Jaarstukken gD 2021.pdf
Tekst van het document
31
Samen met het energieloket ondersteunen we deze eigenaren zodat ze kunnen meeliften met de renovatie van Sité. Voor de financiële ondersteuning van deze woningenaren maar ook ruim 300 andere woningeigenaren in Doetinchem Noord is door Regio 8RHK succesvol subsidie aangevraagd bij het landelijke Volkshuisvestingsfonds en de Provincie Gelderland. Met deze middelen kunnen woningeigenaren subsidie aanvragen voor de energiemaatregelen die ze willen uitvoeren. E3- Oprichten circulair ambachtscentrum Resultaat
Toelichting Om onze ambitie op het gebied van circulaire economie te concretiseren werken we toe naar de oprichting van een Circulair Ambachtscentrum. Hiervoor is door uw raad op 21 april 2021 besloten een garantstelling te verlenen voor een lening van 4 miljoen euro voor de realisatie. Daarnaast hebben we een subsidie beschikbaar gesteld van € 100.000, -. Er zijn in 2021 weer een aantal belangrijke stappen gemaakt in het uitwerken van de businesscase, het ontwerp van het centrum en onderzoek naar hergebruik en recycling met de benodigde partners. Eind 2023 beogen we het centrum op te leveren.
32
Wat zijn de financiële resultaten? Taakveld
Activiteit
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
personeelskosten
raming raming raming raming realisatie realisatie voor voor totaal totaal 2021 2021 wijziging wijziging 2021 2021 baten lasten 2021 2021 baten lasten baten lasten
0
100
0
150
saldo mutatie saldo (lasten- reserves na baten) mutatie raming reserves totaal (lastenbaten) realisatie
0
130
20
20
wijkbeheer
686
4.973
686
5.250
754
5.231
87
87
7.2 Riolering
Riolering
6.152
4.586
6.308
4.743
6.068
4.499
4
4
7.3 Afval
Afval
7.915
6.493
9.716
8.293
8.355
6.932
0
0
7.4 Milieubeheer
Bodem
0
17
0
17
14
1
29
29
Omgevingsdienst Achterhoek
0
1.048
0
1.048
62
1.033
78
78
milieubeleid
0
215
0
55
0
50
5
5
uitvoeringsprogramma duurzaamheid
16
283
560
1.254
897
1.388
202
202
vergunningen
0
30
0
30
0
23
7
7
overige milieutaken
0
14
0
14
10
979
-955
-955
geluid
0
5
0
5
0
2
2
2
lucht
0
10
0
10
0
3
7
7
personeelskosten
0
593
0
590
0
588
3
3
7.5 Begraven Begraafplaatsen en crematoria
50
24
50
36
49
33
2
2
8.1 Ruimtelijke ordening
0
616
0
814
0
531
283
283
implementatie omgevingswet overige ro taken
0
54
55
115
104
162
2
2
omgevingskamer
121
463
121
487
95
427
35
35
robuust groen
0
142
0
142
26
127
40
40
personeelskosten
0
662
0
722
0
719
3
3
Planschades
3
0
3
0
0
78
-82
-82
actualisatie bestemmingsplannen
0
351
0
491
0
413
78
78
wonen en bouwen algemeen
0
0
0
0
-5
-5
0
overige milieutaken 8.2 Heideslag Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) grex algemeen personeelskosten Iseldoks HBB
-16
16
0
0
0
40
0
6
34
34
1.252
1.279
2.277
2.304
1.603
1.600
30
30
1.411
0
2.960
1.972
2.391
1.054
349
980
-631
0
353
0
354
0
335
19
19
3.935
3.882
4.512
4.459
2.843
1.747
1.043
1.043
Wijnbergen EVZ
91
0
91
0
1.785
1.051
643
643
Strategische gronden
0
84
0
84
0
45
38
38
968
977
1.144
1.153
786
784
10
10
0
-33
1.101
1.068
1.290
860
396
396
Vijverberg zuid Heelweg
33
lookwartier Totaal
0 22.600
447
712
596
152
27.254 29.996 36.145
36
411
27.838
31.423
2.565
152 964
1.601
34
Programma - Organisatie en financiën Wat wilden we bereiken? A. Het verder uitbouwen van de organisatieontwikkeling gD2020 Stand van zaken Modern besturen vergt investeren in mensen en competenties, in nieuwe werkwijzen en processen, in flexibiliteit van de organisatie. We profileren ons als regie gemeente die samen met haar partners inzet op de ontwikkeling van onze gemeente en richten we ons op kwalitatief passende dienstverlening. Ons doel is de mensen die werken en wonen binnen gemeente Doetinchem optimaal te kunnen bedienen binnen de beschikbare mogelijkheden en middelen. De doorontwikkeling van de organisatie is afgerond. De focus ligt de aankomende tijd op de personele organisatie en het toekomstproof maken. Het menselijk kapitaal is hierbij van cruciaal belang. Zeker in tijden waarin de krapte op de arbeidsmarkt steeds groter wordt. Dan is de logica dat je inzet op duurzame inzetbaarheid van je huidige personeel en op werven van nieuwe krachten. Wat hebben we daarvoor gedaan? A1- Verder optimaliseren personeelsbeleid Resultaat
Toelichting De cultuurverandering van onze gemeente is in volle gang. Het cultuurtraject heeft ook in coronatijd doorgang gevonden. Het project cultuurverandering werpt zijn vruchten al af, onze medewerkers passen de kernwaarden verantwoordelijkheid, initiatief en samenwerken toe in het werk. Daarnaast is er ook veel aandacht geweest voor de kernwaarde integriteit. Het is belangrijk dat we de komende jaren als organisatie actief aandacht blijven geven aan onze kernwaarden. Naast uitstroom is er instroom van nieuwe medewerkers; de introductie en inwerkingsprogramma’s zijn vernieuwd. A2- Inzetten op verzuimreductie Resultaat
Toelichting Het intensieve verzuimreductietraject laat de eerste effecten zien; dalend ziekteverzuim en aandacht voor vitaliteit (preventie). Dit is mede bereikt door de inzet van een nieuwe arbodienst (begonnen in Q1 2021), training leidinggevend kader en een Periodiek onderzoek werkbeleving (POW) onder de medewerkers.
35
Wat wilden we bereiken? B. Een solide financiële gemeente Stand van zaken Wij onderkennen twee pijlers voor solide financieel beleid: een structureel sluitende begroting met een gezond meerjarenperspectief en voldoende weerstandsvermogen. In de begroting 2021 stonden tal van ambities die wij in gezamenlijkheid wilden realiseren. Dat vroeg om extra investeringen. Tegelijkertijd hebben wij geconstateerd dat de financiële ruimte die er was om deze ambities daadwerkelijk te realiseren beperkt waren. Dat was een lastige opgave waar wij ons ten zeerste van bewust waren. Prioritering was daarbij van belang. De lasten voor de burgers zijn conform uitgangspunt maximaal verhoogd met de inflatiecorrectie, waarbij we er wel voor hebben gezorgd dat de kostendekkendheid van de werkzaamheden via de geïnde belasting bekostigd konden worden. Wat hebben we daarvoor gedaan? B1- Inzetten op een structureel sluitende begroting en gezond meerjarenperspectief Resultaat
Toelichting De begroting 2021 werd opgesteld in een bijzondere tijd. Daar waar de begroting 2020 volledig in het teken stond van de vertaling van het bezuinigingenpakket uit de keuzerichtingen werden we in het voorjaar van 2020 geconfronteerd met de coronacrisis. We wisten bij het opstellen van de begroting 2021 dat de impact van de coronacrisis groot zou zijn, maar over de omvang heerste grote onzekerheid. Ondanks de coronacrisis is in de begroting 2021 maximaal ingezet om onze gemeente verder te versterken op weg naar een duurzame toekomst en hebben een sluitende begroting kunnen presenteren. Het financieel resultaat bij deze jaarrekening ten opzichte van de tweede bestuurlijke monitor 2021 bedraagt met name als gevolg van incidentele meevallers € 13.723.000 voordelig. Daarvan willen we € 3.110.000 miljoen bestemmen voor 2022 en € 370.000 ten gunste brengen van de reserve corona. Voorgesteld wordt om het resterende bedrag van € 10.243.000 toe te voegen aan de algemene reserve. In de jaarrekening wordt een toelichting gegeven op het rekeningresultaat en de bestemmingsvoorstellen. Het financieel voordelig jaarresultaat werkt positief op het niveau van weerstandsvermogen (zie b2). Op basis van de in 2021 uitgekomen september en decembercirculaire Gemeentefonds ontwikkelt het financieel meerjarenperspectief 2022-2026 zich ook positief.
