt uitgewerkt hoe tussen Rilland en Tilburg een nieuwe 380kV hoogspanningsverbinding gerealiseerd kan worden en hoe de reeds bestaande verbindingen gereconstrueerd zullen gaan worden. TenneT heeft aan DNV de opdracht gegeven om te onderzoeken wat het effect is op de specifieke magneetveldzones door de tijdelijke voorzieningen die nodig zijn voor de bouw van deze 380 kV-lijnen. Door DNV is reeds bepaald welke stappen er doorlopen moeten worden om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Voor een deel van deze stappen zal een periode van voorziene niet-beschikbaarheid (VNB) benodigd zijn. Vanuit het projectteam Zuid-West 380 kV Oost is aangegeven dat de VNB’s op de 380 kV, verder gereduceerd dienen te worden door het inzetten van additionele tijdelijke 380 kV-verbindingen. Voor de berekening van de specifieke magneetveldzones wordt het RIVM document ‘Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen’, versie 4.1 van 26 oktober 2015 gehanteerd.

Het resultaat van dit rapport zijn de breedte van de specifieke zone, zoals gedefinieerd in het RIVM-document, voor zowel de huidige als de tijdelijke configuratie van de volgende secties langs de hoogspanningslijn Geertruidenberg-Rilland 380 kV: a)

Masten 16, 16AN en 17, nabij Hooge Zwaluwe (oost);

b)

Masten 24, 24N en 26, nabij Hooge Zwaluwe (west);

c)

Mast 68 nabij Standdaarbuiten

d)

Mast 78, nabij Pietseweg – Oud Gastel1

De tijdelijke secties in beschouwing genomen in dit rapport zijn aangegeven met de lichtblauwe lijn in Figuren 1.1 t/m 1.3.

1

Mast 78 nabij Pietseweg – Oud Gastel, circuit zwart bij mast 68 en circuit zwart bij mast 16. In de tijdelijke voorzieningen worden de nieuwe geleiders tijdelijk afgespannen / voorgemonteerd. Deze geleiders blijven spanningsloos en zijn daarom niet meegenomen in deze rapportage

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 1

Figuur 1.1 Overzicht tijdelijke voorzieningen Geertruidenberg - Rilland 380 kV (masten 16 t/m 19N)

Figuur 1.2 Overzicht tijdelijke voorzieningen Geertruidenberg – Rilland 380 kV (masten 23N t/m 26)

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 2

Figuur 1.3 Overzicht tijdelijke voorzieningen Geertruidenberg – Rilland 380 kV (masten 68 t/m 69N) Achtergrondinformatie omtrent de magneetvelden en gezondheidseffecten is opgenomen in hoofdstuk 2. Deze tekst is gebaseerd op de handreiking van het RIVM. In hoofdstuk 3 zijn de gehanteerde uitgangspunten opgenomen. De resultaten van de berekeningen zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 3

2

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN - UITGANGSPUNTEN

2.1

Indicatieve en specifieke zone

In het Nederlandse voorzorgsbeleid is de term magneetveldzone gedefinieerd. Dit is de strook grond van een bepaalde breedte die zich aan beide zijden langs de bovengrondse hoogspanningslijn bevindt, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Voor elke hoogspanningslijn in Nederland kan de magneetveldzone worden uitgerekend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de indicatieve magneetveldzone en de specifieke magneetveldzone. Het RIVM heeft ten behoeve van partijen die ruimtelijke ontwikkelingen nastreven, zoals gemeentes, de Netkaart ontwikkeld waarop voor elke bestaande bovengrondse hoogspanningslijn een indicatie van de breedte van de magneetveldzone kan worden opgezocht.2 Deze indicaties fungeren als een snelle eerste afwegingsmogelijkheid om in te schatten hoe breed de magneetveldzone ter plaatse is. De specifieke magneetveldzone is de zone die specifiek voor een bovengrondse hoogspanningslijn is berekend volgens de methode die is vastgelegd in de Handreiking van het RIVM.3 Het resultaat van deze specifieke berekening is nauwkeuriger dan de indicatieve magneetveldzone. Vanwege de conservatieve keuze voor de berekeningsparameters bij het bepalen van de indicatieve zones zal de op een bepaalde locatie berekende specifieke zone meestal smaller zijn dan de indicatieve zone.

Het verschil tussen de indicatieve en de specifieke magneetveldzone bij een bovengrondse hoogspanningslijn is dat een indicatieve magneetveldzone globaal is bepaald, terwijl de specifieke magneetveldzone is berekend volgens de Handreiking van het RIVM, toegespitst op de locatie-specifieke technische configuratie. De hoogte voor de berekening is steeds 1 m boven maaiveld. Om de specifieke magneetveldzone van een hoogspanningslijn te berekenen, is informatie van TenneT nodig. De verschillende parameters die een rol spelen worden uitgebreid beschreven in genoemde Handreiking van het RIVM. De belangrijkste hiervan zijn: −

bedrijfsspanning: het voltage van het circuit, uitgedrukt in volt (V) of kilovolt (kV);

−

aantal circuits: een circuit bestaat uit een enkel driefasen-systeem van drie geleiders op één spanningsniveau;

−

mastgeometrie: het gaat dan om de precieze locatie van de ophanging van de geleiders in de hoogspanningsmast (hoogte boven maaiveld, de laterale afstand tot het hart van de hoogspanningslijn, de onderlinge afstand tussen de geleiders);

−

ontwerpbelasting: dit is de belasting, uitgedrukt in voltampère (VA) of megavoltampère (MVA), die de geleiders van een hoogspanningslijn op grond van hun thermische eigenschappen gedurende langere tijd maximaal kunnen doorstaan;

−

stroomrichting: de richting van het transport van de elektrische energie;

−

symmetrie: binnen een hoogspanningsverbinding wordt ervan uitgegaan dat de stroom zich symmetrisch over de aanwezige circuits (en fasen) verdeelt.

De specifieke magneetveldzone hangt vooral af van de sterkte van de stroom door de geleiders, gemeten in ampère (A) of kiloampère (kA). De sterkte van het magnetisch veld van een hoogspanningslijn is recht evenredig met deze stroomsterkte. Verdubbeling van de stroomsterkte geeft, gemeten op een bepaalde plaats, een verdubbeling van de sterkte van het magnetisch veld. De sterkte van het magnetisch veld is daarnaast omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand tot de hoogspanningslijn. Een verdubbeling van de afstand tot een hoogspanningslijn, bijvoorbeeld van tien naar twintig meter, geeft een vier keer lagere magnetische veldsterkte. De stroomsterkte in een hoogspanningslijn is echter nooit constant. De stroomsterkte is afhankelijk van de elektriciteitsvraag. Wanneer er een hoge elektriciteitsvraag is, is de stroom meestal hoger dan wanneer de elektriciteitsvraag laag is. Om het jaargemiddelde magnetisch veld, dat in het voorzorgsbeleid van de rijksoverheid 2 3

De Netkaart van het RIVM is te vinden op https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/netkaart. Zie: “Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen”, versie 4.1, RIVM, 26 oktober 2015 (te vinden op www.rivm.nl).

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 4

wordt gebruikt, uit te rekenen, moet eerst de jaargemiddelde stroomsterkte worden bepaald. Dit is de stroom die gemiddeld over een jaar door een circuit van een hoogspanningslijn loopt. Om de jaargemiddelde stroom door een circuit te schatten en om rekening te houden met toekomstige groei in de belasting van het hoogspanningsnet, wordt in de Handreiking van het RIVM voor de circuits van een hoogspanningslijn met een bedrijfsspanning van 380 kV uitgegaan van een rekenstroom van 30% van de ontwerpstroom. De ontwerpstroom is te berekenen op basis van de ontwerpbelasting en de ontwerpspanning.4 Voor verdere details wordt verwezen naar de Handreiking.

