CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-006250 Bijlage 4- gespreksverslag recr.ondern

Besluitvormende raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-006250 Invoering Toeristenbelasting gemeente Dongen 20221.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Presentatie toeristenbelasting 4 maart 15:00 – 16:30 uur. Vragen recreatieve ondernemers: •

Er zijn voor september 2021 al reserveringen gedaan op basis van de huidige tarieven, zonder toeristenbelasting. Huidige tarieven zijn all-in. Voor een deel gaat het om uitgesteld verblijf als gevolg van de corona-situatie. Het bijstellen van de gemaakte prijsafspraken betekent contractbreuk. Daarom zou men graag zien dat de gemeente de belasting niet eerder laat ingaan dan 1-1-2022. Bij een eerder verzoek om de invoeringsdatum op 1 januari 2021 niet in te laten gaan is serieus gekeken naar de gevolgen van Corona op de betreffende ondernemers, waardoor gekozen is voor de invoering per 1 september 2021 (beëindiging toeristisch hoogseizoen). Na intern overleg is toch besloten om de invoering toeristenbelasting in te laten gaan per 1 januari 2022.

•

Nieuwe reserveringen zijn geen probleem, wel de ‘omboekers’. Ondernemer wil over deze specifieke situatie een gesprek met de gemeente; Wethouder gaat in gesprek met de ondernemer, waarbij gekeken wordt naar de individuele impact van lopende contracten en in hoeverre de gemeente hierin tegemoet kan komen. Tarief is aan de hoge kant in vergelijking met Oosterhout en de Langstraat. Die gemeenten hebben toeristen bovendien meer te bieden dan Dongen; Het tarief voor Dongen is gebaseerd op het tarief dat gehanteerd wordt in de regio Hart van Brabant gemeenten en De Langstraat gemeenten. Binnen deze regio’s ligt de gemeente Dongen met het tarief lager dan vergelijkbare gemeenten in deze regio’s. Oosterhout maakt geen deel uit van de regio midden Brabant en is daarom niet meegenomen als afwegingskader. Zijn bepaalde doelgroepen zoals mensen met een beperking vrijgesteld van toeristenbelasting? Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting opgelegd aan personen die verblijven in de gemeente en die niet woonachtig zijn in de gemeente. In de verordening toeristenbelasting kunnen vrijstellingen worden opgenomen. Zowel aan de verblijver (verpleegde, verzorgde, vreemdeling) worden voorwaarden gesteld voor het van toepassing zijn van de vrijstelling en aan de accommodatie waarin wordt verbleven ofwel de zorg die wordt verleend.

Hiermee wordt onderscheid aangebracht met andere overnachtingen, zodat geen willekeur en/of strijd met het gelijkheidsbeginsel kan ontstaan.

•

•

•

Een verblijf in Dongen door een klas of groep van een basisschool voor educatie of een verblijf door een groep werknemers of middelbare scholieren voor scholing of een vakantie van een gehandicapte of een senior met ouderdomsbeperkingen kunnen voor wat betreft het verblijf gelijk zijn. Gelijk verblijf veronderstelt een gelijke heffing. Door een vrijstelling te koppelen aan niet commercieel en/of de doelstelling van de verblijfgever en het doel van het verblijf wordt duidelijk dat het verblijf zich objectief onderscheidt van andere verblijven. Vrijstelling/tegemoetkoming op toeristenbelasting is alleen mogelijk bij niet-commerciële instellingen. Hoe wordt de eerste aanname bepaald? Er zijn zorgen dat de aanname veel te hoog wordt ingeschat. Het betalen van een te hoge belasting daardoor komt in deze moeilijke coronatijd niet goed uit. Verzoek om dit goed te onderzoeken en mogelijk de aanname aan te passen;

De Belastingsamenwerking West-Brabant zal in 2022 de cijfers opvragen aan de ondernemers. Normaliter wordt dit gedaan op basis van inschatting, maar gezien Corona zullen ze het aantal overnachtingen opvragen bij de ondernemers. Een definitieve aanslag volgt nadat de definitieve cijfers ontvangen zijn (op te vragen vanuit het nachtregister). • Wat gebeurt met de opbrengst van de belasting? Wordt deze gelabeld en gebruikt voor het bevorderen van toerisme? De opbrengst van toeristenbelasting vloeit terug in de algemene middelen. De investeringen van gemeenten in onder andere recreatie en toerisme en het onderhouden van lokale / openbare voorzieningen kosten veel geld. • Toeristische sector heeft geld nodig om te investeren en wil inspraak hebben in de besteding van de opbrengst uit deze belasting; Het college heeft besloten de opbrengst niet te willen labelen aan recreatie en toerisme. Er wordt veel geïnvesteerd op dit terrein. De gemeente staat open voor allerlei initiatieven. De raad zal zich uitspreken over het al dan niet labelen van deze inkomsten. De gespreksverslagen worden gedeeld met de gemeenteraad. Uitspraken ondernemer: • Stelt voor om als groep richting raad te acteren (krijgt daarin geen bijval) • Gemeente luistert niet naar signalen uit de sector (belasting moet gelabeld worden aan toerisme) • Pleit voor het opnieuw opstarten van een recreatie-overleg. Daarin o.a.

