07112024-05 Bijl1- Statenmededeling Afronding van de warmtedialogen
Tekst van het document
Statenmededeling
Datum Onderwerp
Afronding van de warmtedialogen
15 oktober 2024 Documentnummer
GS: 5997611 PS: 6007330 Programma
Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, Kennisnemen van De afronding van de Warmtedialogen Aanleiding Eind november 2023 en medio juni bent u geïnformeerd over de start en de voortgang van de warmtedialogen. Naast de verkenning naar een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang op provinciaal niveau, is de verdeling van warmte in Brabant afgelopen jaar onderzocht. In de notitie ‘Warmtedialogen afgerond, verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen’ (Bijlage 1) delen wij de uitkomsten van de warmtedialogen en nemen wij u mee in de vervolgstappen. Bevoegdheid Wij informeren u in uw kaderstellende rol ten aanzien van de Energieagenda 2019-2030. Rollen en belangen In deze fase informeren wij u vanuit onze beleidsmatige rol. Het gaat in het bijzonder om de opdracht uit het bestuursakkoord ‘Samen maken wij Brabant: “We investeren, conform onze rol in de nieuw Wet collectieve warmte, risicodragend in de ondersteuning van de warmtetransitie.“. Het gaat daarbij concreet om de mogelijke oprichting van een warmtebedrijf met een publiekmeerderheidsbelang en hoe wij als provincie onze rol in de warmtetransitie willen invullen. Dit proces is eind november 2023 gestart met een beleidsmatige verkenning, de Warmtedialogen.
Via deze Statenmededeling willen wij uw Staten informeren over de uitkomsten van deze warmtedialogen en dat er gestart wordt met een verdiepende verkenning op met name de juridische en financiële (on)mogelijkheden van het warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang.
Milieu en Energie
Datum
15 oktober 2024
Kernboodschap
Documentnummer
1. Warmtedialogen Noord-Brabant zijn afgerond, ontwikkeling van een passend maatregelenpakket is noodzakelijk.
GS: 5997611 PS: 6007330
Gedurende de warmtedialogen zijn door de gemeenten en relevante partijen, zoals het ministerie, bestaande warmtebedrijven, De Bank Nederlandse Gemeenten, Energiebeheer Nederland (EBN) en Enexis, richtinggevende uitspraken gedaan. Naast een vraag om meer overkoepelende regie zijn deze richtinggevende uitspraken vertaald naar een viertal categorieën. Voor elke categorie gaan wij aan de slag met de ontwikkeling van een passend maatregelenpakket.
1.1 Warmtenetten in stedelijk gebied lijken kansrijk Uit de warmtedialogen blijkt dat in de stedelijke omgeving, waar voor een groot deel van de woningvoorraad wordt ingezet op collectieve warmteoplossingen, meerwaarde wordt gezien in een publiek warmtebedrijf op provinciaal niveau. Met name het gebruik maken van schaalvoordelen op het gebied van kennis, kunde en kapitaal worden genoemd als voordelen van een publiek warmtebedrijf op provinciaal niveau.
1.2 Warmtenetten in dorpen en kleine kernen verdienen aandacht Kleinere warmtenetten op buurtniveau gaan vaak over andere technieken en lagere temperaturen dan warmtenetten in stedelijk gebied. Verschillende gemeenten hebben aangegeven niet de ontwikkelkracht, kennis en competenties in huis te hebben om dergelijke kleine netten te ontwikkelen of de ontwikkeling te stimuleren. In sommige gevallen ligt het initiatief bij een bewonerscollectief, dat vervolgens om hulp vraagt bij een gemeente. Hulpvragen bij deze gemeenten zitten bijvoorbeeld op het expliciete verzoek om de strikte regelgeving rond WKO-systemen te herzien, een aanspreekpunt voor reguliere sparring en gerichte inzet van technische, financiële, juridische en strategische expertise. Ook zijn de kleinere warmtenetten vaak afhankelijk van één warmtebron. Sommige gemeenten hebben aangegeven dat zij risico’s voorzien met de leveringszekerheid en daarvoor eigenlijk geen verantwoordelijkheid willen dragen.
1.3 Individuele oplossingen blijven nodig, programmatische aanpak is wenselijk In al onze Brabantse gemeenten zullen er ook huizen individueel van warmte moeten worden voorzien. Dit geldt overal waar de woningdichtheid dermate klein is dat warmtenetten financieel niet uitkomen én daar waar geen collectieve bronnen voorhanden zijn of bewoners zelf al het initiatief hebben genomen voor een individuele oplossing. De isolatie opgaven en de all-electric warmteoplossing gaan hand in hand. Alleen zeer goedgeïsoleerde woningen kunnen all-electric van voldoende warmte worden
2/5
voorzien. Een vraagstuk is hoe het beleid rondom besparing moet worden vormgegeven; hoe de fase ‘praten, proberen en kijken wat aanslaat’ omgezet kan worden ‘programmatisch werken, gericht pilots doen en opschaling van goede praktijkvoorbeelden bij de buurgemeenten’. Voor de meer programmatische aanpak en regie op dit onderwerp zien de gemeenten wel een rol voor de provincie.
