CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B9 - Proefsleuvenonderzoek Wijnbergen De Kwekerij.pdf

gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Bestemmingsplan Wijnbergen De Kwekerij - 202220.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAAP-RAPPORT 5422

Plangebied De Kwekerij te Wijnbergen Gemeente Doetinchem Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Colofon Titel: Plangebied De Kwekerij te Wijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek Versie: 22-11-2021 Auteur: drs. H.B.G. Scholte Lubberink Projectcode: DOZL2 Bestandsnaam: RAAPrap_5422_DOZL2_20211122 Autorisatie: drs. H.F.A. Haarhuis

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Samenvatting In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP van 17 t/m 20 mei 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘De Kwekerij’ in de gemeente Doetinchem. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de vindplaatsen. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Zijn de archeologische vindplaatsen behoudenswaardig, en, zo ja, kunnen ze behouden blijven of dienen ze te worden opgegraven? Tijdens het onderzoek zijn verspreid over het plangebied zeventien proefsleuven aangelegd met een totaal oppervlak van 1643 m 2 (vlak 1 1600 m 2 en vlak 2 43 m 2 ). Dit komt neer op een dekkingsgraad van 6,3 van het totale onderzoeksgebied met een omvang van circa 2,5 ha. In het onderzoeksgebied zijn op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek zones (vindplaatsen) met goed geconserveerde archeologische resten of van archeologisch belang onderscheiden.

Vier daarvan vallen samen met de voormalige geul: een gebied met brandlagen (vindplaats 1) waarvan de datering vooralsnog onduidelijk is, twee gebieden met vermoedelijk laatmiddeleeuwse kleiwinningskuilen (vindplaatsen 2 en 3) en een gebiedje met in de vulling van een restgeul een dik pakket venige klei en/of gyttja rijk aan houtresten (vindplaats 4). Bij de laatste vindplaats zijn geen concrete archeologische resten aangetroffe n, maar de daar aanwezige afzettingen kunnen waardevolle gegevens bevatten met betrekking tot de bewonings - en landschapsgeschiedenis van (de omgeving van) het rivierduin van Wijnbergen. Op het terras aan oostzijde van het plangebied zijn twee vindplaatsen onderscheiden: een vindplaats met agrarische sporen uit de late middeleeuwen en meilerkuilen uit de vroege middeleeuwen (vindplaats 5) en een gebied waar zich in de negentiende eeuw het steenfabriekje ‘IJsselzigt’ bevond. Hier zijn uitbraaksleuven, een groot aantal kuilen en paalsporen en het met baksteenpuin verharde tracé van het Kerkepad gedocumenteerd. De archeologische resten op de vindplaatsen 1 t/m 4 en 6 worden op basis van hun informatiewaarde als behoudenswaardig gewaardeerd. Wanneer behoud in het kade r van de huidige planvorming niet tot de mogelijkheden behoort, wordt een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving aanbevolen.

Hierbij moet wel in acht genomen worden dat de archeologische resten in vindplaatsen 1 t/m 3 zeer uniform van aard en opbouw zijn. Een vlakdekkend onderzoek van deze vindplaatsen is daarom niet noodzakelijk. Geadviseerd wordt om van deze vindplaatsen een beredeneerde selectie te onderzoeken, waarbij tevens enkele lengteprofielen over de geulvulling (volledig) worden gedocumenteerd en de daarin aanwezige afzettingen geanalyseerd en gedateerd worden. Op deze wijze zal nieuwe, waardevolle informatie verkregen kunnen worden met betrekking tot de ouderdom van de afzettingen in het dal van de Oude IJssel in het algemeen en in de betreffende geul in het bijzonder. En over de off-site activiteiten die daar in de loop van de tijd zijn uitgevoerd. Bij het opstellen van een onderzoeksontwerp in een Programma van Eisen (PvE) dient daarmee rekening gehouden te worden. De middeleeuwse sporen op vindplaats 5 zijn na afronding van het proefsleuvenonderzoek voldoende onderzocht. Geadviseerd wordt om dit deel van het plangebied en de overige delen zonder

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[3]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

archeologische resten vrij te geven. Wel zal vindplaats 5 een rol spelen bij eventueel vervolgonderzoek naar de venige afzettingen op vindplaats 4 als startpunt van e en profielsleuf.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[4]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 7 1.1 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.2 Voorafgaand onderzoek ....................................................................................................................... 8 1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen ..................................................................................................... 8

2 Methoden ....................................................................................................................................... 10 2.1 Algemeen ...........................................................................................................................................10 2.2 Werkputten .........................................................................................................................................10 2.3 Documentatie en registratie .................................................................................................................11 2.4 Behandeling van sporen ......................................................................................................................14 2.5 Behandeling van vondsten ...................................................................................................................14 2.6 Behandeling van profielen ...................................................................................................................14 2.7 Bemonstering .....................................................................................................................................14 2.8 Uitwerking ..........................................................................................................................................15 2.9 Afwijking en aanpassing van de

onderzo eksstrategie ............................................................................15

3 Voorafgaand onderzoek .................................................................................................................. 16 4 Resultaten ...................................................................................................................................... 21 4.1 Landschap en stratigrafie ....................................................................................................................21 4.2 Sporen en structuren ...........................................................................................................................29 4.3 Vondsten ............................................................................................................................................37 4.4 Monsters ............................................................................................................................................42 4.5 Interpretatie van de vindplaatsen .........................................................................................................43 4.6 Terugkoppeling naar vooronderzoek ....................................................................................................45 4.7 Waardestelling ....................................................................................................................................46 4.8 Beantwoording van de onderzoeksvragen

............................................................................................48

5 Conclusie ....................................................................................................................................... 52 6 Selectieadvies ................................................................................................................................ 53 Literatuur .......................................................................................................................................... 54 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 56

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[5]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 1. De ligging van plangebied de Kwekerij (groen) met daarbinnen het onderhavige onderzoeksgebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[6]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

1 Inleiding In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP van 17 t/m 20 mei 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘De Kwekerij’ te Wijnbergen in de gemeente Doetinchem (figuur 1 en figuur 2). Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met de voorgenomen woningbouw die een bedreiging kan vormen voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten in het zuidelijke deel van het plangebied met een omvang van circa 2,5 ha . Het is een vervolg op het karterend booronderzoek, waaruit is gebleken dat de kans groot is dat in dat deel van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn. 1 De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de erfgoedwet. Onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal zullen worden overgedragen aan het depot van de provincie Gelderland. Voorafgaand aan het onderzoek is, conform de KNA een Programma van Eisen (PvE) opgesteld. 2 Dit PvE diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als norm.

RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van eisen, 4002 Bure auonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

Figuur 2. Het onderzoeksgebied tijdens het proefsleuvenonderzoek gezien vanuit het zuiden. Op de voorgr ond de reeds gedichte werkput 1.

