CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Uitgangpunten Groen in omgevingsvisie.pdf

beeldvormende raad 16 februari 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Uitgangspunten Groen in de omgevingsvisie1.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangpunten onderdeel groen fysieke leefomgeving

voor beeldvormende raad naam opsteller: Y. Horstink telefoonnummer: 399 604 e-mailadres: y.horstink@doetinchem.nl

Te besluiten om: 1. Het college opdracht te geven om een toetsingskader voor de fysieke leefomgeving voor het onderdeel groen op te stellen. 2. De volgende uitgangpunten voor dit toetsingskader en het onderzoek te hanteren: 2.1 We behouden onze bestaande hoofdgroenstructuur en waar deze nog niet goed aaneengesloten is, versterken we deze. 2.2 We versterken de koppeling tussen de groene en blauwe (water) structuur. Om dit te doen, gaan we onderzoeken waar hiervoor knelpunten en kansen liggen. 2.3 We streven naar een gezonde woon-, werk- en leefomgeving, met voldoende groen en hanteren daarbij de 3-30-300 vuistregel. 2.4 We willen de hoeveelheid groen laten meegroeien met de groei van de stad en onze dorpen. 2.5 We streven naar een hoogwaardig en vitaal groenbestand. 2.6 We hanteren natuurinclusief ontwikkelen als norm, en streven naar het behoud van een basiskwaliteit natuur als ondergrens. 2.7 We zetten in op meer groenparticipatie en educatie. 2.8 We koesteren de kwaliteiten in het buitengebied die passend zijn bij het Achterhoekse landschap. 3. Bovenstaande uitgangspunten op te nemen in de omgevingsvisie. Inleiding De omgevingsvisie vormt straks het toetsingskader voor de fysieke leefomgeving. Met deze uitgangspunten voor groen geeft de raad richting aan de verdere uitwerking van het groene toetsingskader voor de fysieke leefomgeving. Argumenten 1.1.

De actuele beleidsdocumenten passen onvoldoende bij het veranderend beleid en landelijke trends Het huidige beleid bestaat uit Groenstructuurplan (GSP) 2017 en het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2008. Het GSP is nog actueel, maar behoeft inmiddels monitoring. Het LOP is met 14 jaar verouderd geraakt. De baten van groen zijn alom bekend, maar ondanks dat staat groen fors onder druk. Vanwege de voordelen van groen leggen het Rijk en de provincie steeds meer ambities en beleid op. En ook in onze gemeente is er een groeiende ambitie voor meer groen, ook bijvoorbeeld door de voorgenomen groei naar 70.000 inwoners. Een actualisatie is daarom nodig om aan te sluiten bij deze groeiende vraag naar groen. 1.2. De uitganspunten helpen ons om tot een goed toetsingskader te komen. Met deze set aan algemene uitgangspunten geeft de raad richting aan de verdere uitwerking van het toetsingskader. 1.2.1.

Om voldoende groen te hebben en goed te laten functioneren, is een aaneengesloten netwerk van groen nodig: de groenstructuur. In ons huidige beleid maken we al gebruik van de groenstructuur. Deze ligt vast in het GSP met bijbehorende groenstructuurkaart. We borduren voort op dit beleid en actualiseren het. We behouden de hoofdgroenstructuur in de omgevingsvisie en leggen deze wederom vast op kaart. Ontbrekende delen van de hoofdgroenstructuur worden ingevuld. Het versterken van de hoofdgroenstructuur leidt tot een verbetering van de (recreatieve) gebruikswaarde en verhoogt de natuurwaarde (meer uitwisseling). De hoofdgroenstructuur wordt zo meer toekomstbestendig.

1.2.2.

Een versterking van de groenblauwe structuur leidt tot een verbetering in het tegengaan van klimaatopgaven en de achteruitgang van biodiversiteit. We leggen een duidelijke koppeling tussen de groenstructuur en blauwe structuur, omdat deze samen veel potentie bieden in het tegengaan van klimaatopgaven en verhogen van de biodiversiteit. Ruimte voor water en natuur gaan integraal samen in potentiële gebiedsopgaven. Samen dragen ze bij aan een oplossing in het tegengaan van onder meer hittestress en wateroverlast. Ook draagt het bij aan de beleving en de gebruikswaarde van de woon-, werk- en leefomgeving, en heeft het meerwaarde voor natuur. Knelpunten en kansen worden in beeld gebracht om goed in te kunnen spelen op de opgaven en mogelijkheden die voor ons liggen. Een duidelijk inzicht hierin, geeft ons de mogelijkheid in de toekomst plannen en projecten hierop te toetsen, en ook om kansen projectmatig goed te benutten. 1.2.3. Een gezonde woon-, werk- en leefomgeving heeft voldoende groen nodig. Groen is geen luxeproduct, maar een basisbehoefte. Het staat aan de basis van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. In een groene omgeving is men gelukkiger en gezonder. Groen nodigt uit tot bewegen en recreëren. Het leidt tot minder wateroverlast en minder hittestress. In een groene omgeving is sprake van een hoger welzijnsniveau en is er meer sociale cohesie.

