Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek.pdf
Tekst van het document
Aan de raad
AGENDAPUNT NR. 5 Doetinchem, 22 september 2021
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek Te besluiten om: 1. Een bijdrage te leveren aan het Achterhoekse RES-bod van 1,35 TWh tot 2030. 2. Ten behoeve van deze bijdrage: a. het Doetinchemse deel van gebied B (rond Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg) aan te wijzen als potentiële locatie voor geclusterde windenergie en daarbij uit te gaan van een op te wekken vermogen van ongeveer 0,06 TWh; b. de bekende zonneparkinitiatieven in Doetinchem ten aanzien van zon op land als bijdrage aan te wijzen voor de RES-opgave ten aanzien van zon; c. het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak zon op dak uit te werken; d. het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak lokaal eigenaarschap uit te werken. 3. De RES 1.0 Achterhoek vast te stellen. 4. Het college opdracht te geven om deze RES te verwerken in het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem en om tot vaststelling van het aangepaste beleidskader geen nieuwe initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking met wind of met zon op land in behandeling te nemen. 5. Het college opdracht te geven om met de RES-gemeenten toe te werken naar een hernieuwd akkoord van Groenlo, waarin de opwekopgave en de besparingsopgave met elkaar zijn verweven. 6.
Het college opdracht te geven bij de hiervoor genoemde uitwerkingspunten rekening te houden met de recente uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid voor het plaatsen van windmolens. Inleiding Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015. In het klimaatakkoord is bepaald dat regio’s samen moeten werken aan een energiestrategie, de Regionale Energie Strategie (RES). Dit is een landelijke verplichting. De Achterhoek vormt een van de 30 RES-regio’s die een bod moeten doen, waarin staat hoeveel de regio gaat bijdragen aan de nationale opgave om in 2030 35 TWh aan grootschalige zonne-energie en windenergie op te wekken. In juni 2020 hebben de colleges van alle acht gemeenten in de Achterhoek, gedeputeerde staten van de provincie Gelderland en het dagelijks bestuur van Waterschap Rijn en IJssel de ConceptRES Achterhoek vastgesteld. Het bod van de Regio Achterhoek was 1,35 TWh aan zon en wind. U bent over de Concept-RES Achterhoek geïnformeerd door middel van raadsmededeling 202072 (Concept-RES Achterhoek). In november 2020, maart 2021 en mei 2021 zijn door de projectorganisatie RES Achterhoek regionale informatieavonden voor raadsleden georganiseerd.
Op die avonden bent u geïnformeerd over de voortgang van het opstellen van de RES 1.0. De RES 1.0 is nu gereed. Het bod van 1,35 TWh uit de concept-RES is onveranderd gebleven. Wij vragen u in te stemmen met de RES 1.0.
2 Doetinchem, 22 september 2021 Argumenten 1.1. Met 1,35 TWh dragen we bij aan de nationale opgave om in 2030 35 TWh aan grootschalige energie op te wekken. In het klimaatakkoord is bepaald dat de 30 RES-regio’s een regionale structuur warmte moeten opstellen en samen 35 TWh aan grootschalige zonne- en windenergie moeten opwekken. 35 TWh komt ongeveer overeen met 2000 windmolens van 5 MW (ashoogte130 meter) of 45.000 hectare zonnepanelen. De verdeling tussen de regio’s en de verhouding tussen zon en wind is vrij. Het nationaal programma RES (npRES) gaat ervan uit dat de overheden hier gezamenlijk uitkomen. De opgave waar de regio’s in Nederland voor staan, is om concreet aan te geven hoeveel hernieuwbare energie zal worden gerealiseerd en daarbij locaties en een tijdpad aan te geven. Het gaat hierbij om duurzame elektriciteit en duurzame warmte. Met het bod van 1,35 TWh neemt Doetinchem samen met de zeven andere Achterhoekse gemeenten een deel van deze nationale opgave voor haar rekening. 1.2. We streven naar een optimale verhouding tussen wind en zon. De Achterhoek wil zich maximaal inzetten voor zon op dak. Daarom is het aandeel zon op dak in de energiemix zo groot mogelijk gemaakt. Het streven is om 0,35 TWh aan grootschalig zon op dak te realiseren. Meer dan 0,35 TWh zon op dak lijkt op dit moment niet realiseerbaar.
