2021-016831 Bijlage 1- V1.4. 20211026 - Beleidskader nWi gemeente Dongen
Tekst van het document
BELEIDSKADER
Nieuwe wet inburgering Gemeente Dongen
INHOUDSOPGAVE Begrippenlijst
3
1. 1.1. 1.2. 1.3.
Inleiding Aanleiding Samenwerkingspartners Leeswijzer
4 4 4 4
2. 2.1. 2.1.1. 2.2. 2.3.
Inburgering landelijk, regionaal en lokaal Landelijke uitgangspunten en gemeentelijke taken Gemeentelijke taken Regionale samenwerking en uitgangspunten Lokale visie en beleidsdoelstellingen
5 5 5 6 6
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.6.1. 3.6.2. 3.7. 3.7.1. 3.7.2. 3.7.3. 3.8. 3.8.1. 3.8.2. 3.8.3. 3.9.
Inburgeringsroute De route van de inburgeraar Regierol van de gemeente Huisvesting en praktische hulp Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen Brede intake & PIP Brede intake Plan Inburgering en Participatie (PIP) Oriëntatie en leerroutes Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) Leerroutes Onderwijsroute B1-Route Zelfredzaamheidsroute Na de inburgering
8 8 9 9 9 9 10 10 10 11 11 12 12 12 13 13 13 14
4. 4.1. 4.2.
Monitoring en evaluatie Monitoring Evaluatie
15 15 15
5. 5.1. 5.1.1. 5.1.2. 5.2.
Financiën Financieel kader Organisatiekosten (uitvoeringsmiddelen) Geoormerkte inburgeringsvoorzieningen (SPUK) Meeneemregeling
16 16 16 16 17
Bijlagen B1 B2 B3
Doelgroepen en taken nWi Wet inburgering 2013 en 2022 Wettelijke onderdelen inburgeringsplicht
18 20 21
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 2
BEGRIPPENLIJST
AZC
Asielzoekerscentrum
COA
Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers
DUO
Dienst Uitvoering Onderwijs
IND
Immigratie- en Naturalisatiedienst
ISK
Internationale Schakelklas
KNM
Kennis Nederlandse Maatschappij
nWi
Nieuwe Wet Inburgering
MAP
Module Arbeidsmarkt en Participatie
PIP
Plan Inburgering en Participatie
PVT
Participatieverklaringstraject
ROC
Regionaal Opleidingscentrum
WEB
Wet Educatie Beroepsonderwijs
WRR
Wettenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 3
1 INLEIDING 1.1. Aanleiding De gemeente Dongen streeft naar een rechtvaardige en inclusieve samenleving voor iedereen. Deze ambitie geldt ook ten aanzien van onze inburgeringsplichtigen.1 We vinden het belangrijk dat zij zich welkom voelen en zo snel mogelijk integreren. Dit betekent dat we inburgeringsplichtigen o.a. begeleiden bij het leren van de Nederlandse taal en bij het aanvragen van regelingen en voorzieningen, zodat ze zo snel mogelijk volwaardig participeren door middel van werk, onderwijs of andere vorm van dagbesteding. Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering (hierna: nWi) in. Uit de evaluatie van de Wet inburgering 2013 is namelijk gebleken dat het huidige stelsel diverse tekortkomingen kent die een effectieve inburgering belemmeren, zoals: onrealistische verwachtingen ten aanzien van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige, de complexiteit van het stelsel, weinig prikkels bij taalaanbieders voor het leveren van hoge kwaliteit en maatwerk, de arbeidsparticipatie is laag en het taalniveau is niet toereikend om goed mee te kunnen doen.2 In de nWi zijn deze ontwikkelpunten meegenomen en krijgt de gemeente de regie over de inburgering. Op basis van de (nieuwe) wet- en regelgeving wordt in deze notitie beschreven op welke wijze de gemeente Dongen hier invulling aan wil geven. 1.2.
Samenwerkingspartners De inburgering vormt een keten, met daarin de nodige samenwerkingspartners. Onmisbaar hierbij zijn de maatschappelijke partners als Vluchtelingenwerk, Refugee Team, Contour de Twern, Stichting Casade, Theek5 en het Onderwijs, welke de inburgeraar ondersteunen bij niet alleen participatie maar ook bij het wegwijs worden en integreren in de Nederlandse maatschappij en lokale samenleving. In zowel de samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke partners als tussen maatschappelijke partners onderling wordt dan ook gestreefd naar integraliteit. De gemeente gaat deze zoveel als mogelijk faciliteiten door partijen te verbinden en regie te nemen in het aanjagen en opzetten van duurzame netwerkstructuren waarbij vanuit een breed perspectief partners, gemeente en mogelijke betrokken partijen worden meegenomen. 1.3. Leeswijzer In dit beleidskader leggen we onze aanpak op statushouders en inburgeraars vast. We beschrijven de uitgangspunten voor onze aanpak, de doelstellingen en resultaten die we ermee willen bereiken en lichten diverse onderdelen en de nWi toe. Hoofdstuk 1 gaat in op de aanleiding van deze beleidsnota. Hoofdstuk 2 gaat in op de (beleids)uitgangspunten inburgering op landelijk, regionaal en lokaal niveau.
Hoofdstuk 3 gaat verder in nWi en op de verschillende onderdelen de wet, zoals de brede intake, het oriëntatietraject en het Plan Inburgering en Participatie (hierna: PIP) en de verschillende leerroutes. Hoofdstuk 4 gaat over monitoring en evaluatie. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 het financieel kader geschetst.