1.4 Het ontsluiten en benutten van uitzonderlijke bronkansen is noodzakelijk voor een eerlijke verdeling van warmtebronnen in Brabant. Ten slotte komt uit de warmtedialogen een vierde categorie, die van de uitzonderlijke bronkansen. Gemeenten hebben ondersteuningsvragen bij de strategieën voor groengas en kleinschalige collectieve oplossingen en allelectric oplossingen in de kleine kernen en lintbebouwing. Hoe ga je om met opslagtechnieken zoals een basaltbatterij bijvoorbeeld. Maar ook de vraag over technische en financiële bronverkenning. Zorg voor ontsluiting en bronzekerheid van grote collectieve warmtebronnen en geef zo richting aan de eerlijke verdeling van warmtebronnen in Brabant. Gemeenten kijken ook naar de provincie om te helpen bij beleid voor de ontsluiting van bronnen zoals groengas, en de verdere actualisatie van het warmtebronnenregister.
2. Schaalvoordelen voornaamste reden voor provinciaal publiek warmtebedrijf Uit de warmtedialogen blijkt dat er vanuit cruciale partners, zoals EBN en Enexis Groep als ook de gemeenten, voldoende draagvlak is voor een warmtebedrijf op provinciale schaal. Er worden twee belangrijke signalen afgegeven. Het eerste signaal is dat de focus voor de korte termijn moet liggen op de grotere warmtenetten, hierbij is geen concrete ondergrens genoemd voor het aantal aansluitingen, en dat schaalgrootte nodig is om warmtenetten rendabel te krijgen en te houden. Een warmtebedrijf voor een gebied kleiner dan de provincie ligt daarmee niet voor de hand. Het tweede signaal is dat uit de gesprekken met gemeenten aanvullende behoeften voor een publiek warmtebedrijf blijken: het borgen van lokaal zeggenschap, het bieden van de voordelen van portfoliowerking, niet alleen grote netten en standaardisatie, de bundeling van kennis, kunde en inbreng van kapitaal. Een ‘paraplumodel’ waarin richting toekomst, kleine warmtebedrijven of initiatieven per gemeente kunnen integreren onder de grote provinciale paraplu lijkt de voorkeur te hebben van de minder stedelijke gemeenten. Wij zoeken nu de samenwerking met EBN en Enexis Groep op. Wij gaan hierbij samen verkennen of de oprichting van een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang op provinciaal niveau ook financieel en juridische haalbaar is.
Voor deze verdiepende verkenning geven wij vanuit ons college de volgende voorwaarden mee:
3/5
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
GS: 5997611 PS: 6007330
•
•
•
•
Wij wachten met het nemen van onomkeerbare financiële besluiten tot de parlementaire behandeling van de Wcw in de Tweede Kamer is afgerond; Oprichting of deelname in een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang moet in lijn zijn met de door uw Staten vastgestelde juridische en financiële kaders; Het warmtebedrijf moet een robuust toekomstbeeld geven voor warmtenetten in zowel stedelijk gebied als de warmtenetten in dorpen en kernen; De oprichting van een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang is onderhevig aan politieke goedkeuring van uw Staten.
Consequenties We zoeken nu de samenwerking met EBN en Enexis Groep op, om de juridische en financiële haalbaarheid nader te verkennen en te concretiseren. Naast een publiek meerderheidsbelang onderzoeken we in deze fase ook of en hoe we het minderheidsbelang met private partijen kunnen invullen. De vervolgstappen die uit de verkenning komen zullen in lijn moeten liggen met de door uw Staten vastgestelde kaders. Het oprichten van een warmtebedrijf kan aanzienlijke financiële verplichtingen voor de provincie met zich meebrengen. Dergelijke besluitvorming zal plaatsvinden door Provinciale Staten. Europese en internationale zaken Niet van toepassing. Communicatie Voor de warmtedialogen hebben wij alle Brabantse gemeenten, waterschappen Enexis Groep, EBN, BNG Bank, BOM, Ennatuurlijk, RES-regio’s, een aantal leveranciers van warmte, deelnemers aan het geothermieproject bij Plukmade en het Amernet gesproken. Al onze gesprekspartners worden actief geïnformeerd over de afronding van de warmtedialogen. Daarnaast is de pers geïnformeerd via een persbericht. Vervolg De verkenning naar de juridische en financiële haalbaarheid willen wij afronden voor de inwerkingtreding van de Wcw. Pas na inwerkingtreding van de Wcw kunnen EBN en Enexis Groep een rol nemen. Wanneer de Wcw inwerking gaat is nog niet bekend.
De parlementaire behandeling is gestart, de verwachting is nu dat de behandeling in het eerste kwartaal van 2025 zal worden geagendeerd in de Tweede Kamer. Besluitvorming over oprichting van een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang zal plaatsvinden door uw Staten. Er wordt op dit moment ook gewerkt aan het energieperspectief, de programmering van een toekomstbestendig energiesysteem richting 2050. De
4/5
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
GS: 5997611 PS: 6007330
uitkomsten van het energieperspectief zal, naast voornoemde voorwaarden, vanuit beleid een belangrijk kader gaan vormen voor een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang.
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
GS: 5997611
Bijlage Notitie: Warmtedialogen afgerond, verder met handelingsperspectief voor onze steden, dorpen en kernen.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,
de secretaris,
mr. I.R. Adema
drs. G.H.E. Derks MPA
5/5
PS: 6007330