2.2

Zoneberekening

DNV hanteert bij berekeningen van specifieke magneetveldzones altijd de werkwijze van genoemde Handreiking. DNV is opgenomen in de lijst van het RIVM met “Adviesbureaus waarvan bekend is dat ze ervaring hebben met zoneberekeningen volgens de RIVM-handreiking”. De manier waarop deze specifieke magneetveldzone ‘waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar boven de 0,4 microtesla ligt’ dient te worden berekend, is vastgelegd in een document dat door het RIVM is opgesteld; ‘Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen’, versie 4.1 van 26 oktober 2015. De berekening in deze rapportage is uitgevoerd volgens genoemde handreiking.

4

De formule hiervoor is: ontwerpbelasting (in MVA) = √3 ∙ ontwerpspanning (in kV) ∙ ontwerpstroom (in kA).

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 5

De berekeningen van de magneetveldzones zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: •

Het RIVM-document “Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen, versie 4.1 van 26 oktober 2015.

•

De veldsterkten zijn berekend op een hoogte van 1 meter boven maaiveld, conform de hierboven genoemde handreiking.

•

Voor het uitvoeren van specifieke magneetveldzone berekeningen is gebruik gemaakt EFC-4005, Version 2017, “Magnetic and Electric Field Calculation, Telecommunication, Power Lines and Stations - According to EN 50413, IEC 62226-1, ICNIRP, EU”.

•

Conform de RIVM-handreiking, versie 4.1, is de selectie van hoogspanningslijnen met invloed nabij de nieuwe aansluiting RLL – TLB380 geanalyseerd met behulp van een tweestapsaanpak. Hierbij gaat het om het volgende: −

Stap 1: Alle HS-lijnen die binnen 750 m van de te beschouwen hoogspanningslijn (nieuwe 380 kV-verbinding Rilland - Tilburg) lopen, worden beschouwd in de magneetveldberekening. Hierbij moet per verbinding rekening worden gehouden met twee richtingen voor het vermogenstransport.

•

De volgende lijn bevindt zich binnen 750 m van de te beschouwen hoogspanningslijn (380 kV-verbinding RLL-GT) voor masten 15 t/m 27: −

•

Geertruidenberg – Zevenbergschehoek 150 kV bestaande bovengrondse lijn.

Het laagste punt van de geleiders tussen twee masten is bepaald bij 15°C, conform de RIVM-handreiking. Voor bestaande lijnen is de zeeg bij 15 graden Celsius door TenneT verstrekt vanuit hun interne database. Voor nieuwe lijnen en reconsttructies is de zeeg bij 15 graden Celsius berekent door DNV op verzoek van tenneT en daarna gecontroleerd en geoedgekeurd door TenneT.

•

De bijdragen van de magneetzones van de onderstations zélf (Rilland, Roosendaal, Moerdijk, Geertruidenberg, Tilburg West & Noord), zijn niet meegenomen in de berekeningen, zoals aangegeven in de RIVM-Handreiking.

De berekeningen zijn uitgevoerd in mei 2021. Alle gegevens van de hoogspanningslijn zoals gebruikt voor de berekeningen zijn opgenomen in Appendix A. Deze informatie is of door TenneT aan DNV verstrekt of door DNV berekend en daarna door TenneT geverifieerd en goedgekeurd. Voor verdere details omtrent de verificatie en goedkeur van de input data wordt verwezen naar document 002.678.00 0949393 RFI-001 ZWO380 M-fields.

5“

Bij de opname in de lijst met ‘Adviesbureaus waarvan bekend is dat ze ervaring hebben met zoneberekeningen volgens de Handreiking van het RIVM’ heeft DNV de zogenoemde standaardconfiguraties doorgerekend met het programma Herbs 2.0 (applet "EMF-6”). Momenteel wordt door DNV het programma EFC-400 gebruikt. In het interne kwaliteitssysteem van DNV is vastgelegd dat dit nieuwe programma voor de standaardconfiguraties dezelfde resultaten laat zien.”

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 6

3

RESULTATEN

In de tabellen in dit hoofdstuk zijn de specifieke magneetveldzones gegeven voor de tijdelijke situatie. De breedte van de specifieke zone aan de linkerzijde van de hartlijn (staand met de rug naar de mast met het laagste nummer in het vaksegment) wordt met een ‘-‘ aangegeven. Conform de RIVM-handreiking is aan beide zijden van de hoogspanningslijn bepaald op welke afstand uit het hart van de hoogspanningslijn de waarde van 0,4 microtesla voor de sterkte van het magneetveld wordt bereikt (op 1 m hoogte). Deze afstand wordt afgerond op het dichtstbij gelegen veelvoud van 5 m. Deze afgeronde waarde bepaalt de breedte van de specifieke magneetveldzone in overeenstemmming met de RIVM handreiking.. Voor de tijdelijke netsituatie wordt gerekend met de oude maximumstroom, waarbij een rekenstroom van 848 A hoort. Wanneer binnen 750 m van de te beschouwen hoogspanningslijn andere hoogspanningslijnen aanwezig zijn, dienen deze in de berekening te worden meegenomen. De (niet afgeronde) 0,4 microteslacontour, relatief tot de hartlijn van de verschillende bestaande, tijdelijke, en gereconstrueerde vaksegmenten, en de bijbehorende (afgeronde) specifieke magneetveldzones zijn samengevat in Tabellen 4.1 t/m 4.4. De specifieke magneetveldzones van de parallel lopende GT-ZBH 150kV lijn wordt beinvloed door het magnetische veld van de tijdelijke 380kV lijn.

De specifieke magneetveldzones van de GT-ZBH 150kV lijn zijn daarom samengevat in Tabel 4.5. De specifieke magneetveldzones van de parallel lopende MDK-RSD 150kV lijn wordt beinvloed door het magnetische veld van de tijdelijke 380kV lijn. De specifieke magneetveldzones van de MDK-RSD 150kV lijn zijn daarom samengevat in Tabel 4.6. Een grafische weergave van de magneetveldzone is opgenomen in Appendix B.

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 7

Tabel 4.1 Specifieke magneetveldzone tijdelijke netsituatie (GT-ZVL 380 kV Zwart). Vaksegment Mast Van

Specifieke magneetveldzone toekomstig netsituatie [m]

Mast Naar

Berekende 0,4 µT magneetveldzone (niet afgerond) [m]

(-) zijde

(+) zijde

Berekende specifieke magneetveldzone (afgerond) [m]

(-) zijde

(+) zijde

15

16

N/A

103.4

N/A

105

16

16AN

N/A

77.4

N/A

75

16AN

17N

N/A

78.2

N/A

80

17N

18N

N/A

80.0

N/A

80

18N

19N

N/A

81.8

N/A

80

19N

20N

Contour

81.4

Contour

80

20N

21N

59.8

83.9

60

85

21N

22N

59.3

83.4

60

85

22N

23N

Contour

82.5

Contour

80

23N

24N

N/A

Contour

N/A

Contour

BP25-7

BP25-8

N/A

69.0

N/A

70

BP25-8

BP25-9

N/A

Contour

N/A

Contour

26(HS)

27

Contour

Contour

Contour

Contour

Tabel 4.2 Specifieke magneetveldzone tijdelijke netsituatie (GT-BSL 380 kV Wit). Vaksegment Mast Van

Specifieke magneetveldzone toekomstig netsituatie [m]

Mast Naar

Berekende 0,4 µT magneetveldzone (niet afgerond) [m]

Berekende specifieke magneetveldzone (afgerond) [m]

(-) zijde

(+) zijde

(-) zijde

(+) zijde

15

16

N/A

N/A

N/A

N/A

BP16-1

BP16-2

Contour

N/A

Contour

N/A

BP16-2

BP16-3

Contour

N/A

Contour

N/A

N /A

018

Contour

N/A

Contour

N/A

018

019

83.0

N/A

85

N/A

019

020

82.9

Contour

85

Contour

020

021

74.4

52.6

75

55

021

022

82.7

57.8

85

60

022

023

82.3

57.7

80

60

023

024

Contour

Contour

Contour

Contour

BP25-1

BP25-2

62.7

N/A

65

N/A

BP25-2

BP25-3

59.3

N/A

60

N/A

BP25-3

BP25-4

Contour

N/A

Contour

Contour

Contour

Contour

Contour

Contour

26(HS)

27

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 8

Tabel 4.6 Specifieke magneetveldzone tijdelijke netsituatie (MDK- RSD 150 kV). Vaksegment Mast Van

Specifieke magneetveldzone huidige netsituatie [m]

Mast Naar

Berekende 0,4 µT magneetveldzone (niet afgerond) [m]

Berekende specifieke magneetveldzone (afgerond) [m]

(-) zijde

(+) zijde

(-) zijde

(+) zijde

81

OSP 82

N/A

Contour

N/A

Contour

OSP 84

84

Contour

N/A

Contour

N/A

Tekeningen die aangeven waar iedere gevoelige bestemming ligt ten opzichte van de specifieke magneetveldzone, zijn bijgevoegd in Bijlage 1.