1 In bijlage 1 staan de verschillende doelgroepen inburgeraars beschreven, alsmede de taken die de gemeente krijgt met ingang van deze wet. 2 Evaluatie Wet inburgering 2018, W. Koolmees, Brief Tweede Kamer, Evaluatie van de wet inburgering, 27 juni 2018.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 4
2 INBURGERING LANDELIJK, REGIONAAL EN LOKAAL 2.1. Landelijke uitgangspunten en gemeentelijke taken Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt dat alle inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. De nWi kent vijf belangrijke uitgangspunten, die allemaal bijdragen aan het zo snel mogelijk en volwaardig meedoen aan de Nederlandse samenleving: • Tijdig starten met inburgeren, waarbij de wachttijd op het asielzoekerscentrum (hierna: azc) zo goed mogelijk wordt benut. • Aandacht te hebben voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject. • Een passend traject voor iedere inburgeraar – maatwerk. • Het combineren van het leren van taal met participatie – dualiteit. • Het borgen van de kwaliteit van het inburgeringsaanbod. 2.1.1. Gemeentelijke taken Naast bovengenoemde uitgangspunten kent het nieuwe inburgeringsstelsel ook een centraal principe: de gemeente voert de regie op de uitvoering van inburgering. Dit betekent ook dat de gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding van het inburgeringsproces, m.a.w.
de gemeente krijgt in het nieuwe inburgeringstelsel een actievere rol (4 van de 5 schakels in het proces hieronder) en heeft de mogelijkheid om: • Op basis van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van een inburgeringsplichtige passende participatie en taalondersteuning te organiseren en hier de regie op te voeren. • De ondersteuning niet meer volgtijdelijk maar parallel aan te bieden. Het leren van de taal wordt hierbij ingebed in een breder traject naar werk en/of opleiding, financiële zelfstandigheid, sociaal maatschappelijke zelfredzaamheid en gezondheid. • De ondersteuning aan inburgeringsplichtigen goed af te stemmen met samenwerkingspartners (zoals het onderwijs).
Vaststellen inburgeringsplicht
DUO, na verkrijgen verblijfsvergunning (IND)
Voorbereiden op inburgering
COA en Gemeente
Afnemen brede intake en vaststellen PIP Gemeente
Inburgeren en participeren
Gemeente
Afronden inburgering
Gemeente en DUO
Positie inburgeraar In de huidige wet is de inburgeraar geheel zelf verantwoordelijk om zijn inburgering te organiseren. In de nieuwe wet verandert dit. De inburgeraar gaat in samenwerking met de gemeente toewerken naar het behalen van de inburgering. Hierbij zorgt de gemeente voor een passend inburgeringstraject en doorlopende ondersteuning. Van de inburgeraar wordt commitment en inzet verwacht om het traject succesvol af te ronden. Kortom, het nieuwe inburgeringsstelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit opvang in het azc naar zelfredzaamheid in de Nederlandse samenleving. Hierbij heeft de gemeente de regie op de uitvoering van de nWi, maar blijft de inburgeraar zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 5
2.2. Regionale samenwerking en uitgangspunten Om passende ondersteuning aan inburgeraars te kunnen geven is het belangrijk om (op onderdelen) regionaal samen te werken. Het aantal inburgeraars per gemeente is wisselend, maar de diversiteit in de groep is groot. Door regionale samenwerking kunnen we meer differentiatie in het aanbod realiseren. Hierdoor kunnen we de inburgeraar een beter passend inburgeringstraject aanbieden en de aanpak betaalbaar houden voor nu en in de toekomst. In de regio Hart van Brabant werken we daarom nauw samen vanuit onze gezamenlijke ambitie om inburgeraars te ondersteunen bij hun integratie en participatie. Onze aanpak ten aanzien van inburgering kenmerkt zich door ‘learning by doing’. Ter voorbereiding op de nieuwe wet hebben we in de regio vanaf 2018 diverse pilots uitgevoerd.3 Hierdoor hebben we onder meer onderstaande inzichten opgedaan, in de aanpak van ondersteuning aan inburgeraars: •
• •
• •
Vroegtijdig starten met kennismaking en begeleiding, al tijdens het verblijf op het azc, werkt. Statushouders kunnen vroegtijdig hun netwerk opbouwen, het geeft hen rust en duidelijkheid en leidt tot een beter klantbeeld bij de klantregisseur. Participatie en (vrijwilligers)werk leveren een positieve bijdrage aan de integratie in de Nederlandse samenleving en het leren van de Nederlandse taal. Maatwerk in de voorlichting, communicatie aangepast op het niveau van de inburgeraar, begeleiding van en aanbod voor inburgeraars is noodzakelijk. Het aansluiten bij de leefwereld en behoeften van de inburgeraar is essentieel en verschilt sterk per persoon. Er kunnen stappen worden gezet met de juiste ondersteuning. Werkzame elementen hierin zijn: nabijheid, persoonlijke aandacht, vertrouwen, het ondersteunen op maat, het investeren (coachen) in zelfregulerend vermogen en het oplossen van praktische problemen. Samenwerking in de hele keten is essentieel voor slagen van het integrale inburgeringstraject. Een goede oriëntatiefase is belangrijk om inburgeraars te laten onderzoeken welke richting (sector/leerroute) ze op willen en om, samen met de klantregisseur, te bepalen welk traject passend is.
Deze inzichten hebben geleid tot een visie op inburgering die is vastgelegd in een regionale startnotitie ‘veranderopgave inburgering. Hiermee hebben we in regio Hart van Brabant afgesproken dat we bij het nieuwe inburgeringsmodel inzetten op een vroegtijdige integratie, integrale en doorlopende aanpak waardoor iedere inburgeraar optimaal de kans krijgt om zichzelf te ontwikkelen en op maat ondersteund wordt. Het college heeft op 7 juli 2020 de startnotitie vastgesteld. 2.3. Lokale visie en beleidsdoelstellingen De gemeente streeft er naar dat inburgeraars zo volwaardig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving door zo snel mogelijk te participeren (het liefst via betaald werk) en het hoogst haalbare taalniveau (liefst minimaal B1-niveau) halen. Hiervoor willen wij samen met partners en inwoners bouwen aan sterke lokale samenwerkingen en netwerkstructuren, om de inburgeraar zo goed mogelijk op weg te helpen en deel te laten nemen aan de samenleving. Hiervoor hebben we bovenop de landelijke en regionale uitgangspunten de volgende richtinggevende lokale beleidsdoelstellingen geformuleerd:
3 Pilot regioplaatsing en pilot Inburgering+.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 6
1. 2. 3.
Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam.
