CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

04072024-01 TV CDA SSips en JvdAa ANTW- Vaststelling Jaarrekening 2023

Besluitvormende raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-53 Jaarrekening 20231.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vraag Naam:

Stijn Sips en Jacques van der Aa

Datum: 12-06-2024 Onderwerp:

Raadsvoorstel 24-53 Vaststelling Jaarrekening 2023

Portefeuillehouder:

I.C.H. Jansen

Vraag / vragen Op pagina 8 staat dat “Reeds geleend geld staat daarom op de bankrekening van de gemeente en telt daarmee niet mee voor de schuldquote.” Wij snappen niet wat er bedoeld wordt (klopt het?). 1. Is het mogelijk om dit nader toe te lichten / te onderbouwen? Voor de berekening van de schuldquote worden de netto schulden afgezet tegen de omvang van de begroting en uitgedrukt in een percentage. De netto schulden worden bepaald door het totaal aan gemeentelijke schulden minus de financiële bezittingen. Eind 2023 is een aanzienlijke lening afgesloten (omvang € 20 miljoen). Omdat deze middelen nog niet direct zijn uitgegeven zijn deze op de bankrekening van de gemeente gezet. Deze tellen daarmee mee voor de financiële bezittingen. Wat er dus feitelijk gebeurd is, is dat de schulden met € 20 miljoen zijn toegenomen, maar tegelijkertijd de financiële bezittingen ook. Per saldo heeft dit geen effect op de omvang van de netto schulden. Vandaar dat is gezegd dat deze ‘niet meetellen’. In de tabel op pagina 9 wordt er gesproken over onder- en overschrijding van het personeelsbudget en de inhuur. 2. Waarom is dit in twee verschillende posten weergeven? Omdat hiermee meer inzicht wordt verschaft in de onderliggende bewegingen op beide budgetten. Vacatures die niet zijn ingevuld leiden tot een voordeel op de salariskosten.

Daar staat tegenover dat er op inhuur meer wordt uitgegeven. Die twee bewegingen hebben met elkaar te maken, maar kennen wel een andere uitkomst. In de genoemde tabel wordt dat zichtbaar. In de tabel op pagina 44 (beleidsindicatoren) is een toename van het beroep op bijzondere bijstand (van 484 huishoudens in 2022 naar 562 in 2023) weergeven. Tevens is er een afname van het aantal huishoudens die kwijtschelding van lokale belastingen krijgen (van 387 in 2022 naar 317 in 2023).

Pagina 1 van 3

3. Hoe wordt dit verklaard? Huishoudens kunnen voor meerdere bijzondere kostensoorten (denk aan bewindvoering- en/of bijzondere medische kosten) een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen. Voor kwijtschelding van de lokale belastingen is dit anders, daar kunnen huishoudens een keer per jaar aanspraak op maken (en telt dan ook maar één keer mee in de beleidsindicatoren). Kortom, er is geen automatisch verband tussen het aantal huishoudens dat een beroep doet op de bijzondere bijstand en de afname van het aantal huishoudens die kwijtschelding van de lokale belastingen ontvangen. Op pagina 45 staat onder lasten: “Voor Onderwijsachterstandenbeleid en NPO zijn minder kosten gemaakt als begroot. De beschikte rijksmiddelen waren ruim toereikend. Aan de batenkant zijn de niet bestede middelen naar de balans gebracht. Aan de lastenkant een voordeel, bij de baten een nadeel.” 4. Graag een nadere (cijfermatige) toelichting wat hier bedoeld wordt. De genoemde geldstromen komen voort uit een spuk, een specifieke uitkering. In basis als een dergelijke uitkering wordt ontvangen worden de baten en lasten, beide voor een zelfde bedrag, geraamd in de begroting. Bij een spuk geldt dat verantwoording moet worden afgelegd over de werkelijke bestedingen. Als minder wordt uitgegeven dan beschikt, dan is er een kans op terugbetaling van niet bestede middelen aan het Rijk.