Daarnaast heeft het rijk op 23 december 2021 nadere informatie gepubliceerd over de berekening van het herverdeeleffect van het nieuwe verdeelmodel gemeentefonds. Deze aanpassingen leiden tot licht positieve veranderingen ten opzichte van gepresenteerde herverdeeleffect dat in de geamendeerde begroting 2022 is verwerkt. Het meerjarenperspectief is op basis hiervan sluitend. Het in december 2021 gesloten regeerakkoord heeft ook gevolgen voor de gemeentefinanciën. Veel onderwerpen uit het regeerakkoord moeten nog worden uitgewerkt enkele onderwerpen zijn nu al enigszins te kwantificeren. In de raadsmededeling (2022-05) over de decembercirculaire 2021 Gemeentefonds is hierover informatie opgenomen.
36
Het betreffen de volgende onderwerpen: • Het schrappen van de oploop van de opschalingskorting • Korting op de toegezegde middelen voor jeugdzorg, waarvan overigens recentelijk aangekondigd dat het kabinet deze bezuinigingsplannen wil aanpassen en op zoek gaat naar alternatieven. • Accressystematiek blijft gehandhaafd. Op basis van de hier geschetste ontwikkelingen is het met name onduidelijk of het meerjarenperspectief richting eindjaar 2026 ook sluitend zal zijn. B2- Inzetten op voldoende weerstandsvermogen Resultaat
Toelichting Het weerstandsvermogen is een belangrijk aspect voor het beoordelen van de financiële positie van gD. In de Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden de ontwikkelingen in 2021 met betrekking tot de risico's en het weerstandsvermogen 2022 geschetst. Het financieel voordelig jaarresultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve en werkt hiermee positief op het niveau van weerstandsvermogen. Een belangrijke kanttekening hierbij is wel dat nieuwe risico's kunnen leiden tot een mogelijke daling van de weerstandsfactor. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de gevolgen van de spanningen rond Oekraïne en de daarmee samenhangende effecten op de economie en de uitwerking van het regeerakkoord, die mogelijk een negatief effect kunnen hebben op het risicoprofiel en de daaraan gekoppelde weerstandsfactor. Bij het vaststellen van de geamendeerde begroting 2022 heeft de raad op 4 november 2021 besloten (raadsbesluit 2021-95) om de normen voor de weerstandsratio te verhogen en de ondernorm te bepalen op 1,0 en de bovennorm op 1,5. Daarmee waarborgen we voor de toekomst een goede basis voor onze financiële positie, met het oog op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en nog niet te kwantificeren risico's. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken.
Boven de norm geeft ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Bij de afwegingen hierover worden ook de financiële kengetallen ‘solvabiliteit’ en ‘schuldpositie’ betrokken. De financiële kengetallen hebben zich in 2021 in positieve richting ontwikkeld. De uitkomsten van de financiële kengetallen worden in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing toegelicht. Samenvattend is te zeggen dat de financiële positie zich positief heeft ontwikkeld.
37
Wat wilden we bereiken? C. Maximaal benutten van informatietechnologie ter ondersteuning van een eigentijdse en efficiënte organisatie Stand van zaken Datagedreven werken kan ondersteunen bij het maken en monitoren van beleid, het verbeteren van onze dienstverlening en beter in control zijn. Ook digitaal samenwerken en het maximaal ondersteunen van thuiswerken wordt steeds belangrijker. In 2019 heeft het college de I-Visie 2020-2024 vastgesteld. Belangrijke ontwikkelingen, zoals het groeien naar een Informatiesamenleving, het Doetinchemse regiemodel (gD2020), de vastgestelde dienstverleningsvisie en de vergaande samenwerking van gemeenten op het vlak van digitalisering (VNG Common Ground en fonds GGU) zijn hierin vertaald naar 5 thema’s: digitaal (samen-)werken, digitale dienstverlening, data- en resultaatgericht werken, digitale vaardigheden en de wettelijke ontwikkelingen. Recente ontwikkelingen zoals Corona en vraagstukken op het gebied van Control onderstrepen de noodzaak om op deze thema’s door te ontwikkelen. Wat hebben we daarvoor gedaan? C1- Werken aan een datagedreven organisatie Resultaat
Toelichting In 2021 is ingezet op meer bekendheid in de organisatie van datagedreven werken en de mogelijkheden daarvan in samenwerking met DatalabGo. Deze mogelijkheden worden geleidelijk meer ingezet. Binnen het sociaal domein gebruiken we data om grip te houden op zorgkosten. De regionale samenwerking DataLab Gelderland Oost (GO) heeft meer vorm gekregen en in 2021 met een aantal inmiddels ontwikkelde dasboards en een succesvolle leergang haar eerste resultaten zien. Het plan om datagedreven werken in te bedden in onze organisatie is opgeleverd. Dit heeft met een managementdashboard reeds het eerste resultaat opgeleverd. Tegelijkertijd zien wij het breder en gestructureerd toepassen van data als een belangrijke opgave voor 2022 en verder. C2- Doorontwikkelen kantoorautomatisering Resultaat
Toelichting In 2021 zijn medewerkers in het kader van het thuiswerken breed gebruik gaan maken van Office365 en Teams, daarmee hebben we een goede basis gelegd. In 2022 gaan wij door met deze ontwikkeling, en richten wij ons op het verhogen van de digitale vaardigheden van medewerkers om zo optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden, en tegelijkertijd te werken aan een duurzame informatiehuishouding. Het thema informatieveiligheid blijft onze aandacht vragen. Beveiligingsincidenten en datalekken komen steeds vaker voor. Om deze gestructureerd aan te kunnen pakken hebben we een cybercrisis organisatie ingericht en hebben we voor de CISO taken een afzonderlijk een functionaris aangesteld.
38
Privacy aspecten worden binnen projecten onderzocht door middels van het uitvoeren van een DPIA (Data Protection Impact Assessment) op basis van het landelijke model. C3- Aansluiten op landelijke ontwikkelingen “Samen Organiseren” Resultaat
Toelichting We hebben deelgenomen aan de landelijke aanbestedingen voor gezamenlijke aanschaf van hardware voor gemeenten verzorgd door de VNG. Zo is de gemeenschappelijke inkoop van printers (GT Print) ten behoeve van de ICT-samenwerking in 2021 uitgevoerd en geïmplementeerd. De landelijke aanbesteding voor werkplek apparatuur zoals laptops (GT EUD) is door de VNG gestopt. Aanbestedingen voor onze devices blijven we binnen onze eigen ICTsamenwerking uitvoeren. GGI-Veilig bestaat uit een portfolio van producten en diensten voor operationele informatiebeveiliging. We zijn ver gevorderd bij de realisatie van het eerste product vanuit GGI Veilig. Overige onderdelen zullen worden ingekocht indien gewenst of bij een volgend vervangingsmoment. Het uitwerken van een uitvoeringsagenda met betrekking tot de initiatieven van "Samen Organiseren” is verschoven naar 2022. C4- Verbeteren van onze digitale dienstverlening Resultaat
Toelichting In 2021 zijn we live gegaan met een nieuwe website. Naast het frisse uiterlijk en 'responsiviteit', voldoen we met deze website aan de technische eisen van het Besluit Digitale Toegankelijkheid. De website biedt de basis om onze digitale dienstverlening verder te vernieuwen. Daarnaast zijn er verschillende e-formulieren/e-diensten opgeleverd (zoals het digitaal aangifte doen van geboorte en overlijden) waardoor de burger ook buiten reguliere openingstijden zaken met ons kan doen. Wat wilden we bereiken? D. Aandacht voor ambtelijke huisvesting Stand van zaken De huisvesting van de ambtelijke organisatie is een belangrijk aandachtspunt. Een passende en prettige werkomgeving en aansluiten op de doelen van dienstverlening zijn belangrijke elementen, net als de onderhoudsstatus van het vastgoed. Een organisatie is altijd in beweging en ons vastgoed dient hierop een passend antwoord te hebben. Huisvestingsvraagstukken gaan over de balans tussen de behoeften en de financiële mogelijkheden. Wij werken een aantal scenario’s uit voor onze gemeentelijke huisvesting om te kijken naar kostenefficiency. Hierin zullen we de lessen die we kunnen trekken uit de Coronacrisis meenemen. De dagelijkse gang van zaken zal niet meer worden zoals voorheen.
