CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Inbreng fracties integraal beleidskader sociaal domein 2023-2036 Samen groeien gewoon doen (n.a.v. toezegging 06-07-2023).pdf

beeldvormende raad 13 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Beleidskader sociaal domein2.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen Betreft: Wijze waarop inbreng fractie raadsvergadering 6 juli 2023 betrokken is bij uitwerking nieuwe beleidskader (Afhandeling toezegging raadsvergadering 6 juli 2023)

Wat heeft het college gedaan met de inbreng van de fracties? Tijdens de raadsbehandeling van de Inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes nieuw beleidskader sociaal domein in juli 2023 hebben verschillende fracties opmerkingen gemaakt en voor hen belangrijke onderwerpen naar voren gebracht. In de raadsvergadering van 6 juli 2023 heeft het college toegezegd de opmerkingen mee te nemen in de uitwerking voor het nieuwe beleidskader sociaal domein. Hieronder komen de diverse opmerkingen vanuit de fracties aan bod en de wijze waarop het college deze betrokken heeft in de uitwerking van het nieuwe Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen. Fractie

Inbreng 6 juli 2023

Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen

CDA (Berends)

Wennen dat we lijken afscheid te nemen van één gezin, één plan, één regisseur. Fractie is benieuwd naar de uitwerking.

Dit thema hebben we uitgewerkt bij bouwsteen ‘Inwoner centraal’, zie par. 3.1 (blz. 11). Daar is onder andere opgenomen ‘We bieden integrale hulp en ondersteuning aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één huishouden, één plan, één regisseur’. Dit uitgangspunt heeft als doel dat inwoners, ongeacht hun inhoudelijke vraag, kunnen rekenen op een duidelijk aanspreekpunt, een heldere werkwijze en eenduidige afspraken over wat zij van de gemeente en de eventuele ondersteuning mogen verwachten.’

(Raadsbehandeling inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes)

Onder ‘Inwoner centraal’ staat onder andere ook: ‘Om een integrale aanpak te realiseren, kiezen we voor een aanpak waarin de inwoner centraal staat. We kijken gericht naar wat iemand nodig heeft. Soms is dat duidelijk en overzichtelijk. Dan werken we efficiënt en zorgen we met onze uitvoeringsorganisaties voor een snelle en passende oplossing. Er kan ook sprake zijn van complexe problematiek. Dat vraagt goede samenwerking en afstemming tussen professionals en organisaties. Met elkaar zorgen we voor een samenhangende aanpak op alle leefgebieden, vanuit de vraag en behoeften van de inwoner en/of het gezin. Daarbij staat niet de wet, de regeling of de voorziening centraal, maar vormt het dagelijks leven van de inwoner en/of het gezin het uitgangspunt.’ CDA (Berends)

Fractie heeft vertrouwen in aanpak preventie, zoals CDA dat graag ziet: voordat er een zorgvraag is.

Preventieve aanpak komt op veel plekken terug in het beleidskader. Het belang van preventie komt ook prominent terug in de bouwstenen. Eén van de bouwstenen is dan ook ‘Preventie’, par. 3.3. (blz. 13). Daar hebben we onder andere het volgende opgenomen: ‘Met gerichte maatregelen voor risicogroepen focussen we ons op factoren die van invloed zijn op gezondheid en welzijn. We geven extra aandacht aan preventie vóórdat een zorg- of ondersteuningsvraag bestaat. Voorkomen is immers beter dan genezen. En erger voorkomen is beter dan wachten tot het te laat is. Hiermee dragen we bij aan het uitstellen of voorkomen van behoefte aan zorg en ondersteuning.’ Verder wijzen we onder andere op de sociale opgave ‘Gezond en gelukkig leven’, zie par. 4.4. (blz. 32 e.v.). Daar is onder andere opgenomen dat (positieve) gezondheid, preventie en leefstijl leidend zijn. En ook pakken we vanuit de gemeente extra regie en sturing op de preventie-infrastructuur (blz. 37).

1

LBD (Giesbers)

Fractie vraagt aandacht om meegenomen te blijven worden, zodat raad ontwikkelingen kan monitoren.