Deze niet bestede middelen worden “geparkeerd/gereserveerd” op de balans als vooruit ontvangen bedragen. Indien een terugbetaling aan de orde is wordt de “reservering” gebruikt om de betaling te doen, de exploitatie wordt dan niet geraakt. Deze methodiek zorgt ervoor dat er een afwijking ontstaat tussen begroting en werkelijkheid. Voor de lastenkant is dat helder, minder uitgeven dan begroot is een voordeel. Aan de batenkant wordt, als gevolg van de hierboven benoemde werkwijze, een deel van de werkelijk ontvangen baten naar de balans gebracht, daardoor dus minder baten dan begroot. Als voorbeeld in cijfers voor spuk Goa: Begrote lasten Spuk

Werkelijk lasten spuk

Begrote baten spuk

Werkelijk baten spuk

Exploitatie Naar balans

€504.000

€ 419.742

€ 504.000

€ 504.000

Saldo

€ 504.000

€ - 84.258

€ 419.742

€ 504.000

€ 419.472

In dit voorbeeld is zichtbaar dat de toekenning van deze spuk € 504.000 bedraagt. Dit bedrag is aanvankelijk zowel aan de batenkant als aan de lastenkant opgenomen (begroot). De werkelijke lasten lager zijn uitgevallen (€ 419.742 versus € 504.000). Het restant (€ 84.258) wordt overgeheveld naar de balans, zodat dit bedrag beschikbaar blijft. Afhankelijk van de richtlijnen van de spuk kan dit bedrag Pagina 2 van 3

óf in het nieuwe jaar worden besteed óf worden terugbetaald. Door het bedrag te ‘parkeren’ op de balans, blijven beide opties mogelijk. Op pagina 57 wordt in een tabel de baten en lasten van thema 410 weergeven. 5. Waar / hoe zijn de hier weergeven bedragen van + € 83.000 en – € 84.000 terug te vinden in de voortgangsrapportage Grondexploitatie? De genoemde bedragen uit de jaarrekening zijn niet aan te sluiten op de voortgangsrapportage Grondexploitatie. In de voortgangsrapportage worden de gerealiseerde baten en lasten per exploitatie weergegeven. Tevens wordt op de laatste pagina een vergelijking gegeven met de vorige voortgangsrapportage. In de jaarrekening worden de afwijkingen tussen de gerealiseerde baten en lasten en de begrote baten en lasten weergegeven. Het gaat bij dit laatste dus om de baten en lasten zoals die begroot waren in de begroting 2023. Deze vergelijking (tussen begroot en gerealiseerd) is geen onderdeel van de nu voorliggende voortgangsrapportage. In de tabel op pagina 64 wordt inzicht geboden in de realisatie van de doelstellingen ten aanzien van de kwaliteit van het openbaar groen. De kwaliteit van het openbaar groen in het centrum zakt van 90% (norm) terug naar 70%. 6.

Is er een verklaring voor deze achteruitgang in realisatie te geven? Het kwaliteitsniveau van het openbaar groen is dit jaar lager door de natte zomer maar ook de capaciteit van de serviceteams groen. Op pagina 72 worden de percentages (overhead als deel van de directe personeelskosten) voor zowel de binnen- als de buitendienst berekend. 7. Hoe is het verschil te verklaren tussen de percentages van de binnendienst tussen de (gewijzigde) begroting en de rekening? Deze verklaring is tweeledig: a. Het grootste gedeelte is te verklaren door het feit dat de werkelijke (€ 12,9 miljoen) directe personeelslasten lager zijn dan begroot (€ 14,7 miljoen). Dit komt door de druk op de arbeidsmarkt, waardoor minder personeel in loondienst was, dan gewenst. Dit is ook terug te zien in de hogere kosten voor externe inhuur. b. De werkelijke (€ 9,2 miljoen) overheadskosten zijn hoger dan begroot (€ 8,7 miljoen). Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten van externe inhuur.

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14307279/1