CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-001318 Bijlage 4c- MER TenneT ZuidWest Oost Deel C 22-2-2021

Opiniërende raadsvergadering 15 april 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-001318 Zienswijze raad-college voorontwerp Rijks inpassingsplan Hoogspanningsverbinding 380kV zuid-westoost33.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.1.1

Tracering

Bij de uitwerking van het tracé van de nieuwe hoogspanningsverbinding is het streven te bundelen met andere grote infrastructuur, zoals hoogspanningslijnen, wegen, of de buisleidingenstraat. Er moet dan wel onderzocht worden op welke afstand er gebundeld kan worden. Een belangrijk onderwerp hierbij is veiligheid. Er is bij de tracering rekening gehouden met diverse risico’s. Afstand tot de buisleidingenstraat Het tracé van de hoogspanningsverbinding bundelt over delen met de buisleidingenstraat die beheerd wordt door LSNed. Dit kan leiden tot onderlinge verstoring. Daarom worden er verschillende eisen gesteld aan het tracé van de verbinding. •

Wanneer masten binnen een afstand van 175 meter tot de buisleidingenstraat worden geplaatst, moeten kritische objecten, zoals afsluiter stations, buiten het valbereik blijven van masten. Ook moeten de gevolgen van een vallende mast worden onderzocht en moeten gevolgen gemitigeerd worden.

•

Bij kruisingen moeten de draden op extra hoogte worden gespannen. Er mag geen kruising plaatsvinden in de buurt van specifieke objecten zoals afblaasinstallaties en locaties voor fakkels.

•

Een hoogspanningslijn is voor veel brandbare stoffen een mogelijke ontsteekbron waardoor de kans op brand in geval van lekkages door de aanwezigheid van de hoogspanningslijn toeneemt. Daarom hanteert LSNed aan weerszijden van de buisleidingenstraat een vrije strook van 55 meter gerekend vanaf de rand van het beheersgebied. Deze afstand beperkt bovendien het risico op beschadiging van de bekleding van buisleidingen door hoge spanningen van de bodem rond masten In uitzonderlijke gevallen zijn mogelijk extra maatregelen nodig aan installaties van LSNed.

•

Bij ondergrondse aanleg worden de kabels in een robuuste afscherming gelegd waardoor de benodigde ruimte kan worden beperkt en de betrouwbaarheid van de verbinding en veiligheid voor de omgeving voldoende zijn geborgd.

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 21

Alle onderzochte tracé-varianten kunnen aan deze eisen voldoen. Er zijn wel diverse locaties waarvoor een nadere beschouwing moet worden uitgevoerd. Dit gebeurt alleen voor het gekozen tracé. De elektromagnetische beïnvloeding wordt dan exact bepaald en er wordt vastgesteld of er maatregelen genomen moeten worden. Afstand tot een andere hoogspanningsverbinding Bij het bundelen van hoogspanningsverbindingen wordt gekeken hoe dicht deze bij elkaar gebouwd kunnen worden. Hierbij wordt het risico bekeken dat één van de twee hoogspanningsverbindingen mogelijk beschadigd raakt als de andere hoogspanningsverbinding omvalt. De kans hierop is weliswaar zeer klein, maar het gevolg zou groot zijn. Dit risico wordt voorkomen door de twee hoogspanningsverbindingen op voldoende afstand van elkaar te plaatsen. Deze afstand wordt per locatie bepaald. Afstand tot windturbines In de nabijheid van het tracé van de nieuwe hoogspanningsverbinding staan windturbines of komen deze er in de toekomst te staan. Er moet in het kader van de veiligheid voldoende afstand gehouden worden tussen de windmolens en de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding. Om het risico te beperken dat de nieuwe hoogspanningsverbinding mogelijk beschadigd raakt door door een vallende windturbine, wordt rekening gehouden met een onderlinge afstand die afhankelijk is van de hoogte van de windmolen, inclusief de rotorbladen.

Ook bestaat het riscico dat er een rotorblad afbreekt. Er wordt in de onderlinge afstand rekening gehouden met de valafstand. Ook wordt rekening gehouden met effecten van de nieuwe hoogspanningsverbinding op de windturbines.

3.1.1

Effecten

TenneT heeft de effecten van de varianten in beeld gebracht. Het gaat om effecten op leefomgeving, landschap, natuur, archeologie, bodem en water, (net)techniek en financiën. De effectbeschrijving van de varianten sluit aan bij de effectbeschrijving van de alternatieven en varianten die in deel B van dit MER is opgenomen, maar is hieraan niet identiek. De alternatieven die in deel B van dit MER worden vergeleken, verschillen sterk van elkaar. De tracévarianten van het Voorgenomen tracé zijn veel minder onderscheidend. In de effectbeschrijving van de optimalisatievarianten op het Voorgenomen tracé is daarom bekeken of de aard en omvang van effecten van de varianten onderling vergelijkbaar zijn. Wanneer de effecten van de varianten op een bepaald thema niet onderscheidend zijn, zijn de effecten grijs gemarkeerd. Significant positievere effecten ten opzichte van andere varianten zijn groen gemarkeerd, significant negatievere effecten ten opzichte van andere varianten zijn rood gemarkeerd. Naast de effectanalyse van de varianten is een beschrijving van de resultaten van de discussie met belanghebbenden opgenomen. De resultaten van deze analyse worden in dit hoofdstuk weergegeven en zijn eerder ook beschreven in Projectboek 3, dat begin 2019 is gepubliceerd.

3.2

Rilland- Markiezaat

Het tracé van het voorgenomen tracé in het deelgebied Rilland-Markiezaat loopt vanaf het nieuwe 380 kV-hoogspanningsstation Rilland naar het oosten. Daarna kruist deze het Spuikanaal en het ScheldeRijnkanaal en loopt dan langs de A58 in de richting van Knooppunt Markiezaat. Daar komt een opstijgpunt; vanaf dat punt komt de nieuwe verbinding op de Brabantse Wal ondergronds te liggen.

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 22

3.2.1

Varianten

Bij de uitwerking van het tracé is de kruising van het Spuikanaal en het Schelde-Rijnkanaal onderzocht. Om de scheepvaart niet te hinderen moeten er aan weerszijden van het ScheldeRijnkanaal extra hoge masten geplaatst worden. De hoek waarmee de verbinding de vaarweg kruist heeft invloed op de zichtbaarheid van de verbinding voor de scheepvaart. In het Voorgenomen tracé is gekozen voor een haakse kruising vanuit de veronderstelling dat dit het beste voldoet aan de eisen die Rijkswaterstaat stelt voor het kruisen van vaarwegen. Bij een haakse kruising is een complexe verhoogde hoekmast nodig om voldoende afstand tussen het tracé en windturbines aan te kunnen houden. In de uitwerking bleek een kruising onder een beperkte hoek beter te voldoen aan de eisen. Door bij de uitwerking uit te gaan van een beperkte hoek komt de verbinding na de kanaalkruising noordelijker te liggen. Hierdoor is geen complexe mast nodig en kan het tracé op grotere afstand van de woningen in Völckerdorp komen te staan. Een tracé op grotere afstand van Völckerdorp was ook een verzoek vanuit de bewoners. Er zijn in de werkateliers drie realistische varianten ontwikkeld die voldoen aan de opgave, maar verschillen in de effecten: Variant Donkerblauw; Variant Geel; Variant Bruin.

Variant Donkerblauw Het tracé van variant Donkerblauw loopt vanaf het 380 kV-hoogspanningsstation in Rilland in noordoostelijke richting en kruist het Spuikanaal en het Schelde-Rijnkanaal met een schuine hoek. In verband met de doorvaarthoogte voor de scheepvaart wordt de kruising met verhoogde masten uitgevoerd. Vanwege de benodigde hoogte worden deze in vakwerk uitgevoerd. Het tracé loopt dan in noordoostelijke richting, kruist de huidige 150 kV-verbinding en maakt dan een flauwe knik. Doordat de nieuwe verbinding de 150 kV/verbinding kruist ter plaatse van een verhoogde mast, is een complexe tijdelijke verbinding nodig (kabeltracé onder het kanaal door naar het 150 kV-station). Vanaf dat punt loopt de verbinding parallel aan de A58. De verbinding loopt over een parkeerplaats en vlak langs een zendmast. De verbinding komt op een afstand van ongeveer 80 meter ten noorden van de huidige 150 kV-verbinding te staan en op een afstand van circa 165 meter van Völckerdorp. De 150 kV/verbinding wordt na de realisatie van de 380 kV-verbinding verwijderd en gecombineerd met de 380 kV-verbinding. Hiermee wordt invulling gegeven aan het verzoek van inwoners van Völckerdorp om de verbinding op ruime afstand van het dorp te plaatsen. Ten zuidwesten van het knooppunt Markiezaat maakt het tracé een knik in zuidoostelijke richting en kruist de huidige 150 kV-verbinding opnieuw.

