CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Vergelijkingstabel RvO 2017 en 2024 - de inhoudelijke wijzigingen.pdf

beeldvormende raad 14 november 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Reglement van Orde voor de raadsvergaderingen 20244.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergelijkingstabel Reglement van Orde raadsvergaderingen 2017 en 2024 – de inhoudelijke wijzigingen 2017 Artikel 1 Begripsomschrijvingen

2024 Tekstueel gewijzigd en begrip ‘wet’ toegevoegd

In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; - sub-amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft; - motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 5 Benoeming wethouders

Tekstueel gewijzigd en lid 4 toegevoegd

Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

Artikel 5 Benoeming wethouders

In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.

1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 8 Oproep en agenda

Tekstueel gewijzigd en lid 2, 4 en 6 verwijderd (want overbodig)

1. De voorzitter zendt - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - zoveel mogelijk zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep, onder vermelding van de dag, tijd en plaats van de vergadering, alsmede de voorstellen. 2. De oproepingsbrief vermeldt de onderwerpen die in de vergadering behandeld worden in de volgorde waarin deze aan de orde worden gesteld. 3. Aan het begin van de vergadering stelt de raad de agenda vast. 4. De raad kan bij het vaststellen van de agenda besluiten op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, onderwerpen die niet in de oproepingsbrief zijn vermeld, aan de agenda toe te voegen. 5. De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. 6. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij besluiten tot verwijzing naar een beeldvormende raadsbijeenkomst of tot terugzending naar burgemeester en wethouders om nadere inlichtingen of om advies.

Artikel 8 Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken 1. De stukken die dienen ter toelichting van de raadsvoorstellen, worden gelijktijdig met het verzenden van de voorstellen voor de leden ter inzage gelegd. Indien na dit tijdstip stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. 2. Een lid van de raad mag een origineel van een ter inzage gelegd stuk niet buiten het stadhuis brengen. Een lid mag een kopie van een ter inzage gelegd stuk slechts voor eigen gebruik buiten het stadhuis brengen. 3. Stukken waarvoor ingevolge artikel 25, eerste dan wel tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden gelegd in het daarvoor bestemde kastje in de fractiekamer. Na inzage moet het lid van de raad de stukken weer terugleggen in het hiervoor genoemde kastje.

Artikel 10 Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in een of meer in de gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering;

Tekstueel gewijzigd en oorspronkelijke lid 2 verwijderd (want overbodig), nieuw lid 2 toegevoegd en lid 3 aangepast op huidige wetgeving. Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Tekstueel gewijzigd en oorspronkelijke lid 2 verwijderd want overbodig) en nieuw lid 2 toegevoegd. Artikel 10 Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een of meer in de gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de website van de gemeente.

b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende voorstellen kan inzien.

2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Artikel 15 Verslagen

Tekstueel gewijzigd en bij lid 2 aanvullingen toegevoegd

1.

Artikel 15 Verslag en besluitenlijst

2. 3. 4.

5.

6.

Van de raadsvergaderingen wordt een videoverslag gemaakt en een besluitenlijst opgesteld. De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden en aan de wethouders toegezonden gelijktijdig met de overige voorstellen. Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst vastgesteld. De leden en de wethouders hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden zou bevatten of niet duidelijk weergeeft wat besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de desbetreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. De besluitenlijst moet inhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden en wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest, met inbegrip van moties en amendementen; c. de uitslag van elke stemming, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier.

1. De griffier draagt zorg voor videoverslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord hebben gevoerd; een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 23 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het

7.

De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 20 Spreektijd 1. 2. 3.

De spreektijd bij een voorstel of onderwerp bedraagt per termijn ten hoogste drie minuten per lid en ten hoogste vijf minuten voor het college van burgemeester en wethouders. Beantwoording van interrupties zijn in tijd uitgezonderd van de spreektijd zoals genoemd in het eerste lid. Na overleg met de fractievoorzitters kan de voorzitter bij een voorstel of onderwerp een andere spreektijd hanteren.

woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de (concept)besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 6. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst. Spreektijd college verwijderd en vervangen door bepaling door de voorzitter (lid 1). Artikel 20 Spreektijd 1.

2. 3.

Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, wethouders of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.

De spreektijd bij een voorstel of onderwerp bedraagt per termijn ten hoogste drie minuten per raadslid. De voorzitter bepaalt per voorstel of onderwerp de spreektijd van het college. Beantwoording van interrupties zijn in tijd uitgezonderd van de spreektijd zoals genoemd in het eerste lid. Na overleg met de fractievoorzitters kan de voorzitter bij een voorstel of onderwerp een andere spreektijd hanteren.

