Raadsbesluit 26 februari 2026 Actualisatie financiële verordening gD - herziening 2025 (2026-12).pdf
Tekst van het document
Aan de raad
AGENDAPUNT NR. 5.3 Doetinchem, 18 februari 2026
ALDUS VASTGESTELD 26 FEBRUARI 2026 Actualisatie financiële verordening gD – herziening 2025 Te besluiten om: 1. De financiële verordening gemeente Doetinchem 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Financiële verordening gemeente Doetinchem 2023 (actualisatie 2024). 2. Deze verordening in werking te laten treden op de dag na bekendmaking en terug laten werken tot en met 1 januari 2025. 3. Dit besluit bekend te maken via lokaleregelgeving.overheid.nl. Inleiding Onze gemeente moet als elke andere gemeente in Nederland op grond van artikel 212 van de Gemeentewet een financiële verordening vaststellen. In 2023 zijn de financiële verordeningen grondig herzien. De belangrijkste aanleiding was de wijziging van wet- en regelgeving, waaronder de invoering van de rechtmatigheidsverklaring die door het college afgegeven moet worden over de jaarstukken. Op advies van de auditcommissie is financiële verordening indertijd met betrekking tot het budgetrecht van de raad gewijzigd van sturing op programmaniveau, naar taakveldniveau. Na actualisatie van de kadernota rechtmatigheid in oktober 2023 is in februari 2024 de financiële verordening van de gemeente Doetinchem hierop herzien.
De huidige verordening dateert uit 2024 en volstaat op dit moment niet meer vanwege ontwikkelingen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Commissie BBV en de commissie Bedrijfsvoering, Auditing Decentrale Overheden (BADO). Met de aanpassingen in de financiële verordening sluiten wij aan bij de geactualiseerde wet- en regelgeving uit de BBV, de bepalingen van de Commissie BBV in de kadernota rechtmatigheid en de recente BADO-notitie. Daarnaast hebben wij de huidige verordening beoordeelt op de praktische uitvoerbaarheid. Wij hebben hierbij getoetst in hoeverre de artikelen in de praktijk duidelijk en uitvoerbaar zijn.
In dit kader stellen we aanpassingen voor: • op het gebied van het autorisatieniveau op programmaniveau in plaats van taakveldniveau; • het overhevelen van restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat naar het volgende begrotingsjaar; • in de regels voor het vaststellen van de hoogte van de oninbaarheid van de vorderingen; • in het artikel inzake de reserves en voorzieningen naar aanleiding van de wens van de auditcommissie voor een ‘Nota reserves en voorzieningen’; • met betrekking tot de formulering van het artikel inzake de kostprijsberekening; • in de bijlage afschrijvingsbeleid, in de benaming en afschrijvingstermijnen van Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. In de bijlage treft u de verordening aan met daarin de wijzigingen ten opzichte van de verordening 2023. Met dit raadsvoorstel stelt uw raad de gewijzigde financiële verordening vast.
1802576 / 1965854
2 Doetinchem, 18 februari 2026 Argumenten 1.1 De wijzigingen in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden BADO en het besluit Begroting en verantwoording(BBV) met betrekking tot de goedkeuringstolerantie vergen aanpassing van de financiële verordening 2023. Op 16 april is in het Staatsblad het Besluit van 21 maart 2025 tot wijziging van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, het Besluit begroting en verantwoording gemeenten gepubliceerd. Als gevolg van de wijzigingen van het BBV en BADO geldt voor de rechtmatigheidsverantwoording vanaf begrotingsjaar 2025 een nieuwe gemaximeerde grens voor fouten en onduidelijkheden samen van 2% op basis van lasten (exclusief dotaties aan reserves). De wijzigingen gaan in voor verantwoordingen over het begrotingsjaar 2025. Voor de verantwoording over het begrotingsjaar 2024 hebben de wijzigingen geen effect. Dit betekent dat de door uw raad vastgestelde verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de toevoegingen aan de reserves in de financiële verordening 2025 in artikel 10, lid 2 wordt aangepast aan een verantwoordingsgrens op 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. Ook is in overleg met de accountant artikel 12, lid 4 met betrekking tot de rechtmatigheid wat duidelijker geformuleerd.