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 10

4

CONCLUSIE

DNV heeft voor TenneT onderzocht wat het effect zal zijn op de specifieke magneetveldzones van de tijdelijke voorzieningen van de 380 kV-hoogspanningslijn Geertruidenberg – Rilland, waar de reconstructiesecties aansluiten op de bestaande secties. De tijdelijke voorzieningen zijn voorzien voor het tijdelijk afspannen van nieuwe geleiders zodat deze voorgemonteerd kunnen worden. DNV heeft berekend de breedte van de specifieke zone, zoals gedefinieerd in het RIVM-document, ‘Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen’, versie 4.1 van 26 oktober 2015, voor zowel de huidige als de tijdelijke configuratie van de volgende secties langs de hoogspanningslijn GeertruidenbergRilland 380 kV:

6

•

Masten 16, 16AN en 17, nabij Hooge Zwaluwe (oost);

•

Masten 24, 24N en 26, nabij Hooge Zwaluwe (west);

•

Mast 68 nabij Standdaarbuiten;

•

Mast 78, nabij Pietseweg – Oud Gastel;.6

Mast 78 nabij Pietseweg – Oud Gastel, circuit zwart bij mast 68 en circuit zwart bij mast 16. In de tijdelijke voorzieningen worden de nieuwe geleiders tijdelijk afgespannen / voorgemonteerd. Deze geleiders blijven spanningsloos en zijn daarom niet meegenomen in deze rapportage

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page 11

APPENDIX A Uitgangspunten Alle input data gebruikt voor berekeningen worden weergegeven in de volgende Bijlage/Appendix. Deze informatie is of door TenneT aan DNV verstrekt of door DNV berekend en daarna door TenneT geverifieerd en goedgekeurd. Voor verdere details omtrent de verificatie en goedkeur van de input data wordt verwezen naar document 002.678.00 0949393 RFI-001 ZWO380 M-fields

A1 Algemeen De berekeningen zijn uitgevoerd voor de hoogspanningslijn GT-RLL 380 (Geertruidenberg - Rilland). Er bevinden zich de volgende andere hoogspanningslijnen binnen 750 m van de 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Rilland in de huidige netsituatie: o

Geertruidenberg - Zevenbergschehoek 150kV bestaande bovengrondse lijn (Masten 15 t/m 27)

o

Moerdijk - Roosendaal 150kV bestaande bovengrondse lijn (Masten 67 t/m 70)

Er bevinden zich de volgende andere hoogspanningslijnen binnen 750 m van de 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Rilland in de tijdelijke netsituatie: o

Geertruidenberg - Zevenbergschehoek 150kV bestaande bovengrondse lijn (Masten 15 t/m 21)

A2 Tijdelijke Netsituatie Voor de tijdelijke netsituatie wordt gerekend met Warsaw ACCC.

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-1

Figuur A-2.1 Overzicht tijdelijke netsituatie GT-RLL 380. Masten 16 t/m 21N.

Figuur A-2.2 Overzicht tijdelijke netsituatie GT-RLL 380. Masten 23 t/m 26.

Figuur A-2.3 Overzicht tijdelijke netsituatie GT-RLL 380. Masten 68 t/m 69N. De faseringsinformatie voor de tijdelijke voorzieningen, bypass secties en de hergeconstrueerde secties zijn samengevat in sectie B7

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-2

A3 Masttypes Uitgangspunt voor de realisatie van de tijdelijke lijnen is gebruik gemaakt van de bestaande zogenaamde noodlijn of ook wel het Emergency Restoration System (ERS). In het algemeen besaat de noodlijn uit drie typen mast eindmasten, hoekmasten en steunmasten. Voor een schematische weergave, zie de figuur B5-1, figuur B5-2 en figuur B5-3.

Figuur A3-1 Schematische weergave tijdelijke mast type DE1 (Eindmast)

Figuur A3-2 Schematische weergave tijdelijke mast type AT2 (hoekmast)

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-3

Figuur A3-3 Schematische weergave tijdelijke mast type RA2 (steunmast, met de mogelijkheid om een hoek te maken, van daar Running Angle)

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-4

A4 Toegepaste Rekenstromen tijdelijke voorzieningen Voor het berekenen van de specifieke magneetveldzones in de tijdelijke voorzieningen zijn de rekenstromen gebruikt zoals in onderstaande tabel weergegeven. Voor de 380 kV-circuits geldt dat dit 30% van de ontwerpbelasting is, voor de 150 kV-circuits is dit 50% van de ontwerpbelasting. Tennet heeft gecontroleerd of er hogere stroomwaarden dan de standaard percentages gehanteerd moesten worden en bepaald dat dit niet nodig is. Dientengevolge heeft TenneT bevestigd dat de waardes zoals in onderstaande Tabel gepresenteerd geschikt zijn voor de berekeningen. Tabel A-4.1 Rekenstromen tijdelijke situatie Hoogspanningscircuit

Spanningsniveau [kV]

Ontwerpbelasting [MVA]

Ontwerpstroom [A]

Rekenstroom [A]

GT - BSL 380 (Reconstruction)

380

1860

2826

848

GT - BSL 380 (Bypass)

380

1860

2826

848

GT - ZVL 380 (Bypass)

380

1860

2826

848

GT - ZBH 150

150

330

1270

635

MDK – RSD 150

150

330

1270

635

A5 Te berekenen netsituaties In Tabel A-5.1 t/m Tabel A-5.2 zijn de verschillende door te rekenen scenario’s weergegeven. Tabel A-5.1 Door te rekenen stroomrichtingen voor hoogspanningslijn GT-RLL Masten 15 t/m 27: tijdelijke netsituatie Hoogspanningscircuit

Situatie 1

Situatie 2

380 kV GT - RLL W 380 kV GT - RLL Z 150 kV GT – ZBH W 150 kV GT – ZBH Z

Tabel A-5.2 Door te rekenen stroomrichtingen voor hoogspanningslijn GT-RLL Masten 67 t/m 70N: tijdelijke netsituatie Hoogspanningscircuit

Situatie 1

Situatie 2

380 kV GT - RLL W 380 kV GT - RLL Z 150 kV MDK – RSD W 150 kV MDK – RSD Z

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-5

A6 Hoogspanningslijngegevens A6.1 Mastnummers en Coördinaten In de volgende tabel zijn de mastnummers, de bijbehorende RD-coördinaten en masttypen voor de GT - RLL380 hoogspanningslijn weergegeven. Voor de geleiders is gerekend met het geleidertype ACSR Warsaw. Tabel A-6.1.1 Mastnummers, RD-coördinaten, masttypen, veldlengten en doorhang: GT-RLL380 Reconstructie (Zwart) Mastnr.