Dit betekent dat de overige 1,00 TWh met zonne- en windparken opgewekt moet worden. Wind en zon zijn niet uitwisselbaar. Wind en zon vullen elkaar over de dag en over het jaar goed aan. Als de zon ’s nachts onder is kan het wel waaien. Harde wind gaat veelal gepaard met bewolking. Windstil weer is vaak zonnig. In het winterhalfjaar staat de zon minder lang aan de hemel, terwijl het in dat jaargetijde gemiddeld wat harder waait. Door wind en zon te combineren, neemt de stabiliteit van het netwerk toe. De bedrijfstijd van een windturbine in een jaar is ongeveer 3500 uur, die van zonnepanelen ongeveer 950 uur. De energie-infrastructuur wordt bij windmolens dus bijna vier keer zo goed benut als bij zonnepanelen. Andersom geformuleerd: windenergie levert met dezelfde infrastructuur bijna vier keer zoveel energie op tegen ongeveer dezelfde kosten. Deze kosten komen voor rekening van de energiegebruiker. Een indicatie van de kosten voor de 1,0 TWh die in de Achterhoek moet worden opgewekt door zon op land en wind kan dit illustreren: Alleen zon op land: € 330 mln. Alleen wind: € 90 mln. Wind en zon op land gecombineerd: € 70 mln. Uit kostenefficiëntieoogpunt is het dus verstandig te streven naar een optimale mix tussen wind en zon.
Uitgaande van 0,35 TWh zon op dak, betekent dit dat in een vanuit kostenperspectief gewenste situatie nog behoefte is aan 0,79 TWh wind en 0,21 TWh zon op land. De restopgave is uiteraard minder. Zie argument 1.3. 1.3. Alle Achterhoekse gemeenten leveren een bijdrage aan dit RES-bod. De bijdragen van de verschillende gemeenten is als volgt bepaald. In eerste instantie is gekeken welke plannen voor grootschalig wind, zon op land en zon op dak al per gemeente gerealiseerd zijn. Daar is per gemeente de opwekcapaciteit van de harde pijplijnplannen bij opgeteld. Daaruit is de opgave te berekenen, die nodig is om tot 1,35 TWh te komen. Op Achterhoekse schaal resteert een opgave van 0,248 TWh grootschalig zon op dak, 0,618 TWh wind en 0,013 TWh zon op land.
3 Doetinchem, 22 september 2021 De restopgave voor wind is in de RES gedefinieerd per gemeente. Daarvoor is eerst in beeld gebracht op welke locaties in de Achterhoek geen belemmeringen (zoals woningen) bestaan om windmolens te plaatsen. Ook is gekeken of het netwerk van Liander voldoende aansluitmogelijkheden heeft. Een goede verdeling over de regio voorkomt aansluitproblemen en daarbij moet een en ander ook voor 2030 aangesloten kunnen worden. Uit de netwerkanalyse kwam naar voren dat de huidige onderstations voldoende capaciteit bieden, mits voor een complementaire zon-windverhouding wordt gekozen en de windenergie over de onderstations wordt verdeeld. Met de overblijvende gebieden is restrictief omgegaan om uiteindelijk het karakteristieke gesloten landschapsbeeld van de Achterhoek zo min mogelijk te beïnvloeden. Dat heeft geleid tot een keuze voor concentratie van windturbines binnen een beperkt aantal zoekgebieden. Dit heeft een samenhangende strategie opgeleverd met een bijdrage per gemeente naar draagkracht van het landschap. De bijdrage aan windenergie die de gemeenten in het kader van de RES 1.0 bieden, bedraagt in totaal 0,546 TWh, exclusief een bijdrage van Winterswijk, die niet is opgenomen vanwege het moratorium op wind tot 2023 in Winterswijk.
