CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-001318 RB Zienswijze voorontwerp Rijks inpassingsplan Hoogspanningsverbinding 380kV zuid-westoost

Opiniërende raadsvergadering 15 april 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-001318 Zienswijze raad-college voorontwerp Rijks inpassingsplan Hoogspanningsverbinding 380kV zuid-westoost3.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VPD

RAADSVERGADERING D.D. PvdA CDA WD

D66

OvD

VOOR TEGEN Aangenomen/verworpen/aangehouden

DE RAAD VAN DE GEMEENTE DONGEN;

Gelezen het voorstel van het college burgemeester en wethouders d.d. 22 januari 2021 Gelet op:

besluit: In te stemmen met de bij dit besluit behorende gezamenlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad aan de minister van Economische Zaken en Klimaat, inzake het voorontwerp Rijksinpassingsplan hoogspanningsverbinding 380kV zuid-west/oost, waarbij een passage onder het kopje Landschap / natuur wordt toegevoegd die luidt: "Wij vragen u de landschappelijke inpassing vorm te geven in blijvend intensief en zorgvuldig overleg met niet alleen de gemeente Dongen, maar ook met de Bewonersgroep 's Gravenmoer en de Dorpsraad Klein Dongen Vaart."

Dongen, 15 april 2021

DE RAAD VOORNOEMD,

griffier, i

Eric Dammingh

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -4- van 10

Samenvatting Voorontwerp Inpassinqsplan hooqspanninqsverbindinq 380 kV zuid-west/oost. 1 Inleiding Om de levering van stroom in de toekomst te kunnen garanderen, is er behoefte aan uitbreiding van het bestaande elektriciteitsnet. De realisatie van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Borssele en de landelijke ring bij Tilburg is één van de projecten die hier aan bij moet gaan dragen. Deze nieuwe verbinding transporteert elektriciteit van de productielocaties in Zeeland en op zee naar Tilburg, waar transport via de landelijke 380 kV-ring plaatsvindt. In eerste instantie was de nieuwe hoogspanningsverbinding die loopt van Borssele via Rilland naar Tilburg één groot project. De bouw van een 380 kV-hoogspanningsstation bij Rilland bracht hier verandering in. Over het westelijke deel van de verbinding, tussen Borssele en Rilland, heeft al besluitvorming plaatsgevonden en dit gedeelte van de verbinding wordt momenteel gebouwd. Om het oostelijke deel van de hoogspanningsverbinding mogelijk te maken wordt een rijksinpassingsplan voorbereid door de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK). Daarnaast wordt ook de besluitvorming over het nieuwe 380 kVhoogspanningsstation ten noorden van Tilburg en de realisatie hiervan afzonderlijk voorbereid. Ook hiervoor wordt op dit moment een rijksinpassingsplan voorbereid.

In het inpassingsplan wordt het tracé van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding planologisch vastgelegd. Een inpassingsplan is vergelijkbaar met een bestemmingsplan en maakt na vaststelling deel uit van het onderliggende bestemmingsplan. Op basis van het voorontwerp inpassingsplan vindt ter voorbereiding op de terinzagelegging vooroverleg plaats en worden de gemeenteraden van de betrokken gemeenten gehoord. Het inpassingsplan bestaat naast een plankaart en regels uit een toelichting. Een toelichting is in feite de onderbouwing van het plan en heeft geen rechtstreeks bindende werking 2

