2021-013646 Bijlage 3- Was-wordt-lijst APV
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging Algemene plaatselijke verordening
In de nieuwe APV zijn de nieuwe woorden vet gedrukt. In de bestaande tekst zijn de woorden waaraan iets verandert onderstreept. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 zijn vastgesteld; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening van de gemeente Dongen daaronder wordt verstaan; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. i. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; j. college: het college van burgemeester en wethouders; k. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.
1/101
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, van de Bouwverordening van de gemeente Dongen 2017; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
www.gemeenteAltena.nl www.dongen.nl
-
-
-
Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2.Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3.In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:10a, tweede lid, 2:11 of 4:11.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Nieuwe tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
Artikel 1:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:3 indiening aanvraag
Nieuwe tekst Artikel 1:3
(gereserveerd)
(Vervallen)
Artikel 1:4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
Nieuwe tekst Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de
1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de
2/101
www.dongen.nl
daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Nieuwe tekst Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Nieuwe tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt.
Artikel 1:7 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
3/101
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of de houder dit verzoekt.
Nieuwe tekst
www.dongen.nl
Artikel 1:7 Termijnen
Artikel 1:7 Termijnen
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
1.De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 1:8 Weigeringsgronden De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.
Nieuwe tekst Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
Nieuwe tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2.Degene die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich
4/101
www.dongen.nl
3.Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5.Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Artikel 2:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:2 Optochten
Nieuwe tekst Artikel 2:2
(Vervallen)
(Vervallen)
Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Nieuwe tekst Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
1.Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begtrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de wet op de openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 72 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
5/101
www.dongen.nl
4.Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:4 Afwijking termijn
Nieuwe tekst Artikel 2:4
(Gereserveerd)
(Vervallen)
Artikel 2:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens
Nieuwe tekst Artikel 2:4
(Gereserveerd)
(Vervallen)
Artikel 2:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Nieuwe tekst Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2.Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3.Het verbod is niet van toepassingop het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
6/101
1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Nieuwe tekst
www.dongen.nl
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
Artikel 2:7 (Vervallen)
(Gereserveerd)
Artikel 2:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:8 Dienstverlening
Nieuwe tekst Artikel 2:8
(Gereserveerd)
(Vervallen)
Artikel 2:9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:9 Straatartiest 1.Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2.De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:10a Het plaatsen van voorwerpen op of aan de openbare plaatsen in strijd met de publieke functie ervan 1.Het is verboden een openbare plaats te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien degene die voornemens is dit te doen niet minimaal vier weken van te voren melding heeft gedaan aan het college. 2.Het college verbiedt het beoogde gebruik: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare
7/101
Nieuwe tekst Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder www.dongen.nl
plaats of voor het doelamtig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de openbare plaats; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet enminste een vrije doorgang van 1.50 m wordt gelaten op voetpaden en van 3.50 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 4.Het colelge kan in het belang van de openbare orde of de woon- of leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het plaatsen van voorwerpen op de openbare weg. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6.Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 7.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en c.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 8.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of Verordening wegen Noord-Brabant 2010. 9.Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
8/101
geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde, of de woon- en leefomgeving of de verkeersveiligheid nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameborden en spandoeken. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c.overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement.
Nieuwe tekst
www.dongen.nl
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereideingsbesluit. b. door het college in de overige gevallen. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt vorozien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Verordening wegen Noord-Brabant 2010, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde AVOI (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur) gemeente Dongen. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Dongen 2017. 5. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.De vergunning als bedoeld in het eerste lid is, in afwijking van het bepaalde in artikel 1:5, niet
9/101
Nieuwe tekst Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het www.dongen.nl
persoonsgebonden doch heeft een zakelijk karakter. 3.Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien de bruikbaarheid van de weg wordt aangetast; c. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; d. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; e. indien een perceel al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 5.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.
Artikel 2:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
verkeer op de weg; b. als door de uitweg de bruikbaarheid van de weg wordt aangetast; c. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; d. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of e. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan de vergunning worden geweigerd als door een uitweg of verandering van een bestaande uitweg een niet openbare parkeerplaats ontstaat of kan ontstaan in strijd is met een geldend bestemmingplan. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement.
