CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-014041 Bijl2- Wijzigingen omgevingsvisie Dongen 20230308

Besluitvormende raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Ruimte23.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Thema’s: • Wonen • Voorzieningen • Cultureel erfgoed • Gezondheid en welzijn • Milieu • Recreatie en toerisme • Werken en ondernemen • Agrarische sector • Groen • Klimaat • Energie • Circulariteit • Bereikbaarheid • Veiligheid

23

Wonen In onze gemeente is het fijn wonen. De verschillende delen van onze gemeente hebben elk een eigen karakter. Door de identiteit van de verschillende kernen, is het overal anders. We willen iedere Dongenaar een fijne plek om te wonen bieden. In dit thema beschrijven we hoe we dat gaan doen met het oog op toekomstige opgaven. Wat is wonen? In de kernen concentreren woningen zich om de historische ontginningslinten. In de kern Dongen zijn hier verschillende wijken omheen ontstaan. De kern Dongen is uitgegroeid tot een groot dorp ten noorden van het Wilhelminakanaal, met een passend voorzieningenniveau. De overige kernen zijn een stuk kleiner en zijn omringd door het buitengebied. In onze gemeente is sprake van een mix van dorps en landelijk wonen. Waar staan we nu? Onze gemeente telt 26.515 inwoners (CBS, 2022). Deze mensen wonen in 11.539 woningen (BAG/ABF, 2022). De woningvoorraad van onze gemeente bestaat voor een groot deel uit koopwoningen: 70 procent (CBS, 2021). Het aandeel huurwoningen ligt daarmee relatief laag. Daarnaast bestaat een groot deel van de woningen uit eengezinswoningen: ruim 84 procent. Vroeger was de woningmarkt in onze gemeente vrij ‘gesloten’. De laatste jaren is de woningmarkt meer ‘open’ geworden. Dat houdt in dat er meer mensen van buiten onze gemeente hier komen wonen. De vraag naar woningen in Nederland is groot. Ook in Dongen is dat het geval.

Woningprijzen zijn de afgelopen jaren gestegen en nieuwbouwprojecten raken snel verkocht. De vraag naar woningen is momenteel groter dan het aanbod. De totale planvoorraad (in voorbereiding en uitvoering zijnde bouwplannen) omvat bijna 1000 woningen, te realiseren in de periode 2021-2030. Twee uitbreidingslocaties zijn versneld in voorbereiding. Het gaat in totaal om ongeveer 400 woningen op deze locaties aan de Noorderlaan en de Waspikse Weg. Voornamelijk op de Noorderlaan worden er woningen in het middeldure en sociale huursegment gerealiseerd, onder meer voor gezinnen en jongeren. Naast de plannen aan de Noorderlaan en de Waspikse Weg, zijn er veel plannen voor inbreiding (woningen bouwen binnen de huidige woonwijken) in voorbereiding en realisatie. Wat komt er op ons af? Er moeten voldoende betaalbare woningen gerealiseerd worden. Uit het regionale Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021 en de provinciale prognose 2020 blijkt dat de woningbehoefte voor de regio Hart van Brabant met 72 procent per jaar is toegenomen, ten opzichte van de prognose uit 2017. Met de bestaande woningbouwplannen kunnen we tot 2030 redelijk aan de prognose voldoen, maar er zullen nog meer woningbouwplannen nodig zijn in de jaren daarna. We zien overigens dat onze bevolking sneller groeit dan de laatste provinciale prognoses vermelden.

Bovenop de aanwezige plannen voor bijna 1000 woningen zullen er voor de lokale behoefte plus de regionale behoefte tot 2040 naar de huidige inschatting (2022) nog zo’n 850 woningen extra gebouwd worden. Het aanbod moet aansluiten op de behoefte van verschillende doelgroepen. Vooral voor jongeren en starters is het lastig om een woning te vinden. Zij kunnen momenteel amper aan een sociale huur- of goedkope koopwoning komen, terwijl de behoefte daaraan groeit. Ook heeft onze gemeente, net als veel andere gemeenten, een bevolking die steeds ouder wordt. Deze vergrijzing betekent dat er (in de toekomst) voldoende levensloopbestendige woningen moeten zijn. Om de energietransitie te kunnen realiseren, moeten we minder energie in onze woningen verbruiken. Dit kan bijvoorbeeld door bestaande woningen beter te isoleren. Ook moet zoveel mogelijk van de gebruikte energie duurzaam worden opgewekt. Huidige wet- en regelgeving zorgt ervoor dat nieuwbouwwoningen zo efficiënt mogelijk omgaan met energie. Nieuwbouwwoningen moeten aardgasvrij worden gebouwd. Sinds 1 juli 2019 is het beleid dat Nederland gaat stoppen met het gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen en andere gebouwen en daar moeten we onze warmtevoorziening voor aanpassen. Vanuit de Transitievisie Warmte (TVW) zijn we hier al mee bezig.

24

Hoe zien we de toekomst van wonen? • We hebben de ambitie om meer woningen te bouwen, waarbij we in ieder geval bouwen voor onze eigen behoefte. Maar onze ambitie is groter dan enkel de lokale opgave. We kijken ook naar de regionale opgave. Tot 2030 zijn de locaties al voldoende in beeld. Voor na deze periode worden de locaties verder onderzocht, zowel binnen bestaand stedelijk gebied als bij mogelijke uitbreidingslocaties. o De ambitie voor de woningbouwopgave van de regio Hart van Brabant is om een plancapaciteit (bouwplannen die in voorbereiding en realisatie zijn) te hebben die minimaal 130% bedraagt van het aantal extra woningen waaraan behoefte is. Best veel plannen gaan uiteindelijk niet door, vandaar dat je moet zorgen voor ‘overcapaciteit’. • We hebben nadrukkelijk aandacht voor de toekomstbestendigheid van onze woningvoorraad. We willen als gemeente de regie pakken op het type woningen dat wordt gebouwd. • We streven naar voldoende betaalbare woningen voor de juiste doelgroepen (zoals starters). • We stellen voor de invulling van de woningbouwopgave een programma op. In het programma bepalen we het ‘speelveld’ waarbinnen woningbouwontwikkelingen in onze gemeente een plek kunnen krijgen. Als kader voor dit programma hanteren we de volgende leidende principes: o We koesteren onze gemeente zoals deze nu is en willen voorkomen dat we vastgroeien aan buurgemeenten.

▪ We behouden een groene buffer aan de westzijde van onze gemeente (ter hoogte van de kern Dongen) en beschermen ons buitengebied. o De Dongense sfeer moet behouden blijven. ▪ Ontwikkelingen moeten passen bij de maat en schaal van onze gemeente. ▪ Gestapelde bouw van vier à vijf lagen kan in de kern Dongen ingepast worden. In ’s Gravenmoer en Vaart past bebouwing met meer dan drie lagen niet. o Onze kernkwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie en erfgoed, landschap en natuur (zie hoofdstuk Waarden) staan centraal. ▪ We benutten optimaal de inbreidingsopties. We zijn immers zuinig op het buitengebied. ▪ De kernkwaliteiten vormen de leidraad voor iedere potentiële woningbouwontwikkeling, zeker ook bij uitbreiding. ▪ We kijken naar het ruimhartiger toestaan van kleinschalige nieuwe woonconcepten in het buitengebied. o We bevorderen de doorstroming op de woningmarkt door sturing te geven aan woningtypen die dit bevorderen (denk hierbij aan woningen voor 1 of 2 persoons huishoudens en senioren). o We hebben bij de bouw van woningen oog voor klimaat en energie. ▪ We ontwikkelen een kader voor zaken als klimaatadaptatie, circulariteit en energiegebruik. Zie ook ‘Klimaatbestendig en duurzaam bouwen’. ▪ De komende jaren zetten we vooral in op het isoleren van woningen. Op lange termijn is het aardgasvrij maken van bestaande woningen een verplichting vanuit het Klimaatakkoord.

o Levendigheid en voorzieningen zijn van belang. ▪ We hebben daarbij oog voor de draagkracht van de voorzieningen in de centra van onze kernen. o De gemeentelijke organisatie houdt de regie op waar en hoe de woningbouwopgave ingevuld wordt. Daarbij gaat het niet alleen om woningbouw, maar ook over bijkomende zaken als energie, groen en water. ▪ De gemeentelijke organisatie stelt (aanvullende) eisen en kaders in het omgevingsplan en de marktpartijen kunnen vervolgens ontwikkelen.