de gemeentelijke uitgaven voor de toeristische sector bespreken. Een doorstart van het recreatief overleg wordt zeker bekeken. Dit wordt teruggekoppeld aan de ondernemers. • Is geen tegenstander voor het invoeren van toeristenbelasting, maar wel gelabeld aan recreatie en toerisme. • Ondernemers maken kosten voor de inning / registratie van personen. Wordt daar rekening mee gehouden vanuit de gemeente? In de verordening toeristenbelasting (vastgesteld door de gemeenteraad) is een registratieplicht opgenomen voor het bijhouden van een registratie, waaruit het aantal overnachtingen blijkt. In de uitvoeringsregeling van de BWB (artikel 3) is nadrukkelijk opgenomen dat de heffingsambtenaar het nachtregister kan raadplegen. Het nachtregister dat in deze regeling wordt bedoeld is het nachtregister omschreven in artikel 438 Wetboek van Strafrecht en het VNG model APV artikel 2:38. Artikel 2:38 model VNG regelt: Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister: Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Daarnaast beschikken de ondernemers veelal over een registratiesysteem. • Is de opbrengst al ingeboekt?

Nee de opbrengst is niet ingeboekt. • Wat gebeurt er als de opbrengst tegenvalt? Wordt het tarief dan aangepast? De toeristenbelasting zal evenals alle andere leges ieder jaar beoordeeld worden of en zo ja welke verhoging doorgevoerd gaat worden. De verhogingen worden veelal gebaseerd op de inflatiecorrectie. • Gespreksverslag terugkoppelen in college; Het gespreksverslag maakt onderdeel uit van de adviesnota aan het college en het raadsvoorstel/besluit aan de gemeenteraad. • Raadsvoorstel verduidelijken met ingangsdatum en uitzonderingen; Uiteraard zal in het raadsvoorstel de ingangsdatum en de beweegredenen waarom wij voor deze datum hebben gekozen verduidelijkt worden. De uitzonderingen/vrijstelling zijn opgenomen in de verordening toeristenbelasting, dat onderdeel uitmaakt van de stukken aan het college en de gemeenteraad. • Kunnen de boekingsgegevens overlegd worden met terugwerkende kracht; In de verordening toeristenbelasting (vastgesteld door de gemeenteraad) is een registratieplicht opgenomen voor het bijhouden van een registratie, waaruit het aantal overnachtingen blijkt. In de uitvoeringsregeling van de BWB (artikel 3) is nadrukkelijk opgenomen dat de heffingsambtenaar het nachtregister kan raadplegen. Het nachtregister dat in deze regeling wordt bedoeld is het nachtregister omschreven in artikel 438 Wetboek van Strafrecht en het VNG model APV artikel 2:38.

Artikel 2:38 model VNG regelt: Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister: Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. •

•

Verschil in tariefdifferentiatie is te klein. Pleit voor tariefstelling op basis van een percentage (voorbeeld gemeente Tilburg); Het invoeren van een percentage lijkt een eerlijke methode, omdat hiermee zowel de kleine verhuurder als de grote hoteleigenaren relatief eenzelfde bijdrage leveren. Toeristen zowel recreatief als zakelijk maken gebruik van gemeentelijke voorzieningen en moeten hieraan een bijdrage leveren. Campinggasten maken vaak meer gebruik van deze voorzieningen dan hotelgasten. Met het invoeren van een percentage zal met deze methode de bijdrage van hotelgasten aan de belastinginkomsten het grootst zijn. Dat is dan toch meer in de gedachte van de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Een nadeel van deze methode is dat omzetgegevens van alleen de logies (met een accountantsverklaring) moeten worden opgevraagd bij degenen die verblijf aanbieden, omdat ontbijt niet in de percentage wordt meegenomen. Voor grote bedrijfsmatige hotelondernemingen is dit vaak geen probleem, maar de kleine particulier zal hierover niet zonder meer beschikken. Voor hen zijn de administratieve lasten dan aanzienlijk hoger dan nu het geval is. Bovendien is de overnachtingsprijs een wisselend gegeven (denk hierbij ook aan arrangementen). Het maakt het berekenen van de juiste heffingsbedragen complexer en biedt minder zekerheid bij de gemeente voor wat betreft de opbrengsten.

Hoe wordt de eerste aanname bepaald? De Belastingsamenwerking West-Brabant zal in 2022 de cijfers opvragen aan de ondernemers. Normaliter wordt dit gedaan op basis van inschatting, maar gezien Corona zullen ze het aantal overnachtingen opvragen bij de ondernemers. Een definitieve aanslag volgt nadat de definitieve cijfers ontvangen zijn (op te vragen vanuit het nachtregister).

•

Spreekt de voorkeur uit om de invoering van de toeristenbelasting in te laten gaan per 1 januari 2022; Eerder verzoek om de invoeringsdatum op 1 januari 2021 niet in te laten gaan is serieus gekeken naar de gevolgen van Corona op de betreffende ondernemers, waardoor gekozen is voor de invoering per 1 september 2021 (beëindiging toeristisch hoogseizoen). Na intern overleg is toch besloten om de invoering toeristenbelasting in te laten gaan per 1 januari 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10081019/1