CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 6 juli 2023 Eerste begrotingswijziging 2023, begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn (2023-48).pdf

gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 10.8: Eerste begrotingswijziging 2023, begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn2.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raad

AGENDAPUNT NR. 10.8 Doetinchem, 28 juni 2023

ALDUS VASTGESTELD 6 JULI 2023 Eerste begrotingswijziging 2023, begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn Te besluiten om: 1. Kennis te nemen van de eerste begrotingswijziging 2023 van de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Als zienswijze aan het dagelijks bestuur van Laborijn kenbaar te maken geen bedenkingen te hebben bij deze begrotingswijziging. 2. Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Als zienswijze aan het dagelijks bestuur van Laborijn te maken geen bedenkingen te hebben bij de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Inleiding In de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn is vastgelegd dat Laborijn een begroting tot het eind van het betreffende begrotingsjaar kan wijzigen. Als een begrotingswijziging leidt tot een gewijzigde gemeentelijke bijdrage, kunt u de zienswijze ten aanzien van die begrotingswijziging kenbaar maken. Daarnaast is in de gemeenschappelijke regeling afgesproken dat Laborijn jaarlijks een begroting voor het komende jaar aanlevert. Eerder dit jaar heeft Laborijn door middel van de kadernota 2024 informatie verstrekt over de financiële en beleidsmatige uitgangspunten die voor de begroting 2024 van belang zijn.

De begroting geeft inzicht in de wijze waarop Laborijn het komende jaar uitvoering geeft aan de Participatiewet, Wet sociale werkvoorziening en de Wet Inburgering 2021. De activiteiten dragen bij aan het stimuleren van de (financiële) zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van inwoners in de gemeente Doetinchem. U krijgt inzicht in de bedrijfsvoering en beoogde resultaten van Laborijn en kan hierop invloed uitoefenen door zijn zienswijze mee te geven aan het dagelijks bestuur van Laborijn. Dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. Op 12 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur van Laborijn de ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn aan de raden van de deelnemende gemeenten aangeboden (zie bijlagen). Argumenten 1.1. De eerste begrotingswijziging 2023 van Laborijn leidt tot een hogere gemeentelijke bijdrage voor de uitvoeringskosten ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023. De stijging van de uitvoeringslasten is het gevolg van de aanpassing van de cao-gemeenten met een aanpassing van de lonen van het ambtelijk personeel met gemiddeld 7% en de toename van de energieprijzen voor gas en elektra met ruim 300%. Dit levert per saldo een lastenstijging op van ongeveer 1,2 miljoen.

Na aftrek van het positieve financiële resultaat van het programma WsW ligt een begrotingswijziging voor waarin de totale bijdrage uitvoeringskosten van de gemeenten toenemen met € 892.289. Voor Doetinchem betekent dit een toename van € 475.671. Ervan uitgaande dat we gecompenseerd worden voor de uitvoeringskosten Wet inburgering leidt dit tot een stijging van het aandeel van Doetinchem in de indirecte kosten met afgerond € 417.000 ten opzichte van de gemeentebegroting. De stijging is berekend in overeenstemming met de gemeentelijke uitgangspunten (indexering). De stijging is het gevolg van loon- en prijsstijgingen en niet beïnvloedbare ontwikkelingen.

