CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-017948 Bijl1- Notitie 'Delegatiebesluit gemeente Dongen - Omgevingswet'

Besluitvormende raadsvergadering 29 september 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-017948 Delegatiebesluit Omgevingswet2.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE DELEGATIEBESLUIT GEMEENTE DONGEN OMGEVINGSWET

Datum

:

1 september 2022

Zaaknaam

:

Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________ Inleiding Op 1 januari 2023 is de inwerkingtreding van de Omgevingswet gepland. Een van de belangrijkste instrumenten is het gemeentelijk omgevingsplan. Dat kan en hoeft niet in één keer worden gemaakt. Het overgangsrecht voorziet erin dat er op bij de inwerkingtreding van rechtswege een omgevingsplan is. Alle op dat moment geldende bestemmingsplannen (en beheersverordeningen) inclusief de voor 1 januari 2023 in ontwerp ter visie gelegde bestemmingsplannen, worden dan geacht van rechtswege (dus zonder dat daar een besluit over hoeft te worden genomen) deel uit te maken van het omgevingsplan. Dit wordt ook wel het ‘tijdelijk deel’ van het omgevingsplan genoemd omdat alle geldende plannen aan de Omgevingswet moeten voldoen. Ook een aantal voormalige rijksregels (bruidsschatregels genoemd) hoort tot dit tijdelijk deel. Eigenlijk is de term ‘tijdelijk omgevingsplan’ niet zuiver omdat er op het moment van inwerkingtreding een omgevingsplan voor de hele gemeente is. Dat voldoet dan nog niet geheel aan de eisen in de Omgevingswet. De gemeente heeft tot 1 januari 2030 de tijd om toe te werken naar één ‘volwaardig’ omgevingsplan voor de hele gemeente.

Met ‘volwaardig’ wordt bedoeld dat alle geldende regels moeten voldoen aan de eis van der Omgevingswet dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om uw raad een idee te geven van de inhoud van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, wordt hieronder een overzicht gegeven van de regels die daarin zijn opgenomen. En op onderstaande figuur is tevens zichtbaar op welke manier het volwaardige omgevingsplan tot stand komt.

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________

Ook in gemeentelijke verordeningen zitten bepalingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en daarom ook voor 1-1-2030 een plaats moeten krijgen in het omgevingsplan. Deze verordeningsregels maken geen deel uit van het tijdelijk omgevingsplan. Waar het bij de diverse bestemmingsplannen ging om specifieke gebieden (locatiegericht met bestemmingen, functies en regels voor bouwen, slopen, aanleggen van werken en planologisch gebruik) zal het omgevingsplan een ruimere reikwijdte hebben en de hele gemeente omvatten.

2

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________ Er wordt een planning gemaakt die erop gericht is om in de ‘transitieperiode’ (vanaf de inwerkingtreding tot 1 januari 2030) gefaseerd en gedoseerd toe te werken naar het alomvattende omgevingsplan. Zolang de geldende bestemmingsplannen (en beheersverordeningen) niet zijn aangepast, vormen ze een toetsingskader voor bouw-, gebruiks- en aanlegactiviteiten. Hetzelfde geldt voor regels in verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving De ombouw en integratie van alle geldende bestemmingsplannen (en beheersverordeningen) naar het omgevingsplan is een zeer complexe operatie. De uitdaging is om alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving te bundelen in één document. De ‘fysieke leefomgeving’ is een veel breder begrip dan ‘een goede ruimtelijke ordening’. Zonder volledig te zijn spelen naast bekende beleidsvelden als ruimtelijke ordening, milieu, natuur, cultuur, externe veiligheid ook gezondheid, duurzaamheid en energietransitie en klimaatadaptatie een belangrijke rol. Het gaat om Integraliteit. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid en instructieregels van Rijk en provincie en uiteraard moet aansluiting worden gezocht bij de door uw raad vast te stellen omgevingsvisie. De Omgevingswet bevat twee belangrijke pijlers voor de inhoud van het omgevingsplan, te weten: 1.