1.2 Met betrekking tot de praktische uitvoerbaarheid is gebleken dat de kaderstelling op taakveldniveau (via de begroting) als de controle op de uitvoering daarvan op taakveldniveau (via de tussentijdse rapportages en de jaarstukken) niet hebben geleid tot het gewenste niveau van sturing door de raad. Op advies van de auditcommissie is financiële verordening in 2023 met betrekking tot het budgetrecht van de raad gewijzigd van sturing op programmaniveau naar sturing op taakveldniveau. Bij de behandeling van de Perspectiefnota 2025 is door de raad gesproken over regeldruk mede in relatie tot dit autorisatieniveau op taakveldniveau. In de praktijk geeft dit met name in de controle op de uitvoering in de bestuurlijke monitoren niet het gewenste inzicht. Door het autorisatieniveau terug te leggen op het programma- in plaats van taakveldniveau zullen in toekomstige bestuurlijke monitoren een groot deel van deze wijzigingen, die een verschuiving behelzen tussen een taakveld, maar op programmaniveau budgettair neutraal zijn niet meer in de bestuurlijke monitoren worden opgenomen. Het aanpassen van het autorisatieniveau betekent wijzigingen in de artikelen 3, 5 en 6 van de financiële verordening 2023. 1.3 Het wijzigingen van de artikelen 3,5 en 6 van de financiële verordening 2023 beperkt niet de sturingsmogelijkheden van de raad.
Op grond van artikel 5.2 van de financiële verordening kan uw raad een activiteit die onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. Daarnaast zullen we in de begroting naast de baten en lasten per programma ook de baten en lasten blijven uitsplitsen per taakveld en hierbij een onderscheid maken in bestaand en nieuw beleid. 1.4 De praktische uitvoerbaarheid van artikel 7.2 van de financiële verordening 2023, waarbij vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat restantmiddelen worden overgeheveld naar het volgend begrotingsjaar, is onvoldoende gebleken. In de eindwijzigingen zijn vooruitlopend op de bestemmingsvoorstellen over de jaarrekeningresultaten diverse restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Uw raad heeft hierover meermaals vragen gesteld met betrekking tot het overhevelen van structurele budgetten en het aantal keren dat een budget wordt overgeheveld. Wij stellen voor om artikel 7.2 verder aan te scherpen, waarbij het onderdeel a “budgetten voor meerjarige activiteiten” wordt vervangen door: a) Incidentele budgetten voor activiteiten die nog niet zijn afgerond b) Het restant budget bedraagt ten minste € 75.000. 1802576 / 1965854
3 Doetinchem, 18 februari 2026 Voorgesteld wordt om het artikel 7.2d “Indien er al een bestedingsplan ligt, kan ook voor structurele budgetten of budgetten kleiner € 75.000 overheveling van het budget plaatsvinden” te laten vervallen. Indien het wenselijk is om toch een structureel budget door te schuiven, zal dit in de jaarrekening bij de resultaat bestemming aan u worden voorgelegd. 1.5 De financiële verordening uit 2023 bevatte geen regels voor het vaststellen van de hoogte van de oninbaarheid van de vorderingen. Voor de oninbaarheid van vorderingen moet de gemeente Doetinchem een voorziening vormen. De voorziening heeft betrekking op alle vorderingen waarvan onzeker is of deze volledig zullen worden geïnd, met uitzondering van vorderingen waarvoor specifieke afspraken of zekerheden zijn getroffen. Door het toevoegen van artikel 15 met daarin de berekenwijze voor het bepalen van de hoogte van deze voorzieningen liggen de spelregels vast. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de gemeentelijke aanslagen en heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen, de vordering op debiteuren van Laborijn en de overige vorderingen (de vorderingen op verbonden partijen en derden). Voor de gemeentelijke aanslagen en heffingen wordt een voorziening getroffen op basis van het op de afgelopen 5 jaar bepaalde historische percentage van oninbaarheid.
Voor de debiteuren Laborijn wordt deze gebaseerd op de inschatting zoals die door Laborijn wordt bepaald. Dit kan door onder meer te kijken naar het saldo in de (concept) jaarstukken van Laborijn. De overige vorderingen worden individueel beoordeeld op oninbaarheid. Dit overeenkomstig de werkwijze zoals deze al wordt toegepast. 1.6 De auditcommissie heeft de wens uitgesproken voor een nota Reserves en voorzieningen. De auditcommissie heeft aangegeven dat zij ten behoeve van kaderstellende rol het wenselijk vindt om een aparte nota reserves en voorzieningen op te stellen. Deze nota moet de basis vormen voor het reserve- en voorzieningenbeleid van de gemeente Doetinchem. In nota moet staan hoe we met reserves en voorzieningen omgaan, wie een reserve of voorziening kan vormen of opheffen en wie beslist over de besteding van de reserves en voorzieningen. De nota vormt feitelijk een nadere uitwerking van artikel 16 in de financiële verordening 2023. Tegelijkertijd met de Actualisatie financiële verordening gD - herziening 2025 bieden wij u een ‘Nota reserves en voorzieningen gD- 2025’ aan. Wanneer u deze nota vaststelt, kan in de financiële verordening worden volstaan met een verwijzing naar deze Nota reserves en voorzieningen. In de nota wordt aandacht besteed aan: a) de vorming en besteding van reserves; b) de vorming en besteding van voorzieningen.