2 Doetinchem, 28 juni 2023 De verwachting is dat compensatie voor gemeenten volgt via de meicirculaire gemeentefonds 2023. Inmiddels is duidelijk dat Sociale Ontwikkelbedrijven een vorm van compensatie ontvangen voor de gestegen energieprijzen. Mocht deze compensatie via de Rijksbijdrage WSW plaatsvinden, dan brengt Laborijn dit in mindering op de gemeentelijke bijdrage in de 2e gewijzigde begroting 2023. 2.1. De ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn sluiten aan bij de eerder vastgestelde kaders. De stijging van de uitvoeringskosten die in 2023 is ingezet, werkt door in deze meerjarenbegroting. De hoogte van de uitvoeringskosten is afhankelijk van het aantal te bedienen inwoners. Als het aantal inwoners dat afhankelijk is van de Participatiewet in de komende periode toeneemt, gaan de uitvoeringskosten voor de Participatiewet ook toenemen (trap op trap af systematiek). Voor de Wsw gaan de uitvoeringskosten afnemen in verband met de daling van het aantal Wswmedewerkers. Hoe dit doorwerkt per individuele deelnemende gemeente verschilt en is afhankelijk van het gemeentelijk aandeel in de Wsw en in de Participatiewet. Als het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de uitvoeringskosten worden door Laborijn keuze-scenario’s uitgewerkt. Dit is nu niet aan de orde.

De uitvoeringskosten zijn wel voor de jaren 2024 tot en met 2026 toegenomen ten opzichte van het meerjarenkader uit de vastgestelde begroting 2023. De oorzaak hiervan ligt in externe factoren. De stijging is namelijk het gevolg van loon- en prijsstijgingen en niet beïnvloedbare ontwikkelingen. Daarnaast wordt de uitvoering van de Wet inburgering 2021 van 1 januari 2024 onderdeel van de gemeenschappelijke regeling. De financiële effecten (waaronder de uitvoeringskosten) daarvan zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Vanaf 2022 heeft Laborijn de uitvoering van de Wet inburgering 2021 door middel van het afsluiten van een dienstverleningsopdracht (DVO) uitgevoerd. Tot en met 2023 waren de baten en lasten niet meegenomen in de begrotingen van Laborijn. Tot en met 2023 is de uitvoering van de Wet inburgering met mandaat overgedragen aan Laborijn en wordt er separaat gefactureerd. Vanaf 2024 wordt het mandaat overgegaan naar delegatie en is de uitvoering van de Wet inburgering opgenomen in de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Compensatie vindt plaats via het gemeentefonds (uitvoeringslasten) en een specifieke uitkering (verstrekkingen).

Overige ontwikkelingen die in de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 zijn verwerkt: - De klantaantallen voor de diverse regelingen (Participatiewet, werkzame inwoners met loonkostensubsidie, nieuw beschut, Wsw, Wet inburgering enz.) zijn geactualiseerd op basis van de laatste inzichten. De bijbehorende baten, lasten en benodigde formatie is hiermee in lijn gebracht. - De rijksbudgetten voor re-integratie en ontwikkeling zijn sinds 2023 niet meer op grond van circulaires één op één herleidbaar, maar zijn onderdeel van het bedrag dat gemeenten (ontschot) vanuit het gemeentefonds ontvangen. Laborijn heeft een plan gemaakt tot en met 2027 waarbij uitgegaan is van het door ons meegegeven financiële kader (het laatst bekende bedrag voor deze taken meerjarig geïndexeerd) en van de inhoudelijke uitdagingen die er liggen. Binnen het plan zet Laborijn de resterende middelen uit de bestemmingsreserve re-integratiemiddelen in. - Het is de lijn van het college om de uitvoering op te pakken met de beschikbare middelen. De raad heeft de mogelijkheid om de begroting van de gemeente bij te stellen. Meer financiële middelen betekent immers dat meer mensen geholpen kunnen worden. - De financiële verwerking van de kosten voor nieuwe huisvesting is verwerkt vanaf 2026. De aanname in deze begroting is dat het pand vanaf 1 januari 2026 in gebruik genomen wordt.

