07112024-05 Bijl1a- Bijlage 1 Statenmededeling Afronding van de warmtedialogen
Tekst van het document
Warmtedialogen afgerond Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen
m
-
1
-
jj.1» ®g,.. -î.ļ
I.V 'W
1
-WS -:!jjj|ļp'. lISČMĚ^iiifcįļ-āĒ:]
«Į İM JI8H M í~TĨ~l íļ 1 , ìto.^Sä f i ■l «'■■■il ' ■■S "Ï!İa ! " i — r^ăşaįří-į-- ^sbwi [ļon "ii ļ^įļjj F 'lí "ffiilîS!! "
mm
i
L.f|. -|:ľĩ!S ■LíM üį 1 í"B3.i* ,PS! b lĩĩiw^k1 ;*riwī|fl| 3"'- ■'•ĩ ‘-ť'Jf.HĨ! i-nn""'^alÄ ; '■■i w v. '‘.ļ4B]ĵġg*«ãc
i
v.m
-T ' ’ - - ' |īS5lflŗii -ļŗmTTÍH’ ŗīŵiSIjg JB Ę'SS sä '■‘B!ĩm mįļ
m
Voorwoord Warmtedialogen afgerond, we zetten de volgende stap Voor u liggen de uitkomsten van de warmtedialogen. We hebben de afgelopen maanden een Brabantbrede consultatie gehouden over de gevolgen van de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw), onze publieke realisatiekracht hierbij en de verkenning naar een publiek warmtebedrijf in Brabant. Betaalbare en duurzame energie voor onze inwoners is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Een provinciaal warmtebedrijf, waarin de overheid een meerderheidsbelang heeft, draagt bij aan energierechtvaardigheid. Het sluit ook aan bij de uitgangspunten van de voorgenomen Wet collectieve warmte. Uit de gesprekken met gemeenten, bestaande warmtebedrijven, netbeheerders en andere belanghebbenden blijkt voldoende vertrouwen voor een provinciaal warmtebedrijf. We zetten daarom een volgende stap, door samen met Energie Beheer Nederland en Enexis Groep de financiële en juridische haalbaarheid in kaart te brengen. Ondertussen kijken we ook goed naar de complexiteit van het onderwerp warmte. In verstedelijkt gebied worden tenslotte andere eisen aan bijvoorbeeld techniek of warmteoplossing gesteld dan op het platteland. Dat roept ook vragen op als: wat doen we met afgelegen woningen. Ook die bewoners hebben tenslotte recht om de vruchten van de
verder aan een passend maatregelenpakket voor al onze steden, dorpen en kleine kernen. Zo dragen we samen bij aan een betaalbare energietransitie
energietransitie te plukken.
in ons Brabant. Hoewel de Wet collectieve warmte nog officieel moet worden vastgesteld door de volksvertegenwoordiging in Den Haag, gaan wij door met de
Bas Maes
voorbereidingen voor een warmtebedrijf. Daarnaast werken we ook
Gedeputeerde van Klimaat å Energie, oktober 2024
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Voorwoord |
2
Waarom gingen we in dialoog? De provincie is in november 2023 de warmtedialogen gestart om de mogelijkheden voor een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang te verkennen. Het oprichten van een warmtebedrijf is geen doel op zichzelf. Het gaat over de achterliggende vragen. Hoe kunnen we als provincie onze Brabantse gemeenten het beste ondersteunen in de warmtetransitie? Hoe zorgen we met onder andere het aanleggen van warmtenetten en het slim benutten van grootschalige warmtebronnen dat de betaalbaarheid en de rechtvaardigheid van de warmtetransitie wordt geborgd voor al onze burgers? En welke taken daarvan kunnen en moeten er ingevuld worden rondom de implementatie van de Wet collectieve warmte en welke taken kunnen daarvan het beste bij een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang worden belegd? Om een Brabantbreed beeld te kunnen vormen van de warmtetransitie zijn wij na een korte voorverkenning in dialoog gegaan met al onze Brabantse gemeenten en stakeholders.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Waarom gingen we in dialoog?
| 3
Met wie hebben we gesproken? Ons streven was om alle gemeenten in Brabant zowel ambtelijk als
gesprekken zijn meegenomen in de bestuurlijke gesprekken. Elk gesprek
bestuurlijk te spreken. Niet alleen gingen we in gesprek met onze
was hierdoor uniek, dat gaf partijen de ruimte om vrijuit te kunnen praten.