1 2

Boreel 2021. Zielman 2021.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[7]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

1.1 Administratieve gegevens Plangebied

De Kwekerij

Opdrachtgever

Gemeente Doetinchem

Contactpersoon opdrachtgever

N. Everdij

Bevoegde overheid

Gemeente Doetinchem

Contactpersoon bevoegde overheid

G. Dutman

Plaats

Wijnbergen

Gemeente

Doetinchem

Provincie

Gelderland

Coördinaten

216.650/440.850

Toponiem

De Kwekerij

Periode veldwerk

17 t/m 20 mei 2021

Projectleider

H.B.G. Scholte Lubberink

Projectmedewerkers

H. Vastenhoud MA

Onderzoeksmeldingsnummer

5035870100

Bewaarplaats documentatie en eventuele vondsten

RAAP Oost en op termijn ARCHIS, E-Depot en het provinciaal Depot (in geval van vondsten)

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.2 Voorafgaand onderzoek Op basis van voorafgaande onderzoeken is duidelijk geworden dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats (tabel 2). Een daadwerkelijke vindplaats is echter nog niet aangetoond.

Soort onderzoek

Uitvoerder

Uitvoeringsperiode

Rapportage

verkennend booronderzoek

RAAP

onbekend

Marinelli 1998

karterend booronderzoek

RAAP

voorjaar 1998

Scholte Lubberink 1999

karterend booronderzoek

RAAP

22 en 23 juli 2020

Boreel 2021

Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.

1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich binnen de begrenzing van het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Het doel is inzicht te verkrijgen in de precieze aard, omvang, diepteligging en datering van de archeologische resten, en te bepalen of het gaat om behoudenswaardige vindplaatsen. In het Programma van Eisen (PvE) zijn hiervoor onderzoeksvragen geformuleerd (zie § 4.8). 3 Bovendien dient duidelijk gemaakt te worden wat

3

Zielman 2021.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[8]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het onderzoeksgebied.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[9]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

2 Methoden 2.1 Algemeen Zoals uit het vooronderzoek is gebleken, is de kans groot dat in het zuidelijke deel van plangebied De Kwekerij archeologische resten aanwezig zijn. 4 Omdat met behulp van booronderzoek geen dieper inzicht kan worden verkregen in de aard van de vindplaats en de herkomst van de vondsten is verder booronderzoek weinig zinvol. Om vast te stellen of er daadwerkelijk behoudenswaardige archeologische resten binnen het onderzoeksgebied aanwezig zijn, is een proefsleuvenonderzoek meer geschikt.

Figuur 3. Drone-opname het proefsleuvenonderzoek in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied. Het noorden is rechts.

2.2 Werkputten Een overzicht van de werkputten en van de ligging daarvan is weergegeven in figuur 3, figuur 4 en figuur 5. Uitgangspunt in het PvE was het graven van achttien werkputten met een omvang van 25 bij 4 m. Het merendeel van de werkputten is conform het PvE aangelegd (WP 1 t/m 7, 8, 9, 11 t/m 1 4 en 16).

4

Boreel 2021.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[10]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Eén werkput (WP 18) in het zuiden van het onderzoeksgebied is geheel komen te vervallen, omdat deze op een smal dijklichaam te midden van dichte begroeiing (bomen) was gepland. Op de bewuste locatie was geen ruimte om met de graafmachine te manoeuvreren en een sleuf te graven. De nabijgelegen werkput 17 diende sterk te worden ingekort, vanwege de aanwezigheid van bomen. Toen de sleuf werd gegraven, liep deze direct vol met water. Bovendien is de bovengrond ter plaatse sterk verstoord. Om deze redenen is werkput 17 teruggebracht tot een sleuf van 9 x 3,85 m. Ingekort is ook werkput 8. Deze put bleek voor de achteruitgangen van twee aangrenzende woonpercelen te zijn gesitueerd. Daarom is de werkput iets verplaatst en met 10 m ingekort. Werkput 10 is tijdens de aanleg iets in zuidelijke richting verplaatst toen in het zuidprofiel een puinbaan zichtbaar werd. Om deze baan beter in beeld te krijgen is de put circa 2 m naar het zuiden verlegd. Werkput 15 is enkele meters ingekort vanwege de aanwezigheid van een wandelpad direct ten westen daarvan. In tabel 3 zijn de afmetingen van de verschillende werkputten samengevat.

Figuur 4. Drone-opname van het noordelijke deel van het onderzoeksgebied. Het noorden is rechts.

2.3 Documentatie en registratie Vrijwel overal is één opgravingsvlak aangelegd. Uitzonderingen vormen werkputten 5 en 13 waar een deel van vlak 1 is verdiept tot op een tweede opgravingsvlak om een beter beeld te krijgen van de ondergrond. Het eerste vlak is aangelegd op het niveau waarop archeologische resten, meestal grondsporen, zich manifesteerden. In de voormalige geul in het westen en zuiden van het onderzoeksgebied is het eerste vlak aangelegd in de daar gelegen komafzettingen. In het oosten en noorden van het onderzoeksgebied is het eerste vlak aangelegd in de top van het over slagzand of van het oude rivierterras. Ter plaatse van de voormalige steen oven/fabriek in het centrale deel van het onderzoeksgebied lag het eerste vlak direct onder de bouwvoor in het plaggendek.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[11]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

De sporen en vondsten zijn digitaal ingemeten met een RTK-GPS met een conform KNA-eis OS02 maximale afwijking van 3 cm in zowel het horizontale als verticale vlak. Ook de hoogte van de aangelegde vlakken ten opzichte van NAP is bepaald met een GPS. De ruwe GPS-bestanden zijn dagelijks uitgelezen, gecontroleerd en gecorrigeerd.

Figuur 5. Overzicht van de proefsleuven en de locatie van de gedocumenteerde profielen.

De sporen zijn in een doorlopende reeks over de hele opgraving genummerd en worden aangeduid met een S (bijv. S 12). Spoor- en vondstgegevens zijn in het veld ingevoerd in de Odile database. In het algemeen geldt dat sporen en vondsten zijn gedocumenteerd conform specificaties OS04 en OS05 van de BRL4000.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[12]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 6. Het documenteren van het opgravingsvlak in werkput 10 met de puinbaan van het voormalige Kerkpad.

Werkput

Afmetingen (l x b in m)

Vlak 1 (m 2 )

1 t/m 4, 6, 7, 9, 11, 12, 14 en 16

25 x 4

1100

5

25 x 4

100

8

13,75 x 4,25

58,4

58,4

10

25 x 4 en deels 6

118,4

118,4

13

25 x 4

100

15

22 x 4

88

88

17

9 x 3,85

34,7

34,7

18

vervallen

Totaal

1599,5

Vlak 2 (m 2 )

Totaal oppervlakte (m 2 ) 1100

23,5

19,6

43,1

123,5

119,6

1642,6

Tabel 3. Overzicht van werkputten en vlakken.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[13]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

2.4 Behandeling van sporen Om sporen te traceren en sporenclusters zo goed mogelijk te kunnen begrenzen, is het vlak waar nodig tijdens de aanleg handmatig opgeschaafd. Met het oog op het doel van het onderzoek (zoveel mogelijk gegevens verzamelen, maar zo min mogelijk archeologische resten beschadigen), zijn sporen spaarzaam gecoupeerd. Bij het couperen is ervoor gekozen om die sporen te onderzoeken waarbij twijfel bestond over de antropogene aard van het spoor of om dateerbaar vondstmateriaal te verzamelen. Indien mogelijk viel de coupelijn hierbij samen met de profielwand, zodat de stratigrafische positie van het spoor kon worden vastgelegd. Tijdens het verdiepen is zoveel mogelijk geprobeerd om het stratigrafische ingravingsniveau van de sporen vast te leggen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de laagbes chrijvingen in de verschillende werkputten. Enkele ondiepe, gecoupeerde sporen zijn in de databas e beschreven en gefotografeerd.