Zie hiervoor hoofdstuk 7 Monitoring (blz. 46 e.v.). Daar is onder andere opgenomen dat dit integraal beleidskader onze strategische koers uitzet. Het is een document op hoofdlijnen. De uitwerking krijgt vorm via vier uitvoeringsagenda’s met concrete doelen en deelopdrachten. Per uitvoeringsagenda werken we een monitoringsplan uit. Ook is daar genoemd: ‘Over twee jaar (in 2026) maken we een eerste tussenstand op. Dit is een eerste piketpaal op weg naar 2036. Het wordt nog geen volwaardige evaluatie, want daar is het dan nog te vroeg voor. We maken de balans op, op basis van ‘tellen en vertellen’. Zie het als ‘De staat van het sociaal domein’ in 2026. Over vier jaar komen we met een volwaardige evaluatie van dit beleidskader. Op basis van die evaluatie komen we met voorstellen voor de periode daarna.’

VVD (Boerman)

Fractie kan zich goed vinden in de keuze voor preventie, inzet op normaliseren en sterke sociale basis, veerkrachtige inclusieve samenleving en passende ondersteuning vanuit menselijke maat voor inwoners in kwetsbare situaties. Fractie is ook voorstander van integraliteit, bevorderen samenwerking, innovatie en financieel ontschotten.

De verschillende punten komen allemaal prominent terug in het stuk, zie onder andere: − De kernboodschap in het voorwoord ‘Samen groeien, gewoon doen’ (blz. 2 en 3) − Bouwsteen ‘Veerkracht’, zie par. 3.2. (blz. 12) − Bouwsteen ‘Preventie’, zie par. 3.3 (blz. 13) − Sociale opgave ‘Verstevigen sociale basis in buurten en wijken’, zie par. 4.2 (blz. 22 e.v.). − Samenwerking in de keten: van verkokering naar samenwerking (blz. 38) − Innovatie (blz. 40) − Financieel ontschotten (blz. 42).

VVD (Boerman)

Fractie vraagt aandacht voor nazorg.

Nazorg komt aan bod bij de bouwsteen ‘Preventie’, par. 3.3. (blz. 13): ‘Preventief werken betekent niet alleen prioriteit geven aan de ‘voorkant’. Goede nazorg is minstens zo belangrijk, want daarmee zorgen we voor een duurzame oplossing en voorkomen we terugval. Een krachtig, breed en integraal preventiebeleid is dus van essentieel belang om de kanteling van zorg naar gezondheid te realiseren.’

D66 (Mullink)

Fractie gaat uit van eigen kracht van mensen en vindt het belangrijk dat iedereen gelijke kansen krijgt om mee te doen in de samenleving. Fractie vindt het goed dat we uitgaan van een veerkrachtige, inclusieve samenleving waarin iedereen naar vermogen kan opgroeien en ontwikkelen.

Deze thema’s komen onder andere prominent terug in de kernboodschap in het voorwoord ‘Samen groeien, gewoon doen’ (blz. 2 en 3)

D66 (Mullink

Fractie hecht veel waarde aan vroegsignalering en preventie.

Preventieve aanpak komt op veel plekken terug in het beleidskader. Zie hiervoor onder andere: Bouwsteen ‘Preventie’, zie par. 3.3 (blz. 13) en de aanpak op het gebied van armoede en schulden (blz. 20).

D66 (Mullink

Verbinding met groeiambitie Doetinchem 2036. Groeiambitie betekent dat alle beleidsterreinen zullen moeten groeien.

De verbinding met onze groeiambitie 2036 komt op meerdere plekken aan bod, onder andere: − De kernboodschap in het voorwoord ‘Samen groeien, gewoon doen’ (blz. 2 en 3) − ‘Voorzieningen groeien mee richting 2036’, par. 4.2.1 (blz. 25 en 26) − ‘Ruimte voor talent en innovatie: aantrekkelijke onderwijs- en werkgemeente’, par 4.3.1 (blz. 30) − Hoofdstuk financiën (blz. 42) waar is opgenomen dat we ook rekening houden met demografische ontwikkelingen.

2

PvdA (Velthuis)

Fractie ziet graag dat ervaringsdeskundigheid vastgezet wordt in beleid.

