2021-016686 Bijlage 2- Combi-notitie Cie. Omgevingskwaliteit - Welstandsbeleid
Tekst van het document
Notitie inzake het instellen van een Commissie Omgevingskwaliteit en het actualiseren van het welstandsbeleid. Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet Voor het leesgemak is deze notitie opgeknipt in drie delen: 1. De Omgevingswet, welstand en adviescommissie
p. 1
2. Inrichten Commissie Omgevingskwaliteit
p. 2
3. Herziening welstandsbeleid
p. 5
Tot slot
p. 8
1. De Omgevingswet, welstand en adviescommissie Waar gaat het over De Omgevingswet verplicht gemeenten een omgevingsplan op te stellen. Dit gemeentelijke omgevingsplan moet alle algemene regels bevatten die voor een gebied gelden. Waar het bestemmingsplan zich nu enkel ontfermt over de ‘ruimtelijk relevante’ regels, moet het omgevingsplan ook rekening houden met het uiterlijk van bouwwerken, het geluidsniveau, de maximale duur van een evenement of de begroeiing in het park. In dit nieuwe systeem hoeven regels niet langer als verboden geformuleerd te worden. De regels gelden nu als stimulansen. Oude situatie (bestemmingsplan) ‘Een bouwwerk mag niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.’ Nieuwe situatie (omgevingsplan) ‘De gemeente vraagt in deze straat om extra aandacht voor het uiterlijk van bouwwerken.’ In de oude situatie zijn welstandsregels verplicht, maar is er ruimte om het welstandsbeleid af te schaffen. In de nieuwe situatie is niets verplicht en kan de gemeente besluiten om regels over ruimtelijke kwaliteit in het omgevingsplan op te nemen. Ook kan de gemeente kiezen voor een generieke open norm. Zo'n norm houdt in dat het uiterlijk van een bouwwerk moet voldoen aan redelijke eisen van welstand.
In de beleidsregels legt de gemeente criteria vast waarmee de beoordeling kan plaatsvinden of het uiterlijk van een bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand. Voor deze beoordeling kan de gemeente een onafhankelijke toetsingscommissie, zoals de welstandscommissie, inschakelen. Onder de Omgevingswet moeten bijna alle gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen voor de omgevingskwaliteit. De bestaande commissies voor ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten komen niet meer terug. De Omgevingswet biedt het bestuur meer ruimte om een eigen afweging van belangen te maken. Om die belangen, waaronder de kwaliteit van de bebouwing, goed te kunnen afwegen kan een onafhankelijk en deskundig advies behulpzaam zijn. De Omgevingswet vergroot de keuzes van gemeenten voor de inrichting van het adviesstelsel. Alle gemeenten met rijksmonumenten zijn verplicht om een adviescommissie in te stellen die minimaal over de rijksmonumenten adviseert, met uitzondering van archeologische monumenten. De wet voorziet niet in overgangsrecht, dus gemeenteraden wordt geadviseerd in elk geval voor het inwerkingtreden van de Omgevingswet zo’n commissie in te stellen. De adviescommissie komt voor op de ‘minimumlijst’ met maatregelen van de VNG. De commissie kan ook een bredere taak krijgen, de Tweede Kamer heeft daar zelfs op aangedrongen.
Wat willen we bereiken Twee onderwerpen: • Inrichten commissie ruimtelijke kwaliteit • Herziening welstandsbeleid; aansluiten bij de geest van de omgevingswet 1
2. Commissie Omgevingskwaliteit De Omgevingswet laat gemeenten de vrijheid om hun eigen adviesstelsel in te richten. Het aantal keuzes is groot. Daarom vallen de huidige adviescommissies of adviseurs voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit niet onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Monumentencommissie en welstandscommissie worden niet automatisch overgeheveld naar de gemeentelijke adviescommissie. De bepalingen over de adviescommissies uit de erfgoedverordening en de bouwverordening kunnen dan ook niet zonder meer worden omgezet. Alle gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten moeten zoals gezegd een gemeentelijke adviescommissie instellen, die minimaal adviseert over aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument (artikel 17.9 Omgevingswet). De gemeenteraad kan daarnaast aangeven bij welke activiteiten die in het omgevingsplan worden genoemd, advies gevraagd moet worden. In het omgevingsplan staan regels over activiteiten en onder welke voorwaarden deze op een locatie toegestaan zijn. Bijvoorbeeld dat het bouwen moet voldoen aan de regels over het uiterlijk van bouwwerken. De gemeenteraad kan in het omgevingsplan bepalen bij welke categorieën bouwwerken of in welke gebieden het vragen van advies aan de commissie verplicht is.
