2021-001318 Bijlage 4b- MER TenneT ZuidWest Oost Deel B 22-2-2021
Tekst van het document
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 49
Tabel 8.3 Beoordelingskader van effecten op gevoelige bestemmingen Waardering effecten
Omschrijving
Aantal
+++
Zeer positief effect
n.v.t.
++
Positief effect
n.v.t.
+
Licht positief effect
n.v.t.
0
Neutraal effect
0
-
Licht negatief effect
1 - 15
--
Negatief effect
16 - 30
---
Zeer negatief effect
> 31
8.1.3.
Werkwijze vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
In een aantal tracés wordt de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding op één mast gecombineerd met een bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding. In dat geval wordt de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding daarna afgebroken en worden mogelijk gevoelige bestemmingen vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 150 kVhoogspanningsverbinding. Ook bij de reconstructie van de bestaande 380 kV- verbinding kunnen mogelijk gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding. Om het effect van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding op het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone te kunnen beoordelen zijn klassengrenzen bepaald. De situatie dat er geen gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld is neutraal beoordeeld. Het vrijspelen van gevoelige bestemmingen wordt in principe aangemerkt als een positief milieueffect. Het vrijspelen van één tot en met 15 gevoelige bestemmingen wordt als licht positief (+) beoordeeld en het vrijspelen van 16 tot en met 30 gevoelige bestemmingen wordt als positief beoordeeld (++). Het vrijspelen van meer dan 30 gevoelige bestemmingen wordt als zeer positief beoordeeld (+++). Tabel 8.4 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor gevoelige bestemmingen.
Tabel 8.4 Beoordelingskader van effecten op vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Waardering effecten
Omschrijving
Aantal
+++
Zeer positief effect
> 31
++
Positief effect
16 - 30
+
Licht positief effect
1 - 15
0
Neutraal effect
0
-
Licht negatief effect
n.v.t.
--
Negatief effect
n.v.t.
---
Zeer negatief effect
n.v.t.
8.1.4.
Werkwijze hinder
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 50
De nieuwe hoogspanningsverbinding kan in de realisatiefase tijdelijke hinder veroorzaken door geluid, trillingen of tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van bouwwerkzaamheden, zwaar materieel en vrachtverkeer. In het MER is het aantal woningen binnen relevante geluidscontouren bepaald. Deze betreffen de volgende geluidsbronnen:
•
•
Langdurige activiteiten op de bouwplaats van een mastvoet, opstijgpunt of kabelsleuf betreffen onder andere shovel- en kraanwerkzaamheden en bemaling. Deze geluiden zijn constant, kennen geen grote uitschieters in de vorm van piekgeluiden en vallen op afstand vaak niet op tussen de andere al aanwezige geluidsbronnen. Geluid van verkeer op de bouwwegen, de luchtkwaliteit en trillingen kunnen ook tot overlast leiden. Deze hinder is in alle gevallen (zeer) tijdelijk en treedt alleen op bij de woningen die op zeer korte afstand liggen van de plaats van de werkzaamheden. Piekgeluiden zijn tijdens een kortere periode hoorbaar, maar kennen geluidsniveaus die fors hoger zijn dan de geluidsniveaus als gevolg van langdurige activiteiten. Dit geldt bijvoorbeeld voor bouw- en afbraakwerkzaamheden in het algemeen en voor heien in het bijzonder. Per mast worden circa 30 palen geheid, dit vergt in totaal circa 5,3 uur. De bronsterkte van gangbaar, relatief geluidsarm materieel bedraagt 129 dB(A), met pieken van circa 143 dB(A). Deze pieken kunnen hinder veroorzaken.
Gezien deze overwegingen is in het MER beschreven welke overlast ontstaat als gevolg van het heien. Voor de effectbeschrijving is gebruik gemaakt van de Circulaire Bouwlawaai. Deze circulaire beveelt voor de dagperiode (07.00-19.00 uur) een langtijdgemiddeld geluidsniveau aan van 60 dB(A) op de gevels van woningen. Indien de werkzaamheden maximaal één maand duren, wordt 65 dB(A) als maximale toetsingsnorm aanbevolen. Aangezien de heiwerkzaamheden per mast slechts een paar dagen duren is de 60 dB(A) norm gehanteerd. Deze norm leidt tot een inschatting van het hindergebied van 250 meter aan weerszijden van het tracé. Dit is een indicatieve afstand, tot stand gekomen op basis van berekeningen en/of ervaringscijfers vanuit medische wetenschap en/of hinderbelevingsonderzoeken. Exacte hinderafstanden zijn niet voor alle alternatieven en varianten te bepalen, aangezien niet bekend is waar de bouwwegen zouden kunnen komen en wat het effect van eventueel aanwezige afschermende bebouwing is. Als effect is het aantal woningen binnen dit hindergebied van 250 meter aan weerszijden van te realiseren tracé geteld. Ook is het aantal woningen binnen een afstand van 250 meter aan weerszijden van het bestaande tracé geteld, omdat hier hinder als gevolg van sloopwerkzaamheden kan optreden.
Het aantal woningen binnen de hinderzones van de bovengrondse- en mogelijke ondergrondse tracédelen wordt kwantitatief weergegeven. Het aantal mogelijk gehinderde woningen zegt weinig over de daadwerkelijke hinder die mensen ervaren. Het gaat om tijdelijke hinder, die mede bepaald wordt door eventuele afschermende bebouwing en de routes van het vrachtverkeer. Uiteraard betekent meer woningen binnen het beschouwde gebied wel dat er meer geluidgehinderden zullen zijn. Gezien deze onbekendheden en onzekerheden is geen beoordeling aan de effecten toegekend.
8.1.5
Overzicht effecten
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 51
Een overzicht van de effecten is opgenomen in tabel 8.5.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 52
B1
B1-vMa
B1-vStb
B1-vKr
B1-vMa-vStb
B1-vMa-vKr
G1
G1-vMa
P1
P1-vWo
P1-vBe
P1-vWo-vBe
R1
B2
B2-vKr
G2
G2-vWe
G2-vSta
P2
P2-vWe
P2-vOu
R2
Tabel 8.5 Effecten op het Thema Leefomgevingskwaliteit
aantal gevoelige bestemmingen
40
40
2
12
2
12
42
42
27
20
19
12
27
20
0
13
13
20
32
21
0
10
waarvan reeds aanwezig
14
14
0
2
0
2
17
17
8
5
4
1
8
12
0
0
2
0
6
7
0
0
Effectbeoordeling
---
---
-
-
-
-
---
---
--
--
--
-
--
--
0
-
-
--
---
--
0
-
Gevoelige bestemmingen
Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
17
17
17
17
17
17
17
17
9
12
13
16
9
12
8
0
0
0
12
12
8
1
Effectbeoordeling
++
++
++
++
++
++
++
++
+
+
+
++
+
+
+
0
0
0
+
+
+
+
217
217
88
147
88
147
148
148
45
39
45
39
38
217
14
66
59
132
107
64
8
49
120
120
120
120
120
120
120
120
35
73
43
81
38
120
46
0
0
0
59
36
46
2
Hinder aantal woningen binnen zone van 250 m van aanleg nieuwe verbinding aantal woningen binnen zone van 250 m van sloop bestaande verbinding
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 53
B3
B3-vLi
B3-vBo
B3-vHu
B3-vLi-vBo
B3-vLi-vHu
G3
G3-vSta
G3-vLi
G3-vBo
G3-vHu
G3-vSta-vLi
G3-vSta-vBo
G3-vSta-vHu
G3-vLi-vBo
G3-vLi-vHu
G3-vSta-vLi-vBo
G3-vSta-vLi-vHu
P3
P3-vBi
P3-vHu
P3-vBi-vBo
P3-vBi-vHu
R3
R3-vOo
R3-vOo/o
aantal gevoelige bestemmingen
29
28
29
24
28
23
17
30
16
17
12
29
30
25
16
11
29
24
36
36
34
35
30
9
19
8
waarvan reeds aanwezig
12
12
11
8
11
8
9
9
9
8
5
9
8
5
8
5
11
8
21
15
19
14
11
0
0
0
Effectbeoordeling
--
--
--
--
--
--
--
--
--
-
--
--
-
--
--
--
--
--
---
---
---
---
--
-
--
-
Gevoelige bestemmingen
aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
86
86
104
86
104
86
451
451
451
469
451
451
469
451
469
451
469
451
86
86
89
107
89
451
451
451
Effectbeoordeling
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
aantal woningen binnen zone van 250 m van aanleg nieuwe verbinding
223
212
205
206
194
195
145
345
134
127
128
334
327
328
116
117
334
334
135
116
115
98
99
510
209
167
aantal woningen binnen zone van 250 m van sloop bestaande verbinding
1156
1156
1202
1156
1202
1156
2838
2838
2884
2838
2838
2838
2884
2838
2884
2838
2838
2838
1136
1097
1136
1143
1097
2868
2868
2868
Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
Hinder
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 54
Deelgebied 1 8.2.1.
