CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-014849 Bijlage 2b- statutenwijziging BRAVOO 2021 versie 2-9-21 ongemarkeerd

Besluitvormende raadsvergadering 21 oktober 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-014849 Wijziging statuten Stichting Bravoo4.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statutenwijziging BRAVOO 2021 NAAM EN ZETEL Artikel 1 1.

De stichting draagt de naam: STICHTING BRAVOO (BRABANTS VERENIGD OPENBAAR ONDERWIJS).

2.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Loon op Zand.

BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a.

de gemeente: de gemeenten Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

b.

het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

c.

de raden: de gemeenteraden van de gemeenten Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

d.

de scholen: de scholen voor openbaar primair onderwijs in de gemeenten Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

e.

de wet: de Wet op het Primair Onderwijs.

DOEL EN MIDDELEN Artikel 3 De stichting heeft ten doel het instandhouden van openbaar primair onderwijs en het (doen) geven van onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 46 juncto artikel 48 van de wet. Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. VERMOGEN Artikel 4 Het vermogen van de stichting zal worden gevoed door: a.

subsidies;

b.

schenkingen, erfstellingen en legaten; met dien verstande dat alle erfstellingen zullen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;

c.

alle andere verkrijgingen en baten.

DUUR EN BOEKJAAR Artikel 5 1.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. 1

2.

Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.

ORGANISATIE VAN DE STICHTING Artikel 6 1.

De stichting heeft een organieke scheiding van bestuur en intern toezicht: de stichting wordt bestuurd door een College van Bestuur onder toezicht van een Raad van Toezicht.

2.

De benoeming in de functies van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.

3.

Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot lid van het College van Bestuur of tot lid van de Raad van Toezicht.

4.

Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden organisatie en scholen.

5.

De Raad van Toezicht is belast met het houden van toezicht op en het met raad terzijde staan van het College van Bestuur. Namens de stichting fungeert de Raad van Toezicht als werkgever van de leden van het College van Bestuur. De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het bestuur.

6.

Tot leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd: a. echtgenoten/levenspartners, ouders en kinderen van zittende leden; b. broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van broers en zussen van zittende leden; c. personeelsleden van de Stichting dan wel diens echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen; d. leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting; e. leden van de medezeggenschapsraad van een school van de Stichting; f.

personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de raden van de gemeente dan wel dat zijn geweest in de periode van vier jaar voorafgaand aan de datum van benoeming tot lid van het College van Bestuur of Raad van Toezicht;

g. personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen of diensten aan de stichting; h. personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; i.

personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven

2

eigenschappen c.q. onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap. 7. Leden van het College van Bestuur mogen bij voorkeur geen kind(eren) hebben op een school van de Stichting. Om de onafhankelijkheid van het intern toezicht te bevorderen, bestaat de Raad van Toezicht uit minimaal één lid dat geen kind(eren) heeft op een school/scholen van de stichting. 8. Een lid van het College van Bestuur van de stichting kan niet worden benoemd tot lid van de Raad van Toezicht. COLLEGE VAN BESTUUR: samenstelling, rechtspositie en arbeidsvoorwaarden Artikel 7 1.

De leden van het College van bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht. De voorzitter van het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd. De leden van het College van Bestuur worden benoemd voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd, voor een door de Raad van Toezicht te bepalen termijn.

2.

Het College van Bestuur bestaat uit één lid of twee leden. De Raad van Toezicht stelt het aantal leden vast.

3.

De leden van het College van Bestuur dienen de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs, de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het College van Bestuur zich naar het belang van de stichting en de scholen van de stichting.

4.

De leden van het College van Bestuur zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst bij de stichting. De Raad van Toezicht stelt de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur vast.

5.

Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht.

6.

Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde door de Raad van Toezicht worden geschorst en ontslagen. Ter zake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag, besluit de Raad van Toezicht met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De Raad van Toezicht kan leden van het College van Bestuur in elk geval schorsen of ontslaan, indien: a.

niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en

3

het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 14; b.

er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten in strijd met de wet of deze statuten;

c.

er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur;

d.

er ernstige aanwijzingen zijn dat een lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn/haar taak;

e.

er sprake is van maatschappelijk onbetamelijk gedrag van dien aard dat bij het aanblijven van de betrokken persoon het imago van de stichting ernstig wordt geschaad. De maximum schorsingstermijn bedraagt vier maanden.