De opgave

Ontwikkelingen in de energiesector De energiesector is sterk in beweging. De vraag naar elektriciteit neemt toe. Daarnaast zorgt de transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en zonne-energie en de opkomst van lokaal opgewekte energie voor nieuwe uitdagingen voor het elektriciteitsnet. Nederland beschikt over één van de meest betrouwbare landelijke elektriciteitsnetten ter wereld met een zeer hoge leveringszekerheid. TenneT is beheerder van het landelijke hoogspanningsnet en heeft de wettelijke taak om het landelijke hoogspanningsnetwerk in werking te hebben, te onderhouden en de veiligheid en betrouwbaarheid te waarborgen. Om de levering van stroom in de toekomst te kunnen garanderen is er behoefte aan uitbreiding van het bestaande elektriciteitsnet. Grootschalige energieopwekking op basis van fossiele brandstoffen vindt in Nederland vooral langs de kust plaats. Dit zorgt ervoor dat locaties waar elektriciteit feitelijk wordt opgewekt relatief ver van de verbruikerscentra af liggen. Voor Zeeland betekent dit dat er meer energie geproduceerd dan verbruikt wordt. Er zijn twee nieuwe offshore windparken (Borssele Alpha en Bèta) in gebruik genomen en ook op land wordt zon- en windenergie geproduceerd.

Daarnaast zullen de warmtekrachtcentrale in Terneuzen, de gascentrale SLOE en de kerncentrale Borssele nog voor langere tijd in Zeeland aanwezig zijn. Dit zorgt ervoor dat er in de provincie Zeeland aanmerkelijk meer elektriciteit wordt getransporteerd dan wordt verbruikt. Transportknelpunten Het hoogspanningsnetwerk vanuit Borssele wordt benut voor transport van de in Zeeland geproduceerde energie naar het achterland. Berekeningen laten zien dat er vanaf 2020 een knelpunt ontstaat en dat de bestaande 380 kV-verbinding tussen Rilland en Geertruidenberg overbelast kan raken. Dit knelpunt wordt versterkt door duurzame opwekking op land, omdat de transportcapaciteit in het 150 kV-net van Zeeland naar Brabant ontoereikend is en de energie daarom naar het 380 kV-net wordt geleid. Met de realisatie van het westelijke deel van de nieuwe hoogspanningsverbinding is het knelpunt tussen Borssele en Rilland opgelost. Het knelpunt op de 380 kV-verbinding tussen Rilland en Geertruidenberg blijft echter bestaan. Indien op traject bij het uitvoeren van onderhoud aan één van de 380 kV-circuits van de bestaande 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg het andere circuit uitvalt, is het 150 kV-net tussen Zeeland en Noord-Brabant niet in staat de opgewekte elektriciteit af te

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -5- van 10

voeren: het raakt overbelast. De omvang van het knelpunt neemt de komende jaren toe als gevolg van de voorziene groei van duurzame opwekking in Zeeland. Internationale afspraken staan niet toe dat het knelpunt op het buitenland mag worden afgewend. Ook ontstaat ernstige overbelasting in geval er sprake is van import vanuit België. Onderhoud zou in dat geval alleen uitgevoerd kunnen worden met omvangrijke beperking van de productie in Zeeland. Oplossing De hierboven beschreven knelpunten kunnen worden opgelost door de transportcapaciteit in het 380 kV-hoogspanningsnetwerk uit te breiden. In de provincie Zeeland is daarom gewerkt aan de aanpassing van het 380 kV-station Borssele, de kabelaansluiting van de offshore windlocaties naar het 380 kV-station Borssele, de realisatie van een nieuw 380 kV-station Rilland (deze projecten zijn inmiddels gerealiseerd) en is gestart met de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding van Borssele naar Rilland (ZW380 West). Hiermee is de uitbreiding van het westelijk deel van de verbinding gerealiseerd of wordt gerealiseerd. Wat rest is de transport van energie vanaf het 380 kV-station Rilland naar de landelijke ring.