2.5 Behandeling van vondsten Bij de vlakaanleg en bij het couperen van sporen zijn vondsten per laag en/of spoorvulling verzameld. Vondsten die niet aan antropogene sporen konden worden gekoppeld, zijn per laag in vakken van 5 x 5 m verzameld. Vondsten die niet aan sporen (maar aan lagen) gekoppeld konden worden , zijn als puntvondst ingemeten. Voor het verzamelen van metaalvondsten is tijdens het aanleggen van de vlakken intensief gebruik gemaakt van een metaaldetector. De vondsten zijn in een doorlopende reeks genummerd; ze worden in dit rapport aangeduid met een V (bijv. V 14).

2.6 Behandeling van profielen De natuurlijke gelaagdheid en de archeologische niveaus zijn in kaart gebracht door middel van profielkolommen. In vrijwel elke proefsleuf is minstens één profielkuil gegraven waarin een circa 1 m brede profielkolom is opgeschaafd, gefotografeerd en beschreven vanaf het maaiveld (zie figuur 5 en Appendix). De locatie ervan is ingemeten met de RTK-GPS (met X-, Y- en Z-coördinaten). Een uitzondering vormt WP 8 waarin vanwege de grote hoeveelheid grondsporen afgezien is van het graven van een diepe profielkuil. Om de landschappelijke ontwikkeling en de bodemopbouw goed te begrijpen, is er naar gestreefd om tijdens het veldwerk de stratigrafische eenheden (lagen) in de verschillende putt en direct aan elkaar te koppelen. De lagen zijn hierbij in een stratigrafische reeks genummerd .

2.7 Bemonstering Kansrijke sporen (sporen met zichtbaar verkoold materiaal) zijn tijdens het onderzoek bemonsterd ten behoeve van ¹⁴C-analyse. Monsternummers worden in dit rapport aangeduid met een cijfer voorafgegaan door een M (bijv. M 4). Daarnaast is een groot fragment hout meegenomen dat in de komafzettingen is aangetroffen. Er zijn zeven monsters genomen (zie tabel 4).

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[14]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Monster

Spoor

Put

Vlak

Interpretatie spoor

Aard

1

1004

1

101

laag met houtskool

houtskoolmonster

2

6

2

1

verbrand leem met houtskool

houtskoolmonster

3

1002

5

102

laag met houtskool

houtskoolmonster

4

1005

5

102

laag met houtskool

houtskoolmonster

5

18

18

101

verbrand leem met houtskool

houtskoolmonster

6

71

71

1

houtskoolmeiler

houtskoolmonster

10

17

6

1

liggend stuk hout

hout

Tabel 4. Overzicht van monsters.

2.8 Uitwerking Documentatie van het onderzoek is na afloop van het onderzoek gecontroleerd. Tevens zijn de vondsten gewassen en gesplitst per materiaalcategorie. Aan de hand van deze gegevens en het PvE is een evaluatie- en selectierapport opgesteld dat is voorgelegd aan de bevoegde overheid, de depothouder en de opdrachtgever. 5 Hierin is tevens een voorstel gedaan voor de conservering van kwetsbare vondsten. De uitwerking is pas van start gegaan nadat de bevoegde overheid dit evaluatierapport had vastgesteld. Na afronding van het onderzoek is gedetailleerde spoor- en vondstinformatie te raadplegen in het edepot.

2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie Tijdens het veldonderzoek is op enkele punten afgeweken van de onderzoeksstrategie zoals die in het PvE is omschreven. Het betreft met name de omvang en de locatie van een deel van de proefsleuven. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar § 2.2.

5

Scholte Lubberink 2021.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[15]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

3 Voorafgaand onderzoek Zowel in het onderzoeksgebied als in de directe omgeving daarvan is in ook het verleden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het betreft verkennend archeologisch onderzoek (boor- en proefsleuvenonderzoek) en daarop volgende opgravingen in het bedrijventerrein en de woningbouwlocatie Wijnbergen, respectievelijk ten zuiden en ten westen van het huidige onderzoeksgebied. 6 Tijdens deze onderzoeken waren vooral nederzettingssporen uit de late bronstijd en ijzertijd onderwerp van studie, hoewel oudere en jongere resten niet ontbraken.

Soort onderzoek

Uitvoerder

Uitvoeringsperiode

Rapportage (auteur, jaartal)

Vondsten, monsters, documentatie ondergebracht bij

karterend booronderzoek

RAAP

onbekend

Marinelli 1998

RAAP-Oost te Zutphen

waarderend booronderzoek

RAAP

voorjaar 1998

Scholte Lubberink 1999

RAAP-Oost te Zutphen

karterend booronderzoek

RAAP

22 en 23 juli 2020

Boreel 2020

RAAP-Oost te Zutphen

Tabel 5. Overzicht van eerder uitgevoerd onderzoek ter plaatse van het huidige onderzoeksgebied.

Het huidige plangebied De Kwekerij maakte in het verleden deel uit van het grotere plangebied Wijnbergen. Naar aanleiding van karterend booronderzoek in dit plangebied zijn nabij (c.q. in) het huidige onderzoeksgebied twee archeologische vindplaatsen aangegeven: 7 -

Circa 80 m ten westen van het onderzoeksgebied (tussen 60 en 75 cm -mv) is een vuile laag aangeboord met houtskool en puin (vindplaats 2). De laag is mogelijk in verband te brengen met vindplaatsen op de hogere delen van het landschap;

-

Direct ten zuidoosten van het huidige onderzoeksgebied is houtskool in de boor aangetroffen (vindplaats 3). 8

In 1998 heeft ter plaatse van vindplaats 3 waarderend booronderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek heeft laten zien dat geen sprake is van een toevalsvondst, aangezien er daarbij in meerdere boringen houtskool is gevonden (figuur 7). Hierna is deze vindplaats niet nader onderzocht. Er is gesteld dat vindplaats niet behoudenswaardig is, omdat waarschijnlijk sprake is van verspoeld materiaal in de context van een restgeul. 9

6

Van der Graaf & Schorn 1997; Marinelli 1998; Scholte Lubberink 1999, 2000 & 2018; Lohof 2005 en 2009; Lascaris & W estdorp 2005, Lascaris 2009; Ufkes & Silkens 2007 7 Marinelli 1998. 8 Marinelli 1998. 9 Scholte Lubberink 1999, 18.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[16]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 7. Waarderend onderzoek vindplaats 3 (naar: Scholte Lubberink 1999).