Zie hiervoor Hoofdstuk 5 Aan de slag -> ‘Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid’ (blz. 40), daar is het volgende opgenomen: Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zijn van waarde voor ons beleid én de uitvoering. Met ervaringskennis doelen we op de ervaring die iemand heeft opgedaan in het leven, bijvoorbeeld met eenzaamheid of discriminatie, leven in armoede of leven met een beperking. Terugkijken en reflecteren op deze ervaringen leveren waardevolle inzichten op. Een ervaringsdeskundige kan de ervaringen verbinden met de ervaringen van anderen en heeft geleerd, bijvoorbeeld via opleiding of de praktijk, deze kennis in te zetten voor anderen. Met ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid slaan we een brug tussen de leefwereld van onze inwoners en de complexe systeemwereld van de gemeente en andere betrokken partijen. Daarom gaan we (meer) gebruikmaken van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid, bij het opstellen van beleid én in de uitvoering.

PvdA (Velthuis)

Belang van buurthuizen en wijkcentra. Zichtbaarheid en bekendheid van buurthuizen en wijkcentra

De sociale opgave ‘Verstevigen sociale basis in buurten en wijken’, par. 4.2 (blz. 22 e.v.) gaat nadrukkelijk over het belang van voorzieningen, zoals wijk- en buurtcentra, in de buurten en wijken. We hebben ook definities opgenomen over de verschillende lagen in sociale basis waar ook inloopvoorzieningen en buurt-/wijkcentra onder vallen (Persoonlijke, gemeenschappelijke en institutionele sociale basis (blz. 23)). Ook in de passages over ‘Voorzieningen groeien mee richting 2036’ (blz. 25), en ‘De woonzorgvisie’ (blz. 26) gaat het nadrukkelijk over voorzieningen nabij.

PvdA (Velthuis)

Belang van een goede sociale kaart. Fractie pleit voor een completere sociale kaart.

In het nieuwe beleidskader hebben we opgenomen dat de inwoner centraal staat en dat we gericht kijken naar wat iemand nodig heeft. Dat we zorgen voor een effectieve en goede samenwerking. Zoals ook vastgelegd in de bouwsteen ‘Inwoner centraal’, par. 3.1. (blz. 11). We hebben in hoofdstuk 5 Aan de slag ‘Communicatie, zichtbaarheid en vindbaarheid’ (blz. 40) het volgende opgenomen: ‘In onze gemeente is een breed scala aan voorzieningen. Het is belangrijk dat inwoners, vrijwilligers en professionals weten wat er aan voorzieningen beschikbaar is. We zorgen dat de zichtbaarheid en vindbaarheid van voorzieningen op orde is. Indien nodig pakken wij onze (regie)rol door de zichtbaarheid en vindbaarheid te vergroten. Bijvoorbeeld door actief en gericht te communiceren of door de afstemming tussen verschillende samenwerkingspartners te verbeteren.’ Ook verwijzen wij naar de passage waar we hebben opgenomen dat we vanuit de gemeente extra regie en sturing pakken op de preventie-infrastructuur (blz. 37).

GBD (Zaaijer)

Fractie benoemt het belang dat informatie over sociale infrastructuur voor iedereen toegankelijk is en goed te vinden is (onder andere voor professionals)

De sociale opgave ‘Verstevigen sociale basis in buurten en wijken’, par. 4.2 (blz. 22 e.v.) gaat nadrukkelijk over het belang van voorzieningen, zoals wijk- en buurtcentra, in de buurten en wijken. We hebben in hoofdstuk 5 Aan de slag ‘Communicatie, zichtbaarheid en vindbaarheid’ (blz. 40) opgenomen: ‘In onze gemeente is een breed scala aan voorzieningen. Het is belangrijk dat inwoners, vrijwilligers en professionals weten wat er aan voorzieningen beschikbaar is. We zorgen dat de zichtbaarheid en vindbaarheid van voorzieningen op orde is. Indien nodig pakken wij onze (regie)rol door de zichtbaarheid en vindbaarheid te vergroten. Bijvoorbeeld door actief en gericht te communiceren of door de afstemming tussen verschillende samenwerkingspartners te verbeteren.’ Ook verwijzen wij naar de passage waar we hebben opgenomen dat we vanuit de gemeente extra regie en sturing pakken op de preventie-infrastructuur (blz. 37).

