Raadsbesluit 6 juli 2023 Vierde wijziging gemeenschappelijke regeling Laborijn (2023-35).pdf
Tekst van het document
Aan de raad
AGENDAPUNT NR. 7 Doetinchem, 28 juni 2023
GEWIJZIGD VASTGESTELD 6 JULI 2023 Vierde wijziging gemeenschappelijke regeling Laborijn Te besluiten om: 1. Geen zienswijze in te dienen op het ontwerp van de vierde wijziging gemeenschappelijke regeling Laborijn. Inleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Op grond van deze wetswijziging moet de gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Laborijn, hierna te noemen de ontwerpregeling, voor de vierde keer worden gewijzigd. Het voorstel daartoe treft u bijgaand aan. In het voorstel zijn de taken van het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 4 van de regeling, uitgebreid met de zorg voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Argumenten 1.1. Wijziging van de ontwerpregeling is noodzakelijke aangezien de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd. De wetswijziging van 1 juli 2022 heeft tot doel de democratische legitimatie en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. Als gevolg daarvan moet elke gemeenschappelijke regeling uiterlijk 1 juli 2024 in overeenstemming zijn gebracht met de actuele Wgr. Dit voorstel voorziet daarin. De wetswijziging heeft tot gevolgd dat de ontwerpregeling op de volgende onderwerpen wordt aangepast. Deze aanpassingen lichten wij hierna per onderwerp toe: A. B. C. D. E. F. G.
Aanscherping afspraken uittreding (artikel 9 lid 1 Wgr) Zienswijze procedure (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr) Inspraak/ Participatie (artikel 10 lid 7 en 8 Wgr) Evaluatie (artikel 11a Wgr) Actieve informatieplicht (artikel 17 lid 2 en 3 Wgr) Gemeenschappelijke raadscommissie (artikel 24a Wgr) Data planning- en control-cyclus (artikel 34 lid 2, artikel 34b en artikel 35 lid 1 Wgr)
A. Aanscherping afspraken uittreding In de huidige gemeenschappelijke regeling zijn de procedure en de gevolgen van uittreding op hoofdlijnen beschreven. De gewijzigde Wgr voegt daaraan toe dat in de regeling in elk geval afspraken worden gemaakt over het vermogen van de rechtspersoon en de uittredingsvoorwaarden. De procedure en voorwaarden bij uittreding zijn opgenomen in afdeling 7.3 van de ontwerpregeling (artikel 46 tot en met 54) en voorzien van een uitgebreide toelichting. Het uitgangspunt van samenwerking in een gemeenschappelijke regeling is dat iedere deelnemer eenzijdig kan besluiten om de samenwerking te beëindigen en uit de gemeenschappelijke regeling te treden. Daar staat echter tegenover dat de uittreder de nadelige gevolgen van de uittreding (frictie- en desintegratiekosten) moet compenseren.
2 Doetinchem, 28 juni 2023 Bij frictie- en desintegratiekosten gaat het enkel om kosten die een direct gevolg zijn van de uittreding. Hoewel dat niet letterlijk uit de tekst van de wijziging en toelichting blijkt, valt daar redelijkerwijs buiten het aandeel van de uittredende partij in eventuele balansposten, zoals reserveringen. Mocht een uittreding in de praktijk aan de orde komen, dan is het niettemin verstandig dit onderscheid in het uittredingsplan te benoemen. De aan de ontwerpregeling toegevoegde uittredingsbepalingen zijn erop gericht om te komen tot één door het algemeen bestuur vastgesteld uittredingsplan. Een plan dat het resultaat is van een proces waarin alle relevante belangen zijn afgewogen en dat alle condities bevat voor de uittreding. Als gevolg van een uittreding kan een situatie ontstaan, waarbij voorzetting van de gemeenschappelijke regeling niet langer reëel meer is. In die situatie regelt artikel 47 van de ontwerpregeling dat onder bepaalde voorwaarden er geen sprake is van uittreding, maar van opheffing van de gemeenschappelijke regeling, bedoeld in artikel 45 van de ontwerpregeling. B.