gemeenten, we spraken ook met onze belangrijkste stakeholders die samen
Hierdoor is inzicht ontstaan in de vraagstukken en de dillema's die spelen bij
met ons aan de lat staan voor de warmtetransitie in Brabant. Met de vier RES
de uitvoering van de warmtetransitie in onze provincie.
regio's spraken we over waarin ze als regio's kunnen ondersteunen bij de warmtetransitie en welke rol ze voor zichzelf zien hierin. Onze drie grootste
Daar staat tegenover dat het lastig is om conclusies te trekken in de trant
waterschappen in Brabant, Brabant Water, De Gasunie, Enexis en Energie
van '10% van de gemeenten vindt' of '80% van de ondervraagden zegt'. In
Beheer Nederland spraken we als belangrijke samenwerkingspartners van
deze notitie is ervoor gekozen om eerst een algemeen beeld te geven, deze
onze infrastructuur op het gebied van water, bodem en energie. Met onze
hebben we verwoord in breed gedragen richtinggevende uitspraken. Daarna
Brabantse ontwikkelingsmaatschappij, de Bank Nederlandse Gemeenten en
hebben we onderdelen uitgediept en worden er enkele specifieke bestuurlijke
het ministerie van Klimaat en Groene Groei (voorheen Economische Zaken
dillema's en vraagstukken beschreven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over
en Klimaat) spraken we over de betaalbaarheid van de warmtetransitie
welke kaders een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang moet
en de aanvullende randvoorwaarden (wetten, subsidies)die onder andere
meekrijgen, welke projecten prioriteit krijgen en hoe wordt omgegaan met
vanuit het Rijk nodig zijn om dit tot uitvoering te brengen. Ennatuurlijk,
bestaande warmtenetten, warmtenetten onder de 1500 aansluitingen en de
het Traais Energie collectief en het Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal
andere opgaven binnen de warmtetransitie zoals besparen, isoleren en
spraken we vanuit hun rol als huidige warmtebedrijven, hoe kijken ze naar
de eerlijke verdeling van warmtebronnen.
de toekomst en de komst van de nieuwe wet waar voorzien wordt op een publiek meerderheidsbelang. De zeven Amernet- gemeenten spraken we
De resultaten van alle dialogen zijn vervolgens door middel van een
niet alleen als individuele gemeenten maar ook gezamenlijk. Omdat de
steekproef bij enkele gemeenten, door een onafhankelijke externe partij,
leveringszekerheid van warmte na 2027 aan het Amernet voor ons maar
geverifieerd.
ook voor al deze gemeenten grote prioriteit heeft. Tenslotte spraken we met Prezero, Attero, RWE Geertruidenberg, Plukmade/Aardyn, Shell Moerdijk en Energiebeheer Nederland als (mogelijke) warmtebronhouders over broncapaciteit en een eerlijke verdeling van duurzame warmtebronnen in de toekomst en wat daarvoor nodig is. Van februari tot en met juli 2024 voerden we 149 gesprekken, hierdoor hebben een Brabantbreed beeld ten aanzien van de warmtetransitie in Noord-Brabant kunnen ophalen. Zie pagina 14 voor een overzicht van alle gesprekspartners. We hebben op ambtelijk niveau gewerkt met een standaard vragenlijst en daarbij is uniformiteit met een open karakter nagestreefd. De input vanuit deze
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Met wie hebben we gesproken?
De uitkomsten van de warmtedialogen: waarvoor staan we aan de lat? Uit de dialogen blijkt er dat er veel ambities zijn om stappen te zetten in de warmtetransitie, maar gemeenten maken zich zorgen over het draagvlak onder bewoners. Op dit moment zijn lang niet alle inwoners betrokken en het is nog verre van duidelijk hoe alle inwoners bereikt kunnen worden. De warmtetransitie raakt mensen tot achter de voordeur. Gemeenten merken dat 'warmte' daarom een unieke aanpak vereist waarbij het nog niet is uitgekristalliseerd wat werkt en wat niet. Wisselend Rijksbeleid rondom duurzaamheid en energie, onzekerheden met netcongestie en algehele scepsis richting de overheid helpen niet bij het benaderen van inwoners. Door de warmtedialogen is duidelijk geworden dat er niet één aanpak is, die past op alle vraagstukken op het warmtedossier. Dat heeft vooral te maken met de omvang van de warmtevoorziening. De aanpak voor woningen, die individueel van warmte moeten worden voorzien, zal bijvoorbeeld anders zijn, dan de aanpak voor grootschalige collectieve systemen. Vanuit de warmtedialogen, is de enorme opgaven van de warmtetransitie voor alle gemeenten in kaart gebracht. Ook is duidelijk geworden vanuit de publieke realisatiekracht op welke manieren de provincie hierbij haar gemeenten zou kunnen ondersteunen.