3 Doetinchem, 28 juni 2023

-

Blijvende inzet op de continuering/verduurzaming van de dienstverlening aan ondernemers (Ondernemerssteunpunt)

De DVO Wsw met gemeente Oude IJsselstreek is in de begroting opgenomen voor de duur van de huidige overeenkomst (Deze loopt af ultimo 2025). Er is niet geanticipeerd op een eventuele verlenging. Hierdoor valt een forse dekking weg voor de uitvoeringskosten. In het jaar 2026 en 2027 worden de beschikbare reserves ingezet om de uitvoeringskosten voor de deelnemende gemeenten niet harder te laten stijgen dan strikt noodzakelijk. Dit is overeenkomstig de eerder vastgestelde uitgangspunten. 2.2. De ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn voldoen aan de eisen gesteld in de gemeenschappelijke regeling. De ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn geven weer hoe Laborijn de doelstellingen in de betreffende periode wil realiseren en welke middelen daarmee gemoeid zijn. Daarmee voldoet de begroting aan de vereisten die in de gemeenschappelijke regeling zijn vastgelegd. Financiën Op grond van de 1e begrotingswijzing 2023 en de meerjarenraming 2024-2027 bedraagt de totale bijdrage van Doetinchem aan Laborijn: Totale gemeentelijke bijdrage aan Laborijn Buig Buig: impulsregeling Bbz kapitaalverstrekkingen Vangnetregeling zelfstandigen Bijzondere bijstand belast Inburgering Wsw Reintegratie Indirecte kosten Tozo Energietoeslag Totale gemeentelijke bijdrage aan Laborijn

2023 19.439.000 0 12.000 100.000 674.000 0 7.852.000 2.559.000 5.965.000 -130.000 650.000 37.121.000

2024 19.835.000 0 12.000 75.000 678.000 1.250.000 7.435.000 2.626.000 6.454.000 -130.000 0 38.235.000

2025 20.462.000 0 12.000 0 678.000 1.260.000 7.158.000 2.719.000 6.697.000 -130.000 0 38.856.000

2026 20.872.000 0 12.000 0 678.000 1.230.000 7.000.000 2.818.000 6.392.000 -130.000 0 38.872.000

2027 21.268.000 0 12.000 0 678.000 1.230.000 6.819.000 2.880.000 6.717.000 -130.000 0 39.474.000

De gewijzigde begroting 2023 van Laborijn komt uit op een totale gemeentelijke bijdrage van € 37.121.000 tegenover € 35.524.000 in de primitieve begroting 2023 van Laborijn. Dit betekent een stijging van de gemeentelijke bijdrage met € 2.597.000. Rekening houdend met onder meer aanpassing van de door ons te ontvangen rijksbijdragen voor de BUIG (gebundelde uitkering die gemeenten ontvangen van het rijk voor de kosten van de Participatiewet), Re-integratie en Wet inburgering leidt dit meerjarig tot de volgende resultaten op onze gemeentebegroting:

4 Doetinchem, 28 juni 2023 Toelichting: BUIG De uitkering voor de BUIG die de gemeente van het Rijk ontvangt, fluctueert. Dit is mede afhankelijk van: - de verdeelsystematiek voor deze rijksbijdrage; - landelijke ontwikkeling aantal bijstandsgerechtigden De inkomsten uit de BUIG zijn moeilijk in te schatten. Tweejaarlijks (in de meicirculaire en septembercirculaire) vindt een bijstelling van het voorlopig toegekend budget plaats. Bij de bijstelling zijn de realisaties van vorig jaar en de conjuncturele situatie verwerkt. Bij de vaststelling van het definitieve budget (eind september) wordt rekening gehouden met de actuele conjuncturele situatie. In de 1e begrotingswijziging 2023, de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn is de BUIG gebaseerd op het nader voorlopig budget 2023 en is een actuele prognose van de uitgaven gemaakt gebaseerd op de aantallen in het eerste kwartaal 2023, rekening houdend met de doelstelling dat de volumeontwikkeling BUIG 1% beter is dan het landelijk gemiddelde. Voorshands houden we er bij de prognose van de lasten rekening mee dat deze gelijk is aan de geraamde specifieke uitkering BUIG die wij van het Rijk ontvangen. Per saldo heeft dit dus geen financieel effect op de gemeentebegroting. Bijzondere bijstand De prognose van de lasten van de bijzondere bijstand is geactualiseerd.