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen
In deelgebied 1 liggen in de huidige situatie 38 woningen geheel of gedeeltelijk binnen de indicatieve magneetveldzone van de bestaande bovengrondse verbindingen. Er liggen geen scholen, crèches of kinderopvangplaatsen binnen deze zone. Figuur 8.2 geeft de ligging van deze woningen weer. Zie figuur 8.2 Appendix deel B – pagina 30 Figuur 8.2 Woningen binnen de indicatieve magneetveldzone van de bestaande verbindingen in deelgebied 1 Binnen de indicatieve magneetveldzone van de bestaande bovengrondse verbindingen in deelgebied 1 zijn geen bestemmingsplannen waarbinnen nieuwe gevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt. Een aantal bestemmingsplannen maakt het bouwen van nieuwe woningen in het buitengebied niet onmogelijk. Dit is echter zo weinig concreet dat daarmee geen rekening is gehouden.
8.2.2.
Effecten gevoelige bestemmingen
Bij Blauw en Blauw variant Markiezaat ontstaan 40 gevoelige bestemmingen, een belangrijk deel hiervan ligt ten zuiden van Lepelstraat. Bij Blauw variant Steenbergen en Blauw variant Kruisland loopt de nieuwe bovengrondse verbinding ten noorden van Lepelstraat. Hierdoor worden slechts twee gevoelige bestemmingen geraakt, aanzienlijk minder dan bij de tracering ten zuiden van Lepelstraat. Blauw variant Kruisland raakt meer gevoelige bestemmingen doordat deze afbuigt richting de bestaande verbinding en later weer naar het noorden loopt. Bij Geel en Geel variant Markiezaat is het aantal gevoelige bestemmingen ten zuiden van Lepelstraat lager dan bij Blauw. Door de ligging van diverse gevoelige bestemmingen tussen Halsteren, Moerstraten en Visberg valt het totaal aantal gevoelige bestemmingen net iets hoger uit dan bij Blauw en Blauw variant Markiezaat. Bij Paars en de varianten is ook sprake van verspreid gelegen gevoelige bestemmingen. Doordat er bij de varianten op Paars over delen van het tracé ondergrondse verbindingen worden toegepast raken zij minder gevoelige bestemmingen dan bij het bovengrondse tracé. Voor Rood is het tracé voor deelgebied 1 vrijwel identiek aan Paars.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 55
8.2.3.
Effecten vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
Blauw en Geel en alle bijbehorende varianten spelen hetzelfde aantal gevoelige bestemmingen vrij. Het betreft gevoelige bestemmingen die verspreid langs de te verwijderen bestaande verbinding Rilland - Woensdrecht - Bergen op Zoom - Roosendaal liggen. Bij Paars, de varianten hierop en Rood is ook sprake van het verwijderen van een bestaande verbinding. Hier worden echter minder gevoelige bestemmingen vrijgespeeld dan bij Blauw en Geel, omdat de nieuwe verbinding voor een belangrijk deel de tracering van deze bestaande verbinding volgt.
8.2.4.
Effecten hinder
In het algemeen ondervinden meer woningen tijdelijke hinder als gevolg van de aanleg van de nieuwe verbinding dan als gevolg van de sloop van bestaande verbindingen. In deelgebied 1 leiden de alternatieven Blauw en Geel en hun varianten tot meer tijdelijk gehinderde woningen dan de alternatieven Paars en Rood. Het aantal gehinderde woningen van de alternatieven Blauw en Geel varieert minder dan het aantal van de alternatieven Paars en Rood.
Deelgebied 2 8.3.1.
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen
In deelgebied 2 liggen in de huidige situatie 46 woningen geheel of gedeeltelijk binnen de indicatieve magneetveldzone van de bestaande verbindingen. Er liggen geen scholen, crèches of kinderopvangplaatsen binnen deze zone. Figuur 8.3 geeft de ligging van deze woningen weer. Zie figuur 8.3 Appendix deel B – pagina 30 Figuur 8.3 Woningen binnen de indicatieve magneetveldzone van de bestaande verbindingen in deelgebied 2
8.3.2.
Effecten gevoelige bestemmingen
Bij Blauw is sprake van een aantal gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone van de nieuwe verbinding ten zuidoosten van Oud Gastel. Bij Blauw variant Kruisland – Steenbergen wordt Oud Gastel aan de noordzijde gepasseerd waardoor geen gevoelige bestemmingen worden geraakt. Bij Geel is sprake van een aantal gevoelige bestemmingen tussen Oud Gastel en Oudenbosch. Geel variant Standdaarbuiten levert extra gevoelige bestemmingen op ter plaatse van Standdaarbuiten. Bij Geel variant Westzijde A17 is sprake van een aantal verspreid liggende
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 56
gevoelige bestemmingen tussen Oud Gastel en Oudenbosch. Het betreft andere gevoelige bestemmingen dan bij Geel. Bij Paars is sprake van een aantal verspreid liggende gevoelige bestemmingen. Paars variant Oud Gastel passeert Oud Gastel aan de west- en noordzijde en sluit aan de noordwestzijde van Standdaarbuiten weer op alternatief Paars aan. Daardoor liggen er geen gevoelige bestemmingen in het magneetveld van de nieuwe verbinding. Bij Paars variant Westzijde A17 is sprake van een aantal verspreid liggende gevoelige bestemmingen tussen Oud Gastel en Oudenbosch. Het betreft andere gevoelige bestemmingen dan bij Paars. Rood loopt door een open gebied waarbij gevoelige bestemmingen zo veel mogelijk worden ontweken, waardoor dit resulteert in een lager aantal gevoelige bestemmingen dan bij Blauw, Paars en Geel.
8.3.3.
Effecten vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
Bij Blauw en Paars en de varianten hierop wordt een aantal gevoelige bestemmingen vrijgespeeld door het verwijderen van een deel van de bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal en Moerdijk. De vrijgespeelde gevoelige bestemmingen liggen vooral ten noordwesten van Standdaarbuiten. Geel en de varianten hierop spelen geen gevoelige bestemmingen vrij in deelgebied 2. De 150 kVverbinding waarmee wordt gecombineerd ligt in deelgebied 3. Bij Rood is sprake van één vrijgespeelde gevoelige bestemming ter hoogte van Nieuwenberg als gevolg van het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal-Borchwerf en Roosendaal. De nieuwe verbinding volgt het tracé van deze bestaande verbinding.
8.3.4.
Effecten hinder
In het algemeen ondervinden meer woningen tijdelijke hinder als gevolg van de aanleg van de nieuwe verbinding dan als gevolg van de sloop van bestaande verbindingen. In deelgebied 2 leiden de alternatieven en hun varianten tot variabele aantallen tijdelijk gehinderde woningen. Het aantal gehinderde woningen als gevolg van de aanleg van de nieuwe verbinding varieert van 8 tot 217. Het aantal woningen dat tijdelijke hinder ondervindt als gevolg van de sloop van bestaande verbindingen varieert van 0 tot 120.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 57
Deelgebied 3 8.4.1.
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen
In de huidige situatie liggen bijna 1.000 gevoelige bestemmingen geheel of gedeeltelijk binnen de indicatieve magneetveldzone van alle bestaande hoogspanningsverbindingen binnen deelgebied 3. Van deze gevoelige bestemmingen ligt een groot deel in Breda-Noord, binnen de magneetveldzone van de bestaande 150 kV-verbinding. Hier ligt ook een school deels in de magneetveldzone. Figuur 8.4 geeft de ligging van deze woningen en school weer. Zie figuur 8.4 Appendix deel B – pagina 31 Figuur 8.4 Woningen en school binnen de indicatieve magneetveldzone van de bestaande verbindingen in deelgebied 3
8.4.2.