Gemeenten en stakeholders hebben in de dialogen ons de volgende richtinggevende uitspraken meegeven:
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | De uitkomsten van de warmtedialogen: waarvoor staan we aan de lat? |
5
^
Gemeenten vragen de Provincie Brabant om overkoepelend regie te nemen op het warmtedossier. Alleen zo kunnen we tot een versnelling op de warmtetransitie komen. Ze vragen ons om vanuit die rol samen met de gemeenten, het Rijk, de netbeheerders, warmtebronhouders, warmtebedrijven en andere maatschappelijke partijen de opgaven over beleidsterreinen heen te regisseren. Onderwerpen zoals netcongestie, de aanleg van ordende netwerken (waterstofbackbone en de Delta Rhine Corridor), water en bodem sturend en de grote woningbouwopgaven in Brabant, maken overkoepelden regie noodzakelijk.
^
We zien met de komst van de Wet collectieve warmte (Wcw) een andere route en aanpak voor het stedelijke netwerk, de plattelandsgemeenten en de kleine kernen. Het gaat dan om een passende aanpak en maatwerk producten voor al onze Brabantse gemeenten om zo te komen tot een versnelling van de warmtetransitie. Warmtetransitie gaat niet alleen over de aanleg van de meest winstgevende warmtenetten, maar gaat over betaalbare energie, waarbij de warmtetransitie achter de voordeur bij bewoners komt, kom daarom met een passend maatwerkpakket dat past bij de diversiteit van onze Brabantse gemeenten.
•
Zorg voor ontsluiting en bronzekerheid van grote collectieve warmtebronnen en geef zo richting aan de eerlijke verdeling van warmtebronnen in Brabant. Sommige gemeenten hebben aangegeven
haalbaar meer. Dat maakt dat partijen zoals Enexis en Energiebeheer
dat zij risico's voorzien met de leveringszekerheid, vanwege de afhankelijkheid van één warmtebron. Deze risico's verschillen per bron,
mogen acteren bij het aanleggen van warmtenetten of het leveren van
gemeenten kijken naar de provincie om te zorgen voor ontsluiting van ^
Nederland, als mogelijk deelneming vanuit de Staat, juridisch nog niet warmte. Zij kunnen pas een rol krijgen na inwerkingtreding van de Wcw. ^
Het één op één vervangen van fossiele brandstoffen door elektriciteit is
verschillende bronnen en te zorgen voor een eerlijke verdeling daarvan.
naar wat het lijkt ondoenlijk. Alleen door een combinatie van elektriciteit,
Zowel op de inhoud als het proces hebben we te maken met 'schuivende
warmte en stoffen is het mogelijk om fossiele brandstoffen te vervangen
panelen'. Op inhoud krijgen we terug dat het niet alleen gaat over het
door duurzame alternatieven. Het oplossen van de netcongestie is
aanleggen van grootschalige warmtenetten in een stedelijke omgeving,
een keiharde randvoorwaarde voor het kunnen zetten van significante
maar ook om een passende aanpak van een warmteoplossing in de
stappen in de warmtetransitie. Dat speelt niet alleen bij woningen,
kleine kernen. Daarnaast hebben we ook te maken met een verschuiving
die all electric en individueel van warmte moeten worden voorzien,
in het proces. Met de komst van een nieuwe regering in juli 2024 en een
maar ook voor collectieve warmtenetten. Collectieve warmtebronnen,
nieuw ministerie van Klimaat en Groene Groei is de behandeling van
zoals geothermie, buurtwarmtepompen, e-boilers, etc. vragen namelijk
het wetsvoorstel vertraagd. Inwerkingtreding per 1 januari 2025 is niet
elektriciteit.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | De uitkomsten van de warmtedialogen: waarvoor staan we aan de lat?