7.

In vacatures in het College van Bestuur wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het College van Bestuur zijn bevoegdheden.

8.

Bij ontstentenis (defungeren conform artikel 9 van deze statuten) of belet (tijdelijke afwezigheid) van een of meer leden van het College van Bestuur, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid het gehele College van Bestuur waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur of van het enig (overgebleven) lid, draagt de Raad van Toezicht zorg voor de waarneming van de taken van het College van Bestuur. Deze waarneming zal in geen geval plaatsvinden door de Raad van Toezicht dan wel leden van de Raad van Toezicht.

9.

Leden van het College van Bestuur mogen niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting. Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de derde volzin van lid 3 van dit artikel. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht.

COLLEGE VAN BESTUUR; taken en bevoegdheden Artikel 8 1.

Het College van Bestuur vormt het bestuur van de stichting in de zin van de wet en is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden organisatie en scholen.

2.

Aan het College van Bestuur komen alle bevoegdheden ten aanzien van de stichting en de scholen toe, met uitzondering van die bevoegdheden die op grond van deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend.

3.

Het College van Bestuur is, met in achtneming van lid 4 aanhef en sub h van dit artikel, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding

4

en bezwaring van registergoederen met inachtneming van het bepaalde in artikel 106 Wet op het primair onderwijs, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. 4.

Het College van Bestuur heeft voorafgaande schriftelijk goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten dan wel besluiten tot wijziging, met betrekking tot: a.

het vaststellen van het strategisch meerjarenplan van de stichting en de scholen (bovenschools);

b.

het vaststellen van de begroting en het jaarverslag conform de geldende wet- en regelgeving, waarin in elk geval opgenomen de jaarrekening en het bestuursverslag;

c.

het wijzigen van de statuten;

d.

het vaststellen van een code voor goed bestuur en een bestuursreglement;

e.

het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere onderwijsgerelateerde instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;

f.

de beëindiging van de dienstbetrekking van meer dan vijf procent (5%) van de werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek;

g.

een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling;

h.

het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen met inachtneming van het bepaalde in artikel 106 Wet op het primair onderwijs en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt;

i.

de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen;

j.

(juridische) fusie, (af-)splitsing of ontbinding van de stichting;

k.

alle andere bij wet- of regelgeving voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven.

5.

Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over de uitvoering van haar taken, de uitoefening van haar bevoegdheden en de resultaten van de organisatie. Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie, een en ander conform het bepaalde in artikel 14 van deze statuten.

5

6.

Het College van Bestuur neemt besluiten op basis van meerderheid van stemmen. Indien het College van bestuur uit meerdere personen bestaat, wordt in het bestuursreglement een regeling omtrent de te houden vergaderingen opgenomen alsmede een regeling die voorziet in de situatie dat de stemmen in het College van Bestuur staken. Indien het College van Bestuur uit één persoon bestaat, kunnen besluiten ook rechtsgeldig buiten vergadering worden genomen. Alle belangrijke besluiten worden schriftelijk vastgelegd en per kwartaal toegezonden aan de Raad van Toezicht.

7.

De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar tenzij het College van Bestuur anders beslist op haar moverende gronden. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a.

het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

b.

de economische of financiële belangen van de stichting;

c.

het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden.

Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het College van Bestuur anders beslist. COLLEGE VAN BESTUUR: defungeren Artikel 9 Een lid van het College van Bestuur defungeert: a.

door zijn overlijden;

b.

door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;

c.

door zijn aftreden op eigen verzoek;

d.

door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht;

e.

door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;

f.

door zijn toetreding tot de Raad van Toezicht;

g.

door het einde van zijn dienstverband met de stichting;

h.

door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf;

i.

wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling krijgt.

RAAD VAN TOEZICHT: samenstelling Artikel 10 1.