De lokale visie op de inburgering kent daarmee de volgende opbouw: Hoofddoel
Inburgeraars participeren zo snel mogelijk, het liefst via betaald werk. Beleidsdoelstellingen
Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden.
Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving.
Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam.
Beoogde resultaat
Voor iedere statushouder die aan onze gemeente gekoppeld is vinden we een passende woning en bieden we hulp bij de praktische zaken die als eerdere geregeld moeten worden.
In iedere gezin of huishouden met een asielachtergrond ervaart stabiliteit op de leefgebieden financiën, regie op eigen leven, gezin en huiselijke relaties en sociaal netwerk.
Iedere inburgeraar krijgt ondersteuning en begeleiding aangereikt om te leren zelfredzaam te zijn. Ze weten waar ze met vragen terecht kunnen en durven die te stellen.
Iedere inburgeraar heeft betaald werk, volgt een opleiding, doet vrijwilligerswerk of doet op een andere manier een zinvolle besteding van de dag.
Iedere inburgeraar leert over de Nederlandse maatschappij, kent de Nederlandse waarden en sociale normen en past die toe in zijn of haar gedrag.
Iedere doelstelling heeft een functie in de inburgering, en daarom is er niet één belangrijker dan de ander. De doelstellingen hangen samen met elkaar. De resultaatgebieden worden daarom continue door de klankregisseur integraal met elkaar bekeken. Dit is niet een volgtijdelijk proces, maar een proces waarin de hele tijd aandacht is voor alle resultaten.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 7
3 INBURGERINGSROUTE 3.1. De route van de inburgeraar Formeel begint het inburgeringsproces al bij aankomst in Nederland (voor de statushouder) of wanneer de inburgeraar weet dat hij naar Nederland komt (gezingsmigrant). Zodra de inburgeraar een verblijfsvergunning heeft gekregen en aan de gemeente gekoppeld wordt, start de regierol op inburgering van de gemeente. De gemeente heeft vroegtijdig 4 en doorlopend5 de regie op de uitvoering van de inburgering. In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier we dat willen doen. 3.2. Regierol van de gemeente De regierol ligt bij de klantregisseur van de gemeente. Hij heeft een belangrijke taak in het inburgeringsmodel. Hij begeleidt vanuit een coachende houding en sluit daarbij goed aan op de leefwereld van de inburgeraar, gedurende het hele inburgeringstraject. Hierbij wordt maatwerk geboden en functioneert de klantregisseur als de spin in het web. De situatie van de inburgeraar wordt in kaart gebracht op vijf leefgebieden: wonen, financiën, (sociaal) netwerk, gezondheid en werk/school. Binnen deze leefgebieden zijn zowel de klantregisseur als ook diverse partners aan zet om de inburgeraar te begeleiden en volwaardig te laten participeren in de samenleving. Een goede samenwerking tussen de inburgeraar en alle betrokkenen partijen uit die leefgebieden, is essentieel.
De klantregisseur overziet het geheel, heeft de regie en brengt verschillende partijen bij elkaar. Voor inburgeraars met een bijstandsuitkering geldt dat de klantregisseur naast de nWi, ook de Participatiewet uitvoert. De klantregisseur weet waar eventuele kansen en knelpunten zitten bij de aansluiting van beide wetten. De klantregisseur bewaakt het verloopt van het traject en stuurt zo nodig bij. Als onderdeel van de regierol van de gemeente, volgt de klantregisseur de voortgang van de inburgeraar op alle onderdelen van het traject en zal ook handhaven als dit nodig mocht zijn. Door goede informatie vooraf proberen we sancties achteraf te voorkomen (preventie voor repressie). Hiermee hopen we te voorkomen dat het traject zonder goed gevolg wordt afgerond, zodat we de (wettelijke verplichte) boete kunnen voorkomen.
• • •
Wat verandert er? De gemeente krijgt de regierol en een handhavingstaak ten aanzien van de uitvoering van het PIP. We kiezen ervoor om zo vroegtijdig mogelijk, liefst nog op het azc, te starten met klantregie. De klantregisseur voert voor een deel van de inburgering regie vanuit twee wetten (nWi en Participatiewet). Dit betekent dat de klantregisseur aandacht heeft voor taal en participatie.
4 Vroegtijdig houdt in: vanaf het moment dat de inburgeraar bij de gemeente bekend is. Voor een statushouders is dat vanaf het moment dat het COA een persoon
koppelt aan de gemeente. Voor gezins- en overige migranten is dat vanaf het moment dat hij/zij zich inschrijft in de Basisregistratie Personen (BRP). 5 Doorlopend houdt in: vanaf het moment dat de inburgeraar bij de gemeente bekend is tot en met het moment waarop de hij/zij vo ldaan heeft aan de inburgeringsplicht of verhuist naar een andere gemeente.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 8
3.3. Huisvesting en praktische hulp De manier waarop de huisvesting en begeleiding voor inburgeraars in de nWi wordt geregeld, is afhankelijk van of ze asielmigrant of gezinsmigrant zijn. Dat is nu ook al verschillend en dat blijft zo. Zodra we als gemeente een statushouder gekoppeld krijgen die we moeten huisvesten, starten we met de begeleiding. We willen de inburgeraar, tijdens deze aankomstfase, zoveel mogelijk praktische hulp bieden. Dit houdt in dat praktische zaken voor hen ingeregeld worden, maar dat ze ook worden meegenomen in wat deze zaken betekenen. Ervaring leert ons dat deze praktische hulp nodig is voor een goede start. De praktische hulp bij vestiging in de gemeente is een reeds bestaande taak van de gemeente (maatschappelijke begeleiding). 3.4. Maatschappelijke begeleiding Gemeenten hebben de verplichting om de maatschappelijke begeleiding te organiseren, die bestaat uit de volgende onderdelen: • Praktische zaken regelen bij het starten van de inburgering, zoals het regelen van administratieve zaken op het gebied van zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving. • Voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving, zoals kennismaking met maatschappelijke organisaties en verenigingen in de wijk of het dorp.