X-coördinaat

Y-coördinaat

Masttype

Lijnhoek

Veldlengte

Doorhang

vooruit

vooruit

[-]

[m]

[m]

[-]

[°]

[m]

[m]

Mast 15

111230.1

411778.3

S+0

0.0

394.2

7.2

Mast 16

110837.9

411739.0

HC+0

50.8

269.1

10.9

Mast 16AN

110647.76

411929.45

HA+0

0

197.5

11.1

Mast 17N

110508.2

412069.3

HC+0

46.7

351.0

11.0

Mast 18N

110157.3

412059.2

HA+5

15.5

375.3

11.1

Mast 19N

109798.7

411948.3

S+0

0.0

316.6

9.2

Mast 20N

109496.2

411854.8

S+0

0.0

394.6

12.9

Mast 21N

109119.3

411738.2

S+0

0.0

374.5

14.3

Mast 22N

108761.5

411627.6

S+0

0.0

380.0

9.2

Mast 23N

108398.5

411515.3

S+0

0.0

342.7

10.9

Mast 24N

108071.1

411414.1

HA+0

BP25-6

108098.9

411425.1

AT2+1

BP25-7

108086.1

411460.7

AT2+1

101.5

370.3

11.9

BP25-8

107729.5

411359.6

RA2+0

-6.0

342.3

17.9

BP25-9

107390.1

411311.7

AT2+1

117.3

35.7

12.0

2.7

346.1

10.7

-4.8

396.5

14.1

BP25-10

107397.5

411275.8

AT2+1

Mast 26(HS)

107418.6

411273.0

HS+0

Mast 27

107073.7

411244.4

S+0

Mast 67

94220.2

403999.7

HS+0

Mast 68

93921.2

403739.5

HB+0

TM-68-1

93899.1

403759.2

AT2+1

-87.0

346.4

11.1

Mast 69N

93568.5

403228.6

HB+0

-35.7

295.9

13.0

Mast 70N

93477.0

402939.4

HA+0

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-6

Tabel A-6.1.2 Mastnummers, RD-coördinaten, masttypen, veldlengten en doorhang: GT-RLL380 Bestaand/Tijdelijk (Wit) Mastnr.

X-coördinaat

Y-coördinaat

Masttype

Lijnhoek

Veldlengte

Doorhang

[-]

[m]

[m]

[-]

[°]

vooruit

vooruit

[m]

[m]

Mast 15

111230.1

411778.3

S+0

0.0

394.2

13.8

50.8

269.1

14.3

Mast 16

110837.9

411739.0

HC+0

BP16-0

110859.1

411730.0

DE1+0

BP16-1

110843.1

411694.9

AT2+1

-86.3

228.3

13.1

BP16-2

110629.1

411777.3

RA2+0

-20.9

221.4

4.5

BP16-3

110488.2

411973.3

AT2+1

-96.3

44.6

8.7

BP16-4

110508.2

411979.3

DE1+0

Mast 17

110517.4

411978.2

HC+0

-42.6

370.1

12.2

Mast 18

110149.1

411941.4

S+0

0.0

399.9

14.3

Mast 19

109751.2

411901.6

HC+0

-42.3

376.9

8.0

Mast 20

109500.3

411620.3

S+10

0.0

169.9

2.7

Mast 21

109387.2

411493.5

HC+10

41.9

399.5

19.8

Mast 22

108989.8

411453.7

S+0

0.0

400.5

14.3

Mast 23

108591.3

411413.7

S+0

0.0

399.9

14.3

Mast 24

108193.4

411373.9

HS+0

BP25-0

108231.0

411376.4

AT2+1

BP25-1

108237.1

411337.0

AT2+1

-83.5

246.0

2.3

BP25-2

108000.6

411267.5

RA2+0

-4.7

313.2

7.9

BP25-3

107690.9

411215.8

RA2+0

-12.7

299.6

17.9

BP25-4

107391.1

411232.3

AT2+1

-121.6

47.8

12.3

BP25-5

107407.2

411268.0

AT2+1

Mast 26(HS)

107418.6

411273.0

HS+0

0.0

346.1

10.7

Mast 27

107073.7

411244.4

S+0

Mast 67

94220.2

403999.7

HS+0

-4.8

396.5

14.1

Mast 68

93921.2

403739.5

HB+0

BP68-0

93953.3

403752.4

DE1+0

BP68-1

93970.5

403743.2

AT2+1

-78.5

117.4

-0.8

BP68-2

93982.9

403625.1

AT2+1

-27.1

275.7

8.4

BP68-3

93875.9

403369.5

AT2+1

-106.6

41.3

25.7

BP68-4

93842.9

403395.1

AT2+1

23.7

167.3

2.9

BP68-5

93840.1

403383.6

AT2+1

-67.7

40.3

4.3

BP68-6

93845.5

403405.1

AT2+1

Mast 69N

93568.5

403228.6

HB+0

-35.7

295.9

13.0

Mast 70N

93477.0

402939.4

HA+0

*Opmerking: De lengtes en hoeken van de driefasige geleiders van de first en laatste bypasstorens van een bepaald bypass-gedeelte zijn enorm verschillend omdat deze torens zich in de zeer dichte nabijheid vande permanente structuren bevinden.

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-7

A6.2 Klokgetalconfiguraties In onderstaande afbeeldingen zijn de geleider locaties voor verschillende masten weergegeven. De kijkrichting is van GT naar RLL (dus van de lage mastnummers naar de hoge).

Mastbeeld GT-RLL 380kV Reconstructie (Zwart)

Zwart 4

5

6

Figuur A-6.2.1 Geleider locaties voor Masten Reconstructie (Zwart), kijkrichting GT >> RLL

Mastbeeld GT-RLL 380kV Tijdelike voorziening (Wit)

Wit

1

2

3

Figuur A-6.2.2 Geleider locaties voor Masten Tijdelike voorziening (Wit), kijkrichting GT >> RLL In onderstaande tabellen zijn de klokgetallenconfiguraties aangegeven. Tabel A-6.2.1 Klokgetallenconfiguratie tijdelijke voorzienning en reconstructie, kijkrichting GT >> RLL Geleidersnummer

Klokgetal

1

4

2

8

3

12

4

4

5

8

6

12

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-8

BP16 Masten GT-RLL 380kV (Wit)

Wit 1 2 3

Figuur A-6.2.3 Geleider locaties voor BP16 Masten (Wit), kijkrichting GT >> RLL In onderstaande tabellen zijn de klokgetallenconfiguraties aangegeven. Tabel A-6.2.2 Klokgetallenconfiguratie BP16 Masten (Wit) Geleidersnummer

Klokgetal

1

4

2

8

3

12

BP25 Masten GT-RLL 380kV (Wit + Zwart)

Wit

Zwart

1

4

2

5

3

6

Figuur A-6.2.4 Geleider locaties voor B25 Masten (Zwart), kijkrichting GT >> RLL In onderstaande tabellen zijn de klokgetallenconfiguraties aangegeven. Tabel A-6.2.3 Klokgetallenconfiguratie (BP25 Masten) Geleidersnummer

Klokgetal

1

4

2

8

3

12

4

4

5

8

6

12

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-9

Masten BP68-0, BP68-1, BP68-2, BP68-3, BP68-6 GT-RLL 380kV (Wit)

Wit 1 2 3

Figuur A-6.2.5 Geleider locaties voor B68 Masten (Zwart), kijkrichting GT >> RLL

Masten BP68-5, BP68-6 GT-RLL 380kV (Wit)

Wit 2

1

3

Figuur A-6.2.6 Geleider locaties voor B68 Masten (Zwart), kijkrichting GT >> RLL In onderstaande tabellen zijn de klokgetallenconfiguraties aangegeven. Tabel A-6.2.4 Klokgetallenconfiguratie (B68 Masten) Geleidersnummer

Klokgetal

1

4

2

8

3

12

In onderstaande tabel zijn per masttype de geleidercoördinaten aangegeven op basis van de mastbeelden. Tabel A-6.2.5 Masttypen met geleidersposities Masttype

Geleidersnummer

Horizontale Afstand

Ophang Hoogte

[-]

[-]

[m]

[m]

HA+0

1

-12.2

39.5

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-10

Masttype

Geleidersnummer

Horizontale Afstand

Ophang Hoogte

[-]

[-]

[m]

[m]

2

-15.7

28.2

3

-8.7

28.2

4

12.2

39.5

5

8.7

28.2

6

15.7

28.2

1

-12.65

39.5

2

-16.3

28.2

3

-9.0

28.2

4

12.65

39.5

5

9.0

28.2

6

16.3

28.2

1

-13.25

39.5

2

-17.5

28.2

3

-9.0

28.2

4

13.25

39.5

5

9.0

28.2

6

17.5

28.2

1

-12.5

44.3

2

-16.0

33.0

3

-9.0

33.0

4

12.5

44.3

5

9.0

33.0

6

16.0

33.0

1

-11.95

44.8

2

-15.45

33.5

3

-8.4

33.5

4

11.95

44.8

5

8.4

33.5

6

15.45

33.5

HB+0

HC+0

HS+0

S+0

DE1+0

AT2+1

RA2+0

1

0.0

41.5

2

0.0

46.1

3

0.0

34.2

1

0.0

24.1

2

0.0

34.5

3

0.0

40.5

1

0.0

26.4

2

0.0

28.4

3

0.0

20.6

Opmerking: Masten kunnen worden verhoogd of verlaagd door secties toe te voegen of te verwijderen. Masten met een “+5”, impliceren dat er een sectie van 5 m wordt toegevoegd, waardoor de hoogte van de bevestigingspunten van de geleider met 5 m wordt vergroot. Deze hoogteverschillen zijn niet in deze tabel opgenomen.

