Bijlage Notitie Naar een meer dynamische beeldvorming.pdf
Tekst van het document
Notitie Naar een meer dynamische beeldvorming Van: Datum:
Werkgroep Naar een meer dynamische beeldvorming 17 november 2022
Inleiding Tijdens de eerste introductiebijeenkomst van de nieuwe raad d.d. 7 april 2022 is door een aantal raadsleden aangegeven dat de beeldvormende raad wel wat dynamischer zou mogen. Tijdens de tweede introductiebijeenkomst op 21 april is hierover doorgesproken en zijn suggesties naar voren gebracht om dat te bewerkstelligen. Het presidium heeft vervolgens op 31 augustus besloten om een groep raadsleden deze suggesties te laten uitwerken tot een voorstel aan de gemeenteraad. Het presidium heeft dat groepje raadsleden daarbij een aantal aspecten meegegeven als kader. Het groepje raadsleden is met dit kader aan de slag gegaan. Dit heeft geleid tot een voorstel zoals in deze notitie verwoord. De volgende raadsleden hebben meegesproken: - Jeroen Berends, fractievoorzitter CDA - Süleyman Dinç, raadsopvolger PvdA - Bjorn Eversen, raadsopvolger VVD - Ans Putman, fractievoorzitter PvLM - Marcel Zaaijer, raadslid GBD - Marjolein Faber, raadslid SP - Eddy Nonkes, raadsopvolger GL - Jeroen Hendriksen, fractievoorzitter LBD - Thom Ebbers, raadsopvolger CU-SGP Waarom naar meer dynamiek bij de beeldvormende raad? Tijdens de introductiebijeenkomsten noemden raadleden twee redenen waarom zij een meer dynamische beeldvormende raad willen: - De eerste reden is dat de huidige vorm van de beeldvormende vergadering als te beperkt en daardoor onbevredigend ervaren wordt.
Raadsleden kunnen alleen vragen stellen aan het college en aan insprekers. Ze komen daardoor niet in gesprek met elkaar en met college en insprekers. Dat gesprek kan verbreding en meer diepgang in de beeldvorming opleveren. - De tweede reden is dat de huidige vorm van de beeldvormende vergadering voor insprekers veelal onbevredigend is. Insprekers krijgen vijf minuten de tijd om hun verhaal te doen. Daarna krijgen raadsleden de gelegenheid om aan hen vragen te stellen. Daarmee krijgen de insprekers maar heel beperkt inzicht hoe de fracties over hun inspraak denken en of ze daar iets mee gaan doen. Dat levert voor veel insprekers onduidelijkheid en onbegrip op. Want, waarom hebben ze ingesproken, wat is het effect van hun inspreken? Kader voor de uitwerking van ideeën Het presidium heeft de volgende aspecten als kader meegegeven voor de uitwerking van ideeën om te komen tot een meer dynamische beeldvorming: - Start beeldvorming over een voorliggend voorstel met een eerste oriëntatie op de wijze van behandeling. - Haal de scherpe scheiding tussen beeldvorming en oordeelsvorming uit ons vergadermodel. - Houdt het debat in de raadsvergadering direct verbonden met de besluitvorming als afronding van dat debat (zoals nu het geval is in onze raadsvergaderingen).
-
-
Probeer het debat in de raadsvergadering vooral tussen de raadsleden te laten gaan. Dat kan alleen als de fracties voorafgaand aan de raadsvergadering hun vragen gesteld hebben aan het college en, zo nodig, met het college debat gevoerd heeft. Zorg voor meer onderscheid in verschillende soorten beeldvormende raadsvergaderingen, waarbij er bijvoorbeeld verschil gemaakt wordt in beeldvorming voor het college, ‘technische’ beeldvorming, beeldvorming met de samenleving, beeldvorming met het college. Zorg voor goede beeldvormende inbreng vanuit de samenleving.
Uitgangspunt bij dit kader is ons huidige vergadermodel dat niet om een herziening vraagt, maar wel om verbetering op onderdelen. De ideeën in hoofdgroepen Vanuit de input gegeven tijdens de introductiebijeenkomsten en vanuit het kader door het presidium gegeven zijn ideeën uitgewerkt om te komen tot een meer dynamische beeldvorming. Deze ideeën zijn als volgt in te delen: 1. Maak een duidelijkere scheiding tussen technische en politieke beeldvormende vragen. 2. Ga van het stellen van (veelal technische) vragen aan insprekers en college naar gesprek tussen raad en insprekers en tussen raad en college. 3. Zorg dat de raadsvergadering inhoudelijk en voor toeschouwers duidelijk aansluit bij de beeldvormende behandeling van voorstellen.