De maatschappelijke begeleiding start op het moment dat de inburgeraar wordt gehuisvest en de begeleiding kan ook nog doorlopen nadat het inburgeringsdiploma is behaald. We geven er op dit moment de voorkeur om de maatschappelijke begeleiding te laten uitvoeren door een organisatie die werkt met vrijwilligers. De vrijwilliger werkt samen met de klantregisseur van de gemeente. Het belang is in elk geval gelijk: zo snel en goed mogelijke integratie van de inburgeraar. 3.5. Financieel ontzorgen Een nieuwe gemeentelijke taak is het financieel ontzorgen van de inburgeraars. Concreet betekent dit dat de gemeente tijdelijk het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen neemt. Het verplicht ontzorgen bestaat uit het inhouden en doorbetalen van de vaste lasten (zoals huur, gas, water en stroom en de zorgverzekering) van de bijstandsuitkering. De periode van ontzorging gaat volgens de wettelijke verplichting in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat en duurt zes maanden. Tijdens de periode van ontzorgen wordt gewerkt aan het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van de inburgeraar, bijvoorbeeld door middel van budgettrainingen. Door de inburgeraar te ondersteunen in het ontwikkelen van de juiste vaardigheden wordt er samen toegewerkt naar volledige financiële zelfredzaamheid. Afspraken hierover worden vastgesteld in het PIP.
Na het succesvol afronden van het traject naar financiële zelfredzaamheid, wordt de periode van ontzorgen afgerond, in eerste instantie na zes maanden. Als de statushouder na zes maanden nog niet financieel zelfredzaam is, kan de periode van ontzorgen worden verlengd. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van financiële zelfredzaamheid is meekijken met inburgeraar, trainen en langzaam loslaten. Hierbij wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht met schuldhulpverlening en budgetbeheer.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 9
•
•
Wat verandert er? De gemeente krijgt de regierol en een handhavingstaak ten aanzien van de uitvoering van het Plan Inburgering en Participatie Door vroegtijdige regie zien we de statushouders al vóór huisvesting in de gemeente. Dit betekent dat we vroegtijdig al praktische hulp kunnen inzetten, zodat de overgang naar wonen in de gemeente vlot verloopt. De gemeente gaat statushouders financieel ontzorgen.
3.6. Brede intake en PIP Het is belangrijk om vooraf een goed beeld te vormen van de inburgeraar. Zo kunnen we als gemeente het juiste inburgeringstraject en de daarbij behorende begeleiding, regie en ondersteuning bieden. In de nWi worden daarom ‘de brede intake’ en het ‘PIP’ geïntroduceerd. Daar waar mogelijk proberen we met de regiogemeenten de vormgeving van de brede intake en PIP zoveel mogelijk te harmoniseren. Dit om maximale gelijkheid en helderheid te creëren voor zowel de inburgeraars, als de samenwerkende partners in onze regio. 3.6.1. Brede intake We starten zo vroeg mogelijk met de brede intake, indien mogelijk al op het azc. Om optimale kansen te kunnen bieden, is het belangrijk om zo volledig mogelijk in beeld te brengen welke talenten, mogelijkheden en achtergrond iemand heeft. De inburgeraar doorloopt hiervoor een uitgebreid intake programma, zodat de klantregisseur samen met de inburgeraar een PIP kan opstellen. De brede intake is een uitgebreid programma dat een inburgeraar volgt waarin: • De klantregisseur de inburgeraar zo goed mogelijk leer kennen op alle leefgebieden en de talenten en behoeften in kaart brengt om een inhoudelijk zo compleet mogelijk PIP vast te kunnen stellen en een route op maat te kunnen bieden. • De inburgeraar onderzoekt wat hij wil en kan. Hiermee stimuleren we zelfregie op het PIP en de route.
• Er onderzoek plaatsvindt naar gevolgd onderwijs in land van herkomst (diplomawaardering). • De inburgeraar kennis maakt met de Nederlandse cultuur, samenleving en arbeidsmarkt. • Gestart wordt met participatievaardigheden. 3.6.2. Plan Inburgering en Participatie (PIP) Met de uitkomsten van de brede intake wordt in samenspraak met de inburgeraar het PIP vormgegeven en vastgesteld door de klantregisseur. Dit moet binnen het wettelijke termijn van 10 weken na inschrijving in de gemeente. In het PIP wordt voor asielmigranten ingegaan op de maatschappelijke begeleiding, het financieel ontzorgen, de leerroute, het Participatieverklaringstraject, module Arbeidsmarkt en Participatie, module Kennis van de Nederlandse Maatschappij en de overige onderdelen die van belang zijn voor een succesvolle integratie in de samenleving. Voor overige migranten wordt in het PIP alleen ingegaan op het totale traject, het Participatieverklaringstraject (hierna: PVT) en de MAP. Ook worden eventuele aandachtspunten en ontwikkelmogelijkheden per leefgebied opgenomen. Eventuele ontheffingen en vrijstellingen worden tevens vastgesteld. BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 10
Asielstatushouder
Aanbod
• • •
•
Gezins- en overige migranten
Maatschappelijke begeleiding
x
Financieel ontzorgen
x
Begeleiding bij inburgering
x
Eén van de drie leerroutes (inclusief KNM)
x
MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie)
x
x
PVT (Participatieverklaringstraject)
x
x
Andere participatie-componenten
x
x
x
Wat verandert er? We zetten in op een te doorlopen programma voor de brede intake in plaats van een enkele gesprek met de klantregisseur. Het PIP wordt voor iedere inburgeraar opgesteld en moet een gezamenlijk en dynamisch document worden. Naar aanleiding van het PIP heeft de gemeente de plicht om een passend aanbod van een leerroute te doen voor statushouders. De gemeente heeft een adviserende rol voor de gezinsmigranten die verantwoordelijk blijven voor de inkoop van hun eigen traject. Er wordt een leerbaarheidstoets afgenomen bij alle inburgeraars. De gemeente bepaalt het moment waarop deze wordt afgenomen.