Het college van burgemeester en wethouders kan ook op eigen initiatief advies vragen over activiteiten of over beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De taken van de gemeentelijke adviescommissie zijn in de Omgevingswet in verschillende artikelen omschreven. De gemeentelijke adviescommissie adviseert over: • aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; • aanvragen voor een omgevingsvergunning voor andere activiteiten die door de gemeenteraad aangewezen zijn, of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet; • het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet (niet alleen ten aanzien van welstand en monumenten, maar bijvoorbeeld ook andere disciplines als stedenbouw, landschap, veiligheid, gezondheid, duurzaamheid). Noodzakelijke acties • Instellen gemeentelijke adviescommissie = deelproject implementatie omgevingswet; • Minimale acties cultureel erfgoed onder de Omgevingswet voor gemeenten (met Rijksmonumenten); • Benoemen en installeren nieuwe gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit en bepalen waarover de commissie moet adviseren.
Doel Commissie Omgevingskwaliteit • bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; • doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Huidige geïntegreerde welstands- en monumentencommissie De huidige commissie is een gecombineerde welstands- en monumentencommissie die is ingesteld om te adviseren op het gebied van welstand en cultureel erfgoed. De advisering is onafhankelijk en openbaar. Taak: De commissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, over vergunningaanvragen voor gemeentelijke monumenten als bedoeld in de geldende Erfgoedverordening van de gemeente Dongen en over vergunningaanvragen voor rijksmonumenten als bedoeld in de Erfgoedwet. Ten aanzien van de beoordeling van redelijke eisen van welstand, baseert de commissie haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria c.q. op door de gemeenteraad vastgestelde beeldkwaliteitplannen.
2
Commissie Omgevingskwaliteit De nieuwe Commissie Omgevingskwaliteit moet nog benoemdt en ingesteld worden. Zoals eerder aangegeven is het voor aanvragen omgevingsvergunning voor een rijksmonumenten verplicht deze commissie te benoemen. De raad heeft de mogelijkheid ook andere activiteiten aan te wijzen waarbij voor aanvragen omgevingsvergunning advies kan worden gevraagd aan de Commissie Omgevingskwaliteit. Er kan ook bepaald worden dat het college van burgemeester en wethouders, als zij daar aanleiding voor ziet, advies aan deze commissie kan vragen. Te denken valt daarbij aan bijvoorbeeld het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving (niet alleen ten aanzien van welstand en monumenten, maar bijvoorbeeld ook andere disciplines als stedenbouw, landschap, veiligheid, gezondheid, duurzaamheid). Is het wenselijk is om aan deze commissie één inwoner als lid toevoegen en of het wenselijk is om hiervoor een enthousiaste inwoner te zoeken die zich wil inzetten voor de kwaliteit en uitstraling van de Gemeente Dongen. Zie bespreekpunt pagina 4. Ambtelijk heeft het onze voorkeur om met één commissie te werken in plaats van twee (commissie Omgevingskwaliteit en commissie Welstand/monumenten). De commissie Omgevingskwaliteit wordt benoemt en ingesteld door de raad en adviseert aan het college van burgemeester en wethouders.
De voordelen van deze commissie zijn: • Integraal advies omgevingskwaliteit • Aan het begin van processen • Onafhankelijk • Deskundig • Openbaar • Oplossingsgericht Taak: De raad stelt de commissie in en bepaald de taken van de commissie. Ten aanzien van het taakveld onderscheiden we 3 opties: • • •
Optie 1: Wettelijk minimaal: advisering over omgevingsvergunning bij rijksmonumenten. Optie 2: Consoliderend+: continueren huidig adviesstelsel voor ruimtelijke kwaliteit aangevuld met ruimtelijke ordening / stedenbouw. Optie 3: Uitgebreid: Doorontwikkelen huidig adviesstelsel naar omgevingskwaliteit (toevoegen bv. disciplines natuur, milieu, veiligheid, gezondheid, stedenbouw).