39
Wat hebben we daarvoor gedaan? D1- Herinrichten van gemeentelijke huisvesting Resultaat
Toelichting In 2021 is de visie op het werkconcept vastgesteld; een volgende stap in het tijd- en plaats onafhankelijk werken. Belangrijk uitgangspunt zijn de waarden samenwerken en ontmoeten, zowel met de externe als interne omgeving. Om dit verder uit te werken is het “project Werkconcept” opgestart. Met aandacht voor verschillende deelprojecten; gericht op gedrag van medewerkers, de techniek en het gebouw. (bricks, bytes, behaviour). In 2022 worden de ruimtelijke en financiële consequenties voor de gemeentelijke huisvesting verder in kaart gebracht en ter besluitvorming aangeboden.
40
Wat zijn de financiële resultaten? Taakveld
Activiteit
0.1 Bestuur
bestuursondersteunin g
0.10 Mutaties reserves
1.020
0
1.059
-39
-39
0
23
12
31
10
26
3
3
1.974
1.006
3.709
732
2.428
1.008
1.008
college
2
1.428
2
1.465
48
719
792
792
rekenkamer
0
49
0
49
0
41
9
9
raad
0
674
0
689
0
697
-8
-8
overige baten en lasten
0
0
0
4
0
70
-66
-66
overige bestemmingsreserve
0
52
3.885
3.414
4.113
3.459
182
reserve onderhoud
182
0
0
352
1.310
352
2.934
447
1.529
1.529
0
1.900
598
1.903
598
2.128
3.011
-2.188
-2.188
0
337
1.292
2.056
1.551
2.631
1.812
314
314
0
0
100
0 -1.624
0
13.723
-15.346
-1.624 -13.723
naturalisatie
41
13
41
13
114
85
2
2
registratie niet ingezetenen
300
375
300
108
385
192
1
1
GEO informatie
0
37
0
40
0
38
2
2
dienstverlening gemeentewinkel
153
142
108
249
116
220
36
36
personeelskosten
0
848
0
1.354
0
949
405
405
basisregistratie personen
65
55
65
31
36
30
-28
-28
burgerlijke stand
99
85
99
26
69
91
-95
-95
reisdocumenten
505
365
505
187
582
457
-193
-193
verkiezingen
0.61 OZB woningen
0
366
0.11 Resultaat van de resultaat rekening van baten en lasten
0.5 Treasury
1.048
Bestuurlijke samenwerking
reserve dekking kapitaallasten
0.4 Overhead
0
saldo mutatie saldo (lasten- reserve na baten) s mutatie raming reserve totaal s (lastenbaten) realisati e
raadscommissies
algemene reserve
0.2 Burgerzaken
raming raming raming ramin realisati realisati voor voor totaal g e e wijzigin wijzigin 2021 totaal 2021 2021 g 2021 g 2021 baten 2021 baten lasten baten lasten lasten
0
74
0
84
0
173
-89
-89
Overhead personeel
100
7.706
100
7.646
40
5.713
1.874
1.874
overhead facilitair
220
986
270
885
235
676
173
Overhead huisvesting
560
1.605
542
1.894
531
1.936
-52
Overhead overig
1.154
71
1.104
71
1.068
54
-19
overhead ict
7.187
9.380
7.241
9.523
7.651
9.991
-57
Bespaarde rente
1.486
186
1.486
186
1.626
0
326
deelnemingen
468
16
717
16
653
14
-62
-62
rente
450
234
404
192
5.862
5.258
392
392
173 32
-84 -19 -57
184
142
personeelskosten
0
10
0
11
0
10
1
1
verstrekking leningen
0
330
0
417
0
303
114
114
7.384
134
7.461
134
7.520
159
33
33
ozb
41
personeelskosten 0.62 OZB nietwoningen
0
372
0
382
0
340
41
41
5.822
0
5.854
0
5.856
0
2
2
368
186
368
186
421
177
61
61
precariobelasting
87
0
7
0
29
0
22
22
reclamebelasting
358
0
358
0
385
0
28
28
hondenbelasting
123
0
123
0
149
0
26
26
baatbelasting
43
0
43
0
7
0
-36
-36
personeelskosten
0
345
0
345
0
313
32
32
193
0
193
0
182
0
-11
-11
10 149.793
9
2.427
2.427
556
954
954
ozb
0.64 Belastingen overig uitvoeringskosten belastingen
belasting biz 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
algemene uitkering
0.8 Overige baten en lasten
reservering personeelskosten kapitaallasten
135.454
0
10 147.36 6
1.345
0
1.311
199
0
-290
0
-328
0
0
-328
-328
2.142
1.777
2.180
2.157
1.448
1.869
-445
-445
-21
925
-21
110
0
140
-9
-9
reservering onvoorzien
0
164
0
164
0
0
164
164
reservering doetinchemmer olie
0
3
0
3
0
0
3
3
overige baten en lasten
399
469
-110
524
350
697
287
0.9 overige baten en Vennootschapsbelastin lasten g (VpB)
0
35
0
35
0
52
-17
35.586 186.97 39.222 197.903 5
57.996
-7.847
personeelskosten reservering nominaal
Totaal
167.744
-51
338 -17
-1.621
-6.225
42
PARAGRAFEN
43
1.
Lokale heffingen
Deze paragraaf bevat informatie over de gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en retributies. Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Kaders Deze paragraaf bevat informatie over de gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en retributies. Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. De inwoners van de gemeente krijgen jaarlijks een aanslag gemeentelijke belastingen. Voor de beoordeling van de lastendruk zijn de tarieven dan ook van groot belang. Naast volumeontwikkelingen is uitgegaan van een indexering van de tarieven voor 2021 met 1,8 % voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit is in overeenstemming met het percentage BBP (Bruto Binnenlands Product) uit de meicirculaire gemeentefonds 2020. De bestemmingsheffingen en de retributies mogen niet meer dan kostendekkend zijn. We kennen een gesloten belastingstelsel. Dit betekent dat de gemeente een belasting alleen kan heffen als de wet daar de bevoegdheid toe geeft.
Het beleid betreffende de gemeentelijke belastingen is opgenomen in de volgende beleidsdocumenten: • Landelijke wet- en regelgeving (alle belastingen); • Belastingverordeningen, raadsbesluit van 17 december 2020 en voorgaande jaren (alle belastingen); • Coalitieprogramma 2018 – 2022 “DOETINCHEM WERKT SAMEN aan een duurzame toekomst” (alle belastingen); • Grondstoffenplan 2020–2024, raadsbesluit van 29 oktober 2020 (afvalstoffenheffing en reinigingsrechten); • Gemeentelijk rioleringsplan 2016 – 2020, raadsbesluit van 14 april 2016 (rioolheffing). Deze is met één jaar verlengd (2016 – 2021); • Financiële verordening gemeente Doetinchem 2017, raadsbesluit 8 juni 2017 (toerekening overheadkosten); • Parkeervisie 2017 – 2020, raadsbesluit 8 juni 2017 (parkeerbelastingen); • Beleidsplan armoedebeleid 2018 – 2022, raadsbesluit 8 juni 2017 (kwijtschelding afvalstoffenheffing en rioolheffing); • Invoering toeristenbelasting per 2021, Keuzerichtingen bezuinigingen 2019 – 2023, raadsbesluit 7 november 2019 en raadsbesluit van 17 december 2020. De samenhang van het beleid met betrekking tot de gemeentelijke belastingen wordt geborgd in de bovengenoemde documenten. Vorming voorziening/reserve Om een gelijkmatige ontwikkeling van tarieven te bewerkstellingen worden overschotten en tekorten zo nodig verrekend met een voorziening.
