Raadsbesluit 8 juli 2021 Beleidsregel Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021 (2021-60).pdf
Tekst van het document
Aan de raad
AGENDAPUNT NR. 6.5 Doetinchem, 2 juli 2021
ALDUS VASTGESTELD 8 JULI 2021 Beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’ Te besluiten om: 1. De beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied- 2021’ vast te stellen zodat voor bepaalde ontwikkelingen, die niet passen binnen de mogelijkheden van de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’, duidelijk is dat deze nog wel - onder voorwaarden - toegestaan worden. 2. Het college op te dragen om bij toekomstige bestemmingsplannen als gevolg van de beleidsregel ‘Planologisch beleidskader voor het landelijk gebied - 2021’ het ontwerpbestemmingsplan aan de raad voor te leggen voor besluitvorming. Daarbij stelt het college dan voor aan de raad om het ontwerpbestemmingsplan als (definitief) bestemmingsplan vast te stellen, onder de voorwaarden dat: a. Er geen zienswijzen op het bestemmingsplan ingediend zijn; b. Er ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan sprake is van een ongewijzigde vaststelling. De datum van vaststelling is daarbij de eerstvolgende raad na afloop van de terinzagelegging. 3. Ontwerpbestemmingsplannen die op grond van besluitpunt 2 aan de raad worden voorgelegd, mogen direct na besluitvorming door het college ter inzage gelegd worden, tenzij er sprake is van een bestemmingsplan dat politiek bestuurlijk gevoelig is. Voor die plannen wordt eerst de besluitvorming in de raad afgewacht, zoals in besluitpunt 2 is aangegeven. 4.
De besluiten als genoemd in besluitpunten 2 en 3 ook toe te passen voor bestemmingsplannen die opgesteld gaan worden als gevolg van de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’, zoals vastgesteld op 17 december 2020. 5. Het college verzoeken om bij de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet uit te zoeken hoe ook dan op een eenvoudige manier meegewerkt kan worden aan de ontwikkelingen van de beleidsregel ‘Planologisch beleidskader voor het landelijk gebied - 2021’ en de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’. Inleiding Met onze raadsmededeling 2020-136, ontwerpbeheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’, hebben wij u geïnformeerd over de terinzagelegging van de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’. In deze mededeling hebben wij ook aangegeven dat wij, om bepaalde ontwikkelingen te kunnen faciliteren, een beleidsregel aan u zullen voorleggen. Die zal gelijk met de vast te stellen beheersverordening aan u voorgelegd worden. Met voorliggend raadsvoorstel geven wij hier vervolg aan. Parallel aan de beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’ (bijlage 1) leggen wij de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’ ter vaststelling aan u voor. Beide voorstellen zijn gerelateerd aan elkaar. De beheersverordening legt de bestaande planologische situatie vast.
Omdat bepaalde planologische veranderingen voor het landelijk gebied gewenst zijn en omdat daaraan over het algemeen op een eenvoudige manier aan meegewerkt zou moeten worden, wordt de beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied- 2021’ ter vaststelling voorgesteld. Deze beleidsregel geeft de kaders voor deze veranderingen en regelt wanneer daaraan meegewerkt kan worden.
2 Doetinchem, 2 juli 2021 Na bespreking van ons voorstel in de beeldvormende raad op 1 juli 2021 is de beleidsregel aangepast. De voorgestelde mogelijkheden om gronden te voorzien van de bestemming Natuur, genoemd in de tabel, hoofdstuk 2 paragraaf 3, nummer 3-11 en 3-12, zijn geschrapt. Net als de voorwaarden die hiervoor opgenomen waren in paragraaf 5.11 en 5.12. Dit is gedaan omdat hier geen versnelde behandeling voor noodzakelijk is. Waar nodig kan het met een reguliere procedure. Argumenten 1.1. Deze ontwikkelingen mogen niet opgenomen worden in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’. In een beheersverordening is het niet toegestaan om afwijkingsregels op te nemen die niet ruimtelijk en/of functioneel ondergeschikt zijn aan de toegestane functie. Dit is door de wetgever bepaald in de Wet ruimtelijke ordening. Maar in het landelijk gebied komen deze bepaalde kleinere veranderingen wel degelijk voor. Bijvoorbeeld een agrariër die stopt met zijn bedrijf en zijn woning wordt een ‘gewone’ woning. Bij bestemmingsplannen voor het landelijk gebied is het planologisch vastleggen van deze veranderingen wel gebruikelijk, onder andere met de wijzigingsbevoegdheid. Dan delegeert u het mogelijk maken van bepaalde ontwikkelingen aan het college. Dit mag dus niet in een beheersverordening.