Effecten gevoelige bestemmingen
Bij Blauw en de varianten is onderling sprake van hooguit enkele gevoelige bestemmingen meer of minder. Het betreft hier over de lengte van het alternatief verspreid liggende gevoelige bestemmingen. Geel raakt minder gevoelige bestemmingen dan Blauw. Geel variant Linie van den Hout - Huis ter Heide en Geel variant Huis ter Heide hebben een licht negatief effect op het aantal gevoelige bestemmingen. De varianten waarbij Standdaarbuiten ten noorden wordt gepasseerd, resulteren in een toename van het aantal nieuwe gevoelige bestemmingen met meer dan 10 ten opzichte van Geel. In de effectbeoordeling komt dit niet tot uitdrukking. Paars raakt over de lengte van het alternatief verspreid liggende gevoelige bestemmingen. Alle tracés behalve Paars variant Biesbosch - Hooge Zwaluwe - Huis ter Heide hebben daarom een zeer negatieve effectbeoordeling. Er is vrijwel geen verschil in het totaal aantal gevoelige bestemmingen tussen Rood en Rood variant Oosterheide ondergronds. Rood variant Oosterheide resulteert wel in een groter aantal gevoelige bestemmingen ten zuiden van Oosterhout.
8.4.3.
Effecten vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
Voor Blauw en de varianten worden verspreid liggende gevoelige bestemmingen vrijgespeeld door het verwijderen van de 150 kV-verbinding tussen Roosendaal-Moerdijk-Zevenbergschen HoekGeertruidenberg en de 150 kV-verbinding tussen Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg West. Door het verplaatsen van de bestaande 380 kV-verbinding nabij De Moer worden bij Blauw met de variant Bosroute nog meer gevoelige bestemmingen vrijgespeeld.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 58
In Rood en Geel en de bijbehorende varianten wordt een groot aantal bestaande gevoelige bestemmingen vrijgespeeld (>450).Dit als gevolg van het verwijderen van de bestaande 150 kVverbinding verbinding tussen Roosendaal-Etten-Breda/Princenhage-Breda en de bestaande 150 kV-verbinding tussen Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg/West. Voor Paars en de varianten worden verspreid liggende gevoelige bestemmingen vrijgespeeld door het verwijderen van de verbinding tussen Roosendaal-Moerdijk-Zevenbergschen HoekGeertruidenberg en de 150 kV-verbinding tussen Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg/West. Door het verplaatsen van de bestaande 380 kV-verbinding nabij De Moer worden bij Paars variant Biesbosch - Hooge Zwaluwe - Bosroute nog meer gevoelige bestemmingen vrijgespeeld.
8.4.4.
Effecten hinder
In deelgebied 3 ondervinden aanzienlijk meer woningen tijdelijke hinder als gevolg van de sloop van bestaande verbindingen dan als gevolg van de aanleg van de nieuwe verbinding. De effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe verbinding varieert van bijna 100 tot bijna 350. Het aantal gehinderde woningen dat hinder ondervindt als gevolg van de sloop van bestaande verbindingen varieert van ruim 1000 tot bijna 2900.
Gevoeligheidsanalyse gebundelde en kruisende verbindingen De gevoelige bestemmingen die op basis van de indicatieve magneetveldzone zijn bepaald, geven inzicht in de effecten van niet gebundelde verbindingen. Dit is categorie 1 uit figuur 8.1. Gebundelde of kruisende verbindingen kunnen leiden tot een wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones waardoor mogelijk extra gevoelige bestemmingen ontstaan. Deze gevoelige bestemmingen behoren tot categorie 2 uit figuur 8.1. Er is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om inzicht te geven in deze effecten. Bundeling Bij bundeling van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbindingen met de bestaande hoogspanningsverbindingen ontstaat een wederzijdse beïnvloeding van de magneetveldzones. Het betreft: In deelgebied 1: •
de bundeling van Blauw en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg
•
de bundeling van Geel en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg
In deelgebied 2: •
de bundeling van Blauw met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg
•
de bundeling van Geel en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg MER Zuid-West 380 kV Oost, p 59
•
de bundeling van Paars en zijn varianten (met uitzondering van de variant Oud Gastel) met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg
In deelgebied 3: •
de bundeling van Blauw en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg en de 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Eindhoven
•
de bundeling van Geel en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Eindhoven
•
de bundeling van Paars en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg en de 380 kV-verbinding Geertruidenberg – Eindhoven
Er is bezien wat de mogelijke invloed is van het bundelen van de nieuwe bovengrondse verbinding op de magneetveldzone van de bestaande bovengrondse 380 kV-verbinding. De magneetveldzones van de bestaande verbinding zijn niet opnieuw berekend conform de nieuwe handreiking versie 4.1. van het RIVM, er is voor deze gevoeligheidsanalyse gebruik gemaakt van reeds beschikbare gegevens over de bestaande verbinding uit 2009. Er zijn verkennende berekeningen gemaakt waarbij de meest voorkomende 380 kV-vakwerkmast parallel is geplaatst aan de meest voorkomende Wintrack mast. Uit deze analyse blijkt dat de magneetveldzone van de bestaande 380 kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Rilland bij bundeling met een nieuwe hoogspanningsverbinding maximaal 5 meter breder wordt als gevolg van bundeling. Vervolgens is een analyse gemaakt van het aantal gevoelige bestemmingen dat in de 5 meter bredere magneetveldzone ligt van de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Rilland als gevolg van bundeling met de nieuwe verbinding. Hieruit blijkt dat in slechts twee gevallen gevoelige bestemmingen in deze zone liggen. Het betreft: •
in deelgebied 1: twee gevoelige bestemmingen bij de bundeling van Blauw en zijn varianten met de 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg
•
In deelgebied 2: één gevoelige bestemming bij de bundeling van Blauw met de 380 kVverbinding Rilland – Geertruidenberg
In alle overige situaties liggen er geen gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone. Het aantal gevoelige bestemmingen in de categorie 2 zone heeft geen effect op de effectscores van de alternatieven en varianten.
Kruising Ook bij een kruising van de nieuwe verbinding met een bestaande 150 kV-verbinding kan er - net als bij bundeling - een wederzijdse beïnvloeding van de magneetveldzones van de bestaande en nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbindingen ontstaan. Het betreft: In deelgebied 2: •
de kruising van Geel en zijn varianten met de 150 kV-verbinding Roosendaal – Moerdijk ten oosten van Oud Gastel
•
de kruising van Rood met de 150 kV-verbinding Roosendaal – Moerdijk ten noorden van Roosendaal
In deelgebied 3:
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 60
•
de kruising van Blauw en zijn varianten met de 150 kV-verbinding Geertruidenberg – Breda ter hoogte van Made
•
de kruising van Geel en zijn varianten met de 150 kV-verbinding Geertruidenberg – Breda ter hoogte van Made
•
de kruising van Paars variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe en zijn varianten met de 150 kVverbinding Geertruidenberg – Breda ter hoogte van Geertruidenberg
•
de kruising van Rood en zijn varianten met de 150 kV-verbinding Geertruidenberg – Breda ten noorden van Breda
Uit de analyse blijkt dat de magneetveldzones van de bestaande verbindingen niet breder worden als gevolg van de kruising. Daarom neemt het aantal gevoelige bestemmingen als gevolg van de benoemde kruisingen niet toe en wijzigt de beoordeling van de effecten niet.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 61
9.
Landschap en cultuurhistorie Werkwijze
9.1.1.
Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de alternatieven en varianten op Landschap en cultuurhistorie. Binnen het thema Landschap en cultuurhistorie worden de effecten op bovenregionaal, regionaal en lokaal niveau onderzocht. Meer informatie over het onderzoek is opgenomen in het Achtergronddocument Landschap en Cultuurhistorie.Weten regelgeving
Overheden hebben in wetten en beleid kaders aangegeven waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen mogen en kunnen plaatsvinden. De wet- en regelgeving vormen een dwingend kader voor de planvorming. Er moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met bestaand beleid. Tabel 9.1 geeft een overzicht van wet- en regelgeving op het gebied van leefomgevingskwaliteit op nationaal en provinciaal niveau. Tabel 9.1 Overzicht van relevante wet- en regelgeving op het gebied van landschap Niveau
Beleidsstuk
Toelichting (relevantie voor ZW380 Oost)
Internationaal
Werelderfgoed verdrag
Op grond van het Werelderfgoedverdrag zet Nederland zich
(UNESCO)
in voor identificatie, bescherming, behoud, het toegankelijk maken en het overdragen aan komende generaties van cultureel erfgoed. Er staan 9 Nederlandse erfgoederen op de Werelderfgoedlijst. Binnen het zoekgebied komen geen erfgoederen voor die zijn opgenomen op de werelderfgoedlijst.