Ons vertrekpunt! Wat zo mooi is, is dat we niet op nul hoeven te beginnen met het verder
Hieronder worden de uitkomsten uit de warmtedialogen verder vertaald.
brengen van de warmtetransitie in Brabant. Zo bleek uit de dialogen dat
Hiermee wordt een start gemaakt met de kwartiermakersfase. Immers het
alle gemeenten al grote stappen gezet hebben met isoleren door onder
gaat verder dan alleen het aanleggen van warmtenetten. Het gaat ook over
andere het Nationale Isolatieprogramma. Ook zijn we al een tijdje bezig
de betaalbaarheid, de omgevingskwaliteit en de leveringszekerheid van
met de actualisatie van het warmtebronnenregister, zijn we gestart met het
warmte. Warmte zal betaalbaar moeten zijn en blijven voor de inwoners
actieprogramma geothermie en de kennis die we hier opdoen kunnen we
van Brabant, maar als gemeenten zouden investeren in warmtenetten kijken
inzetten voor het verder ontsluiten van duurzame warmtebronnen. Samen
ze naar de laagste maatschappelijke kosten voor warmte, dit zijn andere
met de vier regio's zitten we regelmatig aan tafel over warmte en in de
uitgangsprincipes. maar beiden zijn belangrijk om mee te nemen. Bij de
Uitvoeringsagenda Energie, onlangs vastgesteld door uw Staten kunt u
aanleg van warmtenetten of de verzwaring van het elektriciteitsnet en het
lezen dat we zijn gestart met de ontwikkeling van een leerlijn gericht op de
beschikbaar maken van warmtebronnen gaat het over de verdeling van
uitvoering van de warmtetransitie. Het begin is er en het smaakt naar meer.
schaarse ruimte boven en in de ondergrond. Maar we willen bijvoorbeeld ook voorkomen dat winning van drinkwater door nieuwe infrastructuur niet meer mogelijk wordt.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Ons vertrekpunt!
Overkoepelende regie
Kaders
De warmtetransitie staat niet op zichzelf en raakt aan vele beleidsterreinen.
Op een aantal onderdelen missen gemeenten juridische en financiële
Uit de warmtedialogen komt de vraag naar voren in hoeverre de provincie
instrumenten vanuit het Rijk, of ze worden als niet passend ervaren.
in haar beleid de energietransitie wil positioneren ten opzichte van andere dossiers. Worden de ordende netwerken van het energiesysteem zoals
Een aantal voorbeeld staat hieronder weergegeven:
warmtenetten randvoorwaardelijk voor de stedelijke transformatiegebieden
^
Verdelen broncapaciteit (geothermie, aquathermie, restwarmte).
bijvoorbeeld? Ook werd de vraag gesteld of de provincie proactief
Een vraagstuk is wie de broncapaciteit mag benutten. Op dit moment
gemeentegrens overstijgende zaken moet regisseren op het gebied
geldt: wie het eerst komt, eerst maalt. Is dat op termijn wenselijk?
van warmtebronnen of dat de provincie blijft bij haar faciliterende en
^
kader stellende rol, door middel van subsidies en vergunningen? Vanuit
Incentives om restwarmte uit het bedrijfsleven te benutten. Tijdens de gesprekken is aangegeven dat de focus van een bedrijf ligt op het
de gemeenten kwam het signaal dat er behoefte is aan duidelijke
behalen van haar CO2-doelstellingen voor 2030 en dat het leveren van
overkoepelende regie door de provincie. Zorg voor prioriteitstelling door
warmte niet bijdraagt aan de reductie van de eigen CO2-uitstoot.
middel van het Brabants Ruimtelijk Voorstel, maak bijvoorbeeld duidelijk
Er is geen incentive voor het uitkoppelen van duurzame restwarmte. •
wat belangijker is aardwarmte of drinkwatervoorziening.
Kostprijs+, saldering, betaalbaarheid en onrendabele projecten. Praktisch alle gemeenten met collectieve warmte-initiatieven maken
Ook meedenkkracht over de fasering over beleidsterreinen heen komt naar
zich zorgen over te ver uiteenlopende warmteprijzen, de zogenaamde
boven uit de dialogen. Sommige gemeenten vroegen zich hardop af of
eindgebruikerskosten. Kan bij het ene warmtenet de prijs voor warmte
het verstandig is om nu in te zetten op warmtepompen, elektrificatie van
twee keer zo hoog worden als bij een ander warmtenet? Ook is
vervoer, etc. De vraag is of daarmee de netcongestie niet groter wordt, of de woningbouw daardoor niet nog meer in de knel komt. Wat is de juiste
aangegeven dat het mogelijk zou moeten zijn dat een project met een goede business case een project met een negatieve business case
volgorde der dingen, zorg voor regie op de fasering daarvan. Regie op de natuurdoelstellingen ligt in het verlengde van het vorige punt. Woningen moeten worden verduurzaamd en isolatie is nodig. Tegelijkertijd komen
compenseert. ^
Wetgeving en lokale oplossingen. Een aantal gemeenten heeft aangegeven dat zij best geïnteresseerd zouden zijn in een lokaal
daardoor gebouw gebonden soorten in het geding. Veel gemeenten laten nu Soorten Management Plannen uitvoeren door onderzoeksbureaus.