Ten opzichte van de huidige situatie worden met dit bod grote stappen gezet in de richting van de vanuit systeemefficiëntie en kosteneffectiviteit gewenste windbijdrage, alhoewel deze nog niet is bereikt. De resterende energieproductie om tot 1,35 TWh te komen,kan worden opgevuld met energie uit zonneparken, hoewel het vanuit netwerkefficiëntie en kosten wel voordeel biedt om ook extra windenergie toe te voegen. De restopgave voor zon op land is niet gedefinieerd. Deze zal vrijwel zeker worden opgevangen binnen de ruimtelijke kaders van de individuele gemeenten waarin daartoe de ruimte wordt geboden. Zo heeft Doetinchem in het Beleidskader duurzame energieopwekking een maximum gesteld aan het percentage landbouwgrond dat ingezet mag worden voor zonneparken, namelijk 3% (ca. 126 hectare). Daarbinnen hebben we vier zonneparken in de pijplijn (ca. 25 hectare), die nog niet zijn meegerekend. Dat geldt ook voor de andere gemeenten. Ook voor zon op dak is geen verdeling per gemeente gemaakt. In het nog op te stellen plan van aanpak zal dit aan de orde komen. 2a.1. Gebied B is het enige gebied op Doetinchems grondgebied waar binnen wettelijke normen voldoende ruimte is voor een cluster van windmolens. Gebied B, zoals opgenomen op de kaart in de RES, is het enige gebied op Doetinchems grondgebied dat geschikt is voor een cluster van windmolens.
In de bijlage bij de RES zijn nog een paar gebieden opgenomen die zijn afgevallen. Gebied 104 valt geheel binnen gebied B. Een klein puntje van gebied D ligt op Doetinchems grondgebied, maar gebied D is afgevallen bij de regionale beoordeling van geschikte gebieden. Binnen gebied B liggen voldoende locaties waar een windmolen zou kunnen worden geplaatst. De keuze is overigens niet groot, omdat molens niet te dicht bij woningen mogen staan en niet in het Gelders natuurnetwerk of in een Natura-2000-gebied. Doetinchem kent overigens geen Natura-2000-gebieden op haar grondgebied. Op de locaties die overblijven, heeft gebied B voldoende ruimte om ongeveer 0,06 TWh te kunnen leveren. Dit is te vergelijken met drie windturbines van 5,5 MW of vijf turbines van 3 MW. Hoeveel TWh exact opgewekt zal kunnen worden, is afhankelijk van de keuze voor het aantal molens, de locatie en de afmetingen van de molens bij de vormgeving van het project.
4 Doetinchem, 22 september 2021 2a.2. Het gebied kent al een initiatief voor windturbines dat op dit moment met belanghebbenden wordt vormgegeven. Op dit moment bestaat er een initiatief voor windturbines in gebied B. Dit initiatief past binnen het bestaande beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem (door u vastgesteld op 25 april 2019) en past ook binnen de RES 1.0. Belanghebbenden, waaronder omwonenden, worden betrokken bij dit initiatief. Dat is van groot belang. Binnen het participatieproces kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de inpassing van de windturbines in het landschap en de te behouden minimale afstand tot woningen. 2b.1. Er bestaan in Doetinchem vier initiatieven voor zonneparken op land met een gezamenlijk opwekpotentieel van ca. 0,025 TWh. Deze vier initiatieven liggen in de Wehlse Broeklanden bij de Bahrseweg (15 MW), langs de Keppelseweg bij Langerak (7,6 MW), langs de Doetinchemseweg/Heislagseweg in de buurt van bedrijventerrein A18 (2 MW) en langs de Europaweg (0,8 MW). Deze initiatieven krijgen vorm binnen het bestaande beleidskader. Ze passen ook binnen de RES 1.0. Net als bij het windturbinepark worden belanghebbenden, waaronder omwonenden, betrokken bij deze initiatieven. Ook bij zonneparken is dat van groot belang.