Nationaal
Structuurvisie Infrastructuur en
De SVIR zet in op het behoud van cultureel erfgoed.
ruimte (SVIR) Beleidsvisie ‘Kiezen voor
De Visie erfgoed en ruimte geeft aan hoe het rijk het
karakter’, Visie erfgoed en
onroerend cultureel erfgoed borgt in de ruimtelijke ordening,
ruimte
welke prioriteiten het kabinet daarbij stelt en hoe het wil samenwerken met publieke en private partijen.
Erfgoedwet
In de Erfgoedwet is de aanwijzing van Rijksmonumenten vastgelegd.
Monumentenwet 1988
De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 betreffen: • Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten • Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie • Aanwijzing van stads- en dorpsgezichten In de effectbeoordeling wordt rekening gehouden met beschermde monumenten.
Provinciaal
Omgevingsplan
Het omgevingsplan geeft een provinciale visie op de
Zeeland 2012-
toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 62
Niveau
Beleidsstuk
Toelichting (relevantie voor ZW380 Oost)
2018, (herziene versie 2016)
geeft richting aan het handelen van de provincie voor de komende jaren. De provincie wil de beeldkwaliteit en de landschappelijke aantrekkelijkheid van Zeeland versterken. Daarnaast heeft de provincie tot doel om cultuurhistorische waarden te behouden en te versterken.
Structuurvisie
De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal
Ruimtelijke
ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De
ordening, Noord-
visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de
Brabant (actualisatie 2014)
provincie. Onderdelen uit de structuurvisie zijn opgenomen in de provinciale Verordening, die bindend is voor een ieder. In het zoekgebied bevinden zich diverse gebieden met een concentratie van samenhangende cultuurhistorische waarden. Om de samenhang te benadrukken is het belangrijk deze landschappen verder te ontwikkelen, gericht op behoud en waar nodig op verbetering van de leesbaarheid van het landschap.
Verordening
In de Verordening ruimte staan regels waarmee een
Ruimte 2014, provincie Noord-
gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van
Brabant
bestemmingsplannen. In de verordening is een zorgplicht ruimtelijke kwaliteit opgenomen voor ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een bestemmingsplan moet worden herzien. Een goede landschappelijke inpassing maakt deel uit van de zorg voor het behoud en de bevordering van ruimtelijke kwaliteit.
De wet- en regelgeving is medebepalend voor de effecten die in beeld gebracht worden en de manier waarop die beoordeeld worden.
9.1.2.
Effecten op 3 niveaus
Het landschapsbeeld is een momentopname van een situatie die voortdurend verandert door steeds wijzigend menselijk gebruik, in relatie tot verschillende natuurlijke processen. Veranderingen in het landschap zijn in feite onvermijdelijk door continue, natuurlijke processen die vaak traag verlopen - én door menselijk ingrijpen. Ontwikkelingsprocessen zijn vaak herkenbaar in het landschap. Sommige natuurlijke processen, zoals het opvullen van een rivierbedding met zand en klei, of het wegslaan van duinen door de zee, gebeuren relatief snel en zijn duidelijk te zien. Ook het dichtgroeien van afgesneden rivierarmen of het bebost raken van open heidevelden, zijn natuurlijke processen die zich binnen enkele tientallen jaren afspelen. Andere veranderingen, zoals tektoniek of klimaatverandering, verlopen veel langzamer en zijn daardoor nauwelijks waarneembaar. Het meest duidelijk zichtbaar zijn de ingrepen van de mens. De mens verandert zijn omgeving doelbewust: hij heeft het natuurlijke landschap tot een cultuurlandschap getransformeerd. Maatschappelijke, technische, sociaaleconomische ontwikkelingen leiden tot ingrijpende aanpassing van de woonplaats, het cultuurlandschap. Soms goed gebruikmakend van door de natuur geboden mogelijkheden, soms
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 63
ook juist daarmee contrasterend, verandert de mens zijn omgeving en past die steeds weer aan zijn wensen en behoeften aan. Veranderingen in bijvoorbeeld landbouwmethoden leiden tot een andere verkaveling en daarmee vaak tot wijziging in de ruimtelijke opbouw. Door dit voortdurende veranderingsproces is het landschap opgebouwd uit naast - en op elkaar liggende patronen en restanten van patronen van zeer uiteenlopende achtergrond en ouderdom. Hierdoor weerspiegelt het landschap de geschiedenis: het landschap is cultuurhistorie. De samenhangen tussen functie, vorm en betekenis van de verschillende landschapselementen zijn de basis voor de herkenbaarheid van een plek, voor de beleving van schoonheid en het gevoel zich ergens thuis te voelen. Eigenschappen en kwaliteiten van het landschap liggen verankerd in een stelsel van samenhangen tussen de verschillende landschapselementen. Deze samenhangen zijn de basis voor de specifieke eigenschappen van een bepaald landschap. Ze geven elk landschap haar eigen, unieke karakter. De landschappelijke kwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door onderling sterk samenhangende schaalniveaus. • Op tracéniveau gaat het om de aansluiting van de verbinding en het Landschappelijk Hoofdpatroon en om de kwaliteit van de verbinding als bovenregionaal landschapselement.
• Op lijnniveau gaat het om de relatie van de verbinding en het karakter van het landschap met de cultuurhistorische elementen daarin en op specifieke elementen en hun samenhangen. Dit niveau heeft bij de tracering van de lijn centraal gestaan. • Op het mastniveau gaat het om het effect van de verbinding op specifieke elementen en hun samenhangen op lokaal schaalniveau. De niveaus zijn gevisualiseerd in figuur 9.1. Binnen het thema Landschap en cultuurhistorie worden effecten op het niveau van het tracé, de lijn en mast beschreven en beoordeeld.
Figuur 9.1 Voorbeeld van het landschap op het niveau van tracé (l), lijn (m) en mast (r)
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 64
9.1.3.
Werkwijze Tracéniveau
Hoogspanningsverbindingen zijn infrastructurele voorzieningen van regionale, nationale en internationale betekenis. Ze verbinden energiecentrales en schakel- en transformatorstations op grote afstand van elkaar en vormen een (inter)nationaal netwerk. Ze hebben over het algemeen geen functionele samenhang met het lokale landschap, ze passeren het landschap. Op tracéniveau zijn de effecten op het landschappelijk hoofdpatroon en de kwaliteit van het tracé in beeld gebracht. Landschappelijk hoofdpatronen Het meest voor de hand liggende tracé voor een hoogspanningsverbinding is de rechte lijn; dit is immers de kortste verbinding tussen twee punten. Waar dat niet mogelijk is en richtingsveranderingen of verschillen in masthoogte onvermijdelijk zijn, moet bij voorkeur een samenhang worden gezocht met het landschappelijk hoofdpatroon. Dit bestaat uit het geheel van regionale en bovenregionale landschapselementen zoals rivieren, bovenregionale infrastructuur, dorpen en steden en gebiedstypen in hun onderlinge samenhang. Het wordt onder andere bepaald door de verhouding tussen bijvoorbeeld massa en ruimte of stedelijke gebieden versus open agrarische gebieden of door de afwisseling tussen land en water. Ook bestaande grote infrastructuur kan deel uitmaken van het landschappelijk hoofdpatroon. Het heeft een vergelijkbaar schaalniveau als de hoogspanningsverbinding zelf.
