2021-014391 Bijlage 3- Toelichting bestemmingsplan Eindsestraat
Tekst van het document
Het toevoegen van een extra woning tussen de woning aan de Eindsestraat 68 en 76 vormt derhalve geen onevenredige belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van reeds bestaande (agrarische) bedrijven. Op grond hiervan kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden voor een goed woon- en leefklimaat. 4.6 Geur De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. Voor kleinere bedrijven zijn deze regels opgenomen in het Activiteitenbesluit. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke onderbouwing, dit wordt `omgekeerde werking` genoemd. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a. Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de betrokken veehouderijen? b. Is er ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd?
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
23
In deze paragraaf wordt onderzocht of onderhavig project voldoet aan de normen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiermee wordt tevens aangetoond of er geen sprake is van een onevenredige inbreuk op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de betrokken veehouderijen. Hiervoor is een geuronderzoek (17286-012, d.d. 6 maart 2020) uitgevoerd welke in de bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Hieronder volgt enkel de conclusie van dit onderzoek.
Conclusie
Uit het geuronderzoek kan worden geconcludeerd dat het beoogde initiatief op grond van vigerende geurwetgeving doorgang kan vinden. Er is vastgesteld dat de voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij aan de Eindsestraat 91 het meest bepalend is voor het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Desalniettemin kan er ter plaatse van de nieuwe ruimte-voor-ruimte kavel voldaan worden aan de geurnorm van maximaal 14 OUe/m3, wat op grond van de Wet geurhinder en veehouderij als aanvaardbaar wordt beschouwd. Verder kan voldaan worden aan de vaste afstanden ten opzichte van bedrijven waar dieren worden gehouden waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect geur als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Daarnaast vormt de beoogde ontwikkeling geen onevenredige belemmeringen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. Er zijn reeds bestaande geurgevoelige objecten dichter bij gelegen die de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving beperken. Het initiatief zal daar geen extra bijdrage aan leveren. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij zijn er geen belemmeringen ten aanzien van het initiatief aan de Eindsestraat 76 te Dongen.
4.6.1
Bedrijfsontwikkeling
4.6.2
Woon- en leefklimaat
De planologische wijziging van de bestemming `Agrarisch’ ter plaatse naar een andere bestemming mag niet tot het gevolg hebben dat omliggende veehouderijen onevenredig worden aangetast. In het kader van de Wgv wordt de Ruimte-voor-Ruimte woning aangemerkt als een geurgevoelig object. Voor dergelijke geurgevoelige objecten geldt de vaste afstand van 50 meter tot omliggende veehouderijen in de omgeving. De dichtst bijgelegen veehouderij is gelegen aan de Eindsestraat 75 te Dongen (melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee). De afstand tussen de veehouderij aan de Eindsestraat 75 en de uiterste situering van de beoogde ruimte-voor-ruimte woning bedraagt 34 meter. Op het gedeelte van het bouwvlak van de veehouderij aan de Eindsestraat 75 dat binnen 50 meter van de uiterste situering van de beoogde ruimte-voor-ruimte woning is gelegen zijn in de bestaande situatie echter geen dierenverblijven gelegen. Hier zijn alleen de bedrijfswoning, tuin en erf van de veehouderij gelegen. In de toekomst zullen hier ook geen nieuwe dierenverblijven mogen worden opgericht, omdat de veehouderij de vaste afstanden ten opzichte van de woning aan de Eindsestraat 77 in acht zal moeten houden. De afstand tussen de beoogde ruimte-voor-ruimte woning en de veehouderij aan de Eindsestraat 75 zal dus altijd aan de vereiste vaste afstanden uit Wgv kunnen voldoen.
Zoals aangegeven dient er ter plaatse van de beoogde geurgevoelige object tevens sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is als het geurgevoelige object buiten de 50 meter geurcontouren is gelegen van de omliggende veehouderijen. De dichtst bijgelegen veehouderij is gelegen aan de Eindsestraat 75 te Dongen (melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee). De afstand tussen de veehouderij aan de Eindsestraat 75 en de uiterste situering van de beoogde ruimte-voor-ruimte woning bedraagt 34 meter. Op het gedeelte van het bouwvlak van de veehouderij aan de Eindsestraat 75 dat binnen 50 meter van de uiterste situering van de beoogde ruimte-voor-ruimte woning is gelegen zijn in de bestaande situatie echter geen dierenverblijven gelegen. Hier zijn alleen de bedrijfswoning, tuin en erf van de veehouderij gelegen. In de toekomst zullen hier ook geen nieuwe dierenverblijven mogen worden opgericht, omdat de veehouderij de vaste afstanden ten opzichte van de woning aan de Eindsestraat 77 in acht zal moeten houden. De afstand tussen de beoogde ruimte-voor-ruimte woning en de veehouderij aan de Eindsestraat 75 zal dus altijd aan de vereiste vaste afstanden uit Wgv kunnen voldoen.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
24
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er binnen het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect geur is ten opzichte van bedrijven waar dieren worden gehouden waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld. 4.7 Geluid Bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten/terreinen waarbij mensen enige tijd verblijven, dient getoetst te worden aan de Wet geluidhinder. Wet geluidhinder maakt onderscheid in 3 typen geluidshinder, namelijk wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Aangezien er in het kader van Wet geluidshinder een nieuwe geluidsgevoelig object wordt gerealiseerd is er een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (QR/QR/M20 123.401.1, d.d. 28 juni 2021). Hieronder zal de conclusie van dit onderzoek worden vermeld, het gehele onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd.