warmtenet op basis van biovergisting van mest. Dit is echter geen optie,
Kan dit niet efficiënter en kan de provincie dergelijke onderzoeken niet coördineren? Vanuit de ruimtelijke ordening heeft de provincie een stevige
landelijke gasnet. Ook rondom lokale Energy Hubs wordt het wettelijke
omdat het geproduceerde groengas moet worden ingevoegd op het kader als knellend ervaren.
rol als regisseur. Echter voor sommige RO-procedures ligt het bevoegd gezag bij een gemeente of het Rijk, voor overkoepelende regie op de vele
De vraag is hoe groot de rol vanuit de provincie gaat worden bij het
beleidsterreinen is de provincie bereid om de rol van bevoegd gezag over
beïnvloeden van deze kaders. Pakt de provincie een volgende rol of gaat zij
te nemen?
actief via het IPO en lobby proberen het Rijksbeleid te beïnvloeden?
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Ons vertrekpunt!
|
8
Plattelandsgemeenten versus stedelijk netwerk: andere aanpak, andere aandacht, andere route
kapitaal worden genoemd als voordelen van een publiek warmtebedrijf op provinciaal niveau.
Brabant heeft na de Randstad het grootste stedelijk netwerk van Nederland. Dat netwerk bestaat uit de 4 stedelijke regio's die elkaar deels overlappen
De algehele indruk uit de gesprekken is dat de warmtetransitie via collectieve
en steeds meer gaan functioneren als één groot 'daily urban system'.
warmtenetten de draagkracht van de meeste gemeenten te boven gaat.
De opgave om in Brabant een goed woon- en leefklimaat te behouden
De financiële draagkracht is ook voor Eindhoven en Tilburg een punt van
is complex: er ligt een grote vraag naar extra woningen en nieuwe
aandacht. Ook binnen Den Bosch, Helmond, Heusden en Someren spelen
ruimte voor bedrijven in onze grote steden. Warmtenetten passen bij dit
gedachten rondom de oprichting van lokale warmtebedrijven. Daarnaast
stedelijke karakter, hoge bebouwingsdichtheid, korte afstanden en de
heeft Roosendaal al een publiek warmtebedrijf.
stedelijke gebiedstransformaties als meekoppelkans voor de omliggende oudere wijken in de stad. Maar onze dorpen en kernen veelal gelegen
Vragen die vanuit de warmtedialogen meegenomen zullen worden zijn
in het landelijke gebied hebben ook een opgave in de warmtetransitie,
welk perspectief krijgt een eventueel provinciaal warmtebedrijf mee en
waarbij een grootschalig collectief warmtenet niet direct de best passende
moet het bedrijf zo worden opgericht dat deze (reeds bestaande) publieke
oplossing is, maar de individuele route van all-electric meer voor de hand
warmtebedrijven op termijn eventueel overgenomen kunnen worden, indien
lijk te liggen. Dit vraagt om een andere aanpak, andere aandacht en een
dat gewenst is?
andere route. In de doorkijk schetsen we een vijftal narratieven, gemeenten herkenden zich in een of meerdere narratieven. Uit de externe validatie
2. Warmtenetten in dorpen en kleine kernen
van de gesprekken bleek dat het voor gemeenten nog onduidelijk was hoe
Niet alleen het wettelijke kader voor de kleinere warmtenetten is anders dan
deze narratieven bijdragen aan het geven van richting in hun opgaven. Dat
voor de grotere netten. Zoals aangeven vraagt de warmtetransitie in onze
is de reden dat we de focus verleggen naar vier categorieën. Waarna het
dorpen en kernen ook een andere aanpak en route. Kleinere warmtenetten
handelingsperspectief - de volgende stap - wordt geschetst.
op buurtniveau gaan vaak over andere technieken en lagere temperaturen. Daarnaast spelen er bestuurlijk andere vragen bij kleine netten. Verschillende
1. Warmtenetten in stedelijk gebied
gemeenten hebben aangegeven niet de ontwikkelkracht, kennis en
Het juridische kader voor warmtenetten met meer dan 1500 aansluitingen
competenties in huis te hebben om dergelijke kleine netten te ontwikkelen
wordt met de komst van de Wet collectieve warmte (Wcw) anders dan
of de ontwikkeling te stimuleren. In sommige gevallen ligt het initiatief bij
het kader voor kleinere warmtenetten. Warmtelevering via nieuwe, grote
een bewonerscollectief, dat vervolgens om hulp vraagt bij een gemeente.