In onderstaande tabel zijn deze opties uitgewerkt voor een aantal denkbare situaties. A B C D E F G H I Wettelijk + + minimum 2. Consoliderend+ + + + + + 3. Uitgebreid + + + + + + + + + - = niet van toepassing + = van toepassing (hetgeen niet wil zeggen dat wij er t.z.t. ook advies over gaan vragen) 1.
A. Verzoek om medewerking aan kinderdagverblijf als nevenactiviteit in gemeentelijk monumentaal bijgebouw op agrarisch bedrijf; B. Melding uitbreiding agrarisch veehouderijbedrijf; C. Ontwikkeling en realisering van inbreidingsplan voor enkele appartementen op locatie in dorpskern; D. Ontwikkeling en realisering grootschalige woningbouw in uitbreidingslocatie E. Verzoek om aankoop stuk openbaar groen ten behoeve van woningbouwproject F. Melding uitbreiding activiteiten bedrijf milieucategorie 4 of meer G. Actualisering omgevingsplan (OP) centrum Dongen; 3
H. Omgevingsplan afwijking (OPA) gebruikswijziging en verbouw rijksmonument I. Verzoek om vergunning voor werkzaamheden (voorheen aanlegvergunningenstelsel) in buiten gebied. Voorstel Met betrekking tot het instellen van een Commissie Omgevingskwaliteit stellen wij het volgende voor: ➢ Uitgaan van optie 2 ‘Consoliderend+’: het huidige adviesstelsel (gecombineerde welstandsen monumentencommissie) wordt gecontinueerd met uitbreiding op het vlak van ruimtelijke ordening / stedenbouw voor een zo integraal mogelijke advisering op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Dit houdt in dat de commissie naast de deskundigheid op het gebied van cultureel erfgoed ook de deskundigheid op het gebied van architectuur en ruimtelijke ordening/stedenbouw in huis moet hebben. Hierdoor kan de Commissie Omgevingskwaliteit in een vroeg stadium bij planontwikkeling worden betrokken; ➢ Geen ambtenaar als lid van de commissie aan te wijzen. Wel ambtelijk secretaris toevoegen (voorbereiding stukken, contactpersoon commissie intern/extern); ➢ Het college van burgemeester en wethouders, als daar aanleiding voor is, gelegenheid te geven advies aan deze commissie te vragen.
Bespreekpunt: Aan deze commissie één inwoner als lid toevoegen en hiervoor een enthousiaste inwoner te zoeken die zich wil inzetten voor de kwaliteit en uitstraling van de Gemeente Dongen (competenties nog bepalen); Voor welke soorten bouwwerken er een welstandsadvies aan de commissie zal worden opgevraagd is afhankelijk van het nieuwe welstandsbeleid. Het is dus niet zo dat voor alle soorten bouwwerken een welstandsadvies gevraagd zal gaan worden. De deskundigheid van de commissieleden die bij een vergadering aanwezig zijn is afhankelijk van de agenda van de vergadering. Hiermee beperken we de kosten van de commissie.
4
3. Herziening welstandsbeleid De huidige door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota is al lange tijd niet meer herzien. Door diverse ontwikkelingen is de nota toe aan een herziening. Met name de wet- en beleidswijzigingen op rijksniveau hebben invloed op het huidige functioneren van de welstandsnota. Op rijksniveau is er inmiddels een nieuwe rijksarchitectuurnota verschenen, is de Wet ruimtelijke ordening aangepast, heeft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn intrede gedaan en is het ontwerp van de Omgevingswet gepresenteerd. In het licht van decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden zijn in de Wro en de Wabo de regels voor vergunningaanvraag vereenvoudigd. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de landelijke regeling voor vergunningvrije bouwwerken verruimd. Nieuw daarbij is dat de gemeenteraad bepaalde bouwwerken vergunningvrij kan maken als zij deze welstandsvrij verklaart. De eerste vraag bij de herziening van het beleid is de principiële vraag of we in Gemeente Dongen bouwplannen nog op ‘redelijke eisen van welstand’ willen toetsen en zo ja in welke vorm. Globaal kunnen we onderscheid maken in drie opties: Optie 1: Volledig welstandsbeleid (of mogelijk zelfs het invoeren van strengere regels) Staat voor het huidige wijze van welstandsbeleid voort te zetten.