In het kader van de huidige plannen is in 2020 wederom een karterend booronderzoek uitgevoerd. 10 Bij dit onderzoek is ter hoogte van vindplaats 3 opnieuw houtskool in de boor gevonden, en daarnaast ook verbrande klei en leem (figuur 8). Het samen voorkomen van deze indicatoren wijst over het algemeen op bewoning. Aan vindplaats 3, maar ook aan een erosierest van het hoger gelegen rivierterras in het oosten van het plangebied, is om die reden een hoge archeologische verwachting toegekend. De archeologische context en de datering van de indicatoren vondsten was vooralsnog onduidelijk. Ze kunnen eventueel het afval vormen van een nabij gelegen negentiende-eeuwse steenoven/fabriek ‘IJsselzigt’. Op de oudste kadastrale kaarten (begin negentiende eeuw) komt deze steenoven al voor

10

Boreel 2020, 28.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[17]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

en evenals op kaarten uit het midden van de negentiende eeuw (figuur 9). Omstreeks 1832 werd deze oven geëxploiteerd door W. Coops. In 1891 is de oven, dan in het bezit van J.D. Pasteur, stilgelegd en gesloopt. 11

Figuur 8. Resultaten karterend booronderzoek (Boreel 2021; figuur 10).

Op grond van de aanwezigheid van archeologische indicatoren en van de historische bronnen met betrekking tot de steenoven is voor het zuidelijke deel van het plangebied (i.c. het huidige onderzoeksgebied) vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van proefsleuven (figuur 10). 12

11 12

Janssen 2008, 410; Zie ook https://www.grofkeramiek.nl/grofkeramiek/show/gld -006. Boreel 2021, 28.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[18]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 9. Het onderzoeksgebied (rood omlijnd) geprojecteerd op negentiende-eeuwse kadastrale kaarten en een bewerking daarvan (HisGis Gelderland). Op deze kaarten staan de gebouwen van de steenoven ‘IJsselzigt’ aangegeven tot omstreeks 1887. Rond die tijd is ten oosten van de voormalige steenoven de nog bestaande boerderij Doetinchemseweg 34 gebouwd, waarvan het achtererf zich uitstrekte tot op het terrein van de voormalige steenoven/-fabriek (uit: Zielman 2021).

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[19]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 10. Advieskaart voor het plangebied Wijnbergen Het Oosten waarin proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd in de zone met een hoge archeologische verwachting op basis van de resultaten van dit onderzoek (uit: Boreel 2021, figuur 11).

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[20]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

4 Resultaten 4.1 Landschap en stratigrafie Een vindplaats kan niet los worden gezien van het landschap waarin hij is gelegen. Voor een correcte interpretatie is het dan ook van belang om de landschappelijke context inzichtelijk te maken. In het onderstaande wordt kort ingegaan op de geologische, geomorfologische en bodemkundige aspecten van het plangebied en directe omgeving.

Figuur 11. Reliëfkaart (grijswaarden) gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) waarbij de hoger gelegen gebieden (rivierduinen en terrasresten) licht zijn gekleurd en de lager gelegen gebieden (geulen) donker. Het onderzochte deel van plangebied De Kwekerij is met een rode stippellijn aangegeven, watergangen en partijen zijn in lichtblauw weergegeven.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[21]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

4.1.1 Geologie en geomorfologie Plangebied De Kwekerij ligt voor een belangrijk deel in een oude riviergeul, een restgeul van een strang van de Oude IJssel die waarschijnlijk van oorsprong uit een late fase van de Weichsel -ijstijd stamt. Aan de oostzijde van deze geul, langs de Doetinchemseweg, bevindt zich een iets hoger gelegen restant van een rivierterras uit dezelfde periode. Ten westen van ervan, buiten het huidige plangebied, ligt het hooggelegen rivierduin van Wijnbergen (figuur 11).

Figuur 12. Watermolen ten noorden van de huidige Kapperskolk aangegeven op een kaart van Doetinchem en omgeving (circa 1561) door Jacobus van Deventer (pijl). De in het onderzoeksgebied aangesneden geul is nog watervoerend. Ten oosten daarvan op de hoofdstroom van de Oude IJssel is de dubbele Hapermolen afgebeeld.

Tijdens het voorafgaande booronderzoek is vastgesteld dat het plangebied in het verleden sterk is beïnvloed door snelstromend rivierwater dat waarschijnlijk bij overstromingen vanuit de Rijn en/of de Oude IJssel (en soms met grote snelheid) door de hier gelegen geul stroomde . Hierbij zijn terrasafzettingen (oeverafzettingen) geërodeerd, is de oude geul uitgesleten en weer met klei opgevuld en zijn in het hele onderzoeksgebied zandige overslaggronden afgezet. 13 Ten noordwesten van het

13

Boreel 2021

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[22]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

plangebied stond de geul in verbinding met de Kapperskolk, die zijn ontstaan aan de erosieve kracht van overstromingswater dankt. Wanneer deze kolk precies is ontstaa n is onduidelijk. Op de kaart van Jacob van Deventer (circa 1561) is in het verlengde van de Kapperskolk een watergang zichtbaar met ten oosten ervan een watermolen (figuur 12). De molen bevond zich ter plaatse van het huidige Canadapark, waar de molenkolk (de Paardenkolk) later tot vijver is vergraven. 14 De aanwezigheid van een watermolen betekent dat deze geul, die mogelijk functioneerde als omgang voor de veel grotere en dubbele Hapermolen (vroegste vermelding 1230), die op de hoofdstroom van de Oude IJssel draaide. 15 De aanwezigheid van een watermolen betekent dat de geul in plangebied De Kwekerij mogelijk aan het begin van de nieuwe tijd nog watervoerend is geweest en zowel stroomop- als stroomafwaarts in verbinding stond met de Oude IJssel.

4.1.2 Bodemopbouw van de vindplaats Zoals gezegd is er ter plaatse van het onderzoeksgebied sprake van een opgevulde geul met ten oosten daarvan een terrasrestant. Profielkolom 7 in werkput 5 op de rand van de geul verschaft een goed beeld van de complexe gelaagdheid van de opvulling daarvan (figuur 13). De geul is grotendeels opgevuld met een gelaagd en een circa één meter dik pakket (kom)klei dat op het beddingzand (S 1007-0 en 1007-1) rust. De top van het beddingzand ligt op circa 10,44 m +NAP. Op het beddingzand ligt een één tot enkele decimeters dikke laag grijze, uiterste zandige tot matig siltige klei (S 1006), met daarboven een laag donkerbruine, sterk humeuze tot venige, matig siltige klei (S 1005 ; basis 10,6 m +NAP): een vegetatiehorizont of laklaag, die meer naar het westen (werkput 2) overgaat in veen (S 1009). De laklaag wordt afgedekt door een laag lichtbruingrijze tot grijze, matig siltige klei met enige ijzervlekken (S 1004-0), in de top waarvan een tweede vegetatiehorizont is ontwikkeld (S 1004-1; basis 10,84 +NAP).