De mate waarin de hoogspanningsverbinding structuren op een hoog schaalniveau beïnvloedt bepaalt het effect. Een hoogspanningsverbinding die de landschappelijke structuren op hoog niveau volgt heeft minder invloed op het landschappelijk hoofdpatroon dan een hoogspanningsverbinding die geen logische samenhang met het landschappelijk hoofdpatroon heeft of dit doorkruist. De effecten op het landschappelijk hoofdpatroon zijn kwalitatief in beeld gebracht en beoordeeld. Het beoordelingskader is weergegeven in tabel 9.2. Tabel 9.2 Beoordelingskader van effecten op het landschappelijk hoofdpatroon Waardering effecten
Omschrijving
Toelichting
+++
Zeer positief effect
Grote versterking van het landschappelijk hoofdpatroon
++
Positief effect
Versterking van het landschappelijk hoofdpatroon
+
Licht positief effect
Enige versterking van het landschappelijk hoofdpatroon
0
Neutraal effect
Geen beïnvloeding van het landschappelijk hoofdpatroon
-
Licht negatief effect
Enige verzwakking van het landschappelijk hoofdpatroon
--
Negatief effect
Verzwakking van het landschappelijk hoofdpatroon
---
Zeer negatief effect
Grote verzwakking van het landschappelijk hoofdpatroon
Kwaliteit tracé De kwaliteit van de boven- en ondergrondse tracédelen betreft de herkenbaarheid van de verbinding als bovenregionaal infrastructuurelement. Het tracé met hoge kwaliteit is een autonome
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 65
verbinding met beperkte richtingsveranderingen. Gebrek aan kwaliteit kan ontstaan doordat de verbinding met lokale verschijnselen mee beweegt en verschillende uitvoeringswijzen kent. De kwaliteit van de tracés is kwalitatief beschreven aan de hand van projecties op de kaart. Het beoordelingskader is weergegeven in tabel 9.2. De verbinding is als zelfstandig element beoordeeld. Effecten als gevolg van het combineren van een nieuwe verbinding met een bestaande verbinding zijn beschreven bij de effectbeschrijving op het landschappelijk hoofdpatroon en op lijnniveau bij het criterium gebiedskarakteristiek. Tabel 9.3 Beoordelingskader van de kwaliteit van het tracé Waardering effecten
Omschrijving
Toelichting
+++
Zeer positief effect
n.v.t.
++
Positief effect
n.v.t.
+
Licht positief effect
n.v.t.
0
Neutraal effect
Tracé is goed herkenbaar als bovenregionale infrastructuur en reageert niet op lokale verschijnselen
-
Licht negatief effect
Tracé is matig herkenbaar als bovenregionale infrastructuur en reageert weinig op lokale verschijnselen
--
Negatief effect
Tracé is slecht herkenbaar als bovenregionale infrastructuur en reageert vrij veel op lokale verschijnselen
---
Zeer negatief effect
Tracé is niet herkenbaar als bovenregionale infrastructuur en reageert veel op lokale verschijnselen
9.1.4.
Werkwijze Lijnniveau
Op lijnniveau zijn de beïnvloeding gebiedskarakteristiek en de beïnvloeding van de samenhang tussen specifieke elementen en hun context op lijnniveau van belang. Beïnvloeding gebiedskarakteristiek De gebiedskarakteristieken zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van subgebieden, dit zijn geografische eenheden met een eigen gebiedskarakteristiek die zich onderscheiden van de omgeving. De mate waarin hoogspanningsverbindingen en opstijgpunten aanwezig zijn in het landschapsbeeld en al dan niet contrasteren met het landschappelijke karakter is bepalend voor hun effecten op de gebiedskarakteristiek. Het effect van de verbinding is ook afhankelijk van de openheid van het landschap, afwijkingen in richting en complexe situaties in de lijn of opstijgpunten. Daarnaast speelt de forsheid van de bundel mee in het effect van bovengrondse tracédelen. Visuele complexiteit Bij de beoordeling van de aanwezigheid van de lijn en opstijgpunten speelt de visuele complexiteit een belangrijke rol. De visuele complexiteit bepaalt de impact van complexe situaties in de verbinding op de gebiedskarakteristiek ter plaatse. Deze wordt onder meer bepaald door het ritme
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 66
van de masten en de zichtbaarheid van de afwijkingen door bijvoorbeeld knikken, verschillende technische constructies, ongelijke veldlengtes of verschillen in hoogte van de masten. Ook speelt de relatie tot andere markante elementen zoals kerktorens in het landschap een rol. Het kan voorkomen dat waardevolle beplantingsstructuren worden onderbroken. Forsheid van de bundel De invloed van de forsheid van de bundel op de gebiedskarakteristiek is afhankelijk van de mate waarin een hoogspanningsverbinding nadrukkelijk in het landschap aanwezig is, in hoeverre een nieuwe verbinding zich voegt in het landschap, past bij de gebiedskarakteristiek of er juist mee contrasteert. De forsheid van de verbinding wordt bepaald door de uitvoering van de verbinding en de eventuele bundeling met andere verbindingen. Ten behoeve van een zorgvuldige en navolgbare effectbepaling is een overzicht opgesteld van verschillende verbindingen en combinaties van verbindingen. Dit overzicht is weergegeven in tabel 9.4. Tabel 9.4 Beoordeling forsheid bundelingssituaties Links bestaande situatie, rechts nieuwe situatie
Beschrijving van de verandering
Oordeel
Een 2x150 kV-verbinding wordt vervangen door een Wintrack 2x150kV + 2x380 kVverbinding
veel forser
Een 3x380kV vakwerkverbinding wordt gebundeld met Wintrack 2x150kV+2x380kV
veel forser
Een 2x380kV vakwerkverbinding wordt gebundeld met Wintrack 2x150kV+2x380kV
forser
Een 2x150kV vakwerkverbinding wordt gebundeld met Wintrack 2x150kV+2x380kV
veel forser
De effecten van de tracés op de gebiedskarakteristiek zijn symbolisch weergegeven op kaart, waarbij de kleur van het symbool aangeeft of het effect positief (groen symbool) of negatief (rood symbool) is. Complexe situaties in de nieuwe verbinding zijn met stippen weergegeven (● of ●). Knikken in de verbinding en opstijgpunten kunnen leiden tot een verstoring van het ‘ritme’ van de verbinding en leiden tot grotere zichtbaarheid van de verbinding. De mate waarin het effect optreedt, hangt onder andere af van het type landschap en bijvoorbeeld de hoeveelheid knikken. Overige effecten met betrekking tot de gebiedskarakteristiek zijn met blokjes aangegeven (▪ of ▪). Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een geheel nieuwe verbinding dan wel een forsere verbinding in het landschap. Uiteindelijk heeft een kwalitatieve afweging plaatsgevonden. Tabel 9.5 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor de effecten op de gebiedskarakteristiek. Een grote versterking van de
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 67
gebiedskarakteristiek wordt als zeer positief beoordeeld (+++), een grote verzwakking van de gebiedskarakteristiek wordt als zeer negatief beoordeeld (- - - ). Tabel 9.5 Beoordelingskader van de effecten op gebiedskarakteristiek Waardering effecten
Omschrijving
Beïnvloeding van de gebiedskarakteristiek
+++
Zeer positief effect
(per saldo) grote versterking gebiedskarakteristiek
++
Positief effect
(per saldo) versterking gebiedskarakteristiek
+
Licht positief effect
(per saldo) enige versterking gebiedskarakteristiek
0
Neutraal effect
Geen beïnvloeding van de gebiedskarakteristiek of elkaar per saldo opheffende versterking en verzwakking van de gebiedskarakteristiek
-
Licht negatief effect
(per saldo) enige verzwakking gebiedskarakteristiek
--
Negatief effect
(per saldo) verzwakking gebiedskarakteristiek
---
Zeer negatief effect
(per saldo) grote verzwakking gebiedskarakteristiek
Samenhang tussen specifieke elementen en hun context op lijnniveau Landschapselementen zijn bijvoorbeeld dorps- en stadssilhouetten, verte-kenmerken, bebouwingslinten of bijzondere bosjes of lanen. Wanneer de samenhang tussen deze elementen en het landschap door de verbinding wordt verstoord of landschapselementen worden aangetast is sprake van een negatief effect. Er ontstaat dan als het ware een ruis in het landschappelijke verhaal van de plek. Bij dit criterium kunnen ook positieve effecten optreden, bijvoorbeeld als door het slopen van een bestaande verbinding een verbroken samenhang wordt hersteld en ruis wordt weggehaald. Voor de beoordeling van de effecten op elementen in hun landschappelijke context is in alle gevallen de lokale situatie (waar, welke elementen, welke samenhang) maatgevend voor de beoordeling. Uiteindelijk heeft een kwalitatieve afweging plaatsgevonden. De effecten van de tracés op de samenhang tussen specifieke elementen zijn symbolisch met een driehoek (∆ of ∆:) weergegeven op kaart, waarbij de kleur van het symbool aangeeft of het effect positief (groen symbool) of negatief (rood symbool) is. Tabel 9.5 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor de effecten op de samenhang tussen specifieke elementen.