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

Page A-11

APPENDIX B Specifieke magneetveldzone

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

B-1

Tekening magneetveldzone GT-RLL380 Masten 16 t/m 19N

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

B-2

Tekening magneetveldzone GT-RLL380 Masten 20N t/m 23N

DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

B-3

Tekening magneetveldzone GT-RLL380 Masten 24N t/m 26 DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

B-4

Tekening magneetveldzone GT-RLL380 Masten 67 t/m 70N DNV – Rapport nr. 21-0850, Rev. 3 – www.dnv.com

B-5

About DNV DNV is the independent expert in risk management and assurance, operating in more than 100 countries. Through its broad experience and deep expertise DNV advances safety and sustainable performance, sets industry benchmarks, and inspires and invents solutions. Whether assessing a new ship design, optimizing the performance of a wind farm, analyzing sensor data from a gas pipeline or certifying a food company’s supply chain, DNV enables its customers and their stakeholders to make critical decisions with confidence. Driven by its purpose, to safeguard life, property, and the environment, DNV helps tackle the challenges and global transformations facing its customers and the world today and is a trusted voice for many of the world’s most successful and forward-thinking companies.

ZUID-WEST 380 KV OOST

H1.7: Berekeningen 0,4 microteslacontouren opstijgpunten TenneT TSO B.V

Meridian doc. nr.: 002.678.00 0679109 Rapport nr.: 21-0851, Rev. 4 Datum: 2021-09-02

Projectnaam:

Zuid-West 380 kV Oost

Energy Systems

Rapport titel:

H1.7: Berekeningen 0,4 microteslacontouren

DNV Netherlands B.V.

opstijgpunten

Utrechtseweg 310-B50

Klant:

TenneT TSO B.V , Utrechtseweg 310, 6812 AR Arnhem

6812 AR Arnhem

Contactpersoon klant: Edmon Gharh Beklo Datum uitgave:

2021-09-02

Project nr.:

10124719

Tel: 026 356 9111

Organisatie unit:

TDT

Handelsregister Arnhem 09006404

Meridian doc.nr.:

002.678.00 0679109

Rapport nr.:

21-0851, Rev. 4

Geschreven door:

Beoordeeld door:

Goedgekeurd door:

P. Stoevelaar Consultant

P. Schutte Team Lead

H. Meijs Senior Consultant

Copyright © DNV 2021. All rights reserved. Unless otherwise agreed in writing: (i) This publication or parts thereof may not be copied, reproduced or transmitted in any form, or by any means, whether digitally or otherwise; (ii) The content of this publication shall be kept confidential by the customer; (iii) No third party may rely on its contents; and (iv) DNV undertakes no duty of care toward any third party. Reference to part of this publication which may lead to misinterpretation is prohibited.

DNV Distributie:

Trefwoorden: EMV, elektromagnetische velden, gezondheidseffecten, voorzorgsbeleid, hoogspanningslijn, opstijgpunten, specifieke magneetveldzone, RIVM-handreiking

☐ Open ☐ Intern ☒ Commercieel vertrouwelijk ☐ Vertrouwelijk ☐ Geheim *Specificatie distributie: -Rev.

Datum

Reden van uitgave

Auteur

Beoordelaar

Goedgekeurd door

1

2021-06-01

Eerst uitgave

P. Stoevelaar

P. Schutte

H. Meijs

2

2021-06-04

Tweede uitgave

P. Stoevelaar

P. Schutte

H. Meijs

3

2021-08-23

Derde uitgave

P. Stoevelaar

P. Schutte

H. Meijs

4

2021-09-02

Vierde uitgave

P. Stoevelaar

P. Schutte

H. Meijs

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. i

Inhoudsopgave 1

SAMENVATTING .............................................................................................................................................. 1

2 2.1 2.2 2.3 2.4

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN – UITGANGSPUNTEN........................................................................... 1 Handreiking van het RIVM 1 Indicatieve en specifieke zone 2 Zoneberekening 3 Klokgetal-optimalisatie 3

3 3.1

REKENMETHODE EN REKENMODEL ............................................................................................................ 6 Rekenmodel en berekening 0,4 microteslazone 6

4 4.1 4.2

BEREKENING MAGNEETVELDCONTOUREN VAN OPSTIJGPUNTEN BIJ MOLDAU-MASTEN .................. 7 Algemene uitgangspunten 7 Resultaten berekeningen 0,4 μT-contouren 11

5 5.1 5.2

BEREKENING MAGNEETVELDCONTOUREN PERMANENTE 150 KV OPSTIJGPUNTEN ........................ 17 Algemene uitgangspunten 17 Resultaten berekeningen 0,4 μT-contouren 19

6 6.1 6.2

BEREKENING MAGNEETVELDCONTOUREN TIJDELIJKE 150 KV OPSTIJGPUNTEN ............................. 21 Algemene uitgangspunten 21 Resultaten berekeningen 0.4 μT-contouren 24

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................................ 30

8 8.1 8.2 8.3

OPSTIJGPUNTEN MASTEN AFMETINGEN .................................................................................................... 1 Moldau OSP’s 1 Tijdelijke OSP’s 28 Permanente OSP’s 77

Appendix A

Lijst van Opstijgpunten afmetingen

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. ii

1

SAMENVATTING

Dit rapport bevat de resultaten van de berekeningen van de 0,4-microteslacontouren van alle opstijgpunten (hierna: OSP’s) binnen het Zuid-West 380 kV Oost-project. Deze OSP’s zijn opgedeeld in drie groepen: Moldau OSP’s, tijdelijke 150 kV OSP’s en permanente 150 kV OSP’s.

2

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN – UITGANGSPUNTEN

TenneT B.V. heeft DNV de opdracht gegeven om het magneetveld te bepalen rondom de verschillende OSP’s binnen het Zuid-West 380 kV Oost-project, daarbij rekening houdend met de eigenschappen van de hoogspanningslijn.

2.1

Handreiking van het RIVM

Voor het berekenen van de magneetveldzone van een specifieke bovengrondse hoogspanningslijn heeft het RIVM in opdracht van de Nederlandse overheid een zogenoemde ‘Handreiking’ opgesteld.1 Hierin worden de benodigde gegevens en de rekenmethode vastgelegd om tot de ‘specifieke magneetveldzone’ voor de specifieke lijn te komen, dus met de specifieke kenmerken van die lijn. In de rekenmethode zijn vereenvoudigingen aangebracht die leiden tot een ruime inschatting van de breedte van de magneetveldzone. Omdat het voorzorgbeleid zich specifiek richt op bovengrondse hoogspanningslijnen is er door het RIVM geen handreiking of netkaart voor ondergrondse hoogspanningskabels, stations en opstijgpunten ontwikkeld. Voor berekeningen van de specifieke magneetveldcontour van ondergrondse hoogspanningskabels wordt meestal gebruik gemaakt van afspraken over berekeningen voor ondergrondse hoogspanningskabels, die onder begeleiding van het RIVM zijn gemaakt voor het project ‘Randstad 380 kV’ van TenneT.2 Deze afspraken worden in Nederland frequent gebruikt door adviesbureaus en netbeheerders. Met deze methode kan de specifieke magneetveldcontour van de kabel worden uitgerekend, dat wil zeggen “het gebied waarbinnen het magnetische veld gemiddeld over een jaar boven 0,4 microtesla ligt”. Voor de berekeningen van de OSP’s zijn beide documenten waar mogelijk gevolgd.