Ten zuidoosten van het knooppunt Markiezaat is het opstijgpunt voorzien vanwaar de verbinding over enkele kilometers ondergronds komt te liggen. Zie figuur 3.2 Appendix deel C – pagina 52 Figuur 3.2 Rilland–Markiezaat – Variant Donkerblauw Variant Geel Omdat variant Donkerblauw een technisch complexe kruising met de 150 kV-verbinding heeft, is variant Geel ontwikkeld. Het tracé van variant Geel lijkt op het tracé van variant Donkerblauw, maar kruist de 150 kV-verbinding oostelijker (niet ter hoogte van de verhoogde mast). Er is wel een tijdelijke verbinding nodig, maar deze is veel minder complex. Om de passage over de parkeerplaats en de daarop aanwezige zendmast te voorkomen en de effecten op de beplanting te minimaliseren, bundelt het tracé van variant Geel op grotere afstand met de A58.

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 23

De verbinding komt op een afstand van ongeveer 50 meter ten noorden van de huidige 150 kVverbinding en een afstand van circa 130 meter van Völckerdorp te liggen. Hiermee ligt variant Geel weliswaar dichterbij Völckerdorp dan variant Donkerblauw, maar wel op grotere afstand dan aanvankelijk was voorzien. Ten zuidwesten van het knooppunt Markiezaat maakt het tracé een knik in zuidoostelijke richting en kruist de huidige 150 kV-verbinding opnieuw. Ten zuidoosten van het knooppunt Markiezaat is het opstijgpunt voorzien vanwaar de verbinding over enkele kilometers ondergronds komt te liggen. Zie figuur 3.3 Appendix deel C – pagina 52 Figuur 3.3 Rilland - Markiezaat - Variant Geel Variant Bruin Zowel het tracé van variant Donkerblauw als van variant Geel hebben twee duidelijke knikken. Daarnaast heeft variant Donkerblauw een complexe tijdelijke verbinding tot gevolg en leidt variant Geel tot een beperkte extra afstand tot Völckerdorp. Daarom is variant Bruin ontwikkeld. Variant Bruin heeft één knik in het tracé, kruist de 150 kV-verbinding op een andere locatie, houdt meer afstand tot de zendmast en staat op grotere afstand van Völckerdorp (circa 170 meter). Het tracé van variant Bruin loopt vanaf station Rilland naar het oosten en kruist het Spuikanaal en het Schelde-Rijn kanaal met een iets flauwere hoek dan de andere varianten.

Het tracé loopt in de richting van de parkeerplaats langs de A58. Vlak hiervoor knikt het tracé in oostelijke richting. Vanaf hier gaat de verbinding in één rechtstand net ten zuiden langs de parkeerplaats naar het opstijgpunt aan de zuidoostzijde van het knooppunt Markiezaat vanwaar de verbinding over enkele kilometers ondergronds komt te liggen. Zie figuur 3.4 Appendix deel C – pagina 53 Figuur 3.4 Rilland - Markiezaat - Variant Bruin

3.2.2

Effecten

Leefomgevingskwaliteit Geen van de varianten leiden tot gevoelige bestemmingen. De varianten zijn op het gebied van leefomgevingskwaliteit daarom niet onderscheidend. Landschap Variant Donkerblauw knikt vanaf de mast direct ten westen van station Rilland het Schelde-Rijnkanaal in één rechtstand naar de A58 en bundelt daarmee over redelijke lengte. Aan de oostzijde maakt het tracé een knik naar het opstijgpunt. Het is een gestrekt tracé dat een rustig beeld oplevert. De knik naar het opstijgpunt is scherp en is een forse afwijking van het verder gestrekte tracé. De kwaliteit van het tracé van variant Geel is nagenoeg gelijk aan dat van variant Donkerblauw. Variant Bruin is een eenvoudig tracé dat met slechts één knik en twee lange rechtstanden Völckerdorp op enige afstand passeert. Variant Bruin scoort significant beter dan beide andere varianten. In de omgeving zijn geen landschappelijk belangrijke structuren en objecten aanwezig. Er zijn daarom geen effecten op de samenhang van specifieke structuren en objecten met hun omgeving. Variant Donkerblauw beschadigt de beplanting die aanwezig is op de parkeerplaats. Deze schade zal gecompenseerd moeten worden. MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 24

Natuur Er liggen geen varianten in een Natura 2000-gebied of een NNN-gebied. Nabij de varianten ligt het Natura 2000-gebied Markiezaat. Geen van de varianten heeft een groter of een kleiner effect op dit gebied. De varianten verschillen daarmee niet in hun externe werking op dit gebied. Er zijn op basis van bureaustudies geen beschermde vogels, vleermuizen en zoogdieren aangetroffen nabij dit tracédeel. De effecten van de varianten op natuur zijn daarom niet onderscheidend. Archeologie De tracés van de varianten verschillen beperkt. Zij lopen door een gebied met een afwisselende middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit leidt niet tot onderscheidende effecten. Bodem en Water De tracés van de varianten verschillen beperkt. De varianten lopen door gebieden die niet verdacht zijn op bodemverontreiniging. De varianten Donkerblauw en Bruin raken een perceel dat in het verleden onderzocht en gesaneerd is. Dit leidt echter niet tot een onderscheidend effect. (Net)techniek De varianten verschillen nauwelijks op het gebied van leveringszekerheid. De kruisingen met het ScheldeRijnkanaal en het knooppunt Markiezaat zijn gelijkwaardig, net als de keuze voor de 150 kVen 380/150 kV-opstijgpunten. Het negatieve effect door de nabijheid van de parkeerplaats langs de A58 in variant Donkerblauw is verwaarloosbaar.

Het effect van de windturbines is voor alle varianten toelaatbaar. De tracés hebben verder geen beperkende effecten voor de leveringszekerheid. Variant Donkerblauw is technisch complexer om aan te leggen dan beide andere varianten. Deze variant kruist de 150 kV-hoogspanningsverbinding ter plaatse van een verhoogde mast. Omdat deze mast niet verplaatst kan worden is een boring van de 150 kV-verbinding noodzakelijk. Hierdoor zijn er extra eisen voor het vrij schakelen van 150 kV circuits, komen veiligheidsvragen op en kunnen bouwbelemmeringen ontstaan. Dit is niet aan de orde bij de varianten Geel en Bruin. Het beheer en onderhoud van de varianten is niet onderscheidend. Het beheer en onderhoud van de varianten is gelijkwaardig aan reguliere hoogspanningslijnen met Wintrack masten (en de twee verhoogde vakwerkmasten bij de kruising van het Schelde-Rijnkanaal). De varianten verschillen niet ten aanzien van bereikbaarheid, levensduur en betrouwbaarheid en het onderscheid ten aanzien van veiligheid is verwaarloosbaar. De raakvlakken van de varianten op objecten van derden, zoals Rijkswaterstaat, ProRail, eigenaren van buisleidingen, zijn bijna gelijk. Variant Donkerblauw vergt de nodige aanpassingen: er moet een zendmast voor mobiele telefonie worden verplaatst en er zijn maatregelen nodig aan lichtmasten. Deze variant scoort hierdoor minder dan de andere varianten.

Investeringskosten De kosten van de varianten Geel en Bruin zijn niet significant onderscheidend. Variant Donkerblauw is significant duurder, aangezien de aanleg van deze variant complexer is en de zendmast verplaatst moet worden. Overzicht effecten

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 25

Variant

Variant

Variant

Donkerblauw

Geel

Bruin

Leefomgevingskwaliteit Aantal gevoelige bestemmingen Landschap Kwaliteit tracé Structuren en elementen Natuur Natura 2000 Natuur Netwerk Brabant Leefgebieden met bijzondere waarden Archeologie Archeologische (rijks)monumenten AMK-terreinen Verwachtingswaarden Bodem en Water Aardkundige waarden Nettechniek Leveringszekerheid Technische complexiteit aanleg Beheer en onderhoud Raakvlakken objecten derden Investeringskosten investeringskosten

3.2.3

Omgevingsproces

In de effect analyse scoort variant Bruin het meest positief. Deze analyse is besproken in de werkateliers en werd onderschreven door de deelnemers. In het werkatelier ging de voorkeur uit naar variant Bruin. Deze variant houdt meer afstand tot Völckerdorp. Ook het positieve landschappelijke effect door het minimaliseren van het aantal knikken werd onderschreven. De varianten zijn vergelijkbaar in de afstand die zij tot de windturbines aanhouden.