3.7. Oriëntatie en leerroutes De oriëntatiefase is gericht op het overbruggen van verschillen op cultuur, samenleving en arbeidsmarkt. We beogen hiermee te bereiken dat de inburgeraar de Nederlandse cultuur en arbeidsmarkt begrijpt, weet wat hij kan en wil en de vervolgroute in het inburgeringstraject beter passend is en vanuit eigen motivatie doorlopen wordt. Op basis van de praktijkervaring en beleidsonderzoek weten we dat het los aanbieden van modules minder goed werkt. Daarom worden de volgende wettelijk verplichte onderdelen opgenomen in een te doorlopen oriëntatieprogramma: • Het Participatieverklaringstraject (PVT). • De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). • De module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM). • Begeleiding naar financiële zelfredzaamheid. • Voorlichting over de verschillende leefgebieden. • Overige participatie-activiteiten. Essentieel bij het oriëntatieprogramma is de manier waarop het programma wordt aangeboden. Het moet gericht zijn op empowerment van de inburgeraar, via het ontwikkelen van de juiste handvatten (vaardigheden) voor een zelfstandig leven. De oriëntatiefase is de eerste, wat algemenere fase van de leerroute, gericht op de oriëntatie van de inburgeraar op de samenleving en de te volgen route. BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 11
3.7.1. Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) Dit is een verplicht onderdeel van het inburgeringsexamen, ook onder de huidige wetgeving. Inburgeraars leren over de Nederlandse gebruiken, geschiedenis en cultuur. Ze krijgen informatie over hoe mensen in Nederland met elkaar omgaan en de normen en waarden die gelden. Andere onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: werk en inkomen, wonen, cultuur, gezondheid, sport, onderwijs, opvoeding, politiek en bestuur. De module wordt afgerond met een examen door DUO of een eindgesprek (Zelfredzaamheidsroute). 3.7.2. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Vaak bestaan er grote verschillen tussen de arbeidsmarkt in het land van herkomst en in Nederland. De MAP is daarom gericht op oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt en het in beeld brengen van competenties en arbeidsmarktkansen in de nieuwe situatie. Gemeenten moeten inburgeraars in de eerste 18 maanden van de inburgering MAP aanbieden. Binnen de MAP moeten er 8 thema’s verplicht behandeld worden: beroepenoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden, en werkcultuur. Inburgeraars die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van deze module, omdat arbeidsmarktoriëntatie onderdeel is van het taalschakeltraject. 3.7.3.
Participatieverklaringstraject (PVT) Het PVT bestaat onder de huidige wetgeving ook al en bestaat uit de onderdelen ‘inleiding in de kernwaarden’ en ‘ondertekening van het Participatieverklaring’. Het belangrijkste verschil is dat inburgeraars met de nieuwe wet twee jaar langer de tijd hebben om dit traject af te ronden: drie jaar in plaats van één jaar. Daarnaast is het aantal uren uitgebreid naar 12 uur. Wij vinden het naast voorgeschreven aandacht voor vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit ook van belang dat er aandacht wordt besteed aan seksuele diversiteit, gezondheid en seksegelijkheid. Het PVT is een belangrijke kennismaking, groepsgewijs, met de Nederlandse waarden en gebruiken, maar ook met de gemeente Dongen. Een goed traject zorgt voor de context bij zijn/haar persoonlijke ontwikkeling. We willen het traject daarom zo snel mogelijk na huisvesting aanbieden. Met als consequentie dat we de nodige aanpassingen zullen doorvoeren ten opzichte van de huidige werkwijze om de taalkloof te overbruggen, waaronder meertaligheid van de informatievoorzieningen. • •
Wat verandert er? We kiezen voor een integrale oriëntatiefase, in plaats van losse modules. De modules sluiten aan bij de praktijk en leefwereld van de inburgeraar.
3.8. Leerroutes De leerroutes hebben de hoofdrol in het nieuwe stelsel. Tegelijkertijd met de oriëntatiefase kan de inburgeraar starten met zijn leerroute, waarin hij de Nederlandse taal leert en actief aan het werk gaat of andere praktijkervaring rond participeren opdoet. De nWi kent drie verschillende leerroutes namelijk; onderwijsroute, B1-route en zelfredzaamheidsroute. De keuze voor een leerroute bepaalt welke verplichtingen de inburgeraar heeft om aan zijn inburgeringsplicht te voldoen. 6 De specifieke invulling van de leerroute wordt op maat voor de
6 In bijlage 3 wordt toegelicht per route, wanneer iemand aan de inburgeringsplicht vanuit de nWi heeft voldaan.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 12
inburgeraar samengesteld, op basis van de bevindingen uit de brede intake en al opgedane informatie in de oriëntatiefase. 3.8.1. Onderwijsroute De onderwijsroute is één van de leerroutes binnen het nieuwe stelsel en is bedoeld voor (jongere) inburgeraars met hoge leerbaarheid en die gemotiveerd zijn een opleiding in het reguliere Nederlandse onderwijs te voltooien. Er wordt minimaal MBO2 niveau nagestreefd, omdat dit geldt als een startkwalificatie. Met een startkwalificatie zijn de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk hoger. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject, waarin de inburgeraar niet alleen de Nederlandse taal op minimaal B1 haalt, maar waarin hij tegelijkertijd voorbereid wordt op de instroom in het reguliere Nederlandse onderwijs (MBO2, HBO of WO). We streven naar een gedifferentieerd aanbod van onderwijsroutes: een route voor het MBO en een route voor het HBO/WO. Gezien de kleine aantallen potentiele deelnemers, die ook nog eens verspreid gedurende het jaar binnenkomen, is het wenselijk om regionaal samen te werken in de onderwijsroute. We hebben hierbij ook speciale aandacht voor de groep inburgeraars boven de 30 jaar. Zij hebben geen recht op studiefinanciering na afronden van het schakeltraject. We hanteren hier als gemeente maatwerk en sluiten aan bij de bestaande afspraken van het Leven Lang Leren Krediet.7 3.8.2.
