CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-012312 Bijlage 4 Ontwerpbestemmingsplan Hoge Ham 138-142

Besluitvormende raadsvergadering 30 september 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-012312 Vaststellen bestemmingsplan Hoge Ham 138-14224.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. 6.2.1 Participatietraject Vanwege de beperkingen rondom het coronavirus (Covid‐19) heeft ontwikkelaar De Bunte Vastgoed Zuid B.V. gezocht naar diverse (alternatieve) manieren om omwonenden, ondernemers, betrokkenen en overige belangstellenden te informeren over de beoogde ontwikkeling van het plangebied aan de Hoge Ham 138 ‐ 142 te Dongen. In bijlage 9 van voorliggend bestemmingsplan zijn diverse documenten in het kader van de omgevingsdialoog gebundeld weergegeven. Via een informatiebrief d.d. 25 juni 2020 is de directe omgeving op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen en het vervolgtraject. Ook is via deze brief gecommuniceerd welke mogelijkheden bestonden om vragen te stellen en opmerkingen te maken. In figuur 6.1 is het verspreidingsgebied van de verstuurde informatiebrief in beeld gebracht.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

66

Figuur 6.1

Verspreidingsgebied informatiebrief (Bron: De Bunte Vastgoed Zuid B.V.)

Tevens is er onder meer voor gekozen om een online presentatie te geven. Op basis van deze presentatie kreeg een ieder de mogelijkheid om vragen te stellen en reacties op het plan kenbaar te maken. Deze online presentatie is via diverse kanalen gepubliceerd op 3 juli 2020. Naast de informatiebrief en de online presentatie is de projectwebsite www.depostendenijverheid.nl in het leven geroepen om informatie te delen. Op deze website konden geïnteresseerden de online presentatie zien en de verschillende onderdelen van het (voorlopig) ontwerp bekijken, zoals de situatie, plattegronden, doorsnedes en impressies. Via deze projectwebsite werd eveneens de mogelijkheid geboden om vragen te stellen en/of reacties kenbaar te maken. Hiervoor kon het vragenformulier gebruikt worden of een e‐mail gestuurd worden naar het op de website vermelde e‐mailadres. Op zaterdag 11 juli 2020 heeft bij cultureel centrum 'De Cammeleur' te Dongen een fysieke informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Na aanmelding in een tijdsvak (11:00 ‐ 13:00) werden gesprekken gevoerd met omwonenden, ondernemers, betrokkenen en overige belangstellenden. Op deze informatiebijeenkomst zijn in totaal 17 huishoudens aanwezig geweest.

Circa drie weken nadat de informatiebrief is verstuurd, de website raadpleegbaar was, de online presentatie was gepubliceerd en de informatiebijeenkomst heeft plaatsgevonden heeft de ontwikkelaar de vragen en/of reacties vanuit de omgeving verzameld en waar mogelijk beantwoord. De algemene vragen en antwoorden zijn weergegeven in bijlage 9 van voorliggend bestemmingsplan en zijn op de projectwebsite gepubliceerd onder het kopje 'vragen en antwoorden'. In de maanden daarna hebben diverse aanvullende gesprekken tussen de ontwikkelaar en omwonenden plaatsgevonden.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

67

6.2.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd naar de vaste overlegpartners. De reacties zijn verwerkt in deze paragraaf. Waterschap Brabantse Delta De volledige reactie van het Waterschap is opgenomen als bijlage 10. Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan geeft het Waterschap een positief wateradvies. Provincie Noord‐Brabant De gemeente kan met behulp van het formulier 'Inventarisatie ruimtelijke aspecten' de kennisgeving van een plan of besluit in het kader van de Wro en Wabo elektronisch toezenden aan de Provincie Noord‐Brabant. Met dit formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten. Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan worden volstaan met het invullen van het formulier. In die gevallen ontvangt de gemeente via de e‐mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten in pdf‐formaat en is daarmee het wettelijk vooroverleg direct afgerond. Op basis van het in bijlage 11 opgenomen formulier kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling op provinciaal niveau geen belemmeringen oplevert. 6.2.3 Terinzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter visie gelegd.

Hierbij wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

68

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

bijlagen bij de Toelichting

Bijlage 1 Toelichting Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

Toelichting op de aanpak van milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'

1. Regeling toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten met behulp van milieuzonering Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vast te leggen is gebruikgemaakt van een milieuzonering. Een milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De gehanteerde milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een Staat van Bedrijfsactiviteiten is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Voor de indeling in de categorieën zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang: geluid; geur; stof; gevaar (met name brand- en explosiegevaar). Daarnaast kan de verkeersaantrekkende werking van een bedrijf relevant zijn.

