Vergelijkingstabel RvO 2017 en 2024 - alle artikelen.pdf
Tekst van het document
Vergelijkingstabel Reglement van Orde raadsvergaderingen 2017 en 2024 2017 Artikel 1 Begripsomschrijvingen
2024 Tekstueel gewijzigd en begrip ‘wet’ toegevoegd
In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; - sub-amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft; - motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 2 De voorzitter
Ongewijzigd
In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.
De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 3 De griffier
Tekstueel gewijzigd Artikel 3 De griffier
1. De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een door de gemeenteraad daartoe aangewezen ambtenaar. 3. Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging
Tekstueel gewijzigd
1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 5 Benoeming wethouders
Tekstueel gewijzigd en lid 4 toegevoegd
Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
Artikel 5 Benoeming wethouders
Artikel 6 Fracties
Ongewijzigd
1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
4. Als één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of een raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 7 Tijd en plaats van vergaderen
Ongewijzigd
1. De vergaderingen vinden in de regel plaats op donderdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het stadhuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen na overleg met het presidium een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Artikel 8 Oproep en agenda
Tekstueel gewijzigd en lid 2, 4 en 6 verwijderd (want overbodig)
1. De voorzitter zendt - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - zoveel mogelijk zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep, onder vermelding van de dag, tijd en plaats van de vergadering, alsmede de voorstellen. 2. De oproepingsbrief vermeldt de onderwerpen die in de vergadering behandeld worden in de volgorde waarin deze aan de orde worden gesteld. 3. Aan het begin van de vergadering stelt de raad de agenda vast. 4. De raad kan bij het vaststellen van de agenda besluiten op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, onderwerpen
Artikel 8 Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing.
die niet in de oproepingsbrief zijn vermeld, aan de agenda toe te voegen. 5. De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. 6. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij besluiten tot verwijzing naar een beeldvormende raadsbijeenkomst of tot terugzending naar burgemeester en wethouders om nadere inlichtingen of om advies.
4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken
Tekstueel gewijzigd en oorspronkelijke lid 2 verwijderd (want overbodig), nieuw lid 2 toegevoegd en lid 3 aangepast op huidige wetgeving.
1. De stukken die dienen ter toelichting van de raadsvoorstellen, worden gelijktijdig met het verzenden van de voorstellen voor de leden ter inzage gelegd. Indien na dit tijdstip stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. 2. Een lid van de raad mag een origineel van een ter inzage gelegd stuk niet buiten het stadhuis brengen. Een lid mag een kopie van een ter inzage gelegd stuk slechts voor eigen gebruik buiten het stadhuis brengen. 3. Stukken waarvoor ingevolge artikel 25, eerste dan wel tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden gelegd in het daarvoor bestemde kastje in de fractiekamer. Na inzage moet het lid van de raad de stukken weer terugleggen in het hiervoor genoemde kastje.
Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet
geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 10 Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in een of meer in de gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende voorstellen kan inzien.
Tekstueel gewijzigd en oorspronkelijke lid 2 verwijderd want overbodig) en nieuw lid 2 toegevoegd. Artikel 10 Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een of meer in de gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de website van de gemeente. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Artikel 11 Presentielijst
Tekstueel gewijzigd
Ieder ter vergadering komend lid tekent onmiddellijk na aankomst in de vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 11 Presentielijst
Artikel 12 Zitplaatsen
Ongewijzigd
1. De voorzitter, de leden en de griffier, alsmede de wethouders, hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier voor ondertekening wordt vastgesteld.
de fractievoorzitters bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. De indeling kan, indien daartoe aanleiding bestaat, na overleg met de fractievoorzitters worden herzien. Artikel 13 Opening vergadering en quorum
Ongewijzigd
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel 14 Geluid- en beeldregistraties
Ongewijzigd
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 15 Verslagen
Tekstueel gewijzigd en bij lid 2 aanvullingen toegevoegd
1.
Artikel 15 Verslag en besluitenlijst
2.
Van de raadsvergaderingen wordt een videoverslag gemaakt en een besluitenlijst opgesteld. De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden en aan de wethouders toegezonden gelijktijdig met de overige voorstellen.
1. De griffier draagt zorg voor videoverslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. De besluitenlijst moet inhouden:
3. 4.
5.
6. 7.
Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst vastgesteld. De leden en de wethouders hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden zou bevatten of niet duidelijk weergeeft wat besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de desbetreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. De besluitenlijst moet inhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden en wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest, met inbegrip van moties en amendementen; c. de uitslag van elke stemming, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
-
-
-
-
3.
4. 5.
6.
de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord hebben gevoerd; een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 23 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Een conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de (concept)besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 16 Ingekomen brieven en mededelingen
Tekstueel gewijzigd
1. Bij de raad ingekomen brieven respectievelijk schriftelijke mededelingen die burgemeester en wethouders aan de raad wensen te doen, worden op een lijst geplaatst. 2. De raad stelt daarvan op voorstel van griffier en voorzitter de wijze van afdoening vast.