Zienswijze procedure In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de gemeenschappelijke regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt. Het dagelijks bestuur moet gemotiveerd en schriftelijk reageren op de zienswijze. Daarmee moet worden voorkomen dat zienswijzen ongemotiveerd genegeerd worden. Het is overigens niet verplicht om besluiten aan te wijzen waarop zienswijzen kunnen worden ingebracht, maar dan moet in de ontwerpregeling tot uitdrukking worden gebracht dat daarvan is afgezien. In de ontwerpregeling is ervoor gekozen om de raden nu ook een zienswijze te vragen over de kadernota (artikel 16a en 27, tweede lid van de regeling). De kadernota beschrijft uitvoerig de (beleidsmatige) ontwikkelingen en de financiële gevolgen daarvan en raakt als zodanig direct de kaderstellende rol van de raden. De kadernota vormt de basis voor de begroting van Laborijn, waarop eveneens een zienswijzeprocedure van toepassing is. Afgezien van het besluit over de begroting zijn er geen andere besluiten van het bestuur waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze moet worden gevraagd. Dit is tot uitdrukking gebracht in artikel 12a, 16a en 17a van de regeling. C.
Inspraak / Participatie De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de regeling een bepaling moet bevatten of en hoe inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid worden betrokken. Het is ook mogelijk om de inspraak via de gemeenteraden te laten verlopen. Wat betreft de doelgroep van de Participatiewet is participatie nadrukkelijk in de Participatiewet vastgelegd. Artikel 47 van de Participatiewet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over hoe cliëntenparticipatie wordt vormgegeven. Binnen de gemeenten zijn sociale raden ingesteld. Zij richten zich op het brede sociaal domein. Laborijn heeft een eigen cliëntenraad die zich specifiek richt op de belangen van de doelgroep van de Participatiewet. De belangen van SW-medewerkers worden vanuit een onderdeel commissie behartigd. Via een periodiek medewerkers tevredenheidsonderzoek wordt in beeld gebracht wat er leeft onder de SW-medewerkers. In de ontwerpregeling is nu in artikel 25 opgenomen dat het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in de verordening op grond van artikel 47 van de Participatiewet, zorgdraagt voor de instelling van een cliëntenraad bestaande uit personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid Participatiewet of hun vertegenwoordigers. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de cliëntenraad van Laborijn zijn grondslag vindt in de ontwerpregeling.
De cliëntenraad zal worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid in het kader van de Participatiewet.
3 Doetinchem, 28 juni 2023 D. Evaluatie Op grond van de gewijzigde Wet moeten er afspraken worden gemaakt over de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Er kan worden gekozen om de gemeenschappelijke regeling niet te evalueren, maar dan moet dat op basis van een bewuste keuze waarmee de gemeenteraden instemmen. In de ontwerpregeling is in artikel 42 een facultatieve bepaling opgenomen inhoudende dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur zorgdraagt voor een evaluatie van de regeling. Daarbij moeten de raden de inhoud en omvang van de evaluatie aangeven. Als alle raden instemmen met de evaluatie, dan is het algemeen bestuur verplicht om de evaluatie uit te voeren. E. Actieve informatieplicht Artikel 17, lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Laborijn. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in de ontwerpregeling tot uitdrukking gebracht in artikel 35, lid 4 en lid 5, artikel 36, lid 4 en artikel 37 lid 2 vermeld welke documenten het dagelijks bestuur in elk geval beschikbaar stelt.