Binnen het participatieproces kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de inpassing van de zonneparken in het landschap. Deze vier projecten zijn overigens nog niet definitief. Op dit moment is niet zeker of al deze projecten zullen doorgaan. 2c.1. Het is van belang om met de regio een plan van aanpak uit te werken om zon op dak te stimuleren. Bij zon op dak wordt optimaal gebruikgemaakt van de ruimte en hoeven zonneparken niet landschappelijk te worden ingepast. Het verlies aan natuur, biodiversiteit en landbouwgrond is daarom klein. Vanwege deze voordelen heeft de Achterhoek zichzelf een hoge doelstelling gesteld van 0,35 TWh zon op dak in 2030. Doetinchem zet zich al enkele jaren actief in voor zon op dak met het project zonnige bedrijfsdaken. Inmiddels is 0,011 TWh zon op dak in onze gemeente voorzien en/of gerealiseerd. De totale Achterhoekse restopgave voor zon op dak is nog 0,248 TWh. Bedrijfsdaken en daken van agrarische bebouwing bieden in principe voldoende oppervlakte om de restopgave zon op dak te realiseren. De ervaring leert echter dat zon op dak lang niet altijd makkelijk van de grond komt. Nadeel is dat de daken nogal verspreid liggen door de Achterhoek, deze niet altijd geschikt zijn om het gewicht te dragen, ondernemers een dak met zonnepanelen niet eenvoudig verzekerd krijgen en het netwerk niet geschikt is om alle op daken opgewekte stroom te verwerken.
Om de doelstelling voor zon op dak te behalen. moeten dus nog de nodige hobbels worden genomen. Liander heeft daartoe een inpassingsladder ontwikkeld, die de kans op realisatie van zon op dak zo groot mogelijk maakt. Die ladder kan mede gebruikt worden om een gezamenlijk plan van aanpak te ontwikkelen. 2d.1. Lokaal eigenaarschap is van groot belang Lokaal eigenaarschap of financiële participatie bij een te realiseren energieproject gaat uit van vergaande betrokkenheid van inwoners of lokale bedrijven. Algemeen wordt onderkend dat dit nuttig en ook nodig is voor het tijdig realiseren van de energietransitie. In het klimaatakkoord is afgesproken om ernaar te streven dat minimaal 50% van de productie van hernieuwbare energie (wind en zon) in handen komt van de lokale omgeving. Dit kunnen inwoners, bedrijven en coöperaties, zoals bijvoorbeeld Agem, zijn. In ons beleidskader was overigens al opgenomen dat initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking voor minimaal 50% worden opengesteld voor medezeggenschap voor de omgeving.
5 Doetinchem, 22 september 2021 Er zijn veel manieren om aan dit uitgangspunt vorm te geven. De aanpak om lokaal eigenaarschap te realiseren, is in alle gemeenten nu nog anders. Het is van belang om in de hele Achterhoek een gelijk speelveld te creëren voor alle partijen. In een regionaal plan van aanpak lokaal eigendom kunnen deze aspecten afgestemd en uitgewerkt worden. 3. In de RES 1.0 Achterhoek staan gezamenlijke afspraken. De RES-partners hebben naar elkaar uitgesproken dat zij staan voor de RES 1.0 Achterhoek. Daarmee is bij alle partijen commitment ontstaan om in te stemmen met de RES. De verwachting is dat dat ook zal gebeuren. Mocht een van de partijen niet instemmen, dan zal de RES in principe toch worden aangeboden. Uiteraard gebeurt dat in onderling overleg. 4. Het is van belang dat de keuzes uit de RES worden vertaald in onze visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het bestaande beleidskader voor duurzame energie in Doetinchem is inmiddels twee jaar oud. De ontwikkelingen gaan snel. Er zijn inmiddels vijf initiatieven voor grootschalige energieopwekking bij de gemeente ingediend. Deze projecten leveren een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Ze hebben echter ook een grote impact op de omgeving.