25

Voorzieningen Voorzieningen zijn nodig om fijn te kunnen wonen en leven in onze gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan winkels, scholen, zorg- en sportvoorzieningen. Het is van belang dat er voldoende voorzieningen bij iedere Dongenaar in de buurt zijn. Wat zijn voorzieningen? Voorzieningen zijn hulpmiddelen en diensten waar bewoners gebruik van kunnen maken. Ze ondersteunen inwoners in hun behoeften en maken het prettig om in onze gemeente te wonen. Voorbeelden zijn winkels voor boodschappen, de bank voor geldzaken, of de huisarts bij ziekte. Het is van belang dat er voldoende, bereikbare voorzieningen zijn van goede kwaliteit. Dat noemen we het voorzieningenniveau. Hier volgt een lijst met voorzieningen in onze gemeente: • • • • • • • • • • • •

winkels; scholen; kinderdagverblijven; woon-zorgcentra; huisartsen, tandartsen, consultatiebureaus en andere zorgvoorzieningen; ontmoetingsplekken, zoals parken en speelplekken; maatschappelijke dienstverlening, zoals het gemeentehuis; sociaal-culturele voorzieningen, zoals verenigingsgebouwen, De Cammeleur en De Geubel; kerken en een moskee; sportmogelijkheden, zoals sportscholen, binnen- en buitensportaccommodaties; geldautomaten; horeca.

Waar staan we nu? De voorzieningen concentreren zich met name in het centrum van de kern Dongen. Hier is voor de dagelijkse boodschappen een goed aanbod aan winkels. Ook in de omliggende wijken zijn verschillende voorzieningen te vinden, zoals scholen, zorg-, sport- en speelvoorzieningen. Het voorzieningenniveau wordt over het algemeen als passend ervaren door inwoners. Dit draagt eraan bij dat de leefbaarheid in onze gemeente als goed beoordeeld wordt. Vanuit het buitengebied en de bedrijventerreinen zijn de voorzieningen op grotere afstand gelegen. Dit komt de bereikbaarheid niet ten goede. Ook zijn er in de omliggende kernen weinig voorzieningen. Er bevinden zich daar bijvoorbeeld maar enkele winkels. Wel zijn er basisscholen in ’s Gravenmoer en Vaart. Wat komt er op ons af? Verschillende ontwikkelingen hangen samen met het voorzieningenniveau. Allereerst heeft vergrijzing invloed op welke voorzieningen er in onze gemeente nodig zijn. Het aantal ouderen neemt toe waardoor aandacht voor levensloopbestendig wonen en woon-zorgcentra nodig is. Zorg op maat is dan dus van belang. Daarnaast is het belangrijk dat de leefomgeving toegankelijk is ingericht: kunt u als u slecht ter been bent wel overal komen? Vergrijzing kan ook andere zaken beïnvloeden.

Het leidt mogelijk tot minder vraag naar scholen en kinderdagverblijven en het kan lastiger worden om vrijwilligers voor verenigingen te vinden. Digitalisering heeft ook invloed heeft op de voorzieningen. We doen steeds meer digitaal. We doen onze bankzaken digitaal en we kunnen online winkelen en boodschappen doen. Deze digitalisering kan de vraag naar producten uit fysieke winkels beperken. Winkels in centrumgebieden krijgen het steeds vaker lastig. Toenemende leegstand is hiervan het risico. Hoe zien we de toekomst van onze voorzieningen? • Het is van belang om de eigen identiteit en een voorzieningenniveau in stand te houden passend bij de schaal van de kernen. • We zetten in op behoud en toekomstbestendigheid van bestaande voorzieningen. Dit betekent dat we terughoudend zijn met het toestaan van nieuwe voorzieningen. We concentreren voorzieningen in het centrum en zorgen dat deze goed bereikbaar zijn en blijven. • We zorgen voor voldoende voorzieningen, zowel voor de jeugd als voor ouderen. • We bieden ruimte aan initiatieven uit de wijk. 26

• • •

• •

We zetten verder in op het toekomstbestendig maken van de Cammeleur. We werken mee aan de komst van een nieuwe verenigingshal. Onze gemeente zet in op de realisatie van integrale kindcentra (IKC) waarin onderwijs, kinderopvang en eventueel andere voorzieningen samen onder 1 dak een doorgaande leerlijn vormen. De meeste scholen krijgen op deze wijze de komende tijd nieuwbouw in een IKC. In het Dongens onderwijs is aandacht voor bewegen, gezondheid en cultuur. Kinderen, jongeren en hun ouders krijgen passende (extra) ondersteuning.

27

Cultureel erfgoed In onze gemeente is veel cultureel erfgoed aanwezig. Denk hierbij onder andere aan het klooster aan de Hoge Ham, de Oude Kerk en de oude boerderijen in het buitengebied. Deze objecten en vele andere objecten vertellen ons iets over de geschiedenis van onze gemeente. Wat is cultureel erfgoed? Bij cultureel erfgoed gaat het om sporen, objecten en patronen of structuren die, zichtbaar of niet zichtbaar, deel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Het omvat dus het archeologische en gebouwde erfgoed, maar ook het historisch-geografische erfgoed, oftewel het cultuurlandschap zoals wegen, waterlopen, dijken en verkavelingspatronen. Ook archieven, zoals geschreven bronnen en historische beelden en verhalen, horen bij ons cultureel erfgoed. Ons cultureel erfgoed versterkt de identiteit van onze dorpskernen en onze gemeente als geheel. Waar staan we nu? Dongen heeft een rijke historie, die tot op de dag van vandaag door ons erfgoed verteld wordt. Zo zijn er tegenwoordig nog verschillende negentiende-eeuwse monumentale leerlooierijen en schoenfabrieken, die ons herinneren aan het historische karakter van onze gemeente.

Verspreid over Dongen zijn verder allerlei andere vormen van cultuurhistorie te vinden: van de Donge en de Vaart tot de IJzertijdboerderij en van de verschillende landschapstypes in onze gemeente tot de herinnering aan de ’s Gravenmoerse haven. Wat betreft de cultuurhistorische waarde van de historische bebouwingslinten in de gemeente wordt verwezen naar de beschrijving Waarden – cultuurhistorie en erfgoed. Behoud en versterking van de ruimtelijke en (cultuur)historische kwaliteiten van deze lintstructuren en het tegengaan van ongewenste ontwikkelingen (functieveranderingen en nieuwe bebouwing) is van belang. Wat komt er op ons af? Ons erfgoed staat tegenwoordig onder druk. Zonder voldoende aandacht ervoor, gaat een deel van onze geschiedenis mogelijk verloren. Onze gemeente is de afgelopen decennia namelijk sterk gegroeid en veranderd. De fysieke leefomgeving telt bijvoorbeeld steeds meer woningen en voorzieningen. Die trend zal de komende jaren doorgezet worden. Tegenwoordig zijn thema’s als innovatie en duurzaamheid ook voor ons cultureel erfgoed van belang. We zorgen voor een goed evenwicht tussen duurzaamheid en de monumentale waarde van erfgoed. Hoe zien we de toekomst van ons cultureel erfgoed? • We blijven ons inzetten voor het behoud en de versterking van onze cultuurhistorie. Dat doen we aan de hand van deze drie pijlers: 1. duurzame ruimtelijke ontwikkeling; 2.

kennis en inspiratie; 3. bescherming en instandhouding. • Bij ruimtelijke plannen borgen we de bescherming van ons erfgoed structureel en zo vroeg mogelijk. • We stellen een toekomstvisie/programma voor cultuurhistorie en erfgoed op en blijven onderzoek doen naar onze eigen geschiedenis. • We zetten in op de samenwerking met en het begeleiden van monumenteigenaren om maatwerk bij verduurzaming te bieden. Verder verkennen we de mogelijkheden van herbestemming van het Dongens erfgoed indien plaatselijk behoud niet mogelijk is. Zo kan het in de toekomst toch behouden worden en bewaard blijven. • De bebouwingslinten en ontginningsassen zijn bepalend voor de ruimtelijke structuur van de gemeente en dienen als zodanig behouden te blijven. De aanduiding historisch lint brengt geen extra belemmeringen met zich mee voor huidige bedrijfsvoering of voor noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen voor een bedrijf. Bij ontwikkelingen die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan kunnen bij de afweging wel belemmeringen zijn als gevolg van het historisch lint. Dergelijke nieuwe ontwikkelingen zullen te allen tijde binnen de kleinschalige context van de linten moeten worden bezien.