Een grote versterking van de samenhangen wordt als zeer positief beoordeeld (+++), een grote verzwakking van de samenhangen wordt als zeer negatief beoordeeld (- - - ). Tabel 9.6 Beoordelingskader van de effecten op lijnniveau Waardering effecten
Omschrijving
Beïnvloeding van specifieke elementen en hun landschappelijke context
+++
Zeer positief effect
(Per saldo) grote versterking van samenhangen
++
Positief effect
(Per saldo) versterking van samenhangen
+
Licht positief effect
(Per saldo) enige versterking van samenhangen
0
Neutraal effect
Geen beïnvloeding van de samenhangen van elementen of elkaar per saldo opheffende beïnvloedingen van samenhangen
-
Licht negatief effect
(Per saldo) enige verzwakking van samenhangen
--
Negatief effect
(Per saldo) verzwakking van samenhangen
---
Zeer negatief effect
(Per saldo) grote verzwakking van samenhangen
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 68
9.1.5.
Werkwijze Mastniveau
Het plaatsen van een mast of een opstijgpunt of het graven van een kabelsleuf dichtbij waardevolle bouwhistorische objecten of historisch geografisch waardevolle elementen, zoals solitaire bomen of restanten van voormalige verdedigingswerken, kan een negatief effect hebben. Uitgangspunt is dat fysieke schade niet voorkomt, doordat hier in de tracering rekening mee gehouden is zodat er bijvoorbeeld geen mast op een monumentaal gebouw wordt geplaatst. In de effectbeschrijving wordt hierom niet apart ingegaan op effecten op mastniveau.
9.1.6.
Overzicht effecten
Een overzicht van de effecten is opgenomen in tabel 9.6.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 69
B1
B1-vMa
B1-vStb
B1-vKr
B1-vMa-vStb
B1-vMa-vKr
G1
G1-vMa
P1
P1-vWo
P1-vBe
P1-vWo-vBe
R1
B2
B2-vKr
G2
G2-vWe
G2-vSta
P2
P2-vWe
P2-vOu
R2
Tabel 9.7 Effecten op het Thema Landschap en cultuurhistorie
Landschappelijk hoofdpatroon
+
+
+
+
+
+
+
+
0
0
+
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Kwaliteit Tracé
0
-
--
--
--
--
0
-
0
-
-
-
0
0
0
--
--
-
-
-
-
-
Gebiedskarakteristiek
-
0
-
--
-
-
-
0
-
0
-
+
-
-
-
--
--
-
-
-
--
--
Samenhang elementen
+
+
0
0
0
0
+
+
-
+
-
+
-
0
-
0
0
0
0
0
--
-
Tracéniveau
B3
B3-vLi
B3-vBo
B3-vHu
B3-vLi-vBo
B3-vLi-vHu
G3
G3-vSta
G3-vLi
G3-vBo
G3-vHu
G3-vSta-vLi
G3-vSta-vBo
G3-vSta-vHu
G3-vLi-vBo
G3-vLi-vHu
G3-vSta-vLi-vBo
G3-vSta-vLi-vHu
P3
P3-vBi
P3-vHu
P3-vBi-vBo
P3-vBi-vHu
R3
R3-vOo
R3-vOo/o
Lijnniveau
Landschappelijk hoofdpatroon
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
+
+
+
+
+
0
0
0
Kwaliteit Tracé
-
--
-
-
--
--
-
-
--
-
-
--
-
-
--
--
--
--
-
0
-
0
0
--
--
--
Gebiedskarakteristiek
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
-
Samenhang elementen
0
0
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
+
+
0
+
0
0
-
0
Tracéniveau
Lijnniveau
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 70
9.1.6.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op tracéniveau
Het landschappelijk hoofdpatroon van het studiegebied ligt in het Zeeuwse zeekleigebied en het Noord-Brabantse zand- en kleigebied. Het Zeeuwse kleigebied bestaat vooral uit oude en jonge zeekleipolders: het zogenaamde oud- en nieuwland. In het vroeg bewoonde oudland wisselen hogere kreekruggen en poelgebieden elkaar af. De vanaf de 13e eeuw bedijkte nieuwlandpolders kennen een veel uniformere opbouw. Beide typen zijn, ondanks naoorlogse ruilverkavelingen, nog goed herkenbaar in het landschap. Het grootste deel van het studiegebied, van Bergen op Zoom tot Tilburg, ligt in het NoordBrabantse zand- en kleigebied. Het zeekleigebied van westelijk Noord-Brabant is een open agrarisch gebied, opgedeeld in kleinere en grotere polders begrensd door polderdijken. Het overgangsgebied van zand naar klei heeft eveneens een open agrarisch karakter, afgewisseld met bosschages. De zandgebieden bestaan uit een half open landschap van bosgebieden afgewisseld met agrarisch gebied. Het zandlandschap bestaat uit kampontginningen met plaatselijk essen, heide- en bosontginningen en het turfwinningslandschap. Grotere bos- en heidegebieden zijn te vinden op de Brabantse Wal, bij Breda en ten noorden van Tilburg. De grote woonkernen Breda, Etten-Leur en Roosendaal zijn gevestigd op de overgang van zand naar klei.
Op de overgang van de Brabantse zand- naar de kleigronden liggen verschillende kleinere veenontginningen. Het zandgebied ligt duidelijk hoger dan het kleigebied. In het westelijk deel zijn deze hoogteverschillen duidelijk zichtbaar. Hier bestaat de overgang tussen zand en klei uit een steilrand, die van Ossendrecht langs Hoogerheide, Woensdrecht, Bergen op Zoom en Halsteren tot Steenbergen slingert. De steilrand bereikt hoogten van ongeveer 20 meter boven NAP. Het gebied ten oosten van de steilrand is de Brabantse wal, een bebost gebied. De rijkswegen A4, A27, A17 en A16 doorkruisen het gebied in noord-zuid richting, de A58 en A59 van west naar oost. In het gebied lopen meerdere spoorwegen: de Hogesnelheidslijn en de spoorlijnen Antwerpen - Lage Zwaluwe, Roosendaal - Breda - Eindhoven en Tilburg - Nijmegen. De belangrijkste watergangen zijn de Mark en het Wilhelminakanaal (Markkanaal en Amertak). De Mark (in het westelijk deel Dintel genoemd) loopt van Dintelmond aan het Volkerak naar Breda. Van Breda naar Oosterhout is het Markkanaal gelegen (deels ook Roosendaalse Vliet genoemd). Het Wilhelminakanaal loopt van de Bergsche Maas via Oosterhout richting Tilburg en verder. De buisleidingstraat Rotterdam-Antwerpen is zichtbaar in het gebied als gevolg van de bebouwingsvrije zone die via de Brabantse Wal richting Oud Gastel loopt.
De hoogspanningsverbindingen met een bovenregionale functie vormen op een driedimensionale manier onderdeel van het landschappelijk hoofdpatroon. De 150 kV-verbinding loopt vanuit Zeeland over de beboste Brabantse Wal, parallel aan de buisleidingstraat en de A58 naar het noorden en buigt dan af naar het hoogspanningsstation bij Roosendaal. Vanaf dit hoogspanningsstation loopt een 150kV-hoogspanningsverbinding naar Breda en via de bebouwde kom van Breda naar Geertruidenberg. Vanaf Geertruidenberg loopt
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 71
een 150kV- en 380 kV-verbinding in een rechte lijn door het open landschap naar Tilburg. In het open gebied ten oosten van Dongen kent de 380 kV-verbinding een aantal knikken. De 150kV loopt in een rechte lijn naar station Tilburg West aan de noordrand van Tilburg en loopt vandaar naar het oosten.