Dit is het geval bij de voorziening afvalstoffenheffing en rioolheffing. Hieronder wordt per type en soort belasting toegelicht hoe het beleid is verwerkt. Daarnaast hebben we inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we alleen gedaan voor de tarieven van belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn.
44
Algemene belastingen De opbrengsten van de algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De onroerendezaakbelastingen, hondenbelasting, parkeerbelastingen, precariobelasting, reclamebelasting, bedrijveninvesteringszone en de toeristenbelasting behoren tot deze categorie. Hierbij moet opgemerkt worden dat de opbrengsten van de reclamebelasting en de bedrijveninvesteringszone niet worden toegevoegd aan de algemene middelen, maar worden uitgekeerd aan de verschillende ondernemersfondsen. Onroerendezaakbelastingen Onder de naam onroerendezaakbelastingen (verder OZB) worden een gebruikers- en een eigenarenbelasting geheven. Voor woningen mag alleen een eigenarenbelasting in rekening worden gebracht. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt ieder jaar van elk object de waarde vastgesteld. De waarde vormt de grondslag voor de berekening van de OZB aanslagen. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. Eigenaren van woningen in de gemeente Doetinchem hebben in 2021 gemiddeld ongeveer 1,8 % meer OZB betaald. Hondenbelasting De tarieven van de hondenbelasting zijn voor 2021 verhoogd met 1,8 %.
Net als andere jaren kennen we een oplopend tarief per hond. Het tarief voor de eerste hond is € 25,68 en voor een volgende hond is het tarief telkens € 12,84 hoger dan de vorige. Dit doen we om te voorkomen dat burgers onbeperkt honden gaan houden. Parkeerbelastingen Tijdens de behandeling van de Parkeervisie 2017 – 2020 is besloten om de huidige tariefstructuur te handhaven. Dit betekent dat de binnenstad verdeeld blijft in vier tariefzones (€ 1,20, € 1,50, € 1,80 en € 2,40 per uur). Daarnaast geldt er een dagkaartarief van € 4,- op veel parkeerplaatsen. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het in gebruik nemen van gemeentegrond, zoals het inrichten van een terras of het innemen van een standplaats. Het gebruik van gemeentegrond is gekoppeld aan een vergunning en gebaseerd op het standplaatsenbeleid 2012. De tarieven voor 2021 zijn verhoogd met de algemene prijsverhoging van 1,8 %. Omdat de horeca hard is getroffen door de genomen coronamaatregelen is besloten om in 2021 geen precarioheffing voor terrassen in rekening te brengen. Reclamebelasting Reclamebelasting is ingevoerd op verzoek van de ondernemers in vijf afgebakende gebieden. Het gaat om de binnenstad en de bedrijventerreinen De Huet, Keppelseweg, Verheulsweide en Akkermansweide.
De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de heffingskosten, uitgekeerd aan de ondernemersfondsen van de desbetreffende gebieden. Hieruit worden activiteiten betaald om de binnenstad en de bedrijventerreinen economisch aantrekkelijk te houden. De tarieven voor 2021 zijn geïndexeerd met de algemene prijsverhoging van 1,8 %.
45
Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Vanaf het belastingjaar 2019 is voor vastgoedondernemers in de binnenstad de BIZ ingevoerd. Het principe is hetzelfde als bij de reclamebelasting, dit betekent dat de opbrengst wordt uitgekeerd aan het ondernemersfonds van de vastgoedondernemers. Alle vastgoedondernemers die eigenaar zijn van een bedrijfspand in het BIZ-gebied betalen een bijdrage om activiteiten en investeringen mogelijk te maken. Dit zijn extra activiteiten naast dat wat de gemeente standaard aan onderhoud en investeringen doet. De BIZ geldt voor vijf jaren. De tarieven worden in deze periode niet gewijzigd. Toeristenbelasting Uw raad heeft bij de keuzerichtingen bezuinigingen 2019 – 2023 besloten om met ingang van het belastingjaar 2021 toeristenbelasting in te voeren. In 2020 zijn hierover gesprekken gevoerd met de recreatieondernemers. Dit heeft geleid tot het opnemen van een gedifferentieerd tarief in de belastingverordening 2021 van € 1,50 voor een hotelovernachting en € 1,00 voor overige overnachtingen. Bestemmingsheffingen Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en de rioolheffing.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en reinigingsrechten worden betaald voor het ophalen van bedrijfsafval. De kosten van de afvalinzameling worden gedekt door de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Dit gebeurt op basis van 100 % kostendekkendheid. Als gevolg van een stijging van de verwerkingstarieven gaan de afvalbeheerskosten de komende jaren omhoog. Deze stijging geldt voor vrijwel alle Nederlandse gemeenten. Het verbrandingstarief voor restafval gaat ook stijgen. Samen met Buha BV en inspraak van bewoners is een nieuw grondstoffenplan opgesteld. De methode “betalen per lediging van de restafvalcontainer” vormt de basis van dit plan. De afvalbeheerskosten zijn met dit plan lager dan de kosten, die de gemeente gehad zou hebben als de maatregelen uit het grondstoffenplan niet uitgevoerd zouden worden. De kostenstijging van de verwerking- en verbrandingstarieven wordt dus gedempt door de maatregelen uit dit grondstoffenplan. Het grondstoffenplan levert een sterke afname van de hoeveelheid restafval op en daarmee van de verbrandingskosten voor restafval. Dit dempt de verhoging van de afvalbeheerskosten. De verwachte kostenstijging is wel afhankelijk van de mate van stijging van de verwerkingstarieven en de mate van afvalscheiding.
Hoe beter de afvalscheiding hoe lager de kosten. Er was extra budget nodig voor het uitvoeren van de maatregelen uit het grondstoffenplan en het dekken van de autonome stijging van de verwerkingskosten. Besloten is om dit in 2021 te dekken uit een verhoging van de reguliere afvalstoffenheffing en vanaf 2022 worden de totale afvalkosten gedekt vanuit een vast en variabel deel. Omdat een alleenwonende minder afval produceert dan een gezin hebben we ook in 2021 verschillende tarieven voor de afvalstoffenheffing gehanteerd. We kennen voor 2021 een tarief voor een eenpersoonshuishouden (€ 258,72) en een tarief voor een meerpersoonshuishouden (€ 316,68). Het inzamelen en verwerken van afval, wordt door Buha BV uitgevoerd.
