2021-007592 Bijl1j- advies externe veiligheid
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Project Datum
204312 18 februari 2021
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Project
204312
Datum
18 februari 2021
Auteurs
B.A. Overvelde M.H. Ottink 01
Versie nr.
Opdrachtgever
RHO Adviseurs t.a.v. S. Lie Weena 505 3013 AL Rotterdam
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen ___________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Plangebied _________________________________________________ 9 3.2 Hogedruk aardgasleiding ______________________________________ 9 3.3 Bebouwing ________________________________________________ 10 4 Resultaten ___________________________________________________ 12 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 12 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 12 4.3 Belemmeringenstrook _______________________________________ 13 5 Conclusie ____________________________________________________ 15 Referenties _____________________________________________________ 16 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 17 Bijlage 2. Carola-rapportage _______________________________________ 19
3
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
1 Inleiding Er bestaan plannen voor de herinrichting en uitbreiding van boomkwekerij E. De Jong gelegen aan de Eindsestraat 61 te Dongen. Op het terrein worden meerdere panden gesloopt, bestaande panden krijgen, deels, nieuwe functies en er worden nieuwe panden gerealiseerd. De locatie ligt in het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. Afhankelijk van de uitkomsten van de groepsrisicoberekening dient het groepsrisico te worden verantwoord. In deze rapportage worden de aardgasbuisleiding gepresenteerd.
resultaten
van
de
risicoberekeningen
aan
de
4
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers min of meer gelijktijdig kan vallen.
2.2
Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [2]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.
2.2.1
Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing 1 binnen de 1 Onder bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is
toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit.
5
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden. De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 2.2.2
Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.
Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging.
6
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan (gelegen binnen de 100%-letaliteitszone van de leiding), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d. andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e.
de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval als bedoeld in art. 1 van de Wet rampen en zware ongevallen. g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat het bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid stelt advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.
7
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3): 1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10 -8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. c. De bestrijdbaarheid. d. De zelfredzaamheid. Een nadere beschouwing van risico reducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.
8
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Plangebied Figuur 1 toont de ligging van het plangebied en de aardgasbuisleiding in de omgeving van het plangebied. De wijze waarop de aardgasleiding wordt behandeld en de daarbij gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.
Figuur 1.
Ligging plangebied en aardgasbuisleiding
3.2
Hogedruk aardgasleiding
3.2.1
Carola Het risico door hogedruk aardgasleidingen wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 [3]. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens: Het interessegebied. Leidingdatabestanden van de leidingeigenaren, in dit geval de Nederlandse Gasunie. Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding.
9
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
3.2.2
Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is [2]. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.
3.2.3
Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de voor het plangebied relevante aardgasleiding worden getoond in tabel 1.
Beheerder
Leidingnr.
Gasunie
A-531
Tabel 1.
Diameter [inch]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
Afstand 1% letaliteit [m]
18
66.2
110
240
Kenmerken hogedruk aardgasleiding
Het invloedsgebied (afstand tot 1%-letaliteitscontour) en de contour waarbinnen sprake is van 100% letaliteit worden weergegeven in figuur 2.
3.3
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de aardgasbuisleiding is opgevraagd via de BAG-populatieservice [4]. In aanvulling hierop zijn gegevens van Ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd [5]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving betreffende de aardgasbuisleiding worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
10
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Figuur 2.
Invloedsgebied en 100% letaliteitscontour van aardgasleiding A-531
11
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
4 Resultaten 4.1
Plaatsgebonden risico Figuur 3 toont de plaatsgebonden risicocontouren (PR) van aardgasleiding A-531. Er is sprake van een PR 10-6-contour. Het plangebied ligt niet binnen de PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Figuur 3.
4.2
PR-contouren aardgasleiding A-531
Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor zowel de oude (huidige) als de toekomstige situatie. Het groepsrisico is in beide gevallen kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde en het groepsrisico neemt niet toe in de toekomstige situatie. Tabel 2 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde.
12
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
<0.01
Toekomstig
<0.01
Tabel 2.
Groepsrisico als factor t.o.v. de oriëntatiewaarde (OW)
Figuur 4 toont het groepsrisico van de kilometer met het hoogste groepsrisico van aardgasleiding A-531 in de huidige en de toekomstige situatie.
Figuur 4.
Groepsrisico A-531, huidige en toekomstige situatie
In bijlage 2 is het door Carola automatisch gegenereerde rapport voor de toekomstige situatie opgenomen met daarin de gedetailleerde uitkomsten van de berekeningen.
4.3
Belemmeringenstrook Voor leidingen met een druk van meer dan 40 bar geldt een belemmeringenstrook van tenminste 5 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding (Revb, artikel 5 [8]). De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. De belemmeringenstrook van aardgasleiding A-531 bedraagt 5 m, zie figuur 5. In deze figuur is tevens de invulling van het plangebied weergeven [7]. De leiding loopt door het plangebied. Uit de figuur wordt duidelijk dat de bestaande en de te realiseren bebouwing buiten de belemmeringenstrook ligt. Er zijn geen plannen om te bouwen binnen de belemmeringenstrook.
