CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Deelname aan het Landelijk Ontwikkelfonds.pdf

beeldvormende raad 11 november 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Deelname aan het Landelijk Ontwikkelfonds1.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Deelname aan het Landelijk Ontwikkelfonds

voor beeldvormende raad naam opsteller: K. Legtenberg telefoonnummer: 399 625 e-mailadres: k.legtenberg@doetinchem.nl

Te besluiten om: 1. In plaats van het zelf oprichten van een regionaal aanjaagfonds voor duurzame energieopwekking aan te sluiten bij het Landelijk Ontwikkelfonds. 2. Het beschikbaar gestelde krediet van € 1,25 miljoen uit het duurzaamheidsfonds ten behoeve van het regionaal aanjaagfonds te verlagen naar € 500.000,- voor deelname aan het Landelijk Ontwikkelfonds. Inleiding Samen met vijf andere gemeenten in de Achterhoek heeft Doetinchem in 2018 besloten een aanjaagfonds voor duurzame energieopwekking op te richten. Uw raad heeft hiervoor op 28 februari 2019 het benodigde krediet van € 1,25 miljoen beschikbaar gesteld. Sindsdien heeft het nodige onderzoek en de benodigde afstemming plaatsgevonden. Een wijziging van het plan tot oprichting van het fonds is wenselijk. Argumenten 1.1. De financiële risico’s van het regionaal aanjaagfonds bleken te groot. Samen met experts van het bedrijf KplusV is een concept-implementatieplan uitgewerkt. Uit dit concept-implementatieplan bleek dat de risico’s van het aanjaagfonds in de vorm zoals voorgesteld te groot waren. De verwachting was dat het fonds op termijn leegloopt, waarmee het toegestane maximale verlies van € 500.000,-, besloten bij raadsbesluit van 28 februari 2019, ruimschoots wordt overschreden. 1.2. Een alternatief voor het regionaal aanjaagfonds is wenselijk.

Er blijft behoefte aan een instrument om lokale coöperatieve initiatieven te faciliteren. Aan de voorzijde moeten immers veel kosten worden gemaakt die door lokale coöperaties, in tegenstelling tot projectontwikkelaars, niet gedekt kunnen worden uit eerdere projecten. Zo zijn voor het realiseren van een zonne- of windpark vaak een bestemmingsplanwijziging en een omgevingsvergunning nodig waarvoor veel onderzoek noodzakelijk is. Reguliere geldverstrekkers voorzien niet in de mogelijkheid om lokale coöperatieve projecten te ondersteunen met een geldlening in deze voorfases van een project. Dat “financieringsgat” gaat het ontwikkelfonds opvullen. In de hierna volgende afbeelding is weergegeven welke fasen welke financiering kent.

Er bestaan diverse initiatieven in de Achterhoek waarbij een dergelijk fonds een uitkomst (had kunnen) kan bieden. Zo heeft Agem verschillende projecten in portefeuille die aangegeven hebben gebruik te willen maken van een fonds. Ook voor het zonnepark Europaweg had dit fonds een optie kunnen zijn; de voorfinanciering van dit park vindt nu plaats vanuit het budget duurzaamheid.

De samenwerkende gemeenten (Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, en Oude IJsselstreek) willen daarom nog steeds voorzien in een instrument om juist deze projecten te faciliteren. Dit alternatief is gevonden in het Landelijk Ontwikkelfonds. 1.3 Het Landelijk Ontwikkelfonds biedt ruimte om als samenwerkende regiogemeenten deel te nemen. Het Landelijk Ontwikkelfonds is door Energie Samen (initiatiefnemer tot dit fonds) financieel ondergebracht bij het Nationaal Groenfonds. Het Rijk draagt 10 miljoen aan dit fonds bij. Zowel provincies als aparte regio’s kunnen aansluiten bij dit fonds. Tot nu toe nemen vier provincies (Zuid-Holland, Drenthe, Utrecht en Limburg) deel aan dit fonds. Onze provincie Gelderland heeft aangegeven vooralsnog niet te willen deelnemen, omdat zij al eigen fondsen hebben, onder andere via OostNL. Deze fondsen voorzien echter niet voldoende in de behoefte van financiering in de beginfase van lokale projecten. Het Landelijk Ontwikkelfonds voldoet hier wel aan. Omdat het Landelijk Ontwikkelfonds ook de ruimte biedt om als aparte regio deel te nemen, hebben de gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Montferland afgestemd om hier gezamenlijk aan deel te nemen. Een latere instap van de overige Achterhoekse gemeenten is altijd mogelijk.

