Raadsvoorstel Wijziging systematiek rioolheffing
Tekst van het document
1879155 / 2052214 Pagina 1 van 7 Wijziging systematiek rioolheffing voor beeldvormende raad 14 oktober naam opsteller: R. Tempels telefoonnummer: 377 426 e-mailadres: r.tempels@doetinchem.nl Te besluiten om: 1. De systematiek van de gemeentelijke rioolheffing te wijzigen waarbij de heffing volledig wordt gebaseerd op het drinkwaterverbruik van het voorgaande jaar. 2. De rioolheffing voor gebruikers van percelen (woningen en niet-woningen) als volgt te heffen: een gestaffeld vast bedrag op basis van het aantal m³ drinkwaterverbruik en een aanvullend variabel bedrag per m³ drinkwaterverbruik. 3. De wijziging per 1 januari 2028 in te laten gaan. 4. In de eerste bestuurlijke monitor 2027 een incidenteel budget van € 100.000,- op te nemen voor invoering van de nieuwe heffingssystematiek ten laste van de voorziening rioolbeheer. Inleiding De huidige manier waarop de gemeentelijke rioolheffing wordt geheven, past niet goed meer bij deze tijd. Deze is nu voor iedereen hetzelfde, namelijk een vast bedrag van € 255,60 (tarief 2026) voor gebruikers. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine lozers. Wij willen naar een betere en eerlijkere verdeling van de kosten voor de water- en rioleringszorg en naar meer duurzaamheid waarbij waterbesparing wordt beloond. Daarom stellen wij verschillende tarieven voor, waarbij grotere lozers/gebruikers meer gaan betalen dan kleinere.
Het blijft een belasting voor gebruikers van percelen. Dit zijn woningen en niet-woningen (zoals bedrijven, scholen, instellingen, kantoren en winkels) die belangen hebben bij de gemeentelijke zorgplicht voor de watertaken. Er wordt dus geen eigenarenbelasting ingesteld. De wijziging komt voort uit vragen van college- en raadsleden om te onderzoeken of de huidige rioolheffing niet op een betere en eerlijkere manier kan worden verdeeld. Bij de vaststelling van het (ontwerp) Water- en Rioleringsplan Doetinchem 2026-2035 hebben wij dit voornemen al aan u bekendgemaakt (zie raadsmededelingen 2026-29 en 2026-45). De bevoegdheid om wijzigingen in de rioolheffing aan te brengen, ligt bij u als raad. U bent als gemeenteraad verantwoordelijk voor het vaststellen van de belasting- verordening waarin de heffingssystematiek en het overige beleid omtrent de rioolheffing wordt bepaald. Argumenten 1.1 Het drinkwaterverbruik is een goede graadmeter/indicatie voor de hoeveelheid afvalwater die gebruikers lozen op de gemeentelijke riolering. Het lozingsgedrag op het gemeentelijk riool is per perceel niet bekend, maar het lozingsgedrag staat veelal direct in verband met het verbruik van drinkwater. Hoe minder drinkwater wordt verbruikt, hoe minder vervuild water wordt geloosd op de gemeentelijke riolering.
De gegevens over het jaarlijkse drinkwaterverbruik van de gebruikers worden aangeleverd door Vitens. De gegevens van het waterverbruik van 2027 worden gebruikt voor de heffing van 2028. 1.2 Daarmee geven we invulling aan het principe van de ‘vervuiler/gebruiker’ betaalt en eerlijkheid. De huidige heffingssystematiek waarbij alleen gebruikers met een vast tarief per perceel worden belast, doet geen recht aan het principe van ‘de gebruiker betaalt’. 1879155 / 2052214 Pagina 2 van 7 Grootgebruikers betalen nu eenzelfde bedrag als een éénpersoonshuishouden. Bij de nieuwe systematiek gaan grote lozers op het gemeentelijk riool meer betalen dan kleine lozers. De heffing wordt daarmee afhankelijk van het gebruik. En daarmee worden de kosten eerlijker verdeeld over de gebruikers van het riool. 1.3 Hiermee creëren we extra ruimte op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Etten voor zuivering van ons afvalwater. Het is belangrijk om de aanvoer van afvalwater van woningen en niet-woningen via de gemeentelijke riolering naar de RWZI Etten te beperken. Enerzijds vanwege het aspect duurzaamheid, anderzijds vanwege het (terug)claimen van restruimte om de toekomstige groei van Doetinchem mede te kunnen opvangen. Als we allemaal minder drinkwater verbruiken, lozen we ook minder (afval)water op de gemeentelijke riolering en hoeven we minder (afval)water te zuiveren.