3.3

Brabantse Wal

3.3.1

Varianten

Het tracé over de Brabantse Wal loopt van het opstijgpunt bij het knooppunt Markiezaat over de Brabantse Wal naar Heimolen, ten zuiden van Bergen op Zoom. Op de Brabantse Wal is een Natura 2000 gebied aanwezig. Het voorgenomen tracé uit 2017 ligt bij Woensdrecht ondergronds. Deze ondergrondse ligging is gekozen vanuit het oogpunt van natuur en landschap. De ondergrondse ligging levert een verbetering op voor natuurwaarden (o.a. geen draadslachtoffers) en zorgt ervoor dat

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 26

er geen zichtlijnen worden onderbroken in het landgoed Mattemburgh richting het Markiezaatsmeer. Een voordeel bij de ondergrondse aanleg is dat er geen conflict ontstaat met de vliegfunnel van Vliegbasis Woensdrecht. Dit is een obstakelvrije ruimte ten behoeve van de vliegveiligheid. Twee tracévarianten: variant Groen en variant Blauw Bij de uitwerking van het voorgenomen tracé is de ligging van het kabeltracé verder onderzocht. De ligging van het tracé was niet overal optimaal: het maakte veel kruisingen met het spoor, er was weinig ruimte tussen woningen en de buisleidingenstraat en het lag ongunstig ten opzichte van het knooppunt Markiezaat. Daarom zijn er twee beter ingepaste varianten ontwikkeld: één ten westen van de buisleidingenstraat (variant Blauw) en één in de buisleidingenstraat (variant Groen). Bij variant Groen ligt de nieuwe verbinding in de buisleidingenstraat. Dit is een strook grond die gereserveerd is om kabels en leidingen in te leggen. De kabels worden naast elkaar gelegd in een gegraven sleuf. De sleuf wordt daarna weer dicht gemaakt. Doordat de strook voorbereid is op kabels en leidingen zijn er geen boringen nodig. Bij de ligging in de buisleidingenstraat wordt bij het zuidwestelijke opstijgpunt uitgegaan van opstijgpunt 2 ten zuidoosten van knooppunt Markiezaat.

Aan de noordoostelijke zijde van het tracé zijn de drie locaties voor het opstijgpunt mogelijk. Zie figuur 3.5 Appendix deel C – pagina 53 Figuur 3.5 Brabantsewal - Variant Groen Variant Blauw ligt aan de westzijde van de buisleidingenstraat. Het tracé gaat uit van opstijgpunt 1 aan de zuidwestzijde van knooppunt Markiezaat. Het tracé loopt vanaf daar in noordoostelijke richting en kruist het spoor en de A58 in noordelijke richting. Het tracé loopt langs de grenzen van het Natura 2000-gebied, langs perceelgrenzen en zo min mogelijk in de buurt van woningen. Daarom maakt het tracé de nodige bochten. Het tracé wordt over een aantal delen geboord om het Natura 2000 gebied en infrastructuur te passeren. Zie figuur 3.6 Appendix deel C – pagina 54 Figuur 3.6 Brabantsewal - Variant Blauw Aan de noordoostelijke zijde van het tracé zijn de drie locaties voor het opstijgpunt mogelijk. Twee locaties voor het opstijgpunt aan de zuidwestzijde van het tracé De locatie van het opstijgpunt aan de zuidwestzijde van het tracé - bij het knooppunt Markiezaat kan niet los gezien worden van het bovengrondse tracédeel Rilland-Markiezaat. Wanneer het kabeltracé ten westen van de buisleidingenstraat ligt (variant Blauw), staat het opstijgpunt ten zuidwesten van het knooppunt Markiezaat (locatie 1).

Bij een ligging in de buisleidingenstraat (variant Groen) staat het opstijgpunt ten zuidoosten van het knooppunt Markiezaat (locatie 2). Drie locaties voor het opstijgpunt aan de noordoostzijde van het tracé Aan de noordoostzijde van het tracé - nabij Heimolen - zijn drie mogelijke locaties voor het opstijgpunt in beeld gebracht. Twee locaties zijn gekoppeld aan een variant aan de westzijde van de buisleidingenstraat in het uitwerkingsgebied Bergen op Zoom. Een van deze locaties ligt direct ten oosten van de A58 ter hoogte van de kruising met de buisleidingenstraat (locatie 1). Deze locatie is gekozen vanwege de bundeling met infrastructuur van vergelijkbaar schaalniveau. Hiermee staat het MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 27

opstijgpunt echter ook in een beekdal met een visuele samenhang tussen de Brabantse Wal en de Oosterschelde. Deze samenhang is uniek in Nederland. In de uitwerking is daarom een tweede locatie voor het opstijgpunt onderzocht. Deze ligt ter hoogte van de Huijbergsebaan (locatie 2). Het opstijgpunt staat dan niet in de zichtlijn naar de Oosterschelde. De derde locatie voor het opstijgpunt is gekoppeld aan een variant die in het uitwerkingsgebied Bergen Op Zoom aan de oostzijde van de buisleidingenstraat ligt. Deze locatie (locatie 3) ligt ook ter hoogte van de Huijbergsebaan, maar dan aan de oostzijde van de buisleidingenstraat.

3.3.2

Effecten

Leefomgevingskwaliteit Het onderscheidende effect op leefomgeving wordt bepaald door de locatie waar de kabel aan de noordoostelijke zijde van het tracé bovengronds komt. Bij opstijgpunt 1 komt het tracé direct ten oosten van de A58 bovengronds waardoor er ter hoogte van Groot Molenbeek vier gevoelige bestemmingen ontstaan. Bij opstijgpunten 2 en 3 ligt de verbinding ter hoogte van Groot Molenbeek ondergronds, waardoor er geen gevoelige bestemmingen ontstaan. Landschap Zowel variant Groen als variant Blauw ligt op de Brabantse Wal ondergronds. De landschappelijke effecten van beide varianten zijn niet onderscheidend. Er zijn wel onderscheidende effecten in de locaties van het opstijgpunt aan de noordoostelijke zijde van het kabeltracé. Opstijgpunt 1 ligt dominant in het beekdal en verstoort de visuele samenhang tussen de Brabantse Wal en de Oosterschelde. Opstijgpunt 2 en 3 liggen aan de rand van het beekdal en zijn minder dominant aanwezig. Natuur Variant Groen ligt in de buisleidingenstraat. De buisleidingenstraat ligt tussen de Natura 2000gebieden Markiezaat en Brabantse Wal in. Het tracé ligt niet in een NNB gebied. Nabij het tracé zijn diverse waarnemingen van algemene landdieren gedaan (haas, egel en muizen). Variant Blauw volgt de rand van het Natura 2000 gebied Markiezaat. Waar de kabel in het Natura 2000 gebied ligt, wordt een boring toegepast.