Artikel 16 Ingekomen brieven en mededelingen
Artikel 17 Spreekregels
Ongewijzigd
1. Bij de raad ingekomen brieven worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen brieven vast.
De leden spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. Artikel 18 Volgorde sprekers
Ongewijzigd
1. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. De voorzitter verleent zoveel mogelijk het woord in de volgorde waarin het is gevraagd. 3. De volgorde kan worden aangepast, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit of om een voorstel van orde in te dienen. Artikel 19 Aantal spreektermijnen
Tekstueel gewijzigd
1. De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Artikel 19 Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
3. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op het lid dat een (sub-)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5. Bij het bepalen hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde.
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 20 Spreektijd
Spreektijd college verwijderd en vervangen door bepaling door de voorzitter (lid 1).
1. 2. 3.
De spreektijd bij een voorstel of onderwerp bedraagt per termijn ten hoogste drie minuten per lid en ten hoogste vijf minuten voor het college van burgemeester en wethouders. Beantwoording van interrupties zijn in tijd uitgezonderd van de spreektijd zoals genoemd in het eerste lid. Na overleg met de fractievoorzitters kan de voorzitter bij een voorstel of onderwerp een andere spreektijd hanteren.
Artikel 20 Spreektijd 1.
2. 3.
Artikel 21 Handhaving orde en schorsing 1. Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. Interrupties zijn toegestaan, tenzij de
De spreektijd bij een voorstel of onderwerp bedraagt per termijn ten hoogste drie minuten per raadslid. De voorzitter bepaalt per voorstel of onderwerp de spreektijd van het college. Beantwoording van interrupties zijn in tijd uitgezonderd van de spreektijd zoals genoemd in het eerste lid. Na overleg met de fractievoorzitters kan de voorzitter bij een voorstel of onderwerp een andere spreektijd hanteren.
Ongewijzigd
voorzitter beslist dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden. 2. Indien een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het betrokken lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin dit plaatsheeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Artikel 22 Beraadslaging
Ongewijzigd
1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad besluiten over een of meer onderdelen van een voorstel of onderwerp afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde burgemeester en wethouders of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen
Tekstueel gewijzigd en lid 2 verwijderd (want besluit kan ook tijdens de beraadslaging genomen worden) en lid 3 verwijderd (want overbodig)
1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, wethouders of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een der leden van de raad genomen voordat met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. 3. Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing. Artikel 24 Stemverklaring
Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Ongewijzigd
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel 25 Beslissing
Tekstueel gewijzigd en daarmee iets scherper en uitgebreider verwoord
Na de beraadslaging en beslissing over de eventuele amendementen wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een eindbeslissing genomen.
Artikel 25 Beslissing
Artikel 26 Stemming over zaken
Tekstueel gewijzigd, procedure bondiger verwoord
1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
1. Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. 2. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien stemming wordt verlangd, stemmen de leden over het algemeen bij handopsteking. 3. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen. 4. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 5. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 6. De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnend bij degene die hij daarvoor bij loting heeft aangewezen, en daarna het daarop volgende lid van de presentielijst. 7. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 8. De leden brengen hun stem uit door het woord "vóór" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging. 9. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.
Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Artikel 26 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van de deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorziter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting heeft aangewezen raadslid en vervolgt met de raadsleden conform de volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich "vóór" of "tegen" te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.
Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 27 Stemming over amendementen en moties
Tekstueel gewijzigd
1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een sub-amendement is ingediend, wordt eerst over het sub-amendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of sub-amendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 27 Volgorde stemming over amendementen en moties
Artikel 28 Stemming over personen
Tekstueel gewijzigd en lid 7 en 8 verwijderd (want overbodig)
1. Wanneer een stemming over personen (aanbeveling of voordracht) moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau. 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht
Artikel 28 Stemming over personen
1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau.
een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: - een blanco ingevuld stembriefje; - een ondertekend stembriefje; - een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verscheidene vacatures betreft; - een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; - een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7. De voorzitter stelt in overeenstemming met het stembureau de uitslag van de stemming vast.
2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door de voorzitter verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: o een blanco ingevuld stembriefje; o een ondertekend stembriefje; o een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verscheidene vacatures betreft; o een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; o een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.
8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 29 Herstemming over personen
Ongewijzigd
1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen en de stemming gaat over maximaal twee personen, dan beslist terstond het lot. 3. Wanneer bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen en de stemming gaat over drie of meer personen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 4. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 30 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
Ongewijzigd
3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Artikel 31 Vragenhalfuur 1.
2. 3. 4. 5.