De stichting kent een Raad van Toezicht. Deze bestaat uit ten minste drie en ten

6

hoogste zeven personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt – met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde – door de Raad van Toezicht vastgesteld met algemene stemmen, in een vergadering waarin alle leden aanwezig of, door middel van een ondertekende schriftelijke verklaring vertegenwoordigd zijn. 2.

De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de raden. Ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid van de leden, wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de scholen van de stichting. Deze bindende voordrachten vanuit de ouders van de leerlingen komen bij voorkeur tot stand door middel van een door de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting georganiseerde procedure. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting wordt in de gelegenheid gesteld één bindende voordracht te doen voor een lid van de Raad van Toezicht. De overige leden worden benoemd op bindende voordracht van de Raad van Toezicht.

3.

Het reglement van de Raad van Toezicht regelt de voordracht en benoeming van de leden van de Raad van Toezicht. Voor de functie wordt een profiel vastgesteld door de Raad van Toezicht. Dit profiel wordt opgenomen in het reglement van de Raad van Toezicht.

4.

Alle leden van de Raad van Toezicht verklaren bij hun benoeming schriftelijk dat zij de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs alsmede de grondslag en het doel van de stichting zoals omschreven in deze statuten, volledig onderschrijven en ernaar zullen handelen. Bij benoeming van leden van de Raad van Toezicht zal ernaar worden gestreefd de volgende kwaliteiten in de Raad vertegenwoordigd te doen zijn: bestuurlijk, onderwijskundig, personeelsmanagement, financieel en juridisch, conform het opgestelde profiel.

5.

Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaren en treden periodiek af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, ten hoogste één maal voor een termijn van vier jaren.

6.

In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures, de raden voorzien zo spoedig mogelijk in benoemingen.

7.

De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter.

8.

De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van

7

zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen. 9.

Bij ontstentenis (defungeren) of belet (tijdelijke afwezigheid) van een of meer leden van de Raad van Toezicht, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende deel van de Raad van Toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht wordt aan de raden verzocht op de kortst mogelijke termijn een of meer waarnemers voor te dragen. In het reglement als bedoeld in artikel 13 lid 1 van deze statuten wordt de desbetreffende procedure nader omschreven.

10. Aan de leden van de Raad van Toezicht kan een bezoldiging en/of vergoeding worden toegekend. RAAD VAN TOEZICHT: schorsing en ontslag Artikel 11 1.

De raden kunnen – op voorstel van de Raad van Toezicht – een lid van de Raad van Toezicht dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de Raad van Toezicht, ontslaan.

2.

De Raad van Toezicht kan overeenkomstig het voorgaande lid een lid van de Raad van Toezicht voor maximaal vier maanden schorsen, mits daartoe wordt besloten met een twee/derde meerderheid van stemmen. Een geschorst lid wordt niet meegerekend bij het bepalen van het aantal zittende leden van de Raad van Toezicht. In het geval van schorsing vermeldt de Raad van Toezicht in haar besluit tevens de gevolgen van de schorsing van het betreffende lid van de Raad van Toezicht.

3.

De Raad van Toezicht onderwerpt het besluit als genoemd in het tweede lid van dit artikel onmiddellijk aan het oordeel van de raden, die zo spoedig mogelijk daarop beslissen of zij de schorsing al dan niet bevestigen. De schorsing alsmede de gevolgen daarvan geldt dan als door de raden besloten.

4.

Wanneer de raden de schorsing als bedoeld in het voorgaande lid bevestigen, wordt de schorsingstermijn geacht te zijn ingegaan op het moment van het besluit van de Raad van Toezicht daartoe.

RAAD VAN TOEZICHT: taken en bevoegdheden Artikel 12 1.

De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het College van Bestuur. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting en de scholen van de stichting.

2.

De Raad van Toezicht houdt deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op het beleid van het College van Bestuur, de algemene gang van zaken in de stichting, de

8

scholen en de organisatie, alsmede de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het College van Bestuur, in het bijzonder op: a. de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting; b. het naleven van de wet- en regelgeving; c. het naleven van de voor de stichting vastgestelde code voor goed bestuur; d. de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen; e. het functioneren van het College van Bestuur; f.

het belang van het onderwijs;

g. en andere aangelegenheden voor zover bij wet- of regelgeving voorgeschreven. 3.