In voorgaande bestemmingsplannen voor het landelijk gebied hebt u de in de beleidsregel opgenomen ontwikkelingen via afwijkings- en wijzigingsregels aan het college gedelegeerd. Dit zijn dus geen ontwikkelingen die nieuw zijn en niet in eerdere bestemmingsplannen opgenomen waren. 1.2. Met de beleidsregel weet de initiatiefnemer op voorhand aan welke bepaalde ontwikkelingen medewerking verwacht kan worden. Met de voorliggende beleidsregel geeft u de kaders aan waarbinnen burgers en bedrijven van te voren kunnen inschatten of meegewerkt wordt aan een verzoek. Voor diverse ontwikkelingen is overzichtelijk aangegeven welke voorwaarden gelden voor medewerking. Voldoet een plan hieraan, dan kan de initiatiefnemer er in principe vanuit gaan dat aan het verzoek meegewerkt wordt. Daarmee worden deze bepaalde planologische veranderingen mogelijk. 2.1. Door al op het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen omtrent ongewijzigde vaststelling, is verdere behandeling in de raad na de terinzagelegging niet meer nodig. U stelt nu met de beleidsregel de kaders vast. De bestemmingsplannen die hieruit volgen moeten door de raad vastgesteld worden. Door dan al een besluit te nemen op het ontwerpbestemmingsplan, kan de vaststelling versneld worden. Wel onder de voorwaarde dat er geen zienswijzen zijn en er ook geen andere redenen zijn het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
Als niet aan één van deze voorwaarden voldaan kan worden, zal de behandeling van het vast te stellen bestemmingsplan in uw raad op de reguliere wijze plaats vinden. De vaststellingsdatum is formeel de eerstvolgende raad na afloop van de terinzagelegging. Wij zullen u bij deze bestemmingsplannen met een raadsmededeling informeren over de ongewijzigde vaststelling.
3 Doetinchem, 2 juli 2021 2.2. Deze bestemmingsplannen zouden normaliter met een wijzigingsbevoegdheid aan het college gedelegeerd zijn in een bestemmingsplan. De ontwikkelingen die in de beleidsregel zijn opgenomen, zijn ontwikkelingen die bij keuze voor een bestemmingsplan in het algemeen als wijzigingsbevoegdheid in de regels opgenomen zouden zijn. Daarmee delegeert u de bevoegdheid voor het aanpassen van het bestemmingsplan aan ons college. Deze delegatie is niet toegestaan om op te nemen in de beheersverordening. Maar het is wel gewenst duidelijkheid te geven over de voorwaarden voor bepaalde ontwikkelingen waardoor burgers en bedrijven weten welke ontwikkelingen zonder al te veel problemen normaliter toegestaan worden. 2.3. Een wijzigingsplan een kortere doorlooptijd bij besluitvorming kent, die op deze manier ook voor deze vergelijkbare bestemmingsplannen gehaald kan worden. Een initiatiefnemer wil het liefst zo snel mogelijk verder met zijn plan. Door de besluitvorming op deze wijze te versnellen, zijn bestemmingsplannen voor deze ontwikkelingen ook sneller klaar en kan de initiatiefnemer verder. Natuurlijk is dit alleen haalbaar als aan de voorwaarden voor deze versnelde besluitvorming voldaan wordt, dus geen zienswijzen en geen gewijzigde vaststelling.