Omdat het verhogen van de transportcapaciteit van de bestaande verbindingen tussen Rilland-Geertruidenberg geen oplossing biedt is het noodzakelijk een nieuwe verbinding te realiseren om het overschot van de in Zeeland geproduceerde elektriciteit naar de landelijke 380 kV-ring te kunnen transporteren. Aansluiting op de landelijke ring kan plaatsvinden bij het bestaande 380 kV-station in Geertruidenberg dat onderdeel is van de landelijke 380 kV-ring. Hierdoor ontstaat echter een overschrijding van de kortsluitvastheid van de installatie op het station. Ook ontstaat met deze oplossing een te grote afhankelijkheid van het 380 kV-station Geertruidenberg voor de Zeeuwse elektriciteitsvoorziening. Bovendien vormt Geertruidenberg geen centrale locatie. Aansluiten op 380 kV-station Geertruidenberg is daarom geen realistische optie. Daarom wordt de elektriciteit getransporteerd naar het nieuwe 380 kV-station bij Tilburg dat onderdeel is van de landelijke 380 kV-ring. Hiermee wordt een betere geografische spreiding gerealiseerd van de twee 380 kV-verbindingen naar Borssele en er treedt geen overschrijding van de kortsluitvastheid van het 380 kV-station in Geertruidenberg op. Hiervoor wordt een nieuwe 380 kV-verbinding gerealiseerd tussen het nieuwe 380 kV-station Rilland en het nieuwe 380 kV-station bij Tilburg.

Dit biedt een toekomstvaste oplossing voor de transport- en onderhoudsknelpunten op de bestaande 380 kV-verbinding Rilland-Geertruidenberg. Met de aansluiting op de landelijke ring bij Tilburg worden de geconstateerde knelpunten in het Brabantse 150 kV-net opgelost en worden investeringen in extra verbindingen in het 150 kV-net voorkomen. 3

De totstandkoming van het tracé

Het project Zuid-West 380 kV Oost kent een lange geschiedenis. Het project is gestart in 2009. Toen is de Startnotitie gepubliceerd waarin het voornemen om een nieuwe 380 kV-verbinding van Borssele naar Tilburg aan te leggen is aangekondigd. Er zijn daarna verschillende tracés voor de nieuwe verbinding ontworpen en de milieueffecten daarvan zijn onderzocht. In 2010 is op basis hiervan een meest milieuvriendelijk alternatief bepaald. Dit liep over de Brabantse wal naar Roosendaal-Borchwerf en via Geertruidenberg naar Tilburg. De minister van Economische Zaken heeft in 2011 dit tracé gekozen als voorkeursalternatief. In 2014 bleek echter uit onderzoek dat het voorkeursalternatief in technische zin niet voldeed en daarom niet kon worden gehandhaafd. De ministers van Economische Zaken en van Infrastructuur en Milieu kozen daarom voor een ander tracé. Dit tracé liep niet van Rilland via Geertruidenberg naar Tilburg, maar van Rilland via het zuidelijker gelegen Breda naar Tilburg. Deze keuze leidde tot onbegrip bij de overheden en de omgeving in West- en Midden-Brabant. De minister van Economische Zaken heeft de regio daarom uitgenodigd om tracé-alternatieven in te dienen. Er is gebruik gemaakt van deze uitnodiging: overheden en groepen uit de omgeving hebben diverse voorstellen ingediend.

Deze zijn vervolgens in een intensief samenwerkingstraject met de Samenwerkende Overheden en de betrokkenen in de omgeving verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot vier hoofdalternatieven, elk met een groot aantal varianten. De milieueffecten van deze hoofdalternatieven en varianten zijn uitgebreid onderzocht. De resultaten hiervan vormen de basis voor het milieueffectrapport (MER) en zijn samengevat in de Integrale Effectanalyse en de Samenvatting Milieueffecten. Dit is in 2017 gepubliceerd en voorgelegd aan de