Lid 1, 2 en 3 van artikel 16 in de financiële verordening 2023 kunnen dan ook worden vervangen door een verwijzing naar de Nota reserves en voorzieningen. 1.7 De formulering van artikel 17 in de financiële verordening 2023 inzake de kostprijsberekening voldoet wat betreft lid 4 de overheadopslag niet aan de huidige werkwijze In het artikel wordt gesproken over het vaststellen van een opslag. In de huidige werkwijze wordt het percentage opgenomen in de begroting bij ‘de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd’. Voorgesteld wordt om dit ook overeenkomstig in de verordening op te nemen. 1.8 Ervaring, technologische en duurzaamheidsontwikkelingen maken dat benamingen, afschrijvingstermijnen en restwaarden aangepast kunnen worden. In de markt zien wij diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op de afschrijvingstermijnen en de restwaarde van activa. Eén van deze ontwikkelingen betreft de circulaire restwaarde methodiek voor onderwijshuisvesting. Door in de verordening de bij artikel 13 behorende ‘Bijlage afschrijvingsbeleid’, wat betreft lid 5 en 6 aan te passen met een mogelijkheid voor restwaarde, wordt deze toekomstbestendig. Op dit moment wordt een nieuw Water en rioleringsprogramma (Wrp, voorheen Grp) opgesteld. 1802576 / 1965854
4 Doetinchem, 18 februari 2026 Op basis van ervaring, technologische en duurzaamheidsontwikkelingen zien we dat de kapitaalgoederen langer meegaan. Zo gaat bijvoorbeeld de mechanische en elektrische installatie inmiddels niet meer 10 jaar, maar tussen de 15 en 20 jaar mee. Het is daarom realistisch dat we deze in 15 jaar gaan afschrijven. De constructie van de rioolvoorzieningen gaat in een normale situatie minimaal 60 jaar mee. Hiervoor is het dan ook realistisch om net als de hoofdriolering een afschrijvingstermijn van 60 jaar te hanteren. De wijzigingen van de benamingen en afschrijvingstermijnen in de financiële verordening zullen worden meenomen in het nieuwe Wrp. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Kanttekeningen 1.1 De wijzigingen in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden BADO en het besluit Begroting en verantwoording (BBV) met betrekking tot de goedkeuringstolerantie heeft ook consequenties voor de door de accountant te hanteren goedkeuringstoleranties in haar controle. De goedkeuringstolerantie is ook bepalend voor de oordeelsvorming en de strekking van de af te geven controleverklaring. In het ‘Controleprotocol 2025’ zal dan ook de maximale goedkeuringstolerantie van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden (dus samen 4%) worden gewijzigd in een maximale goedkeuringstolerantie van 2% voor afwijkingen.
Met afwijkingen worden dan zowel fouten als onzekerheden bedoeld. Ook de omvangsbasis waarop de accountant de goedkeuringstolerantie en de rapporteringtolerantie(s) baseert wordt aangepast van de totale lasten van de gemeente inclusief de toevoegingen aan de reserves, naar de totale lasten van de gemeente exclusief de toevoegingen aan de reserves. 1.2 Het aanpassen van de goedkeuringstolerantie is mogelijk van invloed op het soort verklaring dat de accountant af geeft. Geconstateerde financiële rechtmatigheidsfouten en onzekerheden binnen een proces kunnen van invloed zijn op de strekking van de controleverklaring die de accountant na afloop van het gecontroleerde boekjaar zal afgeven. Door de aanpassing van de goedkeuringstolerantie wordt de norm strenger. Dit betekent dat kleinere fouten of onzekerheden sneller leiden tot een overschrijding van de tolerantie. Er ontstaat hierdoor een hogere kans op een verklaring met een beperking of een afkeurende verklaring. De accountant heeft minder ruimte om afwijkingen als niet-materieel te beschouwen. Daarnaast leiden de niet te corrigeren onzekerheden er ook toe dat er minder geconstateerde fouten ongecorrigeerd kunnen blijven in de jaarstukken. Het aantal fouten en onzekerheden over 2024 zou ook binnen de nieuwe tolerantiegrenzen zijn gebleven.
Vervolg Nadat uw raad de nieuwe verordening heeft vastgesteld, zullen wij deze publiceren. De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025. Bijlagen 1. Financiële verordening gemeente Doetinchem 2025 2. Wijzigingen financiële verordening 2025 ten opzichte van verordening 2023 Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, ir. J.A. Wannink 1802576 / 1965854
mr. M. Boumans MBA MPM
De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over Actualisatie financiële verordening gD - herziening 2025; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: 1. De financiële verordening gemeente Doetinchem 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Financiële verordening gemeente Doetinchem 2023 (actualisatie 2024) 2. Deze verordening in werking te laten treden op de dag na bekendmaking en terug laten werken tot en met 1 januari 2025; 3. Dit besluit bekend te maken via lokaleregelgeving.overheid.nl. Aldus besloten in zijn vergadering van 26 februari 2026,
, griffier
, voorzitter
1802576 / 1965854