Dit houdt in dat alle bouwaanvragen die vergunningsplichtig zijn getoetst moeten worden aan ‘redelijke eisen van welstand’. Voordelen: - Continuering / waarborging van de ruimtelijke kwaliteit. Nadelen: - Levert geen kostenbesparing op; - Geen snellere doorlooptijden; - Vergroot de kans op onbegrip, teleurstelling en / of het gevoel van ongelijke behandeling omdat een welstandstoets soms als arbitrair wordt ervaren door een aanvrager waarvan zijn gewenste ontwerp is afgewezen. (de discussie wat is mooi) en door het toevoegen van meer regels met meer toetsingsdiepgang zijn steeds minder zaken eenvoudig uit te leggen wat ook ambtelijk meer tijd in beslag neemt. - Biedt geen/beperkt ruimte voor nieuwe inzichten. - Er wordt geen gehoor gegeven aan de uitkomsten van de gehouden enquête. (hierin heeft een meerderheid van de inwoners van gemeente Dongen aangegeven om in meer of mindere mate welstand vrij te laten of op onderdelen te versoberen) - Staat averechts op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren waarin er zelfs meer zaken helemaal vergunningvrij zijn geworden en er meer verantwoordelijkheden terug gelegd worden bij de burgers / in de maatschappij. Optie 2: Welstandsbeleid afschaffen Vergunningsplichtige bouwwerken worden niet langer vooraf op redelijke eisen van welstand getoetst. Excessen kunnen alleen achteraf via een handhavingstraject aangepakt worden.
Voordelen: - Totale deregulering; - Totale reducering van advieskosten; Nadelen: - Geen sturing meer op ruimtelijke kwaliteit; gebouwen blijven jaren lang staan; - Niet handhaafbaar, wanneer is er sprake van een exces? - Ook bij deze optie wordt GEEN gehoor gegeven aan de uitkomsten van de gehouden enquête. (ondanks dat in het merendeel van de binnengekomen reactie ’s is aangegeven dat welstand op onderdelen wel zou kunnen worden vrijgelaten of versoberd, geeft een groot deel van de mensen daarnaast ook aan bepaalde aspecten juist nog wel aan redelijke eisen van welstand te willen laten toetsen Optie 3: Welstandsbeleid bijstellen Staat voor een aangepast welstandsbeleid. Bij deze optie blijft het welstandstoezicht
5
bestaan, maar kunnen gebieden en/of bouwwerken in de gemeente geheel of gedeeltelijk welstandsvrij worden verklaard. Daarbij worden ook de werkprocessen gewijzigd. Voordelen: - Versnelde procedures; - Onderscheid maken tussen simpele en complexe aanvragen / en dus ook meer maatwerk mogelijk tussen de verschillende type bouwwerken; - Meer verantwoordelijkheid en vertrouwen voor de burger; - Reducering van advieskosten; - Er wordt wel gehoor gegeven aan de uitkomsten van de enquête. Nadelen: - Kans op verrommeling en minder gewenste situaties wordt groter (met name wanneer je echt hele wijken en / of gebouwen vrij zou verklaren van een welstandstoet) - wanneer je teveel deelgebieden en teveel verschillende type bouwwerken gaat omschrijven bestaat de kans dat je door de bomen het bos niet meer ziet door de diversiteit aan welstandsregels, enige uniformiteit hierbij wordt toch aanbevolen. Kaders: Het is goed om kaders te stellen aan het voorgenomen scenario. Hierbij kunnen we denken aan de volgende punten om een werkwijze te verkrijgen die helder / duidelijk is en die eraan bijdraagt dat wij zo goed mogelijk vergelijkbare situaties op dezelfde manier kunnen beoordelen.