een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 2. regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving Bevoegdheden gemeenteraad Uw raad is het bevoegd bestuursorgaan voor het vaststellen en wijzigen van het omgevingsplan. In beginsel moet elke wijziging daarvan - hoe gering ook – door uw raad worden vastgesteld. Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan worden gedelegeerd aan burgemeester en wethouders. Er geldt geen geografische of inhoudelijke beperking, zodat daar naar behoefte gebruik van kan worden gemaakt. Met ‘delen’ worden niet alleen gebieden bedoeld. Het kan ook gaan om andere onderdelen van een omgevingsplan zoals algemene regels, bruidsschatregels en regels voor activiteiten. Er is nog geen ervaring is opgedaan met het omgevingsplan. De verwachting is dat het aantal wijzingen aan het omgevingsplan hoog zal zijn, nu het de hele gemeente omvat en een veelvoud en diversiteit aan regels zal bevatten. Het kunnen kleine en ingrijpende wijzigingen zijn. Om uw raad niet voortdurend te confronteren met allerlei wijzigingen van ondergeschikte aard of zaken waarvoor u al een duidelijk en consistent beleid heeft vastgesteld, is het naar onze mening gewenst dat voor kleine juridische of technische ingrepen ons college bevoegd wordt verklaard om een wijzigingsbesluit te nemen.

Ook de frequentie van raadsvergaderingen speelt hierbij een rol. Om snel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen of wijzigingen in de fysieke leefomgeving, is een ruimhartig gebruik van de delegatiemogelijkheden aan te bevelen. In algemene zin is het verantwoord dat - zolang ontwikkelingen of initiatieven passen binnen de kaders van het vastgestelde beleid op hoofdlijnen in de omgevingsvisie – ons college het omgevingsplan kan wijzigen. Er is geen ‘standaard’-omgevingsplan, zodat ook het delegatiebesluit naar eigen inzicht ingericht kan worden en eventueel voorwaarden aan verbonden kunnen worden. Wij hebben extern advies ingewonnen en zijn tot onderstaand ‘lijstje’ gekomen. Uiteraard zullen de ontwikkelingen op de voet worden gevolgd en zodra er aanleiding is om de delegatiemogelijkheden aan te passen, zullen wij uw raad in dat proces meenemen. Alle mogelijkheden worden kort toegelicht.

3

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________ Het is onmogelijk om alle delegatiemogelijkheden exact te omschrijven en te begrenzen. Er is ruimte voor interpretatie en ingeval van twijfel ligt het voor de hand dat het wijzigingsbesluit door Uw raad wordt genomen. Het is zeker niet de bedoeling om de invloed en bevoegdheden van de raad in te perken. Gaat het om beleidsmatige aspecten gaat of substantiële wijzigingen in de fysieke leefomgeving dan is dit bij uitstek het domein van uw raad. Voor de meeste delegatiemogelijkheden geldt dat deze zowel in transitieperiode als daarna kunnen worden gebruikt, dus zowel het tijdelijk als permanent deel van het omgevingsplan. Wij zullen de toepassing van de delegatiemogelijkheden goed monitoren en waar nodig uw raad raadplegen. Aan de hand van de opgedane ervaringen zal worden bezien of het delegatiebesluit moet worden aangepast. Vooralsnog menen wij dat de onder 1 tot en met 9 genoemde mogelijkheden verantwoord zijn. Voorstel delegatiemogelijkheden De gemeenteraad van Dongen delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen aan het college van burgemeester en wethouders: 1. Het wijzigen van de toedeling van functies aan locaties, mits de structurele opzet van het omgevingsplan niet wordt aangetast en sprake is van een beleidsneutrale wijziging. 2.