46
De BTW die we moeten betalen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en reinigingsrechten kunnen we verhalen op het BTW-compensatiefonds. Doordat we deze BTW kunnen verhalen zijn alle gemeenten gekort op de algemene uitkering. Op grond hiervan mogen we de BTW als last aan de afvalstoffenheffing toe rekenen. Om de lastenstijging, mede als gevolg van het grondstoffenplan, te beperken hebben we de toegerekende btw in 2021 op het niveau van 2020 gehouden (€ 982.000). Afvalstoffenheffing Taakveld
Lasten
7.3 Afval
Baten
Dekking
6.816.000 Opbrengsten belastingen
7.724.000
BTW
946.000 Overige opbrengsten
463.000
6.3 Kwijtschelding
573.000 Bijdrage uit voorziening
Totaal
148.000
8.335.000
8.335.000
100%
Reinigingsrechten Taakveld 7.3 Afval
Lasten
Baten 116.000 Opbrengsten belastingen
Btw
36.000
Totaal
152.000
Dekking 152.000 152.000
100%
Rioolheffing De gemeente kan uit de rioolheffing naast de zorg voor het riool ook voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemel- en grondwater binnen de gemeente. Op 14 april 2016 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Doetinchem 2016 – 2020 vastgesteld. Deze is met één jaar verlengd (2016 – 2021). Met het vernieuwde Besluit begroting en verantwoording (BBV) is het vanaf de begroting 2018 verplicht om de omslagrente toe te rekenen aan onze taakvelden. Uitzondering hierop zijn de projectfinancieringen en de grondexploitatie (GREX). Voor nadere info wordt u verwezen naar de paragraaf financiering. Voor de investering riolering hanteren we een ander rentepercentage dan onze omslagrentepercentage. Dit wordt gedaan met het oog op de lange looptijden met een langdurige financiering. Deze vergoeding is voor 2021 berekend op 3,39 % en is gebaseerd op het historisch gemiddeld rentetarief voor leningen met een looptijd van 20 jaar. Ten opzichte van 2020 is dit een daling van 0,26 %. Door de positieve ontwikkeling van de voorziening ten opzichte van het vastgestelde GRP 20162021, was het niet nodig om een extra tariefsverhoging door te voeren. Om de voorziening de komende jaren op peil te houden is het tarief alleen geïndexeerd met de algemene prijsstijging van 1,8 %.
47
Rioolheffing Taakveld
Lasten
7.2 Riool
Baten 4.184.000 Opbrengsten belastingen
Storting voorziening
315.000
BTW
657.000
Rente
477.000
6.3 Kwijtschelding
Dekking 6.081.000
448.000
Totaal
6.081.000
6.081.000
100%
Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De leges vormen met het marktgeld de belangrijkste retributies in de gemeente Doetinchem. Marktgeld Ondernemers die een standplaats op de markt innemen moeten hiervoor marktgeld betalen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de markt in 2021 niet volledig kostendekkend is. Dit komt door lagere inkomsten als gevolg van de coronamatregelen, waardoor een periode alleen levensmiddelen mochten worden verkocht. De toegepaste tarieven waren in 2021 marktconform en in overeenstemming met de tarieven uit de regiogemeenten. Marktgeld Taakveld 3.3 Warenmarkt
Lasten
Baten 115.000 Opbrengsten belastingen
0.4 Overhead
14.000
Totaal
129.000
Dekking 112.000 112.000
87%
Leges Leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van diensten. Uitgangspunt bij het vaststellen van de legestarieven is 100% kostendekkendheid. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Voor bouwwerken met een lage bouwsom brengen we bijvoorbeeld een tarief in rekening dat niet kostendekkend is. Dit compenseren we met een overdekking bij de grote projecten met een hoge bouwsom. De leges voor burgerzaken zijn niet altijd kostendekkend. De belangrijkste oorzaak hiervan ligt in de door het Rijk gemaximeerde tarieven. Uit de hieronder ingevoegde tabel blijkt dat er in 2021 sprake is van een overdekking. Dit is vooral het gevolg van hogere legesopbrengsten voor de omgevingsvergunningen.
48
Titel hoofdstuk
Onderwerp
Taakveld
Titel 1
Algemene dienstverlening
1
Burgerlijke stand
0.2 Burgerzaken
67.000
29.000
96.000
69.000
2
Reisdocument
0.2 Burgerzaken
269.000
54.000
323.000
271.000
84%
3
Rijbewijzen
0.2 Burgerzaken
187.000
58.000
245.000
311.000
127%
4
Verstrekkingen uit basisregistratie personen
0.2 Burgerzaken
30.000
9.000
39.000
36.000
92%
5
Verstrekkingen uit het kiezersregister
0.2 Burgerzaken
0
0
0
0
6
Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
0
0
0
0
7
Bestuurs-stukken
0.4 Overhead
0
0
0
0
8
Vastgoedinformatie
0.2 Burgerzaken
0
0
0
0
9 t/m 19
Diversen
2.2 Parkeren
208.000
3.000
211.000
211.000
761.000
153.000
914.000
898.000
98%
487.000 1.711.000 2.375.000
139%
Subtotaal Titel 2
Omgevings-vergunning
8.3 Wonen en bouwen
Titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn
1.2 Openbare orde en veiligheid
Totaal
Aan leges toe te rekenen lasten (incl rente en btw)
Overhead Lasten totaal
1.224.000
29.000
2.014.000
3.000
Baten
32.000
Dekking
72%
100%
9.000
28%
643.000 2.657.000 3.282.000
124%
Belangrijkste tarieven De belangrijkste tarieven voor 2021 waren: Belastingsoort
Tarief 2021
OZB voor woningen -
Tarief eigenaar per WOZ-waarde
0,12%
OZB voor niet-woningen -
Tarief eigenaar per WOZ-waarde
0,27%
-
Tarief gebruiker per WOZ-waarde
0,25%
Afvalstoffenheffing -
Éénpersoonshuishouden
€ 258,72
-
Meerpersoonshuishouden
€ 316,68
-
Extra emmer groen voor gft-afval
€ 64,32
-
Extra emmer grijs voor restafval
€ 147,96
-
Extra emmer blauw voor papier
€ 38,64
-
Extra emmer oranje voor plasticafval
€ 38,64
Rioolheffing -
Per object
€ 220,01
Hondenbelasting -
1 hond
€ 25,68
-
2 honden
€ 64,20
49
Lokale lastendruk Onderstaand overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Doetinchem in 2021. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing, de zogenaamde gemeentelijke woonlasten. De volgende uitgangspunten golden bij de berekening van de belastingdruk van 2021: - gemiddelde woningwaarde van € 228.500; - één- en meerpersoonshuishoudens. De belastingdruk voor een bewoner die ook eigenaar is ziet er in 2021 als volgt uit: OZB
Afval
Riool
Totaal
2021 Eenpersoonshuishouden
Jaar Soort huishouden
274,89
258,72
220,01
753,62
2021 Meerpersoonshuishouden
274,89
316,68
220,01
811,58
Kwijtscheldingsbeleid In de belastingverordeningen is geregeld dat kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen verleend kan worden voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB. Kwijtschelding wordt verleend op basis van de Rijksnormen. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm. We hebben dit vastgelegd in het beleidsplan armoedebeleid 2018 - 2022. Er wordt rekening gehouden met kwijtschelding als gevolg een aanpassing van de momenteel geldende vermogenstoets en de mogelijkheid tot kwijtschelding voor zzp’ers. De kosten voor kwijtschelding worden gedekt door een opslag op de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de begrote en benutting van de kwijtscheldingsbudgetten. Soort kwijtschelding
Rekening 2021
Begroting 2021
Kwijtschelding afvalstoffenheffing
573.000
441.000
Kwijtschelding rioolheffing
448.000
436.000
9.000
0
Kwijtschelding OZB
De opbrengsten van de gemeentelijke belastingen Het beleid ten aanzien van de gemeentelijke belastingen heeft geleid tot onderstaande belastingopbrengsten voor 2021. De gerealiseerde belastingopbrengsten hebben we vergeleken met de begrote opbrengsten. Precariobelasting wordt geheven voor het in gebruik nemen van gemeentegrond, zoals het inrichten van een terras of het innemen van een standplaats. De precariobelasting voor het gebruik van gemeentegrond voor de inrichting van terrassen is tot en met 7 november 2021 niet in rekening gebracht.