warmtenetten mag in de toekomst alleen door publieke partijen gebeuren
Deze gemeenten ervoeren de insteek van de warmtedialogen initieel als te
(minimaal 5Uo van de aandelen in overheidshanden). Bij kleine netten
smal gefocust - met name op provinciale rolneming bij warmtenetten, terwijl
mag dit ook door private partijen plaatsvinden. Uit de warmtedialogen
de uitdagingen bij het overgrote deel van onze gemeenten breder zijn en
blijkt dat in de stedelijke omgeving waar ze voor een groot deel van de
niet altijd relatie hebben tot warmtenetten. Hulpvragen bij deze gemeenten
woningvoorraad inzetten op collectieve warmteoplossingen meerwaarde
zitten bijvoorbeeld op het expliciete verzoek om de strikte regelgeving rond
zien in een publiek warmtebedrijf op provinciaal niveau. Met name het
WKO-systemen te herzien, een aanspreekpunt voor reguliere sparring en
gebruik maken van schaalvoordelen op het gebied van kennis, kunde en
gerichte inzet van technische, financiële, juridische en strategische expertise.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Ons vertrekpunt!
| 9
Ook zijn de kleinere warmtenetten vaak afhankelijk van één warmtebron, sommige gemeenten hebben aangegeven dat zij risico's voorzien met
Daarnaast maken gemeenten verschillende politiek-bestuurlijke keuzes: • Vaak beginnen gemeenten met hun aanpak in wijken waar de
de leveringszekerheid en daarvoor eigenlijk geen verantwoordelijkheid
energiearmoede het grootst is. Dit is echter lang niet overal het geval.
willen dragen. Deze risico's zullen per bron verschillen. Wil de provincie
Sommige gemeenten kiezen voor een gemeentebrede aanpak of
inzetten op alle denkbare bronnen of is de provincie selectiever? Tenslotte
beginnen juist in de "sociaal makkelijke" wijken (met relatief veel
als er voor de kleinere warmteoplossingen een publiek warmtebedrijf op
jonge, draagkrachtige gezinnen). Voor deze laatste aanpak zijn twee
provinciaalniveau wordt opgericht, moet dat dan een exploitatiebedrijf zijn
redenen genoemd: eerst ervaring opdoen waar de warmtetransitie
of alleen een ontwikkelbedrijf? Als een dergelijk publiek warmtebedrijf ook
relatief makkelijk is en de aanloopkosten van (en daarmee een langere
de warmtelevering ter hand neemt, komen er een hoop extra vraagstukken en dilemma's langs.
terugverdientermijn) neerleggen bij mensen, die dat kunnen dragen. ^
De rol- en taakopvatting van overheden richting met name particuliere huiseigenaren verschilt. Daar waar de ene gemeente actief bewoners
Ook deze vraagstukken worden meegenomen in de volgende fase,
probeert te verleiden om hun woning te verduurzamen, stelt een andere
hierbij richt de volgende verkenning zich op het op provinciaal niveau
gemeente zich op het standpunt dat verduurzaming van particulier bezit
organiseren van kennis- en kunde. Hierbij zoeken wij de verbinding met een
vooral een taak van de particulieren zelf is.
warmtebedrijf op provinciale schaal.
^
De isolatie opgaven en de all-electric warmteoplossing gaan hand in hand. Alleen zeer goed-geïsoleerde woningen kunnen all-electric
3. Individuele oplossingen
van voldoende warmte worden voorzien. Een aantal gemeenten heeft
In al onze Brabantse gemeenten zullen er ook huizen individueel van warmte
aangegeven dat het isolatiebeleid op dit moment te versnipperd is en dat
moeten worden voorzien. Dit geldt overal waar de woningdichtheid dermate
Rijksmiddelen voor verduurzaming niet efficiënt ingezet kunnen worden.
klein is dat warmtenetten financieel niet uitkomen én daar waar geen
Er wordt veel geparticipeerd en veel geprobeerd, uiteindelijk wordt er
collectieve bronnen voorhanden zijn of bewoners zelf al het initiatief hebben
maar een deel van het beschikbare geld daadwerkelijk in verduurzaming
genomen voor een individuele oplossing. Gemeenten gaan verschillend om
gestoken. Een vraagstuk is hoe het beleid rondom besparing moet
met het vraagstuk individuele warmtevoorziening. Er zijn gemeenten:
worden vormgegeven; hoe de fase 'praten, proberen en kijken wat
^
waar de focus op warmtenetten ligt en nu geen prioriteit wordt gegeven
aanslaat' omgezet kan worden naar 'programmatisch werken, gericht
aan individuele oplossingen;
pilots doen en opschaling van best practices bij de buurgemeenten'.