Deelgebied 1 9.2.1.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op lijnniveau
In deelgebied 1 liggen de subgebieden Rilland, Oosterschelde, Brabantse Wal, Wouw, Halsteren en Moerstraten. In figuur 9.2 is de ligging van deze subgebieden weergegeven. Zie figuur 9.2 Appendix deel B – pagina 32 Figuur 9.2 Ligging van de subgebieden Rilland, Oosterschelde, Brabantse Wal, Wouw, Halsteren en Moerstraten in deelgebied 1 Subgebied Rilland kent weinig karakterverschillen. Het is zeer vlak, met plaatselijk hoogteverschillen door dijken. Het is zeer open en kent een rationeel karakter. Aan oostzijde vormt de Brabantse Wal een markante begrenzing. Er is overwegend akkerland aanwezig en weinig bebouwing. De Schelde-Rijnverbinding vormt een bepalende structuur. De zuidelijke horizon wordt sterk bepaald door grootschalige industrie en windturbines en kent hierdoor gedeeltelijk een industrieel karakter. Er zijn enkele bestaande kleine en forse hoogspanningsverbindingen aanwezig, met beperkte tot grotere bestaande invloed op de gebiedskarakteristiek. Het dorpssilhouet van Woensdrecht en de Inundatievlakte Bathstelling vormen bepalende elementen op lijnniveau. Subgebied Oosterschelde kent weinig karakterverschillen en is zeer open. Aan de noord en zuidzijde is een markante begrenzing aanwezig door kust, met een duidelijke oriëntatie west-oost.
De Schelde-Rijnverbinding met dijken vormt de bepalende structuur die de openheid in het oosten begrenst De horizon wordt plaatselijk bepaald door windturbines en de bestaande forse hoogspanningsverbinding. Er zijn geen elementen op lijnniveau aanwezig in dit subgebied. Subgebied Brabantse Wal kent weinig karakterverschillen. Het is vlak, halfopen tot besloten met een organisch karakter. Er is afwisselend akkerland en weiland met boselementen en bossen. De bestaande kleine hoogspanningsverbinding heeft beperkte tot grotere invloed op de gebiedskarakteristiek. Landgoed Mattemburgh en de vista op het Markiezaatsmeer zijn de aanwezige elementen op lijnniveau. Subgebied Wouw kent weinig karakterverschillen. Het is een vlak gebied, open tot halfopen met een vrij rationeel karakter. Er is afwisselend akker- en grasland aanwezig en veel bos- en beplantingselementen. Bij Roosendaal heeft het gebied verstedelijkingskenmerken en bepalende infrastructuur. De bestaande kleine hoogspanningsverbinding heeft beperkte invloed op de gebiedskarakteristiek. Er zijn geen elementen op lijnniveau aanwezig in dit subgebied.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 72
Subgebied Halsteren is een subgebied met duidelijke karakterverschillen. Het is deels zeer vlak maar kent ook een markant reliëf bij de overgang naar de Brabantse Wal. Het is een open gebied met een besloten gedeelte in het zuidoosten. Er is overwegend akkerland aanwezig, met boselementen in zuidoostelijk gedeelte. De Schelde-Rijnverbinding vormt de bepalende structuur. De zuidelijke horizon wordt sterk bepaald door industrie en windturbines en kent hierdoor gedeeltelijk industrieel karakter. De bestaande forse hoogspanningsverbinding met beperkte invloed op de gebiedskarakteristiek. Het bebouwingslint Kladde is een belangrijk element op lijnniveau in dit subgebied. Subgebied Moerstraten kent weinig karakterverschillen. Het is een vlak, open tot halfopen gebied met een rationeel karakter. Er is overwegend grasland aanwezig, met grote boselementen. Er is weinig bebouwing. Er zijn diverse landgoederen aanwezig met bos en beplanting, maar het gebied heeft geen “klassiek landgoedkarakter”. De bestaande forse hoogspanningsverbinding heeft een beperkte tot grotere invloed op de gebiedskarakteristiek. De Cruijslandse Kreken, voormalig inundatievlakte Zuiderwaterlinie met Fort de Roovere, het Landgoed Dassenberg met elementen en de Veenontginning Oudland/kleine landgoederen met elementen zijn de aanwezige elementen op lijnniveau.
Autonome ontwikkelingen In deelgebied 1 zijn de volgende autonome ontwikkelingen aan de orde: • In Landgoed Mattemburgh is een verbreding van de bouw- en gebruiksmogelijkheden beschreven in een bestemmingsplan; • Ten zuiden van Bergen op Zoom is de ontwikkeling van nieuwbouwwijk de Markiezaten – Borgvliet vastgelegd in een bestemmingsplan; • Ten westen van Bergen op Zoom wordt de Theodorushaven verder ontwikkeld, inclusief een containerterminal. Een deel hiervan ligt in deelgebied 1; • Bij Halsteren wordt bedrijventerrein de Oude Molen ontwikkeld; • Ten noorden van Roosendaal is de uitbreiding van glastuinbouw bestemd, samen met een deel voor waterberging; locatie Damsigt.
9.2.2.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op mastniveau
Op mastniveau zijn de monumentale objecten geïnventariseerd die zo dichtbij de tracéalternatieven liggen, dat de specifieke samenhang tussen deze elementen en hun omgeving mogelijk verstoord wordt. Bij Woensdrecht, in subgebied Rilland, ligt op de overgang van het kleilandschap naar de Brabantse Wal Landgoed Mattemburgh, met meerdere (rijks)monumentale gebouwen. In subgebied Moerstraten zijn de verschillende landgoederen, met bijhorende bebouwing en inrichting relevant. Op de Brabantse Wal hebben de landgoederen en buitenplaatsen tal van cultuurhistorische waardevolle elementen aan het landschap toegevoegd. Het betreft historische landhuizen met parken en dienstwoningen. Bij Bergen op Zoom en Steenbergen lag vanaf de veertiende eeuw de Zuiderwaterlinie. In 1816 werd de militaire status van dit deel van de linie opgeheven, delen hiervan zijn nog in tact of herkenbaar in het landschap.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 73
9.2.3.
Effecten op Tracéniveau
Landschappelijk hoofdpatroon De alternatieven Blauw en Geel bundelen met de bestaande 380 kV-verbinding. Hierdoor wordt het landschappelijk hoofdpatroon enigszins versterkt. In beide alternatieven en de bijbehorende varianten wordt de 150 kV-verbinding over de Brabantse Wal afgebroken. Hierdoor verbetert de herkenbaarheid en samenhang van de Brabantse Wal als bepalende structuur in licht mate. Dit leidt tot een licht positieve invloed op het landschappelijk hoofdpatroon (+). . Alternatief Paars en Rood maken gebruik van de bestaande doorsnijding van de 150 kVverbinding. Het landschappelijk hoofdpatroon verandert niet op het hoogste niveau. Daarom is de beoordeling op het landschappelijk hoofdpatroon neutraal (0). De varianten Paars variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom en Paars variant Brabantse Wal Woensdrecht - Bergen op Zoom gaan ter hoogte van het bosgebied op de Brabantse Wal ondergronds. Hierdoor is er bovengronds geen hoogspanningsverbinding meer aanwezig en wordt de Brabantse Wal versterkt als structurerend, landschappelijk element op het hoogste schaalniveau. Dit geeft een licht positieve beoordeling (+) op het landschappelijk hoofdpatroon. Alternatief Paars variant Brabantse Wal – Woensdrecht bevat wel een bovengrondse verbinding op de Brabantse Wal, waardoor de Brabantse Wal nog steeds in twee delen wordt gesplitst door de hoogspanningsverbinding.
Dit is vergelijkbaar met de referentiesituatie, de beoordeling op dit criterium is daarom neutraal (0). Kwaliteit tracé De alternatieven Blauw, Geel, Paars en Rood worden allen voor het criterium kwaliteit tracé neutraal beoordeeld (0), omdat de tracés grotendeels gebundeld zijn met de bestaande 380 kV verbinding of gebruik maken van de doorsnijding van de bestaande 150 kV verbinding. Hierdoor is de verbinding bij alle alternatieven goed herkenbaar als bovenregionale infrastructuur. Het tracé kent wel richtingsveranderingen, deze komen voort uit de bestaande 380 kV- of 150 kV-verbinding. Hierdoor hebben de alternatieven Blauw, Geel, Paars en Rood in deelgebied 1 een neutraal effect hebben op dit criterium (0). Alle bijbehorende varianten hebben in deelgebied 1 een (licht) negatief effect, omdat ze meer knikken, richtingsveranderingen en ondergrondse tracédelen bevatten dan de bovengenoemde alternatieven. Variant Blauw Markiezaat heeft een licht negatief effect (-), door het zeer lange ondergrondse deel van de verbinding. Hierdoor zijn beide bovengrondse tracédelen minder goed herkenbaar als één bovenregionale verbinding. De varianten Blauw Steenbergen en Blauw Kruisland hebben een negatief effect (- -). De negatieve score komt voort uit de diverse richtingsveranderingen van het tracé en het feit dat er deels niet meer gebundeld wordt met de bestaande 380 kV-verbinding.