Doordat 6 van de 8 gemeenten uit de Achterhoek naar verwachting zullen deelnemen, wordt het een fonds van enige omvang, waarmee energiecoöperaties ook echt worden geholpen bij het realiseren van projecten. 1.4 Een fonds als dit bevordert participatie en lokaal eigendom. Participatie en lokaal eigendom is een belangrijk streven dat is opgenomen in het beleidskader duurzame energieopwekking in Doetinchem, dat op 25 april 2019 door u is vastgesteld. Het Landelijk Ontwikkelfonds kan inwoners ondersteunen om eigen grootschalige duurzame energie-initiatieven te ontplooien. Daarnaast creëren we door het Landelijk Ontwikkelfonds een extra mogelijkheid om als inwoners financieel deel te nemen aan duurzame energieprojecten van projectontwikkelaars. 1.5 Met het Landelijk Ontwikkelfonds blijven de oorspronkelijke uitgangspunten van het regionaal aanjaagfonds overeind. Er is een vergelijk gemaakt tussen het oorspronkelijke aanjaagfonds en het Landelijk Ontwikkelfonds. Er is onder andere gekeken naar de doelgroep van het fonds, de voorwaarden van de leningen en de governance/organisatie. Belangrijkste conclusie: - De inleg van onze gemeenten is veel lager (maximaal 2 miljoen per regio/provincie). - Doordat het Rijk het eerste risico van eventuele niet-terugbetaling van de leningen op zich neemt, worden de risico’s voor ons als samenwerkende gemeenten veel lager.

- Het is alleen voor energiecoöperaties beschikbaar. - Het bestedingsdoel is vergelijkbaar. - Het beheer van het fonds ligt bij het Energie Samen, de financiële afhandeling vindt plaats vanuit het Groenfonds, een regionaal projectbureau beoordeelt ‘eigen’ projecten. - Het kent een hoge opslag voor de aanvrager. Met deelname aan het Landelijk Ontwikkelfonds blijven de oorspronkelijke uitgangspunten van het aanjaagfonds overeind. 1.6 Het Landelijk Ontwikkelfonds is een revolverend fonds met een beperkt risico. Het is een revolverend fonds waarbij de verstrekte leningen na een periode van tussen de 4 en 7 jaar afgelost worden, waardoor middelen weer terugvloeien in het fonds. Op die manier kan het geld meerdere keren worden ingelegd in projecten. Het eerste risico, bij niet terugontvangen van de geldlening bij projecten, ligt bij het Rijk. Wanneer het risicoaandeel van het Rijk (te veel) slinkt, kunnen gemeenten op tijd bepalen met het fonds te stoppen. De gemeente ontvangt de inleg dan terug. Mocht het Landelijk Ontwikkelfonds in onze regio erg succesvol zijn, dan is bijstorten mogelijk.

1.7 De inleg komt terecht bij projecten op het grondgebied van de deelnemende gemeenten in de Achterhoek. Het fondsmanagement ligt bij Energie Samen. Zij beoordelen of een aanvraag de lening krijgt toegekend. Doordat de inleg van iedere deelnemer (provincie of regio) door Energie Samen apart wordt gestort in het Nationaal Groenfonds, komt onze bijdrage dan ook alleen bij projecten in het werkgebied van onze regionaal deelnemende gemeenten terecht. 1.8 Een regionaal projectbureau met een regiocoördinator zal de lokale prioriteiten inbrengen. De (samenwerkende) energiecoöperaties in de regio zijn zelf verantwoordelijk voor totstandkoming en evaluatie van goede aanvragen. Daarvoor wordt een projectbureau met een regiocoördinator aangesteld. De kosten voor de regiocoördinator worden de eerste vijf jaar door inleg van het ministerie van economische zaken en klimaat (EZK) gedekt. Na die eerste vijf jaar zullen deze kosten gedekt worden uit succesvolle projecten. Het projectbureau ondersteunt energiecoöperaties bij het ontwikkelen van projecten. Het is de bedoeling om het projectbureau bij Agem onder te brengen. Zij zijn nauw betrokken bij coöperatieve projecten in de Achterhoek en kennen deze goed. De regiocoördinator komt ook onder Agem te vallen en is verantwoordelijk voor het toetsen van de haalbaarheid en het bepalen van lokale prioriteiten.