28

Gezondheid en welzijn Veel verschillende zaken passen bij gezondheid en welzijn. Gezondheid en welzijn als thema in deze omgevingsvisie is gericht op alles wat zich buiten afspeelt en van betekenis is voor een gezond leven in onze gemeente. Denk hierbij aan spelen, sporten en bewegen. Wat is gezondheid en welzijn? Gezondheid en welzijn zijn brede begrippen. Het gaat onder andere over alles dat we zelf kunnen doen om gezond te leven. Voorbeelden zijn gezond eten, voldoende beweging, slaap en hygiëne. De omgevingsvisie is gericht op de aspecten van gezondheid die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving: alles wat zich buiten afspeelt. Denk hierbij aan spelen, ontmoeten, sporten en bewegen. Hiervoor is voldoende ruimte nodig, bijvoorbeeld in parken, op (sport)accommodaties en in het buitengebied. Deze ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn, dus ook voor rollators en rolstoelen (zie Bereikbaarheid). Voor gezondheid en welzijn is het ook belangrijk dat Dongenaren toegang tot goede zorg hebben (denk aan woonzorgconcepten), lekker in hun vel zitten en mee kunnen doen in de samenleving. Milieuthema’s, die ook invloed op de gezondheid hebben, zijn opgenomen bij het thema Milieu. Waar staan we nu? Onze gemeente heeft een groene en beweegvriendelijke leefomgeving voor jong en oud.

Vanaf de sportzone aan het Wilhelminakanaal kunnen sporters door de Noordelijke Kanaalzone naar het Trimbos joggen. Rondom het trimparcours en de buiten-fitnesstoestellen wordt veel gesport. Verder concentreren sport- en beweegmogelijkheden zich in de Dongense parken en langs de Donge. Aan de zuidkant van de kern Dongen, ten noorden van het kanaal, bevindt zich een cluster van meerdere sportcomplexen. 47 procent van de volwassen Dongenaren voldoet aan de norm gezond bewegen (Gezondheidsmonitor 2020). Dat is iets minder dan het Nederlands gemiddelde, ruim 50 procent. Een relatief groot deel van de volwassenen in onze gemeente heeft overgewicht: 55 procent. In heel Nederland is dat 49 procent. Bijna één op vijf Dongenaren heeft ernstig overgewicht. Dit wil zeggen dat overgewicht een serieus thema in Dongen is. Onze gemeente zet zich in voor een gezonde jeugd en een gezonde toekomst. Onze gemeente doet mee aan de JOGG-aanpak, waarbij de focus specifiek ligt op de gezonde leefomgeving in wijken waar het percentage jongeren hoog is. De inrichting van de fysieke leefomgeving draagt bij aan de gezondheid van inwoners. De Milieuimpactbeoordeling geeft inzicht in hoe Dongen ervoor staat op het gebied van groen en klimaatbestendigheid. Wat komt er op ons af? In onze gemeente neemt de vergrijzing toe. Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Onze gemeente stimuleert dat ook.

Partners, familieleden of vrienden verlenen minder vaak vrijwillige (mantel)zorg aan een naaste dan vroeger. Dit komt onder andere doordat er meer kleinere gezinnen zijn en deze mensen tegenwoordig op langere afstand wonen. Ook kost het verlenen van mantelzorg energie en gebeurt vaak naast werk, studie of hobby’s. Het is van belang dat ook de mantelzorger voldoende steun krijgt. Soms betekent dat wel dat er aanpassingen nodig zijn. Hierbij kan het gaan om aanpassingen van de fysieke leefomgeving, zoals het volledig toegankelijk maken van het centrum. Ook kan het gaan om aanpassingen van (zorg)woningen en mogelijkheden voor mantelzorg- en premantelzorgwoningen. Daarnaast is er al jaren een trend dat de jeugd veel minder buiten speelt dan vroeger. Ze bewegen minder sinds de opkomst van technologie (o.a. mobiele telefoons en spelcomputers). Het is zaak om hen actiever uit te nodigen om te bewegen. Zorg gaat vaak over het beter maken van mensen als ze ziek zijn. Met positieve gezondheid bedoelen we het voorkomen van gezondheidsproblemen. De nadruk ligt op preventie. Om gezondheidsproblemen te voorkomen kan onze gemeente op verschillende zaken inzetten. Het gaat niet alleen om lichamelijke en geestelijke gezondheid, maar ook om genieten en gelukkig zijn, idealen kunnen verwezenlijken en mee kunnen doen in het dagelijkse leven.

Als individuen zich op één van deze vlakken beter voelen, heeft dat een positief effect op andere vlakken. Het is van belang om niet alleen oog voor zieken te hebben, maar voor alle inwoners van onze gemeente. 29

Hoe zien we de toekomst van gezondheid en welzijn? • •

• • •

•

De fysieke leefomgeving moet mensen uitnodigen om gezonde keuzes te maken. Zo zetten we in op de preventie van gezondheidsklachten. Samen met de andere gemeenten in de regio werken we intensief aan de ontwikkeling van gezondheidswinst. Er is aandacht voor gezond en gelukkig opgroeien en het bevorderen van een gezonde fysieke en mentale leefstijl. Iedere inwoner, van jong tot oud, moet aan passende beweging toe kunnen komen. Onze gemeente zet in op het behoud en het versterken van de speel- en sportplekken. Het behoud van voldoende kwalitatief (en waar mogelijk het uitbreiden van het) groen in de woonomgeving is een aandachtspunt. Dat versterkt de biodiversiteit in de gemeente en de gezondheid van onze inwoners (zie thema Groen). We zetten in op het klimaatbestendig maken van onze gemeente (zie thema Klimaat). Dat komt de gezondheid van inwoners ten goede.

30

Milieu Wat is milieu? Onder het milieu vallen de kenmerken van de leefomgeving die belangrijk zijn om ergens gezond te kunnen leven. Het gaat hierbij onder andere om de kwaliteit van lucht, water en bodem. Ook de beoordeling van geluid, geur en veiligheid passen bij het thema milieu. Het gaat hierbij om wat we om ons heen ervaren. Milieu onderscheidt zich zo van het thema Gezondheid en welzijn. Bij dat thema is vooral gekeken naar gezondheidsbevordering. Het gaat daarbij om keuzes en mogelijkheden van bewoners zelf (zoals genoeg bewegen en gezond eten) en de inrichting van de ruimte (voldoende groen en plek om te bewegen). Bij milieu staat gezondheidsbescherming centraal. Waar staan we nu? Onze gemeente voldoet op het gebied van luchtverontreinigende stoffen ruimschoots aan de wettelijke normen. Dat betekent dat de uitstoot lager is dan wat is toegestaan. Op enkele plekken, zoals rond bedrijventerreinen of rondom enkele straten in het centrum van kern Dongen, is sprake van lichte verhogingen van de concentraties van fijnstof en stikstofdioxide. Deze vallen binnen de wettelijke normen, maar het kan nog steeds negatieve effecten op de gezondheid hebben. Soms leidt het stoken van hout tot overlast. Houtstook is na verkeer de grootste emissiebron van fijnstof in onze gemeente. Vooral op de doorgaande wegen in en naar de kern Dongen is de geluidsbelasting hoog (zie afbeelding).

Ook is er sprake van zware geluidsbelasting op bedrijventerrein Tichelrijt.