B1-Route De B1-route wordt ook wel de ‘reguliere route’ genoemd binnen de nWi.8 Het doel van deze route is de inburgeraar zo snel mogelijk te laten participeren (liefst via betaald werk) en de Nederlandse taal op niveau B1 te bereiken. Binnen deze route wordt zoveel mogelijk ingezet op dualiteit: een combinatie van taal én participatie. Naarmate de route in tijd vordert verschuift de nadruk steeds meer van de taalcomponent richting participatie. We zetten participatie centraal en willen dat inburgeraars zoveel mogelijk ervaring in de praktijk opdoen. Hierbij is het belang dat het praktijkdeel bij meerdere sectoren en in aansluiting op de behoefte van werkgevers en inburgeraars, wordt georganiseerd. 3.8.3. Zelfredzaamheidsroute
• •
De zelfredzaamheidsroute (Z-route) is een intensief traject voor laagleerbare inburgeraars waarvoor het taalniveau A2 te hoog gegrepen is. Er wordt ingezet op zelfredzaamheid in de samenleving, waar mogelijk ook via betaald werk. De doelgroep van de zelfredzaamheidsroute bestaat uit: Inburgeraars voor wie betaald werk nooit haalbaar zal zijn; Inburgeraars die wel betaald werk kunnen gaan doen, maar niet het taalniveau A2 kunnen halen.
7 Studenten, die geen beroep meer kunnen doen op studiefinanciering via DUO kunnen via dezelfde organisatie het ‘leven-lang-leren-krediet’ aanvragen.
Hiermee kunnen zij hun studiekosten betalen. Voor uitkeringsgerechtigden heeft het de voorkeur om een BBL-traject te volgen zodat leren en betaald werken direct gecombineerd kan worden. Studeren met behoud van bijstandsuitkering moet een uitzondering zijn. 8 Gezien onze instroom in 2019 en 2020, ligt het niet in de lijn der verwachting dat dit de komende periode de grootste route gaat worden. Dat zal naar verwachting eerder de Zelfredzaamheidsroute zijn.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 13
Met deze diversiteit houden we rekening met het organiseren van zelfredzaamheidsroute(s). Ook kijken we bij het organiseren van de zelfredzaamheidsroute(s) goed naar wat we lokaal al doen en kunnen, en zorgen we ervoor dat we geen dingen lokaal en regionaal dubbel doen.
• •
Wat verandert er? Gemeente heeft voor statushouders een aanbodplicht van de leerroutes. Zij hoeven dus niet zelfstandig een cursus in te kopen. De combinatie tussen taal en participatie staat centraal en er wordt meer maatwerk geleverd door differentiatie in het aanbod.
3.9. Na de inburgering We zijn pas klaar wanneer de inburgeraar (en het gezin) een duurzaam stabiel leven heeft. Daarbij is participeren (het liefst via betaald werk), zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, de taal op een zo hoog mogelijk niveau spreken en een stabiele woonomgeving van belang. Afhankelijk van de situatie is de nazorg 3 tot 6 maanden. De nazorg richt zich op het leren omgaan met de nieuwe financiële situatie, het wegvallen van bepaalde toeslagen en werkvloervaardigheden. Uit ervaring blijkt namelijk dat pas duidelijk wordt of er sprake is van duurzame plaatsing wanneer iemand een aantal maanden aan de slag is. We laten daarom iemand die uitstroomt niet meteen los, maar beoordelen of er sprake is van een duurzame, stabiele situatie, en acteren direct wanneer hier iets op nodig is. Wanneer een statushouder na 6 maanden nazorg nog niet volledig zelfredzaam is, dan houdt de klantregisseur een vinger aan de pols of verwijzen zij gericht door naar externe partners voor begeleiding bij specifieke hulpvragen.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 14
4 MONITORING EN EVALUATIE 4.1. Monitoring De Minister wil met het nieuwe inburgeringsstelsel een flexibel stelsel, waarbij een centrale plaats is ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Op dit moment is de manier waarop de landelijke monitoring en evaluatie plaats gaat vinden nog niet geoperationaliseerd. We willen in Dongen ook een flexibel en duurzaam beleid. We heten inburgeraars warm welkom, zetten in op hun taalontwikkeling en hun zelfredzaamheid en veerkracht vergroten. We gaan monitoren op de volgende onderdelen: •
% van de statushouders dat maatschappelijk participeert en sociale contacten heeft;
•
% van de statushouders dat een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet;
•
% van de statushouders dat gebruik maakt van armoederegelingen en/of schuldhulp;
•
% van de statushouders dat het inburgeringsdiploma binnen 3 jaar heeft behaald;
•
% van de statushouders dat gebruik maakt van voorzieningen in het kader van de Wmo en de Jeugdzorg.
4.2. Evaluatie Hoewel tussentijds de voortgang wordt gemonitord en waar nodig de uitvoering wordt bijgesteld, wordt niet eerder dan 3 jaar na ingangsdatum van de nWi een evaluatie van het beleidsplan opgesteld. We kiezen voor een langere periode omdat de verwachting is dat nagenoeg alle inburgeraars die onder het nieuw stelsel vallen op een eerder moment nog volop met hun traject aan de slag zijn en er dus nog geen resultaten zijn. Indien nodig kan op basis van signalen vanuit de monitoring maar ook vanuit de uitvoering naar voren worden gehaald.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 15
5 FINANCIËN 5.1. Financieel kader Het vertrekpunt voor de uitvoering van de taken vormen de middelen die we ontvangen van het Rijk. Uitgangspunt is dat we binnen deze financiële kaders blijven. 5.1.1. Organisatiekosten (uitvoeringsmiddelen) De structurele middelen voor de uitvoering (formatie, uitvoering brede intake, ondersteunende werkzaamheden) zijn verdeeld op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Aan deze middelen zitten geen bestedingsvoorwaarden vast. De gemeente Dongen ontvangt de volgende bedragen aan uitvoeringskosten: Uitvoeringskosten*) 2021 **) 2022 2023 e.v. € 87.701 € 99.962 € 100.853 *) Inclusief financieel ontzorgen en realiseren financiële zelfredzaamheid. **) Inclusief incidentele invoeringskosten i.v.m. uitstel van wet naar 1 januari 2022 (€ 52.000). → Kinderopvang en reiskosten moeten anders worden gefinancierd.