Omdat het vaststellen van de RES sowieso leidt tot een aanpassing van het bestaande beleidskader, is dit het goede moment om het beleidskader tegen het licht te houden. We maken even pas op de plaats en nemen, totdat het beleidskader herijkt is, geen nieuwe ontwikkelingen in behandeling voor zon op land en voor wind. We zetten de lopende ontwikkelingen wel door, evenals eventuele initiatieven voor grootschalig zon op dak. Zon op dak zetten we door omdat we van mening zijn dat we alle kansen moeten aangrijpen om het aandeel zon op dak zo groot mogelijk te maken. Bij het tegen het licht houden van het beleid zal de RES worden geïmplementeerd, zullen de ervaringen met de huidige projecten leiden tot verhelderingen en/of aanscherpingen en zullen ook andere ontwikkelingen, zoals die omtrent de omgevingsvisie, het klimaatadaptatieplan, de warmtetransitievisie en de herijking van het akkoord van Groenlo worden betrokken. 5. De energietransitie behelst niet alleen duurzame energieopwekking maar vooral ook energiebesparing. Op 1 maart 2023 moet de RES 2.0 gereed zijn. De RES 1.0 richt zich, naar opdracht vanuit het Rijk, vrijwel uitsluitend op duurzame energieopwekking. De energietransitie omvat echter ook de besparingsopgave.
Door de opwekkingsopgave en de besparingsopgave in samenhang met elkaar te bezien in plaats van als losse onderdelen creëren we een samenhangende regionale strategie op de gehele energietransitie. In een nieuw akkoord van Groenlo kunnen we hier afspraken over maken. In de RES 2.0, die op 1 maart 2023 gereed moet zijn, zal dit samenkomen. 6. Door de uitspraak van de Raad van State over de in Nederland toegepaste normen staan de landelijke normen ter discussie. De Raad van State heeft op 30 juni 2021 in een uitspraak over een windpark in Delfzijl gezegd dat het Activiteitenbesluit, waarop de Nederlandse normen voor windmolens zijn gebaseerd, ten onrechte een milieubeoordeling vooraf ontbeert. De normen uit het Activiteitenbesluit kunnen volgens de Raad van State dus niet gebruikt worden om plannen te toetsen. Dit betekent dat de regering alsnog een milieubeoordeling moet verrichten en de betrokken normen al dan niet gewijzigd moet vaststellen. Een gemeente kan er overigens ook voor kiezen om zelf normen op te stellen, die dan voorzien moeten zijn van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.
6 Doetinchem, 22 september 2021 Financiën De middelen voor het opstellen van de RES 1.0 komen tot op heden voornamelijk van het Rijk en van de provincie. Het budget is eindig. De RES-organisatie kan vermoedelijk tot het einde van het jaar blijven bestaan. Indien er geen nieuwe middelen beschikbaar komen, kan de RES 2.0 niet opgesteld worden. Dit geldt overigens voor alle RES-regio’s. De verwachting is dat Rijk en provincie opnieuw middelen beschikbaar zullen stellen. Kanttekeningen 1.1. Is een regionaal bod van 1,35 TWh niet te hoog of te laag? 1,35 TWh komt overeen met de berekeningen zoals opgenomen in de Regionale Uitvoeringsagenda Duurzame Energie Achterhoek uit 2016. Ten behoeve van de concept-RES is opnieuw gekeken naar de hoeveelheid elektriciteit die moet worden opgewekt om de Achterhoek energieneutraal te maken. Uit die hernieuwde berekeningen blijkt dat in een volledig energie neutrale Achterhoek veel meer elektriciteit moet worden opgewekt dan 1,35 TWh. Belangrijke reden voor dit verschil is dat bij de Regionale Uitvoeringsagenda alleen is gekeken naar de gebouwde omgeving, terwijl bijvoorbeeld de volledige elektrificatie van de transportsector niet in beeld was. Ook blijkt de besparing op elektriciteitsgebruik veel minder dan werd ingeschat en levert biomassa een veel geringere bijdrage.
1,35 TWh is daarmee een reële bijdrage aan de energietransitie en zeker niet te hoog. 1.2. Waarom gaan we niet uit van een optimale verhouding tussen wind en zon op nationale schaal? Het Rijk zet vooral in op windenergie op zee. In het klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 84 TWh hernieuwbare elektriciteit te produceren uit wind en zon. 60% daarvan (49 TWh) komt op zee en 40% (35 TWh) op land. De 35 TWh op land is niet verder uitgesplitst in wind en zon. De regio’s mogen hier zelf over beslissen. Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie is het van belang om productie en verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar te realiseren en ook op regionale en lokale schaal te streven naar een optimale verhouding tussen zon en wind. 1.3. Zijn er geen andere energiebronnen dan wind en zon? Snelheid is geboden. De klimaatverandering gaat harder dan verwacht en voorspeld tijdens het afsluiten van het klimaatakkoord in Parijs. De uitstoot van CO2 dient daarom met spoed te worden gereduceerd. Daarom wordt gekozen voor bewezen productietechnieken, die direct een significante bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie. Andere technieken, zoals thermische energie uit afvalwater of uit oppervlaktewater of kernenergie, staan nog in de kinderschoenen of duren te lang om te realiseren.