Conclusie
In opdracht van Van Dun Advies is een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situaties Wet geluidhinder voor het realiseren van 1 Ruimte-voor-Ruimte woning aan de oostzijde van de bestaande woning aan de Eindestraat 76 te Dongen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeurgrenswaarde zal worden overschreden. Het treffen van maatregelen om de gevelbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrens waarde stuit op bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige en financiële aard. Bij de gemeente Dongen dient een verzoek tot vaststelling van een hogere toelaatbare waarde te worden ingediend. Hierbij moet worden voldaan aan het hogere waarde beleid van de gemeente. In de voorliggende situatie moet tenminste één slaapkamer worden gesitueerd aan de geluidluwe achtergevel. Gezien de bepaalde optredende gevelbelastingen dient ermee rekening te worden gehouden dat op grond van het Bouwbesluit 2012 er plaatselijk zwaardere eisen worden gesteld aan de karakteristieke geluidwering van de gevel(s). Ten behoeve van de bouwaanvraag dient te zijner tijd een aanvullend akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd naar de te treffen gevelmaatregelen. 4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen.
Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigde stoffen. Fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m 3. Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO 2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uurs gemiddelde van 200 µg/m3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden. De `Wet Luchtkwaliteit` voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald.
(overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
25
Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de `Wet luchtkwaliteit` c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de `Wet luchtkwaliteit` geen belemmering voor vergunningverlening als: - Er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; - Een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; - Een project `niet in betekenende mate` bijdraagt aan de luchtverontreiniging; - Een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het `Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is opgenomen dat een project `niet in betekenende mate` bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde `3% grens` niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM 10) of stilstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
In artikel 4 van het `Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de `Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)`is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze `niet in betekenende mate` (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bij woningbouwlocaties bedraagt: - 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; - 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van één Ruimte-voor-Ruimte woning. Deze ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. 4.9 Landschappelijke inpassing Iedere ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied dient gepaard te gaan met een goede landschappelijke inpassing. Door middel van een landschappelijke inpassing welke rekening houdt met de kwaliteiten en kenmerken van de omgeving, gaan landschappelijke waarden niet verloren. Ook dient rekening gehouden te worden met de eventueel noodzakelijke kwaliteitsverbetering.
Afbeelding 11: Landschappelijke inpassing
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
26
Ten noordoosten van de woning worden de bestaande haag en bomen behouden en tevens worden hier nieuwe bomen aangeplant. Deze nieuwe bomen worden verplaats van de oostzijde van de woning naar deze plek om zodoende een doorzicht te creëren naar het achterliggende landschap. Ten zuiden van de woning en aan de achterzijde van het bijgebouw wordt een nieuwe bomenrij aangeplant bij de bestaande haag. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de beuk, winterlinde, wintereik en/of gewone es. Ten westen van de woning, naast het doorzicht naar het achterliggende landschap, worden nieuwe bomen aangeplant zoals bijvoorbeeld een beuk, winterlinde, wintereik en/of gewone es. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage opgenomen in dit bestemmingsplan. 4.10 Bodemkwaliteit Een historisch en verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 dient te worden uitgevoerd wanneer de bestemming en/of gebruik wordt gewijzigd en wanneer een gebouw of gebruik wordt gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het gehele rapport (BM/23155-2017, d.d. september 2020) is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. Hieronder wordt enkel de conclusie van het onderzoek weergegeven.
Conclusie
Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kan het onderstaande worden geconcludeerd: • In de bovengrond rondom de woning is alleen het gehalte aan lood in minimale mate boven de AW 2000 aangetroffen. Dit vormt geen enkel bezwaar voor de bestemming wonen. • In de licht geroerde zwak puin houdende bovengrond rondom de bedrijfsbebouwing is alleen het gehalte aan PAK in lichte mate boven de AW 2000 aangetroffen. Dit vormt geen enkel bezwaar voor de bestemming wonen. • De bovengrond ter plaatse van het grasland is schoon voor alle parameters uit het NEN-5740 pakket. • In de ondergrond zijn alle parameters uit het standaardpakket in gehalten beneden de AW 2000 aangetroffen. • In het grondwater is alleen barium in een gehalte boven de streefwaarde aangetroffen. Dit is een gangbare, niet relevante verhoging. Op grond van de resultaten uit het uitgevoerd bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de bestemming wonen met tuin. 4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.
4.11.1 Regelgeving
De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor de Heihoef 1 kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
27
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn.
Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar. Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.