De nieuwe richtingsveranderingen komen voort uit lokale verschijnselen. Variant Geel Markiezaat heeft een licht negatief effect (-) op de kwaliteit van het tracé door het zeer lange ondergrondse deel bij de Oosterschelde, waardoor beide bovengrondse tracédelen MER Zuid-West 380 kV Oost, p 74
matig herkenbaar zijn als één verbinding. De varianten Paars Brabantse Wal – Woensdrecht, Paars Brabantse Wal – Bergen op Zoom en Paars Brabantse Wal Woensdrecht – Bergen op Zoom bevatten alle drie een ondergronds tracédeel, waardoor beide bovengrondse tracédelen minder goed herkenbaar zijn als één verbinding. Dit heeft een licht negatief (-) effect op de kwaliteit van het tracé.
9.2.4.
Effecten op Lijnniveau
Gebiedskarakteristiek Alternatief Blauw leidt tot het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding. Dit leidt tot positieve effecten ter plaatse. Omdat in meerdere subgebieden een forsere lijn in het landschap komt, is de overall beoordeling licht negatief (-). Bij Variant Blauw Markiezaat verandert de bovengrondse situatie bij de Oosterschelde niet. Dit betreft een dermate groot deel van het tracé in deelgebied 1, dat het totale effect op de gebiedskarakteristiek als neutraal is beoordeeld (0). De varianten Blauw Steenbergen en Blauw Kruisland kennen meerdere richtingsveranderingen in de subgebieden Halsteren en Moerstraten. De nieuwe verbinding in deze subgebieden bundelt niet of voor een klein deel met de bestaande 380 kV-verbinding. De twee hoogspanningsverbindingen staan los van elkaar in het landschap en lopen plaatselijk niet parallel. Hierdoor bepalen technische elementen het karakter van het landschap. Dit vormt een sterk contrast met het onderliggende agrarische en bosrijke karakter. Hierdoor wordt de gebiedskarakteristiek negatief beïnvloed. Bij Blauw variant Steenbergen leidt dit tot een licht negatieve totaalbeoordeling op dit criterium in deelgebied 1 (-). Blauw variant Kruisland heeft in subgebied Oud Gastel een negatief (- -) effect op de gebiedskarakteristiek, door de twee niet parallel lopende verbindingen in het open landschap.
Hierdoor krijgt het technische karakter van de hoogspanningsverbindingen de overhand, wat leidt tot een negatieve totaalbeoordeling (- -). Bij Blauw variant Steenbergen – Markiezaat en Blauw variant Kruisland – Markiezaat treden de bovengenoemde negatieve effecten (door richtingsveranderingen en geen bundeling) in de subgebieden Halsteren, Moerstraten en Oud Gastel op, maar is het effect op de gebiedskarakteristiek in subgebied Oosterschelde juist neutraal, omdat daar geen veranderingen optreden ten opzichte van de referentiesituatie door de nieuwe verbinding ondergronds. Dit leidt tot een licht negatieve totaalbeoordeling voor beide varianten (-). Waar Blauw aan de noordzijde bundelt met de bestaande 380 kV-verbinding, doet Geel dat aan de zuidzijde. De effecten op de gebiedskarakteristiek komen grotendeels overeen: het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding zorgt voor positieve effecten ter plaatse, maar omdat in de andere deelgebieden een forsere lijn in het landschap terugkomt dan in de referentiesituatie, is de overall beoordeling voor Geel licht negatief (-).
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 75
Bij Geel variant Markiezaat verandert de bovengrondse situatie bij de Oosterschelde niet, omdat de nieuwe verbinding ondergronds komt te liggen. Dit betreft een dermate groot deel van het tracé in deelgebied 1 dat het totale effect op de gebiedskarakteristiek als neutraal is beoordeeld (0). Alternatief Paars heeft in de subgebieden Rilland, Brabantse Wal en Wouw een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek, omdat er voor de te verwijderen 150 kV-verbinding een forsere verbinding terugkomt op een vergelijkbaar tracé. In de overige subgebieden treden geen effecten op. Het overall effect is licht negatief (-). Paars variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom heeft in subgebied Brabantse Wal een licht positief effect, omdat hier bovengronds geen verbinding meer zichtbaar is. Door de forsere verbinding in Rilland en Wouw is de totaalbeoordeling echter licht negatief (-). De varianten Paars Brabantse Wal – Woensdrecht en Paars Brabantse Wal Woensdrecht Bergen op Zoom ligt over een langere afstand ondergronds. Hierdoor treden er meer en grotere positieve effecten op, omdat er bovengronds over een langere afstand geen hoogspanningsverbinding meer zichtbaar is. Bij variant Brabantse Wal – Woensdrecht leidt dit tot een neutrale totaalbeoordeling (0).
Variant Brabantse Wal Woensdrecht - Bergen op Zoom heeft een dusdanig positieve invloed op de gebiedskarakteristiek in de subgebieden Rilland en Brabantse Wal, dat de totaalbeoordeling licht positief is (+). Alternatief Rood is - op een kleine richtingsverandering bij Roosendaal na - gelijk aan Paars. Dit kleine, voor de gebiedskarakteristiek minder gunstige, verschil leidt niet tot een andere score. Ook alternatief Rood heeft een licht negatief (-) effect op de gebiedskarakteristiek. Samenhang elementen Alternatief Blauw en Blauw variant Markiezaat hebben, door het verwijderen van de 150 kVverbinding, een positief effect op de samenhang tussen Woensdrecht en het open omliggende landschap. In de zichtas vanuit het bosgebied op de wal naar de Oosterschelde wordt de bestaande 150 kV-verbinding geamoveerd. Ook dit heeft een licht positief effect. De totaalbeoordeling voor Alternatief Blauw en Blauw variant Markiezaat is licht positief (+). De tracés van Blauw variant Steenbergen, Blauw variant Steenbergen – Markiezaat, Blauw variant Kruisland en Blauw variant Kruisland – Markiezaat leiden door de richtingsveranderingen in de subgebieden Halsteren en Moerstraten tot verstoringen bij het bebouwingslint Kladde en de landgoederen Dassenberg en Oudland. Per saldo zijn deze effecten niet doorslaggevend voor de totaalbeoordelingen, beide varianten hebben overall neutrale effecten (0).
Alternatief Geel en Geel variant Markiezaat kennen dezelfde effecten op de samenhang tussen specifieke elementen als alternatief Blauw. De totaalbeoordeling is, net als bij alternatief Blauw, licht positief (+). Alternatief Paars en Paars variant Brabantse Wal- Bergen op Zoom leiden tot een licht negatief effect nabij Woensdrecht, omdat hier een forsere verbinding in het landschap komt te liggen en de
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 76
verstoring van het dorpssilhouet van Woensdrecht groter wordt. In de zichtas vanuit het bosgebied op de wal naar de Oosterschelde zal de nieuwe verbinding duidelijker en prominenter zichtbaar zijn dan de bestaande 150 kV-verbinding. Dit betekent een forse aantasting van dit karakteristieke uitzicht. Dit heeft een negatief effect op de specifieke samenhang ter plaatse. Beide effecten samen leiden tot een licht negatieve totaalbeoordeling (-) voor alternatief Paars en Paars variant Brabantse Wal- Bergen op Zoom De varianten Paars Brabantse Wal- Woensdrecht en Paars Brabantse Wal Woensdrecht - Bergen op Zoom hebben een positief effect bij de zichtas op de Brabantse Wal door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding. Ook bij Woensdrecht treedt een licht positief effect op, omdat de nieuwe verbinding hier ondergronds komt te liggen. Beide varianten hebben hierdoor een licht positieve totaalbeoordeling (+). Alternatief Rood kent op dit criterium dezelfde effecten als Paars en heefteen licht negatieve beoordeling (-).