Uitwerking idee 1 – Maak een duidelijkere scheiding tussen technische en politieke beeldvormende vragen: - verzorg een training ‘van technische vragen via politieke vragen naar politiek debat’ voor alle raadsleden; - leg in de verordening op de beeldvormende raad vast dat daar politieke beeldvormende vragen gesteld worden; - maak in het presidium op basis van de jaarplanning raadsvoorstellen (de ‘djp’) de afweging of een informatieve bijeenkomst over het onderwerp van een raadsvoorstel zinvol is (als alternatief voor het (alleen) stellen van schriftelijke technische vragen en voorafgaand aan beeldvormende behandeling); - zorg ervoor dat raadsleden in de aanloop naar een beeldvormende raad hun technische vragen gesteld hebben, hetzij schriftelijk, hetzij via een informatieve raad; - train de voorzitters van de beeldvormende raad op het herkennen van het onderscheid tussen technische en politieke beeldvormende vragen en op het aanspreken van raadsleden wanneer zij vooral technische vragen stellen tijdens de beeldvorming; Uitwerking idee 2 – Ga van het stellen van (veelal technische) vragen aan insprekers en college naar gesprek tussen raad en insprekers en tussen raad en college: De volgende procedure wordt voorgesteld voor beeldvormende behandeling van raadsvoorstellen: - geef de portefeuillehouder aan het begin van de beeldvormende behandeling van een voorstel maximaal één
minuut de tijd om aan te geven waarom het voorstel zo belangrijk is (als start van het politieke gesprek); - (indien er insprekers zijn:) geef insprekers maximaal vijf minuten (per inspreker) de gelegenheid hun inbreng uit te spreken; - laat de raadsfracties in één minuut reageren op de inbreng van de inspreker(s), o.a. door het stellen van vragen aan de inspreker(s), laat daarbij insprekers de vragen direct beantwoorden en geef andere fracties de mogelijkheid te interrumperen; - laat de raadsfracties in één minuut reageren op de politieke betekenis van het raadsvoorstel (met inbegrip van hetgeen de insprekers ingebracht hebben), o.a. door
-
-
het stellen van (politieke) vragen aan de portefeuillehouder en geef de andere fracties de mogelijkheid te interrumperen; laat de portefeuillehouder antwoord geven op de vragen van de raadsleden; indien wenselijk herhaal het voorgaande (reageren op het raadsvoorstel met stellen vragen aan portefeuillehouder en beantwoording vragen door portefeuillehouder); laat het gesprek tussen raad en portefeuillehouder(s) niet overgaan in een debat over het voorstel; sluit het gesprek over een voorstel op dezelfde manier af als op dit moment gebeurt: (a) nabrander insprekers, (b) beantwoording vraag of het voorstel door kan naar de raadsvergadering en (c) beantwoording vraag of het voorstel als hamerstuk of bespreekstuk geagendeerd kan worden; laat de keuze voor behandeling van een voorstel als hamerstuk of bespreekstuk niet afhangen van de vraag of je fractie zich kan vinden in het voorstel of niet, maar van de vraag of het betreffende voorstel politiek relevant is.
Uitwerking idee 3 – Zorg dat de raadsvergadering inhoudelijk en voor toeschouwers duidelijk aansluit bij de beeldvormende behandeling van voorstellen: - geef de portefeuillehouder aan het begin van de raadsbehandeling van een bespreekvoorstel maximaal één minuut de tijd om aan te geven waarom het voorstel zo belangrijk is (als start van het politieke debat); - laat de fractiewoordvoerders in hun eerste termijn vooral aangeven wat ze in algemeenheid van het voorstel vinden en op welke onderdelen ze vinden dat het voorstel gewijzigd of aangevuld moet worden (waarbij ze eventueel moties en amendementen indienen) en laat ze daarbij reflecteren op hetgeen tijdens de beeldvormende behandeling is gezegd; - reageer tijdens de eerste termijn via interrupties op elkaars inbreng en doe dat vooral op die aspecten die jouw fractie politiek relevant vindt; - ga in de tweede termijn vooral in op de inbreng van de andere fracties en probeer daarmee scherp te krijgen waar de verschillen tussen de fracties zitten; - schroom niet om ook in tweede termijn te interrumperen; - laat de fractiewoordvoerders in de eerste en in de tweede spreektermijn vooral het debat met elkaar zoeken (en niet met het college, want dat gesprek is tijdens de beeldvormende behandeling al geweest) en laat de fractiewoordvoerders zich alleen tot het college richten als er sprake is van nieuwe discussiepunten of om te
vragen wat de reactie van het college is op moties en amendementen.