• Eenduidige regels (niet te moeilijke omschrijvingen van criteria, deelgebieden en dergelijke) • Deregulering / niet teveel regels waardoor je mogelijk door de bomen het bos niet meer ziet • De handhaafbaarheid van regels en de prioriteiten in het handhavingsbeleid (denk hierbij aan zaken die er echt toedoen, als we ergens normaliter niet tegen zouden optreden, moeten we dan ook wel regels opstellen ?) • Wat is mogelijke ernstige strijd met regels welstand / risico analyse (is bijv. het aanbrengen van een roedeverdeling zo heftig dat daar extreem veel mis mee kan gaan ?) Wat is er tot nu gedaan: 1. Enquête Er is een enquête gehouden onder de inwoners waarop 156 reacties zijn ontvangen. Conclusie enquête: - Er is veel draagvlak om welstand (in meer of mindere mate) te behouden; - Er is ook genoeg aanleiding en draagvlak om het welstandsbeleid te herzien en op sommige onderdelen te versoepelen; - Reclame-uitingen worden erg belangrijk gevonden (straatbeeldbepalend); - Detail-aspecten kunnen in veel gebieden toets-vrij gemaakt worden. - Op bedrijventerreinen kan wat meer vrij gelaten worden en in het centrum en de bestaande (oude) dorpslinten kan iets minder vrij gelaten worden. 2. Huidige advisering De welstandsadviezen van het afgelopen jaar zijn geïnventariseerd. In 2020 zijn 114 plannen voorgelegd aan de welstandscommissie.
94% van de plannen werden door de commissie goedgekeurd waarvan 7 plannen met een opmerking. Er waren bij de beoordeling over vergunningsplichtige bijgebouwen geen opmerkingen. De plannen die betrekking hebben op monumenten zijn uitvoeriger door de commissie beoordeeld. Bij monumenten wordt altijd maatwerk geleverd. 3. Ervaringen m.b.t. het werken met een supervisor in De Beljaart In De Beljaart worden bouwplannen niet getoetst door de welstandscommissie maar door een supervisor. Voordeel van deze werkwijze is dat de supervisor met initiatiefnemers voorafgaand aan een vergunningaanvraag meedenkt over de uitstraling van de gebouwen. Dit gebeurt zelfs in het stadium dat de uitwerkingsplannen nog worden opgesteld. Hierdoor is er meer interactie tussen de gemeente, de initiatiefnemers (ontwikkelaars / bouwers / particulieren) en de supervisor over deze uitstraling en beeldkwaliteit en wordt in gezamenlijkheid aan een eindproduct gewerkt. Bovendien houdt de supervisor meer zicht op de onderlinge samenhang van diverse bouwprojecten in het gebied. Deze werkwijze wordt door alle partijen als positief ervaren, omdat de uitstraling en beeldkwaliteit op deze wijze bij de uiteindelijke vergunningaanvraag geen discussiepunt meer is. 6
De voornoemde werkwijze wordt toegepast voor de nieuwbouw van hoofdgebouwen in De Beljaart. Wat nog wel enigszins onduidelijk is, is de rol van de supervisor bij latere aanbouwen en verbouwingen en dergelijke. Heeft de supervisor dan ook een rol te vervullen? Het gaat dan bijvoorbeeld om vergunningplichtige activiteiten zoals het plaatsen van een erfafscheiding, aanbouw, dakkapel, etc. Hoe hier in de toekomst mee omgegaan kan worden is uiteraard afhankelijk van de keuze die volgt ten aanzien van het totale welstandsbeleid. 4. “Gluren bij de buren” Er is informatie ingewonnen bij andere gemeenten. Een aantal gemeenten heeft ervaring met het al dan niet gedeeltelijk afschaffen of versoepelen van het welstandsregime. 5. Advies huidige welstandcommissie Aan de huidige welstandscommissie is gevraagd welke regels er versoepeld kunnen worden zonder dat er grote risico’s op excessen zijn. Een grote meerderheid van de plannen voldoet direct na toetsing door de welstandscommissie zonder dat daar ook maar een enkele opmerking bij wordt geplaatst, een versoepeling is voorstelbaar. Wel zal goed gekeken moeten worden voor welke onderdelen, met name bijvoorbeeld voor dakkapellen in de voorgevel en / of erfafscheidingen in hoeksituatie ’s goede voorwaarden vooraf gesteld moeten worden zodat duidelijk is dat wanneer daaraan voldaan wordt geen welstandstoets is vereist.