50
Belastingsoort
Rekening 2021
Begroting 2021
OZB -
Eigenaar Gebruiker
woningen
7.520.000
7.580.000
niet woningen
3.233.000
3.266.000
niet woningen
2.624.000
2.717.000
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
7.724.000
7.916.000
Rioolheffing
6.081.000
5.957.000
Hondenbelasting
149.000
123.000
Parkeerbelastingen
2.307.000
3.483.000
Precariobelasting
55.000
87.000
Reclamebelasting
385.000
357.000
Belasting bedrijven investeringszone (BIZ)
182.000
193.000
Toeristenbelasting
74.000
75.000
Marktgeld
112.000
153.000
Leges: -
Algemene dienstverlening
-
Omgevingsvergunning
-
Dienstverlening vallend onder Europese richtlijn
898.000
877.000
2.375.000
1.683.000
9.000
75.000
51
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wat hebben we in 2021 gedaan aan risicogestuurd werken? In deze paragraaf informeren we u over de wijze waarop we in 2021 ons risicomanagement door middel van risicogestuurd werken hebben uitgevoerd. Daarnaast gaan we in op ons weerstandsvermogen en kijken we naar de financiële kengetallen. Risicogestuurd werken is onderdeel van de reguliere werkprocessen in de organisatie. De informatie erover gebeurt via college- en raadsvoorstellen en in de documenten van de P&C cyclus. Twee onderwerpen hadden het afgelopen jaar onze bijzondere aandacht, terwijl deze niet in de begroting 2021 zijn vermeld. Eén onderwerp hield in 2021 niet alleen ons, maar de hele wereld in de greep: corona. Het andere onderwerp is ‘rechtmatigheidsverantwoording nieuwe stijl’ als onderdeel van risicomanagement. In het vervolg van deze paragraaf informeren we u over deze onderwerpen. Daarnaast informeren we u over de ontwikkelingen van risico’s in 2021 en de mate waarin ze zich voordeden. In de jaarrekening achten we het niet zinvol om een weerstandsratio over het afgelopen jaar te berekenen. Wel wordt u bij de toelichting op het resultaat 2021 in deze jaarstukken, geïnformeerd over de financiële gevolgen van risico’s die zich daadwerkelijk voordeden in 2021. Coronavirus In het voorjaar van 2020 zijn we in ons land geconfronteerd met het coronavirus (Covid-19).
Ook in 2021 moest het Rijk herhaaldelijk vergaande beperkende maatregelen nemen om de gezondheid van de burgers te beschermen. Het Rijk trof vervolgens ook regelingen om de inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en gemeenten te compenseren voor de gevolgen van de maatregelen. In de verschillende P&C documenten bent u in 2021 daarover geïnformeerd. Daarnaast heeft onze gemeente zelf ook diverse maatregelen i.v.m. de coronacrisis genomen. Zo hebben we in het begin van de coronacrisis een coronareserve ingesteld. Hieraan zijn steeds de Rijksbijdragen voor coronacompensatie toegevoegd. Vanuit deze reserve zijn de door de gemeente gemaakte extra kosten betaald en de compensaties aan maatschappelijke organisaties en instellingen. Daarnaast heeft de raad op 25 maart 2021 besloten om ‘compensatiemaatregelen voor corona’ te nemen (raadsbesluit 2021-21). Het betreffen een tweetal regelingen: 1. De ‘eenmalige ondersteuningsbijdrage corona’: elke vereniging/ stichting kan onder beperkte voorwaarden een eenmalige ondersteuningssubsidie corona ontvangen van € 250. 2. De ‘maatwerk corona-ondersteuning’ voor organisaties/ instellingen die een meer omvangrijke ondersteuning vragen als gevolg van corona. Tenslotte heeft het college op 22 december 2021 nog besloten over het Doetinchemse Coronasteunpakket met bestaande, verlengde en nieuwe ondersteuningsmaatregelen.
Daarmee ontvangen verschillende groepen in de Doetinchemse samenleving die extra worden getroffen door corona, een extra steuntje in de rug. Zie raadsmededeling 2021-112. Voor een verdere toelichting op de impact van de coronacrisis op de gemeente Doetinchem wordt verwezen naar paragraaf 9 van deze jaarstukken. In deze aparte paragraaf wordt nader ingegaan op de gevolgen van de coronacrisis voor onze gemeente in 2021. Rechtmatigheidsverantwoording nieuwe stijl als onderdeel van risicomanagement In het najaar van 2021 zijn we gestart met de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording nieuwe stijl. Naar verwachting dient het college van burgemeester en wethouders vanaf het verslagjaar 2022 zelf de rechtmatigheidsverantwoording
52
in de vorm van een rechtmatigheidsverklaring in de jaarstukken af te geven. Tot en met het verslagjaar 2021 wordt dit nog door de accountant gedaan. In paragraaf 8 (Rechtmatigheid) van deze jaarstukken beschrijven we de stappen die in 2021 zijn gezet en de context van de rechtmatigheid. In deze paragraaf geven we een korte beschrijving van de inhoudelijke verbinding tussen de rechtmatigheidsverantwoording nieuwe stijl en het risicomanagement. Dit heeft gevolgen voor de verdere ontwikkeling van het risicomanagement. De rechtmatigheidsverantwoording nieuwe stijl brengt implicaties met zich mee. Om de rechtmatigheidsverklaring af te kunnen geven zal er namelijk een deugdelijke en aantoonbare grondslag moeten zijn. Dit vergt een (verdere) professionalisering van het risicomanagement in 2022. Op hoofdlijn betekent dit: 1. Risico’s worden fijnmaziger, frequenter en beter aantoonbaar geïnventariseerd, geanalyseerd, gekwantificeerd en voorzien van beheersmaatregelen; 2. Beheersmaatregelen worden (nog) concreter gedefinieerd en uitgevoerd; 3. Beheersmaatregelen worden risicogericht en conform een controle-planning getoetst op effectiviteit; 4. Als beheersmaatregelen blijkens toetsing niet effectief zijn worden er verbeteracties, gedefinieerd, vastgelegd en (tijdig) uitgevoerd; 5. Het creëren van (nog) meer risicobewustzijn en-eigenaarschap bij medewerkers en management.
Vanaf 2022 worden er jaarlijks per team risicoanalyses uitgevoerd. Van de teams die de risicoanalyse reeds afgerond hebben zijn de belangrijkste risico’s, voor zover ze impact hebben op de vermogenspositie, opgenomen in deze paragraaf. De meer fijnmazige systematiek van risicobeoordeling zal er toe leiden dat er ook meer risico’s in beeld gaan komen. Het betreft dan niet alleen financiële risico’s maar ook overige risico’s. Daarnaast zullen risico’s vanaf het verslagjaar 2022 ook op een lager aggregatieniveau/meer gedetailleerd in deze paragraaf gepresenteerd gaan worden om zodoende meer inzicht te verschaffen. Om de werking en de aantoonbaarheid van het risicomanagement (verder) te verbeteren is een systematische vastlegging van risico’s, beheersmaatregelen, interne controles en verbeteracties van essentieel belang. In dit kader is er recent een voor(onderzoek) gestart om te kijken of een risicomanagementapplicatie hierbij de juiste ondersteuning kan bieden. De stappen die worden genomen om het risicomanagement (verder) te verbeteren vinden in nauwe afstemming met de accountant plaats. Risicogestuurd werken in 2021: wat werd verwacht en wat is gebeurd? In deze jaarstukken evalueren we in hoeverre de in de geamendeerde begroting 2021 opgenomen risico’s zich hebben gemanifesteerd en welke onverwachte risico’s realiteit zijn geworden.
Dat verantwoorden we in het betreffende programma waarop het risico betrekking heeft; deze paragraaf en/of bij de analyse van het jaarrekeningresultaat 2021. We beperken ons tot de gebeurtenissen met de grootste impact. Toelichting op de ontwikkeling van de risico’s in 2021 In de geamendeerde begroting 2021 waren onderstaande risico’s beschreven. We schetsen de belangrijkste ontwikkelingen in 2021 bij deze risico’s. 1. Sociaal domein Sinds het najaar van 2018 hebben we gewerkt aan het terugdringen van tekorten en transformatie van het sociaal domein, onder de noemer ‘Taskforce financiële beheersing sociaal domein’. De Taskforce had de opdracht om besparingen te realiseren die zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Het risico bestond dat de opgenomen taakstellingen niet worden
53
gerealiseerd in het jaar waarin ze zijn geraamd. In 2020 is gebleken dat we binnen de begroting zijn gebleven. Het college heeft het plan omarmd om “Grip op financiën” terug te brengen in de lijn. Uw raad is hierin meegenomen en de projecten portefeuille vanuit de Taskforce wordt door de organisatie in samenwerking met onze partners verder uitgewerkt. Binnen het sociaal domein bestaan een aantal zogenaamde openeindregelingen, zoals jeugdzorg. Overschrijdingen zullen in eerste instantie worden opgevangen binnen programma 2 Sterke Samenleving. In de begroting van 2021 is aangegeven dat we gegeven de begrotingsomvang van het Sociaal domein het realistisch achten om voor de risico’s in het Sociaal domein vanaf 2021 € 2 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve te rekenen. In 2021 hebben we hier geen beroep op hoeven doen. Sociaal domein en corona In tegenstelling tot 2020 hebben we in 2021 bij zorgaanbieders gezien dat slechts beperkte meerkosten zijn gevraagd naar aanleiding van corona. In 2021 is voor de rechtmatige afrekening met de aanbieders verantwoord over: - De geleverde en gedeclareerde productie 2020 (reguliere productieverantwoording) en daarbij aanvullend; - De coronacompensatie bestaande uit de meerkosten. De reguliere productieverantwoording 2021 en de meerkosten is besproken met en heeft de goedkeuring van onze accountant.