1.4 Hiermee stimuleren we inwoners en bedrijven om zuiniger en bewuster met ons schaarse drinkwater om te gaan. De gemeente beloont daarmee gewenst gedrag financieel (een gebruiker betaalt dan minder heffing) en belast ongewenst gedrag (een gebruiker betaalt dan meer heffing). Er is dus een (sterke) financiële prikkel aanwezig om drinkwater te besparen. We geven hiermee invulling aan duurzaam omgaan met drinkwater zonder toekomstige generaties te kort te doen. Zuiniger omgaan met drinkwater kan door korter douchen, lekkende kranen repareren, waterbesparend sanitair gebruiken, regenwater afkoppelen van de riolering, regenwater opvangen (bijvoorbeeld in een regenton) en gebruiken voor toilet en tuin in plaats van drinkwater uit de kraan. De leveringszekerheid van de drinkwatervoorziening door Vitens staat al jaren onder druk door toenemende groei en meer periodes van (extreme) droogte en hitte door klimaatverandering. Daarom is drinkwaterbesparing logisch en noodzakelijk. 1.5 De heffing sluit hierdoor beter aan bij het brede doel van de heffing namelijk de riool- en waterzorgtaken van de gemeente. De gemeentelijke zorgplicht voor watertaken staat beschreven in ons Water- en Rioleringsprogramma 2026-2035 (hierna WRP). Deze watertaken worden betaald uit de inkomsten van de rioolheffing.
De belangrijkste beleidskeuzes omtrent de zorgplicht zijn: het inzamelen en afvoeren van afvalwater, het opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater) en het treffen van maatregelen tegen grondwateroverlast in de openbare ruimte. Daarnaast speelt ook de droogteproblematiek een steeds grotere rol. Iedereen profiteert van deze gemeentelijke watertaken. Dit heeft een positieve invloed op de leefomgeving en de publieke gezondheid en daar is iedereen bij gebaat. Daarom is het niet redelijk om de bekostiging van deze watertaken te laten opbrengen door alleen degenen met een fysieke aansluiting op het (vuilwater)riool, iedereen heeft tenslotte baat bij droge voeten en mooi groen. Daarom betalen alle gebruikers van percelen in onze gemeente rioolheffing. Ook als een gebruiker geen water loost op het gemeentelijk riool en/of geen drinkwateraansluiting en watermeter van Vitens heeft. 1.6 De wijziging sluit aan op onze Omgevingsvisie (2023) en de bestuurlijke visie (2024) ‘Samen werken aan water Achterhoek+’. In deze beleidsdocumenten zijn de prioriteiten voor de komende jaren bepaald zoals onder andere werken aan klimaatadaptatie en de verbinding met de aanpak droogte, werken aan waterkwaliteit en drinkwaterbesparing en werken aan bewustwording en communicatie. De beschikbaarheid van drinkwater is geen vanzelfsprekendheid meer.