2. Toepassing Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Algemeen In de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) zijn twee VoorbeeldStaten voor milieuzonering opgenomen, namelijk de 'VoorbeeldStaat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen' en de ' VoorbeeldStaat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging'. De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' (SvB 'functiemenging') is gebaseerd op de tweede VoorbeeldStaat in de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De SvB 'functiemenging' wordt gehanteerd in gebieden waar bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid zijn gesitueerd tussen woningen en/of andere gevoelige functies. Onderstaand wordt hier meer in detail op ingegaan. Het gaat in dergelijke gebieden in het algemeen om relatief kleinschalige bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. De toelaatbaarheid van activiteiten wordt voor dergelijke gebieden in de VNG-publicatie (en de SvB 'functiemenging') bepaald met behulp van op deze situaties toegesneden toelatingscriteria.

Functiemengingsgebieden In bestaande gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), wordt de SvB 'functiemenging' toegepast. Zoals in de VNG-publicatie reeds is aangegeven kan bij functiemengingsgebieden gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Daarnaast kan ook in (delen van) woongebieden waar enige vorm van bedrijvigheid aanwezig of gewenst is de SvB 'functiemenging' worden toegepast. Kenmerken van de activiteiten De activiteiten in dergelijke gebieden verschillen in het algemeen qua aard en schaal sterk van de activiteiten op een bedrijventerrein. Behalve in historisch gegroeide situaties gaat het in hoofdzaak om: kleinschalige, meestal ambachtelijke bedrijvigheid; bedrijven waarbij de productie en/of laad- en loswerkzaamheden noodzakelijkerwijs alleen in de dagperiode plaatsvindt; activiteiten die hoofdzakelijk inpandig geschieden. De toegepaste Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' De bovengenoemde criteria liggen mede ten grondslag aan de selectie van activiteiten die zijn opgenomen in de SvB 'functiemenging'.

In de SvB 'functiemenging' zijn de aspecten geluid, geur, stof en gevaar en de index voor verkeersaantrekkende werking (zoals aangegeven onder het kopje 'Regeling toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten met behulp van milieuzonering') in de categorisering opgenomen. Deze Staat is samengesteld volgens dezelfde methodiek als de betreffende VoorbeeldStaat uit de VNG-publicatie. Op twee punten is een andere werkwijze toegepast: In dit plan wordt alleen de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de Staat. In de SvB 'functiemenging' zijn daarom alleen de activiteiten opgenomen die passen binnen de definitie van bedrijf volgens de begripsbepalingen in de regels van dit bestemmingsplan1). De toelaatbaarheid van andere functies wordt in dit plan indien nodig op een andere wijze in de regels en op de plankaart van dit bestemmingsplan geregeld (bijvoorbeeld horecabedrijven via een afzonderlijke Staat van Horeca-activiteiten). Toegevoegd zijn enkele regelmatig voorkomende bedrijfsactiviteiten die in de lijst van de VNG-publicatie niet specifiek zijn opgenomen, maar wel aan de genoemde criteria voldoen zoals een ambachtelijke glas-in-loodzetterij en caravanstalling. Voor aannemers, SBI-code 45, heeft een nadere specificatie van de activiteiten plaatsgevonden met bijbehorende categorie-indeling die is afgestemd op de verwachte milieueffecten2) van deze activiteiten.

In de SvB 'functiemenging' is in de categorie-indeling een nader onderscheid gemaakt tussen categorie B1 en B2. Voor de toepassing in dit bestemmingsplan blijkt het onderscheid tussen categorie A en categorie B zoals beschreven in de VNG-publicatie te groot om de toelaatbaarheid van activiteiten voldoende af te kunnen stemmen op de kenmerken van de functiemengingsgebieden en het daarin te volgen beleid.

1) De VoorbeeldStaat 'functiemenging' van de VNG-publicatie omvat alle denkbare hinderlijke functies waaronder, naast bedrijven, ook horeca, kantoren en dienstverlening. 2) Inschatting van milieueffecten heeft plaatsgevonden op basis van dezelfde expertise die bij het opstellen van de nieuwe VNG-uitgave is gebruikt.

Categorie-indeling Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De SvB 'functiemenging' hanteert vier categorieën A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid die onderstaand uiteen zijn gezet. Categorie A Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1 Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan1). De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2 Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan.

Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C Activiteiten genoemd onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is.

3. Flexibiliteit De SvB 'functiemenging' blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door bedrijfsactiviteiten in te schatten. De inschalingen gaan uit van een gemiddeld bedrijf met een moderne bedrijfsvoering. Het komt in de praktijk voor dat een bepaald bedrijf als gevolg van een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een milieuvriendelijke werkwijze of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de SvB 'functiemenging' is verondersteld. In de regels is daarom bepaald dat het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning kan afwijken van de SvB 'functiemenging' en een dergelijk bedrijf toch kan toestaan, indien dit bedrijf niet binnen de algemene toelaatbaarheid past. Bij de SvB 'functiemenging' is deze mogelijkheid beperkt tot maximaal 1 categorie (dus bijvoorbeeld categorie B1 in plaats van A of categorie B2 in plaats van B1). Om deze omgevingsvergunning te kunnen verlenen, moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde bedrijven zich aandienen, waarvan de activiteiten in de SvB 'functiemenging' niet zijn genoemd, maar die qua aard en invloed overeenkomen met bedrijven die wel zijn toegestaan.