Deze werkwijze sluit aan bij het regionale advies en is overeenkomstig de landelijke lijn. 2. Beschermd wonen Binnen het sociaal domein vraagt het taakveld 6.81 (geëscaleerde zorg 18+) bijzondere aandacht. Hierbij gaat het om Beschermd Wonen, Maatschappelijke opvang en openbare geestelijke gezondheidzorg. Taken die de gemeente Doetinchem als centrumgemeente uitvoert voor de Achterhoekse gemeenten. Doetinchem heeft hiervoor Rijksmiddelen ontvangen en hieruit de zorg en ondersteuning voor ca. 430 Achterhoekse cliënten in 2021 bekostigd. De afgelopen jaren was er sprake van een overschot op deze middelen. Tegelijkertijd was het ook onduidelijk wat de precieze organisatorische kosten waren die Doetinchem had voor het uitvoeren van deze centrumtaak. Op basis van bestuurlijke afspraken zijn naar rato van het aantal cliënten met een beschermdwonen-voorziening de middelen over de periode 2015-2018 in 2020 teruggevloeid naar de Achterhoekse gemeenten en over de periode 2019-2020 in 2021. Over de volgende jaren zijn eind 2020, na het opstellen van de begroting 2021 nadere afspraken gemaakt. Op basis van deze jaarrekening is een overschot voor 2021 van € 4,5 miljoen becijferd. Dit betekent dat na vaststelling van de jaarstukken op basis van de gemaakte afspraken naar rato van de gemeentelijke cliënten aantallen berekend zal worden wat de zeven regiogemeenten van Doetinchem ontvangen. 3.
Verbonden partijen Tot de verbonden partijen behoren o.a. de gemeenschappelijke regelingen (GR’s) en de gemeentelijke BV’s. Zie hiervoor paragraaf 6 verbonden partijen van deze jaarstukken. Vanaf de begroting 2021 hebben we onze systematiek voor de nominale ontwikkelingen vernieuwd. Die geldt ook voor onze verbonden partijen. De nieuwe systematiek leidt jaarlijks tot een nauwkeurige berekening van de kosten van nominale ontwikkelingen, ook voor de verbonden partijen. Dat leidt (veelal) tot een hogere aanmelding voor nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting. Daar staat ook weer tegenover dat het risico op de verbonden partijen aanzienlijk verlaagd. Blijft, dat enkele van onze gemeentelijke BV’s (Buurtplein en Buha) risico’s melden in hun begrotingen.
54
Met hen zijn we zowel als aandeelhouder alsmede als opdrachtgever in gesprek over hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden voor een totaal sluitende bedrijfsbegroting. 4. Ontwikkellocaties: grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten In paragraaf 7 grondbeleid van deze jaarstukken en het Meerjaren Perspectief Ontwikkellocaties (MPO) 2022 wordt u uitgebreid geïnformeerd over de resultaten en ontwikkelingen van de grondexploitaties en gebiedsontwikkelingen. Het MPO wordt gelijktijdig met de jaarstukken 2021 aan uw raad voorgelegd. De resultaten 2021 uit het MPO worden in het rekeningresultaat van deze jaarstukken verwerkt. Zie de toelichting op het rekeningresultaat. 5. Garanties en leningen Bij de garanties en geldleningen moest de gemeente Doetinchem de garantie van de SAZA Topsporthal in 2021 invullen. De gemeente is in 2021 als borgsteller aangesproken voor betaling van de rente termijnen tot een totaalbedrag van € 91.002. Dit bedrag is meegenomen in het resultaat 2021 (SAZA) in deze jaarstukken. De SAZA topsporthal maakt bij de start geen onderdeel uit van het Sportbedrijf Doetinchem BV die per 1 januari 2021 van start is gegaan. Personeelshypotheken De analyse van het hypothekenbestand van de gemeente Doetinchem levert in vergelijking tot 2020 op, dat in 2021: - Het risicobedrag (hypotheek vs.
WOZ) verder is afgenomen met €124.000 (van € 136.840 naar €12.840). - Het aantal hypotheken in de portefeuille verder is afgenomen van 39 naar 30. Enerzijds is in 2021 verdere sturing gegeven op de afbouw van de hypotheken in het bestand van de gemeente. Anderzijds werkt de huidige huizenmarkt positief op het risico van de gemeente Doetinchem. Bij dit laatste is, zeker in vergelijk tot 2020, duidelijk zichtbaar dat de explosieve ontwikkeling van de huizenprijzen sterk van invloed is op het aanwezige risico dat resteert uit 2021. De ontwikkeling is samengevat goed en het risico is over 2021 substantieel afgenomen. 6. Subsidies van derden In 2021 hebben zich geen risico’s voorgedaan bij subsidies van derden. 7. Gemeentefonds: reguliere risico’s De ontwikkelingen van het Gemeentefonds worden verantwoord in programma 4 Organisatie en financiën. De afwijkingen in de algemene uitkering Gemeentefonds worden daar nader toegelicht. De (voordelige) afwijkingen als gevolg van de meicirculaire 2021 zijn verwerkt in de 2e bestuurlijke monitor 2021. De afwijkingen 2021 uit de september- en decembercirculaire 2021 Gemeentefonds zijn in de jaarrekening 2021 verantwoord. 8. Herverdeling Gemeentefonds De herverdeling Gemeentefonds heeft pas gevolgen vanaf 2023. 9. Algemene basis algemene reserve onvoorziene risico’s Niet alle risico’s kunnen worden voorzien of met ramingen worden onderbouwd.
We houden voor dergelijke risico’s een basisreserve aan. Daarom hanteren we een algemene basis in onze algemene reserve voor onvoorziene risico’s van € 2 miljoen. Uit deze algemene basis dekken we ook de risico’s voor kapitaallasten en lopende procedures als specifieke risico’s.
55
Kapitaallasten Bij de kapitaallasten hebben zich in 2021 geen risico’s voorgedaan. Het resultaat van de kapitaallasten worden verantwoord in programma 4 Organisatie en financiën. De afwijkingen in de kapitaallasten worden daar nader toegelicht. Handhavingstraject tegen milieubedrijf Eind 2021 is gestart met het definitief afvoeren van de opgeslagen vloeistoffen met PFAS van het milieubedrijf aan de Voltastraat 86a. De bodem- en grondwater sanering en de ontmanteling van de silo’s zijn in gang gezet of werden voorbereid. Inmiddels is er ook een subsidie toegekend maar onzeker is nog of deze subsidie toereikend zal zijn en voor welke onderdelen in het proces en uitgaven deze subsidie ingezet mag worden. Er is nog steeds kans dat de gemeente in de komende jaren een deel van de kosten voor haar rekening moet nemen . 10. Risico’s i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen In de begroting 2021 zijn onder deze noemer risico’s genoemd bij de Omgevingswet, de gemeentelijke bijdrage aan de Regiodeal en de SAZA. Bij de eerste twee onderwerpen hebben zich geen risico’s voorgedaan. Bij de SAZA wel; zie daarvoor de toelichting onder 3. Verbonden partijen. Relevante gebeurtenissen na 2021 In februari 2022 is er een invasie van Rusland op de Oekraïne begonnen en sindsdien is er een Russisch-Oekraïense Oorlog gaande.