Groen trekt bedrijven aan en verhoogt de waarde van woningen en kantoren. Groen is goed voor heel veel. Om de voordelen van groen goed te benutten, is het belangrijk dat groen in voldoende hoeveelheid en ruimtelijke spreiding aanwezig is. Daarom willen we de vuistregel 3-30-300 hanteren. Hoe zou deze vuistregel gebruikt moeten worden? Voor de 3 bomen geldt dat er binnen zichtafstand van een woning 3 bomen staan. Zichtbaarheid en afstand zijn in deze lastig te definiëren, laten we zeggen dat we streven naar 3 bomen op korte afstand van de woning. De 30% kroonbedekking moet meer worden gezien op wijk- of zelfs stadsniveau. Er zijn nu eenmaal wijken die vanuit hun historie weinig groen herbergen. Andersom ligt er in deze wijken wel een opgave, om te vergroenen, deze moeten we ook erkennen. De 300 is de afstand in meters tot een groene en recreatieve plek. Dat zegt veel meer over het voorzieningenniveau van een wijk. Binnen elke wijk zouden 1 of meerdere recreatieve groene plekken aanwezig moeten zijn. Die kunnen natuurlijk ook in het naastgelegen buitengebied liggen. In bijzondere gevallen kan op onderdelen en gemotiveerd van de vuistregel worden afgeweken. De groene ambitie kan anders worden vormgeven, bijvoorbeeld geen boom zichtbaar, maar een groene wand met klimplanten.

Zowel de gemeente als ontwikkelende partijen hebben in het realiseren van deze vuistregel een verantwoordelijkheid. 1.2.4. We willen de hoeveelheid groen laten meegroeien met de groei van de stad en dorpen. Het belang van groen is groot. Met de voorgenomen groei naar 70.000 inwoners neemt ook de vraag toe naar meer oppervlakte groen, bijvoorbeeld om in te recreëren of te sporten. We spelen in op deze behoefte door ons streven naar de 3-30-300 vuistregel. De hoeveelheid groen groeit zo in verhouding mee met de groei van Doetinchem. Zo blijft Doetinchem ook in de toekomst groen en aantrekkelijk. 1.2.5. De baten van groen zijn het hoogst wanneer de kwaliteit ook op orde is. Niet alleen vierkante meters en een goede ruimtelijke spreiding van het groen zijn belangrijk. De baten komen pas echt tot hun recht als het groen ook van goede kwaliteit is. Zo zal een gezonde boom in vergelijking met een ongezonde boom groter groeien, ouder worden, zorgen voor veel meer verkoeling, meer water en CO2 opslaan, meer fijnstof afvangen en meer biodiversiteit herbergen. We streven daarom naar groen van hoge kwaliteit.

1.2.6. We behouden de basiskwaliteit natuur en ontwikkelen natuurinclusief. Met de aangenomen moties voor biodiversiteit (2018) en natuurinclusief bouwen (2022) is een belangrijke stap genomen in het borgen van de biodiversiteit. Dit gebeurt door het creëren van meerwaarde bij plannen en projecten door rekening te houden met natuur. Door het begrip basiskwaliteit natuur als ondergrens in te stellen, committeren we ons in te zetten op ten minste het niveau van algemene soorten. Om natuurinclusief te ontwikkelen, nemen we een toetsingskader (natuurpunten) op in de omgevingsvisie. Dit stelt ons in staat per project op uniforme wijze de meerwaarde te toetsen voor natuur. Daarmee borgen we de uitvoering van deze moties, en sluiten we aan op (toekomstige) ambities en beleid. Ook passen we daarmee in de trend van het groeiende aantal gemeenten dat nu al werkt met een natuurpuntensystematiek. 1.2.7.

We zetten in op het samen verder vergroenen van onze gemeente met onze inwoners en bedrijven Groen is van belang voor ons allemaal. Omwille hiervan is het belangrijk onze inwoners en bedrijven te blijven betrekken bij het verder vergroenen van onze gemeente. Het creëren en behouden van draagvlak voor groen is nodig, omdat de gemeente alleen niet in staat is voldoende groen te behouden. Veel groen is immers in particulier bezit. Het is belangrijk dat ook particulieren voldoende groen in hun tuinen hebben en willen behouden. We willen dit daarom verder stimuleren, en inwoners enthousiast te maken meer te vergroenen. Door de vuistregel 3-30-300 houden we zelf ook rekening met voldoende groen, en geven we zo het goede voorbeeld. 1.2.8.