Met het oog hierop is in de regels bepaald dat het bevoegd 1) Dit betreffen bedrijven die in de 'VoorbeeldStaat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen' uit de VNG-uitgave voor alle milieuaspecten een richtafstand van maximaal 30 m hebben ten opzichte van een rustige woonwijk en voor het aspect gevaar zelfs een richtafstand van 10 m. Dergelijke bedrijven worden in de bestemmingsplanpraktijk, ook onder de oude VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2001), direct naast woningen in een gemengd gebied toegestaan.

gezag vestiging van een dergelijk bedrijf via een omgevingsvergunning kan toestaan. Om deze omgevingsvergunning te kunnen verlenen, moet op basis van milieutechnisch onderzoek worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met direct toegelaten bedrijven. Voor de concrete toetsing van een verzoek om afwijking middels een omgevingsvergunning wordt verwezen naar bijlage 5 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. SBI 93/SvB f oktober 2010

Bijlage 2 Toelichting Staat van Horeca‐activiteiten

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

Toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten Milieuzonering van horeca-activiteiten De problematiek van hinder door horecabedrijven onderscheidt zich als zodanig nauwelijks van de problematiek van hinder veroorzaakt door 'gewone' niet-agrarische bedrijven. Bij het opstellen van de Staat van Horeca-activiteiten en het daarmee samenhangende toelatingsbeleid is daarom aangesloten bij de systematiek van de Staat van Bedrijfsactiviteiten die al veel langer in bestemmingsplannen wordt toegepast. Ook voor horecabedrijven bieden de milieuregelgeving en de APV onvoldoende mogelijkheden om alle relevante vormen van hinder te voorkomen. De milieuzonering van horecabedrijven in het bestemmingsplan richt zich in aanvulling op deze regelgeving op de volgende vormen van hinder: geluidshinder door afzonderlijke inrichtingen in een rustige omgeving; (cumulatieve) geluidshinder buiten de inrichting(en) en verkeersaantrekkende werking/parkeerdruk. Analoog aan de regeling voor 'gewone' bedrijven worden bij de uitwerking van een ruimtelijk beleid voor hinderlijke horeca-activiteiten drie stappen onderscheiden: indelen van activiteiten in ruimtelijk relevante hindercategorieën; onderscheiden van gebiedstypen met een verschillende hindergevoeligheid; uitwerken van een beleid in hoofdlijnen: in welke gebieden zijn welke categorieën in het algemeen toelaatbaar.

De onderstaande toelichting gaat nader in op de gehanteerde hindercategorieën en het algemene toelatingsbeleid voor deze categorieën. Opgemerkt wordt dat naast de criteria ter voorkoming van ongewenste horeca-activiteiten ook ruimtelijk-functionele overwegingen een rol kunnen spelen bij het ruimtelijk beleid voor horeca-activiteiten. Wanneer relevant wordt daar in de plantoelichting apart op ingegaan. Gehanteerde criteria Voor een indicatie van de mate van hinder veroorzaakt door horeca-activiteiten bieden de richtafstandenlijsten uit de VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering' een goed vertrekpunt. De daar gehanteerde, nogal grove benadering behoeft echter voor een in de praktijk bruikbare Staat van Horeca-activiteiten aanvulling en nadere motivering. In aanvulling op de gegevens uit de VNG-publicatie is gebruikgemaakt van de volgende ruimtelijk relevante criteria: de voor verschillende soorten horeca-inrichtingen over het algemeen gebruikelijke openingstijden1); deze zijn voor het optreden van hinder uiterst relevant; het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening hanteren immers voor de dag-, avond- en nachtperiode verschillende milieunormen2); de mate waarin een bedrijfstype naar verwachting bezoekers en in het bijzonder bezoekers per auto en/of brommers (scooters) aantrekt.

Hierbij is voor categorie 1 een onderscheid gemaakt in oppervlakte om de verkeersaantrekkende werking van deze

1) Er wordt hier nadrukkelijk gesproken over openingstijden die normaal gesproken verbonden zijn aan het functioneren van een type horecabedrijf; de toelaatbare openingstijden van een individueel bedrijf worden niet via het bestemmingsplan bepaald maar middels de vergunning op grond van de APV. Uitgangspunt bij de Staat van Horecaactiviteiten is de openingstijden die een horeca-activiteit, mede gelet op de aard van de omgeving, nodig heeft om te kunnen functioneren. 2) Ruimtelijke relevant is bovendien dat deze gebruikelijke openingstijden in het algemeen kunnen verschillen per gebied (horeca bij klein winkelcentrum in woonwijk versus horeca in centrumgebied/uitgaansgebied)