Indien een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en wethouders over een actueel en spoedeisend onderwerp dat niet op de agenda voorkomt aan de gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken, dient deze bij de voorzitter vragen voor het vragenhalfuur in. Het vragenhalfuur is het eerste agendapunt van de raadsvergadering na de opening en de vaststelling van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering. Een lid kan schriftelijk vooraf aan de vergadering vragen indienen dan wel het onderwerp waar zijn vragen betrekking op hebben schriftelijk aankondigen. De voorzitter brengt de vooraf ingediende vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders. De vragensteller, de overige leden van de gemeenteraad en een lid van het college van burgemeester en wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 32 Amendementen
Tekstueel gewijzigd en oorspronkelijk lid 3 verwijderd (want overbodig) en nieuw lid 4 toegevoegd (over de voorafgaande toets door de burgemeester en griffier) Artikel 31 Vragenhalfuur 1. Indien een raadslid van oordeel is dat het college van burgemeester en wethouders over een actueel en spoedeisend onderwerp dat niet op de agenda voorkomt aan de gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken, dient deze bij de voorzitter vragen voor het vragenhalfuur in. 2. Het vragenhalfuur is het eerste agendapunt van de raadsvergadering na de opening en de vaststelling van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering. 3. De voorzitter brengt de ingediende vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders. 4. De voorzitter toetst voorafgaand aan de raadsvergadering de ingediende vragen op actualiteit, spoedeisendheid en actiegerichtheid. De griffier adviseert hem hierbij. 5. De vragensteller, de overige leden van de gemeenteraad en een lid van het college van burgemeester en wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Tekstueel gewijzigd en lid 4 verwijderd (want overbodig), nieuw lid 3 toegevoegd (want regelt intrekking) en oorspronkelijk lid 2 en 3 samengevoegd onder (nieuw) lid 2
1. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit (amendement). Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (sub-amendement). 3. Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Een (sub-)amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst ervan geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden verwerkt. Artikel 33 Moties 1. Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen. 2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.
Artikel 32 Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslagingen van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Tekstueel gewijzigd en nieuw lid 4 toegevoegd (want regelt intrekking) Artikel 33 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 34 Voorstellen van orde
Ongewijzigd
1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort wordt toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel 35 Initiatiefvoorstellen 1. Ieder lid heeft het recht voorstellen aan de raad te doen, die buiten de agenda vallen. 2. Zo'n voorstel moet, om in behandeling te kunnen worden genomen, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De voorzitter brengt het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van leden van de raad en het college. 4. Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis brengen van de raad. 5. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. 6. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda behandelde voorstellen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel tezamen met een ander voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst in een beeldvormende raadsbijeenkomst dient te worden behandeld dan wel om advies in handen van het college dient te worden gesteld. Indien de raad beslist tot het direct in
Ongewijzigd
behandeling nemen van het voorstel, vindt behandeling van het voorstel plaats, nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Artikel 36 Collegevoorstel
Ongewijzigd
1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 37 Interpellatie 1. Indien een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en wethouders over een onderwerp dat niet op de agenda voorkomt, aan de gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken omtrent het door hem gevoerde bestuur, vraagt deze bij de voorzitter een interpellatie aan. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester voor het door hem als bestuursorgaan van de gemeente gevoerde bestuur. 3. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste tweemaal 24 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover de inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
Ongewijzigd
4. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hun hiertoe verlof geeft. Artikel 38 Schriftelijke vragen
Lid 5 aangevuld met behandelwijze nadere inlichtingen
1. Ieder lid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen. 2. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad meegedeeld.
Artikel 38 Schriftelijke vragen 1. Ieder raadslid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen. 2. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
6. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 8 aan de leden van de raad toegezonden. 7. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord.
5. De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad meegedeeld. 6. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 8 aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. De behandelwijze daarbij is conform artikel 31, lid 5.
Artikel 39 Inlichtingen
Ongewijzigd
1. Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. 2. Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener toegezonden aan de raad. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Artikel 40 Verslag en verantwoording 1. Ieder lid van de raad kan aan een raadslid, een wethouder, de burgemeester, de secretaris of de griffier, als aangewezen door
Ongewijzigd
de gemeenteraad tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Wanneer een lid van de raad de persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 37, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste 14 dagen van tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op personen die de raad in andere organisaties heeft benoemd. Artikel 41 Algemeen
Tekstueel gewijzigd
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van toepassing die gelden voor een openbare vergadering, voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 41 Toepassing reglement op besloten raadsvergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 42 Notulen 1. De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage. 2. Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. 3. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 43 Geheimhouding
‘Notulen’ gewijzigd in ‘besluitenlijst’ (omdat alleen een besluitenlijst gemaakt wordt) Artikel 42 Besluitenlijst besloten vergadering 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijst worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel in zijn geheel verwijderd (omdat de wet op dit punt gewijzigd is en dit artikel daarmee overbodig is)
Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 44 Opheffing geheimhouding
Tekstueel gewijzigd (aangepast aan de wetswijziging op dit punt)
Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Artikel 44 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding
heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel 45 Toehoorders en pers
Ongewijzigd
1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 46 Maatregelen van orde
Ongewijzigd
1. Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. 2. In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering gebruik van moderne communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan. Artikel 47 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Ongewijzigd