1.7 We hebben verschillende manieren van heffing onderzocht. De VNG heeft gemeenten geadviseerd om over te gaan naar een Riool- en Waterzorg- heffing waarbij iedere eigenaar of gebruiker van een perceel via een heffing bijdraagt aan de bekostiging van de gemeentelijke watertaken omdat iedereen daar ook profijt van heeft. Ook hebben we advies ingewonnen bij adviesbureau Sweco en hebben we geïnventariseerd welke heffingssystematiek andere (buur)gemeenten hanteren. Heffingen zijn mogelijk voor eigenaren en/of gebruikers op basis van een vast bedrag, de waarde van de woning of bedrijfspand, op basis van waterverbruik en combinaties van voorgaande. Op basis van deze informatie stellen wij een heffingssystematiek voor gebruikers van percelen voor op basis van het jaarlijkse | drinkwaterverbruik. Deze systematiek is heel gebruikelijk en goed uitvoerbaar met betrouwbare informatie van Vitens. De systematiek op basis van waterverbruik komt veel in onze regio voor en geeft invulling aan het principe van de gebruiker/vervuiler betaalt en drinkwater besparen loont. 2.1 | Een heffing op basis van een gestaffeld vast bedrag per categorie waterverbruik en een variabel deel op basis een bedrag per m³ waterverbruik geeft voldoende zekerheid voor de benodigde inkomsten.
Het gestaffelde vaste bedrag levert ongeveer 80% van de benodigde inkomsten op en het variabele bedrag (prijs per m³ waterverbruik) ongeveer 20%. Hierdoor blijven de inkomsten voorspelbaar en stabiel. Daarmee zorgen we voor een stabiel heffingssysteem waarbij we de gestaffelde vaste tarieven en het variabele tarief per m³ jaarlijks bij het vaststellen van de Verordening riool- en waterzorgheffing kunnen bijstellen op basis van het drinkwaterverbruik in het voorgaande jaar. 2.2 | Voor de gestaffelde vaste bedragen gaan we vooralsnog uit van zes categorieën waterverbruik, waarbij onderscheid is gemaakt in verwacht verbruik per type gebruiker. Elke gebruiker betaalt dus een vast bedrag op basis van waterverbruik. Categorie verbruik | % | gestaffeld vast bedrag en type gebruiker <= 0 m³ | 5,6 | € 150 | geen verbruik en/of geen wateraansluiting > 0 en < 75 m³ | 41,7 | € 185 | eenpersoonswoningen en evt. mantelzorg >= 75 en < 250 m³ | 48,3 | € 200 | meerpersoonswoningen/gezinnen/MKB >= 250 en < 500 m³ | 3,1 | € 250 | meerpersoonswoningen/gezinnen/MKB >= 500 en < 1.000 m³ | 0,7 | € 1.000 | meerpersoonswoningen/gezinnen/MKB | /horeca >= 1000 m³ | 0,6 | € 2.000 | MKB/horeca/grotere bedrijven Totaal | 100% (prognose 29.538 heffingseenheden in 2028) Bovengenoemde gestaffelde vaste bedragen voor 2028 zijn indicatief.
De definitieve bedragen leggen wij eind 2027 aan u voor besluitvorming voor. 2.3 | Met het variabele heffingsbedrag per m³ worden gebruikers direct financieel beloond voor drinkwaterbesparing. Boven op het gestaffelde vaste bedrag betaalt iedere gebruiker een variabel bedrag per m³ van het eigen waterverbruik. Voor 2028 hebben wij dit berekend op afgerond € 0,41 per m³. Bij de gestaffelde vaste bedragen (zie argument 2.2) moet de gebruiker eerst in een andere categorie van (lager) waterverbruik terecht komen om financieel voordeel te behalen. Een overzicht van de geraamde totale inkomsten voor 2028 staat bij het kopje financiën. Het variabele bedrag van € 0,41 per m³ voor 2028 is indicatief. Het definitieve bedrag wordt eind 2027 aan u voorgelegd voor besluitvorming. 2.4 | De meeste gebruikers gaan er financieel op vooruit. De relatief kleine gebruikers (verbruik < 250 m³, 95,6% van totaal) kunnen het meeste profiteren, de grote(re) gebruikers (verbruik >= 250 m³, 4,4% van het totaal) gaan meer betalen. Voor de gebruikers met een verbruik < 250 m³ blijven de veranderingen beperkt. Deze groep gaat tot circa 40% minder en tot circa 20% meer betalen. De groep met een verbruik < 75 m³ (47,3% van totaal) gaat aanzienlijk minder betalen (circa 15% tot circa 40% minder). De grootste stijgingen zijn voor de grote huishoudens en bedrijven met een verbruik >= 250 m³.