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -6- van 10

Commissie voor de Milieueffectrapportage. Op verzoek van de minister van Economische Zaken hebben de Samenwerkende Overheden een gezamenlijk advies uitgebracht over het tracé van de nieuwe verbinding. De minister van Economische Zaken heeft in juli 2017 het geadviseerde tracé overgenomen als het Voorgenomen tracé. Milieueffectrapport (MER) Een milieueffectrapportage dient om de milieueffecten van een voorgenomen besluit in beeld te brengen zodat het milieu een volwaardig rol kan spelen in de besluitvorming. ‘Milieueffecten’ zijn daarbij effecten op zowel mens (veiligheid, gezondheid, hinder) als de leefomgeving (bodem, water, natuur, landschap en archeologie). De resultaten van het onderzoek worden opgenomen in een milieueffectrapport (MER). Het opstellen van een MER is verplicht voor een besluit over een bovengrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van 229 kV of meer en een lengte van 15 km. Voor het project Zuid-West 380 kV werd in de Startnotitie uitgegaan van één MER en één inpassingsplan voor het gehele tracé van Borssele naar de ring bij Tilburg. In 2014 is vanwege de komst van station Rilland besloten om het project te splitsen. Hiermee is ook besloten dat er twee inpassingsplannen worden gemaakt: één voor het westelijk tracédeel Borssele - Rilland (Zuid-West 380 kV West) en één voor het oostelijke tracédeel Rilland - Tilburg (Zuid-West 380 kV Oost).

Als gevolg hiervan is voor Zuid-West 380 kV Oost is een apart MER opgesteld. Het MER zal gelijktijdig met het ontwerp inpassingsplan ter inzage worden gelegd. Het voorgenomen tracé was nog niet zo gedetailleerd dat het in het rijksinpassingsplan opgenomen kon worden. Het tracé is daarom - in samenspraak met belanghebbenden zoals Samenwerkende overheden, Rijkswaterstaat, waterschappen, buisleidingeigenaren en omwonenden -verder onderzocht en uitgewerkt. Voor verschillende uitwerkingsgebieden zijn varianten ontwikkeld waarvan de effecten in beeld zijn gebracht. Hiervoor is eerst samen met gemeentes bekeken op welke tracédelen het tracé nog nader uitgewerkt diende te worden. Deze te onderzoeken tracédelen zijn aangevuld aan de hand van gesprekken die over het tracé zijn gevoerd tijdens informatieavonden en andere contacten met bewoners, organisaties en bedrijven. Dit heeft geleid tot een aantal uitwerkingsgebieden, waarbij per uitwerkingsgebied een opgave is omschreven voor nadere uitwerking van het tracé. Vervolgens is het tracé voor elk uitwerkingsgebied in werkateliers met betrokken partijen besproken en zijn gezamenlijk varianten ontwikkeld. Voor een uitgebreide beschrijving en een effectbeschrijving van de verschillende varianten wordt verwezen naar Projectboek 3, dat begin 2019 is gepubliceerd.

Net als in 2017 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de Samenwerkende Overheden gevraagd advies uit te brengen over het tracé van het voorkeursalternatief. Op basis hiervan heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat in samenspraak met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het tracé van het voorkeursalternatief bepaald. Daarnaast heeft de minister TenneT gevraagd om nader te onderzoeken welk masttype in combinatie met het masttype van de bestaande verbindingen de beste bijdrage levert aan alle milieuaspecten in verhouding tot de proportionele kosten. TenneT heeft de minister voorgesteld om specifiek voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg te kiezen voor gebruik van vakwerkmasten in plaats van Wintrackmasten. Op basis hiervan is de vakwerkmast geoptimaliseerd en technisch verder uitgewerkt met de naam Moidau. Dit masttype is specifiek ontwikkeld voor de hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Oost, zodat deze voldoet aan de eisen voor de nieuwe verbinding. Moldau-mast De verbinding wordt in beginsel bovengronds uitgevoerd met vakwerkmasten. Voor de verbinding tussen Rilland en Tilburg is een specifiek ontwerp voor de masten gemaakt, de zogeheten Moldaumasten. Er zijn zowel trekmasten als steunmasten ontworpen: de trekmasten staan op de knikken van het tracé, de steunmasten staan op de rechte delen van het tracé.