Nieuwe tekst Artikel 2:13 Hinderlijke voorwerpen, modder of stoffen op de weg
(gereserveerd) 1. Het is verboden op een weg voorwerpen, modder of stoffen die aanleiding kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering van de weg of tot gevaarlijke situatie op de weg kunnen leiden, in directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over te brengen, te laten afvloeien of te laten vallen. 2. In het belang van de orde en netheid van de weg, de veiligheid van het verkeer, het voorkomen van beschadiging van het wegdek en de afwatering van de weg is het degene, door wiens handelen of toedoen een of meer voorwerpen, modder of stoffen als bedoeld in het eerste lid op een weg zijn geraakt, verboden deze daarop te laten.
10/101
www.dongen.nl
3. Met het oog op deze belangen dient de in het tweede lid bedoelde persoon de weg terstond dan wel op aanwijzing van een toezichthouder die krachtens artikel 6:2 met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde is belast te ontdoen of te laten ontdoen van voorwerpen of stoffen als bedoeld in het eerste lid Artikel 2:14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:4 Winkelwagentjes 1.De winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2.Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3.Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare
11/101
Nieuwe tekst Artikel 2:14 winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 3. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 4. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Nieuwe tekst Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Nieuwe tekst Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare
www.dongen.nl
nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.
Nieuwe tekst Artikel 2:17
(gereserveerd)
(Gereserveerd)
Artikel 2:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Nieuwe tekst Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
1.Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3 van het Wetboek van Strafrecht 3.De verboden zijn voorts niet van toepassing voor het roken plaatsvindt in gebouwen of aangrezende erven.
Artikel 2:19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Nieuwe tekst Artikel 2:19 (Vervallen)
1.Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2.Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
12/101
www.dongen.nl
3.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:19a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:19a Gevaarlijk voorwerpen
Nieuwe tekst
1.Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie en voor zover door het bij zich dragen van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.
Artikel 2:20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:20 Vallende voorwerpen
Nieuwe tekst Artikel 2:20
(gereserveerd)
(Vervallen)
Artikel 2:21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Nieuwe tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2.Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
13/101
1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
www.dongen.nl
Artikel 2:22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1.Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale vaarwegenverordening Noord-Brabant.
Nieuwe tekst Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
Nieuwe tekst Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:24 Begripsbepaling
Nieuwe tekst Artikel 2:24 Definities
1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
14/101
www.dongen.nl
toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening. 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement)
Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenement
15/101
publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; e. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; f. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; g. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; h. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 10:00 en 24:00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 40 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d.
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 18 vierkante meter per object.
Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning
www.dongen.nl
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Geen vergunning is vereist voor een eendaags buurtgebonden klein evenement, indien: a. het aanatal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement tussen 10.00 uur en 24.00 uur plaast vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmereing vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator ten minste 14 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3.De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding als bedoeld in het tweede lid, onder g besluiten een eendaags buurtgebonden klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat door het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. a. het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor het organiseren van kleinschalige evenementen zoals bedoeld in klasse B van het evenementenbeleid op de zogenoemde optreedlocatie in park Vredeoord, zulks in de periode 27 april tot en met 30 september 2019. b.