Geurbelasting van agrarische bedrijven speelt vooral een rol in het oostelijke deel van het buitengebied. Geurbelasting van industrie komt voornamelijk voor bij Tichelrijt. Met name de wijken Crispijnhof, Exterbroek en de Heuvelstraat hebben er last van. In onze gemeente zijn er twee wateren met een Kaderrichtlijn Water (KRW)-status: de Donge en het Wilhelminakanaal. Zoals bij bijna ieder open water in Nederland, is de ecologische status hier matig tot ontoereikend. De waterbeheerders (Rijkswaterstaat van het Wilhelminakanaal en Waterschap Brabantse Delta van De Donge) zetten zich in om uiterlijk in 2027 een goede status te bereiken. Wat komt er op ons af? De samenleving wordt zich steeds meer bewust van het belang van een gezonde leefomgeving. Daarnaast is er de afgelopen jaren veel aandacht voor de problemen rondom stikstof. Het gaat om het effect van stikstof op Natura 2000-gebieden, natuurgebieden die door beleid van de Europese Unie beschermd worden. In onze gemeente liggen geen Natura 2000-gebieden, maar de effecten van stikstofuitstoot kunnen vele kilometers verderop invloed hebben. Dat binnen onze gemeente geen Natura 2000-gebieden liggen, betekent dus niet dat 31

stikstof geen opgave is. Bij iedere belangrijke wijziging binnen een bedrijf of bij bouwprojecten moet de invloed van stikstof worden meegenomen. We zijn druk bezig om klimaatadaptief te ontwikkelen. Klimaatadaptatie wil zeggen: we passen de omgeving aan om beter om te gaan met de effecten van klimaatverandering. Als we optimaal met de effecten van klimaatverandering om kunnen gaan, dan noemen we dat klimaatbestendigheid. Bij nieuwbouw en renovatie houden we rekening met hittestress, watertekorten en wateroverschot. Meer hierover leest u bij Klimaat. Hoe zien we de toekomst van milieu? •

•

•

•

•

Schone lucht in onze gemeente vinden we vanuit het oogpunt van gezondheid van onze inwoners belangrijk. Houtstook draagt daar niet aan bij. We stimuleren vermindering van houtstook met voorlichting en communicatie hierover. Economische ontwikkeling (zoals het uitbreiden van bedrijventerreinen) mag geen grote negatieve effecten op het milieu (o.a. schone lucht en geluid) en daarmee op de gezondheid van onze inwoners hebben. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor milieueffecten (zoals geluid, geur, luchtkwaliteit en stikstof). Negatieve effecten op milieu (en daarmee ook op gezondheid) wordt zo veel mogelijk voorkomen. We zetten in op de revitalisering (opknappen) van bedrijventerreinen. De verstening op Tichelrijt en de Wildert moet worden tegengegaan. Bedrijven en gemeente hebben hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Mogelijkheden voor duurzame energieopwekking moeten overwogen worden, zolang er aandacht is voor landschap en milieu.

32

Recreatie en toerisme Wat is recreatie en toerisme? Onder recreatie verstaan we alle mogelijkheden voor eigen inwoners om hun vrije tijd te besteden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van sport of cultuur, maar ook via wandelen en varen. Onder toeristen verstaan we mensen die niet in onze gemeente wonen, maar er wel naartoe gaan om hun vrije tijd te besteden. Waar staan we nu? Onze gemeente biedt verschillende mogelijkheden op het gebied van recreatie en toerisme. Zo zijn er verrassende bezienswaardigheden, veel sport- en speelvoorzieningen en doet u een stap terug in de geschiedenis in museum De Looierij en bij De IJzertijdboerderij. Naast een aantal hotelaccommodaties, verblijfsrecreatie als een camping, een vakantiepark, een groepsaccommodatie en een aantal bed & breakfasts, komen er ook kleinschalige horecagelegenheden bij (bijvoorbeeld een theetuin in ’s Gravenmoer). Voor recreatie in het buitengebied zijn verschillende fiets- en wandelpaden aanwezig. Een snelfietsroute van Oosterhout naar Tilburg wordt aangelegd. De Cammeleur is het cultureel centrum van onze gemeente, dat met een afwisselend theater- en podiumprogramma voor elk wat wils biedt. In de Cammeleur bevindt zich ook het Toeristisch Informatiepunt Dongen (TIP). Onze gemeente profileert zich bovendien als een échte trouwgemeente, met verschillende mooie trouwlocaties.

Het aandeel van toerisme en recreatie in de werkgelegenheid is de laatste jaren gedaald en relatief klein. Onze gemeente kent een bruisend verenigingsleven, dat er mede toe leidt dat er veel evenementen worden georganiseerd. Het verenigingsleven draagt bij aan de culturele identiteit van onze gemeente. Wat komt er op ons af? Een kenmerk van het thema recreatie en toerisme is dat ontwikkelingen snel gaan. De sector groeit en is sterk afhankelijk van de ruimte die mensen hebben om geld uit te geven aan leuke dingen. De vraag naar duurzame vormen van recreatie en toerisme en ‘groene vakanties’ neemt toe. Ook COVID-19 heeft nog altijd invloed op de manier van recreëren. We zoeken meer vormen van recreatie en toerisme in eigen land op en verkennen meer plekken in de eigen regio. Ook wandelen we vaker en langer. Hoe zien we de toekomst van recreatie en toerisme? • • • • •

We staan open voor initiatieven op het gebied van recreatie en toerisme. We gaan aan de slag met de gebiedsvisie/programma Kanaalzone Noord. Daarin verbinden we de kanaal-, sport- en ecologische verbindingszone. We onderzoeken de ontwikkelingsmogelijkheden van recreatieve wandel- en fietspaden. (Verblijfs)recreatie in het buitengebied is welkom, zolang landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast en rust, groen en ruimte behouden en versterkt worden. We verbeteren de recreatieve fietsroutes in de richting van de omliggende gemeenten. Daarmee versterken we de faciliteiten voor extensieve recreatie in onze gemeente.

33

Werken en ondernemen Wat is werken en ondernemen? Werken en ondernemen kan breed opgevat worden. We hebben het niet alleen over werkgelegenheid, het gaat ook over de sectoren waarin deze werkgelegenheid te vinden is. En het gaat over de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor specifieke vormen van werkgelegenheid. Die aantrekkelijkheid noemen we ook wel vestigingsklimaat en wordt bepaald door onder andere de bereikbaarheid van onze gemeente, het opleidingsniveau van bewoners en de regels die wij stellen. Waar staan we nu? De leerindustrie heeft een duidelijke stempel op onze gemeente gedrukt. In de negentiende en twintigste eeuw zorgde deze sector voor veel werkgelegenheid. Hoewel de bedrijvigheid tegenwoordig is veranderd, zijn de oude leerlooierijen nog steeds in onze gemeente te vinden. Tegenwoordig bieden we ruimte aan bedrijven in drie gebieden: • bedrijven op bedrijventerreinen; • bedrijven (aan huis) in de kernen; • bedrijven in het buitengebied. Binnen deze verdeling is ook sprake van een grote variëteit aan bedrijven. Relatief groot is de Dongense industriesector. Meer dan een kwart van de banen in onze gemeente zijn banen in deze sector. Er bevinden zich twee grote bedrijventerreinen in onze gemeente: Tichelrijt en De Wildert. Op de bedrijventerreinen zijn veel bedrijven gevestigd die tot de sector bouwnijverheid en groothandel behoren.

Tichelrijt en De Wildert bieden banen aan duizenden mensen. Op Tichelrijt zijn bijna honderd bedrijven gevestigd, waaronder een aantal toonaangevend. De Wildert biedt ruimte aan vier grote bedrijven, waarvan Coca-Cola het meest bekend is. In de kern van Dongen zijn veel detailhandelszaken gevestigd. Ook zijn er kantoren, horecagelegenheden en supermarkten. Het buitengebied kenmerkt zich vooral door agrarische bedrijven en (in mindere mate) door recreatieve bedrijvigheid. Daarmee biedt onze gemeente ruimte aan veel verschillende soorten bedrijven. Wat komt er op ons af? Een landelijke ontwikkeling is dat er leegstand van bedrijvenwinkels en bedrijfspanden ontstaat. Leegstand is tekenend voor deze tijd waarin door digitalisering ons dagelijks leven verandert. Veel producten (boeken, kleding en boodschappen) kunnen via internet besteld worden. Dit soort digitalisering leidt tot minder winkels en meer behoefte aan logistiek. Hierdoor verandert ook het gebruik van voorzieningen. De dienstverlening van bijvoorbeeld banken en onze gemeente verandert door deze digitalisering. Dit kan leiden tot leegstand van bedrijven en kantoren, al is er in onze gemeente maar een beperkt aantal zelfstandige kantoorgebouwen. In Dongen zien we deze trend niet terug. De afgelopen jaren is de winkelleegstand in Dongen gelijk gebleven.