We willen een gemeente zijn met aantrekkelijk landelijk gebied passend bij het Achterhoekse landschap Er liggen forse opgaven te wachten in het landelijk gebied. Dit komt bijvoorbeeld door problemen met lange droge zomers, stikstofuitstoot, de achterblijvende waterkwaliteit (Kaderrichtlijnwater) en de achteruitgang van biodiversiteit. Ook is er druk door verstedelijking en recreatie, en loopt de leefbaarheid langzaam achteruit. We vinden het belangrijk dat het Achterhoekse landschap overeind blijft en koesteren het landelijk gebied in al haar kwaliteiten. Het uitgangspunt is daarom dat ontwikkelingen van meerwaarde moeten zijn voor onze leefomgeving en dat het Achterhoeks landschap haar identiteit behoudt. Dit betekent onder meer dat we een actueel beeld nodig hebben van onze landschapswaarden en waar landschappelijke verbeteringen aangebracht kunnen of moeten worden. Hiervoor is nader onderzoek naar de landschapswaarden en biodiversiteitswaarden nodig. 1.3. De uitgangspunten vormen een bijdrage aan de Omgevingsvisie. De door de raad vast te stellen uitgangspunten vormen een bouwsteen voor de omgevingsvisie. Bij een actualisatie van de omgevingsvisie zal ook het toetsingskader meegenomen worden. Sectorale beleidsstukken zullen hiermee voor zover benoemd komen te vervallen. Financiën De uitgangspunten bepalen alleen de richting waar naartoe gewerkt wordt in de omgevingsvisie.

De uitgangspunten zullen verder moeten worden uitgewerkt in de omgevingsvisie. De vervolgstap voor de omgevingsvisie is de op te stellen sturingsfilosofie. Daarin wordt aangegeven wat nodig is om de omgevingsvisie uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan eventuele onderzoeken, samenwerking en uitvoeringsagenda’s. In de sturingsfilosofie zijn de financiën nader uitgewerkt. De uitwerking van de omgevingsvisie voor het onderdeel groen gebeurt binnen beschikbare ambtelijke uren. Er zijn geen financiële consequenties te verwachten.

Kanttekeningen 1.1. Waar zegt het toetsingskader wat over? Het toetsingskader gaat in op de ruimtelijke kwaliteit en schept duidelijkheid over het belang van groen. Het geeft een ruimtelijk beeld weer van waar groen aanwezig is, of nog nodig is. Het geeft ook de kaders weer van waarom dit nodig is, en hoe dit integraal verweven kan worden. Door deze randvoorwaarden scherp te hebben, is duidelijk waar initiatieven zich kunnen voordoen en waar niet, en welke voorwaarden daarvoor gelden (bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen). 1.2. Is er een kans op precedentwerking? Het belang van groen is overal groot. Wel hebben sommige gebieden minder groen dan andere gebieden. We streven daarom naar een evenwichtige verdeling van groen volgens de 3-30-300 vuistregel. Dit zorgt ervoor dat overal voldoende groen aanwezig moet zijn. In bestaande situaties zal dit niet altijd mogelijk zijn. Denk aan een meer verstedelijkt gebied, waarin al weinig groen aanwezig is, en ruimte al ten volle benut is voor andere functies. Omdat groen juist ook in dit soort situaties gewenst is, is het streven hier om bijzondere vormen van groen, zoals bijvoorbeeld gevel- en dakgroen, toe te voegen. 1.3. Wat als we in de toekomst meer of minder dan 70.000 inwoners hebben? Exacte inwonersaantallen zijn niet te voorspellen. We werken daarom ook met relatieve waarden.

De vuistregel van 3-30-300 gaat niet uit van het te behalen aantal inwoners, of van de wijkomvang. Het is gekoppeld aan het aantal woningen en voorziet daarmee zoveel mogelijk te voldoen aan de behoefte van de stad. Vervolg Na vaststelling van de uitgangpunten worden deze verder uitgewerkt in het toetsingskader voor groen in de fysieke leefomgeving. Het toetsingskader wordt zoveel mogelijk geconcretiseerd. In de planning zorgen we ervoor dat het traject voor het toetsingskader goed wordt afgestemd met het proces om te komen tot de omgevingsvisie. Bijlagen Bijlage 1: Notitie uitgangspunten Groen in de Omgevingsvisie. Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg

mr. M. Boumans MBA MPM

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7855/documents/42172