Het grootste deel van de verbinding wordt als een gecombineerde verbinding uitgevoerd. Aan deze masten worden aan elke arm drie bundels van 380 kV-geleiders en 150 kV-geleiders gehangen. De totstandkoming en ontwerp van de Moldaumast wordt op pagina 17 van het Projectboek nader toegelicht.

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -7- van 10

4 Toelichting tracé De nieuwe hoogspanningsverbinding van Rilland tot aan Tilburg wordt ongeveer 78 km lang en wordt voor het grootste gedeelte bovengronds aangelegd. Het tracé bestaat uit de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding die op verschillende delen van het tracé wordt gecombineerd met een bestaande 150 kV-verbinding in één mast. Hierdoor kunnen de bestaande verbindingen worden verwijderd. Daarnaast bestaat het tracé uit de volgende onderdelen: • de aansluiting van de 150 kV-hoogspanningsverbinding op de 150 kV-stations; • de aanpassing van bestaande 150 kV-stations; • tijdelijke verbindingen; • het ruimtebeslag van de werkzaamheden en het beheer en onderhoud van de verbinding. Projectatlas Een gedetailleerde beschrijving van het tracé is opgenomen in de projectatlas van het project Zuid­ west 380 kV Oost. In de projectatlas vindt u een tracékaart met de visualisatie van de hoogspanningsverbinding. Daarnaast vindt u informatie over de voorgestelde inrichtingsmaatregelen uit het landschapsplan, (www.zuid-west380kv.nl/oost)

5

Effecten op de omgeving

In het kader van het MER is uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de milieugevolgen van de verschillende alternatieven voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding van Rilland tot aan Tilburg. Na de variantenafweging in het MER zijn voor verschillende onderwerpen nadere onderzoeken uitgevoerd naar de effecten en inpassing van het gekozen tracé. De uitkomsten hiervan worden hieronder kort beschreven. 5.1 Magneetveldzones Het magneetveld van bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een jaargemiddelde sterkte van 0,4 microtesla of meer brengt mogelijk verhoogde gezondheidsrisico’s met zich mee voor kinderen. Daarom is het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van het bovengrondse deel van het VKA in beeld gebracht. Gevoelige bestemmingen zijn woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen. Bij de tracering zijn zoveel als redelijkerwijs mogelijke gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone voor de nieuwe verbinding vermeden. Het aantal gevoelige bestemmingen is in deze fase (voorontwerpinpassingsplan) bepaald op basis van de indicatieve magneetveldzone. Bij het ontwerpinpassingsplan zal de specifieke magneetveldzone berekend zijn en zullen de getallen indien nodig nog worden aangepast. De specifieke zone valt altijd binnen de indicatieve zone.

5.2 Landschap en cultuurhistorie Vanwege het schaalniveau, waarop de ontwikkeling van de nieuw hoogspanningsverbinding plaatsvindt, is bij de bepaling van het tracé rekening gehouden met het nationale en regionale beleid op het gebied van landschap en cultuurhistorie. Bij het beoordelen van de effecten op landschap worden drie niveaus onderscheiden: tracéniveau, lijnniveau en mastniveau: • op het tracéniveau gaat het om het effect van de hoogspanningsverbinding op het landschappelijke hoofdpatroon en om de kwaliteit van de verbinding als bovenregionaal landschapselement; • op het lijnniveau gaat het om het effect van de verbinding op het karakter van het landschap (gebiedskarakteristiek en de cultuurhistorische elementen daarin) en op specifieke elementen en hun samenhang op het schaalniveau van de lijn; • op het mastniveau gaat het om het effect van de verbinding op specifieke elementen en hun samenhang op het lokaal schaalniveau. Hierbij geldt dat het tracé van een hoogspanningsverbinding autonoom moet zijn, zo veel mogelijk los staan van de kleinschalige verschijnselen in het lokale landschap. Waar dat niet mogelijk is en

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -8- van 10

richtingsveranderingen of verschillen in masthoogte onvermijdelijk zijn, krijgt het tracé bij voorkeur een samenhang met andere landschapspatronen van een vergelijkbaar schaalniveau als de hoogspanningsverbinding zelf zoals snelwegen of grote rivieren.