Om een goede afweging te kunnen maken, toetsen twee regiocoördinatoren een aanvraag. De coördinator van het regionaal projectbureau en een coördinator van een andere deelnemer aan het Landelijk Ontwikkelfonds. Zo wordt geborgd dat de afweging zuiver op de inhoud en vooraf bepaalde prioriteiten wordt genomen. 1.1 De benodigde inleg voor het Landelijk Ontwikkelfonds is lager. Ten behoeve van het regionaal aanjaagfonds duurzame energieopwekking was € 1,25 miljoen uit het duurzaamheidsfonds gereserveerd. Door af te zien van het regionaal aanjaagfonds en in plaats daarvan aan te sluiten bij het Landelijk Ontwikkelfonds is minder krediet nodig, namelijk € 500.000,-. De overgebleven € 750.000,- zal weer als krediet beschikbaar worden gesteld in het duurzaamheidsfonds. Financiën Voor het op- en inrichten van een regionaal Aanjaagfonds heeft uw raad al op 28 februari 2019 een krediet van € 1,25 miljoen beschikbaar gesteld uit het duurzaamheidsfonds. Voor de deelname aan het Landelijk Ontwikkelfonds is van de gemeente een veel kleinere bijdrage nodig, namelijk € 500.000,- per gemeente. Dit bedrag kan worden voorzien uit het duurzaamheidsfonds. Hieronder het overzicht ten aanzien van het duurzaamheidsfonds:

Risicovoorziening Het risico van het Landelijk Ontwikkelfonds wordt door Energie Samen geschat op 25%. Doordat het Rijk een bedrag van 10 miljoen euro heeft gestort in het Landelijk Ontwikkelfonds en het Rijk met deze middelen het eerste risico dekt, wordt het risico voor de deelnemende gemeenten lager. Daarnaast wordt voor elk geleend bedrag uit het ontwikkelfonds een opslag gerekend. De succesvolle projecten voeden het fonds weer en vangen mogelijk afgeboekte oninbare vorderingen op. Met periodieke monitoring houden we het risico in de gaten. Een eventueel resterend risico voor onze gemeente wordt opgevangen binnen het duurzaamheidsfonds.

Kanttekeningen 1.1 Het Landelijk Ontwikkelfonds is niet zonder risico. Het risico is dat de initiatiefnemer zijn verplichtingen niet kan nakomen en dat een gedeelte van de vordering oninbaar is. In dat geval komt de oninbare vordering ten last van het ingebrachte tegoed door de deelnemende Achterhoekse gemeenten. Wel worden de eerste verliezen (first loss) voor rekening genomen van het Rijk (EZK). Daarnaast zorgen succesvolle projecten ervoor dat de middelen groeien, dit door de opslag per fase over de lening. 1.2 De hoge opslag schrikt aanvragers af. Deze opslag is wisselend per fase. Met name bij fase 1, het haalbaarheidsonderzoek, is het risico en daarmee ook de opslag het grootst. Ondanks de hoge opslag is de verwachting dat initiatieven toch gebruik zullen maken van het fonds. Veel andere alternatieven zijn er namelijk niet en de lening wordt onderdeel van de gehele businesscase. Hij moet zich uiteindelijk dus terugverdienen. Bijlagen 1. Fondsdocumentatie Energie Samen; 2. Vergelijking regionaal Aanjaagfonds en Landelijk Ontwikkelfonds. Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg

mr. M. Boumans MBA MPM

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7537/documents/38547