Raadsvoorstel Beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal.pdf
Tekst van het document
Aan de raad
AGENDAPUNT NR. 5.3 Doetinchem, 7 juli 2021
Beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal Te besluiten om: 1. De SAZA-Topsporthal uiteindelijk in gemeentelijk eigendom te nemen en de exploitatieverantwoordelijkheid bij het Sportbedrijf neer te leggen (variant 3). 2. Het college van burgemeester en wethouders te mandateren om hier nader inhoud aan te geven, uitgaande van het voorlopig in stand houden van stichting SAZA. Inleiding Op 25 februari 2021 bent u akkoord gegaan met de overdracht van de SAZA-hal naar de gemeente. Daarbij hebt u op basis van een analyse van de jaarrekeningen SAZA van de afgelopen jaren, incidenteel en structureel middelen beschikbaar gesteld om de SAZAexploitatie een reëel perspectief te bieden richting een neutraal saldo. Aan u is toen meegegeven dat alleen de loonsomconsequenties van de overdracht van het personeel van stichting SAZA naar gemeente Doetinchem nog een risico vormen. Tijdens de gesprekken over de arbeidsvoorwaarden kwam vervolgens naar voren dat deze loonsomconsequenties erg nadelig voor de SAZA-exploitatie zouden uitpakken indien deze medewerkers in dienst komen bij de gemeente. Dit gegeven hebben wij met u gedeeld in de raadsmededeling 2021-42 van 20 april jongstleden (zie bijlage 1). Daarbij hebben wij aangegeven dat wij willen onderzoeken in hoeverre een directe overgang van SAZA-Topsporthal naar het Sportbedrijf aan de orde zou kunnen zijn.
Dit raadsvoorstel geeft de uitkomsten van dat onderzoek en de consequenties ervan weer. Voor het onderzoek als zodanig verwijzen wij naar bijlage 2. Argumenten 1.1. Op grond van een criteria-analyse, waarbij drie varianten zijn onderzocht, komt variant 3 als beste naar voren: dit is de variant waarbij de SAZA-Topsporthal uiteindelijk gemeentelijk eigendom wordt en de exploitatieverantwoordelijk naar het Sportbedrijf gaat. In het onderzoek zijn drie varianten onderzocht. De eerste is dat de hal en de exploitatieverantwoordelijkheid als geheel naar gemeente Doetinchem gaan. De tweede is dat de hal en de exploitatieverantwoordelijkheid als geheel naar het Sportbedrijf gaan. De derde variant gaat uit van het gegeven dat de hal naar gemeente Doetinchem gaat en de exploitatieverantwoordelijkheid bij het Sportbedrijf komt te liggen. Bij een beoordeling van de voor- en nadelen van deze varianten zijn de volgende criteria meegewogen: a. Een professionele werkomgeving toegerust voor deze specifieke taken en activiteiten; b. Loonsomconsequenties voor de exploitatie; c. Zekerheid voor personeel op langere termijn; d. Gemeentelijk grip op exploitatieresultaten; e. Instandhouding rulingafspraken met Belastingdienst met betrekking tot de BTW; f. Vermijden van overdrachtsbelasting; g. Synergievoordelen. Variant 3 kwam uit die analyse als beste naar voren.
In deze variant zijn de negatieve loonsomconsequenties voor de SAZA-exploitatie minder groot (circa € 60.000). Daarmee is ook de zekerheid op langere termijn voor het personeel geborgd. Verder is in deze variant sprake van inpassing in een entiteit - het Sportbedrijf - die beheer en exploitatie van sportvoorzieningen als kernactiviteiten kent. Vanuit die entiteit kan er volop worden gestuurd op synergievoordelen rond inkoop, inzet personeel, beheer en onderhoud, et cetera.