Op deze horizont rust een grijze, zwak humeuze sterk tot uiterst siltige klei met enige ijzervlekken (S 1003), die op zijn beurt is afgedekt door een circa 50 cm dik vrij homogeen pakket gerijpte, lichtgrijze matig siltige klei met ijzervlekken (S 1002 -0), in de basis waarvan een derde, slechts enkele centimeters dikke, vegetatiehorizont is gevormd (S 1002-1; basis 11.08 +NAP). Houtskool uit deze horizont is middels een 14 C-ouderdomsbepaling rond de overgang van de Merovingische naar de Karolingische tijd gedateerd (661-775 na Chr.; tabel 10). Het dikke pakket matig tot uiterste siltige klei aan de basis van de geulopvulling duidt op een vrij rustig sedimentatiemilieu, waarin getuige de vegetatiehorizonten de afzetting van (kom)klei een aantal keren (vrijwel) tot stilstand is gekomen. De top van het kleipakket (10.54 +NAP) bestaat uit een 10 tot 20 cm dikke laag lichtbruingrijze, zwak zandige klei (S 1002-2). Het hogere zandgehalte duidt op een meer dynamisch afzettingsmilieu. Laag S 1002-2 laat een erosieve overgang zien naar een daarboven gelegen zandpakket. Dit matig fijne zand (S 1012) kan geïnterpreteerd worden als overslagzand dat tijdens een overstroming met hoge tot zeer hoge stroomsnelheden, waarbij de top van de geulopvulling is geërodeerd, in het gebied is neergelegd.

Na de afzetting van dit materiaal is op het overslagzand geakkerd, waarbij een lichtbruingrijze fossiele akkerlaag is ontstaan (S 1011). De akkerlaag is o p zijn beurt afdekt door een circa 65 cm dik lichtbruin cultuurdek (S 1001), ontstaan door bemesting met plaggenmest, met in de bovenzijde daarvan een bruingrijze moderne bouwvoor (S 1000).

14 15

Hagens 1978, 156. Hagens 1978, 154-155.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[23]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 13. Laagopbouw van de geulopvulling in profielkolom 7 in werkput 5.

Op basis van geologische en palynologische gegevens uit de wijde omgeving van Doetinchem kan gesteld worden dat de afzetting van komkleien vanuit en in het gebied ten noorden van de Rijn een

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[24]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

aanvang nam in het Subboreaal, dat wil zeggen gedurende het laat-neolithicum of de bronstijd. 16 In bepaalde delen van dit gebied nam de afzetting van komklei pas goed een aanvang in de tweede helft van de ijzertijd na circa 400 voor Chr., in het vroeg-Subatlanticum. In eerste instantie was er sprake van een zeer trage sedimentatie van klei, vanaf het eind van de Romeinse tijd ging de opbouw van het kleipakket veel sneller. 17

Figuur 14. Laagopbouw van ter hoogte van het laat -glaciale rivierterras in werkput 14 (profielkolom 15).

16 17

Van der Meene 1997, 56-63. Teunissen 1990, Giesbeekse Broek Velperbroek -circuit, Lathemsebroek, 71-75, 97-100 en 105-109.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[25]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 15. Profielkolom 12 in werkput 12 met een erosieve grens tussen terrasafzettingen (S 1022) en overslagzanden (S 1012).

In het onderzoeksgebied is ten noorden en ten oosten van de geul, in de werkputten 7, 9 t/m 12, 14 en 15, een restant van een in een meer of mindere mate geërodeerd laat -glaciaal rivierterras aangetroffen (figuur 14). Ter hoogte van werkput 14 (profiel 15) is dit terras nog vrij intact onder een circa 60 cm dik plaggendek (S 1000 en 1001) en een fossiele akkerlaag (S 1011). De lichtbruingrijze to p van het rivierterras, bestaande uit zwak zandige klei, is wel enigszins verploegd (S 1021). Daaronder bevindt zich een pakket matig tot sterk zandige klei (S 1022) of uiterst siltig zand (S 1023 , werkput 13) met de voor de terrasafzettingen kenmerkende ijzer- en mangaanconcreties. Dit materiaal rust in werkput 14 op zwak siltig (bedding)zand van een laat-glaciale ouderdom (S 1024). In de top van de

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[26]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

terrasafzettingen (S 1021) zijn hoogte van werkput 14 prehistorisch aardewerk en middeleeuwse grondsporen aangetroffen (zie hieronder). In de werkputten 12 en 15 is aan de rand van het terras een zeer duidelijke, erosieve grens aangetroffen waar de terrasafzettingen worden afgesneden door overslagzanden (S 1012; figuur 15 en figuur 16). In het uiterste westen van werkput 15 is onder het overslagpakket (S 1012) en een laag zwak sil tige klei (S 1025) een dik pakket venige klei en/of gyttja rijk aan houtresten aangesneden (S 1026). Het gaat hierbij ongetwijfeld om een dichtgegroeide restgeul, waarvan de ouderdom vooralsnog onduidelijk is (figuur 17).

Figuur 16. Erosieve grens tussen kleiige, laat-glaciale terrasafzettingen (S 1021, rechts) en overslagzanden (S 1012) in werkput 15.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[27]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 17. Laagopeenvolging met aan de basis een venige geulvulling ter hoogte van werkput 15 (profielkolom 16).

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[28]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

4.2 Sporen en structuren 4.2.1 Inleiding Tijdens het onderzoek zijn in de opgravingsvlakken en profielen 103 archeologische grondsporen en lagen gedocumenteerd (figuur 19 en figuur 20 en bijlage 3). Een samenvattend overzicht van de aantallen aangetroffen sporen is weergegeven in tabel 6. De complete sporencatalogus is opgenomen in bijlage 1. De sporen worden hieronder per spoorcategorie beschreven.

Spoorcategorie

Specifiek

paalspoor

Aantal 32

kuil meilerkuil

2

kuil voor grondstofwinning

8

kuil overig

3

greppel

12

weg

1

diergraf

1

muuruitbraak/fundering

2

hout paal

2

overig

1

overig spoor

1

verstoring natuurlijke verstoring

2

recente verstoring

2

laag

34

totaal

103

Tabel 6. Aantal sporen per spoorcategorie.

Figuur 18. Dikke pakketten roodverbrande klei (S 2) ingebed in de komklei ter hoogte van werkput 1.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[29]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 19. Allesporenkaart vlak 1.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[30]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 20. Allesporenkaart vlak 2.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[31]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

4.2.2 Sporen In de laaggelegen restgeul, met name in werkputten 1, 2 en 3 in het zuiden van het onderzoeksgebied, zijn opvallende brandsporen aangetroffen. Het gaat om dikke platen/brokken roodverbrande klei en houtskool die zich op twee niveaus in de geulvulling bevinden (figuur 18). Het houtskool lijkt op sommige plaatsen ook los (verspoeld?) in de klei voor te komen (o.a. werkput 5). De genese en ouderdom van de brandsporen is onduidelijk. Ze zijn niet geassocieerd met dateerbaar vondstmateriaal. Om een beeld te krijgen van de datering van de lagen met verbrand materiaal zijn twee houtskoolmonsters opgestuurd voor een 14 C-ouderdomsbepaling (zie 4.4).

Figuur 21. Meilerkuil (S 71) in werkput 14.

Op het (met overslagzand bedekte) laat-glaciale rivierterras (S 1021; zie hierboven) is een bescheiden aantal archeologische sporen opgetekend. In werkput 14 zijn een kuil (S 69), een ronde meilerkuil (S 71) en een greppel (S 70) gedocumenteerd (figuur 21). Uit de vulling van de greppel zijn scherven uit de tweede helft van de late middeleeuwen verzameld. Het materiaal stamt uit de tijdspanne tussen 1250 en 1350. In de naastgelegen werkput 15 is een hoekje van een greppel (S 72) en de basis van een mogelijke tweede (afgetopte) meilerkuil (S 73) opgetekend. Om duidelijkheid te krijgen over de datering van de meilers is een houtskoolmonster uit meilerkuil S 71 opgestuurd voor een 14 Couderdomsbepaling (zie 4.4). Op basis hiervan is S 71 in de Karolingische of Ottoonse tijd gedateerd (878-991 na Chr.; tabel 10).