De Raad van Toezicht oefent tevens die taken en bevoegdheden uit die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend.

4.

De leden van het College van Bestuur zijn in dienst van de stichting. De Raad van Toezicht fungeert namens de stichting als werkgever van de leden van het College van Bestuur en komt in die hoedanigheid alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe.

5.

De Raad van Toezicht benoemt een registeraccountant die conform artikel 19 lid 1 de jaarstukken controleert en hiervan aan de Raad van Toezicht verslag doet.

6.

De Raad van Toezicht stelt met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vast, dat nadere regels bevat over de wijze waarop hij zijn toezichthoudende taak ten opzichte van het College van Bestuur uitoefent.

7.

De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde.

RAAD VAN TOEZICHT: vergaderingen en besluiten Artikel 13 1.

De Raad van Toezicht vergadert ten minste drie maal per jaar en voorts zo dikwijls als een lid van de Raad van Toezicht of een lid van het College van Bestuur het nodig acht. Een en ander wordt nader vastgelegd en uitgewerkt in het reglement van de Raad van Toezicht.

2.

Behoudens in die gevallen, waar de statuten uitdrukkelijk anders bepalen, neemt de Raad van Toezicht haar besluiten met meerderheid van stemmen in een vergadering, waar ten minste de helft plus één van haar leden aanwezig is.

3.

Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt

9

dit met medeneming van de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, schriftelijk vastgelegd. 4.

De Raad van Toezicht besluit of een te houden vergadering al dan niet openbaar is.

5.

De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting.

RAAD VAN TOEZICHT: informatieverschaffing Artikel 14 1.

Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over het door het College gevoerde bestuur, de uitvoering van zijn taken en de resultaten van de organisatie in zijn algemeenheid en de in artikel 8 van deze statuten genoemde aangelegenheden in het bijzonder.

2.

Het College van Bestuur verschaft daartoe de Raad van Toezicht (gevraagd en ongevraagd) tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a.

de hoofdlijnen van het strategisch beleid en de beleidskaders;

b.

de begroting en het financieel jaarverslag als bedoeld in artikel 19 van deze statuten alsmede de accountantsverklaring (jaarlijks);

3.

c.

tussentijdse rapportages op hoofdlijnen van financieel beleid, zulks per kwartaal;

d.

de algemene en financiële risico’s;

e.

de gebruikte beheers- en controlesystemen;

f.

ontwikkelingen van strategisch niveau en belang voor de organisatie;

g.

aard en inhoud van juridische procedures.

Het College van Bestuur verstrekt voorts alle overige door de Raad van Toezicht opgevraagde informatie.

RAAD VAN TOEZICHT: defungeren Artikel 15 Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a.

door zijn overlijden;

b.

door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;

c.

door zijn aftreden op eigen verzoek;

d.

door zijn toetreding tot het College van Bestuur;

e.

door het aangaan van een dienstverband met de stichting;

f.

door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf;

g.

door ontslag hem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht;

h.

wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van

10

de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt; i.

door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden.

GEHEIMHOUDING Artikel 16 1.

Het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen.

2.

De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het College van Bestuur of de Raad van Toezicht de geheimhouding opheft.

3.

Het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen.

VERTEGENWOORDIGING Artikel 17 1.

De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte.

2.

Indien de stichting een tegenstrijdig belang heeft met het College van Bestuur, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht, wordt de stichting vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht om één of meer personen, als dan niet uit zijn midden, aan te wijzen om de stichting te vertegenwoordigen.

3.

Het College van Bestuur kan tevens volmacht verlenen aan personeelsleden van de stichting en derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

VERANTWOORDING Artikel 18 1.

Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de raden verslag uit omtrent zijn werkzaamheden. Het College van Bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.

2.

In het verslag als bedoeld in lid 1, legt de Raad van Toezicht in elk geval verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden zoals bij wet voorgeschreven.

3.

Het verslag wordt bekendgemaakt.