Leegstaande gebouwen vragen om een nieuwe invulling om negatieve effecten op de veiligheid van de fysieke leefomgeving te voorkomen. Ook op de bedrijventerreinen is er in onze gemeente momenteel geen leegstand van bedrijfspanden. Het is wel van belang om de ontwikkelingen hier te blijven volgen. Prognoses laten zien dat er in de regio Midden-Brabant ook juist behoefte is aan nieuwe bedrijfsruimte. Andere algemene trends die voor dit thema van belang zijn: •

•

•

Dalende beroepsbevolking: we hebben te maken met een sterke vergrijzing die gepaard gaat met een forse afname van de beroepsbevolking. Dit draagt bij aan de toenemende vraag naar internationale werknemers. Het belang van duurzaamheid: de toenemende vraag van de consument om duurzame producten/diensten of een intensiever bezoek aan bedrijven die op maatschappelijke verantwoorde wijze werken. Klimaatadaptatie: een veranderend klimaat zorgt voor hittestress (zie Klimaat) en wateroverlast, ook op de bedrijventerreinen. Dit vergt meer ruimte voor groen en water. Op bedrijventerrein Tichelrijt kunnen 34

• •

•

•

we hittestress tegengaan, door in te zetten op vergroening, in plaats van verstening. De groene buffer om het terrein van de Wildert moet worden behouden. Energietransitie: om de overgang te maken naar energieneutraal zullen bedrijven(terreinen) moeten worden verduurzaamd en is meer ruimte nodig voor energievoorzieningen. Circulaire economie: een duurzame economie, waarin we producten slim ontwerpen, hergebruiken, repareren en vervolgens recyclen, zodat de grondstoffen waarvan een product ooit gemaakt is opnieuw beschikbaar zijn. Om dit te bereiken moeten bedrijven samenwerken en hun processen (aan elkaar) aanpassen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen: bedrijven dragen verantwoordelijkheid voor de maatschappij. Het bedrijf werkt niet alleen voor de winst (profit), maar heeft ook aandacht voor de mensen en de samenleving (people) en een duurzame omgeving (planet). Technologische ontwikkelingen: de toenemende digitalisering, robotisering, 3D printing en dergelijke zullen hun weerslag hebben op de manier hoe we werken en ondernemen.

Hoe zien we de toekomst van werken en ondernemen? • • • •

• • •

We behouden en versterken het goede vestigingsklimaat van onze gemeente. Economische ontwikkelingen mogen het unieke karakter van onze gemeente niet schaden. We zetten in op het combineren van bedrijvigheid en landschapselementen. We zetten in op de revitalisering van bedrijventerreinen. De verstening op Tichelrijt moet worden tegengegaan. Bedrijven en gemeente hebben hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid; We richten ons eerst op het revitaliseren van bestaande bedrijventerreinen. Vervolgens kunnen we de mogelijkheden van duurzame uitbreiding en ontwikkeling bekijken. Deze ontwikkelingsruimte is aanwezig ter plaatse van Tichelrijt Zuid en Tichelrijt III (nu grotendeels bestemd en in gebruik als zonnepark). Binnen het regionale afsprakenkader zijn deze terreinen in beeld als kleinschalig functionele en stedelijke terreinen voor vraaggerichte ontwikkeling. Regionaal is afgesproken dat we het overaanbod van kantoren terugdringen en vraaggericht ontwikkelen. MKB-ontwikkelingen vinden zoveel mogelijk plaats op bestaande locaties in de regio. We blijven inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt stimuleren en ondersteunen. Internationale medewerkers zijn noodzakelijk en welkom. De beleidsregel tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten 2019 draagt eraan bij dat er adequate huisvesting voor deze werknemers wordt gefaciliteerd.

35

36

Agrarische sector Wat is de agrarische sector? Agrarische bedrijven houden zich bezig met het verbouwen van groenten en fruit of het houden van dieren (veehouderijen). Veel agrarische bedrijven gebruiken akkers of weilanden voor hun productie: ze zijn grondgebonden. Een grondgebonden veehouderij laat koeien bijvoorbeeld in de wei lopen. Waar staan we nu? Het buitengebied van onze gemeente biedt ruimte aan verschillende functies, zoals landbouw, natuur en recreatie. De agrarische sector neemt een prominente plek in het buitengebied in. Een groot deel van het buitengebied bestaat namelijk uit agrarisch grondgebied. De meeste agrarische bedrijven bevinden zich ten noordoosten van de kern Dongen. De agrarische sector binnen onze gemeente kenmerkt zich voornamelijk door tuinbouwbedrijven en melkveehouderijbedrijven. Een concentratie van glastuinbouwbedrijven bevindt zich ten noordoosten van de kern Dongen. Op grond van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant bevindt zich hier een glastuinbouw doorgroeigebied, waardoor hier ontwikkelingsmogelijkheden voor de aanwezige glastuinbouwbedrijven aanwezig zijn. In de agrarische sector zijn al jaren twee trends gaande: schaalvergroting en intensivering. Kleinere agrarische ondernemingen komen hierdoor voor de keuze te staan om hun traditionele landbouwactiviteiten te verbreden of zelfs te beëindigen.

Hierdoor komen boerderijen leeg te staan, dit noemen we ook wel vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB). Relatief veel van deze VAB’s bevinden zich in de historische linten. Een voorbeeld hiervan is de Eindsestraat. Wat komt er op ons af? Bedrijven in de landbouw en veehouderij moeten groeien of verbreden om succesvol te kunnen zijn. In onze gemeente zien we de agrarische bedrijven steeds groter worden. Andere bedrijven stoppen juist, omdat ze de benodigde ontwikkeling niet kunnen maken. Dit betekent dat we in het buitengebied steeds grotere agrarische bedrijven zien en de kleine bedrijven verdwijnen. Het strenge stikstofbeleid (zie Milieu) en de stijgende energie- en gasprijzen zorgen ervoor dat de ondernemers in de (glas)tuinbouw en agrariërs het ook moeilijk hebben. Dit kan betekenen dat deze (veelal grote) bedrijven noodgedwongen moeten stoppen. Dit zorgt voor lege gebouwen en gronden, waarvoor een andere invulling nodig is (ruimtelijk beleid). Boerderijen die leegkomen doordat bedrijven stoppen noemen we Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) . VAB’s kunnen gebruikt worden voor statische opslag (caravans/boten), recreatie en lichte bedrijvigheid. Door VAB's nieuwe invulling te geven, voorkomen we ondermijning, waarbij criminele activiteiten plaatsvinden (denk bijvoorbeeld aan drugs). Ook in het buitengebied houden we rekening met klimaatverandering.

Door de opwarming van ons klimaat valt steeds meer regen in korte tijd. Het water moeten we opvangen en daar is ruimte voor nodig. Deze ruimte bestaat in het buitengebied, bijvoorbeeld op plekken waar agrarische of glastuinbouwgronden zijn vrijgekomen. Net als in andere sectoren zien we in de agrarische sector een beweging naar meer digitalisering en duurzamere vormen van productie. De agrarische sector kan hierdoor minder arbeidsintensief worden. Verduurzaming in de agrarische sector leidt tot allerlei innovaties. Bovendien wordt de transitie naar kringlooplandbouw verder gestimuleerd, mede door de stikstofproblematiek is dit nodig. Het behouden en versterken van het maatschappelijk draagvlak van de agrarische sector in een landelijke uitdaging die het nodig kan maken dat agrarische bedrijven meer aandacht gaan besteden aan innovaties. Hoe zien we de toekomst van de agrarische sector? • •

We behouden het agrarische karakter van het buitengebied. We stimuleren de transitie naar duurzame/circulaire landbouw. Welke maatregelen we hiervoor nemen, moet nog verder worden uitgewerkt (mede in het licht van de landelijke stikstofproblematiek). 37

•

•

• • •

De ondernemers in het buitengebied worden waar mogelijk geholpen om een goede balans te vinden tussen agrarische ontwikkelingen, landbouwfuncties, landschappelijke waarden en ontwikkelingen zoals recreatie. In beginsel gaan we terughoudend om met het toestaan van zonnepanelen op onbebouwde gronden. Het afwegingskader uit de REKS is leidend. Het kader over het toestaan van zonnepanelen op onbebouwde gronden moet nog worden gemaakt, maar er zal sprake zijn van terughoudend beleid. Zonneweides in buitengebied zijn niet mogelijk wanneer hiervoor onbebouwde grond moet worden opgeofferd. Dit is in de REKS en met de provincie afgesproken <link>. Er zijn wel mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en zonnepanelen bij multifunctioneel ruimtegebruik (zie ambitie duurzame toekomst). Er is in het buitengebied ook ruimte voor natuur/natuurinclusieve landbouw. We werken aan beleid voor de omgang met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (VAB). We bieden ruimte voor ontwikkeling van bestaande glastuinbouwbedrijven in het doorgroeigebied glastuinbouw ten noordoosten van de kern Dongen.