Nabij het tracé zijn diverse waarnemingen van met name reptielen gedaan. De locaties van het opstijgpunt aan de noordoostzijde vallen in het NNB gebied. Opstijgpunt 2 ligt net in het Natura 2000 gebied. Dit levert een klein effect op. Doordat de verbinding langer verkabeld wordt, wordt de doorsnijding van het Natura 2000 gebied door de bovengrondse verbinding verminderd. Hierdoor scoren de opstijgpunten niet onderscheidend. Archeologie Voor beide tracés geldt dat de archeologische verwachting varieert tussen een lage verwachtingswaarde en een hoge verwachtingswaarde. Hiermee zijn beide tracés niet onderscheidend. Dit geldt ook voor de locaties van de opstijgpunten. Bodem en Water Beide kabeltracés kennen verdachte locaties wat betreft de bodemkwaliteit en lopen nabij Bergen op Zoom door een grondwaterbeschermingsgebied. De effecten van de varianten zijn op het gebied van bodem en water niet onderscheidend. MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 28

(Net)techniek De leveringszekerheid van beide varianten is geborgd. Variant Blauw vergt vele gestuurde boringen en een extra lange complexe gestuurde boring, om negatieve effecten op het Natura 2000 gebied zo veel mogelijk te voorkomen. Voor het beheren en onderhouden van de hoogspanningsverbinding geldt dat variant Blauw slechter scoort op bereikbaarheid en dat er voor variant Groen rekening gehouden moet worden met besloten ruimtes en beperkte ruimte tijdens de werkzaamheden in de sleuf. Deze effecten zijn beoordeeld als relatief gering, zodat beide varianten als niet onderscheidend zijn beoordeeld. Ook de raakvlakken met objecten van derden zijn niet onderscheidend. Investeringskosten De aanleg van de ondergrondse verbinding van variant Blauw met diverse boringen is complexer dan de aanleg van variant Groen in de buisleidingenstraat en daardoor significant duurder. Voor het opstijgpunt aan de noordoostzijde leiden locaties 2 en 3 tot een langer ondergronds tracé, dit is duurder dan locatie 1. Overzicht effecten Variant Groen

Variant Blauw

1

2

3

1

2

3

4

0

0

4

0

0

Leefomgevingskwaliteit Aantal gevoelige bestemmingen Landschap Kwaliteit tracé Structuren en elementen Natuur Natura 2000 Natuur Netwerk Brabant Leefgebieden met bijzondere waarden Archeologie Archeologische (rijks)monumenten AMK-terreinen Verwachtingswaarden Bodem en Water Aardkundige waarden Nettechniek Leveringszekerheid Technische complexiteit aanleg Beheer en onderhoud Raakvlakken objecten derden Investeringskosten investeringskosten

3.3.3

Omgevingsproces

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 29

De opgave in dit deeltraject was het optimaliseren van het tracé van de ondergrondse kabel en de locatie van de opstijgpunten. Er hebben twee bijeenkomsten plaatsgevonden en meerdere bilaterale overleggen waarin het voorgenomen tracé met de direct betrokkenen in dit gebied is uitgewerkt. Specifiek voor de ligging van het noordoostelijke opstijgpunt en de relatie met het volgende uitwerkingsgebied Bergen op Zoom is een derde werkatelier georganiseerd. In de uitwerking bleek dat de effecten van variant Groen minimale effecten heeft op de leefomgevingskwaliteit, natuur en landschap en dus positief scoort. Ook scoort variant Groen positief op technische effecten. Variant Blauw scoort minder goed op het gebied van natuur en aanleg en heeft hogere investeringskosten. Uit de bespreking van Variant Blauw in de werkateliers bleek dat er vanuit de omgeving verbeteringen mogelijk zijn. In de werkateliers was er een gedragen voorkeur voor variant Groen. Afgesproken werd dat wanneer variant Groen niet gekozen wordt of alsnog niet haalbaar blijkt te zijn, variant Blauw met de omgeving verder wordt uitgewerkt. In het werkatelier zijn nadere suggesties voor de ligging van het tracé van variant Blauw gedaan, die bij een eventuele vaststelling van variant Blauw samen met de omgeving verder zouden kunnen worden uitgewerkt.

De locatie van het opstijgpunt aan de zuidwestelijke zijde van het tracé - bij het knooppunt Markiezaat - kan niet los gezien worden van het bovengrondse tracédeel Rilland-Markiezaat. Wanneer het kabeltracé ten westen van de buisleidingenstraat ligt, staat het opstijgpunt op locatie 1 ten zuidwesten van het knooppunt Markiezaat. Bij een ligging in de buisleidingenstraat staat het opstijgpunt op locatie 2, ten zuidoosten van het knooppunt Markiezaat. Locatie 2 is in overleg met het Waterschap Brabantse Delta verder uitgewerkt. Hierbij is rekening gehouden met de aanleg van een nieuwe afvalwaterpersleiding die het Waterschap op die locatie start. In de werkateliers zijn voor het opstijgpunt aan de noordoostzijde locatie 2 (bij de variant aan de westzijde van de buisleidingenstraat in het uitwerkingsgebied Bergen op Zoom) en 3 (bij de variant aan de oostzijde van de buisleidingenstraat in het uitwerkingsgebied Bergen op Zoom) als meest optimale locaties aangemerkt.

3.4

Bergen op Zoom

Het voorgenomen tracé bij Bergen op Zoom ligt aan de westzijde van de buisleidingenstraat. In dit tracé moet rekening worden gehouden met de luchtmachtbasis Woensdrecht. Vanwege de vliegveiligheid moeten er op een deel van het tracé lagere masten met een lengte van circa 45 meter en een kortere veldlengte van circa 260 meter worden toegepast.

3.4.1

Varianten

Bij de uitwerking van het voorgenomen tracé is in het werkatelier gevraagd of de verbinding dichter op de buisleidingenstraat zou kunnen staan, zodat er minder effect is op de aanwezige natuur. Er was hierbij van uitgegaan dat de valafstand van de masten ten opzichte van de buisleidingenstraat maatgevend zou zijn en dat de afstand kleiner zou kunnen zijn vanwege het toepassen van verlaagde masten. Met de beheerder van de buisleidingenstraat is onderzocht wat de minimale afstand moet zijn tussen de verbinding en de buisleidingenstraat. Deze afstand bleek 55 meter te zijn en onafhankelijk van de masthoogte. MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 30

Twee tracévarianten: variant Geel en variant Groen Er is naar aanleiding van het werkatelier onderzocht of de nieuwe verbinding aan de oostzijde van de buisleidingenstraat kan komen te liggen, omdat de verwachting was dat dit tot minder natuureffecten zou leiden dan een ligging aan de westzijde. Onderzoek uit 2012 gaf aan dat een ligging aan de oostzijde leidt tot negatieve effecten op natuur waardoor deze variant niet of moeilijk vergunbaar zou zijn. Dit onderzoek is in 2018 geactualiseerd, hierbij heeft ook een veldonderzoek plaats gevonden. Op basis hiervan is geconstateerd dat een variant aan de oostzijde mogelijk wel vergunbaar is, net als de westzijde. Daarom is deze variant ook meegenomen. Dit heeft tot twee varianten geleid: variant Geel aan de westzijde van de buisleidingenstraat en variant Groen aan de oostzijde van de buisleidingenstraat. Variant Geel komt overeen met het in 2017 voorgenomen tracé. Bij de aanleg van de nieuwe verbinding is uitgegaan van een veilige werkafstand van 50 meter tot de 150 kV-verbinding. Hierdoor komt de nieuwe verbinding op circa 90 meter van de buisleidingenstraat te liggen en wordt bos doorsneden. Er zijn twee locaties voor de opstijgpunten voorzien: locatie 1 en 2.

Zie figuur 3.7 Appendix deel C – pagina 54 Figuur 3.7 Bergen op Zoom – Variant Geel A Zie figuur 3.8 Appendix deel C – pagina 55 Figuur 3.8 Bergen op Zoom – Variant Geel B Variant Groen ligt aan de oostzijde van de buisleidingenstraat op de minimaal vereiste 55 meter. Vanwege deze ligging zal het opstijgpunt nabij de Huijbergsebaan aan de oostzijde van de buisleidingenstraat komen op locatie 3. Aan de noordzijde van het uitwerkingsgebied kruist de verbinding de buisleidingenstraat om aan te sluiten op het tracé van het voorgenomen tracé. Omdat de masten op 55 meter van de buisleidingenstraat moeten staan, de maximale veldlengte 400 meter is en de buisleidingenstraat op deze locatie een aantal knikken maakt, maakt ook het tracé een aantal knikken. Zie figuur 3.9 Appendix deel C – pagina 55 Figuur 3.9 Bergen op Zoom - Variant Groen Drie locaties voor het opstijgpunt aan de zuidwestzijde van het tracé Voor de opstijgpunten aan de zuidzijde van het tracé - nabij Heimolen - zijn drie locaties in beeld. Deze zijn ook beschreven in paragraaf 3.3 bij de uitwerking van de Brabantse Wal. Er is een opstijgpunt voorzien direct ten oosten van de A58 ter hoogte van de kruising met de buisleidingenstraat. Dit is locatie 1. Het opstijgpunt staat daar op een locatie in samenhang met de autosnelweg, infrastructuur van vergelijkbaar schaalniveau.