Voor deze groep stijgen de kosten met circa 40% tot circa 5.000%. Het gaat om 4,4 % van het totaal aantal gebruikers. Dit is een bewuste keuze en we volgen daarmee het principe van de gebruiker/vervuiler betaalt. 1879155 / 2052214 Pagina 3 van 7 1879155 / 2052214 Pagina 4 van 7 Vooral de categorie >= 1.000 m³ (MKB, horeca, grotere bedrijven) gaat aanzienlijk meer betalen (stijging vanaf circa 850%). In de bijlage vindt u een aantal rekenvoorbeelden van de veranderingen voor gebruikers van de zes categorieën waterverbruik (gevolgen van de wijziging). 3.1 Hierdoor kunnen onze inwoners en bedrijven in 2027 rekening houden met de nieuwe systematiek van heffen per 1 januari 2028. Na uw besluit zullen wij de nieuwe systematiek van rioolheffing direct bekendmaken zodat alle gebruikers hiermee vanaf 1 januari 2027 al rekening kunnen houden. Hun drinkwaterverbruik in 2027 is namelijk bepalend voor de aanslag rioolheffing 2028. Daarnaast gebruiken wij de ‘natuurlijke’ momenten in 2026 en 2027 om de gebruikers te informeren over de wijziging. Zoals bijvoorbeeld bij het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen 2027 dat in februari 2027 wordt verstuurd. Voor de communicatie in 2026 en 2027 hebben wij een communicatieplan opgesteld. 3.2 Dan is er nog voldoende tijd om de wijziging goed uit te werken en voor te bereiden. De nieuwe systematiek vergt de nodige voorbereiding en uitwerking.
Dit gaan we komend jaar uitwerken. Bij de behandeling van de belastingverordeningen voor 2028 neemt u een definitief besluit over de Verordening riool- en waterzorgheffing 2028. Hierin nemen wij de nu voorgestelde heffingssystematiek op met de definitieve tarieven voor 2028. 4.1 De gemeenteraad heeft budgetrecht. Uitgaven ten laste van een voorziening moeten via de begroting lopen. Een onttrekking aan een voorziening wijzigt de stand van de voorziening en vereist daarmee een wijziging op de begroting 2027. De raad moet deze onttrekking en de bestemming formeel goedkeuren via het budgetrecht. 4.2 De invoeringskosten van een nieuwe systematiek vallen niet automatisch onder het primaire doel van de voorziening rioolbeheer. Het doel van de voorziening rioolbeheer is: “Het egaliseren van sterk schommelende uitgaven voor onderhoud, vervanging en verbetering van het rioleringsstelsel met als effect dat een nagenoeg stabiele rioolheffing wordt gehanteerd”. Incidentele implementatiekosten voor een nieuwe heffingssystematiek vallen daar qua doelstelling niet automatisch onder. 4.3 Het is acceptabel en rechtmatig om de invoeringskosten van een nieuwe systematiek ten laste te brengen van de voorziening rioolbeheer.
Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering, heffing en invordering (waaronder de implementatie van een nieuwe heffingssystematiek) zijn toerekenbare kosten van de rioleringszorg. Het is daarom acceptabel en rechtmatig deze kosten ten laste te brengen van de rioolvoorziening (en dus af te dekken via de rioolheffing). Financiën De rioolheffing wordt ingezet om de kosten van alle gemeentelijke watertaken te dekken. Deze taken staan beschreven in ons WRP 2026-2035. In het WRP zijn de benodigde inkomsten voor komende jaren opgenomen. Uitgangspunt is dat de opbrengsten van de rioolheffing kostendekkend zijn voor de gemeentelijke watertaken. De geprognotiseerde (netto) inkomsten voor 2028 zijn € 7.067.380,-. Die inkomsten worden gehaald met de verwachte groei van gebruikers en de berekende gestaffelde vaste tarieven en het variabele tarief voor 2028 (prijs per m³). 1879155 / 2052214 Pagina 5 van 7 Zie onderstaande tabel: overzicht inkomsten 2028. Naast de jaarlijkse inkomsten van de rioolheffing beschikt Doetinchem nog over een voorziening rioolbeheer. Deze voorziening is ongeveer € 8 miljoen groot (stand 31 december 2025). Met deze voorziening kunnen we eventuele risico’s in de opbrengsten van de rioolheffing afdekken als gevolg van de invoering van de nieuwe heffingssystematiek. Niet elke woning en bedrijf heeft een watermeter van Vitens.
Denk hierbij aan woningen in flatgebouwen met maar één watermeter of bedrijfsverzamelgebouwen. Bij woningen gaan we dan uit van een waterverbruik van 45 m³ per persoon per jaar. Dit is volgens de waterleidingbedrijven een landelijk gebruikte hoeveelheid. Dus als in een woning drie personen wonen gaan we uit van een waterverbruik van 135 m³ per jaar. Bij bedrijfs- verzamelgebouwen verdelen we het waterverbruik over de verschillende belasting- plichtige bedrijven. Wij schatten in dat de jaarlijkse kosten na het eerste heffingsjaar (2028), als alles is ingeregeld, vergelijkbaar zijn met de huidige heffingskosten. In 2026 en 2027 zal extra ambtelijke inzet nodig zijn voor het aanpassen van de software, het opbouwen va n het belastingbestand, het juridisch correct opstellen van de nieuwe belastingverordening en het uitvoeren van het communicatieplan. Met name het eerste jaar (2028) verwachten wij meer bezwaren tegen de aanslagen rioolheffing. Daarna zal dit naar verwachting afnemen. Dit weten we uit ervaring bij het invoeren van het ‘betalen per lediging’ bij de afvalstoffenheffing. Alle (éénmalige) extra kosten voor de gemeente om de rioolheffing bij de nieuwe heffingssystematiek te kunnen innen (perceptiekosten) kunnen worden gedekt door de voorziening rioolbeheer (zie argumenten 4.1 t/m 4.3).
Het bestand van Vitens met de gegevens van het drinkwaterverbruik kost € 8.000,- structureel en de dekking vindt plaats via de jaarlijkse opbrengsten van de rioolheffing. De tarieven van de gestaffelde vaste bedragen en het variabele bedrag per m³ worden jaarlijks door uw raad vastgesteld bij de besluitvorming over de Verordening riool- en waterzorgheffing. Voor het heffingsjaar 2028 zal deze besluitvorming eind 2027 plaatsvinden.
1879155 / 2052214 Pagina 6 van 7 Kanttekeningen 1.1 De inkomsten worden (beperkt) minder stabiel door de afhankelijkheid van het drinkwaterverbruik. De huidige gebruikersheffing (vast bedrag) is eenvoudig uitvoerbaar, kent lage perceptiekosten en stabiele inkomsten. Bij een heffing op basis van waterverbruik is dit minder zeker omdat het waterverbruik jaarlijks kan fluctueren. Daarnaast zal in tijden van droogte het drinkwaterverbruik waarschijnlijk hoger zijn en in hele natte jaren waarschijnlijk lager. Dat vertaalt zich door in de inkomsten van de rioolheffing. De voorziening rioolbeheer kan hiervoor worden ingezet als buffer-/egalisatiefunctie. 2.1 Halen we de geprognotiseerde inkomsten in 2028 wel als er in 2027 veel minder drinkwater wordt gebruikt? Hiervoor hebben we een extreem scenario uitgewerkt. Stel dat er in 2027 30% minder drinkwater wordt verbruikt dan in 2026 dan leidt dat tot circa € 1 miljoen aan minder inkomsten in 2028. De heffing 2028 is namelijk gebaseerd op het waterverbruik in 2027. We kunnen dit financieel opvangen door de voorziening rioolbeheer hiervoor in te zetten. Voor het heffingsjaar 2029 zullen de tarieven dan waarschijnlijk verhoogd moeten worden om de benodigde inkomsten te halen. 2.2 Bij minder drinkwaterverbruik zullen de tarieven verhoogd moeten worden. Het nieuwe systeem heeft een prikkel om minder drinkwater te verbruiken.