1

Toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten

2

horeca-activiteiten in de categorisering op te nemen. Hierbij wordt uitgegaan van het vloeroppervlak van de betreffende horeca-activiteiten1). Categorieën van horeca-activiteiten Mede op grond van bovengenoemde criteria worden in de Staat van Horeca-activiteiten de volgende drie categorieën onderscheiden (waarvan één categorie met drie subcategorieën): 1. 'lichte horeca': Bedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, overwegend overdag en 's avonds zijn geopend en in hoofdzaak etenswaren en maaltijden verstrekken. Zij veroorzaken hierdoor slechts beperkte hinder voor omwonenden: restaurants, cafetaria's, ijssalons en dergelijke. Het gaat daarbij dus om bedrijven die uit een oogpunt van hinder vooral in rustige woongebieden niet wenselijk zijn. In gemengde gebieden en weinig gevoelige gebieden vindt mede in relatie tot de verkeersontsluiting een nadere afweging plaats; In deze categorie zijn de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a. qua exploitatie aan detailhandelsfunctie verwante horeca die in de praktijk nauwelijks van de eigenlijke detailhandel kunnen worden onderscheiden zoals ijssalons, cafetaria's, snackbars en dergelijke; met name in centrumgebieden kan het in verband met ruimtelijk-functionele aspecten gewenst zijn deze groep als afzonderlijke categorie te beschouwen; 1b. overige lichte horeca: restaurants, pensions en dergelijke; 1c.

bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking: grotere restaurants, grotere hotels; 2. 'middelzware horeca': Bedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, overwegend ook deels 's nachts geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: cafés, bars, biljartcentra. Deze bedrijven zijn over het algemeen alleen toelaatbaar in weinig gevoelige gebieden, zoals gebieden met primair een functie voor detailhandel en voorzieningen. Het kunnen ook bedrijven uit categorie 1 zijn die gelet op hun locatie en de aard van hun omgeving delen van de nacht geopend zijn, bijvoorbeeld een snackbar in een centrumgebied; 3. 'zware horeca': Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts moeten zijn geopend en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen (verkeersaantrekkende werking, daarmee gepaard gaande hinder op straat en parkeeroverlast): dancings, discotheken en partycentra. Deze bedrijven zijn alleen toelaatbaar in specifiek voor dergelijke bedrijven aangewezen gebieden. Bij de verschillende horecabedrijven zijn de activiteiten die in hoofdzaak worden uitgevoerd richtinggevend voor de categorie-indeling: de hoofdfunctie van het bedrijf wordt ingedeeld met behulp van de Staat van Horeca-activiteiten.

Ondergeschikte functies maken onderdeel uit van de hoofdactiviteit en worden niet bij de categorie-indeling betrokken. Zo is het verhuur van ruimtes/zalen bij een café een ondergeschikte activiteit die niet tot andere milieuhinder leidt: voor die ruimtes gelden dezelfde openingstijden als bij de hoofdactiviteit en deze ruimtes zijn in het algemeen beperkt in aantal en omvang. Voor hotels met bar geldt dat de bar in het algemeen een ondergeschikte activiteit betreft die bedoeld is als service richting hotelgasten: een dergelijke activiteit zal in het algemeen geen andere bezoekers aantrekken en leidt als ondergeschikte functie niet tot relevant andere milieueffecten. Flexibiliteit De Staat van Horeca-activiteiten blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door horeca-activiteiten in te schatten. De lijst van activiteiten is bovendien tijdgebonden. Het komt in de praktijk dan ook voor dat een bepaald horecabedrijf als gevolg van 1

Dat wil zeggen de totale bebouwde ruimte (inclusief opslag- en overige dienstruimten) en de totale onbebouwde ruimte inclusief terras voor zover deze binnen de horecabestemming is gelegen.

Toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten

3

een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een aangepaste werkwijze (bijvoorbeeld geen openstelling noodzakelijk in de nachturen) of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de Staat van Horeca-activiteiten is verondersteld. In het betreffende artikel van de planregels is daarom bepaald dat het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning kan afwijken van de Staat van Horeca-activiteiten en een dergelijk bedrijf één categorie lager kan indelen. Dit betekent bijvoorbeeld van categorie 3 naar 2. Bij categorie 1, met een onderverdeling in subcategorieën, wordt daarbij bedoeld dat een omgevingsvergunning tot de laagste subcategorie mogelijk is (dus van categorie 2 naar maximaal 1a, maar bijvoorbeeld ook van 1c naar 1b). Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. Deze beoordeling dient met name te worden getoetst aan het aspect geluidshinder. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde horeca-activiteiten zich aandienen, niet zijn genoemd in de Staat van Horeca-activiteiten. Wanneer deze bedrijven wat betreft milieubelasting gelijk kunnen worden gesteld met volgens de bestemmingsregeling toegestane horecabedrijven kan voor de vestiging van deze bedrijven eveneens een omgevingsvergunning worden verleend.

Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

44001629.20200637

1

Hoge Ham 138 – 142 Dongen Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

44001629.20200637

15-03-2020

projectleider:

opdrachtgever:

Ing. J.C.C.M. van Jole

De Bunte Vastgoed Zuid B.V.

auteur(s):

Ing. H.A.Q. Maas

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1. 1.2. 1.3.

3 3 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het project

5

2.1. 2.2.

Plaats van het project Kenmerken van het project

5 8

Kenmerken van de milieueffecten

10

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

10 10 11 11 11 12 12 13 14

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Bodem Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden

Conclusie

15

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

De Bunte Vastgoed Zuid B.V. is voornemens het plangebied aan Hoge Ham 138, 140 en 142 te Dongen te herontwikkelen ten behoeve van twintig appartementen en een commerciële plint. Het plangebied betreft de kadastrale percelen 1424, 1430 en 1429 en bestaat momenteel uit het pand van Kruidengilde Beex, het winkelpand van Scapino, het oude postkantoor en bijbehorende achterterreinen. Het planvoornemen is bekend onder de naam ‘De Post en de Nijverheid’. Hierin worden de panden van Scapino en het oude postkantoor gesloopt en komen op de begane grond nieuwe commerciële ruimtes met daarboven appartementen terug. Het pand van het voormalige Kruidengilde Beex wordt niet gesloopt, maar in de nieuwe ontwikkeling opgenomen. Aan de achterzijde van deze drie panden zal aan de Dr. Willem Dreeslaan een nieuw appartementengebouw met de naam ‘De Nijverheid’ worden gerealiseerd. Voor de locatie geldt het bestemmingsplan 'Centrum' (onherroepelijk vastgesteld op 24 oktober 2013). De gronden in het plangebied hebben de bestemming 'Centrum'. Daarnaast geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie – 1' en geldt gedeeltelijk de functieaanduiding 'erf'. De beoogde ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan. Door middel van een nieuw bestemmingsplan kan de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D11.2 van de bijlage opgenomen dat aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van twintig appartementen en een commerciële plint (circa 514 m2) en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van

de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit het ontwerpbestemmingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

5

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied bevindt zich tussen de Hoge Ham en de Dr. Willem Dreeslaan, in het centrum van de kern Dongen. Aan de oostzijde bevindt zich tussen het voormalige postkantoor en het pand aan Hoge Ham 144 een smalle steeg die de Hoge Ham met de parkeervoorzieningen aan de Dr. Willem Dreeslaan, het Looiershof en het Wilhelminaplein verbindt. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door diverse functies, zoals wonen (voornamelijk appartementen en geschakelde woningen), detailhandel en dienstverlening. Aan de zijde van de Dr. Willem Dreeslaan bevinden zich voorzieningen voor laden en lossen, parkeren, hekwerken, bergingen en afvalcontainers. Verderop bevinden zich de karakteristieke koepelkerk, diverse horecazaken en een bibliotheek. De locatie omvat meerdere percelen (DGN01 - I - 1424, DGN01 - I - 1430 en DGN01 I - 1429) en kent een oppervlakte van circa 2.437 m2. De ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in de figuren 2.1 en 2.2.

Figuur 2.1 Ligging plangebied (Bron: Google Maps)

Figuur 2.2 Begrenzing plangebied (Bron: Kadastrale kaart) De Hoge Ham vormt samen met de Lage Ham, Sint Josephstraat, Eindsestaat en de Kerkstraat een van de oorspronkelijke bebouwingslinten van waaruit Dongen is opgebouwd. De karakteristieke lintpatronen in de directe omgeving van het plangebied zijn nog duidelijk herkenbaar. Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, het Natuurnetwerk of waterkwaliteitszone. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Langstraat op circa 6,1 kilometer afstand. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Brabant (NNB)-gebied ligt op 1,72 kilometer ten zuiden van het plangebied. In figuur 2.3 en 2.4 is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze beschermde gebieden weergegeven.

Figuur 2.3 Ligging plangebied (blauwe contour) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en NNB-gebieden (Bron: Provincie Noord-Brabant)

Figuur 2.4 Ligging plangebied t.o.v. NNB- en waterkwaliteitsgebieden (Bron: Verordening ruimte provincie Noord-Brabant)

2.2.

Kenmerken van het project

Algemeen De Bunte Vastgoed Zuid B.V. wenst het plangebied aan de Hoge Ham 138 - 142 te Dongen te herontwikkelen ten behoeve van twintig appartementen en een commerciële plint. Het pand aan Hoge Ham 138 (Kruidengilde Beex) blijft vanwege de uitstraling en kwaliteit behouden en wordt in de ontwikkeling opgenomen. Echter wordt dit pand op de nieuwe bestemmingsplanverbeelding en -regeling buiten het plangebied gelaten aangezien de geldende regeling uit het bestemmingsplan 'Centrum' van toepassing blijft. Het project heeft de titel 'De Post en de Nijverheid' gekregen. De Post is een verwijzing naar het voormalige postkantoor aan de Hoge Ham. De Nijverheid komt voort uit het gegeven dat in de gebieden achter de Hoge Ham vroeger veel handel, industrie en ambachtelijke nijverheid plaatsvond. Aan de Hoge Ham werd gewoond in grote villa’s en aan de achterzijde werd gewerkt in ambachtelijke werkplaatsen. Het stedenbouwkundig plan is weergegeven in figuur 2.5.