2 Doetinchem, 7 juli 2021 De gemeentelijke sturing vindt plaats via een dienstverleningsovereenkomst en gemeentelijk aandeelhouderschap. In deze variant is er geen sprake van overdrachtsbelasting voor de hal; daarvan zijn we als gemeente namelijk vrijgesteld. Als nadeel van deze variant geldt evenwel dat de ruling met de Belastingdienst inzake btw vervalt, althans als deze variant op korte termijn in werking treedt. 1.2. Uitgaande van de uiteindelijke variant 3 is er een tijdelijk construct denkbaar, zonder dat de ruling afspraken met de Belastingdienst vervallen. Uitgaande van variant 3 is bekeken of er een tijdelijk construct denkbaar is waarbij de rulingafspraken met de Belastingdienst intact blijven. De mogelijke constructies hebben wij samen met Sportbedrijf en het huidige SAZA-bestuur verkend. Het eerste construct is dat de huidige Stichting SAZA overgaat in een BV, waarin de gemeentelijke invloed en die van het Sportbedrijf geborgd moeten worden. Op zeker moment kan deze BV op zakelijke gronden fuseren met de BV Sportbedrijf, bijvoorbeeld op 1 januari 2023. Op deze manier doet de tijd zijn werk inzake de ruling met de Belastingdienst. Dit construct heeft echter niet onze voorkeur. Er is namelijk een tweede construct denkbaar dat eenvoudiger en eenduidiger is.
Dat construct gaat ervan uit Stichting SAZA blijft daarbij bestaan, waarbij een vertegenwoordiging van het Sportbedrijf het nieuwe stichtingsbestuur gaat vormen. Doordat de hal niet wordt overgedragen speelt de problematiek van de overdrachtsbelasting niet. Omdat de juridische entiteit dezelfde blijft, lopen de rulingafspraken met de Belastingdienst geen gevaar. Met dit construct kan het nieuwe stichtingsbestuur al die zaken oppakken die van belang zijn, waaronder het inpassen van medewerkers SAZA in de CAO voor het Sportbedrijf. Ook kan zo van meet af gestuurd worden op synergie en integratie tussen SAZA Topsporthal en Sportbedrijf. De gemeentelijke invloed is indirect, namelijk via het Sportbedrijf. Het eigendom van de hal blijft dan voorlopig bij de Stichting en gaat pas over de naar gemeente op het moment waarop de hal zonder negatieve btw-consequenties kan worden overgedragen. Ook overdrachtsbelasting is niet aan de orde vanwege de vrijstelling van gemeenten. 2.1. Op het moment dat de raad zijn kaderstellende uitspraak heeft gedaan, moeten er nog vele detailzaken worden ingevuld. Vanwege de effectiviteit wordt de raad verzocht het mandaat van zo’n nadere uitwerking bij het college van B&W neer te leggen.
Voor de uiteindelijke invoering van variant 3 en het tijdelijk in positie plaatsen van het Sportbedrijf in het nieuwe SAZA-bestuur is een nadere uitwerking van vele detailzaken aan de orde. Denk daarbij aan de wijze waarop het Sportbedrijf het beste in positie kan worden geplaatst, de borging van gemeentelijke sturing daarop, het overnemen van particuliere leningen, het werken aan inpassing van SAZA-medewerkers richting de eindvariant, et cetera. Het bij het college neerleggen van het mandaat voor nadere uitwerking bevordert de effectiviteit en de snelheid. Vanzelfsprekend zal dit alles in nauw overleg plaatsvinden met het Sportbedrijf en stichting SAZA. Financiën De financiële consequenties van toevoeging van loonsom (€ 30.000 incidenteel in 2021 en € 60.000 structureel vanaf 2022) zijn betrokken bij de aanmeldingen 1e bestuurlijke monitor 2021 en Kadernota 2022. Kanttekeningen 1.1. Zijn er geen andere varianten denkbaar? Andere varianten zijn denkbaar en ook onderzocht. Bij een vergelijking komt variant 3 als beste naar voren, waarbij het tijdelijk construct van instandhouding van de Stichting de negatieve consequenties van variant 3 (het vervallen van de ruling afspraken met de Belastingdienst) elimineert.
3 Doetinchem, 7 juli 2021 Vervolg Nadat dit besluit is genomen worden de consequenties van dit besluit nader uitgewerkt. Ons college draagt hiervoor zorg. Bijlagen Bijlage 1: Raadsmededeling 2021-42, 21 april 2021 Bijlage 2: Beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal, 1 juni 2021 Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg
mr. M. Boumans MBA MPM
De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal, gelet op artikel 108, 1e lid, in samenhang met artikel 147, 2e lid van de Gemeentewet; besluit: 1. De SAZA-Topsporthal uiteindelijk in gemeentelijk eigendom te nemen en de exploitatieverantwoordelijkheid bij het Sportbedrijf neer te leggen (variant 3). 2. Het college van B&W te mandateren om hier nader inhoud aan te geven, uitgaande van het voorlopig in stand houden van stichting SAZA. Aldus besloten in zijn vergadering van 15 juli 2021,
, griffier
, voorzitter