Het toevoegen en/of wijzigen van algemene of specifieke regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving, inclusief maatwerkregels, aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor zover deze niet leiden tot wezenlijke wijzigingen in de fysieke leefomgeving. 3. Het wijzigen of aanvullen van werkingsgebieden van regels in het omgevingsplan en het opnemen van GIO’s (geografische informatie-objecten), mits enkel sprake is van ondergeschikte wijzigingen in de fysieke leefomgeving. 4. Het uitwerken van in het omgevingsplan opgenomen functionele of sectorale aanwijzingen in de fysieke leefomgeving, mits wordt gebleven binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders. 5. Het integreren van (algemene) regels uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en beleidsneutraal overzet worden naar het nieuwe omgevingsplan. 6. Het aanpassen of schrappen van regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, mits geen sprake is van beleidsmatige of andere wezenlijke wijzigingen. 7. Het inpassen van onherroepelijke buitenplanse omgevingsplanactiveiten. 8. Het vaststellen van voorbereidingsbesluiten en het opnemen van voorbereidingsregels in het omgevingsplan. 9. Het Juridisch-technische en ondergeschikt wijzigen van omgevingsplanregels.

4

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________

Hieronder geven we een korte toelichting bij de hiervoor genoemde delegatiemogelijkheden. Ad 1 Wijziging toedeling functies op locaties Op basis van de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen flexibiliteitsbepalingen in bestemmingsplannen worden opgenomen (voorlopige bestemming, uitwerkingsplicht, wijzigingsbevoegdheid, binnenplanse afwijking en nadere eisen). De raad is verplicht om deze goed te onderbouwen en daarvoor objectieve criteria te formuleren. In de meeste gevallen ging het bij toepassing van de wijzigings- en uitwerkingsmogelijkheden en de binnenplanse afwijkingen om particuliere initiatieven. In de nieuwe situatie van het omgevingsplan komen genoemde bepalingen niet meer terug. Er wordt alleen nog onderscheid gemaakt tussen zogenaamde binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnenplans wil zeggen dat er binnen het omgevingsplan ruimte is voor afwijkingen en buitenplans betekent dat die ruimte er niet is en dat moet worden onderbouwd dat een bepaalde afwijking van de geldende regels verantwoord is. Zolang geldende bestemmingsplannen nog niet zijn aangepast aan de Omgevingswet, moet worden getoetst aan de daarin opgenomen regels, dus ook aan de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen.

Aangezien er onder de Omgevingswet geen wijzigings- of uitwerkingsplannen meer kunnen worden gemaakt, moet worden bekeken hoe planologische medewerking kan worden verleend wanneer een initiatief voldoet aan de regels in het bestemmingsplan. In het overgangsrecht is dit zo opgelost dat – als wordt voldaan aan de wijzigingsregels of de regels voor binnenplanse afwijkingsmogelijkheden – de omgevingsvergunning kan worden verleend via de binnenplanse constructie. De wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplannen maakt functieveranderingen mogelijk binnen een bepaalde bandbreedte (de wijzigingsregels in het bestemmingsplan). De belangrijkste randvoorwaarde is dat de structurele opzet niet mag worden aangetast. Deze lijn kan onder de nieuwe wetgeving worden voortgezet. Over structurele wijzigingen beslist uw raad en over niet-structurele wijzigingen kan ons college een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan nemen. Het vertrekpunt is dat de jurisprudentie die zich heeft gevormd over de reikwijdte van de wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen richtinggevend is voor de invulling van deze delegatiemogelijkheid. Daarnaast is het door uw raad geformuleerde beleid (op hoofdlijnen) in de omgevingsvisie hierbij leidend. Wordt in bepaalde gebieden een wijziging van het omgevingsplan gemaakt, dan zal moeten worden voldaan de eis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Als de functietoedeling op een bepaalde locatie moet worden aangepast kan dit, naar analogie van wat er voorheen mogelijk was met wijzigingsbevoegdheden (toen ons college bevoegd was) ook onder werking van het omgevingsplan aan ons college worden overgelaten. Ad 2 Regels omtrent activiteiten In bestemmingsplannen gaat het om bouw-, gebruiks--, sloop- of aanlegactiviteiten. Nu een omgevingsplan een veel ruimere strekking heeft moet het plaats bieden aan alle mogelijke activiteiten op het gebied van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld op het gebied van natuur en milieu. Ook voor allerlei activiteiten die nu nog in gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen, moet het omgevingsplan regels bevatten. Als voorbeelden kunnen worden genoemd evenementen, kapactiviteiten, uitritten, reclames, voorwerpen op de openbare weg, het leggen van kabels en leidingen etc. Een diversiteit aan activiteiten en voor al die activiteiten moet worden bepaald wat voor regime hiervoor gaat gelden en welke specifieke regels en randvoorwaarden er gelden. Afhankelijk