Bestemmingsplannen waarop wél zienswijzen binnenkomen of waar geconcludeerd wordt dat gewijzigde vaststelling nodig is, zullen wij alsnog op de normale manier voor besluitvorming voor vaststelling aan u voorleggen. 3.1. De meeste bestemmingsplannen op basis van de beleidsregel zijn ondergeschikt en politiek weinig relevant, de kaders staan immers al in de beleidsregel. De ontwikkelingen die kunnen op basis van de beleidsregel zijn vaak politiek bestuurlijk weinig relevant. Er bijvoorbeeld voor zorgen dat de voormalige bestaande bedrijfswoning van een agrarisch bedrijf die gestopt is de juiste bestemming heeft, zal in het algemeen niet op problemen stuiten. Dus als de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in uw besluitvormingsproces gelijktijdig plaats vindt met de terinzagelegging van hetzelfde bestemmingsplan is dan geen probleem en zorgt er alleen maar voor dat logische veranderingen snel op een juiste manier planologisch vastliggen. 3.2. Uw raad houdt zo invloed op de besluitvorming bij politiek bestuurlijk gevoelige ontwikkelingen waar mogelijk wel op basis van de beleidsregel aan meegewerkt wordt. Het is natuurlijk mogelijk dat een vooraf ingeschatte bepaalde ontwikkeling voor een specifieke locatie toch wel politiek bestuurlijk gevoelig is.
Bijvoorbeeld als er sprake is van tegengestelde belangen met de (directe) omgeving van de locatie waar het ontwerpbestemmingsplan voor is opgesteld of als er potentiële conflicten zouden kunnen zijn. Deze plannen zullen wij dan nog niet als ontwerpbestemmingsplan ter inzage leggen zolang u dit ontwerpbestemmingsplan nog niet hebt behandeld zoals aangegeven in besluitpunt 2. 4.1. De mogelijkheden die in de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ worden geboden, zouden normaal ook met wijzigingsbevoegdheden in een bestemmingsplan verwerkt worden. De ontwikkelingen die in de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ zijn opgenomen zijn logische, ondergeschikte veranderingen voor het landelijk gebied. Normaal zouden ook deze ontwikkelingen bij keuze voor een bestemmingsplan voor het landelijk gebied, als wijzigingsbevoegdheden opgenomen worden. Het is logisch om deze bestemmingsplannen, voor zover ze volledig passen binnen de voorwaarden die gesteld zijn in de notitie, op eenzelfde manier te behandelen.
4 Doetinchem, 2 juli 2021 5.1. In 2022 zal de Omgevingswet naar verwachting in werking treden en vervalt de Wet ruimtelijke ordening en ook het instrument bestemmingsplan. Zoals wel bekend heeft de wetgever een grote transitie in voorbereiding in het wettelijke stelsel voor de fysieke leefomgeving. Heel veel wetgeving is samengevoegd in de Omgevingswet. Deze wet zal, naar verwachting in 2022 in werking treden. Het bestemmingsplan wordt dan opgevolgd door het omgevingsplan. Bij de voorbereidingen op deze veranderende wetgeving zal ook uitgezocht moeten worden op welke manier meegewerkt kan worden aan de ontwikkelingen in de beleidsregel beleidsregel ‘Planologisch beleidskader voor het landelijk gebied - 2021’ en de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’. Financiën De uitvoering past binnen het jaarplan van de team leefomgeving. Voor bestemmingsplannen die opgesteld worden op basis van de beleidsregel zullen leges in rekening gebracht worden bij de initiatiefnemer. Daarmee is het kostendekkend. Eventuele risico’s op planschade worden daarbij met een overeenkomst ook bij de initiatiefnemer neergelegd. Kanttekeningen 1.1. Aan de ontwikkelingen kan ook meegewerkt worden zonder dat er een beleidsregel voor is vastgesteld. Dat is inderdaad mogelijk.