Het staat echter ook in een beekdal met een unieke visuele samenhang tussen Brabantse Wal en Oosterschelde. Deze samenhang is uniek in Nederland. Daarom is ook een tweede locatie voor het opstijgpunt in beeld. Dit is 700 meter ten oosten van de eerste locatie, ter hoogte van de Huijbergsebaan. Dit punt staat niet in de zichtlijn naar de Oosterschelde. Dit is locatie 2. Voor de variant aan de oostzijde,

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 31

variant Groen, is een derde locatie voor het opstijgpunt onderzocht. Deze ligt net als locatie 2 ter hoogte van de Huijbergsebaan, maar aan de oostzijde van de buisleidingenstraat.

3.4.2

Effecten

Leefomgevingskwaliteit Variant Geel heeft 4 gevoelige bestemmingen: 2 op de Boslustweg en 2 op de Balsedreef. Variant Groen heeft ook 4 gevoelige bestemmingen: 2 op de Huijbergsebaan, 1 op de Balsedreef en 1 op het Stoffeligstraatje. Landschap Beide varianten liggen op korte afstand van de rand van het bos en in beide varianten wordt er een strook bos tussen de verbinding en de open buisleidingen straat gehandhaafd. Bij variant Groen is die bosstrook smaller. Variant Geel heeft invloed op de lanenstructuur van Landgoed Zoomland, variant Groen heeft invloed op de lanenstructuur tussen de Huijbergsebaan en de Boslustweg. De kwaliteit van het tracé verschilt wel. Variant Groen heeft twee noodzakelijke knikken in het tracé nabij camping Heidepol, om de buisleidingenstraat te kruisen. Hierdoor heeft deze variant een grotere landschappelijke impact. Natuur Zowel variant Geel als variant Groen loopt door het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Er zijn daarom meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van deze varianten aan de west- en oostzijde van de buisleidingenstraat en de vergunbaarheid van de varianten. De natuur wetgeving heeft een integraal karakter en voorziet in een combinatie van gebiedsbescherming (Natura 2000), bescherming van vogels en habitats (de voormalige Flora- en faunawet art. 75c) en de bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet).

Variant Geel leidt tot meer houtkap dan variant Groen. Variant Groen leidt echter tot een nieuwe doorsnijding. Bij een keuze voor variant Geel wordt de oostzijde niet aangetast. Bij variant Groen vindt aantasting van beide zijden van de buisleidingenstraat plaats niet alleen omdat variant Groen aan de oostzijde wordt aangelegd maar ook vanwege het amoveren van de 150 kV-verbinding aan de westzijde. Bij de aanleg van beide varianten wordt gebruik gemaakt van een ecologisch werkprotocol waardoor de effecten geminimaliseerd worden. Voor beide varianten moet een vergunning aangevraagd worden. Op de plaats van de 150 kV-verbinding kan landschappelijke inpassing met bossages plaatsvinden. Er moet nog onderzocht worden hoe het aantal te kappen bomen geminimaliseerd kan worden. Archeologie Beide tracés gaan door een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Er zijn enkele locaties bekend waar maatwerk of vervolg onderzoek uitgevoerd moet worden. De effecten op archeologie zijn al met al niet onderscheidend. Bodem en Water Beide tracés kennen verdachte locaties wat betreft de bodemkwaliteit. Zij zijn op dit gebied niet onderscheidend. De tracés lopen bij Bergen op Zoom door een grondwaterbeschermingsgebied. De tracés zijn in dit gebied nagenoeg even lang waardoor dit niet onderscheidend is.

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 32

(Net)techniek Op het gebied van de leveringszekerheid zijn de alternatieven volledig gelijkwaardig. Er komen in beide varianten geen specifieke situaties voor met positieve of negatieve gevolgen voor de leveringszekerheid. Beide varianten hebben mogelijk kruisingen met gebouwen. Door maatregelen worden deze effecten gemitigeerd. Deze beoordeling is niet afhankelijk van de locatie van het opstijgpunt. Voor de varianten Geel en Groen gelden geen specifieke omstandigheden die de technische complexiteit in de aanlegfase beïnvloeden. De locatie van het opstijgpunt heeft weinig invloed op de omvang van de tijdelijke verbinding. De beoordeling is niet afhankelijk van de locatie van het opstijgpunt. Op het gebied van beheer en onderhoud hebben de tracé varianten geen onderscheidende effecten ten aanzien van betrouwbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en levensduur. Ook hier is de locatie van het opstijgpunt niet van belang. De raakvlakken van de varianten met objecten van derden zijn onderling gelijkwaardig. De cumulatieve effecten van de varianten in de verschillende uitvoeringsgebieden op lange infrastructuren van derden zoals buisleidingen moeten echter nog bepaald worden. De extra invloed van elke variant hierop is naar verwachting verwaarloosbaar. De locatie van het opstijgpunt heeft verder geen invloed op dit resultaat.

Investeringskosten De investeringskosten van varianten zijn niet onderscheidend. Overzicht effecten

Variant

Variant

Geel

Groen

4

4

Leefomgevingskwaliteit Aantal gevoelige bestemmingen Landschap Kwaliteit tracé Structuren en elementen Natuur Natura 2000 Natuur Netwerk Brabant Leefgebieden met bijzondere waarden Archeologie Archeologische (rijks)monumenten AMK-terreinen Verwachtingswaarden Bodem en Water Aardkundige waarden Nettechniek Leveringszekerheid Technische complexiteit aanleg Beheer en onderhoud Raakvlakken objecten derden Investeringskosten investeringskosten

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 33

3.4.3

Omgevingsproces

De gevoelige bestemmingen aan de westzijde van de buisleidingenstraat (variant Geel) hebben rekening gehouden met een variant aan de westzijde. De nieuwe variant aan de oostzijde leidt tot extra onzekerheid van de betrokkenen aan de oostzijde. De nieuwe gevoelige bestemmingen en direct betrokkenen bij de variant aan de oostzijde van de buisleidingenstraat (variant Groen) hebben daarom een voorkeur voor variant Geel. Variant Geel passeert recreatiewoningen. De betrokkenen hierbij hebben voorkeur voor variant Groen. De tracévariant aan de oostzijde passeert een te ontwikkelen en al vergund recreatieterrein. Variant Groen beperkt de ontwikkelmogelijkheden hiervan. Beide varianten kunnen naar verwachting een natuurvergunning krijgen. Het Brabants Landschap heeft een voorkeur voor de tracévariant aan de oostzijde. Mocht de keuze vallen op variant Geel, dan vragen zij om maximale inzet om schade aan natuur te voorkomen en te compenseren. Dit moet gezamenlijk verder uitgewerkt worden voor de aanlegfase en de definitieve situatie.

3.5

Roosendaal – Halderberge

Het tracé tussen Roosendaal en Halderberge bundelt met het tracé van de buisleidingenstraat. Het tracé is mede bepaald door drie windturbines en de buisleidingenstraat. Er moet in verband met de veiligheid een bepaalde afstand aangehouden worden tussen de windturbines en de nieuwe verbinding en tussen de nieuwe verbinding en de buisleidingenstraat. Daarom is het tracé van het voorgenomen tracé aan de westzijde van de windturbines getraceerd. Hierdoor heeft het tracé een aantal knikken en wordt er niet gebundeld met de buisleidingenstraat.

3.5.1

Varianten

In de uitwerking is onderzocht of het tracé beter gebundeld kan worden, rekening houdend met een veilige afstand tot de windmolens en de buisleidingenstraat. Na de kruising met de Nieuwe Roosendaalsche Vliet passeert de verbinding het bedrijventerrein Borchwerf II. Hier is onderzocht of het tracé beter gebundeld kan worden met de A17. In de werkateliers zijn verschillende varianten beschouwd. Hiervan zijn drie varianten vergeleken op effecten en in de afweging meegenomen, namelijk Rood, Paars en Grijsblauw. Variant Rood Variant Rood komt overeen met het in 2017 voorgenomen tracé. Aan de zuidzijde van het tracé kruist het tracé de A58 om daarna parallel aan de buisleidingenstraat naar het noorden te lopen. De windmolens worden aan de westzijde gepasseerd op een afstand van respectievelijk 220 meter, 285 meter en 220 meter. Hierdoor bundelt het tracé niet met de buisleidingenstraat, heeft het tracé een aantal scherpe knikken en wordt een aantal woningen ingesloten tussen de nieuwe verbinding en de bestaande 380 kV-verbinding. Het kassencomplex wordt aan de westzijde gepasseerd. Ten noorden van de windmolens kruist het tracé de Nieuwe Roosendaalsche Vliet. Het tracé loopt verder oostwaarts in de richting van de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Zandvliet.