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[32]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Mogelijk dateren de sporen in de noordoosthoek van het onderzoeksgebied nog van voor de afdekking van het terras met overslagzand. In de vullingen van deze sporen bevindt zich namelijk geen matig grof zand. In werkput 5 is in het overslagzand een diergraf opgetekend (S 50). Het gaat om een afgerond rechthoekige kuil met bot van een groot zoogdier, dat verder niet is onderzocht en in situ is gelaten. Aangezien het graf is ingegraven in het overslagzand, is een datering in de nieuwe tijd aannemelijk. Het is mogelijk is dat zich ook ter plaatse van andere putten ter hoogte van het terras vergelijkbare sporen bevinden. Daar is echter niet altijd het niveau bereikt waarop deze zich manifesteren. In de werkputten ter hoogte van de steenfabriek (WP 8 en 10) is bijvoorbeeld vanwege aanwezigheid van vele paalsporen en kuilen niet verdiept tot onder het plaggendek. In dat deel van het onderzoeksgebied zijn archeologische sporen op slechts enkele decimeters onder het maaiveld aangetroffen in de top van het plaggendek. Het gaat om een groot aantal paalsporen en kuilen, uitgebroken muren of funderingen en een met baksteenpuin verharde weg (figuur 22 en figuur 23).

De paalsporen en kuilen (S 23 t/m 46) in werkput 8 houden verband met een steenfabriekje dat zich hier in de negentiende eeuw bevond en met latere activiteiten en bouwwerken op het achtererf van de aanpalende laat-negentiende-eeuwse/twintigste-eeuwse boerderij (tegenwoordig Doetinchemseweg 34). In kuilen is twintigste-eeuws afval, keramiek, glas en metaal, begraven. Mogelijk dat enkele muuruitbraken (S 21 en 22) in werkput 7 een relatie hebben een gesloopte negentiende -eeuwse steenoven. Het met baksteenbrokken en -gruis en veldkeien verharde wegtracé (S 51) in werkput 10 kan worden toegewezen aan het zogenaamde Kerkpad dat in de twintigste eeuw vanaf de Doetinchemseweg in Wijnbergen in westelijke richting naar de tegenwoordige Oude Doetinchemseweg liep.

Figuur 22. Uitbraaksporen (S 21 en 22) in werkput 7.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[33]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Bijzonder zijn verder reeksen van kuilen die ter hoogte van werkputten 12 en 16 zijn ingegraven in de geulvulling waarschijnlijk om klei te winnen voor baksteenfabricage ( figuur 25). In de bovenzijde van deze kuilen bevindt zich een nazakking van overslagzand, zodat een datering in de gevorderde nieuwe tijd vrijwel uitgesloten is. Vermoedelijk houden de kuilen verband met laatmiddeleeu wse en/of vroegnieuwetijdse baksteenproductie in de omgeving van het onderzoeksgebied.

Figuur 23. In werkput 10 werd de puinverharding van het Kerkpad (S 51) aangesneden.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[34]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 24. Negentiende-/vroeg-twintigste-eeuwse paalsporen in werkput 8.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[35]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 25. Kleiwinningskuilen met een nazakking van overslagzand in werkput 16.

Tenslotte zijn in het hele onderzoeksgebied greppels aangesneden die onderdeel zijn van een, niet op de bekende negentiende-eeuwse historische kaarten aangegeven, nieuwetijdse verkaveling,

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[36]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

bijvoorbeeld in werkput 6 (S 14). Uit de vulling van dat spoor zijn fragmenten van een achttiende of negentiende-eeuwse scherf roodbakkend aardewerk en een fragment van een dakpan geborgen (V 1).

Figuur 26. Vondstverspreiding.

4.3 Vondsten 4.3.1 Inleiding Het archeologisch onderzoek heeft 71 vondsten opgeleverd. Een overzicht van de aantallen van de verschillende vondstcategorieën wordt weergegeven in tabel 7. De complete vondstencatalogus is opgenomen in de velddocumentatie (de pakbon) die te vinden is bij het depot/e-depot. In het onderstaande wordt per vondstcategorie ingegaan op de algemene kenmerken, eventuele noemenswaardige vondsten, de datering en de mate van conservering. De determinatie en datering van

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[37]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

de verschillende vondsten is weergeven in de tekst en in tabellen (tabel 8 en tabel 9). De horizontale verspreiding van het vondstmateriaal uit alle materiaalcategorieën samen wordt weergegeven in figuur 26. De ruimtelijke spreiding van een aantal vondstcategorieën wordt hieronder besproken.

Figuur 27. Handgevormd prehistorisch aardewerk (V 7; links) en een scherf steengoed uit de late middeleeuwen (V 6; rechts) uit werkput 14.

Materiaal

Aantal

keramiek

33

bouwkeramiek

4

glas

17

metaal (ferro)

16

metaal (non-ferro)

1

Totaal

71

Tabel 7. Aantal vondsten per materiaalcategorie.

In werkput 14 is in de top van het laat-glaciale terras (S 1021) een in tweeën gebroken verweerde scherf handgevormd prehistorisch aardewerk aangetroffen (V 7 ; figuur 27). Het gaat om vrij hard gebakken aardewerk met een magering van grof steengruis (kwarts). Op basis van het baksel en de magering wordt een datering in de vroege of (het begin van de) midden-ijzertijd het meest waarschijnlijk geacht. Eveneens in werkput 14 zijn in de vulling van een greppel (S 70) fragmenten laatmiddeleeuws aardewerk gevonden. Het gaat om fragmenten van een steengoed kan en om fragmenten van een

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[38]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

grape of bakje van kogelpotaardewerk (V 8). Het materiaal dateert uit de periode 1250 -1350. Aardewerk van een vergelijkbare ouderdom is aangetroffen in opgebrachte grond in de nabije werkput 13. Het gaat om twee fragmenten van een steengoed kan (Siegburg; V 6 ; figuur 27).