13
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Figuur 5: Belemmeringenstrook A-531
14
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
5 Conclusie Plaatsgebonden risico De berekeningen voor de aardgasleiding A-531 hebben geleid tot een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Het plangebied ligt buiten deze contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan. Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor zowel de huidige als de toekomstige situatie. Het groepsrisico is kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de ontwikkelingen. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan worden beschreven in paragraaf 2.2.2. Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook loopt door het plangebied. De (nieuw te realiseren) panden bevinden zich echter buiten de belemmeringenstrook. De belemmeringenstrook vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan.
15
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250
2.
Ministerie VROM
2010
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.
3.
RIVM
2013
Carola versie 1.0.0.52
4.
Impuls Omgevings veiligheid
2020
BAG-Populatieservice. Versie 2020-07. http://populatieservice.demis.nl/
5.
Geonovum
2020
www.ruimtelijkeplannen.nl
6.
RHO adviseurs
2021
e-mail ontvangen op donderdag 4 februari
7.
Architectenbureau Kees Jacobs BNA
2020
Bedrijfsontwikkelingsplan Eindesestraat 61, d.d 11-022020
8.
Ministerie I&M
2014
Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) Stb. 2014, 16955
16
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Bijlage 1. Gegevens bebouwing Plangebied Op het terrein worden meerdere panden afgebroken, bestaande panden krijgen, deels, nieuwe functies en er worden nieuwe panden gerealiseerd. Het aantal aanwezige personen is opgegeven door de opdrachtgever en is weergegeven in tabel 3 [6]. Plangebied
Aantal personen Dag
Nacht
Huidig
13
7
Toekomstig
15
7
Tabel 3.
Persoonsaantallen plangebied
Omgeving De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding is verkregen via de BAG-Populatieservice [4]. Voor de berekening met rekenprogramma Carola is een gridgrootte van 5 m gehanteerd. De onderstaande bestanden met aanwezigheidsgegevens zijn geleverd. Per bevolkingstype is in de bestandsnaam de dag- en nachtaanwezigheid gegeven, bijvoorbeeld voor wonend_vakantiehuis is de aanwezigheid overdag 50% en ’s nachts 100%.
industrie-dag100-nacht30 (totaal 89 personen) kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-nacht0 (totaal 31 personen) wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100 (totaal 104 personen)
Bestudering van ruimtelijkeplannen.nl geeft geen aanleiding tot het toevoegen van bevolkingsvlakken [5].
17
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Figuur 6.
BAG-pandselectie en toegevoegde bevolking van aardgasleiding A-531
18
Externe veiligheid / Eindsestraat 61 te Dongen
Bijlage 2. Carola-rapportage
19
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 3 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 3 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 3 2.3 Populatie.......................................................................................................... 5 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 7 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 7 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 8 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 5 FN curves ................................................................................................................
9 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1510.00 en stationing 2510.00 .............................. 9 6 Referenties ............................................................................................................ 10
1 Inleiding In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek rekenpakket met versienummer parameterbestand met versienummer Peildatum QRA datum van de berekening datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. leiding noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 2 van 10
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Gilze-Rijen. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek is alleen de gearceerd weergegeven leiding relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
7106_leiding-A-531-
457.20
66.20
29-01-2021
Gasunie
deel-1
N.V. Nederlandse
7106_leiding-Z-522-
219.10
40.00
29-01-2021
Gasunie
01-deel-1
N.V. Nederlandse Gasunie
7106_leiding-Z-52206-deel-1
168.30
40.00
29-01-2021
N.V. Nederlandse Gasunie
7106_leiding-Z-52211-deel-1
168.30
40.00
29-01-2021
Pagina 3 van 10
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.
Pagina 4 van 10
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: • % aanwezig gedurende de dagperiode/ • % aanwezig gedurende de nachtperiode/ • % buiten gedurende de dagperiode/ • % buiten gedurende de nachtperiode/ • % overdag aanwezig gedurende het jaar/ • % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Vervangmodus
Percentage Personen
Werk
Werken
15.0
Vervangen Bestaande
100/ 0/ 50/ 1/ 100/ 100
Wonen
7.0
overdag Wonen 's nachts
Populatie Toevoegen Nieuwe
0/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
Populatie
Pagina 5 van 10
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
industrie-dag100-nacht30.txt
Werken
89
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-
Werken
31
100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100
Wonen
104
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
dag100-nacht0.txt wonend_vakantiehuis-dag50nacht100.txt
Pagina 6 van 10
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 7 van 10
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 16 slachtoffers en een frequentie van 3.81E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 9.758E-003 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1510.00 en stationing 2510.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 8 van 10
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7106_leiding-A-531-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1510.00 en stationing 2510.00
Pagina 9 van 10
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 10 van 10