Figuur 2.5 Stedenbouwkundig plan (Bron: Cier Architecten, 2020) Bij het ontwerp is nadrukkelijk rekening gehouden met het verbeteren van de aanwezige steeg in het oosten van het plangebied. Ten opzichte van de huidige situatie is de steeg breder geworden. De gevel van de nieuwe commerciële ruimte krijgt in plaats van de steeg een meer open karakter. Hierdoor ontstaat meer verbinding tussen binnen en buiten en ontstaat een prettige en veilige steeg die uitnodigt om doorheen te lopen. Daarnaast zorgt de entree van de appartementen boven de commerciële ruimte ervoor dat er meer beweging plaatsvindt. Door verbreding en vernieuwing van de steeg wordt de verbinding tussen de Hoge Ham en de parkeervoorzieningen aan de Dr. Willem Dreeslaan, het Looiershof, het Wilhelminaplein en het Wilhelminapark nieuw leven in geblazen. Zo wordt op een aantrekkelijke manier aangesloten op de nieuwe inrichting van de openbare ruimten die de gemeente Dongen onlangs heeft gerealiseerd. De Post De ruimte op de begane grond van gebouw 'De Post' aan de zijde van de Hoge Ham kent een gebruiksoppervlakte van circa 514 m2. De commerciële ruimte is zo ontworpen dat deze eventueel ook gesplitst kan worden in twee of drie verschillende kleinere ruimtes. Boven deze commerciële ruimte worden drie appartementen op de eerste verdieping en drie appartementen op de tweede verdieping

gerealiseerd. De appartementen zijn georiënteerd op de Hoge Ham en hebben een entree met trappenhuis en lift aan de zijde van de nieuwe steeg. In aanvulling op de voorzijde wordt ook aan de achterzijde een mogelijkheid geboden om te laden en te lossen. Parkeren voor de bewoners van de appartementen aan de Hoge Ham en de gebruikers van de commerciële ruimtes vindt plaats op het nieuwe binnenterrein achter het gebouw. Dit parkeerterrein is toegankelijk via het bestaande parkeerterrein tussen de juwelier en de voormalige Emté. De Nijverheid Om de zijde van de Dr. Willem Dreeslaan een flinke kwaliteitsimpuls te geven is achter het gebouw 'De Post' een nieuw appartementengebouw ontworpen. Dit gebouw bestaat uit twaalf appartementen en twee penthouses en sluit qua bouwhoogte aan bij de overige appartemeten in de omgeving van de Dr. Willem Dreeslaan. Het gebouw bestaat uit vijf bouwlagen waarvan de bovenste bouwlaag terugliggend is. Op de begane grond van dit nieuwe gebouw is ruimte voor circa 18 parkeerplaatsen en 14 bergingen voor de daarboven gelegen appartementen. De appartementen zijn allemaal georiënteerd op de Dr. Willem Dreeslaan en het nieuw aangelegde parkeerterrein. De entree van het gebouw is gelegen aan de zijde van het parkeerterrein tussen de juwelier, de voormalige Emté en de nieuwe steeg en is voorzien van en lift en een trappenhuis.

Voor het nieuwe appartementengebouw aan de zijde van de Dr. Willem Dreeslaan wordt eveneens een nieuwe parkeervoorziening gerealiseerd. Dit terrein bestaat uit circa 18 parkeerplaatsen en zullen openbaar toegankelijk zijn voor bewoners, bezoekers en overige centrumgebruikers. De zes bestaande openbare parkeerplaatsen achter het oude postkantoor komen door de herinrichting te vervallen. Het openbare parkeerterrein wordt aangelegd in overleg met de gemeente en na oplevering overgedragen aan de gemeente Dongen. Stedenbouw en architectuur Bij het nieuwe gebouw aan de Hoge Ham wordt aansluiting gevonden met het bestaande bebouwingslint. In het ontwerp van het gebouw komt herkenbaarheid uit het verleden terug door in de gevel een zogenaamde parcellering aan te brengen. Verder is het zo dat de gebouwhoogte en de gootlijnen overeenkomen met wat er in het momenteel geldende bestemmingsplan mogelijk is. Deze sluiten ook aan bij de bestaande karakteristieken van de Hoge Ham. Een goothoogte op ongeveer twee verdiepingen (circa 7/8 meter) met daarboven een schuin dakvlak dat goed zichtbaar is. Het gebouw De Nijverheid dat aan de zijde van de Dr. Willem Dreeslaan staat, refereert weer meer aan de fabriekspanden die van oudsher achter de Hoge Ham gestaan hebben. Deze worden gekenmerkt door een onderscheid tussen de onderbouw en de bovenbouw.