Vlak voor deze bestaande verbinding maakt het tracé een knik noordwaarts en ter hoogte van de bedrijven aan Helium een knik in oostelijke richting naar de A17. Ter hoogte van deze bedrijven maakt het tracé een

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 34

kleine knik om gevoelige bestemmingen aan de Drossaertstraat te voorkomen. Het tracé passeert de bedrijven aan Helium op circa 16 meter afstand Zie figuur 3.10 Appendix deel C – pagina 56 Figuur 3.10 Roosendaal – Halderberge - Variant Rood Variant Paars Variant Paars loopt over vrijwel de hele lengte parallel aan de buisleidingenstraat. Hiermee geeft Variant Paars invulling aan de opgave om de nieuwe verbinding tussen de windmolens en de buisleidingenstraat te traceren en de bundeling met de buisleidingenstraat voort te zetten. Het tracé loopt over het kassencomplex en passeert windmolens aan de oostzijde. Er zijn gedetailleerde berekeningen gemaakt van de afstanden die in verband met de veiligheid tussen de windmolens en de verbinding aangehouden moeten worden. Deze afstand bedraagt respectievelijk 250 meter, 130 meter en 115 meter. Het tracé passeert daarna de Nieuwe Roosendaalsche Vliet met een schuine kruising en loopt verder naar het noordoosten in een rechte lijn naar Borchwerf II. Het knikje in het tracé ter hoogte van de bedrijven aan Helium is uit het tracé gehaald. Hierdoor ligt het tracé op circa 28 meter vanaf de bedrijven aan Helium. Door een juiste plaatsing van de masten blijven de woningen aan de Drossaertstraat buiten de indicatieve magneetveldzone liggen.

Zie figuur 3.11 Appendix deel C – pagina 56 Figuur 3.11 Roosendaal – Halderberge - Variant Paars Variant Grijsblauw Variant Grijsblauw geeft invulling aan de opgave om zo veel mogelijk te bundelen met de buisleidingenstraat en bij Borchwerf zo veel mogelijk te bundelen met de A17. Het eerste gedeelte van het tracé bundelt met de buisleidingenstraat. Ten zuiden van het glastuinbouwbedrijf maakt het tracé een knik naar het noordoosten. Hierbij kruist de verbinding de buisleidingenstraat en passeert de verbinding het bedrijventerrein Borchwerf II. Vervolgens bundelt het tracé met de A17 tot voorbij Borchwerf II. Het tracé ligt op circa 28 meter van de bedrijven aan Argon. Voor deze variant moet de Dow-leiding worden verlegd. Omdat variant Grijsblauw ten noorden van Station RoosendaalBorchwerf de bestaande 150 kV-verbinding twee keer zou kruisen, wordt de 150 kV-verbinding over een grotere afstand dan in de andere varianten verkabeld. Zie figuur 3.12 Appendix deel C – pagina 57 Figuur 3.12 Roosendaal – Halderberge - Variant Grijsblauw

3.5.2

Effecten

Leefomgevingskwaliteit Variant Rood bevat 10 gevoelige bestemmingen. Variant Paars heeft 11 gevoelige bestemmingen: ten opzichte van variant Rood komen er drie nieuwe gevoelige bestemmingen bij (Noordstraat, Westelijke havendijk en Vlietweg) en vallen er twee gevoelige bestemmingen af (Noordstraat). Variant Grijsblauw heeft ook 10 gevoelige bestemmingen: ten opzichte van variant Rood komen er twee nieuwe gevoelige bestemmingen bij (Noordstraat en Vlietweg) en vallen er twee gevoelige bestemmingen af (Noordstraat). MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 35

Landschap Bij variant Rood wordt de bundeling met de buisleidingstraat, A17 en de rand van de bebouwing van Roosendaal over een lengte van circa drie kilometer losgelaten. Het tracé knikt in westelijke richting het open landschap in en loopt met een tweede knik verder naar het noorden, gedeeltelijk min of meer parallel aan de bestaande 380 kV-verbinding. De verbinding zal met name door de richtingsveranderingen prominent aanwezig zijn. Variant Paars heeft een redelijk gestrekt tracé en enkele flauwe richtingsveranderingen. Het volgt op enige afstand de rand van de bebouwing van Roosendaal. Dit is positiever dan variant Rood. De effecten van variant Grijsblauw zijn ten zuiden van de Nieuwe Roosendaalsche Vliet vergelijkbaar met die van variant Paars. Een belangrijk verschil is dat variant Grijsblauw meer zuidelijk en daardoor langer met de A17 bundelt en daarmee goed aansluit op de bundeling verder naar het noorden in het uitwerkingsgebied Oud-Gastel – Standdaarbuiten. Om dit te realiseren kruist de verbinding de buisleidingenstraat met twee knikken. De twee knikken zullen duidelijk zichtbaar zijn, maar hebben een zekere herkenbare samenhang met de landschappelijke opbouw. De bestaande 150 kV-verbinding wordt in variant Grijsblauw over een grotere lengte verkabeld. Dit heeft een positief effect op het aspect Landschap.

Hierdoor scoort variant Grijsblauw beter dan variant Rood en Paars. Natuur Geen van de varianten ligt in een Natura 2000-gebied. Het gebied tussen industrieterrein Borchwerf II en de bestaande 380 kV-verbinding is aangewezen als NNB gebied. Dit heeft een negatief effect voor de varianten Paars en Rood. Op basis van bureauonderzoeken (2018) zijn bij Borchwerf II verschillende buizerdsnesten bekend. Hiermee moet in de uitvoering rekening gehouden worden. Archeologie Alle varianten lopen door een gebied met een middelhoge archeologische waarden. Dit betekent dat in de vervolgfase nader onderzoek wordt verricht. Bij de positionering van de masten dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met deze locaties, voor zover nu al bekend is waar deze zich bevinden. Archeologie is voor deze varianten niet onderscheidend. Bodem en Water De tracés van de varianten Rood en Paars lopen door een waterbergingsgebied bij Roosendaal. Dit betekent dat hier vergunningen voor aangevraagd moeten worden. Tevens is het belangrijk dat bij de positionering van de masten rekening gehouden wordt met de aanwezige waterkeringen. (Net)techniek Alle varianten zijn vanuit leveringszekerheid toelaatbaar. Er zijn wel verschillen in de leveringszekerheid in relatie tot de afstand tussen de verbinding en de windturbines. De varianten Rood en Grijsblauw staan buiten de invloedafstand van windturbines.

Variant Paars voldoet aan de gestelde projecteisen ten aanzien van de afstand tot windturbines, maar staat wel binnen de invloedafstand. Voor nieuwe projecten gelden strengere eisen. Variant Grijsblauw is technisch complexer om aan te leggen dan beide andere varianten. Deze variant staat op korte afstand van de A17 waardoor de ruimte voor aanleg beperkt is. Daarnaast dient de bestaande 150 kV-verbinding te worden aangepast vanwege twee kruisingen. Dit is niet aan de orde bij de varianten Rood en Paars. Deze aanpassing kan mogelijk wel bijdragen aan de oplossing voor het knelpunt dat er is ten aanzien van de elektromagnetische beïnvloeding op de buisleidingenstraat (specifiek de ligging van de

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 36

bestaande 150 kV-verbinding ten opzichte van de buisleidingenstraat). Ook bij de andere varianten zal een oplossing voor dit knelpunt gevonden moeten worden. Het beheer en onderhoud van de varianten is niet onderscheidend. De varianten verschillen niet ten aanzien van bereikbaarheid, levensduur en betrouwbaarheid en het onderscheid ten aanzien van veiligheid is verwaarloosbaar. De raakvlakken van de varianten op objecten van derden waarbij maatregelen getroffen moeten worden zijn verschillend. Bij variant Rood zijn er weinig raakvlakken met objecten van derden. Bij variant Grijsblauw is verlegging van de aanwezige kabels en leidingen noodzakelijk, waaronder de Dow-leiding naar de buisleidingenstraat noodzakelijk. Bij deze variant moet rekening worden gehouden met (beperkte) maatregelen in verband met de kleine afstand tot de bedrijfsgebouwen. Dit geldt in mindere mate ook bij variant Rood en Paars vanwege de passage bij Helium. Bij variant Paars gaat het tracé over een glastuinbouwbedrijf waardoor er aanpassingen nodig zijn, maar dit leidt niet tot een onderscheidend effect. Er is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar elektromagnetische comptabiliteit (EMC). Onder omstandigheden kunnen elektrische installaties en elektrische apparaten elkaars werking verstoren.