Voor zover we nu kunnen overzien zijn de middelen beperkt, maar volstaan deze om de benodigde uitbreiding van de formatie en andere organisatiekosten te dekken. 5.1.2. Geoormerkte inburgeringsvoorzieningen (SPUK)9 De geoormerkte middelen zijn bedoeld voor inburgeringsvoorzieningen die gemeenten inzetten bij de uitvoering van hun inburgeringstaken, namelijk de brede intake en het opstellen van het PIP, de maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT), de module arbeidsparticipatie (MAP) en de invulling van de leerroutes. Voor de verschillende onderdelen hiervan hanteert het Rijk normbedragen (zie tabel hieronder). Deze middelen worden verspreid over een periode van 3 jaar. Er dient over deze middelen verantwoording te worden afgelegd aan het Rijk. Het budget van het Rijk is voornamelijk bedoeld voor statushouders. Gezingsmigranten blijven grotendeels zelf verantwoordelijk voor hun inburgeringstraject in het nieuwe stelsel. Statushouder Leerroute € 10.000 MAP € 136 Maatschappelijke begeleiding € 1.944 PVT € 216 Tolkvoorziening € 417 TOTAAL € 12.713
Gezins- of overige migrant € 195 € 216 € 179 € 590
Op dit moment is de begroting van de uitgaven voor inburgeringsvoorzieningen nog omgeven door onzekerheid. De reden daarvan is dat de inburgeringstrajecten voor het grootste deel uit nieuwe producten bestaan, denk aan de drie leerroutes. Het is de vraag in hoeverre de markt in staat is hierin te voorzien. Om te voorkomen dat we verschillende onderdelen van het 9 De hoogte van de middelen voor de gemeente Dongen is nu nog niet bekend en hangt samen met het aantal statushouders dat gehuisvest wordt door de gemeente.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 16
inburgeringsprogramma niet goed kunnen inkopen, werken we (sub)regionaal samen om schaalvoordelen te behalen. Daarnaast hebben we door middel van pilots vanaf 2019 ervaring opgedaan met de diverse routes en onderdelen, in samenwerking met alle geïnteresseerde organisaties en bedrijven op het gebied van welzijn, gezondheid en inburgering. In gesprekken met diverse potentiele aanbieders van de pilots is betaalbaarheid altijd een uitgangspunt geweest. Voor het organiseren van de inburgeringsvoorzieningen houden we regionaal vast aan het uitgangspunt dat de middelen die we ontvangen van het Rijk het financiële kader zijn. Taken die we al hadden blijven we financieren uit daarvoor bestemde budgetten. Het Rijk verwacht dat we voor de taken die we al hadden een beroep doen op de budgetten die daarvoor reeds beschikbaar zijn. Voor het participatie/werkdeel van de inburgering, zoals jobcoaching, leer-werkplekken of stages, ligt het re-integratiebudget hiervoor voor de hand. Ook hier zijn de middelen krap, maar voor de basis schatten wij in dat de middelen voldoende zijn. De meeste statushouders die we begeleiden zijn geen inburgeraar meer. Voor deze groep financieren we ondersteuning uit de budgetten wie we voor de uitvoering van de bestaande taken in het sociaal domein ontvangen en daarvoor al in onze begroting staan.
Voor de uitvoering in het kader van de nWi is met name borging van formatie van belang. Zoals hierboven benoemd verwachten we dat de middelen die we van het Rijk ontvangen voor de organisatie deze formatiekosten te dekken. 5.2. Meeneemregeling Middelen die we niet besteden mogen vanuit het Rijk tot 100% van de uitkering jaarlijks worden meegenomen naar het volgende jaar. Voor het budget dat wordt meegenomen blijven dezelfde bestedingseisen gelden als waarvoor we de middelen hebben ontvangen. In het geval van overschrijding, die kosten komen ten laste van het budget in het jaar erna. Met deze regeling biedt het Rijk gemeenten bij de besteding van de middelen meer flexibiliteit.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 17
BIJLAGE 1
Doelgroepen en taken nWi
Met de term ‘inburgeraars’ in dit beleidskader wordt verwezen naar de inburgeringsplichtigen onder de nWi 2022. De doelgroep van de wet bestaat uit vreemdelingen van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigen en die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. EU onderdanen zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Er wordt in de wet een onderscheid gemaakt in de volgende doelgroepen: 1. Asielstatushouders Deze groep bestaat uit 3 categorieën: • Asielzoekers die zelfstandig naar Nederland zijn gekomen om asiel aan te vragen. Zij komen uit het azc. Zodra ze een verblijfsvergunning hebben spreken we van vergunninghouder, statushouder of asielmigrant. Ook Turkse asielmigranten moeten sinds 1 mei 2020 verplicht inburgeren. • Nareizigers: Echtgenoot, partner of kinderen van een persoon die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gekregen. Een nareiziger krijgt een afhankelijke asielvergunning. Dit houdt in dat deze vergunning gekoppeld is aan het gezinslid dat een zelfstandig verblijfsvergunning asiel heeft. Bijvoorbeeld in geval van scheiding mag de nareiziger niet meer in Nederland verblijven. • Hervestigers: Vluchtelingen (in buitenlandse vluchtelingenkampen) die door het UCHR worden uitgekozen om zich te hervestigen.
Deze vluchtelingen worden op verzoek van het COA en eigen initiatief van de gemeente uitgenodigd. Daarom worden ze ook wel uitgenodigde vluchtelingen genoemd. Het zijn vaak zeek kwetsbare vluchtelingen. Zij hoeven bij aankomst geen asielprocedure te doorlopen en worden bij aankomst direct in de gemeente gehuisvest. 2. Gezinsmigranten Dit zijn migranten die bij hun Nederlandse echtgeno(o)t(e) of partner zijn gekomen. Deze gezinsmigranten komen niet in een azc. Zij hebben zich in het land van herkomst al voorbereid om hun komst naar Nederland en hebben veelal al enige kennis van de Nederlandse taal. De partner met wie zij zich verenigen moet voldoende inkomen hebben om de gezinsmigrant te onderhouden. Daarom is er geen recht op een bijstandsuitkering. Ook Turkse gezinsmigranten moeten onder de Wet inburgering 2022 verplicht inburgeren. 3. Overige migranten Dit zijn de migranten die op vrijwillige basis naar Nederland zijn gekomen en moeten inburgeren. Over het algemeen heeft deze groep geen bijstandsuitkering. Bij overige migranten kan gedacht worden aan geestelijk bedienaren, zoals imams, rabbijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niet-tijdelijk humanitaire verblijfsstatus. Maar ook Britten kunnen als gevolg van de Brexit inburgeringsplichtig worden.