Tekstueel gewijzigd en lid 2 verwijderd (want besluit kan ook tijdens de beraadslaging genomen worden) en lid 3 verwijderd (want overbodig) Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen

2. Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een der leden van de raad genomen voordat met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. 3. Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 25 Beslissing

Tekstueel gewijzigd en daarmee iets scherper en uitgebreider verwoord

Na de beraadslaging en beslissing over de eventuele amendementen wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een eindbeslissing genomen.

Artikel 25 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 26 Stemming over zaken

Tekstueel gewijzigd, procedure bondiger verwoord

1. Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. 2. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien stemming wordt verlangd, stemmen de leden over het algemeen bij handopsteking. 3. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen.

Artikel 26 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de

4. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 5. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 6. De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnend bij degene die hij daarvoor bij loting heeft aangewezen, en daarna het daarop volgende lid van de presentielijst. 7. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 8. De leden brengen hun stem uit door het woord "vóór" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging. 9. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

3. 4.

5.

6.

7.

wet van de deelneming aan de stemming te hebben onthouden. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting heeft aangewezen raadslid en vervolgt met de raadsleden conform de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich "vóór" of "tegen" te verklaren, zonder enige toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 28 Stemming over personen

Tekstueel gewijzigd en lid 7 en 8 verwijderd (want overbodig)

1. Wanneer een stemming over personen (aanbeveling of voordracht) moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.

Artikel 28 Stemming over personen

2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: - een blanco ingevuld stembriefje; - een ondertekend stembriefje; - een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verscheidene vacatures betreft; - een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; - een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door de voorzitter verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.

Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: o een blanco ingevuld stembriefje; o een ondertekend stembriefje; o een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verscheidene vacatures betreft; o een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; o een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

7. De voorzitter stelt in overeenstemming met het stembureau de uitslag van de stemming vast. 8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.

Artikel 31 Vragenhalfuur

Tekstueel gewijzigd en oorspronkelijk lid 3 verwijderd (want overbodig) en nieuw lid 4 toegevoegd (over de voorafgaande toets door de burgemeester en griffier)

1.

2. 3. 4. 5.

Indien een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en wethouders over een actueel en spoedeisend onderwerp dat niet op de agenda voorkomt aan de gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken, dient deze bij de voorzitter vragen voor het vragenhalfuur in. Het vragenhalfuur is het eerste agendapunt van de raadsvergadering na de opening en de vaststelling van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering. Een lid kan schriftelijk vooraf aan de vergadering vragen indienen dan wel het onderwerp waar zijn vragen betrekking op hebben schriftelijk aankondigen. De voorzitter brengt de vooraf ingediende vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders. De vragensteller, de overige leden van de gemeenteraad en een lid van het college van burgemeester en wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 31 Vragenhalfuur 1. Indien een raadslid van oordeel is dat het college van burgemeester en wethouders over een actueel en spoedeisend onderwerp dat niet op de agenda voorkomt aan de gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken, dient deze bij de voorzitter vragen voor het vragenhalfuur in. 2. Het vragenhalfuur is het eerste agendapunt van de raadsvergadering na de opening en de vaststelling van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering. 3. De voorzitter brengt de ingediende vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders. 4. De voorzitter toetst voorafgaand aan de raadsvergadering de ingediende vragen op actualiteit, spoedeisendheid en actiegerichtheid. De griffier adviseert hem hierbij. 5. De vragensteller, de overige leden van de gemeenteraad en een lid van het college van burgemeester en wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 32 Amendementen 1. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit (amendement). Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (sub-amendement). 3. Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Een (sub-)amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst ervan geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden verwerkt. Artikel 33 Moties 1. Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen. 2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

Tekstueel gewijzigd en lid 4 verwijderd (want overbodig), nieuw lid 3 toegevoegd (want regelt intrekking) en oorspronkelijk lid 2 en 3 samengevoegd onder (nieuw) lid 2 Artikel 32 Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslagingen van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Tekstueel gewijzigd en nieuw lid 4 toegevoegd (want regelt intrekking) Artikel 33 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 38 Schriftelijke vragen

Lid 5 aangevuld met behandelwijze nadere inlichtingen

1. Ieder lid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen. 2. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad meegedeeld. 6. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 8 aan de leden van de raad toegezonden. 7. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen

Artikel 38 Schriftelijke vragen 1. Ieder raadslid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen. 2. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad meegedeeld. 6. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 8 aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de

nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. Artikel 43 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. De behandelwijze daarbij is conform artikel 31, lid 5. Artikel in zijn geheel verwijderd (omdat de wet op dit punt gewijzigd is en dit artikel daarmee overbodig is)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8103/documents/48323