Landschapsplan In het landschapsplan voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg worden inrichtingsmaatregelen vanuit de relevante milieuaspecten (landschap, cultuurhistorie, natuur, leefomgeving en water) opgenomen die noodzakelijk zijn voor een goede inpassing van de nieuwe verbinding in het landschap. Hierbij worden de opgenomen maatregelen waar mogelijk en zinvol gecombineerd en zijn integrale inrichtingsmaatregelen ontworpen die een functie voor zowel de landschappelijke inpassing als de compensatie van ecologische waarden. Het doel van de voorgestelde inrichtingsmaatregelen in het landschapsplan is om de effecten van de nieuwe hoogspanningsverbinding te mitigeren of compenseren. Het mitigeren van effecten op het landschap gebeurt door het aanbrengen of wijzigen van beplanting of versterken van de bestaande landschapsstructuur of elementen daarvan. In de huidige versie van het landschapsplan is de opgave voor natuur en landschap geformuleerd. Daarnaast zijn op basis van de effecten van de verbinding en bestaand beleid en plannen zoekgebieden aangewezen waar de inrichtingsmaatregelen gerealiseerd kunnen worden. 5.3 Natuur De bescherming van de natuurgebieden en dier- en plantensoorten zijn samengebracht in de Wet natuurbescherming (Wnb).

Voor de beoogde ontwikkeling zijn met name de onderwerpen soortenbescherming (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerp Nederland) van belang. Natura 2000 Uit de passende beoordeling blijkt dat de werkzaamheden voor de aanleg van de nieuwe verbinding kunnen leiden tot verstoring van broed- en leefgebieden van diverse soorten. Daarnaast blijkt dat door een toename in lengte van enkele deelverbindingen het aantal draadslachtoffers voor verschillende soorten mogelijk toeneemt. Dit kan leiden tot een afname van de omvang van de vogelpopulatie in de verschillende Natura 2000-gebieden. Uit de passende beoordeling blijkt dat het noodzakelijk is om maatregelen te nemen ter bescherming van deze diersoorten. Uit de ecologische beoordeling stikstof blijkt tot slot dat de depositie dusdanig laag is, dat deze niet kan leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland In het kader van het Natuurnetwerk Nederland en het areaalverlies dat optreedt als gevolg van de nieuwe verbinding wordt een natuur- en landschapscompensatieplan opgesteld. Dit wordt gelijktijdig met het vooroverleg van het voorontwerpinpassingsplan opgesteld en zal in het ontwerpinpassingsplan worden opgenomen.

5.4 Water Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met een ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij is het verplicht om een watertoets uit te voeren. Dit is een procedure waarin de waterbeheerder en initiatiefnemer gezamenlijk de effecten van het plan op het water en mogelijke maatregelen om deze effecten te verkleinen vroegtijdig in beeld brengen en daarmee verankeren in het plan. Uit de watertoets blijkt dat het niet noodzakelijk is om compenserende of mitigerende maatregelen te nemen op basis van de beschikbare informatie. De aangenomen toename in verharding vraagt niet om compensatiemaatregelen. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat voor enkele activiteiten mogelijk een watervergunning aangevraagd dient te worden, of een melding gemaakt moet worden. Dit geldt op locaties waar eventueel bemaling vereist is voor de werkzaamheden. Daarnaast geldt dit voor locaties waar het tracé of de masten raken aan oppervlaktewater of waterkeringen. Voor de werkzaamheden in de grondwaterbeschermingszone wordt voorafgaand aan de realisatie afgestemd met het bevoegd gezag. Ten aanzien van de waterhuishouding is het aannemelijk dat de