De documenten worden op de website van Laborijn geplaatst, zodat deze voor iedereen zichtbaar zijn. F. Gemeenschappelijke raadscommissie In de ontwerpregeling is in artikel 20 een bepaling opgenomen gelijkluidend aan artikel 24a Wgr. Dit artikel biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen. Dat gebeurt op voorstel van de gezamenlijke gemeenteraden en dient te geschieden door het algemeen bestuur. G. Data planning- en control-cyclus Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning- en control-cyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in de regeling verwerkt en het proces ten aanzien de planning- en control-cyclus is opnieuw uitgelijnd. 1.2. In de ontwerpregeling zijn de taken van het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 4 van de regeling, uitgebreid met de zorg voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Laborijn draagt op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) van 1 januari 2022 tot 21 december 2023 zorg voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Met deze voorgestelde uitbreiding geeft Laborijn invulling aan het voornemen van de colleges van Aalten en Doetinchem om de uitvoering van Wet inburgering 2021 per 1 januari 2024 aan Laborijn over te dragen.
Financiën De financiële consequenties van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling hebben alleen betrekking op de uitvoering van de taken van de Wet inburgering. Waar de afspraken met betrekking tot deze uitvoering van taken eerst door middel van de DVO zijn gemaakt, maken deze kosten vanaf 2024 integraal onderdeel uit van de begroting van Laborijn. De begroting 2024 van Laborijn wordt separaat aan u en aan het college voorgelegd voor het geven van een zienswijze door de gemeenteraad.
4 Doetinchem, 28 juni 2023 Kanttekeningen Vervolg Na de termijn van de zienswijze heeft de gemeenteraad nog dertien weken om wel of geen toestemming te geven voor het wijzigen van de ontwerpregeling. Na toestemming van de gemeenteraad zal het college de ontwerpregeling, zoals deze komt te luiden na de vierde wijziging, vaststellen. De gewijzigde ontwerpregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. Bijlagen 1. Brief van het AB Laborijn inzake de vierde wijziging van de GR Laborijn 2. Versie Gemeenschappelijke regeling Laborijn (tekst na vierde wijziging) 3. Conceptbrief aan Laborijn Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg
mr. M. Boumans MBA MPM
De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over vierde wijziging Gemeenschappelijke Regeling Laborijn; gelet op artikel 108, lid 1, juncto artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen. besluit: als zienswijze van de gemeenteraad Doetinchem op de Vierde wijziging gemeenschappelijke regeling Laborijn het volgende aan het algemeen bestuur van Laborijn mee te geven: 1. De gewijzigde regeling Laborijn voldoet in belangrijke mate aan het hoofddoel van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimatie van de Laborijn te verbeteren. 2. Om de gewijzigde regeling Laborijn nog beter bij het hoofddoel van de Wgr te laten aansluiten stellen wij de volgende aanvullingen voor bij de artikelen 12a, 16a, 17a en 29 en de artikelen 35, 36 en 37 van de gewijzigde regeling Laborijn: a. De tekst bij artikel 12a door de volgende tekst te vervangen: Voorafgaand aan het te nemen van een besluit over zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact door het algemeen bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. b.
Aan artikel 16a de volgende nieuwe tekst als lid 1 toe te voegen en de andere leden te hernoemen naar lid 2, 3 en 4: Voorafgaand aan het te nemen van een besluit over zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact door het dagelijks bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. c. De tekst bij artikel 17a door de volgende tekst te vervangen: Voorafgaand aan het te nemen van een besluit over zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact door de voorzitter worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. d. Artikel 29 aan te vullen met een regel dat Laborijn jaarlijks met de gemeenten overlegt om te komen tot een planning voor de begrotingsprocedure die gemeenteraden voldoende gelegenheid geeft om een zienswijze op de ontwerpbegroting te geven. e. Artikel 35, lid 4 als volgt aan te vullen: Het dagelijks bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, in het bijzonder over alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. f.
Artikel 36, lid 4 als volgt aan te vullen: De voorzitter geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, in het bijzonder over alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
2 g. Artikel 37, lid 2 als volgt aan te vullen: Het algemeen bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, in het bijzonder over alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Aldus besloten in zijn vergadering van 6 juli 2023,
, griffier
, voorzitter