De burgemeester wordt gemandateerd om nader vast te stellen op welke dagen en tijdstippen kleinschalige evenementen als bedoeld onder a kunnen plaatsvinden en welke voorschriften hierbij dienen te worden nageleefd. 4.Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op: a. vechtsprotwedstrijden of – gala’s, waaronder in ieder geval wordt begrepen kooigevechten, kickboksevenementen, freefightevenementen en daarmee vergelijkbare activiteiten en al dan niet in wedstrijdverband georganiseerde
16/101
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. (Gereserveerd) 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste veertien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
www.dongen.nl
evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is; b. evenementen waaraan op basis van professionle sportbeoefening wordt deelgenomen; c. motortreffens, ride-outs en motorritten. 5.De burgemeester weigert de vergunning naast de in artikel 1:8 genoemde weigeringsgronden ook als: a. de organisator of bij de organisatie betreokken perso(o)n(en) van een evenementen als bedoeld in het vierde lid, onder a van slecht levensgedrag zijn; b. in het geval en onder voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6.Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 7.Op de vergunning paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring (Gereserveerd)
Artikel 2:26a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:26a Evenementen
Nieuwe tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Nieuwe tekst
1.Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. 2.Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. 3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie. 4.Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van
17/101
www.dongen.nl
de openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:27 Begripsbepalingen 1.In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: I. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; II. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of drankenworden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. 2.Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2.De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde
18/101
Nieuwe tekst Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare www.dongen.nl
op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; d. een bedrijfskantine of -restaurant; 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en - handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting dan wel b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6.De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. 7.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 2:28a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28a Opheffing vegunningplicht 1.De burgemeester kan, al dan niet op verzoek, bepalen dat het gestelde in artikel 2:28 niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide openbare inrichtingen. 2.De exploitatie van een openbare inrichting waarop een besluit als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van een openbare inrichting of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. De opheffing van de
19/101
wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 4.(Gereserveerd) 5. (Gereserveerd) 6. Op de aanvraag om een vergunning of vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 2:28a Overgangsregeling exploitatie openbare inrichting 1. Het verbod van artikel 2:28, eerste lid, geldt tot één jaar na inwerkingtreding van de Algemene plaatselijke verordening Dongen 2022 niet voor: a. een openbare inrichting die van de vergunningplicht is vrijgesteld in het Uitvoeringsbesluit APV gemeente Dongen, Opheffen vergunningplicht expoloitatie openbare inrichting van 12 december 2013, zoals dat luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Algemene www.dongen.nl
vergunningplicht wordt ingetrokken wanneer zich incidenten hebben voorgedaan waardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.
Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:29 Sluitingstijden 1.Het is de exploitant verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in een openbare inrichting te laten verblijven tussen 02.00 en 05.00 uur. 2.Het is de exploitant verboden een openbare inrichting, die geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt voor sociaalculturele doeleinden (ontmoetings-, buurt- en jeugdcentra e.d.), voor bezoekers geopend te hebben, of in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 01.00 uur en 05.00 uur. 3.Het is de exploitant verboden een openbare inrichting behorende bij of op een sportveld c.q. –park/accommodatie (kantines/clubhuizen), voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 24.00 en 05.00 uur.
20/101
plaatselijke verordening Dongen 2022; b. een openbare inrichting waaraan op grond van artikel 2:28, vijfde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de gemeente Dongen een vrijstelling van het verbod is verleend van artikel 2:28, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de gemeente Dongen, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Algemene plaatselijke verordening Dongen 2022. 2. De exploitant van een openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid is verplicht om binnen één jaar na inwerkingtreding van de Algemene plaatselijke verordening Dongen 2022 een aanvraag om een exploitatievergunning in te dienen. 3. Tot op de aanvraag is beslist, wordt de exploitant van een openbare inrichting geacht niet te handelen in strijd met het verbod van artikel 2:28, eerste lid. 4. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning als bedoeld in het tweede lid worden geen leges geheven.
Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 2:00 uur en 5:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 2:00 uur en 5:00 uur. 2. Openbare inrichtingen die geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor of bij activiteiten van sportieve aard zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 24:00 uur en 5:00 uur. 3. Openbare inrichtingen die geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor of bij activiteiten waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 1:00 uur en 5:00 uur. 4. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
www.dongen.nl
4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in de leden 1, 2 en 3 genoemde tijden. 5.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, lid 4, onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6.Het in de leden 1, 2, 3 en 4 bepaalde is niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve bschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2.Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin artikel artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te bevinden gedurende de tijd dat de inrichting krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn.
5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 7. Het eerste, tweede, derde en vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 8. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Nieuwe tekst Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen
Nieuwe tekst Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
1.In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene
21/101
www.dongen.nl
van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2.De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:33 Ordeverstoring
maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Nieuwe tekst Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
(gereserveerd) Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel; 2:34 (bestaande tekst) is artikel 2:33 (nieuwe tekst) geworden. Artikel 2:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:34 Het college als bevoegd Artikel 2:34 bestuursorgaan (Vervallen) 1.Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:31. 2.Indien een openbare inrichting een inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:31. Artikel 2:34a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:34a Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende dranken.
22/101
Nieuwe tekst Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank;
www.dongen.nl
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:34b Verbod ‘happy hours’ Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.