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -9- van 10

benodigde watervergunningen verleend kunnen worden. Het aspect water levert geen belemmeringen voor het inpassingsplan. 5.5 Bodem In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er rekeningen te worden gehouden met de bodemkwaliteit. Als er sprake is van bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. In het studiegebied zijn potentiële en/of bestaande bodemverontreinigingen aanwezig. Bestaande verontreinigingen zijn door onderzoek aangetoond. Bij potentiële verontreinigingen bestaat er op basis van historische activiteiten een vermoeden dat er een verontreiniging is, dit vermoeden is echter nog niet geverifieerd. Bij het funderen van de masten worden aanwezige lokale verontreinigingen indien nodig gesaneerd. Het saneren van bodemverontreinigingen wordt in principe aangemerkt als een positief milieueffect, negatieve effecten doen zich niet voor. In de tracédelen Rilland - Roosendaal en Roosendaal - Moerdijk doorsnijdt het tracé geen (potentiële) verontreinigingslocaties en heeft hierdoor in deze delen van het tracé geen effect. In het tracédeel Geertruidenberg - Tilburg doorsnijdt het voorkeurstracé nabij Loon op Zand een (potentiële) verontreinigingslocatie. Het totale oppervlak is beperkt. 5.6 Archeologie Ten aanzien van archeologie is de Erfgoedwet het wettelijke kader voor omgang met erfgoed.

Daarnaast hebben de provincies Zeeland en Noord-Brabant als doel om de cultuurhistorische waarden te behouden en te versterken. Ook beschikken de verschillende gemeenten over eigen archeologiebeleid, wat volgt uit het provinciaal en rijksbeleid. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is per landschap de archeologische verwachting bepaald. Dit is vertaald in een advieskaart. Voor de verschillende kaarteenheden uit de advieskaart zijn onderzoeksadviezen geformuleerd. Voor deze locaties wordt voorafgaand aan de werkzaamheden het geadviseerde onderzoek uitgevoerd om de archeologische waarden ter plaatse in beeld te brengen. De adviezen gelden allen voor nieuwe bodemingrepen, dus bij aanleg van de nieuw 150 kV-verbinding, de nieuwe 380 kV-verbinding en de stationslocaties. Voor het amoveren van bestaande kabels en masten is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. De bodem is hier immers al verstoord. 5.7 Geluid Hoogspanningsverbindingen kunnen geluidseffecten veroorzaken. Er kan sprake zijn van windfluiten en vooral bij vochtige weersomstandigheden kan een knetterend geluid optreden door elektrische ontladingen (coronageluid). Er is voor coronageluid en windfluiten, anders dan voor bijvoorbeeld industrie-, spoor- of wegverkeerslawaai, in Nederland en ook internationaal geen (wettelijk) toetsingskader voorhanden.

De mogelijke geluidseffecten van de verbinding en de aanvaardbaarheid daarvan zijn daarom beoordeeld op basis van berekeningen en (belevings)onderzoek naar geluid vanwege hoogspanningsverbindingen. 5.8 Externe veiligheid Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient ten aanzien van externe veiligheid te worden beoordeeld of de bedrijvigheid waar activiteiten plaatsvinden gevolgen hebben voor de externe veiligheid en of er sprake is van vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor de nieuwe hoogspanningsverbinding geldt dat dit geen gevoelige functie is, noch een leiding in het kader van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Echter kan in het kader van de ondergrondse verbinding mogelijk wel sprake zijn van beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de naastgelegen buisleidingen. In het kader van de ligging van de ondergrondse hoogspanningsverbinding op nabije afstand van de buisleidingenstraat wordt een beïnvloedingsonderzoek uitgevoerd. De ondergrondse hoogspanningsverbinding levert geen significante beperkingen op ten aanzien van het gebruik van de bestaande buisleidingenstraat.

Raadsvoorstel Zaaknummer: 2021-001318

Pagina -10- van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10184824/1