38

Groen Wat is groen? Het huidige Nederlandse landschap is grotendeels door mensenhanden gemaakt. Het thema natuur en groene omgeving gaat niet alleen over afgebakende natuurgebieden. Natuur omvat onze directe omgeving en gaat over water, groen en beplanting en biodiversiteit. Natuur en een groene omgeving zijn belangrijke factoren in onze waardering van onze leefomgeving. Ze kunnen bijdragen aan het behalen van doelen op het gebied van klimaatadaptatie. Een brede straat met veel bomen is in de zomer bijvoorbeeld koeler dan een (smalle) straat zonder bomen en alleen verharding. Ook is groen goed voor de opvang van (overtollig) water. Het agrarisch gebied draagt bij aan de groene omgeving. Verschillende, met name epidemiologische onderzoeken, laten zien dat groen kan bijdragen aan een betere nachtrust, het verminderen van stress, het verbeteren van de stemming, concentratie en het algehele geluksgevoel. Waar staan we nu? De kernen in onze gemeente kennen wisselende aanwezigheid van groene gebieden. Met name op het bedrijventerrein Tichelrijt is zeer weinig groen aanwezig. Ook de wijk West 2 kent relatief weinig groene plekken. In de rest van onze gemeente wisselen groenstroken en parken zich af met bebouwd gebied. In het bebouwde gebied zorgen groene tuinen en bomen voor lokaal groen. Ook wat dat betreft zijn er verschillen in de kern Dongen.

De wijken West 1 en 2 kennen bijvoorbeeld relatief veel versteende tuinen. ’s Gravenmoer heeft een groen karakter. In onze gemeente zijn enkele gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gaat daarbij om het Wilhelminakanaal en enkele relatief kleine gebieden aan de rand van onze gemeente. Ook de Donge heeft een ecologische doelstelling. Er bevindt zich geen Natura 2000-gebieden. Hoewel er relatief weinig natuurgebied in onze gemeente is, gaat onze gemeente met zorg om met het groen en de natuur. Als er natuur aangetast wordt, compenseert onze gemeente dat. Wat komt er op ons af? Vooral in de twintigste eeuw is er veel gebouwd in Nederland. Dit is ten koste gegaan van natuur en agrarisch gebied. Natuurgebieden werden steeds kleiner. Door de aanleg van wegen zijn gebieden versnipperd geraakt. De natuur heeft veel ruimte moeten maken voor landbouw en steden. Dit had allerlei gevolgen voor de natuur dichtbij, zoals verdroging van de grond, vermesting en verzuring. Klimaatverandering heeft gevolgen voor de natuur. Een verhoging van de temperatuur kan bijvoorbeeld leiden tot het uitsterven van planten en dieren die nu nog in Nederland voorkomen. Het uitblijven van strenge winters kan gevolgen hebben voor de vogeltrek. Breder heeft klimaatverandering grote gevolgen voor de biodiversiteit. Zo staat het leefgebied van bijen, vlinders en insecten onder druk.

Maar ook plantensoorten verdwijnen of doen het juist heel erg goed door veranderende omstandigheden. Door nieuwe ontwikkelingen zoals de Energietransitie, ontwikkelingen in de landbouw (Agrarische sector) en de behoefte aan meer woningen (Wonen), heeft onze groene ruimte het moeilijk. Duidelijk is dat we oplossingen moeten zoeken in een meer integrale aanpak. Dit betekent dat we per gebied de verschillende uitdagingen en kansen bekijken en keuzes maken. Dit wordt ook “landschap-inclusief omgevingsbeleid” genoemd. Hoe zien we de toekomst van de groene omgeving? •

•

We verkiezen vergroening boven verstening. Bij planontwikkeling is behoud of realisatie van voldoende groen een belangrijk aandachtspunt. Groen draagt bij aan vergroting van biodiversiteit en bevordert de (mentale) gezondheid en het welzijn van mensen. Groen voorkomt hittestress in de fysieke leefomgeving waardoor onze gemeente beter bestand is tegen klimaatverandering. We willen een ‘groene’ gemeente zijn met een voldoende groene buffer aan de gemeentegrenzen. Hiervoor kiezen we voor een groene zone langs de grenzen van onze gemeente. Deze groene zone is en wordt op verschillende manieren ingevuld. Zo wordt bij bedrijventerrein Tichelrijt een landschappelijke inpassing gerealiseerd rond het terrein. Bij bedrijventerrein de Wildert is een 39

• •

ecologische inrichting in aanleg, genaamd de Wildertse Arm. In het gebied tussen de kernen Dongen en Oosterhout kiezen we voor een groene bufferzone. Deze bufferzone wordt ingericht als landschapszone en zone voor recreatie, beweging en ontmoeting. Langs de oost- en noordkant van de gemeente voorkomt een combinatie van onbebouwde agrarische percelen, extensief recreatief gebruik en ecologische verbindingszones dat verdere verstedelijking aan de randen plaatsvindt en wordt hiermee een groene zone langs de gemeentegrenzen geborgd. We leggen nieuw groen aan en zorgen voor compensatie wanneer natuur verloren gaat. We blijven ons inzetten voor een vitaal buitengebied met een groen karakter.

40

Klimaat Wat is klimaat? Mensen hebben invloed op het klimaat. Door alles wat we uitstoten (door machines, auto’s en allerlei activiteiten) komen er gassen in de lucht met diverse gevolgen. De uitstoot van bijvoorbeeld CO2 is zo groot dat het klimaat verandert en de aarde opwarmt. Deze klimaatverandering heeft grote gevolgen: de zeespiegel stijgt en we hebben steeds vaker te maken met extreem weer. De kans bestaat dat veel plant- en diersoorten uitsterven. De uitdaging rondom de verandering van het klimaat en de manier waarop we hiermee omgaan, raakt ons allemaal en werkt overal in door. Het klimaat is daarmee een heel belangrijk thema om onze leefomgeving gezond en veilig te houden. Klimaatmitigatie betreft maatregelen waarmee we de opwarming willen beperken. We dragen hier aan bij door de CO2-uitstoot te verminderen en een energietransitie te maken. Deze vraagstukken hebben sterk met elkaar te maken. Energietransitie betekent dat we de oorzaak van klimaatverandering (gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas, benzine en diesel) proberen te verminderen. Klimaatadaptatie wil zeggen dat we de omgeving aanpassen om beter om te gaan met de effecten van de klimaatverandering. Als we daar optimaal mee om kunnen gaan, dan noemen we dat klimaatbestendigheid. Waar staan we nu? Onze gemeente is bezig met klimaatadaptatie. Daarvoor moeten verschillende zaken aangepakt worden.