4.11.2 Toetsing aan beleid
Afbeelding 12: Uitsnede risicokaart, plangebied is blauw omcirkeld Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen ontwikkeling op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe nabijheid geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. De dichtstbij gelegen risicovolle inrichting ligt aan de Eindsestraat 133 te Dongen. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de vervaardiging van glas en glaswerk. Het plangebied is op ruime afstand van dit bedrijf gelegen, circa 1,2 kilometer. Voor burgers is het van belang dat er in geval van calamiteit voldoende afstand wordt gehouden en dat men hierbij dwars op de wind loopt, weg van het ongeval.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
28
Aangezien het plangebied niet is gelegen binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject, Rijksweg en provinciale weg. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op een afstand van circa 160 meter is ten westen van het plangebied een buisleiding gelegen. De voorgenomen ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer (5 meter) van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Een verdere beoordeling aan het Bevb is niet van toepassing.
Conclusie
Gezien het voorgaande zijn er geen bezwaren voor het beoogd initiatief met betrekking tot externe veiligheid. 4.12 Verkeer en parkeren Er dient binnen het plangebied een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer plaats te vinden, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. De locatie is gelegen nabij de Eindsestraat 76. Dit is een verharde doorgaande weg binnen de bebouwde kom van Dongen. De beoogde ontwikkeling betreft het wijzigen van de bestemming van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ teneinde een Ruimte-voor-Ruimte woning te kunnen toevoegen. Dit zal leiden tot een wijziging in het aantal vervoersbewegingen aangezien er in de huidige situatie geen sprake is van vervoersbeweging ter plaatse van het plangebied. Het bestemmingsverkeer in de beoogde situatie kan afgewikkeld worden op de verharde Eindsestraat waarna men in oostelijke of in westelijke richting de weg kan vervolgen. De ontsluiting van het perceel zal niet plaatsvinden ter plaatse van de wegversmalling op de Eindsestraat maar iets verder in oostelijke richting, nabij de inrit van Eindsestraat 80. Parkeren zal op eigen terrein geschieden. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig.
4.13 Technische infrastructuur In of kort nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 12). Alvorens gebouwd gaat worden in het plangebied zal eerst een KLIC-melding worden uitgevoerd om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
29
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit wijzigingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor wijzigingsplannen, zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: • Enkelbestemming: ‘Wonen - 1’; • Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 2’; • Functieaanduiding: ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’; • Bouwvlak - bouwvlak; • Maatvoeringaanduidingen – ‘maatvoeringsvlak’; • Maatvoeringaanduidingen – ‘maximum aantal wooneenheden’.
Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Dongen. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. Er is een woonbestemming van circa 2.800 m² opgenomen op de verbeelding. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
30
6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling nabij de Eindsestraat 76 te Dongen betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog plaats gevonden.
6.2.1
Omgevingsdialoog
6.2.2
Vooroverleg
Er heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de direct omwonenden. Het omgevingsdialoog is als bijlage 7 bijgevoegd. In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta en provincie Noord-Brabant. Vooroverlegreactie Waterschap Brabantse Delta In haar vooroverlegreactie geeft waterschap Brabantse Delta aan dat de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Op basis daarvan wordt een positief wateradvies gegeven. De vooroverlegreactie is opgenomen in de bijlagen. Vooroverlegreactie provincie Noord-Brabant In haar vooroverlegreactie heeft de provincie Noord-Brabant aangegeven dat het plan voorziet in een voldoende landschappelijke inpassing. Echter, is de bestemmingsplanregels de mogelijkheid opgenomen tot afwijking van de landschappelijke inpassing. Deze bepaling zorgt voor de mogelijkheid tot wijziging van de landschappelijke inpassing zonder deze af te stemmen met de provincie. De landschappelijke inpassing is daarnaast niet gewaarborgd in de bestemmingsplankaart. De combinatie van de bepaling en het gebrek aan juridische verbeelding zorgt voor onvoldoende waarborging van de landschappelijke inpassing. Graag zien wij de bepaling geschrapt uit de regels. De vooroverlegreactie is opgenomen in de bijlagen.
Naar aanleiding van deze vooroverlegreactie is het artikel betreft de wijziging van de landschappelijke inpassing verwijderd en is in de verbeelding de landschappelijke inpassing middels een aanduiding opgenomen waardoor deze juridisch op een juiste wijze kan worden geborgd.
6.2.3
Zienswijzen en beroep
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. Het plan heeft met ingang van 16 juli 2021 tot en met 26 augustus 2021 ter inzage gelegen, waarbij geen zienswijzen op het plan zijn ingediend. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
31
tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
32
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
33
7. Bijlagen Bijlage 1: Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassingsschets Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Geuronderzoek Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Aerius berekening Bijlage 7: Omgevingsdialoog Bijlage 8: Vooroverlegreactie provincie Noord-Brabant Bijlage 9: Vooroverlegreactie waterschap Brabantse Delta
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
34
Bestemmingsplan Eindsestraat ong. naast 76, Dongen
Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV
35