Tijdlijn Bijlage Memo stand van zaken raadswerkgroep.pdf
Tekst van het document
Memo stand van zaken raadswerkgroep bestemmingsplan tankstations Aan: Presidium Van: Rob Janssens, griffier Datum: 11 juni 2021 Voorstel: - voor kennisgeving aan te nemen dat de raadswerkgroep bestemmingsplan tankstations zijn opdracht teruggeeft aan het presidium; - een keuze te maken tussen één van de twee volgende opties: o het college te verzoeken het oorspronkelijk raadsvoorstel bestemmingsplan tankstations opnieuw in te brengen voor behandeling tijdens de julicyclus van de raad; o het te laten bij het teruggeven van de opdracht (en het daarmee aan de fracties over te laten uitwerking te geven aan de uitspraak van de Raad van State); - het (oorspronkelijke of nieuwe) raadsvoorstel bestemmingsplan tankstations te agenderen voor beeldvormende behandeling. 1. Op 31 maart 2021 heeft het presidium besloten tot samenstelling van een raadswerkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van alle fracties met de opdracht een raadsvoorstel voor te bereiden ter invulling van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) inzake het raadsbesluit bestemmingsplan tankstations. De toelichting bij het besluit van het presidium geeft aan dat de opdracht aan de raadswerkgroep is om te komen tot een raadsvoorstel dat ondersteund wordt door de fracties die op 5 maart 2020 tegen het voorstel om het bestemmingsplan vast te stellen hebben gestemd (incl.
de fractie Hubers, als afsplitsing van de SP). 2. Aan de opdracht te komen tot een raadsvoorstel door deze fracties kan niet voldaan worden, zo is de conclusie die ik trek na mededeling hierover van de vertegenwoordiger van de fractie Hubers. De fractie Hubers zal het nieuwe voorstel om te besluiten tot het niet-vaststellen van het bestemmingsplan niet steunen, omdat de fractie verwacht dat er geen deugdelijke onderbouwing gevonden kan worden voor dat besluit. 3. Nu de raadswerkgroep zijn opdracht niet kan uitvoeren, legt de raadswerkgroep zijn opdracht terug bij het presidium en is het aan het presidium om te besluiten wat nu te doen. 4. Meerdere opties staan het presidium open. Ik noem er drie: a. de raadswerkgroep een nieuwe opdracht geven om te komen tot een raadsvoorstel; b. het aan fracties overlaten om te komen met een raadsvoorstel; c. het college te verzoeken het raadsvoorstel van maart 2020 opnieuw voor te leggen aan de raad. 5. Optie a – De raadsopdracht een nieuwe opdracht geven. Het presidium kan besluiten de raadswerkgroep een nieuwe opdracht te geven. Deze kan dezelfde zijn als de vorige, met dat verschil dat de raadswerkgroep een voorstel maakt dat gesteund wordt door de fracties CDA, VVD, GBD, CU-SGP, PvLM en Hubers en dat adviseert het bestemmingsplan ‘Tankstations Oostelijke Randweg en
Wijnbergseweg 39-41 – 2019’ vast te stellen en dat de mogelijkheid biedt tot een amendement om dat bestemmingsplan niet vast te stellen. De fracties PvdA, SP, D66, GL en LBD kunnen dat amendement opstellen binnen de opdracht aan de raadswerkgroep. De opdracht aan de raadswerkgroep in deze zin wijzigingen betekent dat de opdracht verlengd wordt tot de raadsvergadering van 30 september 2021. Een amendement opstellen dat de raad oproept het bestemmingsplan niet vast te stellen, zal rekening moeten houden met de uitspraak van de ABRS en zal dus een deugdelijke onderbouwing moeten kennen van de opvatting dat er geen tankstation op de beoogde plek aan de Oostelijke Randweg gevestigd kan worden én rekening moeten houden met de belangen van de tankstationhouder. De vertegenwoordigers van de fracties PvdA, SP, D66, GL en LBD hadden al geconstateerd dat zo’n voorstel niet in juli 2021 gereed zou kunnen zijn en ook niet zonder externe ondersteuning op te stellen is. Voor het op te stellen raadsvoorstel geldt eveneens dat dat Raad van State-proof dient te zijn. Aangezien het sterk zal leunen op het oorspronkelijke raadsvoorstel van maart 2020, is de verwachting dat het dat zal zijn. De kans is groot dat omwonenden van de nieuwe locatie tankstation in beroep zullen gaan bij de Raad van State als de raad het besluit neemt om het bestemmingsplan vast te stellen.