Maar omdat er toch onduidelijkheid kan ontstaan zijn de OSP-specifieke uitgangspunten hieronder samengevat: •

Voor alle OSP’s wordt de wordt de 0.4 microteslacontour weergegeven, specifieke magneetveldzone zijn voor OSP’s niet gedefinieerd, zij vallen onder overgangsgebieden. Dus de contouren worden niet afgerond.

•

Van de bovengrondse geleiders die naar het OSP lopen wordt één segment meegenomen tot de volgende mast, zoals beschreven in de genoemde notitie met afspraken.

•

De ondergrondse kabels 380 kV-kabels worden meegenomen tot het hek van het OSP, zoals beschreven in de genoemde notitie met afspraken.

•

Voor stroomsterkte, stroomrichtingen, beïnvloeding van nabije lijnen, etc., worden de relevante secties uit zowel de handleiding als de notitie met afspraken voor ondergrondse kabels gevolgd. o

Als per de handleiding worden rekenstromen van 30% van de ontwerpstroom gebruikt 380kV circuits en 50% van de ontwerpstroom voor 150kV circuits, als een circuit zwaarder belast wordt mag er in overleg met netbeheerder van deze percentages worden afgeweken. Tennet heeft gecontroleerd of er hogere stroomwaarden dan de standaard percentages gehanteerd moesten worden en bepaald dat dit niet nodig is

Disclaimer

1

2

Zie: “Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen”, versie 4.1, RIVM, 26 oktober 2015 (te vinden op https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/handreiking). Zie notitie “Afspraken over de berekening van de ‘magneetveldzone’ bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV-verbinding”, RIVM, 3 november 2011 (op te vragen bij het RIVM).

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 1

Het hoogspanningslijnenbeleid van de rijksoverheid met betrekking tot magnetische velden (en de daarbij horende handreiking van het RIVM voor het berekenen van de breedte van de specifieke magneetveldzone) is uitsluitend van toepassing op bovengrondse hoogspanningslijnen. In deze rapportage zijn ook breedtes van “magneetveldzones” berekend voor andere delen van het hoogspanningsnet. Bij die berekeningen is gebruik gemaakt van de notitie 'Afspraken over de berekening van de “magneetveldzone” bij ondergrondse kabels en hoogspanningstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding', RIVM, 3 november 2011 (op te vragen bij het RIVM via hoogspanningslijnen@rivm.nl).

2.2

Indicatieve en specifieke zone

In het Nederlandse voorzorgsbeleid is de term magneetveldzone gedefinieerd. Dit is de strook grond van een bepaalde breedte die zich aan beide zijden langs de bovengrondse hoogspanningslijn bevindt, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Voor elke hoogspanningslijn in Nederland kan de magneetveldzone worden uitgerekend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de indicatieve magneetveldzone en de specifieke magneetveldzone. Het RIVM heeft ten behoeve van partijen die ruimtelijke ontwikkelingen nastreven, zoals gemeentes, de Netkaart ontwikkeld waarop voor elke bestaande bovengrondse hoogspanningslijn een indicatie van de breedte van de magneetveldzone kan worden opgezocht. Deze indicaties fungeren als een snelle eerste afwegingsmogelijkheid om in te schatten hoe breed de magneetveldzone ter plaatse is. De specifieke magneetveldzone is de zone die specifiek voor een bovengrondse hoogspanningslijn is berekend volgens de methode die is vastgelegd in de Handreiking van het RIVM. Het resultaat van deze specifieke berekening is nauwkeuriger dan de indicatieve magneetveldzone. Vanwege de conservatieve keuze voor de berekeningsparameters bij het bepalen van de indicatieve zones zal de op een bepaalde locatie berekende specifieke zone meestal smaller zijn dan de indicatieve zone.

Het verschil tussen de indicatieve en de specifieke magneetveldzone bij een bovengrondse hoogspanningslijn is dat een indicatieve magneetveldzone globaal is bepaald, terwijl de specifieke magneetveldzone is berekend volgens de Handreiking van het RIVM, toegespitst op de locatie-specifieke technische configuratie. De hoogte voor de berekening is steeds 1 m boven maaiveld. Om de specifieke magneetveldzone van een hoogspanningslijn te berekenen, is informatie van TenneT nodig. De verschillende parameters die een rol spelen worden uitgebreid beschreven in genoemde Handreiking van het RIVM. De belangrijkste hiervan zijn: −

bedrijfsspanning: het voltage van het circuit, uitgedrukt in volt (V) of kilovolt (kV);

−

aantal circuits: een circuit bestaat uit een enkel driefasen-systeem van drie geleiders op één spanningsniveau;

−

mastgeometrie: het gaat dan om de precieze locatie van de ophanging van de geleiders in de hoogspanningsmast (hoogte boven maaiveld, de laterale afstand tot het hart van de hoogspanningslijn, de onderlinge afstand tussen de geleiders);

−

ontwerpbelasting: dit is de belasting, uitgedrukt in voltampère (VA) of megavoltampère (MVA), die de geleiders van een hoogspanningslijn op grond van hun thermische eigenschappen gedurende langere tijd maximaal kunnen doorstaan;

−

stroomrichting: de richting van het transport van de elektrische energie;

−

symmetrie: binnen een hoogspanningsverbinding wordt ervan uitgegaan dat de stroom zich symmetrisch over de aanwezige circuits (en fasen) verdeelt.

De specifieke magneetveldzone hangt vooral af van de sterkte van de stroom door de geleiders, gemeten in ampère (A) of kiloampère (kA). De sterkte van het magnetisch veld van een hoogspanningslijn is recht evenredig met deze stroomsterkte. Verdubbeling van de stroomsterkte geeft, gemeten op een bepaalde plaats, een verdubbeling van de sterkte van het magnetisch veld. De sterkte van het magnetisch veld is daarnaast omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand tot de hoogspanningslijn. Een verdubbeling van de afstand tot een hoogspanningslijn, bijvoorbeeld van tien naar twintig meter, geeft een vier keer lagere magnetische veldsterkte.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 2

De stroomsterkte in een hoogspanningslijn is echter nooit constant. De stroomsterkte is afhankelijk van de elektriciteitsvraag. Wanneer er een hoge elektriciteitsvraag is, is de stroom meestal hoger dan wanneer de elektriciteitsvraag laag is. Om het jaargemiddelde magnetisch veld, dat in het voorzorgsbeleid van de rijksoverheid wordt gebruikt, uit te rekenen, moet eerst de jaargemiddelde stroomsterkte worden bepaald. Dit is de stroom die gemiddeld over een jaar door een circuit van een hoogspanningslijn loopt. Om de jaargemiddelde stroom door een circuit te schatten en om rekening te houden met toekomstige groei in de belasting van het hoogspanningsnet, wordt in de Handreiking van het RIVM voor de circuits van een hoogspanningslijn met een bedrijfsspanning van 380 kV uitgegaan van een rekenstroom van 30% van de ontwerpstroom. De ontwerpstroom is te berekenen op basis van de ontwerpbelasting en de ontwerpspanning.3 Voor verdere details wordt verwezen naar de Handreiking.

2.3

Zoneberekening

DNV hanteert bij berekeningen van magneetveldzones van OSP’s altijd de werkwijze van genoemde Handreikingen Afspraken over de berekening van de ‘magneetveldzone’ bij ondergrondse kabels. DNV is opgenomen in de lijst van het RIVM met “Adviesbureaus waarvan bekend is dat ze ervaring hebben met zoneberekeningen volgens de RIVMhandreiking”. De berekening in deze rapportage is uitgevoerd volgens genoemde handreiking. Om de onzekere wetenschappelijke aanwijzingen te vertalen naar een concrete zoneberekening zijn in de genoemde Handreiking bepaalde keuzes en vereenvoudigingen gemaakt. Vereenvoudigingen zijn onvermijdelijk omdat de volledige karakteristieken van de stroom niet altijd en overal in het hoogspanningsnet bekend zijn. Een belangrijke vereenvoudiging is dat de berekening plaatsvindt tussen twee opeenvolgende masten. Een tweede vereenvoudiging is dat de stroom door de bliksemdraden niet in de berekening wordt meegenomen. Een derde vereenvoudiging is dat de specifieke magneetveldzone wordt voorgesteld door rechte lijnen evenwijdig aan de hoogspanningslijn. Deze vereenvoudigingen leiden ertoe dat de in deze rapportage berekende specifieke magneetveldzone niet de werkelijke sterkte van het magnetische veld op een bepaalde locatie op een bepaald tijdstip weergeeft, maar een toekomstgerichte magneetveldzone die past binnen het hoogspanningslijnenbeleid van de rijksoverheid.