Opslagtechnieken voor elektriciteit, zoals waterstof, zijn nog in ontwikkeling en alleen van invloed op de energiedistributie en niet op de productie. 2a.1. Heeft de raad nog iets te kiezen als alleen gebied B wordt aangewezen? Het buitengebied van Doetinchem is relatief dichtbebouwd, zodat er maar weinig potentiële locaties beschikbaar zijn voor energieopwekking met wind. Buiten gebied B zou, op basis van huidige wet- en regelgeving, in Doetinchem op enkele plekken wellicht een enkele solitaire molen kunnen worden geplaatst. U zou hiervoor kunnen kiezen als u de clusteringsgedachte wilt loslaten. Dit zal nader moeten worden onderzocht en meegenomen kunnen worden bij de herijking van het beleidskader voor duurzame energieopwekking. Een andere keuzemogelijkheid voor de raad is om een gebied aan te wijzen waar voldoende woningen worden verwijderd om molens te kunnen plaatsen. De kosten daarvan maken de realisatie van een windmolenpark zeer twijfelachtig.
7 Doetinchem, 22 september 2021 2a.2. Gebied B ligt voor een groot deel in Bronckhorst. Ontstaat dan niet een veel te groot cluster? De kans is aanwezig dat de Bronckhorster molens in de buurt van Doetinchem komen. Zeker is dat niet, want het gebied heeft een behoorlijke oppervlakte. Afstemming is uiteraard nodig om interferentie te voorkomen en om samenhang te creëren. 2a.3. De Nederlandse wettelijke normen zijn niet streng genoeg. Nederland kent geen vaste afstandsnormen voor de plaatsing van windturbines. De afstand wordt bepaald door de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, de slagschaduw of het plaatsgebonden risico bij een woning. Ook de meeste ons omringende landen kennen geen afstandsnorm, maar een normering voor geluid, die soms strenger en soms ruimer is dan die in Nederland. De hinderbeleving van windturbines is per persoon verschillend. Dat betekent dat molens bij sommige mensen hinder kunnen veroorzaken, terwijl toch aan alle wettelijke normen wordt voldaan. 2c. De ambitie voor zon op dak is te laag. Een conservatieve schatting van de maximale realistische potentie voor grootschalig zon op dak bedraagt 0,49 TWh. In de RES is een doelstelling opgenomen om in 2030 0,35 TWh gerealiseerd te hebben, dat is ruim 70% van het potentieel. De realisatie van zon op dak kent behoorlijk wat obstakels.
Naast de uitdagingen die Liander heeft op het gebied van versterking van het netwerk hebben we ook te maken met heel veel verschillende eigenaren, dakconstructies, financieringsconstructies et cetera. Om de doelstelling van 0,35 TWh te behalen, zullen we een gezamenlijke strategie moeten ontwikkelen waarbij naar verwachting ook meer middelen en menskracht nodig zijn. 2d.1. Veel mensen hebben niet de middelen om financieel te participeren. Er bestaan verschillende vormen van participatie. Omwonenden kunnen mede-eigenaar worden van de onderneming of ze kunnen risicodragend financieel deelnemen in de onderneming. Daarnaast bestaan er mogelijkheden om een deel van de opbrengst via een omgevingsfonds ten goede te laten komen aan maatschappelijke doelen of om de direct omwonenden via een omwonendenregeling korting te geven op groene stroom. Bij een omgevingsfonds en een omwonendenregeling is wel sprake van participatie, maar dragen mensen financieel niet bij. De te kiezen vorm van participatie kan per initiatief verschillend zijn. Er zijn verschillende marsroutes naar 50% projectparticipatie. Nader onderzoek moet aantonen hoe participatie het best kan worden georganiseerd. 2d.2. Participatie betekent niet dat belanghebbenden automatisch instemmen met windturbines of zonneparken. Gemeente Doetinchem heeft participatie hoog in het vaandel staan.