De onderbouw werd vaak gebruikt voor het laden en lossen en dat kun je enigszins terug zien in het gebouw dat is ontworpen. De onderzijde heeft een hele andere uitwerking dan de woonlagen die daarboven liggen. Verder is het zo dat het gebouw De Nijverheid verschillende gebouwhoogtes kent. Dat is ook een kenmerk van historisch gegroeide oude fabrieksgebouwen. Daarnaast voegt het gebouw zich qua bouwhoogte goed in de omgeving van de Dr. Willem Dreeslaan waar al meerdere appartementengebouwen met een vergelijkbare hoogte aanwezig zijn.

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het ontwerp bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer en parkeren

Kijkend naar de huidige inrichting van de omliggende verkeersstructuur waarop het plangebied wordt ontsloten en de verwachte verkeersintensiteiten van het plan, kan gesteld worden dat de verkeersgeneratie van het plan zonder problemen kan worden afgewikkeld. Verder worden er ruim voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd die qua parkeernormering voldoen aan het parkeernormenbeleid van de gemeente. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling dan ook niet in de weg.

3.2.

Geluid

Wegverkeerslawaai Als gevolg van het wegverkeer op de Hoge Ham en de Dr. Willem Dreeslaan wordt de richtwaarde van 48 dB overschreden. De hoogst berekende waarde ten gevolge van de Hoge Ham bedraagt 55 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. De hoogst berekende waarde ten gevolge van de Dr. Willem Dreeslaan bedraagt 49 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren ten gevolge van de Hoge Ham en de Dr. Willem Dreeslaan zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht. Het toepassen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doeltreffend of redelijkerwijs niet mogelijk vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, financiële of praktische aard. Aangezien de richtwaarde slechts bij een beperkt aantal appartementen wordt overschreden en de maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB niet wordt overschreden, heerst in het plangebied een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Aanbevolen wordt bij het dimensioneren van de gevels, rekening te houden met de geluidbelasting van de omliggende wegen zonder aftrek, teneinde een binnenwaarde van 33 dB te waarborgen. Het vaststellen van hogere waarden is niet noodzakelijk, aangezien er sprake is van 30 km/h gebieden.

Industrielawaai Het plangebied ligt buiten de richtafstanden van bedrijven in de omgeving en er ligt geen gezoneerd industrieterrein of windturbine in de buurt. De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit zullen niet worden overschreden. Industrielawaai vormt geen belemmering voor het plan.

Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorweg. Railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.

3.3.

Luchtkwaliteit

De beoogde ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De Hoge Ham is de maatgevende weg. Uit de NSLmonitoringstool blijkt dat in 2018 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.4.

Externe veiligheid

Uit de professionele risicokaart blijkt dat in de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen gelegen zijn met externe werking op het plangebied aan de Hoge Ham 138 - 142 te Dongen. Ook vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het water of het spoor. Op een afstand van circa 1,15 kilometer bevindt zich een buisleidingenstrook. Het grootste invloedsgebied hiervan bedraagt 240 meter en reikt niet tot aan het plangebied.

3.5.

Bedrijven en milieuzonering

Het plangebied kan aangemerkt worden als een gemengd gebied. Het plangebied ligt immers in het centrum van Dongen, op korte afstand van diverse bedrijfsmatige functies, (lichte) horecabedrijven, kantoren en winkels. Op de verdiepingen bevindt zich vaak een woonfunctie. Hierdoor worden de bedrijven al beperkt in hun bedrijfsvoering en is wonen in het kader van milieuzonering al mogelijk. Het parkeren bij de genoemde functies vindt plaats op het achterterrein (Dr. Willem Dreeslaan, Looiershof en Wilhelminaplein). Voor detailhandel en kantoren geldt een richtafstand van 0 meter ten opzichte van woningen in een gemengd gebied. Dit heeft te maken met de gewenste functiemenging in het centrum. De specifieke activiteiten die zijn toegestaan binnen het plangebied zelf en de omgeving zijn opgenomen in de regels en bijbehorende Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' en Staat van Horecaactiviteiten. Vanzelfsprekend wordt aan de richtafstand van 0 meter voldaan. Van geluidsoverlast door rijdende auto's en dichtslaande autoportieren is naar verwachting geen sprake. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een laad- en losplaats van de (voormalige) supermarkt Emté. De bedrijfsactiviteiten van deze supermarkt zijn beëindigd waardoor ook de laad- en losplaats is komen te vervallen. In het bedrijfspand van de voormalige supermarkt zijn inmiddels vier kleinere retailers gevestigd.