Zo hebben sommige plekken in onze gemeente een middelgroot overstromingsrisico (eens in de 100 jaar). Hiervan is sprake in de wijk Beljaart en op bedrijventerrein Tichelrijt en ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Ook wateroverlast als gevolg van extreme neerslag en het beperkt waterbergend vermogen van de ondergrond is reëel. Zie de Milieuimpactbeoordeling voor wat betreft achtergrondinformatie over bodem, water en klimaatadaptatie. Onze gemeente heeft met hittestress te maken. Onder hittestress verstaan we de “aandoening veroorzaakt door extreme hitte, die zich uit in diverse lichamelijke klachten, waarbij mensen en dieren warmte niet kwijt kunnen”. De inrichting van de leefomgeving is van invloed op deze hittestress. In gebieden met veel bebouwing en verharding zal meer hittestress voorkomen dan op het platteland. Dat houdt in dat warmte binnen een stedelijke omgeving gemakkelijker blijft hangen. Omdat extreem warme dagen door klimaatverandering steeds vaker voorkomen, groeit ook dit probleem in versteende gebieden. De kern Dongen heeft op een warme dag lokaal te maken met een temperatuurstijging van 1,6 tot 1,8 graden Celsius boven de feitelijke buitentemperatuur. Ook op de bedrijventerreinen Tichelrijt en de Wildert is sprake van een hoog risico op hittestress. Hier kunnen de temperaturen 10 graden hoger zijn ten opzichte van het buitengebied.

Daar is namelijk veel verharding en weinig groen. Wat komt er op ons af? Om de schade van de klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken, moeten we maatregelen nemen. We nemen maatregelen die ruimtelijke gevolgen hebben, zoals het aanleggen van waterbergingslocaties gebieden (wadi’s). Daarnaast kijken we of deze maatregelen samen te nemen zijn met andere uitdagingen die op ons af komen. We besteden aandacht aan het klimaatrobuust maken van de openbare ruimte (opvangen, bergen en geleidelijk afvoeren), omdat tijdens natte periodes rioleringen nu vaak overbelast raken. Het afkoppelen van regenwater is een belangrijke maatregel. Klimaatadaptatie en ruimtelijke adaptatie gaan hand in hand. We moeten onze kernen en het buitengebied zó inrichten dat we voorbereid zijn op het toekomstige klimaat. Dit noemen we ruimtelijke adaptatie. Daarbij is meerlaagse veiligheid belangrijk, dat betekent dat we het risico op overstromingen bestrijden door een combinatie van waterkeringen (laag 1), ruimtelijke ordening (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Op al deze niveaus worden maatregelen bedacht om dit te bereiken. Hierbij zien we ook dat gezocht wordt naar het combineren van de diverse opgaven. Het combineren van vraagstukken en oplossingen noemen we ook wel meekoppelkansen. Een meekoppelkans is bijvoorbeeld het 41

realiseren van een ‘dak’ van zonnepanelen boven een parkeerplaats. Deze meekoppelkansen kunnen enorme mogelijkheden opleveren, zoals het meenemen van klimaatadaptatie en duurzame energieopwek in het plannen voor nieuwbouw of in de (ruimtelijke) veranderingen die de energietransitie met zich meebrengt. We werken aan het doel ‘klimaatadaptatie verankeren in beleid en in 2050 klimaatbestendig zijn’. Dit doel bereiken we aan de hand van landelijk, regionaal en lokaal beleid. Op het gebied van klimaatadaptatie lopen er in Nederland twee grote beleidsprogramma’s: de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, dat onderdeel is van het Nationale Deltaprogramma. De regio Hart van Brabant, waar onze gemeente onderdeel van is, heeft een regionale Energie- en klimaatstrategie opgesteld. Hoe zien we de toekomst van het klimaat? •

•

• •

•

We willen het bewustzijn over de impact die bewoners hebben op hun eigen woonomgeving als het gaat om klimaatbestendigheid klimaatadaptatie vergroten bij onze inwoners. Wij kunnen deze opgave niet alleen oplossen. We hebben de betrokkenheid van inwoners nodig om onze gemeente klimaatbestendig te maken. U kunt hier bijvoorbeeld aan bijdragen door uw tuin groener te maken en minder tegels te leggen. Klimaatverandering zorgt steeds vaker voor extreem weer, met meer periodes van droogte en wateroverlast. De uitdagingen op het gebied van klimaatverandering zijn groot. Tegelijkertijd is er ook sprake van druk op de ruimte voor onder meer woningbouw, de energietransitie, natuur en landbouw. Onze bodem biedt daarvoor het fundament is hiervoor het leidend principe. Bij nieuwe initiatieven in de fysieke leefomgeving zijn bodem en water dan ook sturend. Klimaatadaptatie wordt een integraal onderdeel van alle beleidvorming. We gaan voor klimaatbestendige openbare ruimte locaties (zoals pleinen winkelgebieden en bedrijventerreinen) door de verhardingsgraad te verlagen. Dit draagt bij aan de gezondheid en welzijn van onze inwoners. We infiltreren regenwater door meer groen en wadi’s aan te leggen. leggen wadi’s aan in het groen en we benutten het groen als infiltratiemogelijkheid voor regenwater. Zo gaan we wateroverlast en verdroging tegen.

42

Energie Wat is de energietransitie? De energietransitie is de uitdaging om het gebruik van fossiele energie (energie opgewekt uit bijvoorbeeld kolen of aardgas) te verminderen. Uiteindelijk willen we volledig van fossiele energie af zijn. Fossiele brandstoffen zoals olie, aardgas en steenkolen zijn de bron van de meeste energie die we vandaag gebruiken. Het winnen (uit de grond halen) en gebruik van deze fossiele bronnen is niet alleen erg slecht voor het milieu, het is ook slecht voor onze gezondheid. De uitstoot van CO2 is zo groot dat het klimaat verandert en de aarde opwarmt. In het Klimaatakkoord van Parijs hebben we afspraken gemaakt en doelen bepaald over de veranderingen in het klimaat. De energietransitie is belangrijk om deze doelen en afspraken te behalen. Deze transitie omvat het massaal overstappen op duurzame energiebronnen die niet eindig zijn. Dit moet de CO2uitstoot verminderen en klimaatverandering tegengaan. Het doel van deze vermindering is om in 2050 helemaal geen fossiele energie meer te gebruiken. Energietransitie betekent ook dat er als vervanging van de fossiele energie, duurzame energie opgewekt moet worden. Duurzame energie is energie die opgewekt wordt uit de zon, de wind, of nieuwe technieken, zoals mogelijk energie uit de diepere aardlagen (geothermie). Het gaat ook over het verwarmen van gebouwen op andere manieren dan met aardgas.

Tot slot gaat de energietransitie over de infrastructuur (kabels, leidingen en verdeelstations) die nodig is om energie te verplaatsen. Dit vraagt met name ruimtebeslag in de ondergrond. De energietransitie raakt iedereen. Het is een opgave die bij veel thema’s terugkomt zoals wonen, werken en ondernemen en de agrarische sector. Het is ingewikkeld, omdat we de opwek van energie, de infrastructuur en ons gedrag moeten veranderen. Het is ook een opgave die op iedere gemeente, iedere organisatie en ieder mens in ons land afkomt. In het volgende deel gaan we in op wat dit concreet betekent voor onze gemeente. Waar staan we nu? Wij werken hard aan het behalen van de klimaat- en energiedoelen. Het doel is CO2-neutraliteit in 2050. De afgelopen tijd hebben we met de Hart van Brabant-gemeenten de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) opgesteld. Daarmee hebben we in kaart gebracht hoe en waar we energie kunnen besparen en duurzaam kunnen opwekken. Ook staat erin welke mogelijkheden er zijn voor het duurzaam verwarmen van onze huizen en hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. Daarnaast is de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld, waarin beschreven is hoe woningen stap voor stap van het aardgas afgaan.

In de uitvoering van de verduurzaming is onze gemeente, net zoals iedere andere gemeente, afhankelijk van technische ontwikkelingen, maatschappelijk draagvlak en financiële middelen die vanuit het Rijk worden ontvangen. Mede door de verduurzaming van onze energieopwekking wordt het elektriciteitsnet steeds intensiever gebruikt. Dat heeft ertoe geleid dat het elektriciteitsnet in Nederland op veel plekken overbelast is geraakt. Op 8 juni 2022 heeft TenneT, de beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet, transportschaarste in heel Brabant en Limburg aangekondigd. Dat betekent dat er in deze twee provincies – en dus ook in onze gemeente – geen ruimte meer is voor grootschalige afnemers van elektriciteit. Ook het op grote schaal terugleveren van elektriciteit is hier niet meer mogelijk. Er wordt hard gewerkt aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet, om te voorzien in het aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit. We houden in onze gemeente rekening met de huidige transportschaarste en de ontwikkeling van het elektriciteitsnet in de toekomst. Kijkend naar het energieverbruik en de CO2-uitstoot, valt op dat de industriesector hier een groot aandeel in heeft. Zo stoot de industriesector per inwoner meer dan tweeënhalf keer meer uit dan gemiddeld in Nederland. Het energieverbruik van de industriesector behelst zo’n 56 procent van het totale energieverbruik van onze gemeente.