^
waar nog onvoldoende maatschappelijk draagvlak is voor aardgasvrij
Voor de meer programmatische aanpak en regie op dit onderwerp zien
en daarom ingezet wordt op isolatie (aardgasvrij ready);
de gemeenten wel een rol voor de provincie. Ambtelijk denken we nu
^
waar de individuele aanpak vooral aan bewoners zelf wordt gelaten
aan: Ontwikkel strategieën voor kleine kernen/lintdorpen - o.a. met
(met behulp van Rijkssubsidies);
groengas, kleinschalig collectief en all-electric-oplossingen en aan een
^
waar concrete stappen worden gezet rondom voorzieningen zoals
programmatische aanpak besparing.
isolatie, warmtepompen of verduurzamingsleningen per woning.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Ons vertrekpunt!
|
10
4. Uitzonderlijke bronkansen Tenslotte komt uit de warmtedialogen een vierde oplossingsrichting, die van de uitzonderlijke bronkansen. Met name de gemeenten zonder groot stedelijk karakter beleefden in eerste instantie de insteek van de warmtedialogen als te smal, gefocust op warmtenetten. Terwijl de uitdagingen bij deze gemeenten voor de warmtetransitie veel breder zijn dan alleen het aanleggen van een warmtenet. Gemeenten hebben ondersteuningsvragen bij de strategieën voor groengas en kleinschalige collectieve warmte-oplossingen en all-electric oplossingen in de kleine kernen en lintbebouwing. Hoe ga je om met opslagtechnieken zoals een basaltbatterij bijvoorbeeld. Maar ook de vraag over technische en financiële bronverkenning, zoals meegegeven in de richtinggevende uitspraken: zorg voor ontsluiting en bronzekerheid van grote collectieve warmtebronnen en geef zo richting aan de eerlijke verdeling van warmtebronnen in Brabant. Gemeenten kijken ook naar de provincie om te helpen bij beleid voor de ontsluiting van bronnen zoals groengas, en de verdere actualisatie van het warmtebronnenregister.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Ons vertrekpunt!
|
11
Naar de volgende stap De hulpvragen van onze gemeenten beslaan de volle breedte van de
Kwartiermakersfase
warmtetransitie, het gaat niet alleen om de ondersteuning bij warmtenetten.
We hebben in beeld gebracht wat er van ons verwacht wordt en geven
Door te luisteren naar de verhalen van al onze Brabantse gemeenten weten we
richting aan onze aanpak. Zowel (bestuurlijk en ambtelijk) zijn de
dat we het palet aan ondersteuning moeten verbreden om te helpen voortgang
gemeenschappelijke uitdagingen geïdentificeerd, nu zullen we in beeld
te boeken in de transitie naar aardgasvrij. Dit vraagt om het verschuiven van
moeten brengen hoe we onze organisatie hierop willen voorbereiden, we
een faciliterende rol, naar een meer coördinerend en stimulerende rol. Het is
gaan verder met de kwartiermakersfase. De richtinggevende uitspraken en
van belang dat we hierbij complementair zijn aan bestaande initiatieven van
de uitwerking daarvan geven ons de kaders die we in de kwartiermakersfase
het Nationaal Programma Lokale Warmte en gremia zoals de RES-regio's.