5

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________ van de aard, omvang en impact kan het omgevingsplan een vergunning, melding of informatieplicht voorschrijven of kiezen voor algemene regels. Dit noemen we de ‘regelkwalificatie’. De bedoeling van deze delegatiemogelijkheid is om het stellen van regels voor (concrete) activiteiten of het wijzigen daarvan in handen van ons college te leggen. Daartoe behoort ook het stellen van maatwerkregels, waarvoor in het omgevingsplan de basis is gelegd. De delegatiemogelijkheid kan zowel op het tijdelijke als definitieve deel van het omgevingsplan betrekking hebben. Ad 3 Wijzigen of aanvullen van werkingsgebieden Alle regels in het omgevingsplan moeten zijn gekoppeld aan zogenaamde werkingsgebieden. Dat kan de hele gemeente zijn of delen daarvan (bijvoorbeeld het centrumgebied, een specifieke locatie of een perceel). Deze delegatie biedt ons college de mogelijkheid om de werkingsgebieden voor bepaalde regels aan te passen. Dat kan inhouden dat bepaalde regels die voor gebied A gelden ook van toepassing worden op gebied B of dat de regels die nu gelden voor de gebieden A en B niet meer langer in een van die gebieden gelden. Het kan een diversiteit aan regels betreffen, bijvoorbeeld parkeerregels. Verder kunnen in een omgevingsplan zogenaamde geografische informatieobjecten (GIO’s) worden opgenomen.

Daarmee worden werkingsgebieden voor bepaalde regels (bijvoorbeeld bodemregels) aangegeven. Naar onze mening is het verantwoord dat ons college binnen een zekere bandbreedte mutaties kan aanbrengen in de regels voor werkgebieden. Als voorbehoud geldt dat dit niet mag leiden tot wezenlijke wijzigingen in de fysieke leefomgeving. Daartoe is en blijft uw raad bevoegd. Ad 4 Uitwerking aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Deze delegatiemogelijkheid heeft geen betrekking op bestemmingsplannen in het tijdelijk deel die nog niet zijn getransformeerd naar het ‘volwaardige’ omgevingsplan. Pas als deze voldoen aan de Omgevingswet en sprake is van aanwijzingen in de fysieke leefomgeving, kan ons college die aanwijzing verder uitwerken of invullen. Bij aanwijzingen in de fysieke leefomgeving kan het gaan om functionele of sectorale aanwijzingstypen. Zo kunnen gebieden worden aangewezen waar perceeleigenaren moeten afkoppelen, alsmede hemelwaterbergings- en hemelwaterscheidingsgebieden. Als voorwaarde voor mutaties in aanwijzingstypen geldt dat moet worden gebleven binnen de door uw raad vastgestelde beleidskaders in de omgevingsvisie of andere beleidsdocumenten. In onderstaande tabel zijn de sectorale en niet-sectorale typen aangegeven zoals die in het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) zijn terug te vinden.

6

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________

Met de sectorale gebiedsaanwijzingtypen wordt aangegeven voor welk aspect van de fysieke leefomgeving een gebied wordt aangewezen. De gebiedsaanwijzing van het type Functie is bedoeld om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook (geheel of gedeeltelijk) op een kaart weer te geven. Het gebiedsaanwijzingtype Beperkingengebied is bedoeld voor beperkingengebieden: gebieden waar regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor een bepaald, in dat gebied aanwezig, werk of object. Het gebiedsaanwijzingtype Ruimtelijk gebruik maakt het mogelijk om tot een ordening van (combinaties van) activiteiten te komen. Ad 5 Regels in gemeentelijke verordeningen Regels in gemeentelijke verordeningen die niet onder het omgevingsplan van rechtswege vallen (bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening) maar wel betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten voor 1 januari 2030 een plaats krijgen in het omgevingsplan. Dit kan op basis van deze delegatiemogelijkheid via een wijzigingsbesluit van ons college. Aangezien het (algemene) regels betreft in verordeningen die eerder al door uw raad zijn vastgesteld, kan het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen ook aan ons college worden overgelaten. Ingeval sprake is van nieuw beleid, is een wijzigingsbesluit van uw raad aangewezen.