Doelgroepen en aanbodplicht nieuwe wet inburgering De wet kent ten opzichte van de verschillende doelgroepen, ook een verschillend aanbodplicht voor de gemeente. Zie tabel op de volgende pagina voor de het aanbod vanuit de wet voor de verschillende doelgroepen.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 18
STATUSHOUDERS
GEZINS- EN OVERIGE MIGRANTEN
Voorinburgering Voorinburgering wordt door COA aangeboden op azc.
Inburgering begint voor komst in Nederland (Wet inburgering buitenland)
Taak gemeente om aan te bieden Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies en voortgangsgesprekken) Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) Maatschappelijke begeleiding, bestaande uit: praktische hulp en voorlichting Financieel ontzorgen (inhouden vaste lasten 6 maanden indien bijstandsuitkering) Eén van de leerroutes: onderwijs-, B1 of Z-route incl. module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en alfabetisering indien nodig In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatie componenten
Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies en voortgangsgesprekken) Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) N.v.t. N.v.t. omdat zij in beginsel niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering N.v.t. moet inburgeraar zelf regelen en financieren. Gemeenten kunnen hier wel advies bij geven N.v.t., omdat zij in beginsel niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Daarom kunnen zij niet verplicht worden te participeren. Gemeenten kunnen hier wel advies bij geven.
Financiering De gemeente ontvangt financiële middelen voor hierboven genoemde taken
De gemeente ontvangt financiële middelen voor de begeleiding bij inburgering, MAP en PVT
Taakstelling Twee keer per jaar krijgt de gemeenten van uit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK) een taakstelling opgelegd. Deze taakstelling geeft aan hoeveel statushouders er in een half jaar gehuisvest moeten worden in de gemeente. Nadat een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft ontvangen, krijgt hij te horen in welke gemeente hij op termijn wordt gehuisvest. Dit wordt het “koppelen” aan een gemeente genoemd. Nadat de statushouder is gekoppeld aan een gemeente, krijgt de desbetreffende gemeente de regie over het inburgeringstraject.
Taakstelling Dongen 40 30 20 10 0 2018
2019
2020
2021
Taakstelling Dongen
De instroom van de statushouders is erg aan fluctuatie onderhevig als gevolg van de situatie in de wereld en het overheidsbeleid.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 19
BIJLAGE 2
Wet inburgering 2013 en 2022
Wet inburgering 2013
Wet inburgering 2022
Rijk is verantwoordelijk en heeft regie
Inburgeraar is volledig verantwoordelijk voor inburgeringstraject en krijgt DUO-lening van € 10.000 om zijn inburgeringstraject te financieren.
Vrije marktwerking A2-taalniveau Focus op taal Handhaving door DUO Maatschappelijk begeleiding aan statushouders: praktische hulp, hulp bij het starten van het inburgeren, begeleiding gericht op integratie, stimuleren van participatie en integratie Huisvesting statushouders via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken
Rijk is verantwoordelijk, gemeenten hebben aanbodplicht en regie op de voortgang van inburgeringstrajecten voor statushouders. Voor gezins- en overige migranten hebben gemeenten een beperkte regierol en aanbodplicht. Inburgeraar en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. Gemeente krijgt middelen van het Rijk om inburgeringstrajecten op maat aan te bieden aan statushouders. Gezins- en overige migranten krijgen een beperkte ondersteuning van de gemeente en blijven zelf verantwoordelijk voor hun taaltrajecten. Gemeente koopt diensten in voor statushouders en enkele deelproducten voor gezinsmigranten. B1-taalniveau Focus op participatie én taal Handhaving op PIP door gemeente. Handhaving op inburgeringsplicht door gemeente Maatschappelijk Begeleiding aan statushouders: praktische hulp en voorlichting leefgebieden
Huisvesting statushouders via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 20
BIJLAGE 3
Wettelijke onderdelen inburgeringsplicht
De nWi beschrijft de onderdelen die een inburgeraar moet afronden wil hij voldoen aan de inburgeringsplicht. Deze modules verschillen per persoon en zijn afhankelijk van de leerroute die de inburgeraar volgt. De wet biedt de flexibiliteit om binnen de eerste 1,5 jaar te wisselen van leerroute. Onderwijsroute Wanneer een inburgeraar via de onderwijs aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij: • Het diploma van het taalschakeltraject hebben behaald. Dit bestaat uit: o centrale taalexamens voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken of niveau B1 of hoger (+/- 1.000 uur); o centraal examen voor Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM); o andere onderdelen van het taalschakeltraject, zoals loopbaan oriëntatie, rekenen, Engels en studievaardigheden (+/- 500 uur). • Het Participatieverklaringstraject hebben gevolgd. B1 route Indien een inburgeraar via de B1 route aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij: • Geslaagd zijn voor de centrale taalexamen voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken of niveau B1 of hoger (of onder voorwaarden afgeschaald naar niveau A2). • Geslaagd zijn voor het centraal examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) • Het Participatieverklaringstraject hebben gevolgd. • De Module Arbeidsmarkt en Participatie hebben gevolgd.
Zelfredzaamheidsroute De inburgeraar via de zelfredzaamheidsroute voldoet aan zijn inburgeringsplicht, wanneer hij: • De inburgeringscursus (taal en KNM) doorlopen voor 800 uur. • Participatieactiviteiten verrichten voor 800 uur, waaronder de onderdelen PVT en MAP. • Een eind gesprek voeren met de gemeente waarin wordt geconcludeerd of de afspraken in het PIP zijn nagekomen.
BELEIDSKADER WET INBURGERING | GEMEENTE DONGEN 21