verder gaan uitwerken. Maar het gaat ook over de betaalbaarheid, de omgevingskwaliteit en de leveringszekerheid van de warmtetransitie. Voor nu
Zoals geschetst in de eerste doorkijk van de warmtedialogen worden naast
is deze uitwerking, met de informatie die we nu hebben, een startpunt voor
de brede opgaven ook de contouren van een warmtebedrijf met een publiek
de kwartiermakersfase die loopt van oktober 2024 tot uiterlijk december
meederheidsbelang op provinciaal niveau duidelijk. De richtinggevende
2025. Wij kijken niet te ver vooruit en kiezen voor een stap-voor-stap en
uitspraken uit de dialogen met de achterliggende verdiepende vragen nemen
adaptieve aanpak. In de aanpak tot nu toe merken we dat dat we niet te ver
we mee in de volgende fase. Naast Enexis en EBN hebben ook Brabant
vooruit kunnen kijken vanwege het 'het wachten op' de wetsontwikkelingen,
Water en Ennatuurlijk zich gemeld voor deelname in een warmtebedrijf
de terugtrekkende bewegingen van marktpartijen bij warmte initiatieven en
voor de grotere warmtenetten: Enexis, EBN en Ennatuurlijk hebben expliciet
verdere uitkristallisering van het financiële instrumentarium vanuit het Rijk
aangegeven dat de focus voor de korte termijn moet liggen op de grotere
wat nodig is voor de warmtetransitie.
warmtenetten. Zij hebben hierbij geen concrete ondergrens genoemd voor het aantal aansluitingen. Zij hebben aangegeven dat er schaalgrootte
Nu de inwerkingtreding van de Wcw per 1 januari 2025 niet haalbaar is,
nodig is om warmtenetten rendabel te maken. Een warmtebedrijf voor
kunnen we juridisch en financieel formeel nog geen stappen zetten en ook
een gebied kleiner dan de provincie ligt daarmee niet voor de hand.
nog niet naar Provinciale Staten met een Statenvoorstel. Maar we staan niet
Echter uit de gesprekken met gemeenten blijken aanvullende behoeften
stil, we werken samen met Enexis en EBN aan een intentieovereenkomst om
voor een publiek warmtebedrijf: het borgen van lokaal zeggenschap, het
de verkenning naar een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang
bieden van de voordelen van portfoliowerking, niet alleen grote netten en
door te zetten. Uit de warmtedialogen blijkt de behoefte aan een breed
standaardisatie, de bundeling van kennis, kunde en inbreng van kapitaal.
pallet van maatregelen om de warmtetransitie in Brabant gestalte te geven.
Een 'paraplumodel' waarin richting toekomst, kleine warmtebedrijven of
Een van de onderdelen van dit maatregelenpakket is de oprichting van een
initiatieven per gemeente kunnen integreren onder de grote provinciale
warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang vanuit beleidsmatige
paraplu lijkt de voorkeur te hebben van de minder stedelijke gemeenten.
optiek lijkt dit ook opportuun. Met de kwartiermakersfase zetten we de vervolgstap om te onderzoeken of dit ook juridisch en financieel haalbaar is.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Naar de volgende stap
|
12
Samen Brabant mooier maken! In het bestuursakkoord is opgenomen dat de provincie conform onze rol in de nieuw Wcw, risicodragend investeert in de ondersteuning van warmtetransitie, met deze opdracht gaan we verder. We kijken niet te ver vooruit, we kunnen namelijk pas echt formeel aan de slag onder de nieuwe Wcw. Maar ondertussen gaan we stap voor stap, met de uitkomsten uit de warmtedialogen die ons richting geven, het onderzoek naar de juridische en financiële haalbaarheid starten. Ook als we het zelf nog niet helemaal zeker weten, dus met een beetje lef proberen we de warmtetransitie in Brabant veder te brengen. Vanuit een lerende aanpak, sámen Brabant mooier maken.
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Samen Brabant mooier maken!
|
13
Gesprekspartijen Gemeenten: Alle 56 Brabantse gemeenten ^
Infra netwerkbedrijven: Brabantwater, Gasunie, Enexis, Energie Beheer Nederland.
^ •
(Regionale) Samenwerkingsverbanden: Amernet, RES-West, RES Noordoost, REKS Hart, RES MRE. Bestaande warmtebedrijven: Traais Energie collectief, Duurzame Energie Roosendaal, Ennatuurlijk
^
(potentiële) Warmtebronhouders: Plukmade Z Aardyn, Prezero, Attero, RWE Geertruidenberg, Shell Moerdijk, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel.
^
Het Rijk en financiële instellingen: - Financieel: Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) - Wet- en regelgeving: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Gesprekspartijen
|
14
Begrippenlijst Wcw: wet collectieve warmte Wgiw: wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie WIS: warmtenetten investeringssubsidie BNG: Bank Nederlandse Gemeenten BOM: De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij ISDE: Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing. NIP: Het Nationaal Isolatieprogramma NPLW: Nationaal Programma Lokale Warmte. RES: Regionale Energiestrategie TVW: Transitievisie Warmte Begrippenlijst
Warmtedialogen afgerond - Verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen | Begrippenlijst |
15