Figuur 28. Een selectie van laat-negentiende-/vroeg-twintigste-eeuws aardewerk en glas (V 4) uit werkput 8.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[39]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Uit de achttiende of negentiende eeuw stammen enkele scherven roodbakkend geglazuurd aardewerk (V 1) die afkomstig zijn uit de vulling van greppel S 14 in werkput 3. Dit materiaal lijkt iets ouder te zijn dan de bulk van het vondstmateriaal dat is verzameld uit grondsporen van een negentiende -eeuws steenfabriekje en/of van bouwwerken op het achtererf van de aanpalende laat -negentiendeeeuwse/twintigste-eeuwse boerderij. Vermeldenswaardig zijn een complete jeneverkruik (zonder oor), een kom van witbakkend, aardewerk afkomstig uit het Franse S arreguemines (V 4), de kom is aan de buitenzijde groen en oranje geglazuurd en aan de binnenzij de turkoois, en een versierd bord van Europees porselein (figuur 28). vondst

materiaal

baksel

vorm

n

begin

eind

opmerking

1

ker

bouwkeramiek

dakpan

2

1800

1900

golfpan

1

ker

roodbakkend

4

1700

1900

algemeen rood, mang + geel glazuur

2

ker

industrieel wit

bord

1

1850

1900

4

ker

laat steengoed

fles-4

1

1850

1925

complete jeneverkruik, geen oor

4

ker

industrieel kleur

kom

10

1835

1900

witbakkend, inw turkoois, uitw groen

4

ker

Europees porselein

bord

4

1800

1900

bies met geel en groen, vruchten

4

ker

bouwkeramiek

dakpan

2

1800

1900

golfpan

4

glas

glas

fles

3

1875

1925

original W eck, W eckflessen

4

glas

glas

fles

1

1875

1925

bodem met merk NOB

4

glas

glas

fles

1

1900

1925

kleurloos vensterglas

4

glas

glas

fles

4

1875

1925

limo- en bier?glas

4

glas

glas

fles

1

1875

1925

groene wijnfles, contactvorm

4

glas

glas

6

1875

1925

turkoois grote kan of pot

5

glas

glas

1

1875

1925

complete zuivelfles (room, koffiemelk?),

en oranje, merk sarreguemines

fles-176

merk NED FABR 6

ker

steengoed

7

ker

handgevormd

8

ker

steengoed

8

ker

kogelpot

kan

2

1350

1425

Siegburg

1

-700

-400

kwartsmagering

kan-23cf

6

1325

1350

bak/grape

3

1250

1350

kp- of g-achtig baksel,oxiderend overgang/imitatie rood-grijsbakkend

Tabel 8. Keramiek en glas uit het proefsleuvenonderzoek.

4.3.2 Bouwkeramiek In greppel S 70 in werkput 3 zijn fragmenten van een ne gentiende-eeuwse dakpan (golfpan) gevonden (V 1). Fragmenten van een vergelijkbaar exemplaar (V 4) stammen uit de vulling van paalspoor S 23 in werkput 8.

4.3.3 Glas Al het glas, zeventien scherven in totaal, is afkomstig uit paalsporen en kuilen in werkput 8. Het gaat zonder uitzondering om laat-negentiende/vroeg-twintigste-eeuws materiaal. Het betreft onder meer fragmenten van Weckflessen, een fragment van een wijnfles, fragmenten van een bier - of limonadeglas, fragmenten van een grote kan of pot van turkoois glas (V 4; figuur 28), en een complete

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[40]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

zuivelfles voor room of koffiemelk (V 5). Het is verzameld uit grondsporen van een negentiende -eeuws steenfabriekje en/of van bouwwerken op het achtererf van de aanpalende laat -negentiendeeeuwse/twintigste-eeuwse boerderij.

Figuur 29. Een selectie van laat-negentiende-/vroeg-twintigste-eeuws metaal (V 4 en 5) uit werkput 8.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[41]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

4.3.4 Metaal Het proefsleuvenonderzoek in plangebied De Kwekerij heeft zeventien metalen vo orwerpen opgeleverd. Deze zijn allen geassocieerd met grondsporen van een negentiende -eeuws steenfabriekje en/of van bouwwerken op het achtererf van de aanpalende laat-negentiende-eeuwse/twintigste-eeuwse boerderij.

Vondst

Materiaal

Aantal

Aard

datering

Opmerkingen

3

ijzer

1

beslag

nieuwe tijd B of C

4.3

ijzer

1

afdekkap

nieuwe tijd C

20e eeuws

4.3

ijzer

1

warmwaterkruik

nieuwe tijd C

20e eeuws

4.3

ijzer

2

deurbeslag

nieuwe tijd B of C

4.3

ijzer

2

strip/beslag (fragment deurplaat?)

nieuwe tijd C

4.3

ijzer

1

werktuigschachtfragment

nieuwe tijd B of C

4.3

ijzer

1

regenpijpbeugel

nieuwe tijd C

verzinkt

4.3

ijzer

1

hoefijzer

nieuwe tijd B of C

laat model na 1775

4.3

ijzer

1

hengsel emmer

nieuwe tijd C

4.3

ijzer

1

ring

nieuwe tijd C

4.3

ijzer

2

pen

nieuwe tijd C

5.1

ijzer

1

steeksleutel

nieuwe tijd C

5.1

ijzer

1

spijker

nieuwe tijd C

5.3

koper en koolstof

1

onderdeel van batterij of elektromotor?

nieuwe tijd C

geëmailleerd met opschrift: technisch bureau Coleo Doetinchem; 20e eeuws

Tabel 9. Vondsten van metaal.

Het materiaal dat als afval is begraven in kuilen en paalsporen heeft dan ook een geringe ouderdom. Het gaat om zestien voorwerpen van ijzer en een voorwerp van non -ferro metaal (figuur 29 en tabel 9). Bij het ijzer gaat het onder meer om (fragmenten van) materiaal dat in gebouwen en bouwwerken was verwerkt, zoals twee fragmenten (deur)beslag, een bevestigingsbeugel van een regenpijp, een ijzeren pen en een spijker. Verder om (fragmenten van) werktuigen, zoals een afdekkap, een steeksleutel en een hengsel van een emmer. Tenslotte kunnen een warmwaterkruik, een hoefijzer en een ring met een onbekende functie vermeld worden. Het enige voorwerp van non-ferro metaal is mogelijk een onderdeel van een batterij of een elektromotor. Het gaat om een koperen staaf omwikkeld met koolstof.

4.4 Monsters Tijdens het onderzoek zijn zeven hout(skool)monsters genomen ten behoeve van natuurwetenschappelijke dateringen (tabel 4). In de evaluatiefase zijn drie monsters geselecteerd voor nadere analyse. 18 De datering van twee houtskoolmonsters uit twee stratigrafisch gescheiden lak/brandlagen in het profiel in werkput 5 (M 3 uit laag S 1002 en M 4 uit laag S 1005) is van belang voor de waardering van deze archeologische fenomenen die zijn aangetroffen in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied. Het derde monster is afkomstig uit een meilerkuil (S 71) in het noordo osten van het

18

Scholte Lubberink 2021.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[42]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

onderzoeksgebied. De monsters zijn voor datering aangeboden aan het Centrum voor Isotopenonderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (CIO). Twee van de monsters hebben dateringen opgeleverd in de vroege middeleeuwen. Het derde monster bevatte helaas geen geschikt dateerbaar materiaal (tabel 10).

1.

2.

3

4.

5.

6.

7.

8.

S1002-1

M3

houtskool

laag

MEVB/C

GrM-27368

1303 ± 21 BP

661-775 AD

S1005-0

M4

mislukt

x

x

x

x

x

S71-0

M6

houtskool

meilerkuil

MEVC/D

GrM-27369

1136 ± 21 BP

878-991 AD

1. spoornummer; 2 . monster-/vondstnummer; 3. gedateerd materiaal; 4. context; 5. dat ering; 6. administratief nummer; 7. resultaat analyse/datering; 8. datering na kalibratie (bij AMS 14C) , 95,4 % waarschijnlijkheid (M3) en 92,9 % waarschijnlijkheid (M6; Oxcal versie 4.4). Tabel 10. De administratieve gegevens van de 14 C-ouderdomsbepalingen.