11

FINANCIËN EN VERSLAGLEGGING Artikel 19 1.

Het College van Bestuur biedt jaarlijks vóór vijftien november een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten en op of vóór één juli een ontwerp van de rekening over het afgelopen jaar van de stichting conform artikel 8 lid 4 van de statuten ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht aan. De rekening gaat vergezeld van een verslag van een op basis van artikel 12 lid 3 van de statuten door de Raad van Toezicht benoemde registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de rekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.

2.

Nadat goedkeuring van de Raad van Toezicht is verkregen, stelt het College van Bestuur de begroting en jaarrekening vast.

3.

Indien vóór één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt de begroting niet is goedgekeurd, nemen de raden de maatregelen die zij nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen.

BESTUURSREGLEMENT Artikel 20 1.

Het College van Bestuur stelt een bestuursreglement vast, dat geen bepalingen mag bevatten die strijdig zijn met deze statuten.

2.

Het bestuursreglement bevat met inachtneming van het in deze statuten bepaalde in ieder geval: a.

een nadere omschrijving van de taken en bevoegdheden van het College van Bestuur;

b.

in het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, een regeling omtrent de te houden vergaderingen en de taakverdeling.

STATUTENWIJZIGING Artikel 21 1.

Het College van Bestuur is met inachtneming van artikel 8 aanhef en lid 4 sub c van de statuten bevoegd de statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van ten minste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin ten minste de helft plus één van haar leden aanwezig is. Als in een vergadering het vereiste aantal leden voor het geven van goedkeuring aan

12

de statutenwijziging niet aanwezig is, dan kan in een volgende tot hetzelfde doel te houden vergadering, het aangehouden besluit tot goedkeuring van de statutenwijziging rechtsgeldig worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde deel der uitgebrachte stemmen indien ten minste de helft plus één van haar leden in persoon dan wel bij volmacht aanwezig is casu quo stemt. Deze volgende vergadering mag niet eerder worden gehouden dan tien en niet later dan dertig werkdagen volgende op de vergadering waarin geen besluit op het verzoek tot goedkeuring kon worden genomen. Als ook in deze laatstgenoemde bijeengeroepen vergadering het vereiste aantal leden voor het geven van goedkeuring aan de statutenwijziging niet aanwezig is, dan kan in een volgende vergadering, ongeacht het aantal dan aanwezige leden het aangehouden besluit tot goedkeuring aan de statutenwijziging rechtsgeldig worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde deel der uitgebrachte stemmen van de in persoon aanwezige leden van de Raad van Toezicht. Deze volgende vergadering mag niet eerder worden gehouden dan tien en niet later dan dertig werkdagen volgende op de laatste vergadering waarin geen besluit op het verzoek tot goedkeuring kon worden genomen. 2.

Het College van Bestuur behoeft voor iedere wijziging van de statuten bovendien de instemming van de raden.

3.

De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.

4.

Het College van Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen bij het Handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.

ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 22 1.

Het College van Bestuur is met inachtneming van artikel 8 aanhef en lid 4 sub j van de statuten bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 21 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.

2.

Bij ontbinding van de stichting is het College van Bestuur met de vereffening belast, tenzij de raden anders besluiten.

3.

Gedurende de vereffening blijven deze statuten van kracht voorzover dat met de vereffening verenigbaar is. De vereffenaars leggen rekening en verantwoording af aan de raden.

4.

De vereffenaars doen aan de registers waar de stichting is ingeschreven opgaaf van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder(s) worden verlangd.

13

5.

De vereffenaars besteden hetgeen na voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden stichting is overgebleven zo veel mogelijk overeenkomstig het doel van de stichting.

SLOTBEPALINGEN Artikel 23 1.

In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet.

2.

In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, met uitzondering van het bepaalde in lid 3 van dit artikel, beslist het College van Bestuur.

3.

In afwijking van het bepaalde in lid 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur.

4.

Daar waar in deze statuten wordt gesproken van “hij” of “hem” respectievelijk “zijn”, wordt tegelijkertijd bedoeld “zij” of “haar”. ”

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10599848/1