Er zijn gevallen waar de magneetveldzone niet met een rechte lijn kan worden weergegeven. Dit is vaak het geval in ingewikkeldere situaties zoals parallelle en kruisende lijnen en OSP’s. Hier is de magneetveldsterkte als contour in een plat vlak (eveneens op 1 m boven maaiveld) weergegeven.

2.4

Klokgetal-optimalisatie

Klokgetal-optimalisatie (wijzigen van de fase-volgorde) is een manier om in specifieke gevallen de magneetveldzone van bovengrondse hoogspanningslijnen smaller te maken.4 De smallere zones buiten de lijnen worden bereikt doordat de fasegeleiders aan de ene kant van de mast ten opzichte van de fasegeleiders aan de andere kant van de mast zodanig worden gepositioneerd dat het resulterende magneetveld minimaal is. De magneetvelden van de circuits in de lijn compenseren elkaar dan zoveel mogelijk waardoor de magneetveldzone aan weerszijden van de lijn smaller wordt. In onderstaande figuren wordt een en ander verduidelijkt. Het magneetveld rond de hoogspanningslijn is de som van de magneetvelden van de circuits van de lijn. In het voorbeeld wordt het magneetveld beschouwd in punt A. Figuur 2 toont de typische situatie terwijl Figuur 3 een geoptimaliseerde situatie laat zien. Ten opzichte van de typische situatie zijn hierbij twee fasen in circuit II van plaats gewisseld. Als resultaat daarvan zullen in punt A de magnetische

3 4

De formule hiervoor is: ontwerpbelasting (in MVA) = √3 ∙ ontwerpspanning (in kV) ∙ ontwerpstroom (in kA). Vanzelfsprekend heeft klokgetal-optimalisatie uitsluitend nut en effect als optimalisatie nog mogelijk is, m.a.w. als de fasen van een verbinding in de bestaande situatie nog niet optimaal ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 3

velden van beide circuits in tijd (fase) iets verschoven zijn. De som van beide magnetische velden wordt daardoor kleiner en daarmee wordt de magneetveldzone van de verbinding smaller. De stroomvoerende "draden" in een bovengrondse hoogspanningsverbinding worden geleiders genoemd. Voor elektriciteitstransport op basis van driefasenwisselspanning zijn tenminste drie geleiders nodig, voor elk van de drie wisselspanningen één geleider. Elk van de drie geleiders heeft een fase die aangeduid wordt met een klokgetal. De drie geleiders samen wordt een circuit genoemd. In Nederland bestaan de meeste bovengrondse hoogspanningsverbindingen uit twee circuits; aan iedere kant van de mast één.

Figuur 1 Klokgetallen en spanningsverloop binnen één circuit (voorbeeld) De drie fasen worden elk aangeduid met een klokgetal (12, 4 en 8). Die aanduiding is ontleend aan de wijzerplaat van een klok. Op een klok waarvan de wijzer in 0,02 seconde rond zou gaan, zouden alle drie de fasen in dat tijdsbestek één keer starten vanuit hun nulpunt. En dat zou zijn op de momenten waarop de wijzer zou staan op 12, resp. 4 en 8 (zie Figuur 2).

Figuur 2 Typische situatie (voorbeeld)

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 4

Figuur 3 Geoptimaliseerde situatie (voorbeeld)

Door de positie van de klokgetallen (fasen) aan te passen kan worden gezocht naar de situatie waarin de magneetvelden van de afzonderlijke circuits elkaar maximaal dempen, waardoor de magneetveldzone van de verbinding wordt geminimaliseerd. DNV heeft voor dit rapport geen klokgetaloptimalisatie uitgevoerd, maar gebruikt de (geoptimaliseerde) klokgetallen aangeleverd door TenneT. Voor de Moldau OSP’s zijn voor de klokgetallen van de nieuwe verbinding RLL-TBL380 aangeleverd. Voor de tijdelijke en permanenten OSP’s worden de huidige klokgetallen gebruikt van de verbindingen waarin deze OSP’s zich bevinden.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 5

3

REKENMETHODE EN REKENMODEL

3.1

Rekenmodel en berekening 0,4 microteslazone

De software die is gebruikt voor de berekening is EFC 400 van Narda.56 Alle berekeningen zijn uitgevoerd in augustus 2021. Bij berekeningen van de 0,4 microteslacontour wordt altijd een ‘rekenstroom’ gebruikt. Deze stroom kan worden gezien als een schatting van de (eventueel in de toekomst) maximaal te verwachten, jaargemiddelde stroomsterkte. De rekenstroom is gerelateerd aan de ontwerpstroom van een circuit en wordt bepaald door in de berekeningen uit te gaan van een belasting van 30% van de ontwerpstroom voor 380 en 220 kV-circuits en van 50% van de ontwerpstroom voor 150, 110 en 50 kV-circuits. Bij een 150 kV-kabel moet derhalve uitgegaan worden van 50% van de ontwerpstroom. De gebruikte stromen zijn conform de RIVM-handreiking en Afspraken over de rekenmethodiek . Voor bestaande lijnen is de zeeg bij 15 graden Celsius door TenneT verstrekt vanuit hun interne database. Voor nieuwe lijnen en reconsttructies is de zeeg bij 15 graden Celsius berekent door DNV op verzoek van tenneT en daarna gecontroleerd en geoedgekeurd door TenneT. Alle gegevens van de hoogspanningslijnen zoals gebruikt voor de berekeningen zijn opgenomen in de upvolgende secties. Deze informatie is of door TenneT aan DNV verstrekt of door DNV berekend en daarna door TenneT geverifieerd en goedgekeurd.

Voor verdere details omtrent de verificatie en goedkeur van de input data wordt verwezen naar document 002.678.00 0949393 RFI-001 ZWO380 M-fields.

5 6

Zie: https://www.narda-sts.com/en/wideband-emf/efc-400-software/. Bij de opname in de lijst met ‘Adviesbureaus waarvan bekend is dat ze ervaring hebben met zoneberekeningen volgens de Handreiking van het RIVM’ heeft DNV de zogenoemde standaardconfiguraties doorgerekend met het programma Herbs 2.0 (applet "EMF-6”). Momenteel wordt door DNV het programma EFC-400 gebruikt. In het interne kwaliteitssysteem van DNV is vastgelegd dat dit nieuwe programma voor de standaardconfiguraties dezelfde resultaten laat zien.”

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 6

4.2

Resultaten berekeningen 0,4 μT-contouren

De rode en blauwe contouren geven de verschillende stroomrichtingsscenario’s aan. De buitenste contour moet in ogenschouw worden genomen voor de worst case situatie. De contouren voor de verschillende masten zijn weergegeven in Figuur 4 t/m Figuur 16. Voor Moldau Type C opstijgpunten, wordt er in par. 4.2.4 een analyse gegeven op basis van de resultaten van OSP 1051 (zie Figuur 6). In de volgende paragrafen worden de 0,4 μT-contouren van de verschillende OSP’s getoond en besproken. Elke paragraaf behandelt een aparte ‘Moldau-model’.

4.2.1

Moldau OSP 1025 (Model Type Moldau A)

Figuur 4 0,4 μT-contouren van Moldau OSP 1025.