4.5 Interpretatie van de vindplaatsen Het proefsleuvenonderzoek in plangebied Wijnbergen-De Kwekerij in de gemeente Doetinchem heeft een breed scala aan archeologische resten uit verschillende perioden opgeleverd , die allen verband lijken te houden met (off-site) activiteiten buiten de context van (normale) nederzettingen. Een deel van de aangetroffen resten bevindt zich in de vulling van een oude rivie rgeul, een restgeul van de Oude IJssel in het verlengde van de Kapperskolk. Ze houden vermoedelijk geheel of gedeeltelijk verband met houtskool- en baksteenproductie (vindplaatsen 1 t/m 3). Vindplaats 4 bestaat uit een laag venige klei/gyttja in de vulling van de restgeul, vindplaats 5 bestaat uit agrarische sporen en meilerkuilen uit de (late) middeleeuwen en vindplaats 6 heeft betrekking op resten een steenfabriekje uit de negentiende eeuw (figuur 30). Vindplaats 1 In het zuidelijke deel van het plangebied zijn ter plaatse van deze geul op diverse plaatsen brandlagen (verbrand leem en houtskool) aangetroffen die geassocieerd zijn met vegetatiehorizonten. Tijdens drogere perioden zijn hier herhaaldelijk activiteiten uitgevoerd die brandsporen in de vulling van de geul hebben achtergelaten. Bij de brandsporen zijn geen dateerbare archeologische vondsten gedaan.

Een 14 C-ouderdomsbepaling aan houtskool uit laag S1002 leverde een datering op in de vroege middeleeuwen, rond de overgang van de Merovingische naar de Karolingische tijd (tussen 661 en 775 na Chr.; tabel 10). Gezien de ouderdom van het houtskool kan er een verband gelegd worden met grootschalige houtskoolproductie in de vroege middeleeuwen rond het IJsseldal die gerelateerd lijkt te zijn aan de stichting en de groei van Frankische domeinen in dit gebied. 19 Misschien is er een relatie met de groei (of stichting?) van het in 838 voor het eerst in schriftelijk bronnen vermelde Doetinchem (villa Duetinghem). 20 Booronderzoek uit het verleden waarbij houtskool is aangetroffen, verschaft een beeld van de omvang van het gebied waarin brandsporen verwacht kunnen worden (figuur 7). Het strekt zich uit over de zuidzijde van het huidige plangebied en een aangrenzend gebied te oosten van de D oetinchemsestraat. Een gebied met een omvang van circa 1,5 ha, waarbinnen zich verspreid locaties met brandlagen en

19 20

Groenewoudt et al. 2020 Jappe Alberts 1986: 33.

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[43]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

houtskool bevinden. De diepte waarop de bovenste lak-/brandlaag is aangetroffen varieert van 84 cm onder het huidige maaiveld in werkput 1 tot 1,5 m onder het maaiveld in werkput 5. In dezelfde werkputten ligt de top van de diepste brandlaag op respectievelijk 124 en 195 cm-mv.

Figuur 30. Begrenzing vindplaatsen met waardering.

Vindplaatsen 2 en 3 Iets noordelijker zijn in dezelfde restgeul sporen aangetroffen van kleiwinning in de vorm van dichtgeslibde winningskuilen. De aanwezigheid van overslagzand in de bovenzijde van de kuilvullingen maakt een associatie met een negentiende-eeuwse steenoven die zich in het huidige plangebied bevond, onwaarschijnlijk. Op basis van hun stratigrafische positie moet eerder gedacht worden aan een datering in de late middeleeuwen en/of vroege nieuwe tijd. De exacte omvang van het gebied met kleiwinningskuilen is vooralsnog onbekend. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek lijken ze zich te beperken tot twee zones (vindplaatsen 2 en 3) met een gezamenlijke omvang van een

RAAP-rapport 5422 / versie 22-11-2021

[44]

Plangebied De Kwekerij te W ijnbergen, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

paar duizend vierkante meters in het centrale deel van het plangebied, waar ze zich op een diepte van circa 90 cm onder het huidige maaiveld manifesteren.

Vindplaats 4 Verder is ter hoogte van werkput 15 in de vulling van de restgeul een dik pakket venige klei en/of gyttja rijk aan houtresten aangesneden (S 1026). Hier zijn geen concrete archeologische resten aangetroffen, maar deze afzettingen kunnen waardevolle gegevens bevatten met betrekking tot de bewonings - en landschapsgeschiedenis van (de omgeving van) het rivierduin van Wijnbergen. Zeker wanneer de resultaten van eerder uitgevoerde opgravingen aan de Oude Doetinchemseweg, ten westen van het huidige onderzoeksgebied, hierbij betrokken worden. De top van het venige pakket is aangetroffen op een diepte van 180 cm onder het huidige maaiveld, de dikte en horizontale verspreiding en de ouderdom van het pakket is onbekend. Vervolgonderzoek zal hier duidelijkheid over moeten verschaffen.

Vindplaats 5 Op het door de restgeul geërodeerde rivierterras aan de oostzijde van het plangebied zijn in het noordoosten van het plangebied op een diepte van circa 90 cm -mv sporen uit de late middeleeuwen bewaard gebleven. Het gaat om sporen van agrarisch gebruik (o.a. greppels) uit de late middeleeuwen en om meilerkuilen uit de vroege middeleeuwen voor de productie van houtskool. De betreffende sporen verschaffen informatie over het gebruik van het rivierterras in deze periode n. Vindplaats 5 heeft een omvang van circa 1250 m 2 .

Vindplaats 6 Op een ander deel van het rivierterras is in de vroege negentiende eeuw het steenfabriekje ‘IJsselzigt’ gesticht, dat actief bleef tot omstreeks 1887. Uitbraaksporen van baksteen zijn mogelijk te herleiden tot de ovens. In werkput 8 ten oosten daarvan is een groot aantal grondsporen (paalsporen en kuilen) gevonden die verband kunnen houden met bedrijfsgebouwen van de fabriek. Een aanzienlijk deel van deze sporen is, gezien het geassocieerde vondstmateriaal, echter jonger en afkomstig van schuren en activiteiten op het achtererf van een aangrenzend twintigste -eeuws boerenerf. Verder valt een deel van het met puin verharde tracé van het Kerkpad binnen de circa 2.800 m 2 grote vindplaats, waarvan de archeologische resten zich vlak onder het maaiveld bevinden op een diepte circa 30 tot 40 cm.

4.6 Terugkoppeling naar vooronderzoek Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn de middels boringen in kaart gebrachte restgeul en het aangrenzende geërodeerde rivierterras inderdaad aangetroffen. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is indertijd de verwachting uitgesproken dat de in boringen vastgestelde houtskoolresten samenhangen met bewoning op het aangrenzende, geërodeerde terras of met de steenoven die zich hier in de negentiende eeuw bevond. Aan de aangrenzende geulafzettingen is tijdens het vooronderzoek een lage verwachting toegekend. In de op het terras gegraven proefsleuven zijn geen eenduidige bewoningssporen aanwezig, hoewel een enkele prehistorische scherf en agrarische sporen en meilers uit de vroege en late middeleeuwen,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7741/documents/41198