2021-001318 Bijlage 1a- Informatie over de RCR voor bestuursorganen
Tekst van het document
9179373
De rijkscoördinatieregeling Informatie voor bestuursorganen Rijkscoördinatieregeling in Wro en energiewetten De rijkscoördinatieregeling is een instrument uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De regeling is bedoeld om bij grote projecten – zoals bijvoorbeeld de aanleg van een gasleiding of de bouw van een elektriciteitscentrale – op een efficiëntere en snellere manier besluiten te kunnen nemen zonder dat dit de rechtsbescherming aantast.
§ 3.3.6 Wro
Op grond van de Mijnbouwwet, de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 wordt de rijkscoördinatieregeling standaard toegepast op de bouw, aanleg en wijziging van verschillende soorten (in die wetten nader omschreven) energie-infrastructuur. De rijkscoördinatieregeling bestaat uit twee modules, een projectmodule (ook: planologische module) en een uitvoerings-module. Hieronder wordt toegelicht wat dat precies betekent.
Artikel 141a Mijnbouwwet Artikel 39b Gaswet Artikel 9b en 20a Elektriciteitswet 1998
De projectmodule De projectmodule omvat het ruimtelijk besluit over het betrokken project. Een ruimtelijk besluit is nodig als het voorgenomen project niet in het gemeentelijke bestemmingsplan past. Het ruimtelijke besluit in de projectmodule is in de regel een inpassingsplan (ook wel ‘rijksinpassingsplan’ genoemd). Het inpassingsplan wordt na vaststelling geacht onderdeel uit te maken van het betreffende bestemmingsplan. Wanneer voor een bepaald project een inpassingsplan is vastgesteld, wordt de bevoegdheid van de gemeenteraad en provinciale staten om voor de betrokken gronden een bestemmingsplan respectievelijk inpassingsplan vast te stellen, opgeschort. Als het inpassingsplan een dubbelbestemming betreft, wordt een regeling getroffen zodat de opschorting alleen daarop ziet.
Artikel 3.28 Wro
De projectminister – in dit geval de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) – stelt samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het inpassingsplan vast. De procedure voor de voorbereiding van een inpassingsplan is vergelijkbaar met die voor de voorbereiding van een bestemmingsplan. Op de totstandkoming van het inpassingsplan is de uniforme openbare procedure van de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) van toepassing. Anders dan bij een bestemmingsplan (op grond van de gemeentelijke inspraakverordening) voorziet de Wro niet in inspraak op het voorontwerp. Ter voorbereiding van het inpassingsplan wordt, voor zover dit op grond van het Besluit m.e.r. verplicht dan wel aangewezen is, een milieueffectrapport gemaakt (MER). In sommige gevallen zal sprake zijn van één MER dat zowel dient voor het plan als voor een benodigde vergunning. Beide bevoegde gezagen trekken dan samen op.
Besluit m.e.r.
Analoog aan de op gemeentelijk niveau geldende procedure, kunnen de ministers van EZK en BZK een voorbereidingsbesluit nemen. In dat besluit wordt bepaald voor welk gebied een inpassingsplan wordt voorbereid. In dat gebied gelden dan beperkingen voor het afgeven van omgevingsvergunningen voor bouwwerken en aanlegwerkzaamheden. Ook kan in een voorbereidingsbesluit een nieuw vergunningstelsel worden opgenomen om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor het project.
Artikel 3.28 lid 2 jo. artikel 3.7 Wro
Uitvoeringsmodule Het tweede onderdeel van de rijkscoördinatieregeling noemen we de uitvoeringsmodule. Deze houdt kort gezegd in dat de procedures ter voorbereiding van overige voor een project benodigde besluiten worden gecoördineerd door de minister van EZK, waarbij voor alle besluiten gezamenlijk afdeling 3.4 van de
Artikel 14.4b Wm
Artikel 3.35 Wro
9179373
Awb wordt toegepast. Ook is sprake van één gebundeld beroepsmoment. De energiewetten gaan er vanuit dat het inpassingsplan in de coördinatie wordt meegenomen, maar hiervan kan worden afgeweken.
Artikel 3.35 lid 1 onder c Wro
De betrokken bestuursorganen, zoals de provincie of de gemeente, blijven zelf bevoegd voor het nemen van de besluiten. De vergunningen worden dan ook gewoon bij hen aangevraagd. Het rijk voert echter de regie over de procedure. Dit betekent dat de minister van EZK bepaalt binnen welke termijn alle (ontwerp) vergunningen gereed moeten zijn en zorgt dat alle besluiten goed op elkaar zijn afgestemd. Ook zorgt het rijk voor de logistiek rondom de terinzagelegging van alle besluiten. EZK wordt hiervoor ondersteund door Bureau Energieprojecten. Sommige voorbereidingshandelingen blijven een taak van het bevoegd gezag voor een vergunning, zoals het raadplegen van wettelijk adviseurs. In het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten is een aantal vergunningen aangewezen dat in ieder geval gecoördineerd wordt voorbereid. Het gaat daarbij om de belangrijkste vergunningen zoals omgevingsvergunning, de ontheffing op grond van de Flora en Faunawet, Wbrvergunning etc. Daarnaast kan de minister van EZK per project bepalen welke vergunningen nog meer gecoördineerd worden.
Overleg en samenwerking Bij de toepassing van de rijkscoördinatieregeling voeren EZK en BZK intensief overleg met de andere bevoegde gezagen. Zo vindt formeel en informeel afstemmingsoverleg plaats over het inpassingsplan, op ambtelijk en waar nodig op bestuurlijk niveau. In het kader van de uitvoeringsmodule wordt ambtelijk overleg georganiseerd ten behoeve van afstemming over zowel de procedure als de inhoud van de betrokken besluiten tussen het rijk, de overige bevoegde gezagen en de initiatiefnemer.
Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energieinfrastructuur projecten
Artikel 3.28 lid 1 Wro Artikel 3.1.1 Bro
Inspraak en beroep Door toepassing van de rijkscoördinatieregeling zijn inspraakmomenten meer gebundeld in vergelijking tot een normale procedure. Zo kunnen het inpassingsplan en het eventueel daarbij behorende MER en alle overige besluiten gelijktijdig ter inzage worden gelegd, zowel in ontwerp als wanneer zij definitief zijn vastgesteld. Ook het beroep bij de bestuursrechter wordt gebundeld. Tegen het inpassingsplan en de overige besluiten staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel 8.2 lid 1 Wro
Crisis- en herstelwet De Crisis- en herstelwet is onder meer ook van toepassing op alle projecten waarvoor een inpassingsplan wordt gemaakt. Dit heeft vooral gevolgen voor de beroepsprocedure.
Deze factsheet is bedoeld voor bestuursorganen die te maken krijgen met de rijkscoördinatieregeling en beoogt een korte weergave te geven van de kern van de procedure. De factsheet behandelt niet alle facetten van de rijkscoördinatieregeling uitputtend. Raadpleeg daarvoor de betreffende regelgeving en bijbehorende memorie van toelichting (bijvoorbeeld die bij de Wet rijkscoördinatieregeling bij energie-infrastructuurprojecten (Kamerstukken II, 2007-2008, 31 326, nr. 3), of stel uw vraag via uw contactpersoon bij het ministerie van EZK. Versie 3 december 2019