3

CU-SGP (Pijning)

Fractie gaat bij de uitwerking vooral letten op integrale aanpak, de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen en de samenwerking met de verschillende partners

Het vorige beleidskader sociaal domein richtte zich primair op de Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet. Daarnaast waren er diverse andere kaders, visies en plannen voor sectorale of specifieke onderdelen van het sociaal domein. Wat miste is een brede, integrale visie over de volle breedte van het sociaal domein. Met dit nieuwe beleidskader gaan we uit van integraal beleid. Met dit brede en toekomstgerichte integraal beleidskader zetten wij de volgende stap. Nog veel meer dan voorheen brengen we verbinding en samenhang aan en werken we vanuit één gedeelde visie voor de volle breedte van het sociaal domein. Zie onder meer de passages in hoofdstuk 1 ‘Samen verder vooruit’ (blz. 6 en 7). Verder verwijzen we onder andere naar hoofdstuk 2 ‘De Doetinchemse aanpak’ (blz. 8 .e.v.) waar is opgenomen: Met onze bouwstenen en sociale opgaven creëren we samenhangend beleid. Ze vormen als het ware de overkoepelende paraplu waarop we in Doetinchem de uitvoering in het sociaal domein baseren. Vervolgens blijft er ruimte om in uitvoeringsagenda’s, verordeningen, beleidsregels, opdrachten et cetera invulling en uitvoering te geven aan onze overkoepelende bouwstenen en sociale opgaven. Daarbij geldt dus nadrukkelijk dat de invulling en uitvoering in lijn moeten zijn met de aanpak zoals in dit beleidskader verwoord.

Alleen dan kunnen we in gezamenlijkheid de volgende stap zetten en onze ambities realiseren.

CU-SGP (Pijning)

Fractie bepleit het betrekken van maatschappelijke partners over de gehele breedte, het maatschappelijke middenveld. Fractie benadrukt dat gemeente zoveel mogelijk maatschappelijke organisaties met elkaar verbindt, niet alleen partijen waar gemeente een subsidie of contractrelatie mee heeft. Fractie refereert aan evaluatierapport waar naar voren komt dat professionals vragen om verbinding/samenwerking te verbeteren. Bijv. door organiseren netwerkdagen.

In hoofdstuk 5 Aan de slag (blz. 39) hebben we opgenomen: Permanente dialoog met het maatschappelijk middenveld Het sociaal domein stopt niet bij onze verbonden partijen en uitvoeringsorganisaties. We kennen in Doetinchem een rijk maatschappelijk middenveld, met tientallen organisaties en initiatieven die ieder dag opnieuw het leven van onze inwoners kleur geven. Denk aan (professionele) uitvoeringsorganisaties, vrijwilligersorganisaties, religieuze organisaties, sport- en culturele verenigingen, samenwerkingsverbanden, initiatieven in de wijk of buurt et cetera. Zij vormen met elkaar de haarvaten van een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. Wij zorgen ervoor dat we in een permanente dialoog staan met het maatschappelijk middenveld. Het zijn immers de mensen achter deze organisaties en initiatieven die in contact staan met onze inwoners. Zij kunnen ons voeden met ervaringen uit de dagelijkse praktijk, door bijvoorbeeld trends en ontwikkelingen met ons te delen, mee te denken en ons kritisch te bevragen. Onze rol richting organisaties in het maatschappelijk middenveld kan per onderwerp verschillen. Soms pakken we een actieve rol, bijvoorbeeld door organisaties of initiatieven actief te ondersteunen of onderlinge verbindingen mogelijk te maken. Maar het kan ook beperkt blijven tot met elkaar de dialoog aangaan over wat we om ons heen zien gebeuren.

Met elkaar in een permanente dialoog staan, betekent namelijk niet dat wij altijd een (formele) samenwerking aangaan, actief ondersteunen of financieel bijdragen. Juist in een open gesprek zijn we duidelijk over de onderlinge verwachtingen. En onder ‘Samenwerking in de keten: van verkokering naar samenwerking’ (blz. 38) hebben we bijv. opgenomen dat we samen met die verschillende organisaties in onze gemeente samenwerken aan een sociale en veerkrachtige samenleving. En dat wij als gemeente een stevige regierol pakken als het gaat om de samenwerking in de keten.