Maar met de beleidsregel weten initiatiefnemers of bepaalde kleinere ontwikkelingen als logische ontwikkelingen gezien worden. Hierdoor kan men op voorhand inschatten of aan het initiatief meegewerkt zal worden. 2.1. Dit wijkt af van de normale raadsbehandeling van vast te stellen bestemmingsplannen. Dat is juist. Maar met de vaststelling van de beleidsregel heeft u de kaders al aangegeven. Plannen die passen in de beleidsregel zijn dus plannen waar u al richting aan heeft gegeven. Daardoor is een andere manier van bespreking in uw raad mogelijk. 3.1. Politiek bestuurlijk gevoelige ontwikkelingen worden bij gebruik van wijzigingsbevoegdheden ook niet aan de raad voorgelegd. Dat is juist. Maar de bestemmingsplannen die volgen uit de beleidsregel zijn bestemmingsplannen die u als raad moet vaststellen. Het is dus logisch dat bij politiek bestuurlijk gevoelige plannen toch de normale raadsbehandeling toegepast wordt. Zo kunt u bij deze plannen uw rol op een juiste manier uitvoeren. 4.1. De mogelijkheden in de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ zijn geen kleinere ontwikkelingen. De mogelijkheden die in deze notitie staan, zijn ook ontwikkelingen die normaal gesproken met wijzigingsbepalingen in een bestemmingsplan opgenomen worden. Net als de ontwikkelingen in de beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’.
Dus gelijke behandeling van die ontwikkelingen bij de bestemmingsplanprocedure is gewenst. Een initiatiefnemer zal zich ongelijk behandeld voelen als er een verschil in raadsbehandeling is. 5.1. Heeft het vaststellen van de beleidsregel wel zin, als de Omgevingswet in 2022 in werking treedt? De beleidsregel kan onder de huidige regelgeving voor bestemmingsplannen gebruikt worden. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de beleidsregel gebruikt worden voor wijziging van het omgevingsplan. Wat dan de meest eenvoudige manier hiervoor is, gaat uitgezocht worden bij de lopende voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hier zullen wij via die voorbereidende werkzaamheden bij u op terug komen.
5 Doetinchem, 2 juli 2021 Vervolg Na uw instemming zullen wij uw besluit samen met de beleidsregel zo snel mogelijk bekendmaken op overheid.nl. Vanaf dat moment treedt de beleidsregel in werking. Ook zal een publicatie hiervan geplaatst worden in het gemeenteblad, de gemeentepagina van het huis-aanhuis-blad en de website. Dit wordt gecombineerd met de bekendmaking van de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’ Bijlage 1. Beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’ Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg
mr. M. Boumans MBA MPM
De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening; besluit: 1. De beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied- 2021’ vast te stellen zodat voor bepaalde ontwikkelingen, die niet passen binnen de mogelijkheden van de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’, duidelijk is dat deze nog wel - onder voorwaarden - toegestaan worden. 2. Het college op te dragen om bij toekomstige bestemmingsplannen als gevolg van de beleidsregel ‘Planologisch beleidskader voor het landelijk gebied - 2021’ het ontwerpbestemmingsplan aan de raad voor te leggen voor besluitvorming. Daarbij stelt het college dan voor aan de raad om het ontwerpbestemmingsplan als (definitief) bestemmingsplan vast te stellen, onder de voorwaarden dat: a. Er geen zienswijzen op het bestemmingsplan ingediend zijn; b. Er ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan sprake is van een ongewijzigde vaststelling. De datum van vaststelling is daarbij de eerstvolgende raad na afloop van de terinzagelegging. 3.
Ontwerpbestemmingsplannen die op grond van besluitpunt 2 aan de raad worden voorgelegd, mogen direct na besluitvorming door het college ter inzage gelegd worden, tenzij er sprake is van een bestemmingsplan dat politiek bestuurlijk gevoelig is. Voor die plannen wordt eerst de besluitvorming in de raad afgewacht, zoals in besluitpunt 2 is aangegeven. 4. De besluiten als genoemd in besluitpunten 2 en 3 ook toe te passen voor bestemmingsplannen die opgesteld gaan worden als gevolg van de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’, zoals vastgesteld op 17 december 2020. 5. Het college verzoeken om bij de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet uit te zoeken hoe ook dan op een eenvoudige manier meegewerkt kan worden aan de ontwikkelingen van de beleidsregel ‘Planologisch beleidskader voor het landelijk gebied - 2021’ en de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’. Aldus besloten in zijn vergadering van 8 juli 2021,
, griffier
, voorzitter