Ardagh, Coca Cola en Trobas zijn voorbeelden van grootverbruikers. Het aardgasvrij maken van woningen is een belangrijk lange termijndoel, dat momenteel wordt voorbereid. Het isoleren van woningen is hierbij een belangrijke eerste stap.

43

Het aandeel hernieuwbare energie groeit in onze gemeente. Dat betekent dat meer en meer gebruikte energie duurzaam opgewekt is. Steeds meer daken zijn bedekt met zonnepanelen en er zijn twee zonneparken aangelegd. We staat nog voor een grote verduurzamingsopgave. Wat komt er op ons af? Daarnaast kijkt men of er mogelijkheden zijn om duurzame warmtenetten te realiseren of op bestaande aan te sluiten. De energietransitie heeft niet alleen gevolgen voor de manieren waarop wij onze woningen verwarmen. Ook bedrijven en organisaties moeten hun werkwijzen en energieverbruik verminderen om bij te dragen aan de energietransitie. De energietransitie heeft ook gevolgen hebben voor onze mobiliteit. Auto’s gaan in plaats van op benzine of diesel rijden op elektriciteit, waterstof, duurzaam biogas of een combinatie van (duurzame) energiedragers. Hoe zien we de toekomst van energietransitie? •

• • •

•

•

We gaan voor een aardgasvrije toekomst. We zijn gestart en gaan door met uitvoeringsplannen zoals is aangegeven in de TVW. We houden rekening met natuurlijke omschakelingsmomenten om te verduurzamen. Ook werken we aan een 95% CO2-neutrale toekomst in 2050. Energiebesparing is cruciaal. Hiervoor volgen we de aanpak uit de vastgestelde Transitievisie Warmte. Isoleren en gedragsverandering zijn de eerste stappen. Er zijn mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en zonnepanelen met dubbel ruimtegebruik (zie Ambitie Het klimaat). We hebben veel dakoppervlak, we moeten kijken naar de capaciteit voor zonneenergie. Met alleen zon op dak kunnen we de doelstellingen voor 2050 niet halen. Of en onder welke voorwaarden zonneweides mogelijk zijn op onbebouwde grond, wordt nog nader uitgewerkt. Windturbines zijn niet toegestaan vanwege de radargevoeligheid en aanvliegzones van Defensie. We onderzoeken of kleinere windturbines (< 25 meter) wel mogelijk zijn. Daarbij is behoud van de landschappelijke kwaliteit een belangrijk aandachtspunt. De energietransitie kent ook sociale gevolgen. Komende jaren zal extra aandacht nodig zijn voor de betaalbaarheid van de energietransitie en voor het voorkomen van energie-armoede.

44

Circulariteit Wat is circulariteit? Circulariteit gaat ervan uit dat producten van nu de grondstoffen zijn voor later: na gebruik kunnen producten gedemonteerd worden en de materialen opnieuw worden gebruikt. Circulariteit gaat dus uit van een wereld zonder afval. Het staat tegenover de huidige benadering waarbij we steeds nieuwe producten aanschaffen, gebruiken en weggooien. Deze wegwerp- en vervangcultuur heeft een enorme impact op de aarde. Circulariteit is geen doel op zich, maar een strategie voor het bereiken van 2 belangrijke internationale beleidsdoelen: 1. 2.

het tegengaan van de uitputting van grondstoffen; het beperken van klimaatverandering.

Waar staan we nu? Circulariteit speelt op verschillende terreinen in onze gemeente een rol. In het kader van de Circulaire Economie werkt onze gemeente aan een Grondstoffenbeleidskader. Daarbij is de transitie van afval naar grondstoffen het uitgangspunt. Onze gemeente wil zo ook een belangrijke bijdrage aan de vermindering van de CO2-uitstoot leveren. In onze gemeente wordt relatief veel afval ingezameld, maar de afgelopen jaren is er een daling ingezet. Uit een goede afvalscheiding komen veel herbruikbare grondstoffen vrij, die bij voorkeur gebruikt worden om nieuwe producten te maken. Zo is er minder energie voor de productie nodig. Afval kan ook worden gebruikt voor de productie van duurzame energie. Circulariteit speelt een rol in de landbouw. Steeds meer agrarische bedrijven zetten hier actief op in. De afgelopen jaren is de nadruk steeds meer op circulariteit komen te liggen. Tegenwoordig is er vooral nationaal en regionaal circulariteitsbeleid op onze gemeente van toepassing. Wat komt er op ons af? We zijn ons steeds bewuster van de effecten die ons afval hebben op het milieu en het klimaat. De plastic soep in de oceanen wereldwijd is een beeld wat mensen raakt. Er zijn grote afvalstromen aan plastic, papier, glas, grofvuil en restafval. In onze gemeente staan we aan de lat om hiermee aan de slag te gaan. We willen niet dat ons afval in het milieu terecht komt.

Wij kunnen reststromen en oude producten een tweede leven bieden, zodat grondstoffen een leven lang mee gaan. Oftewel, we worden circulair. Hiervoor is goede afvalscheiding nodig. Ook stimuleren we ondernemers om circulair te worden. Hoe zien we de toekomst van circulariteit? • • • •

•

Het uitgangspunt is dat we zo veel mogelijk circulair zijn. We brengen in beeld hoe we de circulaire economie in het gemeentelijk beleid kunnen versterken. Onze gemeente wil circulair denken bij inwoners introduceren door hier voorlichting over te geven. We beperken de hoeveelheid restafval die inwoners inleveren tot 30 kg per persoon per jaar in 2025. Dat maakt inwoners bewuster van hun consumptiegedrag en de noodzaak om afval goed te scheiden. We bouwen duurzaam en circulair en houden rekening met de woon- en leefomgeving. We stimuleren en doen mee aan innovaties op het gebied van duurzame woningbouw, zoals circulair bouwen en aanbesteden. We bouwen duurzaam en circulair en houden rekening met de woon- en leefomgeving. We stimuleren en doen mee aan duurzame woningbouw experimenten, zoals waterneutraal bouwen (o.a. afname van verharding en toename van waterberging) en inwonerinitiatieven. Bij aanbesteding van werken, leveranties en diensten voor gemeentelijke taken streven we zoveel mogelijk naar het gebruik van recyclebare producten of van producten die al gerecycled zijn.

45

Bereikbaarheid Wat is bereikbaarheid? Een goede bereikbaarheid zorgt ervoor dat inwoners gemakkelijk mee kunnen doen aan activiteiten. Bereikbaarheid voor iedereen is een belangrijk thema. Niet alleen voor mensen met een handicap, maar bijvoorbeeld ook voor ouders met een kinderwagen, ouderen met rollators en mensen met winkelwagens. Bewoners kunnen zich lopend verplaatsen, maar ook gebruik maken van vervoersmiddelen als de fiets, auto en bus. Op welke manier zijn bijvoorbeeld bedrijven en winkels te bereiken? Alleen met de auto of ook met de fiets en de bus? Een goede bereikbaarheid zorgt ervoor dat mensen gemakkelijk mee kunnen doen aan activiteiten: werken, winkelen, recreëren en ontmoeten. Op die manier kan iedereen onderdeel zijn van de samenleving. Zoals hiervoor benoemd moet voor mensen met een beperking de openbare ruimte ook op orde en toegankelijk zijn. We zetten ons in voor de rechten van personen met beperkingen op verschillende levensterreinen, zoals omschreven in het verdrag van de Verenigde Naties. In dit verdrag is de opdracht aan gemeenten opgenomen om geleidelijk toe te streven naar een inclusieve samenleving. Waar staan we nu? Inwoners van onze gemeente verplaatsen zich voor school, werk, boodschappen, winkelen en nog veel meer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12640893/1