4.2.2

Moldau OSP 1014 (Model Type Moldau B)

Figuur 5 0,4 μT-contouren van Moldau OSP 1014

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 11

4.2.3

Moldau OSP 1051 (Model Type Moldau C1)

Figuur 6 0,4 μT-contouren van Moldau OSP 1051

4.2.4

Overige Moldau OSP’s (gebaseerd op Model type Moldau C1)

Gebaseerd op de 0.4 μT-contouren berekend voor OSP 1051, is een bufferzone bepaald op een radius van 91 m resp. 89 m vanuit het centrum van het OSP voor een stroom van 963 A resp. 827,5 A (zie Figuur 7). Deze bufferzone is er om het effect van de OSP aan te geven ten opzichte van de hoogspanningslijnen. Deze bufferzone gecentreerd rond het OSP is daarom zo gekozen dat aan de buitenste 0,4 μT-contouren raakt en geeft dus een goed beeld van de worst case invloed van het OSP. Het deel van de contouren dat buiten deze bufferzone valt, is geassocieerd met de hoogspanningslijnen en wordt in dit rapport buiten beschouwing gehouden. Deze bufferzones zijn toegepast op de overige OSP’s (zie Figuur 8 t/m Figuur 14).

(a) 150kV @ 827,5A

(b) 150kV @ 963A

Figuur 7 Bufferzone Moldau OSP 1051

De verschillende stroomsterkten in de 150 kV-geleiders hebben een gering effect (89 m versus 91 m) op de totale diameter van de bufferzone, voornamelijk omdat de 380 kV-geleiders in beide gevallen een stroom van 1200 A blijven voeren en fysiek horizontaal langs de transmissielijn lopen.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 12

Figuur 8 Bufferzone Moldau OSP 1066 (89 m)

Figuur 9 Bufferzone Moldau OSP 1098 (89 m)

Figuur 10 Bufferzone Moldau OSP 1147 (91 m)

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 13

Figuur 11 Bufferzone Moldau OSP1153 (89 m)

Figuur 12 Bufferzone Moldau OSP 1167 (89 m)

Figuur 13 Bufferzone Moldau OSP 1168 (89 m).

Figuur 14 Bufferzone Moldau OSP 1204 (89 m)

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 14

4.2.6

Moldau OSP 1114 Berekeningen 0,4 μT-contouren

Figuur 16 0,4 μT-contouren van Moldau OSP 1114

4.2.7

Resultaten Moldau-opstijgpunten (samenvatting)

De 0,4 μT-magneetveldberekeningen zijn uitgevoerd voor OSP-masten 1025, 1014, 1051,1099 en 1114. Voor de overige OSP’s zijn bufferzones opgesteld. OSP Mast 1099 is representatief voor de invloed van nabijgelegen bovengrondse lijnen.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 16

5.2

Resultaten berekeningen 0,4 μT-contouren

De rode contouren in Figuren 14 t/m 17 geven de gecombineerde worst case resultaten voor de verschillende stroomrichtingen. De rode worst case contour wordt gebruikt om 0,4uT contour te bepalen. Permanente 150 kV OSP Mast 1

Figuur 17 0,4 μT-contouren permanente 150 kV OSP mast 1 GT-BD150

Permanente 150 kV OSP Mast 11

Figuur 18 0,4 μT-contouren permanente 150 kV OSP mast 11 RSD-WDT150

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 19

Permanente 150 kV OSP Mast 19A

Figuur 19 0,4 μT-contouren permanente 150 kV OSP mast 19A RSD-WDT150.

Permanente 150 kV OSP Mast 97

Figuur 20 0,4 μT-contouren permanente 150 kV OSP mast 97 RSD-MDK150

5.2.1

Resultaten permanente 150 kV OSP’s (samenvatting)

De 0,4 μT-magneetveldberekeningen zijn uitgevoerd voor OSP-masten 1, 11, 19A en 97. Er is rekening gehouden met nabijgelegen bovengrondse lijnen en hun invloed.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 20

6.2

Resultaten berekeningen 0.4 μT-contouren

De contouren voor de verschillende tijdelijke OSP’s zijn weergegeven in Figuur 21 t/m Figuur 32. De blauwe en rode contouren geven de 0.4 μT-grens aan.

Figuur 21 0,4μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 82

Figuur 22 0,4μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 84

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 24

Figuur 23 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 91

Figuur 24 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 92

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 25

Figuur 25 0,4μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 94

Figuur 26 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 20

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 26

Figuur 27 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 22

Figuur 28 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 24

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 27

Figuur 29 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 32

Figuur 30 0,4μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 199

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 28

Figuur 31 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 202

Figuur 32 0,4 μT-contour tijdelijke 150 kV OSP Mast 208.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 29

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

De 0,4 μT-magneetveldcontour is op meerdere locaties voor het project Zuid-West 380 kV oost doorgerekend. Deze locaties bevatten onder andere Moldau OSP masten 1025, 1014, 1051,1099 en 1114. Voor Moldau OSP masten 1066, 1098, 1147, 1153, 1167, 1168 en 1204 zijn in plaats van contouren bufferzones bepaald. Voor de permanente OPS masten 1, 11, 19A en 97 zijn de 0,4 μT-magneetveldcontouren bepaald. Als laatste zijn ook de locaties van de tijdelijke OSP masten 82, 84, 91, 92, 94, 20, 22, 24, 32, 199, 202 en 208 de 0,4 μT-magneetveldcontour bepaald.

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

Blz. 30

Table 4 1014 Kabels ten hoogte van het maaiveld

Nr

X[m]

Y[m]

4.1

-7

-15.51

4.2

-7

-20.01

4.3

0

-15.51

4.4

0

-20.01

4.5

7

-15.51

4.6

7

-20.01

4.7

-7

15.51

4.8

-7

20.01

4.9

0

15.51

4.10

0

20.01

4.11

7

15.51

4.12

7

20.01

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

A- 5

Table 5 1014 Kabelbed

NR.

X [m]

Y [m]

5.1

14

17.69

5.2

14

16.93

5.3

14

16.14

5.4

14

14.13

5.5

14

13.37

5.6

14

12.62

5.7

14

-17.65

5.8

14

-18.4

5.9

14

-19.15

5.1

14

-21.39

5.11

14

-22.14

5.12

14

-22.89

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

A- 7

Table 6 1025 Geleider bevestigingspunten spanningsisolatoren

Nr.

X [m]

Y [m]

1.1

-13.29

24.46

1.2

-4.91

24.77

1.3

4.91

24.77

1.4

13.29

24.46

1.5

-14.31

33.97

1.6

-7.81

34.29

1.7

7.81

34.29

1.8

14.31

33.97

1.9

-10.91

43.97

1.1

-4.31

44.28

1.11

4.31

44.28

1.12

10.91

43.97

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

A- 9

Table 7 1025 Geleider bevestigingspunten suspentieisolatoren

Nr.

X [m]

Y [m]

2.1

-14.59

20.28

2.2

-15.46

21.35

2.3

-6.3

20.86

2.4

6.3

20.86

2.5

14.59

20.29

2.6

15.46

21.35

2.7

-13.86

29.84

2.8

-14.3

30.85

2.9

-7.88

32.52

2.1

7.88

32.52

2.11

13.86

29.84

2.12

14.3

30.85

2.13

-10.91

39.88

2.14

-10.9

40.85

2.15

-5.3

42

2.16

-4.3

42

2.17

4.3

42

2.18

5.3

42

2.19

10.91

39.88

2.2

10.9

40.85

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

A- 11

Table 9 1025 Kabels ten hoogte van het maaiveld

Nr.

X [m]

Y [m]

4.1

-45.5

-6

4.2

-41.01

-5.8

4.3

-34

-6

4.4

-29.51

-5.85

4.5

-22.5

-6

4.6

-18.01

-5.9

4.7

-45.5

6

4.8

-41

6

4.9

-34

6

4.1

-29.5

6

4.11

-22.5

5.98

4.12

-18

6

4.13

-5

-11

4.14

0

-11

4.15

5

-11

4.16

-5

11

4.17

0

11

4.18

5

11

DNV – Rapport nr. 21-0851, Rev. 4 – www.dnv.com - Meridian doc.nr. 002.678.00 0679109

A- 14

5.12 5.11 5.10

PHAS

PAAR PHASE 4 C1

1 PAA E 12 C

RS

5.18 5.17 5.16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11011992/1