Voor alle varianten is onderzocht of het haalbaar is om te voorkomen dat er - als gevolg van de nieuwe hoogspanningsverbinding - situaties ontstaan waarin elektrische installaties en elektrische apparaten door de nieuwe hoogspanningsverbinding zodanig worden verstoord, dat deze verstoring onoplosbaar is. Op sommige locaties zullen in verband hiermee extra maatregelen getroffen moeten worden. In de volgende fase worden deze locaties nader bestudeerd. Eventuele maatregelen worden in afstemming met de betreffende stakeholder vastgesteld. Investeringskosten De varianten Paars en Rood zijn vergelijkbaar qua kosten. Variant Grijsblauw is significant duurder. Dit wordt veroorzaakt door de benodigde verlegging van de Dow-leiding, die tussen de A17 en Borchwerf II ligt. Overzicht effecten Variant

Variant

Variant

Rood

Paars

Grijsblauw

10

11

10

Leefomgevingskwaliteit Aantal gevoelige bestemmingen Landschap Kwaliteit tracé Structuren en elementen Natuur Natura 2000 Natuur Netwerk Brabant Leefgebieden met bijzondere waarden Archeologie Archeologische (rijks)monumenten AMK-terreinen

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 37

Verwachtingswaarden Bodem en Water Aardkundige waarden Nettechniek Leveringszekerheid Technische complexiteit aanleg Beheer en onderhoud Raakvlakken objecten derden Investeringskosten investeringskosten

3.5.3

Omgevingsproces

Variant Grijsblauw en variant Paars voldoen aan de opgave om beter te bundelen. Variant Grijsblauw bundelt zowel met de buisleidingenstraat als de A17. Variant Paars bundelt voor het grootste deel met de buisleidingenstraat. Bij variant Grijsblauw wordt de 150 kV-verbinding langer verkabeld. Bezien vanuit de bedrijven zijn de belangen niet verenigbaar. Variant Paars en Rood lopen langs de bedrijven aan Helium. Variant Grijsblauw loopt langs de bedrijven aan Argon. De vragen en de zorgpunten die de bedrijven hebben zijn wel vergelijkbaar. Het gaat met name over de gezondheid van werknemers, de bedrijfsvoering in de nabijheid van een 380 kV hoogspanningsverbinding. Daarnaast worden ook imagoschade en effect op de waarden van de panden genoemd. In het werkatelier is vanuit de omgeving Roosendaal-Kruisland gevraagd om, als de varianten die beter bundelen niet haalbaar blijken te zijn, in gesprek te gaan over andere oplossingen en niet zondermeer terug te vallen op variant Rood.

3.6

Oud Gastel – Standdaarbuiten

Ten oosten van Oud Gastel bundelt het tracé vanaf Borchwerf II met de A17. De opgave tot aan de Pietseweg is om strakker te bundelen met de A17 en meer rechtstanden te creëren. Net ten zuiden van Standdaarbuiten staat de betoncentrale aan de Dintel. Aan de westzijde van de A17 staat de bestaande 380 kV-verbinding. Deze verbinding staat tussen de snelweg en de buisleidingenstraat in en moet deels verplaatst worden naar de westzijde van de buisleidingenstraat om plaats te maken voor de nieuwe 380 kV-verbinding. Er is onderzocht hoe de verbinding de betoncentrale het beste kan passeren. Hiervoor zijn verschillende varianten onderzocht. Ook is onderzocht hoe het tracé van de nieuwe 380 kV-verbinding het beste kan worden ingepast ter hoogte van Sluissedijk.

3.6.1

Varianten

De opgaven tussen Borchwerf II en Standdaarbuiten zijn dusdanig verschillend, dat er afzonderlijke varianten zijn ontwikkeld voor drie tracédelen. Deze varianten kunnen allemaal op elkaar aansluiten. Twee varianten voor de nieuwe 380 kV-verbinding Borchwerf - Pietseweg: variant Geel en variant Blauw

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 38

De opgave bij Oud Gastel is om het tracé van de nieuwe verbinding zo strak mogelijk te bundelen met de A17. Het tracé van het voorgenomen tracé had een knik om een raakvlak met de Dow-leiding te voorkomen. In de uitwerking bleek dat de Dow-leiding bij alle varianten verlegd moet worden. Daarom is er geen reden om in het tracé een knik te behouden. De nieuwe 380 kV-verbinding tussen Borchwerf II en de Pietseweg is uitgewerkt in twee varianten zonder knik in het tracé. Dit zijn variant Geel en variant Blauw. Variant Geel bundelt strak met de A17. Het tracé loopt vanaf de noordzijde van Borchwerf II met meerdere knikken mee met de bocht in de A17. Hierbij is een afstand van minimaal 27,5 meter vanaf de snelweg aangehouden, om te voorkomen dat er masten in de obstakelvrije zone van de snelweg komen te staan. Er is ook rekening gehouden met de aanwezigheid van ventwegen en een carpoolplaats. De maximumafstand tot de snelweg is circa 45 meter. Zie figuur 3.13 Appendix deel C – pagina 57 Figuur 3.13 Oud Gastel – Standdaarbuiten (Borchwerf-Pietseweg) - Variant Geel Variant Blauw bundelt met zoveel mogelijk rechtstanden aan de A17. Het tracé van variant Blauw loopt na Borchwerf II in een rechte lijn naar oprit 22 - Oudenbosch van de A17. Vanaf de oprit loopt het tracé met enkele kleine bochten verder noordwaarts naar het tankstation Oud Gastel.

Het verschil ten opzichte van variant Geel is dat het tracé minimaal drie knikken minder bevat. Variant Blauw staat op circa 40 – 60 meter afstand van de snelweg. Zie figuur 3.14 Appendix deel C – pagina 58 Figuur 3.14 Oud Gastel – Standdaarbuiten (Borchwerf-Pietseweg) - Variant Blauw Drie varianten voor de bestaande 380 kV-verbinding bij Standdaarbuiten: Variant Wit-rood, Variant Wit-geel en Variant Wit-blauw Vanaf de Pietseweg wordt de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Zandvliet verplaatst naar de westzijde van de buisleidingenstraat. Deze reconstructie is nodig om voldoende ruimte te maken voor de nieuwe 380 kV-verbinding. Er zijn hiervoor drie varianten onderzocht: Variant Wit-rood, Variant Wit-geel en Variant Wit-blauw. Het tracé van variant Wit-rood ligt verplaatst aan de westzijde van de buisleidingenstraat. Bij de Dintel knikt dit tracé om de aanwezige betoncentrale heen. Ter hoogte van de Sluissedijk sluit de reconstructie aan op het huidige tracé van de bestaande 380 kV-verbinding. Zie figuur 3.15 Appendix deel C – pagina 58 Figuur 3.15 Oud Gastel – Standdaarbuiten - Variant Wit-Rood Variant Wit-Geel is ontwikkeld om strakker te bundelen met de bestaande verbinding en om zo veel mogelijk rechtstanden te creëren. Het tracé blijft bundelen met de buisleidingenstraat en de nieuwe 380 kV-verbinding en loopt daarbij over het terrein van de betoncentrale.

Bij de bundeling met de buisleidingenstraat wordt de minimaal vereiste afstand van 55 meter aangehouden. Bij deze variant zijn er twee gevoelige bestemmingen minder dan in het tracé van het voorgenomen tracé.

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 39

Zie figuur 3.16 Appendix deel C – pagina 59 Figuur 3.16 Oud Gastel – Standdaarbuiten - Variant Wit-Geel Het tracé van Variant Wit-blauw blijft ook bundelen met de buisleidingenstraat en de nieuwe 380 kVverbinding. Het tracé van variant Wit-blauw loopt meer westelijk over het terrein van de betoncentrale. Bij een nog westelijkere ligging ontstaan extra gevoelige bestemmingen. Door deze ligging wordt een knik in het zuidelijk deel van de reconstructie voorkomen. Bij variant Wit-blauw zijn er twee gevoelige bestemmingen minder dan in het tracé van het voorgenomen tracé. Zie figuur 3.17 Appendix deel C – pagina 59 Figuur 3.17 Oud Gastel – Standdaarbuiten - Variant Wit-Blauw Twee varianten voor de nieuwe 380 kV-verbinding Pietseweg - Standdaarbuiten: variant Geel en variant Blauw De nieuwe 380 kV-verbinding ligt aan de oostzijde van de buisleidingenstraat en de westzijde van de A17. Er zijn twee varianten ontwikkeld: variant Geel en variant Blauw. In het tracé van variant Geel ligt de nieuwe 380 kV-verbinding vanaf de Pietseweg op 55 meter vanaf de buisleidingenstraat. Ten noorden van de Dintel maakt het tracé een knik richting het noordoosten. Hierbij bundelt het tracé zo veel mogelijk met de buisleidingenstraat en variant Wit-blauw en Wit-geel van de reconstructie. Na de Sluissedijk sluit het tracé aan op het tracé van het voorgenomen tracé.