De gevolgen van de spanningen rond Oekraïne en de daarmee samenhangende economische ontwikkelingen kunnen een negatief effect hebben op het risicoprofiel en de daaraan gekoppelde weerstandsfactor. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Voor de begroting 2021 gold dat de ondernorm van de ratio was bepaald op 1,0 en de bovennorm op 1,5. In de begroting 2021 werd geconstateerd bij confrontatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de berekende benodigde weerstandscapaciteit, dat de gemeente Doetinchem in 2021 met een weerstandsratio van 0,84 over voldoende weerstandsvermogen zou beschikken. Het resultaat van deze jaarrekening leidt ertoe dat ruim € 10 miljoen wordt bestemd voor de algemene reserve. Dit leidt tot een krachtige verbetering van onze weerstandscapaciteit in de komende jaren. Bij het vaststellen van de geamendeerde begroting 2022 heeft de raad op 4 november 2021 besloten (raadsbesluit 2021-95) om de normen voor de weerstandsratio te verhogen en de ondernorm te bepalen op 1,0 en de bovennorm op 1,5.
Daarmee waarborgen we voor de toekomst een goede basis voor onze financiële positie, met het oog op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en nog niet te kwantificeren risico's. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken. Boven de norm geeft ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Bij de afwegingen hierover worden ook de financiële kengetallen ‘solvabiliteit’ en ‘schuldpositie’ betrokken. Financiële kengetallen Sinds enkele jaren nemen we in de jaarstukken financiële kengetallen met toelichting op in deze paragraaf. Deze vijf kengetallen zijn vastgesteld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling.
56
Omdat de rente en schulden van verstrekte leningen en grondvoorraden niet drukken op onze begroting hebben we aan de verplichte kengetallen toegevoegd het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen en de solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden. Hieronder leest u een overzicht van de financiële kengetallen. Vervolgens geven we een toelichting bij ieder kengetal. Financiële kengetallen
rekening 2020
begroting 2021
rekening 2021
1 Netto schuldquote
71%
94%
67%
1a Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
66%
85%
62%
2 Solvabiliteitsratio
20%
16%
23%
2a Solvabiliteitsratio excl leningen en grondvoorraden
25%
21%
28%
3 Kengetal grondexploitatie
16%
20%
14%
4 Structurele exploitatieruimte
0,76%
2,06%
1,82%
95%
95%
101%
5 Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde
Toelichting op de financiële kengetallen De vijf kengetallen zijn vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording (BBV); hun berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling. Twee belangrijke factoren nuanceren het beeld. Ten eerste kan een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen het beeld vertekenen. Ten tweede kunnen grote voorraden bouwgrond (inclusief bouwgrond in exploitatie) het beeld vertekenen. Bij de uitgeleende gelden wordt de rente doorberekend. Met de ontvangen aflossing van het uitgeleende geld wordt onze schuld afgelost. Bij de voorraden bouwgrond wordt onder normale condities de rente van de financiering voor de aankoop bijgeschreven bij de voorraad. De rente drukt zodoende niet op de exploitatie. Bij de verkoop van de kavels worden de rentekosten van deze schulden goed gemaakt. Ook worden met de verkoopopbrengsten de leningen afgelost. Netto schuldquote Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle inkomsten minus de reserve mutaties. De omvang van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een lagere netto schuld in combinatie met een hogere inkomsten zorgt voor een lagere schuldquote ten opzichte van de begroting.
In 2021 hoefden we minder te lenen dan begroot enerzijds doordat de kredieten nog niet volledig zijn uitgegeven anderzijds doordat we geld hebben over gehouden in onze begroting. Hierdoor hoefde er minder geleend te worden. De hogere inkomsten ontstaan onder andere door verkoop gronden en ontvangen subsidies of uitkeringen. Een deel van onze schuld zijn we aangegaan om deze vervolgens door te lenen. Daarom wordt ook de netto schuldquote berekend gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De provincie Gelderland geeft de volgende norm: zodra de netto schuldquote boven 130% is, is sprake van een zeer hoge schuld. Is de quote hoger dan 100%, dan is waakzaamheid geboden. Tot 100% is deze voldoende. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal (eigen en vreemd vermogen samen). Het cijfer geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Wanneer we het balanstotaal zouden verlagen door grondverkopen en/of door aflossingen van verstrekte leningen waarmee onze schulden kunnen worden afgelost, dan wijzigt de solvabiliteitsratio. Deze balansverkorting leidt tot een solvabiliteitsratio van 24%.
57
De provincie Gelderland acht een solvabiliteit lager dan 20% risicovol, tussen 20% en 50% voldoende en boven 50% minst risicovol. Kengetal grondexploitaties Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de boekwaarde van de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten van de gehele gemeentebegroting. Gemeenten met gronden met een lage boekwaarde lopen minder risico dan gemeenten met een hoge boekwaarde. De provincie Gelderland stelt geen norm voor dit kengetal. Alleen de boekwaarde afgezet tegen de totale baten zegt immers weinig. Om te kunnen beoordelen of een gemeente goed scoort met haar grondbedrijf, moeten ook afzetprognoses en getroffen voorzieningen beoordeeld worden. Wij doen de beoordeling en bijstelling jaarlijks via het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) en onze accountant beoordeelt deze vanuit zijn verantwoordelijkheid. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening zoals die nu is voorgeschreven moeten we het saldo van structurele baten en lasten delen door de totale baten minus de onttrekking aan de reserves. Het kengetal moet hierdoor minimaal groter dan 0 zijn, anders duidt dit op een tekort in de structurele ruimte.
Belastingcapaciteit: woonlasten als percentage van het landelijk gemiddelde Bij dit kengetal worden de Doetinchemse woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZwaarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde tarief van het jaar vóór het begrotingsjaar. Het gaat om de woonlasten: OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Aanpassingen van deze belastingen beïnvloeden het percentage van de belastingcapaciteit. Het veranderen of vervallen van de hondenbelasting heeft geen invloed op dit kengetal. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten in Doetinchem iets hoger dan gemiddeld in Nederland.
58
3. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Buha is de verbonden uitvoeringsorganisatie van de gemeente Doetinchem als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de gemaakte afspraken tussen opdrachtgever (gemeente Doetinchem) en opdrachtnemer (Buha BV) (OGON) worden de kapitaalgoederen onderhouden volgens de samenwerkingsovereenkomst en bijhorende dienstenkaarten. Waar gaat deze paragraaf over? Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die regelmatig onderhoud vergen, zoals wegen, gebouwen, groen, riolering en watervoorziening. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2021 Vastgesteld in
Looptijd t/m
Wegen1
Beheerplannen
2021
2031
Riolering2
2016
2021
Groen
2017
2027
Gebouwen
2015
2021
Civieltechnische kunstwerken3
2020
2021
Openbare verlichting4
2015
2020
1 Het beleidsplan Wegen 2021-2031 is op 30 september 2021 vastgesteld (raadsbesluit 2021-83). 2 Het huidige GRP wordt verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het nieuwe beleid rondom riolering, water, klimaatadaptatie wordt opgenomen binnen de Omgevingsvisie en plannen. Jaarlijks wordt een Rioolbeheerplan gemaakt waar de geplande werkzaamheden voor het komende jaar genoemd zijn. 3 Het nieuwe beheerplan Civieltechnische kunstwerken is niet meegenomen in het nieuwe beleidsplan Wegen 2021-2031. Het nieuwe beheerplan Civieltechnische kunstwerken wordt in de eerste helft van 2022 vastgesteld. 4 Het opstellen van het nieuwe beleidsplan Openbare Verlichting 2022-2027 heeft meer tijd geduurd dat oorspronkelijk gedacht dit door mede de coronaperikelen. Het nieuwe beheerplan Openbare verlichting wordt in de eerste helft van 2022 vastgesteld.