Diverse fracties

Diverse fracties stonden stil bij hoge kostenstijgingen rondom (regionale) inkoop maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen jeugdhulp en de zorgen over financiën. (In de periode juni-juli 2023 was de herijking van de tarieven zeer actueel).

In het najaar van 2023 heeft de evaluatie nieuwe werkwijze Wmo/jeugdhulp plaatsgevonden. En begin 2024 heeft het college besloten geen nieuwe contractperiode aan te gaan. Daar is de raad over geïnformeerd, onder meer via Raadsmededeling 2024-10 ‘Vervolgtraject contractering Wmo en Jeugdhulp Sociaal Domein Achterhoek vanaf 1 juli 2025’ d.d. 31 januari 2024 en een (besloten) informatieve raadsbijeenkomst op donderdag 8 februari 2024. Op dit moment worden voorbereidingen getroffen voor de inkoop na 1 januari 2026. Op 4 juli 2024 staat er weer een informatieve raad gepland waar dit onderwerp centraal staat.

4

Als het gaat om de relatie met zorgaanbieders hebben we in het nieuwe integraal beleidskader onder andere opgenomen dat wij van onze samenwerkingspartners (zorgaanbieders) verwachten dat zij besef hebben van samen verantwoordelijk zijn voor het behalen van resultaten en financiële opgaven: ‘Ondernemend partnerschap (blz. 39)’ Werken op basis van een gedeelde visie en verantwoordelijkheidsbesef draagt bij aan het realiseren van de ambities en doelstellingen in dit beleidskader. We kiezen doelbewust wie onze samenwerkingspartners zijn en hoe we daarmee samenwerken. We zorgen voor een duidelijkheid in rollen en verwachtingen. Als gemeente zijn we opdrachtgever en onze samenwerkingspartners zijn opdrachtnemer. We willen op basis van vertrouwen en partnerschap duurzame samenwerkingen aangaan met en besef van samen verantwoordelijk zijn voor het behalen van resultaten en financiële opgaven. Uiteraard ieder van de eigen rol en verantwoordelijkheid. We verwachten een ondernemende houding van onze samenwerkingspartners. We dagen onze samenwerkingspartners uit om hun expertise in te zetten. Zowel in het kader van die dienstverlening en ondersteuning die zijn aan onze inwoners leveren, als in de samenwerking om de keten te versterken en te optimaliseren. ‘Kwaliteit en toezicht’ (blz.

40) Vanuit de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet heeft de gemeente belangrijke verantwoordelijkheden op het gebied van kwaliteit, toezicht, naleving en handhaving. Deze taken pakken wij serieus op. We geven ze vorm vanuit het vertrekpunt dat professionals de ruimte hebben om maatwerk toe te passen, met oog voor de bedoeling van de regels. Voorzieningen moeten voldoen aan hoge kwaliteitsnormen en rechtmatig en doelmatig worden ingezet. We willen waarborgen dat kwetsbare inwoners beschermd worden tegen kwalitatief slechte zorg en ondersteuning. Zorg en ondersteuning moeten effectief zijn, zodat inwoners daadwerkelijk resultaat bereiken en doelen op het gebied van op- en afschaling en door- en uitstroom gerealiseerd worden. Daarvoor zetten we verschillende instrumenten in, zoals controles en toezicht. Uitvoeringsorganisaties en gecontracteerde aanbieders moeten hun afspraken nakomen. We controleren dit. Hiermee voorkomen we dat maatschappelijke gelden op de verkeerde plek terechtkomen en gaan we fraude tegen. Het draagt ook bij aan financiële beheersbaarheid en een doelmatige besteding van maatschappelijke gelden.

En ook in het hoofdstuk financiën staan diverse passage over de noodzaak om kritisch te blijven op de bestedingen (in dit geval rondom de inkoop Wmo/jeugdhulp), zoals: ‘We zorgen ervoor dat we grip houden op bestedingen, en nemen zo nodig maatregelen om binnen de financiële kaders te blijven’ (blz. 41) en ‘We zijn en blijven kritisch op de besteding in het brede sociaal domein. We zorgen ervoor dat we grip houden, met een houdbaar en betaalbaar sociaal domein als doel. We gaan verantwoord, effectief en efficiënt om met de middelen die we beschikbaar hebben.’ (blz. 42).

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7967/documents/47338