Zie figuur 3.18 Appendix deel C – pagina 60 Figuur 3.18 Oud Gastel – Standdaarbuiten (Pietseweg-Standdaarbuiten) - Variant Geel Variant Blauw verschilt alleen bij Sluissedijk van variant Geel. Variant Blauw loopt met knikken mee met de bocht van de A17, terwijl Geel meer gelijk loopt met variant Wit-blauw en Wit-geel van de reconstructie. Zie figuur 3.19 Appendix deel C – pagina 60 Figuur 3.19 Oud Gastel – Standdaarbuiten (Pietseweg-Standdaarbuiten) - Variant Blauw

3.6.2

Effecten

Leefomgevingskwaliteit Oud Gastel Variant Geel en Variant Blauw hebben beide 11 gevoelige bestemmingen: drie op de Middenstraat, twee op de Slotstraat, twee op Kralen en vier op de Pietseweg. Standdaarbuiten Variant Wit-rood leidt tot vier gevoelige bestemmingen: drie aan St. Antoinedijk en een aan de Sluissedijk. Variant Wit-geel en Wit-blauw hebben twee gevoelige bestemmingen: een aan St. Antoinedijk en een aan de Sluissedijk. Standdaarbuiten

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 40

Variant Geel van de nieuwe verbinding leidt tot vijf gevoelige bestemmingen, allen aan de Sluissedijk. Variant Blauw leidt tot negen gevoelige bestemmingen: vijf aan de Sluissedijk en vier aan de Oude Kerkstraat. Landschap Oud Gastel Variant Geel volgt de bocht van de A17 nauwkeuriger en heeft meerdere hoekmasten terwijl variant Blauw een lange rechtstand met enkele hoekmasten heeft. Variant Blauw zal hier een rustiger beeld opleveren. Standdaarbuiten De reconstructie in variant Wit-rood wijkt, met twee forse richtingsveranderingen en bijbehorende hoekmasten ter plaatse van de kruising met de Dintel, sterk af van de tracébundel A17-380 kVverbinding. De reconstructie zal daardoor prominent in het landschap aanwezig zijn. Variant Wit-geel volgt met een eenvoudig tracé op enige afstand de bundel van de A17- 380 kV-verbinding. Het ruimtelijk beeld zal daardoor relatief rustig zijn. De effecten van variant Wit-blauw zijn vergelijkbaar. Standdaarbuiten De verschillen in effecten van beide varianten zijn beperkt. Variant Blauw volgt de bocht in de A17 iets nauwkeuriger. Variant Geel heeft een meer gestrekt tracé en zal daardoor een iets rustiger beeld opleveren. Natuur Oud Gastel De varianten Geel en Blauw lopen niet door Natura2000 of NNB-gebied en zijn op dit aspect niet onderscheidend.

Daarnaast zijn er geen beschermde of kwetsbare dier- en plantensoorten bekend op of dicht langs de varianten Geel en Blauw. Standdaarbuiten De reconstructie varianten Wit-rood, Wit-geel, Witblauw, en de tracévarianten Geel en Blauw voor de nieuwe verbinding lopen niet door Natura 2000 gebieden. Ze kruisen allemaal bij de Dintel een NNB gebied. Zij zijn op dit aspect niet onderscheidend. Er zijn geen beschermde of kwetsbare dier- en plantensoorten waargenomen op of dicht langs de beoogde tracévarianten van de nieuwe verbinding Geel en Blauw. Archeologie Alle varianten lopen voor het grootste deel door een gebied met een afwisselende archeologische verwachtingswaarde. Dit effect is niet onderscheidend. Bodem en water Geen van de varianten loopt door gebieden die nu bekend zijn met grote verontreinigingen of aardkundige waarden. Er zijn geen onderscheidende effecten. (Net)techniek Oud Gastel De varianten voldoen aan de eisen ten aanzien van leveringszekerheid en verschillen onderling nauwelijks. De varianten Geel en Blauw zijn zeer complex in aanleg vanwege de raakvlakken met de aanwezige kabels en leidingen (buiten de buisleidingenstraat). Dit kan ook consequenties hebben

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 41

voor beheer en onderhoud van de kabels en leidingen. De varianten verschillen hierin nauwelijks. Standdaarbuiten De reconstructievarianten Wit-rood, Wit-geel en Wit-blauw voldoen aan de eisen ten aanzien van leveringszekerheid en verschillen onderling nauwelijks. De varianten zijn zeer complex in aanleg vanwege de raakvlakken met de aanwezige kabels en leidingen. Dit kan ook consequenties hebben voor beheer en onderhoud van de kabels en leidingen. De varianten Wit-blauw en Wit-rood scoren een fractie positiever vanwege de iets grotere afstand tot de buisleidingenstraat. Standdaarbuiten De varianten Geel en Blauw voldoen aan de eisen ten aanzien van leveringszekerheid en verschillen onderling nauwelijks. De varianten Geel en Blauw zijn zeer complex in aanleg vanwege de raakvlakken met de aanwezige kabels en leidingen. Dit kan ook consequenties hebben voor beheer en onderhoud van de kabels en leidingen. De varianten verschillen hierin nauwelijks. Investeringskosten De investeringskosten van de varianten Geel en Blauw in Oud Gastel en die in Standdaarbuiten zijn niet onderscheidend. Ook de investeringskosten van de reconstructievarianten Wit-rood, Wit-geel en Wit-blauw zijn niet onderscheidend.

Variant

Geel

Variant

Variant

Wi-blauw

verbinding

Variant

kV-verbinding

Wit-geel

verbinding

Wt-rood

Nieuwe 380 kV-

Variant

Verplaatsing bestaande 380

Blauw

Nieuwe 380 kV-

Variant

Standdaarbuiten

Geel

Standdaarbuiten

Variant

Oud Gastel

Blauw

Overzicht

Leefomgevingskwaliteit Aantal gevoelige bestemmingen

11

11

4

2

2

5

9

Landschap Kwaliteit tracé Structuren en elementen Natuur Natura 2000 Natuur Netwerk Brabant Leefgebieden met bijzondere waarden Archeologie Archeologische (rijks)monumenten AMK-terreinen Verwachtingswaarden Bodem en Water Aardkundige waarden Nettechniek Leveringszekerheid Technische complexiteit aanleg

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 42

Beheer en onderhoud Raakvlakken objecten derden Investeringskosten investeringskosten

3.6.3

Omgevingsproces

Voor dit uitwerkingsgebied hebben vier werkateliers en meerdere bilaterale overleggen plaatsgevonden waarin het voorgenomen tracé met betrokkenen is uitgewerkt. De opgave voor het gedeelte nabij Oud Gastel was om de nieuwe verbinding landschappelijk zo goed mogelijk in te passen. In het werkatelier is aangegeven te kiezen voor de landschappelijk best ingepaste variant. Variant Blauw is benoemd als landschappelijk best ingepaste variant vanwege de meeste rechtstanden in het tracé. Voor de reconstructie van de bestaande verbinding was de opgave om strakker te bundelen met de buisleidingenstraat, de nieuwe 380 kV-verbinding en de A17 en meer rechtstanden te realiseren. Variant Wit-geel en Wit-blauw voldoen aan de uitwerkingsopgave en leiden tot twee gevoelige bestemmingen minder dan variant Wit-rood. De varianten Wit-geel en Wit-blauw passeren de betoncentrale Variant Wit-blauw passeert het terrein van de betoncentrale iets oostelijker, waardoor deze over wel over het terrein maar niet over het kantoorgebouw loopt. De meeste betrokkenen in deze werkateliers spreken zich uit voor een strakke bundeling (Wit-blauw en Wit-geel). De betoncentrale deelt deze voorkeur niet. Bij een keuze tussen Wit-blauw en Wit-geel is er minder afkeer tegen Wit-geel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9902115/1