Participatie is bedoeld om ervoor te zorgen dat de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden bekend worden en hun standpunten en argumenten goed kunnen worden meegewogen. Het is niet te verwachten dat daardoor 100% draagvlak zal ontstaan voor een initiatief. Een participatieproces doet niets af aan de rechten van omwonenden bezwaar aan te tekenen tegen een initiatief. 4. Een pas op de plaats maken betekent vertraging in de energietransitie. De ambitie van de gemeente is groot. We zijn daarom blij met alle initiatieven die er op dit moment zijn. Aan de andere kant constateren we dat deze initiatieven niet vanzelf tot stand komen en dat het nog een flinke zoektocht is naar de juiste vorm van participatie. Even pas op de plaats om de processen te beoordelen betekent op de korte termijn misschien vertraging, maar kan helpen om nieuwe initiatieven sneller te realiseren. Op langere termijn ontstaat er dus een versnelling.
8 Doetinchem, 22 september 2021 Daarbij speelt dat Doetinchem met de bestaande initiatieven al een belangrijke bijdrage levert aan de regionale opgave voor zon op land en wind. Een pas op de plaats is daarom verantwoord. Dat geldt niet voor zon op dak. Daar blijven we meewerken aan initiatieven. 6. Kan de gemeente zelf milieunormen voor windmolens opstellen om vertraging te voorkomen? Een gemeente kan ervoor kiezen om zelf milieunormen op te stellen, die voorzien moeten zijn van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. De gemeente zou dan een voorschot nemen op de uitkomst van een landelijke discussie. Als de gemeentelijke normen niet blijken te passen binnen het landelijke kader, leidt dat tot meer vertraging. Vervolg De RES 1.0 wordt door alle gemeenteraden uit de regio Achterhoek, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap in dezelfde periode behandeld. Indien alle raden, de staten en het waterschapsbestuur de RES 1.0 vaststellen, zal deze daarna officieel worden aangeboden. Indien één of meerdere gremia nog wijzigingen voorstellen volgt nader overleg, waarna een gewijzigde versie van de RES 1.0 in procedure wordt gebracht. De officiële aanbieding zal dan na de tweede behandeling door de gemeenteraden, provinciale staten en dagelijks bestuur van het waterschap plaatsvinden.
De RES 1.0 is een tussenstap op weg naar de energietransitie in de Achterhoek en in Nederland. De RES 2.0 wordt op 1 maart 2023 opgeleverd. Bijlage 1. RES 1.0 Achterhoek Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg
mr. M. Boumans MBA MPM
De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: 1. Een bijdrage te leveren aan het Achterhoekse RES-bod van 1,35 TWh tot 2030. 2. Ten behoeve van deze bijdrage: a. het Doetinchemse deel van gebied B (rond Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg) aan te wijzen als potentiële locatie voor geclusterde windenergie en daarbij uit te gaan van een op te wekken vermogen van ongeveer 0,06 TWh; b. de bekende zonneparkinitiatieven in Doetinchem ten aanzien van zon op land als bijdrage aan te wijzen voor de RES-opgave ten aanzien van zon; c. het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak zon op dak uit te werken; d. het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak lokaal eigenaarschap uit te werken. 3. De RES 1.0 Achterhoek vast te stellen. 4. Het college opdracht te geven om deze RES te verwerken in het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem en om tot vaststelling van het aangepaste beleidskader geen nieuwe initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking met wind of met zon op land in behandeling te nemen. 5.
Het college opdracht te geven om met de RES-gemeenten toe te werken naar een hernieuwd akkoord van Groenlo, waarin de opwekopgave en de besparingsopgave met elkaar zijn verweven. 6. Het college opdracht te geven bij de hiervoor genoemde uitwerkingspunten rekening te houden met de recente uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid voor het plaatsen van windmolens. Aldus besloten in zijn vergadering van 30 september 2021,
, griffier
, voorzitter