Bij afwijken van deze voorwaarden zal alsnog het plan aan welstand moeten worden voorgelegd. En er zal inhoudelijk ook een risico-afweging moeten worden gemaakt welke plannen en in welke deelgebieden wellicht helemaal niet meer naar welstand hoeven, als voorbeeld is ook een verbouwing op het bedrijventerrein naar voren gekomen. Welke conclusie kunnen we hieruit trekken: De acties 1 t/m 5 leiden tot de volgende conclusies: - Er is veel draagvlak om welstand (in meer of mindere mate) te behouden. - Er is ook genoeg aanleiding en draagvlak om het welstandsbeleid te herzien en op sommige onderdelen te versoepelen. - Reclame wordt als een belangrijk en straatbeeldbepalend aspect gezien en zal in de meeste gebieden aan welstandsbeoordeling onderhevig moeten blijven. - Detail-aspecten (en erfafscheidingen onder voorwaarden en tevens dakkapellen onder voorwaarden) kunnen in veel gebieden toets-vrij gemaakt worden. - Op bedrijventerreinen kan wat meer vrij gelaten worden en in het centrum en de bestaande (oude) dorpslinten kan iets minder vrij gelaten worden. Van de eerdere genoemde drie opties (pagina 5) sluit optie 3 het beste aan bij deze conclusies.
Hoe gaan we nu verder: Voorzet nieuw beleid In te zetten op de verdere uitwerking van optie 3 en het welstandsbeleid dus bij te stellen ( niet geheel af te schaffen en ook niet strenger te maken ) omdat dit het meeste rechtdoet aan de uitslag van de enquête en gelet op het andere voorwerk ook het meest logisch lijkt. Hierbij willen we ten eerste een aantal algemene type bouwwerken beschrijven die onder voorwaarden binnen het gehele grondgebied van gemeente Dongen dan geen welstandstoets meer behoeven omdat die specifieke voorwaarden ervoor zorgen dat het esthetisch aanvaarbaard is. Ten tweede het nog specifieker invoeren van een gebiedsgerichtere aanpak (in bijvoorbeeld het centrum of de bestaande dorplinten meer grip op diverse aspecten trachten te blijven houden dan op bijvoorbeeld bedrijventerreinen). Dit leidt tot de volgende 3 bestaande gebieden (als 4e natuurlijk nog de nieuw te bouwen wijken) : 1. Centrum en (oude) dorpslinten, 2. bedrijventerreinen, 3. buitengebied en overige bestaande woonwijken 4. nieuwbouwwijken Per gebied zijn differentiaties mogelijk (denk hierbij bijvoorbeeld aan voorkantbenadering versus achtererfgebied) en / of verschillende detailbeoordelingen (bijvoorbeeld kozijnwijzigingen of dakvervanging e.d.) 7
Reclame als een apart onderdeel benoemen. (hiervoor vooralsnog het huidige welstandbeleid als beoordelingskader aanhouden) De gebiedsgerichte benadering dient nader te worden uitgewerkt evenals de algemene type bouwwerken. Belangrijk: activiteiten die monumenten betreffen (rijks- en gemeentelijke monumenten) ongeacht het gebied waarin deze monumenten liggen, worden altijd voorgelegd aan de adviescommissie. Tot slot Deze notitie is opgesteld ter voorbereiding op te nemen besluiten in het kader van de Omgevingswet. De notitie wordt aangeboden aan de raadswerkgroep Omgevingswet ter opiniërende bespreking en het doen van richtinggevende uitspraken. Natuurlijk zijn we er nog niet. Er zijn nog veel open einden en keuzes moeten verder worden uitgewerkt. Nu gaat het om het bepalen van de richting.
Dongen, maart 2021/ kleine aanpassingen m.b.t. welstand medio mei 2021 Jurgen Dekkers, John Schellekens, Leen Augustijn, Patrick Verschoor, Harry van der Moolen
8