Dit leidt tot een geringe bijstelling van onze gemeentebegroting. Re-integratie De rijksbudgetten voor re-integratie en ontwikkeling zijn (sinds 2023) niet meer op grond van circulaires één op één herleidbaar, maar zijn onderdeel van het bedrag dat gemeenten (ontschot) vanuit het gemeentefonds ontvangen. Uitgegaan is van het laatst bekende bedrag voor deze taken en dit bedrag is meerjarig geïndexeerd. De raming van de begrote lasten in onze gemeentebegroting was de eerste jaren hoger. Wsw De ontvangen rijksbijdrage van het rijk is 1 op 1 door vertaald naar Laborijn. Indirecte kosten De stijging van de indirecte kosten is met name het gevolg van de aanpassing van de caogemeenten met een aanpassing van de lonen van het ambtelijk personeel met gemiddeld 7% en de toename van de energieprijzen voor gas en elektra met ruim 300%. De verwachting is dat compensatie voor gemeenten volgt via de meicirculaire gemeentefonds 2023. Dit zal worden betrokken bij de samenstelling van onze gemeentebegroting 2024-2027. Effect begroting Laborijn De effecten van de 1e begrotingswijziging 2023 wordt meegenomen bij de 2e Bestuurlijke Monitor 2023. De effecten van de ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 worden meegenomen bij de samenstelling van de gemeentebegroting 2024. Kanttekeningen 1.1. en 2.1. Het beoogde resultaat op het budget voor bijstandsuitkeringen (BUIG) is ambitieus.

Tweejaarlijks (in de meicirculaire (nader voorlopig budget) en septembercirculaire (definitief budget)) vindt een bijstelling van het voorlopig toegekend budget plaats.

5 Doetinchem, 28 juni 2023

De bijstelling van het nader voorlopige macrobudget is een tussenstand van het Centraal planbureau (CPB) en wordt gepubliceerd in het Centraal economische plan (CEP). De tussenstand is gebaseerd op de feitelijke realisaties van vorig jaar en recente schattingen van de conjuncturele situatie, oftewel hoe is het vorig jaar gegaan, hoe gaat het nu en wat is de verwachting van de economische situatie in het komende jaar. Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt vanaf 2023 een oplopend bijstandsbestand verwacht. In Doetinchem is voor het eerst na een lange periode van afname nu inderdaad sprake van een (beperkte) toename van het aantal inwoners dat gebruik moet maken van een Participatiewetuitkering. De invoering van een aantal wetswijzigingen heeft ook een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven tot gevolg. Door een inperking van andere regelingen doen komende jaren naar verwachting meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de gevolgen van de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WWduurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans. Ook zorgt de aanpassing van de kostendelersnorm voor hogere bijstandsuitgaven vanaf 2023. Laborijn blijft zich inzetten om de doelstelling van de volumeontwikkeling BUIG 1% hoger te houden dan het landelijk gemiddelde.

Laborijn verwacht dan ook dat het BUIG-budget dit jaar en komende jaren toereikend zal zijn voor de BUIG-uitgaven. Bijlagen 1. 1e begrotingswijziging 2023 GR Laborijn 2. Aanbiedingsbrief bij begrotingswijziging GR Laborijn 3. Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn 4. Aanbiedingsbrief bij ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn 5. Conceptbrief aan Laborijn Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg

mr. M. Boumans MBA MPM

De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over eerste begrotingswijziging 2023, begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn; gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluit: 1. Kennis te nemen van de eerste begrotingswijziging 2023 van de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Als zienswijze aan het Dagelijks Bestuur van Laborijn kenbaar te maken zich te kunnen vinden in deze begrotingswijziging. 2. Als zienswijze aan het Dagelijks Bestuur van Laborijn kenbaar te maken zich te kunnen vinden in de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Aldus besloten in zijn vergadering van 6 juli 2023,

, griffier

, voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7865/documents/43655