Drinkwater besparen gaat lonen. Als dit succesvol uitpakt en men zuiniger en bewuster met drinkwater omgaat, heeft dat mogelijk tot gevolg dat de gemeente de rioolheffing komende jaren moet gaan verhogen om de benodigde inkomsten te halen. 2.3 De grote lozers gaan aanzienlijk meer betalen. Een klein aantal gebruikers (4,4%) gaat aanzienlijk meer betalen. Dit betreft de categorieën met een verbruik >= 250 m³ per jaar. Voor deze categorieën stijgen de kosten met circa 40% tot circa 5.000%. Bedrijven zoals midden- en kleinbedrijf (MKB), horeca, grootverbruikers en industrie zullen aanpassingen moeten doorvoeren in hun bedrijfsvoering (minder drinkwater verbruiken) als ze minder rioolheffing willen betalen. Die aanpassingen kosten tijd. De wijziging van de systematiek gaat daarom pas per 1 januari 2028 in. 3.1 Hoe zit het straks met de bezwaren op de nieuwe heffing? Wij verwachten vooral het eerste jaar (2028) meer bezwaren op de aanslag rioolheffing. En dan met name van de grootgebruikers (zie kanttekening 2.3) die aanzienlijk meer heffing gaan betalen. De jaren erna zal dit waarschijnlijk afnemen en is men bekend geraakt met de nieuwe manier van heffen en heeft men zelf ook maatregelen kunnen treffen om het waterverbruik te verminderen.
4.1 Is dit budget wel toereikend om de wijziging door te voeren? De eenmalige kosten om de wijziging in de systematiek te kunnen invoeren bedragen ongeveer € 100.000,- De belastingapplicatie moet door software bedrijf Centric aangepast worden. Er moet namelijk een koppeling worden gebouwd met de gegevens van het waterverbruik van Vitens. Het bestand van Vitens kost € 8.000,- structureel. Daarnaast moet er een koppeling worden gemaakt met de Basisregistratie personen voor de woningen die niet over een eigen watermeter beschikken (zie kopje financiën). Ook zullen de medewerkers die betrokken zijn bij het belastingproces (WOZ/Belastingen), TIC, Invordering, website en documentarie informatie) opgeleid moeten worden. 1879155 / 2052214 Pagina 7 van 7 Vervolg Om de wijziging van de heffing breed bekend te maken, is een communicatieplan opgesteld. Het blijft een verdelingsvraagstuk. Waar de kleine lozers minder gaan betalen, moet dat worden opgebracht door de grote lozers. Dit vergt tijdige en goede communicatie en uitleg. We gaan de gebruikers er in 2026 al op wijzen dat de rioolheffing per 1 januari 2028 gaat wijzigen en volledig afhankelijk wordt van het drinkwaterverbruik in 2027. Ook in 2027 zullen wij dit regelmatig onder de aandacht brengen. Wij voegen bijvoorbeeld een flyer met uitleg toe als bijlage bij het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen voor 2027.
Eind 2027 ontvangt u het raadsvoorstel om de “Verordening op de heffing en invordering van de riool- en waterzorgheffing 2028” vast te stellen. Daarmee treedt de nieuwe heffingssystematiek per 1 januari 2028 in werking. Bij de evaluatie van het WRP over ongeveer 4 jaar gaan we de nieuwe heffingssystematiek rioolheffing op basis van drinkwaterverbruik evalueren. Bijlage Overzicht voorbeelden heffingsbedragen verschillende gebruikers. Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, ir. J.A. Wannink mr. M. Boumans MBA MPM