Op dat moment zal blijken of het besluit Raad van State-proof is. Indien het presidium besluit tot deze nieuwe opdracht aan de raadswerkgroep, dan besluit het tevens tot verlenging van de opdracht tot 30 september. Ook besluit het presidium dan dat in de eerdere opdracht aangegeven ambtelijke en externe ondersteuning gehandhaafd blijft. 6. Optie b – Het aan fracties overlaten om uitwerking te geven aan de uitspraak van de ABRS. Het presidium kan ook besluiten om geen nieuwe opdracht aan de raadswerkgroep te verlenen. Daarmee heft het de raadswerkgroep op. Als het presidium hiertoe besluit, dan staan twee opties open: óf het presidium verzoekt het college om het raadsvoorstel van maart 2020 opnieuw aan te bieden aan de raad óf het presidium laat het aan de fracties over om met een initiatiefvoorstel te komen (in feite besluit het presidium dan enkel om de raadswerkgroep op te heffen). Indien het presidium enkel besluit de raadswerkgroep op te heffen, dan laat het aan de fracties over om te komen tot een raadsvoorstel inzake het bestemmingsplan. Theoretisch is het dan mogelijk dat elke fractie een eigen raadsvoorstel indient. Praktisch gezien zullen er dan één of twee raadsvoorstellen ingediend worden: een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen en een voorstel om dat niet te doen, waarbij dit laatste voorstel de vorm van een amendement kan hebben.
Indien het presidium besluit om enkel de raadswerkgroep op te heffen en daarmee het indienen van een raadsvoorstel overlaat aan de fracties, dan geldt voor de fracties die een raadsvoorstel opstellen, dat zij ondersteund kunnen worden door de griffier en andere ambtelijk ondersteuners. De fracties die een raadsvoorstel c.q. amendement zouden willen indienen om het bestemmingsplan niet vast te stellen, zullen daarnaast behoefte hebben aan externe ondersteuning. Discussiepunt bij deze optie is dat het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ingebracht kan worden in de raadscyclus van juli 2021, maar dat dan een goed uitgewerkt amendement nog niet klaar zal zijn. Indien deze situatie zich voordoet, zullen de fracties PvdA, D66, SP, GL en LBD een ordevoorstel moeten indienen om het betreffende raadsvoorstel niet in de juli-raad te behandelen, maar in de september-raad.
7. Optie c – Het college te verzoeken het oorspronkelijke raadsvoorstel opnieuw in te brengen. Als het presidium besluit om de raadswerkgroep op te heffen, kan het tevens besluiten om het college te verzoeken het raadsvoorstel van maart 2020 opnieuw aan te bieden aan de gemeenteraad voor de raadscyclus van juli 2021. Indien het presidium hiertoe besluit, dan zullen de fracties PvdA, D66, SP, GL en LBD een amendement willen indienen om het bestemmingsplan niet vast te stellen. En de fracties CDA, VVD, GBD, CU-SGP, PvLM en Hubers zullen mogelijk een amendement willen indienen ter versterking van de argumentatie in het raadsvoorstel. Hetgeen hierover gezegd is bij optie b (ondersteuning en ordevoorstel) geldt ook dan. 8. De drie opties zijn aan de orde gekomen in de raadswerkgroep bestemmingsplan tankstations. De subgroep bestaande uit de fracties CDA, VVD, GBD, CU-SGP, PvLM en Hubers geeft aan er voorstander van te zijn om het college te verzoeken het oorspronkelijke raadsvoorstel opnieuw in te brengen voor behandeling in de julicyclus van de gemeenteraad. De subgroep bestaande uit de fracties PvdA, D66, SP, GL en LBD vindt dat het presidium niets hoeft te doen nu de raadswerkgroep zijn opdracht teruggeeft. Daarmee vindt deze subgroep dat het aan de fracties is om uitwerking te geven aan de uitspraak van de ABRS.
Voor deze subgroep wordt dit standpunt ingegeven door de principiële visie op de taak van het presidium dat het presidium niet aan politiek doet en de opvatting dat de optie om het college te verzoeken het oorspronkelijke voorstel opnieuw in te brengen een politieke uitspraak is. 9. De subgroep bestaande uit de fracties CDA, VVD, GBD, CU-SGP, PvLM en Hubers hebben ook gesproken over de vraag of het raadsvoorstel direct op de agenda van de raadsvergadering van 15 juli geplaatst zou kunnen worden, omdat de uitspraak van de Raad van State de opmerking bevat dat nieuwe inspraak conform afdeling 3.4 AWB niet nodig is. Navraag bij de gemeentelijk jurist leert dat deze opmerking niet betrekking heeft op de inspraak via de beeldvormende raad. Volgens hem is het aan de gemeente zelf om beeldvormende behandeling te organiseren, met de mogelijkheid tot inspraak van inwoners en belanghebbenden. De subgroep heeft geen uitspraak gedaan over de wenselijkheid van beeldvormende behandeling, behalve dat de groep wijst enerzijds op dubbeling met de behandeling maart 2020 en anderzijds op negatieve beeldvorming als er geen beeldvormende behandeling georganiseerd wordt. 10.
Voorstel Op basis van het voorgaande stel ik het presidium voor: o voor kennisgeving aan te nemen dat de raadswerkgroep bestemmingsplan tankstations zijn opdracht teruggeeft aan het presidium; o een keuze te maken tussen één van de twee volgende opties: het college te verzoeken het oorspronkelijk raadsvoorstel bestemmingsplan tankstations opnieuw in te brengen voor behandeling tijdens de julicyclus van de raad; het te laten bij het teruggeven van de opdracht (en het daarmee aan de fracties over te laten uitwerking te geven aan de uitspraak van de Raad van State); o het (oorspronkelijke of nieuwe) raadsvoorstel bestemmingsplan tankstations te agenderen voor beeldvormende behandeling.