In eerste instantie geldt deze delegatie alleen gedurende de transitieperiode (tot 1-1-2030). Moeten na de integratie wijzigingen worden aangebracht in deze regels, dan moet dit andermaal via een wijzigingsbesluit en moet worden bezien of hiervoor een andere delegatiemogelijkheid kan worden ingezet. Ad 6 Aanpassing en schrapping regels in tijdelijk omgevingsplan, mits geen beleidsmatige of structurele wijzigingen Deze delegatiemogelijkheid heeft betrekking op de regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Naast de regels in bestemmingsplannen (en beheersverordeningen gaat het om zogenaamde bruidsschatregels (voormalige rijksregels uit het Activiteitenbesluit, het Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht), regels uit enkele specifieke verordeningen (geurverordening, erfgoedverordening en hemelwaterverordening). Al deze regels maken van rechtswege deel uit van het omgevingsplan. Het betref voornamelijk algemene regels die in de hele gemeente gelden. Ons college kan op basis van delegatie besluiten of en op welke manier deze regels in het ‘volwaardige’ omgevingsplan moeten komen, tenzij er nieuw beleid aan ten grondslag ligt. In dat geval is besluitvorming door uw raad aangewezen.

7

Notitie zaaknummer 2021-017577, Omgevingswet - Delegatiebesluit - omgevingsplan

_______________________________________________________________________ Ad 7 Inpassing buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Activiteiten die in het omgevingsplan worden gereguleerd, zijn ‘omgevingsplanactiviteiten’. Zolang deze passen in het omgevingsplan kan ‘binnenplans’ medewerking worden verleend. Als een activiteit niet past binnen de geldende regels en de gemeente toch medewerking wil verlenen, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Deze moeten vervolgens binnen 5 jaar worden ingepast in het omgevingsplan. Aangezien het concrete projecten betreft die al eerder volledig zijn afgewogen, kan de juridische inpassing worden overgelaten aan ons college. Mochten er in die periode substantiële wijzigingen hebben plaatsgevonden in wetgeving, beleid, jurisprudentie of in de fysieke leefomgeving, dan is er aanleiding om de inpassing bij uw raad te laten. Ad 8

Voorbereidingsbesluiten en voorbereidingsregels

De bevoegdheid om voorbereidingsbesluiten te nemen, berust bij uw raad. Wij stellen u voor deze bevoegdheid te delegeren aan ons college. Het voorbereidingsbesluit zelf is gericht op het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen op basis van het geldende omgevingsplan, maar bevat geen inhoudelijke regels. Deze voorbereidingsregels moeten een plaats krijgen in het omgevingsplan en daartoe kan ons college overgaan. Ad 9 Juridisch-technische wijzigingen Het omgevingsplan kent een diversiteit aan regels. De impact daarvan kan zeer uiteenlopen. Een aantal onderdelen is van ondergeschikte of juridisch-technische aard. Als voorbeelden worden genoemd begripsbepalingen, wijze van meten, onderhouds- en instandhoudingsverplichtingen, gedoogplichten, informatie- en monitoringsverplichtingen, aanwijzing van adviseurs en procedurele aspecten. In die gevallen is een wijziging door ons college verantwoord. Deze delegatiemogelijkheid heeft geen betekenis voor het tijdelijk deel, maar kan wel worden gebruikt om ondergeschikte, beleidsneutrale wijzigingen door te kunnen voeren. Deze delegatiemogelijkheid kan worden gezien als een restcategorie.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11799041/1