Gezien de beperkte omvang van deze retailers zal de bevoorrading een stuk minder intensief worden dan het geval was. De verkeersintensiteit zal afnemen ten opzichte van de voorgaande situatie. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Tevens wordt geconcludeerd dat het aspect bedrijven en omliggende functies geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

3.6.

Bodem

In verband met de voorgenomen ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie. Conclusies uit het onderzoek worden hierna beschreven. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond met bijmengingen licht verontreinigd is met lood en PAK. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is plaatselijk (nabij Hoge Ham 134) licht verontreinigd met tetrachlooretheen. Voor het overige is het grondwater niet verontreinigd. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond met bijmengingen voldoet aan de klasse industrie bij toepassing van de bodem. De ondergrond voldoet aan klasse achtergrondwaarde. Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 + PFAS onderzoek). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Toetsing hypothese Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" verworpen te worden. Conclusie en advies De verkregen resultaten vormen geen bezwaar de bouwplannen ter plaatse uit te voeren.

Aangezien inpandig onderzoek beperkt mogelijk bleek tijdens onderhavig onderzoek kan niet worden uitgesloten dat na sloop van de thans aanwezige bebouwing een aanvullend onderzoek nodig wordt geacht. Bij de sloopt dient voorkomen te worden dat eventuele aanwezige asbesthoudende materialen in de bodem terecht kunnen komen. Verder dient rekening gehouden te worden met het feit dat de te ontwikkelen locatie binnen de contouren van een gebied met gebiedsgericht grondwaterbeheer ligt. Aangezien er in het kader van onderhavig bouwproject geen saneringsmaatregelen zijn voorzien voor deze VOCl-verontreiniging dient te allen tijde te worden voorkomen dat de verontreiniging wordt verspreid dan wel verplaatst als gevolg van de ingrepen in de bodem ten behoeve van dit bouwplan. Geadviseerd wordt dan ook de ingrepen in de bodem (o.a. plaatsen van boor-/schroefpalen, bemaling e.d.) en bijbehorende risico’s met betrekking tot de verontreiniging in beeld te brengen en op basis hiervan een bewakingsplan op te stellen. In dit plan dienen de maatregelen ter voorkoming van beïnvloeding van de grondwaterverontreiniging te worden opgenomen. Het plan dient, ter goedkeuring, voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag Wbb.

3.7.

Ecologie

Gebiedsbescherming De beoogde locatie ligt op circa 6,1 kilometer afstand van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ‘Langstraat’. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen gezien de afstand worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk.

Soortenbescherming Het plan zou kunnen samengaan met effecten op beschermde planten- en dieren. In dat kader is dit verkennend onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7. Binnen de soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen. Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart - 15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Zo'n werkprotocol dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Nader onderzoek of een ontheffing soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken de beschermde soorten.

Binnen het plangebied ontbreken geschikte verblijfplaatsmogelijkheden voor beschermde soorten. De in het plangebied te verwachten soorten genieten lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. De bestemmingsplanwijziging zelf heeft verder geen negatieve invloed op de mogelijk aanwezige soorten. Pas bij de uitvoer van de voorgenomen werkzaamheden is het noodzakelijk dat bekend is wat de exacte functie van beschermde soorten is en dient indien noodzakelijk een ontheffing te zijn verleend.

3.8.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie In de directe omgeving van het plangebied aan de Hoge Ham liggen volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Dongen verschillende cultuurhistorische aanduidingen. Bij het ontwerp en de realisatie van de nieuwe woningen zullen historische lijnelementen behouden moeten blijven en de omliggende bebouwing niet worden aangetast. Er zal op een acceptabele manier rekening gehouden moeten worden met omliggende cultuurhistorische waarden. Archeologie Op basis van het uitgevoerde verkennende booronderzoek kan geconcludeerd worden dat het bodemprofiel in het plangebied in het (recente) verleden verstoord is geraakt. Er zijn dan ook geen aanwijzingen voor een intact archeologisch sporenniveau, uitgezonderd de directe omgeving van boring 1. De aanwezigheid van puin uit de tweede helft van de 20e eeuw in boring 3 maakt het waarschijnlijk dat ook onder de huidige bebouwing de bodem verstoord is door de sloop van de eerdere bebouwing en de fundering van de huidige. De spoor dragende oorspronkelijk top van de C-Horizont lijkt reeds verloren te zijn gegaan bij eerdere sloop en bouwwerkzaamheden waaronder de bouw van de bestaande panden. De kans op het aantreffen van intacte archeologische resten wordt dan ook als laag ingeschat.

Het advies luidt dan ook om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Bovenstaande is een (selectie)advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Dongen. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet

door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Een vondstmelding bij de provinciaal archeoloog kan ook. Monumentenhuis Brabant heeft via een formele beoordelingsrapportage ingestemd met bovenstaand selectieadvies om het plangebied qua archeologie vrij te geven voor ontwikkeling. Monumentenhuis Brabant adviseert in het gemeentelijk selectiebesluit op te nemen, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant.

3.9.

Aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10485371/1